Het oranje lampje…

Het was een mooi weekend. Een fantastisch weekend zelfs. Lekker aan het klussen geweest, zwemles, tuin onderhouden en bij m’n oude opa op bezoek geweest. Toppie dus.

Met het oog op de weersverwachting voor vandaag heb ik gisteravond ook de regenton leeg laten stromen in de moestuin. Gericht, uiteraard. Na vandaag zal deze vermoedelijk weer volledig gevuld zijn. En anders zou het regenwater wat van het dak afkomt zinloos het riool in spoelen. Maar nu vangen we de weer een kleine 250 liter water op, wat later weer in de tuin terecht komt. Bijkomend voordeel: niet alleen de plantjes groeien harder, maar ook de bodem blijft losser van structuur waardoor het overige regenwater makkelijker de grond in zakt.

Maar: niet alles was pais en vree dit weekend. O nee…Er was een oranje lampje…
Ik stond in de garage, toen ik het hoorde. Mijn schoonvader stond naast me. “Waar is dat oranje lampje voor”. Mijn antwoord? “Geen idee”.
Echter, ik had wel degelijk een idee. Een duister vermoeden maakte zich van mij meester. Meteen dacht ik: hóe láng brandt dát lampje al? Zo lang als ik me kan herinneren! Maar dat is helemaal geen goed nieuws. Want oranje lampjes zijn nóóit goed nieuws!

Met een zwaar gemoed, en na afloop een groot gevoel van opluchting maar ook een latent aanwezig schuldgevoel heb ik het verholpen. En meteen het mysterie opgelost: waarom is onze diepvries -26°C?

Omdat de “turbo-stand” ingeschakeld stond. Met een lampje wat oranje wordt als je deze inschakelt. Wát een verspilling!

Supply-chain analyse: Thales

Eén van de lezers vroeg nav. mijn vorige analyse (over ASML) om een blik te werpen op Thales. Dat heb ik gedaan. Iets minder uitgebreid dan ASML overigens. Al verschillen de bedrijven niet zoveel. Nu hoor ik je denken “huh”? Een chipmachine-fabrikant is toch iets anders dan een bedrijf als Thales?

Dat lijkt zo. Maar kijk eens naar de producten die ASML maakt: staal, aluminium, glas, kunststof, koper en veel software maken een machine die in staat is om bij vrijwel volledig vacuüm en extreem korte-golflicht (EUV) een stukje silicium te bewerken.

Kijk nu naar Thales: met behulp van staal, aluminium, glas, kunststof, koper en software worden machines & voertuigen gemaakt. Het zijn geen chipmachines. Dat niet. Maar in veel van hun “branches” is de geheimhouding net zo belangrijk als bij ASML. Laten we even iets dieper kijken!

Wat is Thales?

Thales verkoopt zichzelf tegenwoordig als “a leader in cybersecurity and data protection”. Klinkt sexy. De praktijk is net wat weerbarstiger. Thales is één van de grootste defensie-leveranciers ter wereld. En “defensie” klinkt misschien nog positief, maar in feite zijn het *dus* wapenhandelaren.

Producten van Thales zijn onder andere vliegdekschepen, gepantserde voertuigen en op afstand bestuurbare wapens. Maar ook radarsystemen en ongetwijfeld heel veel producten waar we niets van weten.

Andere “takken van sport” zijn luchtvaart (besturingssystemen) en allerhande betalingssystemen voor openbaar vervoer. Ongeveer 40% van de omzet is hiervan afkomstig, en 60% van defensie. Reken er maar op dat dit de komende jaren een stuk meer wordt.
Let wel: ik heb geen mening over het verkopen van wapensystemen. Geldsnor is zelf ex-militair. Ik heb er geen moeite mee. Maar schijnbaar vinden ze het zelf niet zo kies om zich als dusdanig te presenteren…

Competitive Edge van Thales

Maar wat geeft Thales nu een competitief voordeel? Net als bij ASML gaat het om 2 dingen: materiaalontwikkeling en supply-chain management.
Het is voor een bedrijf als Thales essentieel om mee te werken aan nieuwe materialen. Of dit nu Dyneema-achtige vezels zijn, het gebruik van Kevlar of specifieke “sandwichmaterialen” die staal sterker én lichter maken: ze moeten het hebben. En eerlijk gezegd: liever zij dan de Russen.

Deze nieuwe materialen moeten echter niet alleen bekend zijn: je moet ook weten wat je er mee kunt doen. En wat je er niet mee kunt doen. Dit heeft echter weinig te maken met mijn supply-chain analyse. Of wel?

Toch wel! Want hier maken we een bruggetje naar het andere aspect, namelijk supply-chain management. Kort gezegd kopen ze allerlei inkoopdelen (sub-assembly’s van staal etc), die zij in elkaar zetten. De crux zit hier in geheimhouding. In een dergelijke industrie zijn contracten belangrijk – maar het niet naleven van een contract is potentieel een groter gevaar dan de mogelijkheid tot repressailes.

Het is dus zaak om véél verschillende leveranciers te hebben, die allemaal een stukje van het eindproduct maken. Hiermee voorkom je dat er veel kennis van het gehele systeem uit kan lekken via dezelfde partij. Dit is een strategie die we ook bij ASML en in de auto-industrie tegenkomen. Maar het zorgt ook voor wederzijdse afhankelijkheid: sommige producten zijn dermate specifiek dat er maar enkele leveranciers op de wereld zijn die deze producten kunnen maken. Specifieke camera’s en “vision-systems” van bedrijven als Adimec, infrarood-sensoren etc.

Maar tevéél leveranciers is natuurlijk ook een risico: het wordt al snel onhandelbaar.

Beursgenoteerde Thales-leveranciers zijn oa. SII Group en Cyient.

De weg voorwaarts

Thales probeert zich zoals gezegd meer en meer te profileren als data-beschermingsbedrijf. Het ligt in de lijn der verwachting echter dat de komende periode de defensieve tak juist sterk zal groeien. De Russische invasie zal ze vermoedelijk geen windeieren leggen.

Uiteraard is die supply-chain enigzins (of volledig) obscuur. De “supplier awards” worden nooit door de defensieve tak uitgegeven…

Zelf vind ik het een uitermate interessant bedrijf, waar ik graag nog eens dieper in duik. De kansen en mogelijkheden die een dergelijk bedrijf levert zijn groot. De combinatie tussen fysieke producten en de extreem complexe software-kant zijn uniek!

Disclaimer: geen beleggingsadvies. Ik heb zelf geen belang in Thales.

Is inflatie de redding van de planeet?

Akkoord…Een nogal dramatische kop. Maar met een reden. Zoals de vaste lezers weten blog ik vaker over energie dan over geld. De reden hiervoor is simpel, maar meervoudig. Ten eerste geloof ik dat financiële vrijheid op de lange termijn gepaard gaat met energie-vrijheid. Onafhankelijkheid is een ander streven, maar nog wat lastiger te bewerkstelligen. Ten tweede: ons (wereldwijd) energieverbruik is een symptoom voor ons slechte rentmeesterschap van deze planeet en een symptoom van hoezeer we op de pof leven. Niet alleen financieel, maar ook op het gebied van grondstoffen en energie. Ten derde: het zuinig omgaan met energie scheelt gewoon veel geld. En ten vierde: het is een niche in financieel-bloggers-land die nog niet gevuld was en waar, zonder al te arrogant te zijn, ik nu eenmaal heel veel vanaf weet.

Enfin: een ander paradepaardje is inflatie. Ik heb er al veel over geschreven. Onder andere dat het een maatstaf is voor een populatie, maar niet voor het individu. Maar er is een ander interessant aspect aan inflatie: het drukt de consumptie!

De traditionele leer omtrent inflatie en deflatie is anders. Namelijk: deflatie, het fenomeen dat geld meer waard wordt, is slecht voor de economie. Het aankopen van producten wordt dan namelijk uitgesteld.

Inflatie daarentegen zou een aanjager zijn van de economie; je geld wordt minder waard en dus kun je het beter nu kopen dan volgend jaar. Dit in een notendop.

De praktijk is weerbarstiger. Deflationaire krachten hebben doorgaans vrij weinig invloed op het koopgedrag. Het bewijs hiervoor? Alle elektronica die je kunt kopen. Die wordt namelijk jaarlijks goedkoper. Niet per se in euro’s, maar wel in euro’s per eenheid van prestatie. Niet voor de hand liggend? Ok. Bedenk dit: jouw smartphone heeft een aantal keer meer rekenkracht dan alle computers waarmee de maanlanding werd gestuurd. En is aanzienlijk goedkoper.

Maar er is een limiet aan inflatie

Inflatie is echter een bijzonder iets. Ten eerste is dit het gevolg van het feit dat er geld bestaat: geld is niet bederfelijk en kun je volgend jaar ook uitgeven. Dat is anders dan “vroeger”, toen je het eten en andere ruilmiddelen niet (zo lang) kon bewaren.

Maar, daarmee is ook vraag en aanbod verstoord. Verstoord is niet direct negatief: de markt waar je spullen kunt verkopen is veel groter geworden. Mede dankzij snel transport kun je beschikken over elektronica die in China is gemaakt, waar we eten kopen uit Afrika of Brazilië etcetera. Er zijn meer concurrenten beschikbaar voor je centen. Zowel aan de aanbod- als afnamekant van de vergelijking.

Sommige producten hebben nauwelijks last van inflatie. Dat wil zeggen: ongeacht wat het kost, eten moeten we toch. Maar, beste mensen: alleen voedsel is grotendeels “prijsinelastisch” én zijn wederkerend. Boodschappen doe je regelmatig (want het eten is slecht te bewaren).

Alle andere producten zijn wel degelijk zeer gevoelig voor inflationaire krachten: het duurder worden van de producten leidt niet tot het nú kopen er van. Althans: niet wanneer de kosten voor voedsel en andere eerste levensbehoeften stijgen in een tempo wat met de loonsverhogingen niet valt bij te benen.

Je koopt die nieuwe televisie dus niet nu. En die nieuwe telefoon en auto ook niet: je gaat langer door met wat je hebt. En vooral bij snel stijgende inflatie telt dit zwaar mee.

Ik illustreer dit met onderstaande grafiek, genomen van een twitter-account (de originele bron staat er in).

Zoals je ziet lijken de winkelverkopen (in dit geval VS) zeer snel te groeien. Goed nieuws! Met stijgende verkoop is er ook sprake van meer winst. Toch? Nee. Want gecorrigeerd voor inflatie wordt er simpelweg veel mínder verkocht. Minder eenheden voor een hogere prijs. Deze hogere prijzen zijn het gevolg van de verstoringen in de aanvoerketen, oplopende energieprijzen en in toenemende mate het oplopen van loonkosten. Daar waar de eerste 2 factoren nog wel gecorrigeerd kunnen worden, gaan lonen nooit meer omlaag. Maar dit terzijde.

De hogere prijzen dekken dus met name de gestegen kosten. De “dekkingsbijdrage” zal echter rapido afnemen. Een voorbeeld:

Pietje verkoopt 1000 artikelen, die hij inkoopt voor 6 EUR per stuk. Hij verkoopt ze voor een tientje (bruto marge: 40%).
Omzet: 1.000 * 10 = 10.000 EUR
Inkoopkosten: 6.000 EUR
Brutowinst: 4.000 EUR

Pietje heeft vaste lasten: personeelskosten a 2000 EUR per maand en huur van 1000 EUR. De nettowinst is derhalve 1.000 EUR.

Nu gaat de prijs voor Pietje omhoog: hij koopt zijn producten in voor 8 EUR. Hij heeft 2 opties: de marge gelijk houden, of de verkoopprijs gelijk houden.
Stel: hij verkoopt ze voor 13.30 EUR (brutomarge: 40%).
Omzet: 670*13,30 = 8.911 EUR
Inkoopkosten: 8.000 EUR
Brutowinst: 911 EUR
De personeelskosten zijn echter ook zojuist met 5% gestegen naar 2100 EUR en de huur idem dito naar 1050. De nettowinst is nu een verlies van 2009 EUR.
Immers, zoals in de werkelijke wereld vaak het geval is: Pietje had een contract (of een gewoonte) waarbij hij simpelweg net zoveel eenheden afnam. En met 330 stuks voorraad blijft zitten.
Dit is gerekend met een 1:1 prijselasticiteit (iso-elastisch). De vraag neemt net zo ver af als de prijs verhoogd wordt.

Enfin, lang verhaal kort: zijn omzet lijkt nauwelijks te dalen. Maar onderliggend wordt er aanzienlijk minder verkocht en is er geen “dekkingsbijdrage” over voor zijn pand en personeel.

Significantie van vraaguitval

Deze vraaguitval is zeer relevant. Immers; het zegt iets over de gezondheid van het bedrijf. Kijk verder dan alleen de omzet in absolute termen, maar vooral met hoeveel eenheden deze gestegen of gedaald is. Vooral in sectoren waar veel “hard assets” nodig zijn. Deze hebben een minimaal vereiste dekkingsbijdrage. Daarboven stijgen de winsten explosief. Daaronder imploderen ze: reorganisaties zijn dan het gevolg.

Maar, op de grote schaal is dit wellicht alleen maar goed voor de wereld. We consumeren teveel en te vaak. Dus hoewel de vraaguitval voor bedrijven desastreus zal zijn, is het voor het voortbestaan van de wereld en de schifting van goede & slechte bedrijfsvoering gunstig.

(Mocht je twijfelen aan mijn verwachting: hou me er over een jaar maar aan. Tenslotte had ik ook de stijgende hypotheekrente voorzien & de sterk oplopende inflatie).

Eigen bedrijf: de update

Het is een tijdje stil geweest rondom mijn eigen bedrijf. Het is een hoop werk (constatering, geen klacht) en het is tijd voor een update.

Mijn eigen bedrijf bestaat uit 2 delen: het opzetten van een “start-up”, in de zin van het woord die de RVO hier aan geeft. Dat is het meeste werk en is veruit het belangrijkst. Dat is namelijk de lange (en middellange) termijn.
Het tweede deel is een stukje consultancy. Dat is de korte termijn, en daarmee niet minder belangrijk. Ik begin daar mee.

Consultancy

Als consultant gebruik ik een aantal specifieke zaken: kennis van een bepaalde industrie waar ik jaren werkzaam in ben geweest. En kennis van inkoop. In de bij mij bekende industrie ben ik vooral bezig als strategisch consultant en het verwerven van “non-diluting financing”. Betaalde samenwerkingen en subsidies, kort gezegd. In de loop der jaren heb ik heel wat ervaring opgedaan met het schrijven van subsidie-aanvragen en dit is voor startups interessant. En samenwerkingen zijn nóg belangrijker. Het breidt het netwerk uit, en als startup zijn netwerken een belangrijk onderdeel van de groei en het voortbestaan,.

Een andere tak van mijn expertise, waar ik eerlijk gezegd nog minder aandacht aan heb besteed, is het analyseren van een supply-chain, daar strategisch een visie op geven én dit uitvoeren. Heel simpel gezegd: het is in vrijwel álle gevallen véél interessanter om als maakbedrijf in Europa te produceren en productie terug te halen uit ver weg gelegen Aziatische landen. Het betekent echter wel een holistische visie op je supply-chain: niet alleen kijken naar de inkoopprijs van het inkoopdeel, maar ook naar de opvolgkosten (reiskosten tbv. kwaliteitscontrole, bijvoorbeeld) en logistieke kosten.

Vandaag heb ik een afspraak in de Randstad voor het eerste deel, en binnenkort nog een telco met een bedrijf in een ander werelddeel. En dan heb ik wellicht al 5 dagen werk als consultant. Dan zit ik dus gewoon “vol”.

Dan dienen andere vragen zich aan: dit invulling geven via een Besloten Vennootschap, of als eenmanszaak houden. Dat is iets voor een andere blogpost. Maar wel zeker relevant (want dit heeft een grote invloed op belastingen en verzekeringen).

De Start-Up

Mijn eigen start-up is niet per se eenvoudig. Een aantal weken geleden hebben we de opdracht gegeven aan een app-bouwer om de app te gaan bouwen. Een forse investering, die ook opgevolgd moet worden met het inrichten van een organisatie er omheen.
Als ik 5 dagen per week consultant ben heb ik daar wat weinig tijd voor, maar wel de financiële middelen. Want er zijn natuurlijk kippen en eieren. Om een organisatie op te zetten en te laten groeien heb je tijd én geld nodig. Eigen geld inbrengen is noodzakelijk en vergroot je overlevingskansen.

Maar eigen geld is ook eindig. Op enig moment willen (en moeten) we investeerders aantrekken. Geen extreem grote bedragen, maar wel heel veel meer dan wat ik zelf kan (en wil) dragen. Enkele tonnen; als software/data/app-bedrijf kun je nu eenmaal niet alles uitbesteden. Het is de kern van wat we doen.

Het is een beetje een struggle wat je wanneer doet. Hoeveel tijd besteed je aan het één, en hoeveel aan het ander? Op korte termijn heb ik namelijk wel degelijk inkomsten nodig. Uiteraard kan de Geldsnor best een aantal maanden zonder inkomsten. Maar dat vergroot de WAF zeker niet. En ook de investeringsmogelijkheden nemen dan af.

Over die investeringsmogelijkheden: de afgelopen maanden is hier geen geld gestoken in “derde partijen”. Geen obligaties (Corekees, Lendahand) of aandelen gekocht. Geen hypotheek afgelost, anders dan de gewone annuïteit. Maar wel tienduizenden euro’s in mijn eigen bedrijf gestopt. Telt dat ook?

Omdenken met je omvormer: het voorkomen van uitval

Vandaag was het weer zover. Een klaagartikel op AD.nl: de uitval van omvormers door teveel spanning op het netwerk dankzij de hoge opbrengst van zonnepanelen. Niet geheel verrassend heb ik hier een mening over. Eentje die ik al vaak gedeeld heb. En ook nu weer ga delen: we moeten met zijn allen omdenken! Het probleem is namelijk niet teveel opbrengst, maar te weinig verbruik.

Waarom vallen de omvormers uit en waarom is dit een probleem?

Omvormers zetten de gelijkstroom van de zonnepanelen (400V DC) om naar wisselspanning. Dit is in de volksmond 230 volt, maar in de praktijk is dit zelden 230V. Om terug te leveren moet de spanning namelijk altijd iets hoger zijn dan netspanning. Vergelijk dit met water in emmers: dit stroomt naar het laagste punt. Pas als het waterniveau stroomafwaarts lager is dan op jouw plek, zal de rivier gaan stromen.

Zo is het ook met de spanning van je omvormer. Maar, zoals je kunt verwachten: er stroomt steeds meer water door het stroompje. Stroomafwaarts wordt het waterpeil hoger, waardoor ook jouw waterpeil verhoogd moet worden om te blijven stromen. Maar als de rivier vol is, dan wordt jouw toevoer afgesneden.

Deze rivier is vol bij 253 volt (in de praktijk vaak 251 volt). Bij meer spanning zou apparatuur beschadigd raken en het eventueel zelfs gevaarlijk worden. Ons laagspanningsnet is namelijk ingericht op 230V +/- 10%. Vandaar die 253 volt.

De oplossing volgens velen: het verbreden van de rivier. Ofwel: het leggen van meer en dikkere kabels. Zodat er meer stroom doorheen kan en omvormers niet uitvallen. Want mensen vinden dat zij geld verliezen.

De uitvallende omvormer is het probleem niet. Te dunne kabels ook niet.

Het probleem is niet dat de rivier niet breed genoeg is, maar dat er meer aanbod is van elektriciteit dan er vraag naar is. In een normale markteconomie betekent dit dat het product waardeloos is.

Vergelijk het met appels: je levert appels aan de buurt. Maar de buurt maakt zelf ook appels. Ze brengen deze allemaal naar het einde van de straat. Niemand wil appels! En de kruiwagen aan het eind is niet voldoende groot om de appels naar andere wijken te brengen.

Maar, ergens ver weg heeft iemand een regel bedacht dat jij de appels van de zomer kosteloos mag wegstrepen van de appels die je in de winter eet. Zonder rekening te houden met bederf of economische wetten. Dit is de salderingsregeling.

Feitelijk echter is de elektriciteit in de zomer grotendeels zinloos: er is minder vraag naar en de opbrengst is te groot. Stoppen met produceren, zoals de omvormers doen, is dus een onderdeel van de oplossing.

Omdenken: produceren voor de momenten waarop de waarde het grootst is

Dankzij de Nederlandse salderingsregeling is het zeer aantrekkelijk om zonnepanelen te plaatsen. Immers, wat je meer produceert dan verbruikt mag je zoals gezegd wegstrepen tegen je consumptie in de winter. Maar dit gaat veranderen: de salderingsregeling gaat afgebouwd worden in de toekomst.

In de winter is de elektriciteit daarentegen het duurst. Er is meer vraag naar elektriciteit, en minder aanbod. Een zinnige beslissing zou zijn om je systeem zó te ontwerpen dat je juist in de winter zoveel mogelijk zelfvoorzienend bent.

In Huize Geldsnor produceren wij in een wintermaand ruim 10% van onze eigen elektriciteit (inclusief transportbehoefte ofwel de auto’s). Exclusief auto’s is dit bijna 20%. De economische waarde hiervan is enorm: 200kWh kost in de winter zomaar 100 EUR.
In de zomermaanden produceren we tot wel 1500kWh. Zonder salderingsregeling zou de economische waarde hiervan ook op ongeveer 100EUR liggen. Het vergroten van de productie zou in de winter veel geld opleveren, en in de zomer nauwelijks iets extra.

Het is de salderingsregeling die dit kunstmatig echter anders maakt. De nieuwe realiteit is echter: verbruik het overdag, en produceer zoveel mogelijk in de winter. Accepteer dat je omvormer uitvalt als er geen vraag is naar je “product”!

Maar toch: kun je voorkomen dat de omvormer uitvalt door je eigen verbruik te vergroten?

In het artikel van het AD wordt gesteld door Robert de Vries “dat je dan het advies krijgt om de magnetron aan te zetten. Maar dat werkt pas als de hele wijk het doet.”

Een opvallende stelling. Klopt deze? Ik reken het even voor je na!

Een typisch transformatorhuisje is een “630kVA” huisje. Dit type transformatorhuisje heeft een vermogen van 535,5kW. Als het vermogen hier oploopt kan er niet voldoende worden teruggeleverd. Enigzins gesimplificeerd, uiteraard.

Op een heldere lentedag haal je dit vermogen met ongeveer 1700 zonnepanelen. Bij een transformatorhuis van 630kVA betekent dit “filevorming” bij 120 woningen met 15 zonnepanelen per stuk. Dit zie je duidelijk in het AD-artikel: veel bewoners hebben ongeveer 15 panelen. Dikkere kabels zijn geen oplossing: je hebt een groter transformatorhuis nodig (en dikkere kabels).

Maar terug naar de casus: kun je het stroomnet “redden” door zelf meer te verbruiken? Het korte antwoord: zeker en absoluut. Maar niet met alleen de magnetron.

Want een magnetron trekt wel veel vermogen, maar doet dit slechts gedurende korte tijd. Hét antwoord? Wasmachines, drogers, vaatwassers en elektrische auto’s. Er vanuit gaande dat de warmtepomp niet gebruikt wordt in dit seizoen.

Mijn maximale vermogen in de woning is 17kW. Een snelle rekensom leert dat dit 3% van de aansluiting van het transformatorhuisje is! De kans dat veel mensen in dezelfde wijk véél stroom verbruiken is niet zo groot, vandaar dat dit doorgaans geen probleem is.

Dankzij het opnemen van een groot vermogen dáált de spanning in de wijk. Nu is het zo dat ik in mijn eentje niet heel lang 17kW vermogen op kan nemen. De auto kan gedurende enkele uren echter wel 11kW opnemen: 2% van het vermogen van het transformatorhuisje.

Dat zegt echter nog vrij weinig. Want hoeveel vermogen is 1 volt extra op het wijknet? Als een transformatorhuis 1000 A stroomsterkte heeft, dan is 1 volt *dus* 1000W. Met andere woorden: dankzij het opladen van de auto wordt de spanning (in een gesloten systeem) verlaagd met 11 volt. Uiteraard is het geen gesloten systeem: de uitgevallen omvormers zullen weer opstarten, en bij een “te lage spanning” wordt er elektriciteit geleverd vanaf het net (zie de analogie met het riviertje).

Maar dat je zelf een groot onderdeel bent van de oplossing staat buiten kijf. Het is perfect mogelijk om in samenwerking met buren of zelf een sturende rol te hebben in je eigen wijk. Draai het systeem om: stel je wasmachine en andere apparatuur zó in dat deze overdag draaien. Tenslotte hebben alle grote apparaten een “uitgestelde start”: wasmachine, vaatwassers en drogers. Maar ook de auto (indien van toepassing) en overdag koken op inductie dragen een flink steentje bij:

Wat je zelf kunt doen om terugleveringsproblemen te voorkomen bij zonnepanelen? Je eigen verbruik vergroten!

Bovenstaande plaatje is de spanning op het net, of eigenlijk de uitgaande spanning van de omvormer. De laagste waarde tijdens het opladen van de auto, de andere waarde vlak vóór het “inpluggen” van de auto. Een markante daling, tijdens verder gelijkblijvende omstandigheden (zwaar bewolkt, 29 graden, vrijwel windstil). Het vermogen waarmee ik de auto op dit moment aan het laden was, is 11KW. Het vermogen van de zonnepanelen was 7KW.

Het alternatief is in de slachtofferrol kruipen en verwachten dat tegen grote (maatschappelijke) kosten men het netwerk komt verzwaren. Puur omdat jij er voor kiest om appels te verbouwen als iedereen ze levert, maar zelf geen appels eet. Behalve in de winter.

En we zijn er weer!

De afgelopen 12 dagen waren de langste blog-vrije periode sinds ik hiermee begonnen ben. Zowel qua lezen als schrijven. En dat terwijl deze tijd zó interessant is. Hypotheekrentes die omhoog schieten, inflatie die torenhoog is, vacatures die niet vervuld kunnen worden en lange levertijden voor zowat alles.

En uiteraard mijn eigen situatie, waarbij ik voor mezelf ben begonnen / aan het beginnen ben en er bakken met geld de deur uit vliegen om dit te bewerktstelligen.

Maar: ik ben ook druk geweest. Ontzettend druk geweest. Ik heb weer een ruime week VS er op zitten en met 9 uur tijdverschil en op pad met 6 collega’s, liet dit weinig tijd en energie over om goede blogposts op te zetten. En ik wil wel iets te melden hebben, bij voorkeur. Niet dat dit bericht zo superinspirerend is, overigens.

Anyway: de VS. Wat een raar land is het toch. Ik was in één van de rijkste regio’s van het land en daarmee van de wereld. Silicon Valley. Daar waar de tentenkampen staan opgesteld in de stadsparken, de zwervers op straat liggen en een beetje schijthotel 300 USD kost zónder ontbijt. Waar je uit eten gaat bij een niet-al-te-bijzonder restaurant voor 100 USD per persoon. Waar het normaal is om met de ene Paupermobiel na de andere van het ene stoplicht naar de volgende te sprinten (want ze zijn nooit opeenvolgend groen). Paupermobiel? Ja, zo’n suffe SUV met verhoogde poten (voor het terrein) en platte banden (voor de snelle bochten) en een emmer als uitlaat (voor de herrie). Zo’n auto die overal slecht in is, maar een wegligging heeft als een tierelier dankzij de middelpunt-vliedende kracht van de draaikolk in de tank.

Zo’n ding. Een plek waar je nog enkelglas tegenkomt en waar een vliegtuig nog geen 100m hoog over de stad heenscheert. Waar altijd gevraagd wordt “how are you”, maar niemand het antwoord wil weten.

Tsjonge, daarbij vergeleken was Schiphol een oase van rust en vriendelijkheid. Ik ben dus blij dat ik terug ben.

Strubbelingen met de hond

In Huize Geldsnor hadden we altijd twee honden. Tot de eerste doodging, afgelopen december. Sindsdien hebben we er nog één. En hij is ook al een oudje.

En dat begint te tellen. Halverwege februari moest hij al een flinke gebitsreiniging ondergaan en zijn er wat kiezen getrokken. Ook loopt hij minder gemakkelijk, is hij stokdoof en is er heel veel spiermassa verloren.

Een kleine 2 weken geleden begon hij zomaar, opeens en uit het niets, mank te lopen. De oorzaak bleek te liggen in ontstoken schouderbladen. Vreselijk zielig, want hij had pijn. Maar met wat pijnstillers was het best te doen.
Nu moest ik afgelopen vrijdag terug voor controle. Het gaat een stuk beter, mede dankzij het rustig aan doen. Maar hij stinkt ook vreselijk uit zijn bek. Nu is het al een oude hond, dus echt heel gek is het niet. Maar toch direct even laten kijken.

En ja hoor…Hij blijkt een gezwel in zijn bek te hebben. Die hebben we inmiddels weg laten halen. Hij was er de hele dag van ondersteboven. Pas om 22:30 (10 uur na de narcose) is hij weer opgestaan en vanochtend wilde hij pas wat te eten hebben. Niet zo gek, nadat een tumor uit je kaak is verwijderd…Maar toch. Nu is het nog steeds een zielig hoopje hond. Lange wandelingen zitten er al een poosje niet meer in. Helaas is zelfs de tocht de oprit af al een behoorlijke uitdaging voor hem.

Ik vrees dan ook dat het een (snel) aflopende zaak is. We verwachten dat hij de zomervakantie niet zal halen. Het gaat zó snel. Een maand geleden was het nog een vitaal beest. Tot 2 maanden terug was hij nog nooit bij de dierenarts geweest (behalve voor de jaarlijkse inentingen).

Arm beestje.

April zit er al weer bijna op

Tsjonge, wat gaat de tijd toch snel. En wat heb ik nog veel te doen!

April was een belangrijke maand: ik heb 20.000 euro vrijgemaakt om te investeren in het nieuwe bedrijf. We hebben het Minimum Viable Product bepaald, het ontwerp gemaakt met alle “wireframes” en zijn klaar om de programmeerfase in te gaan.

Superspannend. Ook spannend: ik ben ontmaskerd! Gister kreeg ik van een oud-collega een berichtje via LinkedIn, maar ook de melding dat mijn geheim veilig is. Gelukkig, want ik beleef wel veel plezier aan mijn blog en zou het niet graag verwijderen.

April was qua bezoekersaantallen, dankzij relatief weinig bloggen, geen toppertje. Net aan 15.000 bezoekers.

Mei wordt wellicht beter, maar wellicht ook niet. Ik ben een week op zakenreis en heb dan misschien veel tijd. Maar tegelijkertijd moet ik ook veel werk verzetten voor mijn consultancy opdrachten, mijn andere nieuwe bedrijf en het afronden van mijn werkzaamheden bij de baas…

Iemand suggesties voor een supply chain analyse van een maakbedrijf voor de maand mei?

Fijn weekend!

Supply chain analyse: ASML

Zoals vorige week aangekondigd voeg ik een nieuwe categorie toe: supply chain analyse van maakbedrijven. Logischerwijs begin je in Nederland dan met de Parel van het Zuiden en de Goudmijn van de Expat-mensenhandelaars aka. “recruiters” en “interim-agencies”: ASML. Een uiterst innovatief bedrijf, wat mede drijft op zijn innovatie-kracht, maar vooral op de mogelijkheden om hun supply-chain te controleren en innoveren middels hun QLTCS-methode: Quality, Logistics, Technology, Costs & Sustainability.

Het is Nederlands’ trots en mogelijk één van de belangrijkste bedrijven op aarde. Ja, het klinkt groots, maar zo is het ook. ASML is de drijvende kracht achter de almaar toenemende prestaties van chips.
In tegenstelling tot wat sommige mensen denken, maakt ASML zelf géén chips. Ze maken de machines voor een déél van het proces waarmee chip-makers hun chips maken. Wel veruit het belangrijkste deel, waar de grootste innovatieve kracht ligt.

Chip-fabricage in een notendop

Ik zal niet volledig uitleggen hoe een chip gemaakt wordt. Da’s nogal complex. Maar grofweg komt het hier op neer:
Een bak zand wordt gesmolten tot een staaf van 300mm doorsnee. Door het smelten wordt het zeer puur silicium (zand, dus). En silicium is een tof materiaal: het is een halfgeleider. Een halfgeleider wil zeggen dat het slechts onder bepaalde omstandigheden elektriciteit geleidt. Deze staaf wordt gesneden in plakjes van een milimeter dik: de wafer.

De machines van ASML helpen bij het creëren van die omstandigheden: verschillende laagjes materiaal worden aangebracht. Feitelijk juist isolatie-materiaal: een foto-resist. Voor de mensen van mijn generatie en ouder: net als vroeger het ontwikkelen van een fotorolletje. Je pakt de wafer, gooit hier een lichtgevoelig goedje op, belicht het en ontwikkelt de plaat. Herhaal dit met verschillende maskers en met verschillende materialen en de chip groeit.

Top to bottom: de klanten van ASML

ASML, oorspronkelijk ontstaan vanuit Philips, is zoals gezegd een zeer belangrijke speler met een marktaandeel van meer dan 95% voor de complexe machines. Hun klanten zijn alle belangrijke chip-fabrikanten met bekende namen als Intel, Samsung, TSMC, GlobalFoundries, Qualcomm en Apple. En nog allerlei onbekende namen, uiteraard.

Ik hoor u denken bij die laatste. Ja, veel Apple-producten werden gemaakt door Intel, en nog steeds. Een andere deel door TSMC. Maar Apple maakt steeds meer chips zelf. Vooral de “eenvoudiger” chips zijn relatief eenvoudig zelf te maken en vereisen niet de dure EUV-machines van ASML.

Maar sta me toe een stapje dieper te gaan in de supply chain. Want dán wordt het pas interessant.

Immers, om een supply chain te begrijpen is het van belang om deze tot de eindklant toe te volgen.

De invloed van auto’s op de chip-industrie

U heeft ongetwijfeld meegekregen in het nieuws dat de auto-industrie kampt met grote tekorten aan chips. Dit heeft diverse oorzaken:
1. Corona. Veel fabrieken hebben stil gelegen, en als gevolg daarvan zijn de levertijden opgelopen en beroepen fabrikanten zich op “Force Majeure”
2. Logistieke problemen worden wel eens aangegrepen. Chips gaan echter met het vliegtuig, en niet met de boot. Iedereen die ooit onderzoek heeft gedaan naar “pijplijn-kosten” en “obsolescence risico’s” begrijpt dit direct. Voor anderen: het transporteren vanuit Azië kost met de boot 6 weken. Dat is meer dan 10% van een jaar. In de snelheid waarmee deze wereld draait, betekent dit dat het product al gedeeltelijk verouderd is vóórdat het aankomt. En dan de kosten: als je voor 100 miljoen aan chips hebt ingekocht en je voorraadkosten zijn 10%, dan heb je dus voor 10 miljoen EUR aan voorraad in transit, gedurende minimaal 6 weken. Dat betekent dat je een veel groter werkkapitaal nodig hebt dan wanneer deze slechts 2 dagen in transit is.
Kleine kanttekening: ook het vliegverkeer was nogal van streek. Veel vracht wordt vervoerd met passagiersvliegtuigen en die vlogen niet of nauwelijks naar de landen waar chips gemaakt worden: Japan, Taiwan, Maleisië en Zuid-Korea.
3. De manier van logistieke besturing van de auto-industrie. Als voormalig strategisch inkoper in deze industrie heb ik hier wel een redelijk beeld van. En dat is dat autofabrikanten boefjes zijn. Ze sturen scherp langs de regels van een contract, en zodra er een verstoring is in de vraag, annuleren ze bestellingen. Andersom is doorgaans vrij moeilijk. Dit hebben “ze” massaal gedaan bij het uitbreken van de pandemie. Immers, fabrieken kwamen stil te liggen en de onzekerheden waren groot. Bám. Leveringen stoppen.
De chipfabrikanten konden niets anders dan dit toestaan. Zo zijn de contracten opgebouwd. Maar de vrijgevallen productiecapaciteit werd, geheel in tegenstelling tot de verwachtingen tot dan toe, direct opgevuld. We gingen in het westen massaal thuiswerken! Computers, beeldschermen, tv’s, tablets etc. waren niet aan te slepen. Toen de autofabrikanten zagen dat ook hun vraag niet inzakte, hebben ze direct geprobeerd weer orders te plaatsen. En de chipfabrikanten? “Prima meneer VW. Sluit maar achteraan in de rij”.
4. Opzweep-effect. Iets wat je áltijd ziet bij een crisis: hamsteren. Uit pure onzekerheid en machteloosheid worden er éxtra orders geplaatst. Ook al kan de eerste niet geleverd worden, in ieder geval kun je zeggen als bedrijf richting je aandeelhouders dat je voldoende opdrachten in backlog hebt staan. Wat kun je nog meer doen?!

Bovenstaande zijn slechts de uitwassen van de actuele situatie. Maar de werkelijkheid is nog iets grimmiger. Namelijk de permanente verhoging van de vraag naar chips door de auto-industrie.

Want ook al daalt het aantal verkochte auto’s wereldwijd (peak-auto ligt achter ons), het aantal chips wat er in zit is enorm toegenomen.
Parkeersensoren, om maar iets te noemen. 6-15 stuks per nieuwe auto. Maar ook LED-verlichting overal (wat de vraag naar de oudere PAS5500 systemen vergroot) en de chips die nodig zijn in batterij-pakketten.

Maar de grootste verandering zal komen door het autonome rijden. Enorme hoeveelheden data moeten verwerkt worden door de auto, die gevoerd wordt met input van honderden camera’s en sensors. Waar een auto “vroeger” misschien 100 chips aan boord had, zijn dit er nu duizenden.

En precies daarom is het belangrijk om te weten dat de vraag naar chips vanuit de auto-industrie een enorme invloed heeft. Een invloed die zó groot is dat de rest van “Internet of Things (IoT)” eigenlijk in het niet valt bij deze aardverschuiving.

De klanten van ASML dus

Ik noemde een aantal klanten, en een grote invloed op de hele industrie (namelijk auto’s). Nu nog eens terug naar de klanten. Want wie gaan hier van profiteren? Wie heeft er belang bij het omschakelen naar de “nieuwe technologie”?

En dan zien we iets interessants. TSMC maakt de chips voor Tesla. En Intel heeft een bedrijf overgenomen in 2017 die zich specialiseert in autonoom rijden en welke ze nu wil afsplitsen op de beurs.

Een andere grote chipfabrikant is Qualcomm. Gespecialiseerd in chips voor de telefoonindustrie en ze hebben daarom enorm geprofiteerd van de groei van de smartphone-wereld. Hun grootste klanten zijn Apple, maar ook de Chinese Vier (Oppo, Vivo, Xiaomi, Huawei). En daar ligt juist de grootste uitdaging. Groei van deze merken buiten hun eigen land is louter gebaseerd op een lage prijs. En een lage prijs betekent een grote prijsdruk. En grote prijsdruk betekent op de lange termijn meestal achterblijvende prestaties: ze zullen niet willen betalen voor de complexe chips die met de dure ASML-machines gemaakt worden.

Overigens zijn er ook veel Chinese lokale producenten die chips maken met ASML-machines, maar niet met de nieuwste machines. Men is te bang (en terecht) voor het verlies van kennis.

De Pareltjes van ASML

Helaas heb ik redelijk wat kaas gegeten van “Intellectual Property”, als voorzitter van onze IP-board en trots eigenaar van enkele patenten.

Patenten zijn van levensbelang voor technologie-bedrijven. In een patent geef je aan wat je uitvinding of innovatie is en waarom dit innovatief is. Immers, als het niet innovatief is kun je het niet patenteren. Voor de hand liggende oplossingen zijn dus niet te patenteren.

Het schrijven van patenten is een kunst. Daarom kosten patent-lawyers ook zo maar 400 EUR per uur. Het draait letterlijk om iedere punt, ieder komma. De volgorde van de “claims” die je maakt, en of ze elkaar niet tegenspreken. Maar ook wat je níet wilt patenteren. Bijvoorbeeld om een later patent te kunnen schrijven, met nog meer claims.

Maar belangrijker: handelsgeheimen. Met een patent kun je bewijzen dát je de uitvinder bent. Maar door het op te schrijven geef je ook veel kennis weg, met name het pad naar de ontwikkeling toe. En door aan te geven welk pad je gelopen hebt, geef je concurrenten ontzettend veel informatie over welke paden je niet hebt gelopen…

En daar zijn de handelsgeheimen voor. “Trade Secrets” noem je dit doorgaans. Deze geef je niet vrij, maar zijn wel onderdeel van je Intellectual Property. Als personeel er mee wegloopt, of als een concurrent het steelt, is het wel degelijk te beschermen via een rechter. Mits je uiteraard de procedures goed hebt doorlopen en voldoende hebt afgeschermd.

Processen (en hun instellingen) worden doorgaans niet gepatenteerd. Zo heeft ASML wel gepatenteerd hoe bijvoorbeeld hun machine met extreem-UV-licht iets belicht. Maar uiteraard niet met welke machine-instelligen precies, en waarom. En uiteraard wéten ze dat wel!

En dit is een mooi bruggetje naar de leverancierskant van ASML: het samenwerken met partners (ook aan klantzijde overigens) vereist in sommige gevallen het delen van IP. Bijvoorbeeld licenties voor bepaalde delen van software of hardware, de toestemming om het te produceren volgens de specificaties van ASML en de verplichting die je hebt om verbeteringen door te voeren.

Ieder contract is uiteraard voorzien van een IP-clausule, die op voorhand vastlegt bij wie het eigendom van de opgedane kennis ligt. Maar vooral dat het een leverancier (of klant) NIET is toegestaan om zgn. “blocking IP” op te werpen. Blocking IP kunnen patenten zijn die het onmogelijk maken om machines ergens te verkopen, zonder licentie te verwerven op dit blocking IP.

De leveranciers van ASML

ASML kiest zijn leveranciers zeer zorgvuldig. Het is één van de “Crown Jewels” van hun IP-portfolio als je het mij vraagt: de diepgaande kennis en zorgvuldigheid en diep respect van hun supply-chain medewerkers. Ze zijn écht ontzettend goed hierin.

En dat is knap. Want feitelijk is iedere machine een “handgemaakte prototype”. Iedere machine wordt volgens specificaties van de klant gemaakt en ze zijn vrijwel allemaal uniek. Niet ieder onderdeel natuurlijk, maar het wordt wel complex.

Bedenk maar eens hoe lastig het is om de juiste bestelling door te geven bij de Chinees voor een hele familie. Dit terwijl de onderdelen hetzelfde zijn (rijst, vlees, bakje, kroepoek). Doe dit met tienduizenden onderdelen.

Maar we mogen trots zijn om nog een reden: ASML heeft heel veel Nederlandse leveranciers. Dit om verstoringen zo klein mogelijk te houden. En het maakt ook minder uit wat een product kost. Immers, het verplaatsen van productie naar een goedkoper land geeft een korte-termijnvoordeel van een lagere inkoopprijs. Maar het maakt de afhandeling complexer, de keten langer (in dagen) en de opvolging van het Supplier Team lastiger. Je moet er immers naar toe.

Belangrijke leveranciers zijn Aalberts Industries via hun tak “Aalberts Advanced Mechatronics”. Dit bestaat uit Mogema, Pneutec en Lamers High Tech Systems. Zij leveren de frames (Mogema), vacuum & gasleidingen. Zeer belangrijke onderdelen: de waferframes moeten zo vlak als mogelijk zijn en de kamer van de EUV is in een vacuum. Het creëren van een vacuüm is heel lastig en dat vereist het vakwerk wat Pneutec en Lamers leveren.
Aalberts Advanced Mechatronics is grotendeels afhankelijk van ASML (andere klanten zijn Imec, ASMI, BESI en nog wat anderen). Maar AAM is slechts een klein onderdeel van de Aalberts-groep: ongeveer 10%. Desalniettemin zorgt een groei van 30% bij ASML evengoed voor 2,5% groei bij Aalberts.

Vervolgens hebben we nog VDL ETG (wat vroeger Philips ETG was) en nog wat VDL bedrijven. Maar ook Neways (kabelbomen) en Carl Zeiss. Carl Zeiss maakt de lenzen en spiegels voor de machines. Met een kostenplaatje van een paar miljoen per stuk, is dat vrij belangrijk…

Andere leveranciers zijn Prodrive, Wilvo, IPS Technology en duizenden anderen. Daar kunnen “we” helaas niet zoveel mee: alleen Aalberts, Kyocera en Neways zijn beursgenoteerd.
Let op: Carl Zeiss Meditec is slechts het beurgsgenoteerde onderdeel van Carl Zeiss AG maar heeft niets te maken (in financiële zin) met Carl Zeiss SMT: een andere dochter van Carl Zeiss AG, de Joint-venture met ASML.

Dit is iets wat ASML vaker doet: joint ventures en overnames voor zeer kritische processen. Zo hebben ze in het verleden (2013) al Cymer overgenomen, in 2016 volgde Hermes Microvision en in 2019 Mapper Lithography.

De leveranciers van ASML: ook een stukje dieper

Er zitten ongelooflijk veel pijpen en bochtjes in een grote ASML-machine. Hiervoor zijn slechts een handjevol leveranciers geselecteerd en vrijgegeven. Dit zijn “directed suppliers”: de leveranciers van ASML mogen bepaalde onderdelen alleen bij díe leveranciers kopen.

Dit zijn bijvoorbeeld Swagelok en Dockweiler, maar ook Ham-Let, Sierra Instruments en velen extra.

Uiteraard wordt het beeld hier steeds meer “dispersed” om maar een mooi Engels woord te gebruiken: het belang van ASML (en dus de afhankelijkheid) als klant wordt steeds kleiner.

Conclusie: ASML

Profiteren van de sterktes van ASML, als investeerder, is vooral gunstig aan de klantzijde.
En dat is een bijzondere positie: de klanten van ASML investeren vele miljarden in nieuwe fabrieken. Niet alleen om de leveringsproblemen op te lossen, maar ook om meer lokaal te gaan produceren. Dit vereist nieuwe machines.

En ASML is hierin de bottleneck: het orderboek groeit sneller dan dat ze machines kunnen uitleveren. Sneller kunnen leveren door ASML levert een directe bijdrage aan de winst van ASML – terwijl het bij hun klanten pas maanden later extra omzet oplevert.

Op zijn beurt wordt ASML geplaagd door een vastlopende supply chain en oplopende kosten en levertijden. Daar wringt ook een beetje de schoen: ASML is enorm binnen zijn branche, en groot binnen Nederland (de omzet van ASML is 2.3% van de Nederlandse economie en bijna 20% van de volledige Nederlandse exportwaarde!). Maar het is veel te klein om iets in de melk te brokkelen te hebben bij, bijvoorbeeld, staalprijzen (waar hun leveranciers weer last van hebben).

Het voordeel is dat hun processen relatief energie-extensief zijn: ze hebben dus relatief weinig last van oplopende energiekosten per machine-eenheid. De vaste energie-lasten zullen echter wel enorm zijn: ASML heeft enorm veel cleanrooms en dat zijn grote energievreters.

ASML is een pareltje, waar de groei nog lang niet uit lijkt te zijn. De voorsprong is gebaseerd op eigenschappen die moeilijk te kopiëren zijn: kennis op specifieke domeinen, kennis van deze domeinen in een meer holistisch verband en de uiterst complexe supply-chain.

Toch kijken ze vooruit, naar fotonica. Daarmee dekken zij zich in voor de toekomst: ze zitten aan de grenzen van wat natuurkundig mogelijk is. Al denken we dat laatste al 20 jaar…

Laat vooral je commentaar en vragen achter!

En onthoud: niets van dit is een beleggingsadvies!

Een nieuwe categorie komt er aan: supply chain analyse

Lieve lezers, ik heb wat bedacht. En wellicht heb je er helemaal niets aan, en wellicht ook wel. In ieder geval vind ik het leuk om te doen.

Geldsnor is namelijk van huis uit inkoper geweest. Niet het type inkoper die een leverancier belt en een bestelling plaatst, maar diegene die met de engineers en technische samenzit om te kijken hoe we het beter kunnen doen, zonder kwaliteit te verliezen en zonder de marge van de leveranciers af te nemen.

Geldsnor hecht namelijk een groot belang aan een goed en simpel leven. En geloof me: als je goed met de engineers overweg kunt en je de leverancier een goed inkomen gunt, dan nemen mensen ook op vrijdagavond en tijdens feestdagen de telefoon op als het allemaal uit de hand loopt. Precies die relatie die je wilt met een leverancier.

Ik was dus strategisch inkoper, in een vrij, hoe noem je dat…Drukke wereld. Er was veel stress, veel leveringsdruk en veel kostendruk. Vond ik niet altijd leuk, en daar ben ik uiteindelijk mee gestopt.

Maar nu heb ik, naar aanleiding van berichten over ASML, bedacht dat ik wel iets kan met mijn kennis.

Vanaf volgende week ga ik wekelijks proberen een beursgenoteerd bedrijf onder de loep te nemen, en hun hele supply-chain uit te pluizen. Zowel de klantzijde als de leverancierszijde. De verschillende krachten die spelen, zwaktes, kansen. Maar ook: als het goed gaat met een bedrijf, welke leveranciers profiteren daar dan van? En wie krijgt als eerste de klappen als het slecht gaat?

Ben ik daar de juiste persoon voor? Ik denk van wel. Ik ben geen journalist, maar heb vakinhoudelijke opleidingen gevolgd: mijn studies zijn Logistiek & Economie, later gecompletteerd met een academische studie bedrijfskunde. Een kleine 15 jaar ervaring ligt er inmiddels in mij verscholen en ik heb meer dan 200 bedrijven bezocht.

En even voor de goede orde, zonder beledigingen te willen spuien: een bedrijf is voor mij een plek waar “iets” gemaakt wordt. Geen dienstverlening. Een draai/freesbedrijf, een spuitgieter, een glasproducent. Kabelmakers, fabrikanten. Van dienstverlening heb ik geen enkel stukje kaas gegeten.

Mijn analyses zullen dus beperkt blijven tot de maak-industrie: ASML, Aalberts, Akzo, Heineken, Ebusco. Dat soort bedrijven. En ik sta open voor suggesties.

Waarom? Omdat ik het leuk vind. Met de nodige disclaimers dat het geen beleggingsadvies is etcetera. En nog een waarom: ik denk dat we als bloggers onderscheidend moeten zijn. Ik wil niet schrijven waar anderen al (veel) over schrijven, als er altijd overlap. Ik waardeer (vrijwel) iedere blogger.

Maar je wilt van mij geen blogposts lezen over mijn budgetterings-excels. Daar zijn anderen veel beter in. Ook ben ik niet extreem zuinig. Ook daar zijn anderen beter in. Ook mijn aandelenportefeuille is (nog) niet om over naar huis te schrijven. Terwijl Mr.Groeigeld en Kaskoe daar veel interessantere beschouwingen over hebben.

Supply-chain-analyses als basis voor een financieel blog ben ik nog niet tegengekomen. Lijkt me wel een nuttige niche. En ach, worst-case heb ik het voor mezelf gedaan 🙂