Koffie of thee: waar word je rijker mee?

Toegegeven, een “cheesy” titel voor een blog. Want beiden kosten natuurlijk geld. En beiden zijn nauwelijks significant te noemen.
Maar een dergelijke afweging maken is een onderdeel van iets groters. Een “million dollar mindset”, zo je wil. Genieten van de dingen die je hebt en doet, maar dan iets goedkoper. Het gaat er niet per se om dat het ene nét iets goedkoper is dan het andere. Het gaat er om dat je “goedkoper leven” een onderdeel van je leven kunt maken, zonder ook maar iets op te offeren.

Ik heb eerder al berekend dat mijn koffie ongeveer 14 cent per kopje kost. De koffie van Geldnerd is veel duurder met ongeveer 36 cent per kopje. Deze kosten worden echter enigszins geflatteerd: ik zet er meestal 4 tegelijk. Dat is dus 56 cent per keer.

Tegenwoordig drink ik steeds vaker thee. Dure thee (Twinings) kost 8 cent per kopje. AH eigen merk kost ongeveer 5 cent per zakje. En daar maak ik 2 kopjes mee. De concrete besparing? 50 cent per keer (de kosten van de waterkoker en elektricteit zijn écht verwaarloosbaar en zet ik op 1 cent per keer). Hmmz. Da’s toch bijna 100 EUR per jaar (aangenomen dat ik 200 dagen werk).

100 EUR per jaar is wel significant. Zou ik vaker thee kunnen drinken? Ik vind het niet minder lekker dan koffie, alleen iets minder “er bij passen”. Kan ik nog meer “besparingen” bedenken die óók 100 EUR per jaar opleveren? Want dan gaat het stiekem best hard met bezuinigen.

Hier zijn er twee:
1. Minder frisdrank drinken. Momenteel gaat er 1 fles cola per week doorheen. Per jaar: 34 EUR. Helemaal geen cola meer drinken is niet volledig haalbaar in de praktijk. Levert ook nauwelijks nog iets op. Overigens was ik al naar huismerk overgestapt vanaf Pepsi. Dat scheelde op zichzelf al 75 cent per fles. En ik dronk eerder 3 flessen per week. 65 cent per week of 2.25 per week scheelt al gauw 80 EUR per jaar!

2. Minder chips. We hebben er een beetje een gewoonte van gemaakt om (met de noemer “zwangerschap”) 3-5 zakken chips per week te eten. Da’s veel! Maar wel de realiteit. Daar gaan we per nu sowieso acuut mee stoppen. Niet alleen vanwege de kosten, maar vanwege de gezondheid. 1 zak per week moet voldoende zijn. Scheelt 150 EUR per jaar!

Beiden zijn niet écht een opoffering, wel een aanpassing. Aanpassingen doen geen pijn, het is alleen even wennen. Het is als het aantrekken van een trui als je het koud hebt, in plaats van de verwarming hoger zetten.

Ik zal langzaam op zoek gaan naar nog meer besparinkjes die ik kan vinden. Veel micro-besparinkjes maken vele eurocenten. En vele eurocenten maken euro’s. En als ik daar gezonder van wordt én meer geld overhoudt, zonder iets wezenlijks in te leveren, dan ben ik weer geslaagd in mijn “sport” van goedko(o)p(er) leven.

Consumentisme: zonder dat is het geen leven

Een kleine 2 weken geleden schreef ik een blog over de stresstest voor de (aflossingsvrije) hypotheek. Tsjonge, dat werd gelezen zeg. In totaal al bijna 10.000 keer.

Het bracht ook nogal wat uiteenlopende reacties teweeg. Ik quote er hier 1 van Ronald:
“Het is o.a. om die redenen, dat ik reeds lang geleden (bijna 40 jaar geleden) heb besloten een volledig aflossingsvrije hypotheek af te sluiten. En die heb ik nog steeds. Een paar jaar geleden opnieuw afgesloten met een rentevaste periode van 30 jaar.
In de tussentijd maximaal geconsumeerd (geleefd). Eventuele financiële ruimte die ik had niet gebruikt voor aflossingen, maar om te beleggen.”

Een interessante quote. Vooral de geïmpliceerde conclusie dat je niet leeft als je niet consumeert. Kijk, ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat we én kunnen sparen, én af kunnen lossen en we alles kunnen kopen wat we willen.

Dit is niet zozeer arrogant of luxe, alswel een keuze. Ik heb me nog nooit ongelukkig gevoeld omdat ik iets niet kon kopen en dit dus “mis”. Het simpele feit is dat ik geniet van de kleine dingen om me heen en die zijn meestal gratis. Hardlopen, fietsen, met de kinderen het bos in, in de tuin werken, klussen. Niet altijd gratis, maar altijd goedkoper dan uitbesteden.

Is het consumentisme hetzelfde als “leven” en betekent minder consumeren dan ook minder leven? Leef ik niet, omdat ik plezier beleef aan het spelen van potje Catan met vrienden (pré-corona) ipv. naar een festival te gaan? Is mijn wildkampeertocht door Noorwegen, door weer en wind niet hét bewijs van leven? Of “leef” ik pas als ik een all-inclusive op de Malediven boek, omdat dit veel duurder is?

En als ik een Blue-Movement-Bosch-tweedehands-witgoed-abonnement neem, wat me een rib uit het lijf kost. Leef ik dan méér dan wanneer ik een Zanussi koop die goedkoper is? Of, omdat ik dan geld overhou, kan ik dan nóg een apparaat kopen zodat ik dan meer leef?

Of is het zo, dat als ik geld overhou dat ik dan een schoonmaakster in kan huren om het huishouden te doen en ik zelf Netflix kan kijken op de bank? Even los van het feit dat ik nu ook een schoonmaakster in zou kunnen huren maar simpelweg geen vreemde in mijn huis duld, en ik geen Netflix heb en mijn tijd niet spendeer aan bankhangen.

Zelf zie ik het als toppunt van leven om (letterlijk) met mijn poten in de klei te staan. Dingen zelf te bouwen, zelf te maken en zelf te onderhouden. Genieten van weer & wind, tijd doorbrengen met mijn gezin. Consumeren hoort hier niet bij, althans niet als onderdeel van het gelukkiger zijn of ergens van te genieten.

Begrijp me niet verkeerd: ik heb soms dingen nodig. Ik hou van kamperen en het maken van trektochten. Ik heb dus dure lichtgewicht tenten, benzine-branders, matjes, ultra-lichtgewicht haringen en stoeltjes, Gore-tex kleding etc. In dát geval draagt het kopen van die spullen iets bij aan het doel: het opdoen van ervaringen, die ik op de bank niet kan beleven.
Hetzelfde geldt voor klussen: ik heb alle apparatuur in huis, zodat ik het ook zelf uit kan voeren. Maar ook hier dient het consumeren een hoger doel: zonder deze spullen kan ik sommige dingen eenvoudigweg niet doen.

Maar verder? Nee, het consumentisme maakt me onpasselijk. Elke 2 weken leg ik 2 zakken met plasticafval (PMD) aan de straat. Ik verbruik enorme hoeveelheden energie om ons leven te leiden. Minder dan de gemiddelde mens wellicht. Maar ik word er niet vrolijk van. Recentelijk heb ik tegen wil en dank een nieuwe telefoon moeten kopen. Werd ik daar gelukkig van? Absoluut niet. Ik baalde als een stekker. Ik had nog wel jaren met mijn oude telefoon willen doen, maar een batterij wisselen ging niet handig in mijn afgelegen locatie tijdens de coronacrisis. En zonder telefoon is ivm. werk en zwangerschap van Echtgenote gewoon geen oplossing.
Ik stel zoveel mogelijk aankopen uit. Wat ik nodig heb, heb ik nodig en wordt gekocht. Maar consumeren als synoniem voor leven? Nee, ik pas ervoor.

Klimaatadaptatie

Het klimaat verandert. Een weekje kou doet daar niets aan af: de wereldtemperatuur stijgt en stijgt bovendien steeds sneller. 2016 was het warmste jaar (op wereldschaal gemeten) sinds het begin van de metingen. 2020 kwam gelijk uit. Het verschil tussen de twee? 2016 was een jaar met een zgn. (sterke) El Nino, welke in 2020 niet speelde. El Nino is een natuurlijk verschijnsel waarbij er warm water aan de oppervlakte komt in de Indische oceaan, waardoor het wereldwijd iets warmer is in een El Nino jaar. Een jaar waarin géén El Nino speelt en wél net zo warm eindigt, is naar verhouding dus warmer. Anders gezegd: tijdens het volgende El Nino jaar gaan de records onherroepelijk sneuvelen.

We zien het ook de in de wereld om ons heen. Nederlandse winters zijn afwezig (zelfs met deze week zeer stevige vorst zal deze winter als “normaal” de boeken ingaan). De lentes worden droger, de zomers warmer en het groeiseizoen langer. De periodes van droogte worden afgewisseld met zeer natte periodes. Op grotere schaal zien we gletsjers in rap tempo terugtrekken in de Alpen en in Noorwegen, bergen afbreken door het smelten van permafrost en grote sinkholes in Rusland door het smelten van de bodem.

De Groenlandse ijskap smelt: de aangroei van sneeuw gaat op zich sneller dan het smelten, maar als je het afkalven van de gletsjers die in zee uitmonden meeneemt, slinkt het rázendsnel.

Ondertussen hebben we politici zoals voorheen Trump maar ook Baudet en anderen die ontkennen dat er iets aan de hand is. Er wordt geframed dat het nemen van maatregelen geld kost (men blijft liever geld overmaken naar het Midden-Oosten), dat er massaal vogels sterven, dat windturbines & zonnepanelen produceren meer energie kost dan wat ze opleveren en dat elektrische auto’s op kolencentrales rijden. Overigens, zelfs op kolenstroom stoot een elektrische auto minder CO2 uit, inclusief het productieproces.

Het ontkennen van feiten is stuitend, arrogant en bovenal gevaarlijk. Los van mijn politieke kleur en mijn status als boomknuffelaar. Maar dat terzijde: we zijn het punt van het kunnen voorkomen van de zogenaamde “1.5C van Parijs” ruimschoots voorbij. Ook de 2C gaan we niet droog houden…En gezien de wereldwijde samenwerking (en vooral het gebrek daaraan) bij de corona-crisis, heb ik vrij weinig hoop dat dit voor een minder zichtbare crisis beter gaat.

Zelf probeer ik zoveel mogelijk in te zetten op klimaatadaptatie en wat ik zelf kan doen. Voor regelmatige lezers zal het bekend zijn: ik woon in een goed geïsoleerd huis, met veel zonnepanelen, lage temperatuurverwarming, verwarm met airco en rij in een elektrische auto (en een plug-in hybride). Ons finale energieverbruik voor het gehele huishouden (elektriciteit, gas, brandstof) is 27.000kwh per jaar. Dat is fors, maar stukken minder dan “vroeger”. In 2016 bedroeg het namelijk nog een slordige 32.000kwh en dat was exclusief de auto’s. Daar zou nog een slordige 20.000kwh voor bijgeteld moeten worden (benzine & diesel bevatten ongeveer 9kwh aan energie per liter).

Maar ook aan de adaptatie kant probeer ik mee te buigen. Dat is het vastleggen van koolstof in de tuin, zorgen dat er meer water in de grond kan zakken en plantensoorten kiezen die beter tegen droogte (en nattigheid) kunnen. We hebben afgelopen voorjaar enkele boompjes geplant, maar ook tientallen planten. Enkele muren die zijn blootgesteld aan de zuidelijke hitte worden “bekleed” met bramen, frambozen, vijg, druiven, kiwi en passiebloem. Daarmee worden die muren minder warm en hebben wij ’s nachts minder last van het “hitte-eiland-effect”. Hierbij blijven steden (en dorpen) in de zomer warmer ’s nachts, doordat de muren en andere steenoppervlakten veel warmte absorberen en dit ’s nachts weer langzaam afgeven.

Ik word dan ook treurig van zeer keurige tuintjes: volledig betegeld, met een aantal potten voor wat “groens”. Die potten moeten regelmatig water en mest. Mijn voorstel: haal eens wat tegels uit je tuin. Begin met 1, later 2. Het onkruid wieden valt wel mee als je hier gewoon een grotere plant in zet. Als het regent kan het water hier de bodem inzakken (in ieder geval beter dan door een tegel heen!) en het is goed voor het bodemleven. Die groene planten zorgen verder voor afkoeling (of voorkomen opwarming van de tegels, door verdamping uit de bodem en schaduwwerking).  En het schijnt heel goed te zijn voor je gemoedstoestand. We zijn niet geboren om in een betonnen jungle te leven.

Wellicht kunnen we, als we het met meerdere mensen doen, zorgen voor een betere grondwaterstand, minder verzilting en een koelere stad. We kunnen ook een aanzienlijke hoeveelheid CO2 vastleggen in de bodem en erboven: op de plek van 1 tegel kan gemakkelijk een wilg groeien (of een ander boompje die je makkelijk kunt knotten, zodat deze niet te groot wordt). Met 8 miljoen huishoudens betekent 1kg per huishouden per jaar al 8000 ton.

Ik probeer dit jaarlijks makkelijk te overtreffen – wie doet er mee?

Kosten van aanpassing & actie

Het nemen van actie kost veel geld: het ophogen van dijken (wat maar beperkt mogelijk is), het verplaatsen van steden en allerlei andere maatregelen. Maar het op korte termijn aanpassen van je tuin en woning op grotere hitte en droogte is tamelijk goedkoop. Een appelboompje kost 15 EUR, een wilgenstekje kun je gratis wel ergens krijgen. Een tegeltje er uitwippen is ook gratis. Het volplanten van je gevels met bramen en dergelijke kost misschien 100 EUR. Maar heeft direct een voordeel: je hebt lekker fruit, de bijtjes & vlinders worden er blij van (en de vogels ook) en je gevel blijft een stuk koeler in de zomer. Hierdoor blijft je huis koeler en koelt de tuin beter af in de korte zomernachten.

Het voorkomt ook een hoop ellende met wateroverlast: je zult versteld staan hoeveel water er in de bodem weg kan zakken als je een gezonde bodem hebt. Mijn wadi is gemaakt op kleigrond, maar heeft tot nu toe al het water opgevangen van mijn tuinhuisje (30m2). Sinds oktober (toen heb ik de regengoot in de wadi laten stromen) is er al een kleine 10.000 liter de bodem ingevloeid. Dit terwijl de oppervlakte van de wadi zelf hooguit 2m2 is. Dit geeft een buffer voor de zomer en voorkomt ook heel wat water in de achtertuin. Als méér mensen dit soort maatregelen nemen, is er minder wateroverlast op straat en minder noodzaak voor gemeentes om riolen aan te pakken. Ook is er minder verdroging en verzilting. Win-win toch?

Enfin: ik hoop dat een ieder wat bewuster omgaat met de wereld om zich heen. Een kleine bijdrage helpt al enorm en kost geen geld en nauwelijks tijd. Doen dus!

Verandert de pandemie onze woonwensen & plaatsen?

De meeste Nederlanders wonen in het drukke (en dure) westen van het land, met een flinke strook grotere steden in Brabant en een aantal clusters buiten deze regio’s waar veel mensen wonen zoals de steden in Twente en het gebied Arnhem-Nijmegen. Hier zijn ook de meeste banen te vinden: van het een komt het ander en van het ander komt het een.

Maar in de corona-pandemie zien we dat mensen (al dan niet gedwongen) meer thuiswerken en zijn grote volksstammen van plan om dit te blijven doen. De vraag rijst dan ook: waarom zou je nog in het westen of een stad (willen) wonen? Gaat er een grotere trek naar “het platteland” plaatsvinden? Ik kan me dit goed voorstellen; wij hebben die keuze al meer dan 10 jaar geleden gemaakt om onze kinderen niet te krijgen in een drukke stad maar op het platteland in het zuidoosten van het land. Een vrijstaande woning kostte hier destijds 235.000 EUR, en in de stad waar we woonden meer dan 3 ton – in een drukkere buurt met een kleinere tuin.

Inmiddels wonen we in een ander huis, maar nog steeds vrijstaand en op minder dan 20km van een grote stad en minder dan een uur tot een grote internationale luchthaven (ja, er is méér dan Schiphol!).

Kosten? Iets meer dan 4 ton en een kleine ton aan verbouwingen. Hiervoor krijg je 200m2 woonoppervlak, 600m2 perceeloppervlak, overal airco, 4 slaapkamers, thuiskantoor, tuinhuis, vloerverwarming en tientallen zonnepanelen (en bijgevolg geen energierekening).

Voor hetzelfde geld of hetzelfde type huis

Voor hetzelfde geld koop je in bijvoorbeeld Ede een nieuwbouwproject op stadsverwarming (géén mogelijkheden om te besparen op je energierekening, en geen kans om over te stappen), op 250m2 perceeloppervlak. En niet vrijstaand: je hebt gewoon buren onder hetzelfde dak. En dat voor 490.000 EUR v.o.n. Stevig aan de prijs.
Een vergelijkbare woning (570m2 perceel, 157m2 woonoppervlak) in Amsterdam kost 750.000 EUR. Dit huis ligt wel vlak langs de A5.

Dat scheelt natuurlijk behoorlijk in de lasten: onze woning kost aan rente (2%) ongeveer 8.000 EUR aan rente per jaar. Het huis in Amsterdam zou betekenen dat je 15.000 EUR aan rente betaald per jaar. Da’s een vrij stevig verschil.

Maar zijn de “Randstedelingen” ook bereid om hun stedelijke woonwensen op te offeren? En wat offer je dan precies op? De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik altijd een hekel heb gehad aan wonen in de stad. Druk, weinig parkeerruimte, veel geluid(soverlast). Kleine huizen, nauwelijks tuin. Ik maakte nauwelijks gebruik van de “faciliteiten” van de stad: we gingen zelden naar de bioscoop, restaurants heb je overal en naar de kroeg gaan kan prima in de zuidoostelijke dorpjes en stadjes. Een week lang zelfs: daar hebben we zelfs carnaval voor uitgevonden.

Welke “offers” het precies zouden zijn, kan ik me niet indenken. Dus: wees welkom op het platteland. Er is meer dan “de stad”. Wees wel bewust waar je aan begint: er zijn hier trekkers, ’s nachts (in de zomer) hoor je soms irrigatiepompen, veel mensen hebben bladblazers en er wordt verwacht dat je de buren kent en helpt als het nodig is. Het is hier niet altijd rustig!

Alsof de duvel er mee speelt

Alsof de duvel er mee speelt: afgelopen vrijdag heb ik een blogje geplaatst over Doomsday Prepping. En zaterdag, aan het eind van de middag kwam er iemand van de watermaatschappij aan de deur. “Meneer, we gaan zo het water afsluiten want er is verderop in de straat een lekkage. Het kan wel een paar uur gaan duren.”
Supertof, met een 39-weken zwangere vrouw en 2 kleine kinderen om een aantal uur geen water te hebben. Snel hebben we wat emmers water gevuld en een pannetje om te kunnen koken. Konden we in ieder geval doorspoelen & eten.

Gelukkig was het lek snel gedicht en hadden we tegen 19 uur weer water uit de kraan. Net op tijd voor de winterinval.

Want zaterdagmiddag was het aan het regenen, maar tegen 19 uur ging dit over in sneeuw. Het bleef vrijwel meteen liggen. De wind trok flink aan en bracht veel kou. Terwijl ik dit schrijf is het aan het sneeuwen bij een temperatuur van -6 graden. Gelukkig zit ik binnen. Maar het is wel meteen te merken in huis. Ons energieverbruik is enorm toegenomen. Zaterdag verstookten we nog 6.2m3 gas, gister was dat 8.4m3 en vandaag tot 11 uur al 3.7m3 gas.

Ook aan de elektra is het flink te merken, omdat we gedeeltelijk verwarmen op elektriciteit: de verwarming in de bijkeuken is elektrisch, evenals de verwarming boven. En gezien de temperatuur op de slaapkamer van mijn dochter onder de 10 graden zakte, hebben we daar ook de verwarming aangemaakt. Vandaag hebben we tot 11 uur reeds 17.9kwh verbruikt, gister 44.6kwh en op zaterdag 42.8kwh. Dat zijn flinke verbruikssommen en zal zijn impact hebben op het héle jaarbedrag. Ik zeil wat dat betreft vrij scherp aan de wind: het voorschotbedrag is uitgerekend tot vrijwel de cent nauwkeurig, obv. gemiddelde temperatuur. Dit weer is nogal niet gemiddeld. Het is zelfs zo koud dat verwarmen met de airco kansloos is: er komt momenteel gewoon niet voldoende warmte uit. Gelukkig gaat van de week zon flink schijnen en de zonnepanelen zijn helemaal schoongeblazen. Maar deze week gaat toch een paar tientjes kosten.

Maar ik heb gister een enorm sneeuwkasteel gebouwd met mijn zoon. We hebben 5 uur in de sneeuw gespeeld. Vandaag heb ik hem met de slee naar een vriendinnetje gebracht (want de school is dicht ivm. de sneeuw & gladheid). Het was fantastisch en die paar tientjes zéker waard!

Voedselbos: best een idee!

Ik omschrijf mezelf als linkse (doch kapitalistische) boomknuffelaar. Ik lees dan ook veel (online en offline) over van alles en nog wat over (biologisch) tuinieren, voedselbossen etc.

Wij hebben een relatief grote tuin. Vrienden van ons wonen in een Vinex-wijk in het midden van het land en hadden een tuin van 8×8 meter (en geen noemenswaardige voortuin). “Zeer ruim” volgens de makelaar. Dat maakt onze tuin “extreem groot”. Het “werkbare” oppervlak is ongeveer 335m2. Ons grondoppervlak is groter, maar op het tuinhuis (30m2), garage (45m2) en oprit (80m2) kan ik niets groeien.

Onze tuin is nog in opbouw: we wonen hier pas 1.5 jaar. Het doel is om het kindvriendelijk te houden: we hebben een gazon met robotmaaier, een terras, een grote overkapping annex tuinhuis en een ingegraven trampoline. Maar de tuin moet ook iets opleveren. Een goede voedingsbodem voor insecten (vlinders, bijen, hommels, wespen etc.), vogels & vleermuizen. Maar ook iets te eten voor ons.

Dat eten is nu niet zo belangrijk, er hangt niets van af. Maar het dient 2 doelen: ik vind het leuk (en da’s belangrijk!) en in de toekomst willen we wel toe naar een woning met échte grond rondom het huis: een paar hectare het liefst.

Dus nu is het wat “oefenen”: we hebben 5 olijfbomen, een vijg, 2 appelbomen en wat kruidenstruikjes. Dit wordt binnenkort aangevuld met bessenstruiken, bramenstruiken, frambozen, druiven en wat leifruit. Er wordt niets bemest, behalve met spullen die uit de tuin komen. Blaadjes mogen vergaan, snoeiafval gaat op een berg. Sproeien doe ik zo min mogelijk, alleen bij extreme hitte.

Maar het leert me wel vast om te gaan met de toekomstige tuin: het voedselbos. Zoals gezegd wil ik het liefst een paar hectare grond, waar ik rondom een natuurlijke omheining maak van hazelaars, bramen, meidoorns en vuurdoorns. In de tuin zelf diverse open plekken voor bessen (veel licht nodig), walnotenbomen, tamme kastanjes, appels, peren, pruimen en kersen. Ik hoef geen exotische vruchten: moeilijker te verwerken en te planten.

In het midden een grote vijver, voor de opslag van water en aan de randen de nodige ruimte voor onkruiden en bodembedekkers. Natuurlijk ook ruimte voor pompoenen, meloenen, courgettes, wortels en aardappels en dergelijke – want ik moet er wel zoveel mogelijk van kunnen leven.
Ik wil niet beregenen, dus moet er zoveel mogelijk water vastgehouden worden op eigen erf. Ik woon in het ZO van Nederland, hoog boven de grondwaterspiegel en warme zomers zijn normaal.

Een dergelijk voedselbos is relatief onderhoudsarm, dus we kunnen gewoon op vakantie (mits goed aangelegd). Het is ook een goede buffer voor CO2 zo lang het groeit. Daarbij levert walnotenhout van volgroeide bomen over een jaar of 30 geld op en kan ik het hakhout van andere bosjes eerder al gebruiken om warmte mee te maken in huis.

Wellicht kan ik zelfs mensen uitnodigen om fruit te plukken en jam te maken, of notenolie. Brandnetelthee, en lekker vers fruit…

Al met al zijn wij vast voorzichtig op de uitkijk voor een dergelijk stuk grond met woning. We hebben namelijk wel wat eisen: het moet vrijstaand zijn, minimaal 10.000m2 grond maar >20.000 bij voorkeur. Het moet een klushuis zijn, en binnen 5km straal van onze huidige woning. Het liefst kopen we dit pas over een jaar of 10, maar omdat deze woningen schaars zijn, moeten we vast rondkijken.

Doomsday-prepping: hoe goed ben jij voorbereid op stroomuitval?

Ik ben niet echt een doomsday-prepper, maar wel graag goed voorbereid. Met een aanstaande bevalling en een vrijwel all-electric huis kijk ik echter wel met een schuin oog naar aankomend weekend. Het weer in zijn algemeenheid is een grote hobby, sneeuw en winter een enorme liefhebberij.

Ik kijk dus uit naar een dik pak sneeuw, een gierende oostenwind, sneeuwduinen en sneeuwbergen door de schuivers. Maar ik heb de herinngering aan 25 november 2005 nog vers in mijn geheugen staan. Een actieve depressie trok over het noorden van het land, waarbij er forse sneeuw viel in het midden en oosten van het land, en later in het zuiden. Het was echter nét boven nul en die dag viel er in mijn omgeving 100mm neerslag. Om een idee te geven: in de natste gebieden van Nederland valt er 1000mm neerslag per jaar. 100mm is dus 10% van een jaarhoeveelheid, die viel in enkele uren.

Maar de temperatuur was net boven nul. Normaliter resulteert 1mm neerslag in 1cm sneeuw, maar dit was erg natte sneeuw. Er viel dus “slechts” 30cm sneeuw en de rest was een dikke laag ijs. Door die laag ijs vielen bomen om, maar ook elektriciteitsmasten. Er was sprake van grootschalige én langdurige stroomuitval in Haaksbergen en omgeving.

Met de huidige weersverwachting lijkt het iets anders te zijn: het is fors kouder en de fractie droge sneeuw is dus 100%. Enkele tientallen mm’s neerslag is daarmee tientallen centimeters sneeuw. Maar er is ook kans op ijzel in het zuiden en samen met een harde wind kan dit wel tot schade aan hoogspanningsmasten leiden.

Wat zijn de gevolgen van stroomuitval?

Misschien overbodig om te zeggen, maar bij stroomuitval doet de verlichting het niet. Maar ook de verwarming doet het niet! De warmtepomp doet het bij zeer koud weer sowieso niet (in ieder geval niet met enig rendement), maar ook je CV-ketel heeft elektriciteit nodig om te draaien. Als de stroom uitvalt, heb je dus geen verwarming meer, maar ook geen warm water.

Hoe goed ben ik voorbereid op stroomuitval?

Dat doet me denken: hoe goed ben ik voorbereid op stroomuitval? Want wij verwarmen ons huis met een warmtepomp (airco). Verder hebben we elektrische verwarming boven en beneden vloerverwarming (op de CV-ketel).
Stel dat de stroom uitvalt: wat kan ik dan nog wel?

We hebben kaarsen in huis, nog ongeveer 150 waxine-lichtjes. 1 waxinelichtje brand met 100W, dus 150 waxine-lichtjes geven 15000W vermogen. Met 1 uur waxine-lichtjes branden genereer je netzoveel warmte als met het verbranden van 1.5m3 gas. Helaas brandt een waxine-lichtje maar een paar uurtjes. Echt substantieel warm zul je het er niet mee krijgen, los van de benodigde extra ventilatie. Wel geeft het licht.

Het gasfornuis doet het natuurlijk ook nog – dus we kunnen koken en daarmee ook wat warmte genereren. Top! Kunnen we altijd nog in de keuken gaan zitten. We hebben ook diverse plaids, dikke dekens en kruiken in huis. Worst-case kunnen we in de auto zitten, krijgen we het daar warm :-).

We hebben verder enkele lampen op een accu (LumiMe) en een paar powerbanks vooraf opgeladen. In het donker zitten we dus niet.

Om de koelkast maak ik me niet druk: als de stroom uitvalt door sneeuw kunnen we natuurlijk alles gewoon buiten zetten. Tevens hebben we voor ongeveer 10 dagen eten in huis, waardoor we er in ieder geval niet acuut uit hoeven. Mochten supermarkten moeilijker bevoorraad kunnen worden, dan hebben wij nergens last van.

Ben jij een beetje een Doomsday Prepper?

Waarom “handig zijn” handig is – en een goede hulp bij “rijk worden”

Vroeger, zeg een jaartje of 12 geleden, kon de Geldsnor helemaal niets. Enigzins trots wist ik soms zelfs te melden dat ik “2 linkerhanden” heb maar gelukkig voldoende geld verdiende om “anderen het werk te laten doen”. Tsjonge, de arrogantie als ik er aan terugdenk. Ten eerste trots zijn op iets niet kunnen…Da’s natuurlijk een beetje bijzonder. Maar ook de (geïmpliceerde) gedachte dat handwerk op de een of andere manier minderwaardig zou zijn en iemand anders het maar moest doen.

Maar, in 2011 kochten wij een klushuis. Ik kon nog steeds vrij weinig, maar ben gaandeweg meer gaan doen. Meer gaan genieten van het keiharde werk wat soms noodzakelijk was. Dit begon met de leuke klusjes waarbij niets mis kon gaan: slopen! Uitbreken van de vloer met een boorhamer, het weghalen van muren maar ook het ondermijdelijk plaatsen van stutten en lateien.

Langzaam maar zeker werd het meer en meer. Sommige apparaten had ik eerst geleend, en later gekocht. In eerste instantie had ik niet meer dan een schroefmachine, maar dit werd snel uitgebreid met een boorhamer. Vervolgens kwamen er trekveren bij (voor elektriciteitsdraad) en buigveren (om de pvc-buizen te buigen). We hebben zelf de zolder geïsoleerd, de tuin aangelegd, tussenwanden geplaatst, waterleidingen getrokken (en aangesloten) enzovoorts.

Al snel begon ik het allemaal leuker en leuker te vinden. Inmiddels doe ik vrijwel alles zelf. Ik roep enkel nog hulp in als iets te zwaar is om alleen te doen, of als het echt oefening vereist: stucadoren en tegels zetten op grote oppervlaktes bijvoorbeeld. Ook maak ik een uitzondering als ik geen tijd heb: aan de zolderverbouwing zal ik bijvoorbeeld niet alles zelf doen, simpelweg omdat ik 3 kleine kinderen heb en niet voldoende tijd zal hebben.

Wat levert het op?

Dit is eenvoudig: een beetje klusjesman rekent tegenwoordig rond de 40 EUR per uur, exclusief BTW. Die btw moet je natuurlijk gewoon meerekenen, dus je komt op afgerond 50 EUR per uur. Deze kosten kan je vergelijken met je eigen netto-loon: ik verdien netto iets onder de 30 EUR per uur. En nog belangrijker: ik ben niet afhankelijk van de planning van iemand anders!

In de uren kun je het zelfs nog anders beredeneren: ik werk geen uur minder (en krijg dus niet minder betaald) als ik iets zelf doe. Ik doe het namelijk in mijn vrije tijd. Dus komt er alleen maar iemand in om het voor mij te doen als het te moeilijk is, te gevaarlijk, verplicht of als ik geen tijd heb.

Dat gezegd hebbende: een professional heeft natuurlijk de juiste apparatuur en zal alles een factor 2-5 sneller doen dan jij (of ik).

Welke klussen kun je zelf doen?

Wat je zelf kunt doen hangt uiteraard af van je eigen handigheid. Linkerhanden bestaan niet, dat is een excuus om iets niet te proberen. En als je het niet probeert, zul je het niet leren en blijf je dit excuus eeuwig gebruiken.

Onderstaand is een eenvoudig lijstje van veel voorkomende klussen. Sommigen schrikken mensen behoorlijk af: Oei, de vloer moet er uit en de muur moet er uit. Ja…En? Dat kost vrijwel niets om te doen en is zeer eenvoudig. Wel even checken of het geen dragende muur is en welke leidingen er door de vloer & muur lopen. Maar complex is het niet!

Het is ook niet zo dat klussen duurder worden als ze complexer worden. Want de complexiteit zit vaak in de oefening. Ik kan niet stucadoren of tegelen, omdat ik dit nooit doe en niet vaak nodig heb. Dat maakt het moeilijk, en daarom besteed ik dat uit. Maar voor een stucadoor is het simpelweg meters maken (al is het absoluut een kunst!).

Voor de benodigde machines en dergelijke: ik heb zelf in de loop der jaren alle spullen gekocht. Zaagtafel, geleide-zaag, decoupeerzaag, bandschuurmachine, gewone schuurmachine, afkortzaag, buigveer, trekveer, boorhamer + tientallen verschillende maten boren, handzagen, schroefmachines, tangen, trekveer. Ik heb nooit iets nodig.

KlusMoeilijkheidSpullen nodig
Vloer slopen (zandcement dekvloer)EenvoudigBoorhamer
Verven & schurenEenvoudigSchuurmachine & kwasten en rollers.
BehangenEenvoudigBehangtafel en lijmkwast
Elektra: stopcontacten vervangenEenvoudigSchroevendraaier, striptang
Laminaat leggenEenvoudigLaminaatsnijder/afkortzaag, decoupeerzaag
Beton stortenEenvoudigBetonmolen
Kitten: acrylaatEenvoudigKitspuit
Muur slopenMatigStutten (indien dragende muur), boorhamer, moker
Zandcementvloer stortenMatigCementkuip, opzetstuk boormachine
Elektra: nieuwe stopcontacten plaatsenMatigGatenboor, evt. Buigveer & trekveer, draad
Waterleiding (kunststof)MatigKoppeltang
(Houten) tafel makenMatigAfkortzaag, geleidezaag
Kitten: siliconeMatigKitspuit
Trap makenMoeilijkHamers, zwaaihaak, diverse zagen, schroefmachine
Tafel maken (hout)MoeilijkGeleidezaag, zaagtafel, schroefmachine
Elektra: volledig nieuwe draden trekken van meterkast over verdiepingsvloer etc.MoeilijkTrekveer, buigveer
StucadorenMoeilijkCementkuip, rei, opzetstuk boormachine, spaan
Tegels zetten / leggenMoeilijkKuip voor tegels, waterpas, etc.

Voorbeelden

Op dit moment ben ik bezig met het maken van een eetkamertafel van massief eikenhout. Dit hout had ik zelf nog liggen (het was vroeger de vloer van dit huis). Een vergelijkbare tafel kost in de winkel ongeveer 1500 EUR. Voor de Geldsnor is deze tafel 26 EUR: namelijk een aantal schroeven en lijm.

Ook heb ik vorig jaar zelf een tuinhuisje gebouwd: 7.5×4 meter. Totale materiaalkosten waren een kleine 4.000 EUR. De offerte om hetzelfde huisje te laten bouwen kwam uit op ~18.000 EUR.

Een laatste voorbeeld: toen wij dit huis kochten vonden we de badkamer te klein. We (dat ben ik) hebben de badkamer volledig gestript voor de kosten van 0 EUR. Vervolgens heb ik een dragende muur verwijderd en gestut (4 EUR huurkosten voor de stutten voor 2 weken) en een nieuwe muur geplaatst (Ytongblokjes gelijmd & een grote latei geplaatst). Kosten: materiaal. Een latei is vrijwel gratis (paar tientjes) en hetzelfde geld voor de ytong & lijm. Ik denk dat ik met 150 EUR klaar was. Ook moest er een nieuwe zandcement dekvloer in de badkamer gemaakt worden (100 EUR aan zandcement) en heb ik daarop de elektrische vloerverwarming gelegd. De afwerking met tegels en dergelijke heb ik laten doen door de tegelzetter.
Hier zat voor mij een kleine 40 uur werk in, en ik schat dat een professional 2x zo snel was. Dat heeft me dus 1000 EUR opgeleverd. Niet slecht in een weekje vakantie – en ik had meteen mijn fitness-activiteiten gehad!

Verkiezingsretoriek: Kinderopvang – moet dit gratis zijn of niet?

In diverse media en verkiezingsprogramma’s gaat het over het al dan niet gratis maken van kinderopvang. Dit heeft natuurlijk voordelen en nadelen.
Zo schetst Groenlinks het beeld dat kinderopvang goed is voor de ontwikkeling van kinderen. Als vader van meerdere kinderen kan ik dit uit ervaring zeker onderstrepen. Het is ontzettend goed voor de sociale ontwikkeling van kinderen. Ze leren omgaan met leeftijdsgenootjes, maar ook met volwassenen en het volbrengen van taakjes. Bovendien zijn ze in de kinderopvang behoorlijk creatief in het bedenken van allerlei spelletjes.

Het gratis maken van de kinderopvang heeft verder het voordeel dat je het hele geneuzel rondom toeslagen kunt voorkomen. Wel gaat het voorbij aan een aantal praktische zaken: er is nu al een tekort aan kinderopvang en het leidt tot de vraag: wie gaat dit betalen? Maar ook: wie gaat hier het meest van profiteren?

Met betrekking tot het betalen: de vraag rijst al snel “waarom moet ik, als ik geen kinderen heb, betalen voor gratis kinderopvang?”
Op zichzelf een valide vraag, maar in mijn niet-bescheiden optiek niet zo simpel te beantwoorden. Of misschien ook wel. De Snor is een jongeman van 36, sport 6 dagen per week matig tot intensief, eet gezond, rook niet, drink zelden of nooit. Als iemand zonder kinderen niet hoeft mee te betalen aan bepaalde faciliteiten, waarom ik dan wel aan de zorgkosten van het type bankaardappel met allerlei (latente) gezondheidsklachten?

Bovendien: waar trek je de grens? Hoe zit het dan met scholen, universiteiten, vakonderwijs en dergelijke?

Wat zou het kosten?

Ik kan slechts bij benadering bepalen hoeveel het zou kosten om de kinderopvang gratis te maken. Volgens het CBS waren er in 2019 400.000 kinderen tussen de 0 en 4 jaar. In de plannen van Groenlinks is de gratis opvang alleen van toepassing vanaf 6 maanden (en tot 4 jaar). Gemakshalve ga ik er vanuit dat er 350.000 kinderen zijn tussen de 6 maanden en 4 jaar.

Als deze kinderen állemaal naar de opvang zouden moeten (of mogen, beter gezegd) en iedereen dit 5 dagen per week zou doen heb je 70.000 begeleiders nodig. 1 pedagogisch medewerker mag gemiddeld 5 kinderen in de gaten houden. Dit is een gemiddelde, want het hangt af van de leeftijd: 1 leidster per 3 nuljarigen, maar bijvoorbeeld 8 kinderen van tussen de 3 en de 4. Vergeef me dus deze simplificatie.

Een pedagogisch medewerker verdient tussen de 1800 en 2600 EUR per maand. Dit rond ik af op 30.000 EUR per jaar inclusief vakantiegeld. Dit betekent dat de salariskosten 2.1 miljard EUR per jaar zijn. Een deel hiervan vloeit terug in de staatskas door loonbelasting. Dit is in totaal ongeveer 250 miljoen EUR per jaar (namelijk bijna 300 EUR per maand per medewerker).

Dan hebben we nog bedrijfspanden en inrichting nodig. Onze kinderopvang (op een boerderij) heeft 2 groepen van maximaal 15 kinderen (en dus meerdere begeleidsters per groep). Voor 350.000 kinderen heb je 11.600 locaties nodig. Bijna 30 per gemeente, gemiddeld. Het huren van een locatie zet ik op gemiddeld 2500 EUR per maand. Met wat goede wil van gemeentes en dergelijke moet dat lukken. Voor inventaris en energiekosten verdubbel ik het geheel.

Uiteraard zijn er nog cursussen nodig, zoals BHV, bijscholing en dergelijke. Ik reken hiervoor 1000 EUR per medewerker per jaar. Ook zijn luiers en fruit en dergelijke meestal inbegrepen bij de kosten voor de kinderopvang. 1 kind gebruikt een luier of 3-4 per dag (in de tijd dat deze op de opvang is). Kosten: 1.20 EUR per kind per dag. Ook eten ze iets: fruit, yoghurt, boterhammen. Laten we zeggen 2 EUR per dag per kind. Flesvoeding wordt aan het begin meegegeven. Deze kleine kostenpost is in totaal ruim 246 miljoen EUR per jaar!

Enfin, ik heb het allemaal in een tabelletje gezet. Het is vast niet compleet en zéker gesimplificeerd.

Kosten kinderopvang voor de maatschappij indien gratis
PostAantalBedragTotaal
Medewerkers70000 €      30.000 €       2.100.000.000
Loonbelasting medewerkers70000 €       -3.600 €         -252.000.000
Netto loonkosten: €       1.848.000.000
Locaties11700 €      60.000 €          702.000.000
Bijscholing, cursussen, BHV etc.70000 €         1.000 €            70.000.000
Luiers, eten350000704 €          246.400.000
Totaal €       2.866.400.000

De kosten staan op ongeveer 2.9 miljard EUR per jaar. Over 8 miljoen huishoudens verdeelt is dit 362,50 EUR per jaar, ofwel 3 tientjes per maand. Stel dat ik er een factor 3 naast zit, dan hebben we het over 90 EUR per maand.
Let op dat dit NIET te vergelijken valt met de kosten voor kinderopvangtoeslag die nu gemaakt wordt door de overheid. Dit is namelijk ~2.6 miljard EUR per jaar. Maar hierin zitten ook de kosten voor buitenschoolse opvang. Dat is een veel grotere groep kinderen (namelijk nog eens 600.000) waarvoor ook toeslag geldt.

Wat kost de kinderopvang nú?

De kosten voor kinderopvang zijn zeer sterk afhankelijk van een aantal dingen:
1. Hoeveel dagen kinderopvang neem je af?
2. Voor hoeveel kinderen?
3. En hoeveel verdien je?

De relatie tussen inkomen & toeslag heb ik geplot in een grafiek:

Zoals je ziet krijg je voor het 2e kind (en volgenden) aanzienlijk meer toeslag dan voor de eerste.

Maar wat betekent dit nu concreet?

Zoals je kunt zien heb je vanaf een inkomen vanaf ongeveer 100.000 EUR een grotere eigen bijdrage dan toeslag die je krijgt. Vanaf 129.457 EUR maakt het niets meer uit of je meer gaat verdienen voor de opvangtoeslag van je eerste kind: de opvangtoeslag blijft namelijk gelijk boven de 129.457 EUR.

Dit is anders bij 2 of meer kinderen. Je krijgt voor de volgende kinderen namelijk meer toeslag. Pas vanaf een verzamelinkomen hoger dan 198.155 EUR per jaar zit je aan het maximum van 67.6% toeslag voor meer dan 1 kind.

Kinderopvangkosten per maand: totaal kosten, toeslag en eigen bijdrage

Bovenstaande verhouding blijft gelijk ongeacht het aantal dagen per week. De absolute bedragen nemen natuurlijk flink toe.

Wie profiteert het meest van gratis kinderopvang?

Uit bovenstaande grafieken blijkt duidelijk dat in absolute zin het grootste voordeel zit bij de hoogste inkomens. Voor mijn gezin betekent het, met 2 dagen opvang per week op 2 kinderen, een meevaller van bijna 700 EUR netto per maand als kinderopvang gratis zou zijn. Dat is 5.7% per jaar tov. het verzamelinkomen

Voor een gezin met 1 modaal inkomen en een half modaal inkomen (61.000 EUR per jaar) is de meevaller 233,50 EUR per maand. Dat is 4.6% per jaar tov. het verzamelinkomen.

Des te hoger de lonen (en dus de eigen bijdrage), des te groter de absolute én relatieve winst. Het is dus een forse denivellering – en daarmee vrij verbazingwekkend dat dit wordt voorgesteld door een linkse partij als GroenLinks.

Verder profiteert denk ik de maatschappij: er zijn sowieso meer medewerkers nodig in de kinderopvang. Een deel van dit geld wordt direct teruggestort aan de overheid middels loonbelasting. De rest gaat “in de maatschappij” doordat er inkomen is. Ook stelt het meer mensen in staat om meer te werken.

Praktisch gezien vind ik het nonsens. Het is namelijk absoluut niet haalbaar. Er zijn te weinig kinderopvanglocaties en medewerkers. Deze opleiden duurt jaren. Voordat je deze kinderopvang gratis hebt gemaakt ben je dus jaren verder, in praktische termen.

Los daarvan moet je goed bedenken waar je de opvang gratis mee gaat maken: hoe ga je dit betalen? Dat lijkt me eenvoudig: de hoogste inkomens profiteren onevenredig veel van het gratis maken van de kinderopvang. Je zou de loonbelasting hoger kunnen maken voor de hogere inkomens. Maar dan heb je een probleem wellicht: de hoogste inkomens zitten doorgaans bij hogere leeftijden die minder of geen gebruik maken van kinderopvang. Het aantal gezinnen met jonge kinderen en inkomens boven de 100.000 EUR is klein. Dit kan dus op weerstand rekenen.

Je kunt overwegen om de kinderbijslag inkomensafhankelijk te maken. Jonge gezinnen met hoge inkomens zoals mijn eigen gezin hebben geen kinderbijslag nodig.

Andere ideeën?


De Nieuwe Telefoon

Afgelopen maandag meldde ik al dat mijn telefoon aan het sterven was. In de moderne tijd betekent dit dat ik een nieuwe zou moeten kopen. Immers, zonder telefoon is internetbankieren schier onmogelijk en ook inloggen met Digid voor bijvoorbeeld een coronatest is een stuk eenvoudiger mét mobiele telefoon. Evenals communicatie met de overheid.

Er moest dus iets gebeuren. Nu moet je weten: ik geef geen barst om telefoons. Ik heb ze niet als modestatement, ik gebruik géén social media en alles voor mijn blog en andere werkzaamheden gaat heel ouderwets via een laptop. De minimale specificaties zijn dan ook: het ding moet het doen. Ik heb géén stappenteller nodig, eigenlijk zelfs geen GPS (want ik heb een activity tracker om mijn pols en ik train veel op een fiets met een computer). Ik heb géén goede camera nodig (als ik echt foto’s wil maken pak ik wel m’n spiegelreflex). Draadloos opladen? Ik zie het punt niet. Enorme opslagruimte? Mwoah, who cares? Merkje? Onbelangrijk.

Maar ik moest ‘m wel acuut vervangen: de batterij was zó slecht dat zelfs aan de oplader de telefoon regelmatig uitviel. Met een zeer hoog-zwangere vrouw is dat tamelijk onhandig. Het maakte ook dat ik niet de deur uit wil om een batterij te laten vervangen van mijn huidige telefoon. Dan ben ik uren van huis en volledig onbereikbaar (want m’n telefoon doet het immers niet!). Uitstel van consumptie ging niet echt – al was ik deze aankoop feitelijk al een aantal maanden aan het uitstellen…

Mijn oude telefoon kostte destijds 360 EUR en daar heb ik 44 maanden mee gedaan. Die telefoon heeft mij dus 8.18 EUR per maand gekost. Het was al vrij snel duidelijk dat ik geen aanbieding ging vinden waarbij ik iets kon krijgen wat net zo goedkoop was. Een iPhone SE van model 2020 (“de nieuwe”) kost ongeveer 450 EUR. Dat zou dus 10.22 EUR per maand zijn als deze net zo lang mee zou gaan. Dat is 25% duurder dan mijn huidige telefoon.

Dat gingen we dus maar niet doen. De keuze is nu gevallen op een toestel van 199 EUR, een Nokia 5.4. Het is geen iPhone, dus het zal na 12 jaar iPhones weer even wennen zijn. Het zal ook wat minder eenvoudig zijn om alles te migreren. Maar aan de andere kant: als deze telefoon 25 maanden overleeft is deze nét iets goedkoper dan mijn huidige telefoon was.