De elektrische fiets(er)

Hoewel ze onverwachts gedrag vertonen, zijn ze vaak al van verre herkenbaar: de elektrische fietser. Met een traag beentempo ontwikkelen ze een snelheid die gevaarlijk is als je dit koppelt aan het doorgaans wat tragere reactievermogen wat gepaard gaat (of ging) met de elektrische fietser. Men draagt vaak, ongeacht de weersomstandigheden, lange mouwen, lange broeken, handschoenen en vaak een muts. Zelfs met meer dan 20 graden heb ik gister de nodige elektro-fietsers met handschoenen en sjaal gezien. Ongelooflijk.

Een bepaalde categorie elektro-fietser heeft ook spiegeltjes. Totaal zinlose dingen: óf men kijkt er niet in, óf men doet niets met de informatie en blijven breeduit langs elkaar fietsen in een relatief hoog tempo.

Dat is “de klassieke elektrofietser”. Op leeftijd en soms slecht ter been. Het is voor hen een fantastische uitvinden: de mobiliteit blijft op peil en het is eenvoudiger om in beweging te blijven. Mijn grootouders van bijna 90 hebben allebei een elektrische fiets en kunnen mede hierdoor nog zelfstandig blijven wonen. Ideaal!

Maar er zijn nog 3 categoriën te gaan. De “vitale 50-er”, de “bakfiets-mama” en de “scholier”.
Kijk, Geldsnor fietst veel en is doorgaans vrij fit. En ik snap er werkelijk helemaal niets van. Waarom zou je als gezond iemand, zonder verdere beperkingen, een elektrische fiets kopen? Wie kan mij uitleggen waarom je met een elektrische fiets naar de tennisvereniging gaat, of naar de voetbal?

De “Vitale 50-er”

Als ik een rondje fiets, zoals ik gister deed, kom ik die vitalie 50-er massaal tegen. Eerst op de fiets, en daarna op de terrasjes. Of andersom. Heerlijk een stukje fietsen (snap ik prima) en dan omdat je zo gezond bezig bent geweest een stuk vlaai naar binnen snavelen met een kop cappucino en slagroom. Dat moet men natuurlijk zelf weten, baas in eigen huis en zo, maar ik snap er niets van. Laatst legde iemand mij uit dat zij “zo sportief was” en elke zondag wel 60 km fietste. Elektrisch ondersteund, maar “nooit op maximaal, hooguit de helft”. Dat is 125W, wel te verstaan. Nu moet je weten dat de Geldsnor fietst met een vermogensmeter en mijn FTP ligt rond de 250W. Daarmee zit je ruim boven de 25kmh (de officieel begrensde snelheid van trapondersteuning). Om die snelheid te halen op een elektrische fiets met 50% ondersteuning gebruik je zelf dus minder dan de helft van de energie. Zelfs maar 35%. 60km fietsen is op die manier equivalent aan 20km fietsen zonder ondersteuning. Wellicht iets om over na te denken als je dat extra stuk taart pakt…

De bakfiets-mama

Zelf heb ik ook een bakfiets. Dat geef ik meteen toe…Uiteraard zónder trapondersteuning! Op die manier is een rondje fietsen met de kinderen meteen een training. Wie zegt dat mannen niet kunnen multitasken!

Maar ik zie in de buurt, ook al woon ik in een klein flutdorpje op het platteland, massaal de bakfiets-mama. Bakfiets-mama’s rijden in tegenstelling tot de term helemaal niet altijd met een bakfiets. Het kan ook een elektrische mama-fiets zijn. Extra dik frame, met voor en achter een zitje. Wij hebben ook een mama-fiets, uiteraard zonder ondersteuning. Dat snap je. De bakfiets-mama gaat er vaak buitengewoon prat op om gezond en bewust te leven (super!), maar hebben niet zelden een behoorlijke Netflix-ervaring (moeten ze zelf weten, maar meestal gaat series bingen niet gepaard met sporten en een bakje sla). Ik moet wel zeggen, en vergeef me deze opmerking alsjeblieft, dat het voor mannen vaak buitengewoon plezierig is om de kinderen naar school te brengen of op te halen. In ieder geval hier in het dorp hebben de meeste vriendjes en vriendinnetjes van mijn kinderen erg knappe mama’s. In de kroeg zou ik dit wellicht minder genuanceerd brengen. Maar dat terzijde.

De scholier

Toen de Snor nog een Snorretje was fietste ik elke dag naar school. Mijn basisschool was 5km fietsen (lang verhaal, iets met een verhuizing en weer terugverhuizen waarbij ik per se naar dezelfde school wilde als vroeger en ik zat in groep 7/8). Mijn middelbare school was een kilometer of 12. Weer of geen weer: ik moest fietsen. -10, +30, sneeuw, ijzel, regen of mist. Er was geen alternatief. Met de bus naar school duurde enkele uren, en “No way” dat mijn ouders mij zouden wegbrengen of ophalen. Slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding. En eerlijk gezegd zijn er maar weinig nostalgische gevoelens zo sterk als het gevoel van vingers die tintelen en pijn doen van de kou (of van het opwarmen, na de kou).

Hoe anders lijkt dit nu te zijn. Ik zie de scholieren (voor zover ze nu fietsen) massaal op de elektrofiets van een dikke duizend EUR naar de scholen fietsen. Gezonde, jonge, normaliter fitte mensen. En daar gaat het voor mij “mis”. We zijn geen ontberingen meer gewend en willen onze kinderen daaraan niet blootstellen. Beweging is goed, maar beweging moet wel gepaard gaan met “belasting” van je spieren. Dat is goed voor je botten, je spieren, je hart en bloedvaten, je hersens. Ik vraag me dan ook af welke invloed dit later gaat hebben op onze collectieve gezondheid. We zijn immers nog steeds in de waan dat we veel bewegen, zonder dat dit werkelijk (qua intensiteit) het geval is.

Douwe Egberts punten: wat zijn ze waard

In Huize Geldsnor drinken wij veel koffie. Al is het tegenwoordig een stuk minder, moet ik toegeven. Maar het is nog altijd aanzienlijk. Doorgaans drinken we Douwe Egberts-koffie. Snelfiltermaling, want ik drink graag koffie uit een kan (ik schenk het wel eerst in een kopje hoor, ik ben geen barbaar). En meerdere koppen achter elkaar. Bovendien weiger ik veel geld uit te geven aan al die fancy machines die van alles maken wat ik niet gebruik. Maar voor ieder wat wils natuurlijk… En gezien ik een hekel heb aan elk apparaat wat lawaai maakt, komen koffiebonen er niet in. En omdat ik hou van de wereld om me heen gebruik ik geen pads of cups.

Wij knippen als ware verzamelaars de koffiepunten uit. Maar natuurlijk ook de punten van de Pickwick thee. Inmiddels hebben we een kleine 8.000 punten hier in huis liggen. En natuurlijk dient zich dan de vraag aan: wat zijn ze waard? En waar kun je ze inleveren?

Wat zijn de Douwe Egberts punten waard?

Nou…Niet zoveel. Da’s de korte versie van het antwoord. En het fluctueert ook nog wat je er voor kunt kopen. Zo kun je bij Blokker (en dat beantwoord meteen de vraag: waar kun je ze inleveren?) een Douwe Egberts Moccamaster filterkoffiezetapparaat kopen voor 41.800 punten. Dit in plaats van 209 EUR te betalen.

Een snelle rekensom leert dat 1000 punten dus 5 EUR waard zijn. Overigens staat dit ook gewoon op de website van Blokker. Een totaal onnodige rekensom van mijn kant dus. Maar ach, die maak ik wel vaker…

Hoeveel koffie moet je daar voor drinken?

Het antwoord op die vraag is dan weer: best wel veel. Op 1 pak koffie zitten 20 punten. 10 cent per pak dus. Een pak kost ongeveer 6 EUR per stuk, mits niet in de aanbieding. Het is dus ongeveer 1.7% van de aanschafprijs wat je aan korting kunt kopen.

1 pak koffie van 500 gram gaat ongeveer 50 kopjes mee (ons koffieschepje is 10 gram, en met onze water/koffieverhouding is dat 10g op 1 mok). Om een koffiezetapparaat bij elkaar te sparen van 41.800 punten moet je dus 2090 pakken koffie leegdrinken, of 104.500 mokken koffie drinken. Met 10 mokken per dag dus 10.450 dagen ofwel 28,5 jaar.

Er zijn natuurlijk wel methodes om dit te optimaliseren! Zo kun je de kiloverpakkingen kopen: dat zijn feitelijk 2 pakken van 500 gram. Echter, in plaats van 2×20 punten krijg je er 100 punten gratis bij. Ik heb het vast voor je uitgerekend: je hebt nu nog “maar” 299kg (of 598 pakken van 500g) nodig om de 41.800 punten bij elkaar te sparen. Het duurt nu wel minder lang om dit voor elkaar te krijgen: nog maar 29.900 mokken koffie. Bij 10 per dag is dit nog maar 8 jaar ipv. 28 jaar.

Nu dient zich de vraag aan: loont dit? De kilo-verpakkingen zijn namelijk nooit in de aanbieding. Deze kiloverpakkingen kosten (actueel) 11.89 EUR per kg. Een 500 gram verpakking kost 5.99 en is dus 9 cent per kg duurder. In de aanbieding kost deze koffie 8.5EUR (bij een supermarkt) of 8.92 (thuisbezorgd met bol).

Tsja, dan is de rekensom makkelijk: 100 punten extra levert 50 cent korting op bij het inleveren er van. De “netto” prijs van de kg koffie is dus 11.39 EUR. Onder normale omstandigheden (lees: geen aanbieding) is een kilogram-verpakking dus 5% goedkoper. Wanneer er sprake is van een aanbieding is de 500g variant altijd goedkoper.

Maar natuurlijk kan ik de rekensom complexer maken, en dat doe ik dus ook. Immers, op de lange termijn ga ik er vanuit dat koffie net zoveel duurder zal worden als de inflatie. Ik hanteer gemiddeld 1,5% inflatie ten opzichte van dit jaar. En dat kun je dan weer plotten in een grafiek. En als dat kan, dan doe ik dat. Dus bij deze:

Grafiek van de opbouw van punten per 500 gram of 1000 gram verpakking geplot tegen de hoeveelheid euro's die het kost om deze koffie te kopen.

Na iets meer dan 28 jaar, dus in het 29e jaar, heb je met 500g voldoende punten bij elkaar om die koffiemachine te kopen. Maar met de kg verpakking reeds na 8 jaar (in het 9e jaar). Op dat moment heb je 51 EUR minder uitgegeven aan koffie (met inflatiecorrectie) én ongeveer 140 EUR meer aan punten gespaard. In totaal dus 190 EUR goedkoper. In die periode heb je dus 299kg koffie gedronken. In de aanbieding waren deze 500 gram verpakkingen echter een EUR per kg goedkoper dan de kiloverpakkingen die nooit in de aanbieding zijn. Van dit verschil kun je de koffiemachine ook gewoon kopen. Conclusie: je kunt beter gewoon de 500g-verpakkingen kopen die in de aanbieding zijn, zonder dat je de extra punten incasseert!

Het is wel jammer dat je deze alleen kunt inleveren bij de Blokker. Dan worden ze op je account gestort (die je eerst moet aanmaken) en kun je er online weer iets van kopen. Dit is een beetje omslachtig. Wel een fijne gedachte dat we dus voor ruim 40 EUR aan punten hier hebben liggen. Ik zal er aan denken om deze mee te nemen in de volgende netto-waarde update :-).

Fabel debunked: vochtige lucht verwarmen kost NIET meer energie dan droge lucht verwarmen

Overal kom je het tegen, op diverse websites: ventileer je woning goed! Want vochtige lucht verwarmen kost veel meer energie dan droge lucht verwarmen. En dus moet je goed ventileren. Het lijkt wel een echokamer op het internet. Iedereen kletst elkaar na, zonder dat er iemand een goede BINAS op na heeft geslagen of het wel waar is. Voor hen die niet weten wat een binas is: dat was het boekje met formules voor biologie, natuurkunde en scheikunde die je vroeger op de middelbare school gebruikte. Nu misschien nog wel, maar ik zit daar niet meer zo in.

Even een paar feitjes: een m3 lucht van 20 graden met een luchtvochtigheid van 90% bevat 15 gram water. Dezelfde kuub bij 60% luchtvochtigheid nog 10 gram. Ik zal je het rekenwerk besparen: het kost 0.7% méér energie om die vochtige lucht te verwarmen. Dat is tamelijk verwaarloosbaar.

Die 90% is de aanname van vochtige binnenlucht, en de 60% de aanname van droge geventileerde lucht. Helaas is niet op alle dagen de luchtvochtigheid buiten rond de 60%. Actueel is deze buiten 99% (en binnen 59%). Maar, luchtvochtigheid is relatief. Als de temperatuur lager wordt, dan stijgt de luchtvochtigheid tot het moment dat er condens gevormd wordt. Zo onstaat ook mist. Andersom geldt ook: de luchtvochtigheid buiten van 99% geldt op dit moment bij de actuele temperatuur van 10.1C in mijn tuin. Als ik deze lucht naar binnenhaal stijgt de temperatuur van die lucht en daarmee daalt de luchtvochtigheid. Binnen is het hier nu 21.2C (op mijn kantoor) en is de luchtvochtigheid dus 59%.

Zo krijg je in de winter ook zeer lage luchtvochtigheden in huis: buiten is de luchtvochtigheid misschien nog hoog bij een lage temperatuur, maar vervolgens gaan we het verwarmen. En daarmee droogt de lucht uit. Maar goed, daar gaat het niet om.

Gevoelstemperatuur

Het gaat niet alleen om de absolute temperatuur. Maar ook om de gevoelstemperatuur. En ook die wordt in grote mate bepaald door de luchtvochtigheid. Je kent het verschijnsel wellicht: in het voorjaar is het een graad of 20 en heerlijk weer. Maar zodra je de schaduw instapt voelt het heel koud aan. Dat komt omdat de luchtvochtigheid laag is. Bij een lage luchtvochtigheid kan je lichaam zijn warmte heel snel kwijt (zonder te gaan zweten) en daardoor voelt het koud aan. Omgekeerd geldt dit ook. Een vochtige lucht kan heel warm aanvoelen. Een temperatuur van 27 graden bij een luchtvochtigheid van 90% kent een gevoelstemperatuur van 30C. Bij 40% is dit 27C.

Evenzo kunnen we dit toepassen in de binnentemperatuur. Ik zal je de formule besparen, maar neem maar aan dat de gevoelstemperatuur (heat-index) bij 20C en 40% relatieve luchtvochtigheid ongeveer 19 graden is. Wat gebeurt er nu als we de lucht vóchtiger maken? De gevoelstemperatuur loopt op tot 21C bij 100% luchtvochtigheid.

Ergo: bij een hogere luchtvochtigheid mag de absolute luchttemperatuur láger zijn om dezelfde gevoelstemperatuur te bereiken. Hoewel het dus 0.7% meer energie kost om deze lucht te verwarmen, hoef je deze minder ver op te warmen om dezelfde gevoelstemperatuur te bereiken. Er is dus geen sprake van lagere stookkosten door ventilatie.

Waar komt het dan vandaan?

Ik vraag me dan ook af waar het vandaan komt. Het is natuurkundig gezien namelijk gewoon onzin. “Fake-news”. Geleuter in de ruimte. Echokamer-politiek, geschreven door mensen die niet aan fact-checken doen. En je komt het overal tegen.
Echter: een hoge luchtvochtigheid is wel ongezond. Althans, het duidt op een weinig geventileerde omgeving en dat is op zichzelf ongezond omdat er geen lucht ververst wordt. Bacteriën en virussen waren vrij in het rond en bouwen zich op. Vocht trekt in de muren, condenseert tegen de ramen en het houtwerk begint te rotten. Ook zijn schimmels dól op hoge luchtvochtigheid.

Dus: ventileren? Doen, voor je gezondheid. Maar het levert je geen lagere energierekening op.

(overigens: wellicht kun je nu ook voorstellen waar de “koude airco” vandaan komt. Airco’s koelen de lucht, maar onttrekken óók vocht aan de lucht. Het wordt dus dubbel kouder, want de gevoelstemperatuur daalt veel sneller dan de werkelijke temperatuur.)

De “test” betreffende financiële onafhankelijkheid…

Soms kom je van die artikelen tegen die zich uitstekend lenen voor een reactie. En zo’n artikel kwam ik gister tegen op de website van Porterenee: HOE FINANCIEEL ONAFHANKELIJK BEN JIJ? TEST HET!. En ik kon, politiek correct uitgedrukt, een kleine glimlach niet onderdrukken. De auteur van het artikel denkt duidelijk anders dan de Snor. Ik denk in systemen & modellen. Ik ben van huis uit inkoper, maar heb een MSc in bedrijfskunde, en krijg kleine kortsluitingen bij dit soort artikelen. Niets ten nadelen van het artikel en de auteur: het is op zich best goed geschreven. Maar ik krijg mijn hoofd niet om de tegenstrijdigheden heen gevouwen. Het lukt me niet. Ik krijg er koppijn van. En dat schrijf ik dus graag even van me af…

Het artikel omschrijft diverse “levels van financiële onafhankelijkheid”. Ik parafraseer ze per level, en lever direct mijn commentaar er op:

Level 1: financiële afhankelijkheid

Dit level is van toepassing op de meeste mensen: je bent voor je leven afhankelijk van de inkomsten die je krijgt van andere mensen of instanties. Uitkeringen en toeslagen worden genoemd. Loon van “gewoon werken” niet, maar ik neem aan dat ook dit bedoelt wordt.
Ik heb weinig aan te merken op het eerste level, mits werk ook meegenomen wordt. Je bent financieel afhankelijk, want zonder inkomen teer je in op het eigen vermogen. Indien er geen eigen vermogen aanwezig is, zink je weg in het moeras van schulden.

Level 2: Financiële solvabiliteit

Dit level wordt al iets lastiger. Solvabiliteit wordt (terecht) omschreven als de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen. Wanneer je eigen vermogen groter is dan je vreemde vermogen, dan is de solvabiliteit groter dan 1. Maar vervolgens schrijft de auteur “Bereik je level 2? Dan kun je met je inkomen al je kosten, zoals je vaste lasten en afbetalingen op schuld(en), zelf betalen.”
En daar gaat het mis…Solvabiliteit heeft quasi helemaal niets te maken met de mogelijkheid om met je inkomen al je kosten zelf te betalen! In de formule van solvabiliteit komt de variabele “inkomen” helemaal niet voor. Dat is liquiditeit: de inkomsten zijn groot genoeg om de kortlopende schulden & verplichtingen te voldoen. Zoals hypotheek en kinderopvang.
Los van dit (belangrijke) semantische verschil, treed hier een stukje kortsluiting op in mijn hoofd. Je kunt namelijk heel erg prima financieel afhankelijk zijn en toch een voldoende liquiditeit hebben. Neem iemand die 5.000 EUR per maand verdient en vaste lasten heeft van 3.000 EUR per maand. Er is ruimschoots voldoende inkomen om te voldoen aan de lasten. Edoch, zonder dit inkomen is die liquiditeit er niet meer en zul je interen op het eigen vermogen. En dát gaat dan weer ten koste van je solvabiliteit…

Level 3: financiële stabiliteit

Met een inkomen wat voldoende is en een buffer van 1000 EUR wordt gesproken van financiële stabiliteit in het artikel. Die buffer is sterk persoonlijk, maar het lijkt mij nog vrij weinig “stabiel”. Zelf zou ik spreken van financiële stabiliteit als je inkomen voldoende is om kleine tegenvallers met het lopende inkomen op te vangen zónder een buffer aan te hoeven spreken. Met andere woorden: als er iets tegenzit hoef je niet aan het spaargeld te komen, je legt alleen minder in betreffende de periode.

Level 4: Vrij van schulden

Als je vrij van schulden bent kom je in level 4. Er wordt gesteld “geen enkele schuld, niks noppes nada”, en in de bijzin “maar volgens sommigen horen hypotheek en studieleningen hier niet bij”. Ik hou niet van tegenstellingen in zinnen. Zeker niet als er later gesteld wordt dat “alleen schulden die je leven niet ernstig beïnvloeden” betekent dat je schuldenvrij bent.
Ik hou niet van ambiguiteit: zolang je een hypotheek of studielening hebt, ben je niet schuldenvrij. Je hebt een schuld. Of dat erg is of niet hangt af van je liquiditeit én solvabiliteit. Zo heb ik een studielening die mooi in Box 3 aftrekbaar is, zonder rente. Daar heb ik geen enkel probleem mee en geen enkele “incentive” om die versneld af te lossen. Laat maar zo lang mogelijk staan. Echter, voor sommigen is dit wel een probleem omdat banken de maandelijkse verplichtingen wél meenemen in de berekening voor je maximale hypotheek. En dus kan een studielening wel degelijk een groot gevolg hebben voor je leven. En ook de hypotheek heeft doorgaans een vrij grote invloed op je leven.

Level 5: parttime financieel onafhankelijk

“Je bereikt level 5 als je genoeg geld opzij hebt gezet om werk te gaan doen wat minder verdient. Helemaal stoppen met werken zit er nog niet in. Maar je kunt wel kiezen voor ander werk met een lager salaris. Of parttime gaan werken bij je huidige baan.”

Aj. Ik voel een adertje kloppen en mijn linkeroog trekken. Als je liquiditeit voldoende is, kun je minder gaan werken. Ook als je wél schulden hebt. Zo gaat de Snor vanaf september minder werken (althans, wat ik minder ga werken bij de baas wordt vervangen door mijn eigen bedrijf). Is dit een probleem? Nee. Mijn inkomsten dalen dan van 4800 EUR per maand naar 3200 EUR per maand. Dit heeft geen enkele invloed op mijn liquiditeit: ik hou nog steeds geld over (maar wel minder). Heeft dit invloed op mijn solvabiliteit? Nee, ik hoef niet in te teren op mijn eigen vermogen (want de liquiditeit blijft overeind). Maar ben ik schuldenvrij?

Nee, dat ben ik niet. Ik heb een hypotheek én een studielening. Dus heb ik schulden. En die schulden zijn groter dan mijn eigen vermogen (mijn solvabiliteit is kleiner dan 1, want mijn hypotheek is ~400.000 EUR tegen een eigen vermogen van ~150.000EUR). Kan ik helemaal zonder inkomen van “derden”? Nee. Dus feitelijk zit ik in level 1, want er is een financiële afhankelijkheid. Ook al kan ik een hele poos zonder inkomsten (en dus interen op eigen vermogen), maar dat hou ik niet oneindig vol.

Level 6: financiële veiligheid

Je bent financieel veilig als je passieve inkomsten groter zijn dan je vaste lasten. Dit is een parafrasering van wat er werkelijk geschreven staat in het artikel. Maar ik vind dit een leuke zin “Het is eigenlijk nog te vroeg om helemaal te stoppen met werken. Maar je zou al wel kunnen minderen.”
In level 5 kon je toch al minder gaan werken? Dus wat voegt level 6 dan toe?

Level 7: Financiële flexibiliteit

Idem als level 6, maar dan met een hoger passief inkomen. Dit wordt omschreven als het rendement op je investeringen (al zijn er natuurlijk ook andere passieve inkomstenbronnen, maar dat terzijde want het is tenslotte een parafrase van mij). In level 7 kun je “goed” leven van je rendement, maar moet je wel flexibel zijn met je uitgaven. Wat “goed” leven is, is natuurlijk voor iedereen anders. Maar een goede tip zou zijn dat je altijd zo flexibel mogelijk moet zijn in je uitgaven.

Level 8: financiële onafhankelijkheid

Je rendement op investeringen levert genoeg op om alle kosten te dekken, ook de flexibele. Je kunt stoppen met werken. Top. Weinig op aan te merken verder. Evenals op level 9: financiële vrijheid. In dat level zou je ook wat droomgeld kunnen spenderen. Iets met tweede huizen en dergelijke.

Level 10: financiële overvloed

We zeggen dat iemand financiële overvloed heeft als er minimaal 3x zoveel binnenkomt als je nodig hebt om al je kosten te dekken.
Wíe zegt dat en op basis waarvan? Is het 3x zoveel als ál je kosten ten opzichte van level 9? Of ten opzichte van je normale vaste lasten en uitgaven, maar zonder het tweede huis en je boot in Marbella? Dat is mij niet zo duidelijk.

Conclusie

Deze blogpost is niet bedoeld om te “bashen”, maar slechts mijn gedachtengang betreffende tegensprekende punten. Het een sluit het ander niet uit, zeker in de lagere levels. Je kunt uitstekend liquide zijn en een lage solvabiliteit kennen. Die liquiditeit kan zelfs zo groot zijn dat je een stuk minder kunt gaan werken of voor jezelf beginnen met een flink verkleind risico. En dat met een lage solvabiliteit. Maar je kunt ook een zeer hoge solvabiliteit hebben maar een beroerde liquiditeit. Stel je huis is 1 miljoen EUR waard en de hypotheek is 500.000 EUR…De solvabiliteit is nu 2. Maar er staat 0 geld op de bank, en je wordt werkloos. De hypotheek kun je ondanks je hoge solvabiliteit niet meer betalen…Je snapt het probleem. Cash is king.

Het hele artikel komt een beetje “gekunsteld” op mij over: het is mooi om op een lijstje van 10 te komen, dus we maken er 10 levels van. En met een beetje terminologie lijkt het aan autoriteit te winnen, ook al wordt de terminologie verkeerd toegepast. Enfin. It’s just my 2 cents. Mijn eigen ideeën over fases van financiële onafhankelijkheid heb ik al uitgeschreven in een eerdere post.

15% verloren in een jaar

Deze post gaat niet over mijn vermogen, of inkomen. Nee, deze post gaat over mijn conditie. Het afgelopen jaar, of inmiddels bijna 1,5 jaar, staan in het teken van corona. Bij mij, bij jou, bij iedereen. En ik moet zeggen dat het me zwaar begint te vallen. Niet zozeer omdat ik niet kan sporten: dat gaat prima. Ik ga niet naar een sportschool en sport uitsluitend individueel. Hardlopen en fietsen zijn mijn sporten.

En uiteraard hou ik ook hiervan allerlei statistieken bij met mijn smartwatch. Om het een en ander een beetje te kaderen heb ik gekeken naar de periode vanaf begin 2019 tot nu. Aan het eind van de zomer van 2019 was ik op mijn zwaarst (van de afgelopen 2,5 jaar) met bijna 86kg op 29 juli 2019. Daarvoor was ik een stuk lichter, maar ook sneller. Daarvoor heb ik gekeken naar de snelste kilometertijd van mijn hardloopsessies. En uitsluitend gekeken naar sessies langer dan 10km. Stukjes van 5 of 8 kilometer heb ik niet meegenomen. Zoals je ziet was de snelste tijd rondom het voorjaar / eind van de winter van 2019: 209 seconden per kilometer (3 minuut 29), gelopen in een 10 kilometerloopje in de buurt. De piekjes in februari van dat jaar liggen rond de 260 seconden en zijn gelopen tijdens halve marathons (snelste in 1u35).

Enfin…De zomer van 2019 was een heerlijke zomer, maar ik heb geen idee meer wat er op sportief vlak gebeurde. Ik heb in ieder geval weinig gesport in die periode, althans geen afstanden groter dan 7km. Dat is dan ook de “flatline”. Langzaam gaan we naar de start van de coronaperiode. Aan het begin van de coronaperiode woog ik 83,8kg. Voor mij een vrij hoog gewicht. Maar, ik liep ook mijn rondjes op 244 seconden. Niet per se heel erg slecht.

Nu, eind mei 2021 is mijn gewicht lager dan aan het begin van de coronacrisis. Ik schommel rond de 82kg. Maar met hardlopen gaat het helemaal niet zo goed: ik heb maar liefst 15% aan conditie in mogen leveren! Nu heb ik er voor gekozen om dit in seconden per kilometers uit te drukken. Ik had dit ook kunnen doen met de gemiddelde tijden per afstand. Het resultaat is hetzelfde.

Of is het resultaat toch anders?

Oj Geldsnor. Je glijdt af! Of is er toch iets anders aan de hand? Gelukkig is er iets anders aan de hand. Er spelen namelijk meer parameters mee. Zo zegt de kilometertijd (of de totale tijd) helemaal niet alles. Het gaat er ook om hoe ik me daarbij voelde. En dat is goed te meten met de hartslag. Gelukkig hou ik die ook bij. Ik heb er geen mooi grafiekje van gemaakt, dat niet. Maar van de hartslag moet je weten dat deze rechtevenredig is aan de snelheid, bij een gelijkblijvende conditie. Uiteraard minus de basishartslag die je sowieso moet hebben om te overleven (rusthartslag) en wakker te zijn (bewustzijn).

En gelukkig. Mijn meest recente cijfers zijn niet zo slecht. Zo is de 284 seconden per km gelopen in een loopje waar mijn gemiddelde hartslag 157 was. Gelijk aan de score van 2020.
Maar wat is er dan aan de hand? Welnu: ik heb veel meer gefietst in de winter. Honderden kilometers per week, op een fietstrainer. Mijn conditie is op zich dus nog wel prima. Alleen zit het niet meer in hardlopen, maar in het fietsen. Daarvoor gebruik je nét andere spieren (of dezelfde spieren op een andere manier). De komende tijd zal het zich dus ook snel recht kunnen trekken als ik weer volle bak aan het hardlopen ga en de fiets vaker laat staan. Of het vaker combineer. Helaas (op sportief gebied, verder absoluut geen helaas) heb ik 3 kleine kinderen en dat neemt een hoop tijd in beslag.

Desalniettemin lukt het minder goed om echt “diep” te gaan. Iets om aan te werken. Als je tot hier bent gekomen: mijn excuses voor deze sportstatistieken op een quasi-finance blog 🙂

Voor mezelf beginnen: wel of geen pensioen opbouw

Ik ben al een poos bezig met de vraag (en het antwoord) of ik voor mezelf ga beginnen en hoe. Inmiddels zijn we natuurlijk al een stap verder en kom je van alles tegen waar over nagedacht moet worden. Eén van die dingen is pensioenopbouw.

De Geldsnor heeft een comfortabele pensioenopbouw: 2% van de pensioengrondslag wordt door mij betaald, de rest door de werkgever. In de praktijk betekent dit dat ik zelf ongeveer 139 EUR pensioenpremie per maand betaal en mijn werkgever ongeveer 415 EUR. In totaal 554 EUR per jaar. Wij werken met een beschikbare-premie regeling: het potje staat op mijn naam en ik betaal dus niet voor het pensioen van een ander. Er is ook geen enkele garantie: als het meezit heb ik bedrag X en als het tegenzit Z. En gemiddeld Y. Dit alles leidt wel tot zeer lage premies en relatief grote aanwas. En netto betaal ik dus een stuk minder dan bijvoorbeeld mijn vrouw waar lachend 11,75% van haar loon wordt ingehouden als pensioenpremie die vervolgens op een grote hoop geveegd wordt. En haar werkgever betaalt ook nogmaals hetzelfde. Met andere woorden: met een (veel) lager salaris betaalt zij méér premie dan ik.

Enfin. Het gaat er nu om:

Als ik voor mezelf ga beginnen, ga ik dan pensioen opbouwen?

Huidige situatie: mijn pensioen

Collegablogger Geldnerd heeft een goede post geschreven over ons pensioenstelsel. Niet alleen die post, lees vooral die categorie eens door op zijn blog. Dan hoef ik het niet te herhalen en krijgt hij de credits van zijn (omvangrijke) werk.

Ons pensioenstelsel heeft de grondslag dat we een AOW opbouwen. Dit is de basis voor het hele systeem en neem ik dan ook als aanname aan voor mijn eigen overwegingen. Doordat ik al mijn hele leven in Nederland woon is er reeds een deel opgebouwd. Een ander deel gaat opgebouwd worden, omdat ik in Nederland blijf wonen. Althans, dat is een zeer valide aanname op dit moment.

Reeds opgebouwd: 4488 EUR (AOW) en pensioen (5841 EUR, waarvan 4810 beschikbare-premie indicatie). Huidige werkgever reeds 2161 EUR. De AOW groeit door naar 11.220 EUR. Totaal pensioen vanaf 68: 19.222 EUR. Overigens is dit wat in mijnpensioenoverzicht staat. Volgens de SVB (die de AOW uitbetaalt) is het reeds 833 EUR netto per maand (883 EUR bruto per persoon). Daar ga ik dus vanuit: namelijk dat de AOW over 32 jaar niet lager zal zijn dan nu. En dat we bij elkaar blijven.

Inkomsten per jaar (bruto), na pensionering, peildatum 31-12-2020:
AOW Geldsnor: 11.443
AOW Lieftallige Echtgenote: 11443
Pensioen Geldsnor “gegarandeerd”: 1031 EUR
Pensioen Geldsnor “beschikbare premie”, indicatief: 6971 EUR
Totaal: 30.888 EUR

Netto zal dit net iets minder zijn, maar niet enorm. Netto is de AOW 9.996 EUR per jaar (per persoon). Mijn pensioen zal ongeveer 5.000 EUR per jaar zijn. Totaal dus 2083 EUR per maand. Mijn Lieftallige Echtgenote zal voorlopig echter sowieso doorwerken. Haar pensioen is dus niet meegenomen (maar AOW wel).

Inflatie

Inflatie is grotendeels persoonlijk en hangt in sterke mate af van de keuzes die je maakt. Wij drinken met mate (vrijwel niets, maar soms een pilsje als het mooi weer is) en roken niet. We drinken voornamelijk water en koffie. Maar wel steeds minder koffie. Boodschappen zijn tegen die tijd ongetwijfeld duurder (maar de kinderen zijn dan natuurlijk uit huis en zitten zéker niet in de luiers), evenals verzekeringen. Maar mijn energiekosten zullen quasi-gelijk blijven: ik produceer mijn eigen elektriciteit voor meer dan de volle 100%. En dat zal in de toekomst niet veranderen. Terug naar rijden op brandstof gaan we zeker niet doen, en zal in 2053 ook niet meer van toepassing zijn. Maar het is natuurlijk een glazen bol, er komt ongetwijfeld nog het een en ander voorbij wat ik me nu absoluut niet voor kan stellen.

Mijn huis zal niet duurder worden, tenzij wij daar voor kiezen. Vrijwel al het onderhoud kan ik zelf: metselen, waterleiding, elektra, dakpannen leggen of vloeren leggen. We wonen (ruim) boven de zeespiegel en zullen daar dus voorlopig geen last van hebben. We hebben een grote tuin (600m2) en een ruim huis (bijna 200m2). Er is dus geen reden om te verhuizen. Tenzij we er zelf voor kiezen om dromen na te jagen.

Totale kosten in 2053

In 2053 word ik 68, hoop ik. En ik probeer een inschatting te maken van mijn kosten in 2053. Dat is niet makkelijk! Maar we proberen het.

Huis: 1600 EUR per jaar (eigenwoningforfait)
Verzekeringen: 4800 EUR per jaar (2x zorgverzekering, plus de noodzakelijke woonverzekeringen)
Lokale belastingen: 2500 EUR per jaar
Ziggo/kabel: 950 EUR per jaar
Energie: 0 EUR per jaar
Auto: 4000 EUR per jaar
Boodschappen: 6000 EUR per jaar
Leuke dingen, kleding, dat soort dingen: 5000 EUR
Totale kosten: 24.850 EUR

Dus…Ga ik wel of geen pensioen opbouwen?

Recap: met de huidige verwachtingen en stelsels zijn de uitgaven in 2053 gelijk aan de inkomsten. Ons huis is vrij van hypotheek tegen die tijd (al lang) en passieve inkomsten zijn niet meegenomen. Eveneens is het pensioen van mijn echtgenote niet opgenomen.

Met andere woorden: ik zal geen pensioen op hoeven bouwen. Dat is iets anders dan het niet op wíllen bouwen. Ik wil pensioen opbouwen, want het is een fiscaal vriendelijke manier om te sparen voor later. De strategie is om pensioen op te bouwen zodra er voldoende inkomsten zijn. Maar het is fijn dat die druk niet noodzakelijkerwijs aanwezig is en er dus geen extra langetermijn-risico is.

Het was weer zo’n bijna perfect weekend

Afgelopen (lange) weekend was weer eens zo’n weekend. Een weekend waarin we weinig bijzonders hebben gedaan en zich eigenlijk kabbelend voortsleepte door de tijd. Voortslepen is hier niet negatief, maar juist positief. Het leek heel lang te duren.

Zoals ieder gezin hebben wij onze rituelen , tradities en onze schema’s. In het weekend bakken we broodjes af. We drinken rustig onze koffie en laten de kinderen na het eten begaan. Lekker hun eigen gang even gaan, binnen de kaders van onze opvoeding uiteraard. En ja, onze schema’s veranderen voortdurend: de kleine wordt groter, de oudste moet naar zwemles. Tijdens zijn zwemles heb ik met mijn ene dochter lekker gepuzzeld (ik heb een bloedhekel aan puzzelen, maar goed) en lag de ander lekker boven te slapen.
De zwemles was, in tegenstelling tot vorige weken, ontzettend goed gegaan. Weinig spanning en dus iets te vieren. Van zijn eigen zakgeld heeft hij een lego-autootjes gekocht. Zo trots als een aap met zeven staarten…!

In de middag ging hij lekker spelen bij zijn beste vriendinnetje en heb ik geklust: nieuw dorpeltje er in lijmen, afkitten, dat soort dingetjes. Van die tien-minuten-klusjes die blijven liggen. Nadat ik hem heb opgehaald hebben we (ik) frietjes gebakken in de nieuwe frituurpan. Volstrekt geslaagd! Met een schaaltje wortels & paprika er bij was er ook nog iets gezonds bij te knabbelen. En in de avond hebben we gewoon allebei (vrouw en ik) hardgelopen, al was het om de beurt.

Zondagochtend hebben we een speurtochtje gelopen (2.5km). In de middag werden we uitgenodigd om een aardbeienvlaai te komen eten bij mijn schoonouders. Daar zeg ik geen nee tegen – en niet alleen omdat het gratis was! Daarna nog lekker het bos in geweest.

En ook gister, Tweede Pinksterdag, viel het weer in mijn regio mee. Al om 9 uur waren we in de speeltuin, na een uitgebreid ontbijt. Tot half twaalf heb ik in de garage opgeruimd en in de tuin gewerkt. En vanaf 14 uur was het alweer droog en hebben we lekker een ijs(je) gegeten op een terras. Voor de tweede keer in anderhalf jaar.

Kortom: het was een heerlijk #burgermansmomentjes-weekend, waarin we absoluut niets bijzonders hebben gedaan en toch heerlijk onze tijd hebben kunnen besteden.

Hoe was jouw weekend?

Pizzadeeg zelf maken: lekkerder, gezonder én goedkoper!

In Huize Geldsnor houden we nogal van bakken. Lekker eten, gezellig en de geur van een oven die aan staat. Heerlijk! Wij maken ook het pizzadeeg zelf, zeker sinds mijn Lieftallige Echtgenote de pizzabijbel heeft aangeschaft. Het vraagt wat voorbereiding, maar Lieftallige Echtgenote is hier heel snel in geworden. In de winter (en met dit koude @#*#*(@)!-weer) bakken we de pizza’s in de oven, in de zomer op de BBQ met de pizzasteen. Nét iets krokanter en dus lekkerder, maar de barbeque moet wel goed heet zijn. En de steen dik genoeg, zodat deze niet teveel afkoelt als er een pizza op gelegd wordt. Vooral belangrijk als je er meerdere maakt. De zelf gemaakte pizza’s zijn iets kleiner / minder machtig dan de kant & klaar meuk en bezorgtroep, dus wij bakken er voor 4 personen (de baby eet niet mee) met gemak 5.

Ons pizzadeeg is eenvoudig te maken (al kost het dus wat tijd) en verrassend goedkoop: feitelijk gaat er alleen maar bloem in. Dit is W300-bloem en er gaat ook nog een beetje zout (verwaarloosbaar) en olie in (2%, dus op 500 gram is dit ongeveer 10 gram, kosten ongeveer 1,5 cent voor 5 pizza’s).

De totale kosten voor onze pizza:
Pizzabloem: 500 gram, ~1,10 EUR
Bakje champignons: 500 gram, ~1,20 EUR
Tomatensaus: ~ 1 EUR
Paprika: 0,80 EUR
Ui: 0,20 EUR
Zout, olie etc: 0,03 EUR
Gist: 0,06 EUR
Mozzarella: ~2,50 (2 bolletjes)
Salami of ham: ~2 EUR

En uiteraard kun je het een voor het ander inwisselen. Maar 5 pizza’s, ofwel voldoende voor 2 volwassenen, een kleuter en een peuter, kosten op deze manier iets minder dan 9 EUR. Ook moet de oven goed heet zijn en met 5 pizza’s staat deze ook wel een uurtje aan. Er komt dus ongeveer 3kwh * 0,226 EUR = 0,68 EUR bij.

In zijn totaliteit kosten de pizza’s dus, afgebakken en wel, iets meer dan 9,50 EUR.

Vergelijking met afbakpizza’s

Kwalitatief kan een afbakdiepvriespizza niet tippen aan onze eigen pizza’s. De versheid, de krokante bodem, maar ook de grotere voedingswaarde en lagere zoutgehaltes zijn ongenaakbaar. Omdat alles vers is, is er nauwelijks zout nodig. In totaal, inclusief het zout uit het deeg, de salami en mozzarella, zit er minder dan 13 gram zout in het geheel.

Niet slecht, toch?

Wanneer we dit vergelijken met een Pizza Salame van Dr. Oetker, dan komen we op de volgende tabel (screenshot van de AH.nl website):

Een dergelijke pizza weegt echter 320 gram (en zal derhalve ook minder vulling opleveren dan de zelf gemaakte pizza van 470 gram). Per pizza is het geheel dus:
Caloriën: 874 (+33%)
Vet: 44,8 gram (+100%)
Koolhydraten: 83,2 (-7%)
Eiwitten: 32 gram (-13%)
Zout: 4,5 gram (+76%)
Vezels (staan niet vermeld op AH website, maar wel op de doos): 6,1 gram

Deze pizza kost 2,19 EUR (als deze niet in de aanbieding is, 22% duurder dan het eigen baksel). Het mooie aan dit deeg is overigens niet alleen dat deze goedkoper is, of gezonder. Maar ook dat je deze prima vantevoren kunt maken en kunt invriezen. Wel op tijd ontdooien natuurlijk.

Fijne 2e Pinksterdag!

Met de hand afwassen of de vaatwasser: wat is goedkoper (& zuiniger)?

Speciaal voor de mensheid en mezelf heb ik een onderzoekje gedaan. Gewoon omdat het kan en omdat ik nieuwsgierig was. Wat is energiezuiniger? Met de hand afwassen, of met de vaatwasser? Ik heb een vergelijkbare afwas gedaan op beide methodes en dankzij mijn absurd nauwkeurige uitleescapaciteit en cijfernerderigheid kan ik het vrij zeker bepalen!

De vaatwasser in dit onderzoek is een Bosch Serie6 SilencePlus, op het programma “Eco”. De vergelijking wordt aangegaan met de handwas. De CV-ketel die zorgt voor het warmwater is een Remeha Calenta 40C. De afstand tussen de ketel en het tappunt is 5,5 meter.

De vergelijking wordt gemaakt op 2 punten: totaal energieverbruik in kwh en in euro’s. Het totale energieverbruik is een rekensom: het betreft de hoeveelheid gas, vermenigvuldigt met de energieinhoud van een kuub gas. 1 kuub gas levert bij verbranding 9,8kwh aan warmte op.

De Vaatwasser

Zoals gezegd betreft het hier een Bosch Serie6 SilencePlus. Wij wassen de vaat altijd met het Eco-programma en krijgen daar eigenlijk alles mee schoon. Pannen doen we vaak met de hand, omdat ze lomp en groot zijn en dus niet zo goed passen. Maar ook praktisch: anders is de vaatwasser behoorlijk snel vol na het koken en dan moeten we de vaat laten staan tot de rest klaar is. En ik hou van een opgeruimde keuken.

Het gemeten verbruik over de wascyclus is 0,98kwh. De hoeveelheid verbruikt water is bij benadering 11 liter.
De kosten bedragen daarmee ongeveer 22 cent (0.226 EUR per kwh, dagtarief) voor de stroom en het water kost ongeveer een cent. Vergeef me de onnauwkeurigheid. In CO2 gemeten is 0,98 kwh ongeveer 0,4kg CO2.

Uiteraard is de hoeveelheid energie die je apparaat sterk afhankelijk van het apparaat en welk wasprogramma je kiest. Een hogere temperatuur leidt tot een hoger verbruik, ook al is de cyclus korter.

De Handwas

De hoeveelheid energie die je verbruikt met afwassen met de hand is vooral afhankelijk van hoeveel warm water je verbruikt (uiteraard) en hoe groot de afstand is tussen de CV-ketel en je tappunt. Immers, bij een afstand van 20 meter hebben we een verlies van warm water van ongeveer 5 liter.

Ik heb heel wat water verbruikt, maar helaas ging er ook iemand naar de WC tijdens de test…De hoeveelheid water heb ik dus NIET betrouwbaar kunnen aflezen. Maar, de hoeveelheid gas was 0,12m3.
0,12m3 gas levert 1,18 kwh verbruik op. In CO2 gemeten

Gas heeft echter een heel andere kostenpost dan elektriciteit: een m3 gas kost mij 0,778 EUR. De kosten bedragen derhalve 0,09 EUR. De CO2 uitstoot is 227 gram.

Conclusie: met de hand afwassen is goedkoper en zuiniger

Het afwassen met de hand is goedkoper dan met de vaatwasser. Het scheelt ongeveer 13 cent per keer, bijna 50 EUR per jaar. Dit met de kanttekening dat de afstand tussen mijn ketel en keuken zeer klein is: de ketel hangt in de bijkeuken naast de keuken. Als de ketel op zolder had gehangen zou er ongeveer 0,1m3 gas bij gekomen zijn: een quasi-verdubbeling.

Het was voor mij een verrassende uitkomst – ik had verwacht dat de vaatwasser met vlag en wimpel zou winnen. Maar dit is dus niet het geval. Evengoed gaan wij voor 5 tientjes per jaar niet met de hand afwassen…

Noot: ik reken met de hoge prijs van de dagstroom. Met de nachtstroom scheelt het 1 cent. Echter, de Geldsnor heeft een grote hoeveelheid zonnestroom. Mijn eigen kosten zijn feitelijk slechts 0.11 EUR per kwh, dus voor ons is de vaatwasser tóch voordeliger.

Kinderopvangtoeslag: niet te volgen

Zoals wellicht bekend heeft de Geldsnor alles redelijk op een rijtje staan. Aanpassingen in een situatie worden doorgaans snel doorgegeven en er zijn weinig verrassingen.

Zo ging het ook met het aanpassen van de kinderopvangtoeslag. We hebben immers een dochter gekregen in februari en vanaf het moment dat haar BSN bekend was hebben we haar aangemeld via Toeslagen.nl. Dat verliep zoals normaal: voorspoedig. Hier geen “toeslagenaffaire” en ik denk ook niet dat wij gesignaleerd staan. We kregen dan ook keurig een nieuwe berekening.

Tot op heden kregen wij voor 1 kind op de kinderopvang (2 dagen per week) en 1 op de buitenschoolse opvang (1x per week) 362 EUR per maand terug. En hoewel ik de rekenregels niet snapte, kwam de bevestiging dat we vanaf mei 971 EUR per maand zouden krijgen, met in totaal dan 9220 EUR per jaar. Dat is een groot bedrag, maar lieve lezers, daar staat ook een rekening tegenover van 19.000 EUR dit jaar. Onze netto toeslag is dus 48,5%. Maar dat terzijde.

Een en ander werd aangepast in de spreadsheets. Het leidde tot een cashflow-verschil, maar dat mag de pret niet drukken. Groot was dan ook mijn verbazing op 20 mei, de dag dat de kinderopvangtoeslag betaald wordt…Er bleek 1580 EUR gestort te zijn! Ik snap er helemaal niets meer van. Maar even goed in de gaten houden wat er in juni gestort wordt.