Juli zwaaien we uit

Juli is al bijna voorbij. Een bijzondere maand. Gekenmerkt door wateroverlast, die hier uiteindelijk meeviel. Ook leukere dingen: vorige week zaterdag een fantastische dag gehad met m’n beste maat die ik al ruim 30 jaar ken. Bijzonder, voor een 36 jarige. Onze eerste foto’s samen zijn van 1989!

Vandaag zijn vrouwlief en ik met de twee oudsten naar Naturalis geweest. Ook al fantastisch. Duur? Nee, maar wel veel geld. Maar zeker de moeite waard.

Juli is ook een maand waarin ik veel minder geschreven heb. En toch 10.000 bezoekers heb deze maand. Tof! Toch een teken van erkenning en ik vind de reacties leuk.

Ook was het de maand van keihard verbouwen op zolder. Bijna klaar! Gelukkig: want ik moet na augustus voor mezelf aan de slag op mijn kantoor op zolder. Ik heb me ingeschreven bij de KvK…

Anyway: een drukke maand. Maar wat vliegt de tijd ook voorbij. Voor mijn gevoel is mijn vorige zomervakantie net afgelopen. En toch is het al meer dan dertien maanden geleden. Ben ik de enige met een sterk verstoorde kalender!

Lifestyle-inflatie: vergelijking jaren & kwartalen

Een welbekend fenomeen is “lifestyle-inflatie”. Ofwel het cliché dat naarmate we meer gaan verdienen, we ook meer gaan uitgeven. Je leeft naar je inkomen, en dergelijke dingen meer. Naar aanleiding van een blogpost van collega-blogger Luxe of Zuinig heb ik besloten er eens in te duiken. Wordt mijn leven duurder?

Vergelijking door de jaren heen

Om te bekijken of ons leven echt duurder wordt, kijken we eerst met een helicopter-view. Speciaal hiervoor kijk ik naar wederkerende posten: ons uitgavenpatroon exclusief verbouwingen en het kopen van een caravan.

Het betreft de posten: auto, brandstofkosten, diverse, horeca, hypotheek, kinderen, kapper, kinderopvang, kleding, levensonderhoud, nuts, openbaar vervoer, oppassen, pin (later onder “diverse”), studielening, vakantie, verzekeringen en sporten.

Voor het jaar 2021 heb ik gekozen om het eerste halfjaar te verdubbelen.

Onze totale uitgaven per jaar

In percentages: de uitgaven stegen 2.4%, 0.7% en 1.2%. Kleine noot: voor 2021 heb ik de totale kosten van het eerste half jaar genomen en deze verdubbeld. Dat is niet helemaal eerlijk, maar daar komen we later wel achter. We hebben tenslotte een dochter gekregen in februari en die gaat vanaf mei naar de kinderopvang. En ook de zwemles ging vaker niet door dan wél. Iets met corona.

Maar, aan de andere kant: het valt me nogal mee! Onze kosten zijn 4.4% gestegen in zijn totaliteit. En dat terwijl we in februari onze 2e dochter (derde kind) kregen, en eind 2018 onze andere dochter. En mijn zoon groeit natuurlijk ook gestaag door.

Correcties voor de jaren

Maar, het is nog steeds vrij “grof”. Want in bovenstaande overzicht zitten ook de extra hypotheekaflossingen. Die zijn natuurlijk volledig facultatief. Als we hiervoor corrigeren zien we dat de kosten veel sneller gestegen zijn. In 2018 hebben we namelijk een paar aardige aflossingen op de hypotheek gedaan:

Nu blijkt dat de kosten met bijna 10% gestegen zijn (2021 vs. 2018). Om een beter zicht te krijgen op het deel “lifestyle-inflatie”, gaan we een aantal categoriën schrappen: hypotheek, kinderopvang en studielening:

In het jaar 2019 hebben we het zuiniger aan gedaan dan in 2018. Maar in zijn totaliteit zijn de kosten (flink) gestegen: 5.2% tussen 2021 en 2018. In details blijken er flinke verschillen te zijn.

De stijgers

  1. Met stip op 1: vakantie. Onze vakantie in 2021 is door enkele weken Landal bizar duur. Bijna 3000 EUR duurder dan 2018…
  2. Auto. De autokosten zijn gestegen tot boven de 8000 EUR per jaar. In 2018 was dit 5900 EUR per jaar. Stijging: 2135 EUR. Oorzaak: dure private lease!
  3. Levensonderhoud. Van een 3-persoons gezin zijn we nu 4 volwaardige eters plus een baby. Een hoop luiers ook! Niet verrassend dat deze categorie gestegen is met bijna 2100 EUR!
  4. Diverse: dit is van alles. Plus 1485 EUR, maar de eerlijkheid gebied me te zeggen dat dit uiteindelijk minder zal zijn dan het nu lijkt.
  5. Verzekeringen. Een plus van 1431 EUR. Heel simpel: tot 2020 was ik meeverzekerd met mijn vrouw. En dat doe ik nu niet meer. Dus is dat er bij gekomen.

De Dalers

Er zijn natuurlijk ook meevallers! Sommige posten zijn aanzienlijk goedkoper geworden.

  1. Pinnen. We pinnen nog maar zelden, en als we het doen weten we exact waar het in gaat. Voordeel: 3022 EUR.
  2. Brandstof. De auto’s zijn duurder geworden, maar de brandstofkosten zijn gedecimeerd. Verschil? 2782 EUR. De totale autokosten zijn feitelijk gedaald!
  3. Horeca. We geven in 2021 waarschijnlijk 2000 EUR minder uit aan horeca dan in 2018. Dit komt enerzijds door Covid, maar ook omdat we sowieso al minder uit eten gingen. Uit eten gaan met 3 kinderen is niet evident. En we hebben natuurlijk zelf een frietpan gekocht.
  4. Honden. De honden zijn stukken goedkoper geworden. Vooral omdat ze minder naar het pension gaan: eigenlijk helemaal niet meer. Voordeeltje? 804 EUR per jaar.
  5. Kleding. Tegen de verwachting in zijn we 700 EUR per jaar minder uit gaan geven aan kleding.

Maar we gingen kwartalen vergelijken toch?

Jajaja! We gaan kwartalen vergelijken. Want is mijn jaar tot nu toe dan echt duurder dan vorig jaar? Kruipt onze “lifestyle” omhoog?

Grote stappen snel thuis, zullen we maar zeggen. De kosten zijn flink gestegen, maar vooral door de kinderopvang. Dat is niet zozeer “lifestyle-inflatie”, maar vooral gewoon meer kinderen. In het eerste kwartaal van 2021 lagen onze kosten 5.3% hoger dan in het eerste kwartaal van 2018. In het tweede kwartaal was dit maar liefst 19.6%. Als ik de kinderopvang buiten beschouwing laat dan is het respectievelijk 2.1% en 4.8%. Als ik het geld wat we sparen voor de kinderen óók buiten beschouwing laat is het zelfs maar 1% en 3.7%.

Conclusie: ons leven is nauwelijks duurder geworden

Sommige dingen zijn natuurlijk duurder geworden. We ontkomen er niet aan dat een groter gezin bijvoorbeeld meer eet en kinderen op zwemles gaan. Ook hebben we vorig jaar en dit jaar andere keuzes gemaakt ten aanzien van onze vakantie. Maar echte “lifestyle-inflatie” zit er niet in. Ik blijf het (uiteraard) scherp in de gaten houden. Een grote stap hebben we al gezet: door het kopen van de caravan zullen we niet zo snel meer in de verleiding komen om ergens een huisje of zoiets te huren.

Ook letten we veel beter op het boodschappenbudget dan “vroeger” en gebruiken de oudste 2 steeds minder luiers (de oudste nagenoeg geen). Het is natuurlijk de bedoeling dat de lijntjes weer naar beneden gaan, ondanks dat de kinderen groter worden. En dat gaat lukken, op de iets langere termijn: kinderen die naar school gaan zijn bijvoorbeeld veel goedkoper en over 2 jaar is ook onze dure lease-auto er uit. Daar valt niet tegenop te inflateren!

De Grap van het Nieuwe Telefoonabonnement

Al eerder schreef ik over mijn aflopende telefoonabonnement. Na veel uitzoekwerk heb ik besloten te verlengen bij dezelfde provider. Dankzij de corona-situatie ben ik niet veel uit huis en daardoor gebruik ik weinig data. Ook bel ik maar zelden (alles gaat via Teams en dergelijke).

Conclusie: ik kon wel een kleiner abonnementje gebruiken. Bellen & sms-en was namelijk onbeperkt en de hoeveelheid data die ik kon verstoken was 7gb. En die verbruik ik nooit:

Data verbruik per maand, en “moving average” over 3 maanden

In het aantal belminuten heb ik me minder verdiept: ik kwam nooit boven de 80 uit, dus 100 was prima. Met het nieuwe abonnement had ik de kosten behoorlijk gedrukt! Van 16.44 EUR zou ik naar 8.5 EUR gaan. Bijna 100 EUR per jaar. Maar, die data wordt toch wel wat krapjes. Er is een aantal flinke uitschieters te zien. De eerste was de vakantie (juni 2019), de tweede een zakenreis. De volgende piek (juni 2020) was wederom vakantie, en hetzelfde geldt voor november 2020. Dat was vooral een Teams-meeting waarbij mijn telefoon hotspot was op een parkeerplaats langs de snelweg…

Maar goed, met mijn nieuwe abonnement moest ik dus wel gaan oppassen: 2500mb was in 32% van de maanden niet voldoende. Met wat passen en meten zou ik daar echter wel uit moeten komen.

En zo geschiedde. Tot in juni er een aanbieding voorbij kwam, van mijn provider. Tussentijds abonnementen verkleinen mag niet, maar vergroten wel. En zo gebeurde het dus dat ik een groter abonnement heb genomen: onbeperkt bellen en sms-en plus 10.000mb data. Ruim genoeg om nooit ergens naar te hoeven kijken. En de kosten? 12 EUR per maand. Nog steeds 53,28 EUR per jaar goedkoper dan het oorspronkelijke abonnement, maar met meer data dan dit vroegere abonnement.

Ik vind het een goede grap!

“Help! M’n zonnepanelen produceren niet want de omvormer gaat uit!”

Recentelijk las ik een “huilie-huilie” artikele van een meneer in Gelderland die voor tienduizenden euro’s zijn huis had verbouwd en zonnepanelen er op had gelegd, maar de elektriciteit niet altijd kon terugleveren. Want het net was te zwak en zijn 36 panelen leverden samen met de buurt soms teveel spanning om terug te kunnen leveren. Liander (de netbeheerder daar) moest het net maar snel verzwaren, want hij was ernstig gedupeerd.

Ik snap hier niets van: ten eerste zijn die tienduizenden euro’s volledig irrelevant. Slechts 10.000 betreft de zonnepanelen en de rest van de aanpassingen in de woning hebben niets te maken met het “probleem”.

Maar ook: je hebt zonnepanelen om te voorzien in je eigen stroomverbruik. Wat je over hebt, dat lever je terug. Veel terugleveren is geen doel op zich en zelfs laakbaar als je kijkt naar motieven die niet financieel gedreven zijn.

En als jij een probleem veroorzaakt, waarom moeten wij (de maatschappij) dit dan oplossen voor jou? Want de oplossing is tamelijk simpel en het woord “netverzwaring” komt NIET voor in de oplossing!

Ons elektriciteitsnet: complex doch simpel

Elektriciteit zoekt net als water de weg van de minste weerstand. Voor water geldt dat dit altijd omlaag stroomt, bij elektriciteit vloeien de ionen van de plus naar de min. Het Nederlandse (en Europese) stroomnetwerk is 230 volt (+115V / – 115 V, ofwel spanning. Dit wisselt iedere 0.02 seconden, ofwel 50 hertz = frequentie).

Om elektriciteit terug te kunnen leveren op het netwerk heb je een spanning nodig die groter is dan het netwerk. Op dit moment levert mijn omvormer 235 volt. Dit voltage is belangrijk. Elektriciteit laat zich moeilijk opslaan en daarom moet aanbod en vraag altijd met elkaar in overeenstemming zijn. Omdat de productie niet per seconde kan wijzigen, kan het voltage iets fluctueren. Dat is volledig normaal.

Dit mag zelfs behoorlijk fluctueren: plus en min 10 procent. In andere woorden: de spanning op het netwerk ligt op 230V +/- 10%, ofwel tussen de 207 en 253 volt.

Omvormers schakelen zich uit ter beveiliging

Alle goedgekeurde omvormers hebben een ingebouwde beveiliging: boven de 251 volt schakelen zij zichzelf uit. Dit om schade aan apparatuur te voorkomen. Immers, alle apparatuur in je huis is ook goedgekeurd op 230 V +/-10%. Een te hoge spanning leidt tot schade of zelfs brand.

Maar hier zit ook de crux: de spanning loopt hoger op als er meer zonneschijn is en er meerdere aanbieders zijn. De omvormers zullen continu op zoek gaan naar het laagst mogelijke voltage wat nét hoger ligt dan het netwerk. En als er dus veel omvormers zijn én een hoog vermogen, dan loopt de spanning steeds hoger op. Tot de eerste moet uitschakelen.

De oplossing is zó simpel! En: gratis!

De oplossing is vreselijk eenvoudig: op het moment dat de zon schijnt moet je elektriciteit gaan verbruiken. Tamelijk eenvoudig toch?

Maar veel zonnepaneelbezitters hebben er geen weet van. Of er is zelfs een financiële prikkel om terug te leveren, dankzij het salderen. Of in ieder geval is er geen prikkel om het zelf te verbruiken. Elektriciteit die je teruglevert wordt afgetrokken van wat je gebruikt en er blijft een netto verbruik over.

Dus: 1000kwh teruggeleverd in de zomer en 1000 gebruikt in de winter levert een resultaat op van 0kwh.

De recorddag van mijn systeem: meer dan 8500W vermogen, 65kwh opbrengst. Teruggeleverd: 23kwh.

Maar goed: verbruiken dus. Huize Geldsnor beschikt ook over 36 zonnepanelen. En de hele buurt heeft eigenlijk zonnepanelen. Maar het probleem van uitvallende omvormers hebben wij hier nog niet meegemaakt. Dit komt door een aantal factoren: veel mensen in mijn buurt zijn gepensioneerd en zij die het niet zijn werken thuis. En ook de school van ons dorp zit hier op dezelfde “schakelkast” en heeft geen zonnepanelen.

Vooral in het weekend dreigt de spanning wel eens op te lopen: het hoogste wat ik gezien heb was laatst 248 volt. Randje uitval dus! Oplossing? Mijn auto was leeg en die heb ik laten opladen vanaf 13:30 tot 16:30 op vrijwel maximaal vermogen. De spanning liep terug naar 238V, ruim binnen de marge. In dit geval was de elektrische auto de oplossing.

Andere oplossingen

Niet iedereen heeft een elektrische auto uiteraard. Maar er zijn andere oplossingen. Het is vooral omdenken: elektriciteit verbruiken op het moment dat je het produceert. Wasmachines, drogers en vaatwassers laat je dus niet ’s nachts draaien. In onze badkamer hebben we elektrische vloerverwarming: die is zo geprogrammeerd dat deze om 12 uur aan gaat en om 19 uur uit. Dit om te zorgen dat er zoveel mogelijk stroom verbruikt wordt op het moment dat we het maken.

Onderstaande plaatje komt van energieopwek.nl en is de productie van zonnestroom op 21 juli 2021. De piekvraag van elektriciteit is ongeveer 18GW. Overdag kwam dus ~40% van alle elektriciteit uit zonne-energie.

Dát is het moment om stroom te gaan verbruiken. En zéker niet vroeg in de ochtend of in de avond. Want ’s ochtends is er nog geen productie, maar wel veel vraag. En ’s avonds loopt de productie snel terug, maar de vraag naar elektriciteit op.

Conclusie: als je heel veel zonnestroom hebt in de buurt en je omvormer valt uit? Verhoog je verbruik. Draai een wasje, vul de vaatwasser en zet ‘m aan. Stel je verbruik uit tot “midden op de dag”, of trek het naar voren. Laadt de auto op (indien van toepassing) als de zon schijnt, ga stofzuigen of kook met de oven.

Koken: met de oven of de pan?

In Huize Geldsnor houden we van lekker eten & koken. Maar ook van efficiency en het milieu. Zo eten we vaak, maar lang niet altijd, vegetarisch. En ik heb nog wel eens een “druk” schema aan het eind van de middag: mijn zoon zit op woensdag bijvoorbeeld op de BSO en tussen 17:30 en 17:45 moeten we de “meisjes” ophalen: mijn dochters op de kinderopvang.

Dat is precies rondom mijn kookmoment. En het is gewoon erg prettig om het eten klaar te hebben als ik thuiskom. Lieftallige Echtgenote is op di-wo-do áltijd laat thuis, dus ik leef dan als gescheiden man zorg dan voor het gezin. Werkwijze: zorgen dat ik zo min mogelijk pannen gebruik en een groot deel van de maaltijd in de oven kan. Bijvoorbeeld een quiche, lasagne, of gewoon aardappels en vlees(vervanger) wat in de oven kan.

Is dat nu zuinig, met de oven koken?

Het voordeel van met de oven koken is evident: ik kan het in de oven zetten en vertrekken. Als ik 30 minuten later thuiskom met 3 hongerige kinderen trek ik de ovendeur open en schuif ik ze aan tafel. Een pan laat je (ik in ieder geval) niet op het fornuis staan!

Ook komt er geen fijnstof aan te pas en hoeft de ellendige afzuigkap niet aan. (Ik kan niet wachten tot de nieuwe keuken komt)

En natuurlijk heb ik het een en ander uitgezocht. Want ik hou van rekenen, en ik hou alles bij. Zo weet ik bijvoorbeeld dat het bakken van 2 eieren in mijn kleine koekenpan 19 liter gas kost. In kwh omgerekent is dat ongeveer 0,186kwh. Kosten? 0,014 EUR aan gas. Dit staat gelijk aan “verwaarloosbaar, who cares!”.

Bij het uitgebreidere koken staan er méér pannen lánger op het vuur. Van de week hadden we sperziebonen (gedeeltelijk weer uit eigen tuin), aardappels en een vleesvervangende “hamburger” (vivera, lekker!). Gasverbruik om dit gerecht gereed te maken? 0,171 m3 gas (13 cent). Ofwel: 1,67kwh energie (1m3 gas bevat 9,8kwh warmte).

En hier wordt het interessant. Hadden we niet beter de aardappelen en de burgers in de oven kunnen gooien? Stel dat de boontjes 40% van het gasverbruik waren (de burgers zijn immers zo klaar), dan zijn de andere 2 pannen goed voor 0,1026m3- gas (ongeveer), ofwel 1kwh.

Het opwarmen van de oven kost 5 minuten op maximaal vermogen (3500W): 292wh. En die blijft een half uur aan staan (aardappeltjes mogen best lekker gaar worden!). Maar dan hoeft de oven alleen maar warm te blijven. Verbruik: minder dan de helft van het nominale vermogen (2600W, dus 1300W), maal 30 minuten= 650wh. Totale verbruik is hiermee 941wh.

Da’s toch bijna geen verschil!

Da’s toch bijna geen verschil, hoor ik je denken. En misschien is dat ook wel zo. Of misschien ook niet. Voor mij is het exemplarisch voor de tijdgeest: het is een besparing van 6,2% aan energieverbruik. Kijk eens hóevéél moeite er gedaan wordt om 6% meer duurzame energie te produceren! Terwijl je met zoiets simpels (en zoiets kleins, mea culpa) al 6% kunt “verdienen”.
Natuurlijk zit er een grote aanname in (namelijk: hoeveel procent van de energie was er voor het koken van de boontjes?). Maar 6% minder energie is toch mooi?

In kosten schiet het overigens niet op: 0,1 kuub gas kost iets minder dan 8 cent. En 1kwh elektriciteit al snel 2,5x zoveel. 20-23 cent, ongeveer. Gelukkig zijn die kosten sowieso vrij laag, en levert het me wel een hoop gemak op!
En minder energieverbruik!

Impulsaankoop? Caravan gekocht!

Afgelopen zaterdagavond zat ik met een vriend buiten in zijn tuin een spelletje te spelen. Gezellig, keuvelend over van alles en nog wat. We hebben elkaar niet veel gezien sinds maart 2020. Brrr…Brrr. Mijn pols trilt en mijn horloge licht op: een link naar Marktplaats met een omschrijving. Lieftallige Echtgenote heeft een caravan gespot die aan al haar wensen voldoet.

Mijn maat gaat wat drinken halen, en ik kijk snel naar de caravan. Verhip! Het ding krijgt een vinkje achter al onze wensen & eisen! Groot genoeg, maar licht genoeg om te mogen trekken. 5 persoons, met rondzit en een dubbel bed voor, en een stapelbedje daar boven. Keurig onderhouden (zo te zien) en voorzien van toiletje en ringverwarming & dito ventilatie.

We hebben meteen een afspraak gemaakt en zijn zondagavond gaan kijken. Particuliere verkoop, zeer vriendelijke mensen. Hun kinderen zijn nu pubers /jongvolwassen en willen niet meer mee. Voor de ouders is de caravan te groot. Vader is beroepschauffeur en heeft de caravan altijd goed laten onderhouden en aan de kastjes is niet eens te zien dat ie ooit gebruikt is.

We hebben dus al snel besloten: deze gaan we kopen. Maandagavond heb ik ‘m opgehaald, en achteruit de oprit opgereden. Dat was geen sinecure, maar ging toch vrij soepeltjes.

Een echte impulsaankoop was deze caravan niet. Nouja, déze caravan wel, maar we hadden het er al jaren over. We houden allebei van kamperen en het liefst in een tent. Met een kleuter, een peuter en een baby betekent dat echter nogal veel meezeulen, en is een caravan dus een stuk praktischer.

Op vakantie met een caravan is ook een stuk goedkoper

Het is ook stukken goedkoper om met een caravan op vakantie te gaan, in vergelijking met een hotel, appartement of huisje. Akkoord, er zijn vast wel all-inclusive reizen te vinden die goedkoper zijn, maar die gaan naar bestemmingen waar je Geldsnor niet zult tegenkomen. Sowieso vlieg ik niet voor vakanties, dus de meeste bestemmingen vallen af.

Maar als ik kijk naar onze vakantie nu naar een bungalowpark, dan schrik je toch behoorlijk. We zijn RUIM 2400 EUR kwijt voor 2 weken Landal.

Een beetje camping doet 40 EUR per nacht, en kost dus slechts 280 EUR per week. Voor 2 weken dus 560 EUR, ofwel 1940 EUR goedkoper. Voor dat verschil kun je nog aardig wat dingen doen.
Uiteraard is een ritje naar Zuid-Frankrijk ook stukken duurder mét caravan dan zonder: je betaalt bijna dubbele tol en het brandstofverbruik is ook bijna het dubbele. Dan nog blijft er een goede 1500 EUR verschil over. Terugverdientijd: 4 jaar (en ja, hier kun je het nodige op afdingen).

UPDATE na 5 minuten: ons verblijf kost ruim 3100 EUR voor 2 weken (!). Het verschil met 2 weken caravan is daarmee ruim 2000 EUR!

Voorlopig is dit dus ook het laatste bungalowparkverblijf: we hebben onze eigen sleurhut. Alleen moeten we nog een naam bedenken voor de caravan. Suggesties?

Droog gebleven

Zo, het weekend zit er op. Het water is aan het zakken. Een bruin/grijze laag blijft achter in de uiterwaarden en op de sportvelden. We zijn droog gebleven. Niet alleen wij, maar het hele dorp en de omliggende dorpen. Lang leve de dijkwerkzaamheden van de afgelopen 25 jaar.

Het zag er komisch uit, de afgelopen jaren: het werken aan alle dijken. Hoogwater hebben we al jaren niet meer gehad. Zelfs in de winter stond er maar zelden water in de uiterwaarden. Laat staan in de zomer: de afvoer is de afgelopen jaren zo laag geweest dat alle stuwen gesloten waren en de Maas een lange vijver was. Nu was het dus anders. Maar is het meegevallen. De schade? Vooral groot voor de boeren (alle oogst in de uiterwaarden is verloren). Maar verder eigenlijk helemaal nul, in mijn directe omgeving. De vrienden die we hebben helpen met evacueren zijn ook droog gebleven.

Nu? Nu verder naar alle dag. Morgen een nieuw blogbericht. We hebben namelijk een mega-grote-impulsaankoop gedaan!

Wateroverlast

Huize Geldsnor staat aan de rand van het getroffen rivierengebied. Letterlijk: als ik uit het zolderraam kijk zie ik de rivier. Normaal gesproken overigens niet…

Ik ben met stomheid geslagen. Wij Limburgers zijn het gewoon om te leven met het water. De Maas heeft en de Maas neemt. Jaarlijks gaat ze de uiterwaarden in, in zomers staat ze stil. Dit jaar is alles anders. Caravans drijven door de rivier, met links en rechts boomstammen en andere ellende.

Maar toch zijn we door het oog van de naald gekropen. Kijk hier over de grenzen. Het is afschuwelijk. De rest is triviaal. De westlanders en noorderlingen snappen er niets van, zoveel is duidelijk bij talkshows. Geleuter over hogere dijken. Dit is geen poldergebied. Dijken zijn een kunstmatige bedding. In de hoger gelegen rivierdalen zijn geen dijken. De heuvel is de dijk. En het water stijgt en daalt. Daar helpen dijken niet tegen.

In mijn regio moet de piek nog komen. Vrijdag hebben we vrienden helpen evacueren, en bij anderen een nooddijk om de woning gelegd. Zij zijn omsloten door de Maas. Alleen bootjes zorgen voor een verbinding met het vaste land.

En dit is pas het begin. We moeten leren leven met een stilstaande Maas in de zomer, die een volgend jaar een kolkende rivier is. Wat gaan we hier aan doen?

Ik heb getankt

Tsjonge. Wat een “eventful week” is dit! Regen, wateroverlast en een wassende rivier. De piek moet bij ons nog komen en ik woon gelukkig een eindje van de rivier.

Het spannendste van deze week is het feit dat ik maar liefst 4 dagen op kantoor ben. En ik heb getankt. Echt waar! Voor de tweede keer dit jaar is er benzine in de auto gegaan. Dat komt mede doordat ik dus op kantoor ben en Lieftallige Echtgenote geen gebruik kon maken van de elektrische auto. Dus moest ze met “haar” auto. Jammer, milieubelastend en duur. Maar er zat niets anders op.

Na vandaag heb ik 6 weken verlof. We gaan 2 weken op vakantie, en de rest ben ik thuis. Beetje klussen om het huis, leuke dingen doen met de kinderen, de zolder afmaken en de tuin aan kant houden. Want het groeit allemaal behoorlijk dankzij de regen.

Fijn weekend!

Blik op de toekomst: wat betekenen de hoge huizenprijzen voor mij?

De huizenprijzen rijzen de pan uit. Het gaat echt helemaal nergens meer over. In mijn regio zijn de huizenprijzen met 25.3% (!!!) gestegen in een jaar (Q2-2021 vs Q2-2020). Dat is fors, temeer omdat de stijging in 2020 een stuk lager lag met slechts 11.6%. Ook al bijzonder veel, uiteraard.

Maar wat betekent dit voor mij? Makkelijk gezegd neemt ons eigen vermogen er flink door toe. Maar daar heb ik exact helemaal niets aan: de stenen kan ik niet opeten. Dus dat is vooral papieren waarde. Maar het heeft wel degelijk een impact: OZB, WOZ en EWF. Zo, lekker rijtje afkortingen. De Waardering Onroerende Zaken is de officiële grondslag voor overheden om op te belasten. En daar zijn 2 directe invloeden van, namelijk de Onroerende Zaak Belasting (gemeentelijk) en het Eigen Woning Forfait (landelijk).

Maar er is nog een impact, namelijk die op onze “Loan-to-Value”, ofwel de waarde van de woning ten opzichte van de hypotheek. En in ons geval de daaraan gekoppelde boete-opslag. Al eerder had ik uitgerekend dat een stijgende woningprijs voor ons voordelig is. En nu kijk ik vooruit.

Huize Geldsnor & de waardeontwikkeling

Huize Geldsnor is een comfortabele vrijstaande woning van ongeveer 170m2 (afhankelijk wie je laat rekenen, het kan ook 200 zijn), een vrijstaande gemetselde garage, 572m2 perceeloppervlak en van alle gemakken voorzien: 32 zonnepanelen, autolader, airco (overal), vloerverwarming, inbouwapparatuur, goed geïsoleerd, 4 slaapkamers en een apart kantoor. De “Master Bedroom” is 23m2 groot, de andere 3 slaapkamers 14, 16 en 22m2. De badkamer is ruim: 11 vierkante meter en voorzien van ligbad, vloerverwarming, inloopregendouche (is dat een woord?) en natuurlijk ventilatie. Het toilet is apart.

De buitenruimte bestaat uit een ruime oprit (18 meter lang, 4 meter breed) die toegang biedt tot de garage (je verwacht het niet!). In de tuin staat een grote terrasoverkapping voorzien van zadeldak, oppervlakte 28m2. De woning staat in het zuidoosten van Nederland aan de rand van een dorp.

Tot zover de makelaarspraat. Maar je snapt in ieder geval een beetje het type woning. De WOZ-waarde is vastgesteld (peildatum: 1 januari 2020) op 472.000 EUR.

Prijsstijging: bizar

Ik kijk vooruit, en tegelijkertijd actueel. Ik kijk vooruit naar WOZ-beschikkingen die nog gaan komen, echter gebaseerd op waardestijgingen die al gedeeltelijk hebben plaatsgevonden. Zo ga ik uit voor het jaar 2020 van een stijgen van 11.6%. 2021 schat ik conservatief in op 20%. Voor 2022 verwacht ik geen dalende prijzen, zolang de rentes niet stijgen: nog eens 5% er bij. Dan ziet dat er zo uit, in een grafiekje:

Waardeontwikkeling van Huize Geldsnor

Zoals te zien is, verwacht ik een WOZ-beschikking op peildatum 1 januari 2021 van 526.752 EUR. De waarde op 1 januari 2022 zal dan 632.000 EUR zijn. Pwoah! Behoorlijk! Hoe verhoudt zich dit tot de dagelijkse praktijk?

Een stukje verderop, aan een drukke doorgaande weg, staat een ouder huis te koop (jaren ’60) van 137 m2 en 393 m2 grond. Voor 439.500 EUR. Als ik dit doorreken naar mijn perceelgrootte en oppervlak kom ik prijzen van respectievelijk 640.000 EUR en 545.000 EUR. Een stukje de andere kant op staat een woning van hetzelfde bouwjaar als het onze, eveneens voorzien van zonnepanelen en vrijstaande garage. Eveneens stukken kleiner dan het onze: 135m2 en 424m2 oppervlak. Prijs: 469.000 EUR en waarschijnlijk verkocht voor meer (het was binnen 8 uur verkocht, volgens de lokale overlevering, ’s ochtends te koop, ’s middags er uit).
Ook met die woning kom ik uit op 632.000 EUR (perceeloppervlak vergeleken) of 590.000 EUR (woningoppervlak).

Ergo: ik denk dat de waardering die ik zo uitgerekend heb, best aardig klopt.

Loan-to-value

Op basis van bovenstaande zakt ook de loan-to-value behoorlijk. Dit wordt gedreven door 3 factoren:
1. De maandelijkse aflossingen op het annuitaire gedeelte van de hypotheek.
2. De maandelijkse éxtra aflossingen omdat we een Sneeuwbal maken
3. De waardestijging op zichzelf

Loan-to-value ontwikkeling

Bovenstaande is de Loan-to-value ontwikkeling in het verleden en de toekomst (verwachting). In het eerste jaar was de LTV bijna 100%: we hebben de hypotheek op bijna 100% van de waarde van de woning genomen, maar voor ruim 70.000 EUR eigen geld verbouwd. Dat zie je echter pas terug in de sterke LTV ontwikkeling door de stijging van de WOZ waarde. De sneeuwbal wordt natuurlijk steeds groter, en dus wordt ook de extra aflossing steeds groter. Waar mijn excel-sheet overigens geen rekening mee houdt is de annuïteit: de blijft namelijk niet gelijk na een aanpassing van het rente-percentage, maar ik heb me nog niet verdiept in hoe dit precies zit. Het werkt in ieder geval alleen maar voordelig. Dit terzijde.

Bovenstaande is leuk: in eerste instantie zou mijn annuiteiten-gedeelte een looptijd hebben tot augustus 2049. Inmiddels was dit door de sneeuwbal al teruggelopen tot november 2047. En met hulp van bovenstaande tot december 2045. Zonder zelf extra geld in te leggen dus: alleen door gebruik te maken van het extra inleggen van het uitgespaarde geld.

EWF & OZB

Uiteraard is er ook een bijkomend nadeel: het eigenwoningforfait en de OZB. EWF kunnen we kort over zijn: dit is 0.5% van de woningwaarde en stijgt dus van 2075 EUR per jaar (bij woningwaarde 415.000 toen ik het kocht) naar 3315 EUR. Over dit geld betaal ik inkomstenbelasting. Alleen het verschil telt, uiteraard (want de 415.000 was al het uitgangspunt). De netto stijging van EWF is daarmee ongeveer 620 EUR per jaar. Dit is van toepassing van een waardestijging tot 663.000 EUR! Het totale bruto-rentevoordeel is 1560 EUR.

De OZB (bij gelijkblijvend %) stijgt met 332 EUR per jaar.

Netto betekent dit het volgende:
Bruto rentevoordeel: 1560 EUR
Netto rentevoordeel (40% HRA): 936 EUR
Verhoging EWF netto: 620 EUR
Verhoging OZB: 332
Totaal: 16 EUR duurder uit.

16 EUR netto per jaar is natuurlijk verwaarloosbaar. En het toont nog steeds niet het hele verhaal: onze brutolasten waren bij aanvang van de hypotheek 1209,75 EUR per maand. Bij een stijging van de woningwaarde tot de genoemde 663.000 EUR is dit minder dan 1100 EUR per maand.
Netto per jaar levert het dus ongeveer 1200 EUR op. Niet slecht!