Nieuwe schoenen

Ik loop nogal veel. Althans, dat vind ik zelf. Een kleine 50-70km hardlopen per week, en meerdere keren per dag de honden uitlaten. Dit in combinatie met het hebben van 3 kinderen, en je begrijpt dat goed schoeisel voor mij belangrijk is.

Zo ben ik in het bezit van meerdere paren “nette schoenen”. Van die types van leer, en die je moet poetsen enzo. Tevens ben ik in het bezit van een aantal paren goede bergschoenen, een paar sportklimschoentjes, een paar sneakers en nog enkele paren “gewone” schoenen. En uiteraard 2 paar klusschoenen (afgeschreven sportschoenen) en 2 paar hardloopschoenen.

En toch was het al járen geleden dat ik nieuwe schoenen gekocht had. Het was dus weer nodig – zeker omdat ik een blessure ontwikkeld heb! Ik heb op mijn linkervoet een niet goed genezende blaar, waardoor het hardlopen al een paar weken niet echt gelukt is. Fietsen gaat wel aardig, omdat er geen belasting op mijn voeten komt bij het fietsen, althans niet te vergelijken met hardlopen.

Afgelopen zondag ben ik het dorp in gegaan en heb ik bij de lokale schoenenwinkel (met 20% korting) nieuwe schoenen gekocht. De “schade”? 112 EUR. Maar hopelijk kan ik nu weer een tijdje vooruit en zo snel mogelijk weer aan het hardlopen!

Wat is goedkoper & duurzamer: een echte kerstboom, of een nepper?

Sinds Lieftallige Echtgenote en de Snor bij elkaar zijn, hebben we échte kerstbomen. En we zijn al heel wat jaren bij elkaar, feitelijk deze hele eeuw. Akkoord, we wonen pas 15 jaar samen en zijn ruim tien jaar getrouwd. Maar dat zijn toch al heel wat kerstbomen.

Vorige week hadden we overleg over de kerstboom. Althans, het gesprek kwam er op. En we hebben besloten uit te zoeken wat duurzamer is: een echte kerstboom, of een nep-kerstboom. Een nep-kerstboom gaat immers vele jaren mee, en een echte kerstboom niet. Die wordt ergens gekweekt en gekapt of uitgegraven, en vervolgens verkocht en bij ons neergezet.

Nu hoor ik menigeen denken: maar dit is toch geen vergelijking? Een echte kerstboom is veel gezelliger, ruikt lekkerder en hoort er gewoon bij. Andersom kan ik argumenteren dat een echte kerstboom veel meer werk is: de naalden vallen uit, het moet water krijgen en niet alleen gehaald worden, maar ook weer weggebracht. Bovendien zit er het nodige ongedierte in. Nu ben ik niet vies van ongedierte, maar de beestjes mogen van mij wel buiten blijven. Binnen heb ik er niets aan en hebben de beestjes geen overlevingskans.

Enfin: een nepkerstboom dus. De eisen: de lampjes moeten geïntegreerd zijn. Dit omdat onze lampjes vorig jaar al kapot zijn gegaan. Dit waren ook nog ouderwetse lampjes, dwz. geen LED, en de helft van het snoer deed het niet meer. Tevens moet de boom minimaal 200cm hoog zijn, geen nepsneeuw en geen knipperende of gekleurde lampjes.

De productie & transport van een nepkerstboom vs. echte: duurzaamheid

De nepkerstboom die wij hebben uitgezocht is van het type Black Box Jade, 215cm hoog. Deze heeft 280 lampjes en weegt volgens de specificaties 15.6kg. De boom is uitgezocht bij de Intratuin, maar de doos paste no-way in de auto en wordt dus thuisbezorgd. Ik ga er vanuit dat deze boom in China is gemaakt.

Volgens de specificaties is deze boom gemaakt van PVC, althans de naalden. De binnenkant is (ik heb het nog niet gecheckt) denk ik gemaakt van polyamide (PA6). Volgens de TU-Delft zijn plastic verpakkingen “goed” voor bijna 3.5kg CO2 per kg kunststof. Hoewel de kerstboom géén verpakking is, vind ik dit een redelijke aanname om mee verder te rekenen. Met een gewicht van 15.6kg levert dit een CO2 uitstoot op van bijna 55kg.

Nu moet deze boom ook getransporteerd worden. De doos was ongeveer 160cm breed, en 40x40cm in lengte & hoogte. Deze boom zal per schip getransporteerd worden in een 40ft-containter. Deze heeft binnenafmetingen van 12 meter lang, 2.35 breed en 2.36 hoog: 66.55m3. Er passen derhalve ongeveer 260 kerstbomen in één container. Er passen ongeveer 11.000 van deze containers op één schip: grote containerschepen bevatten tot 24.000 TEU, en een 40-voet container is 2 TEU.

Een dergelijk schip verbruikt ongeveer 300.000 liter brandstof per dag. 1 miljoen kilo CO2, grof gerekend. Ze varen met ongeveer 35km/u (20 knopen). Hier doet een schip ongeveer 30 dagen over de afstand van Shanghai tot Rotterdam. In totaal dus ongeveer 30 miljoen kg CO2, waarmee 11.000 containers vervoerd worden: 2727kg per container! In één container had ik zojuist 260 bomen gestopt, waarmee de transport uitstoot van haven-tot-haven uitkomt op ongeveer 10kg per boom. De overige transportbewegingen tel ik mee als 1kg. Zo is de kerstboom goed voor een CO2-uitstoot van 66 kg (55kg, + 10 voor transport + 1 voor het eindtransport).

Nu gaan we kijken naar de jaarlijkse bewegingen voor echte kerstbomen. Voordeeltje: deze haal ik letterlijk 1km verderop. Maar door het formaat moet deze wel op de aanhangwagen. Dit betekent 2km met aanhanger, ofwel een verbruik van ongeveer 0,5kWh (de auto rijdt immers elektrisch): 0.2kg CO2.

Als het puur op transport aankomt moet de kunstkerstboom bijgevolg 330 jaar mee gaan…De complicerende factor in deze berekening is echter het feit dat op de plek waar de kerstboom gekweekt wordt, ook een andere boom had kunnen groeien. Of zelfs de kerstboom zelf laten staan: deze neemt (over zijn levensduur) gemiddeld 20kg CO2 op per jaar. Na gemiddeld 3 jaar is er dus reeds 60kg CO2 vastgelegd: gedeeltelijk bovengronds, gedeeltelijk ondergronds. En uiteraard dient een boom ook nog als toevluchtsoord en voedsel.

Enfin: na een jaartje of 3 is een nep-kerstboom “CO2-neutraal” ten opzichte van een echte kerstboom.

De kosten: wanneer is een nepkerstboom goedkoper?

De kerstbomen die wij doorgaans kopen zijn rond de 30 EUR per stuk. Wij kopen geen dure Nordmanns, en niet bij een tuincentrum maar gewoon in het dorp bij een kweker. Lang leve het leven op het platteland. Stukken goedkoper dan stedelijk leven, wat dat betreft. Deze rekensom is dus vrij makkelijk op het oog. Maar weet je nog? De kerstverlichting was reeds kapot. De uitgekozen boom heeft 280 geïntegreerde ledjes, die bij Bol.com ongeveer 20 EUR kosten. Die trek ik dus van de aanschafprijs af: onze boom was 259 EUR, minus 20 EUR = 239 EUR.

We hoeven niet jaarlijks de boom te halen. Dit scheelt de reeds eerder gemelde 0.5kWh om deze te halen, ofwel 0.10 EUR per jaar. De totale besparing (rekenend met kosten van “nu”, zonder toekomstige indexatie) is dus 30.10 EUR per jaar. De terugverdientijd is hiermee 7,94 jaar. In het jaar 2028 (dat is immers de achtste kerst vanaf nu) is de nepkerstboom dus terugverdiend.

De vraag is nu: is het redelijk om aan te nemen dat de boom zo lang mee gaat? Ik denk van wel. LED-verlichting is nagenoeg onverwoestbaar: de levensduur ligt rond de 10.000 uur. De kerstboom staat ongeveer 30 dagen en continu branden zou dus 720 uur zijn: 14 jaar zouden ze het moeten kunnen volhouden in dit geval. En uiteraard zijn de lampjes geen 24u per dag aan…

Conclusie: een nepkerstboom is goedkoper & duurzamer

Op relatief korte termijn is een nepkerstboom reeds duurzamer dan een echte kerstboom. Op de iets langere termijn is de nepkerstboom goedkoper dan een echte kerstboom. En uiteraard hoe langer de horizon, des te “vager” dit soort berekeningen zijn.

Hier komt het bijkomende voordeel bij dat het simpelweg minder werk is om een nepboom op te zetten dan het uitzoeken en halen van een echte kerstboom, en deze daarna weer af te voeren. En natuurlijke elke dag de uitvallende naalden op te zuigen.

Record voor november: bijna 20.000 bezoekers

Als je dit leest is het zondag. Ik schrijf dit bericht op vrijdagochtend. Best wel trots, zelfs. Op het moment van schrijven zijn er meer dan 16.000 bezoekers op mijn blog geweest in deze maand. Op de beste dag zelfs bijna 3.000, op een andere zeer goede dag meer dan 1500.

Dit maakt me best trots, zoals gezegd. Ik heb deze maand best wel wat tijd aan dit blog besteed, met veel berekeningen. Maar ook dit gehele jaar verloopt tot nu toe “best aardig”. Uiteindelijk ben ik pas een jaar bezig met regelmatig bloggen en heb ik sinds januari vrijwel iedere maand meer dan 10.000 bezoekers gehad. Tot nu toe dit jaar al meer dan 125.000 personen. Geen slecht resultaat!

In het afgelopen jaar heb ik ook heel wat blogs zien verdwijnen: Stoppenvoormijnvijftigste is al 9 maanden inactief. Hoeweetjedatallemaal is verdwenen. Hoewordikfinancieelonafhankelijk is verdwenen en ook Geldcoach is nauwelijks actief. Ook de boefjes van Pegulanten is behoorlijk lang inactief geweest, in directe correlatie met de bitcoin-koers. Vandaar boefjes: in ieder geval één van de auteurs is een advocaat op de Zuidas én een bitcoin-liefhebber/propagant, die alleen actief zijn als de Bitcoin-koers doet wat zij willen, maar die je niet hoort als het zaakje in elkaar klapt. Maar dat terzijde.

Het afgelopen jaar heb ik om eerlijk te zijn ook best aardige advertentie-inkomsten gehad. Deze heb ik allemaal geïnvesteerd in duurzame beleggingen: de bomen van Corekees en recentelijk in Lendahand. Dat zal ook de strategie blijven, al zal ik van dit specifieke blog nooit rijk worden. Is ook niet nodig: ik vind het vooral leuk om te doen. Het stukje waardering wat zich uit in goede bezoekersaantallen werkt daarbij wel zeer sterk motiverend.

Fijne zondag!

Keuken: welke pannen hebben we nu gekocht?

Al regelmatig is er door mij geblogd over onze nieuwe keuken. Deze is eind oktober geplaatst, maar nog niet helemaal klaar. Zo moet de achterwand nog geleverd worden (6cm smetplint, met daarboven 50cm wit gepoedercoat aluminium), en de tweede oven. Ze hadden wat leveringsproblemen bij de vrienden van Bosch: vertraagd voor onbepaalde tijd! Bijkomend voordeel is wel dat de rekening dus ook nog niet gekomen is voor het laatste stuk. Die volgt pas na oplevering, en zolang het niet perfect is, is er geen reden om die te sturen. Dus dat wordt sowieso pas december, wellicht pas januari.

Maar gelukkig is de kookplaat met kookveldafzuiging geplaatst: onze mooie Bora PUXA. Het is wel even wennen om te koken op inductie! Als je kookt op gas wordt er een enorme vlam onder een pan gezet. Dit warmt het staal van de pan op, en daardoor wordt de hele boel gaar. Bij inductie is dit net even anders: de kookplaat activeert een spoel, waarmee een pan (mits magnetische bodem) heet wordt. Dit gaat rázendsnel, vele malen sneller dan bij gas. Dit betekent dat een pan met water binnen enkele minuten kookt.

Hierdoor is de gemiddelde temperatuur lager. Dat klinkt gek, maar het is zo: het water gaat van de taptemperatuur (een graad of 12-15) naar 100 graden in 5 minuten. Bij gas duurt dit veel langer. Maar het water is hierdoor wel vrij lang boven de temperatuur waarop eiwit stolt: 62 graden, en het eigeel bij 68C. Bij een kooktijd van 6 minuten (bij eieren) betekent dit dat het water bij inductie ongeveer 8 minuten boven deze stollingstemperatuur is geweest. Bij het koken op gas is dit 10 minuten. In zijn totaliteit is het ei natuurlijk wél sneller klaar. Maar je moet dus wel rekening houden met de kooktijden.

Een ander ding: bij het koken op gas gaat er ontzettend veel warmte langs de pan. Dat is inefficiënt, maar warmt wel de zijkant van de pan zeer sterk op. Dat effect mis je bij koken op inductie. Met andere woorden: omdat de zijkant niet warm wordt, worden met name de dingen op de bodem gaar. Ook iets om rekening mee te houden met bijvoorbeeld wokken!

Nu naar de pannen. Ik had al advies gevraagd welke pannen ik het best zou kunnen kopen. We hebben vooraf eigenlijk niets nieuws gekocht, en besloten te wachten totdat de plaat geïnstalleerd was alvorens conclusies te trekken. En dat was maar goed ook! De grote kookpannen die we hadden, deden het fantastisch op de kookplaat. Hetzelfde geldt voor de DeBuyer-pannenkoekenpan en een andere pannenkoekenpan.

Het enige wat we nieuw hebben gekocht is één steelpan (Ikea) en Brabantia Balance pannen, te weten een wok, grote koekenpan en kleine koekenpan. De “schade” bedraagt daarmee ongeveer 75 EUR in totaal.

Opvoeden, het is toch best een dingetje

Mijn kinderen zijn mijn alles. Zielsveel hou ik van ze – en pas nu ik zelf vader ben van meerdere kinderen kan ik mijn eigen ouders geloven toen ze vroeger zeiden “we houden van jullie allemaal even veel, alleen anders”.

Mijn zoon is inmiddels 6, Oudste Dochter 3 en Baby is 10 maanden. Schatten. Bijdehand, precies als hun vader. Geïnteresseerd in alles, en soms in helemaal niets. Zoals kinderen horen te zijn, denk ik.

Wij zijn denk ik niet streng thuis. Maar wel heel duidelijk en (helaas voor hen) ongelooflijk consequent. Een “Nee” van ons is nog nóóit een “ja” geworden. Ook weten wij (vrouw en ik) heel goed van elkaar wat wel of niet zou mogen en is het dus vrij moeilijk om ons tegen elkaar uit te spelen. Dit weten ze, en afgezien van de normale peuter & kleuterdriftbuitjes is er vrij weinig te beleven op opvoedkundig gebied.

Ook hebben we vrij duidelijke regels (nu ik ze uitschrijf klinkt het wel streng). Twee maal per week mag er televisie gekeken worden na school. Niet vaker. Lolly’s worden hier niet gegeten (nooit, onder geen beding, geen uitzondering, wil ik een lolly in hun mond zien). Telefoons zijn van ons, en daar mogen géén kinderen aan zitten. Hetzelfde geldt voor onze laptop (die meestal sowieso in mijn kantoor ligt, al mogen ze daar wel komen). Verder mag vrijwel alles: rommel maken (wel opruimen), iets in elkaar knutselen, kleuren, kleien, schilderen, boekjes lezen, in de modder spelen, of zoals gister met een vriendinnetje jezelf schminken op de BSO met lippenstift en oogschaduw. Door elkaar gemengd. Met glitters. En ja, in vijf minuten douchen ben je dan niet klaar…Gelukkig was Geldsnor weer een keer op reis en kreeg ik alleen de foto’s. Mijn vrouw het werk.

Maar soms is opvoeden gewoon lastig. Vooral als iets buiten je macht ligt, of moet liggen. Zo heeft mijn zoon een vriendje in de klas. Ik vind het een vreselijk kind. Althans, ik vind de gedragingen vervelend. Grote mond, brutaal: wij willen snoep! Mogen we nog een snoepje?
Maar ook druk en luidruchtig (en ik heb een hekel aan geluid, zeker als ik het niet kan plaatsen en geacht wordt te werken!). Ze spreken wel eens samen af. En ik heb het kindje ook al wel eens naar huis gebracht. Het kind had me tot wanhoop gedreven, en het laatste wat je wil is boos worden op het kind van een ander. Dus heb ik een einde gemaakt aan de speelafspraak. Vandaag (ik schrijf dit op donderdagmiddag) wilden ze weer afspreken. Bij ons thuis. Gezien ik net een paar dagen weer op reis ben geweest en allerhande dossiers moest uittikken, zag ik dit niet zitten. Toen was het idee om alleen in de speeltuin te gaan spelen. Dát gaat dus niet gebeuren. Ze zitten in groep 1 en 2 (respectievelijk, klassen zitten hier bij elkaar). En een kind van 4 en 6 gaan NIET alleen in de speeltuin spelen, tussen de scooterjeugd, voetballende middelbare schoolscholieren en Pokémon-muppets.

Het idee ontstond om dan maar bij Kind te gaan spelen. Pfff…De vorige keer kreeg hij daar (in 2 uur tijd) een zakje chips (dat mag in het weekend, op zaterdagavond, als je “lang opblijft!”), chocola en een zakje snoep. Oeps! Bij ons krijgen ze één snoepje en wat te drinken. Niet meer. Geen twee, geen drie, geen chips en geen chocola. Althans: hij had daar een hele reep gekregen.

Ik betrap me er ook op dat ik heel goed moet nadenken over mijn eigen vooroordelen. Laten we zeggen dat de kinderen “Engelse” namen hebben. Dat de vader de keren dat ik er kwam onderuitgezakt op de bank hing, met een BMI ruim boven de 35, een petje achterstevoren en iets vettigs te eten, waarvan de helft in zijn baard hing. Ze hebben ook een type hond wat mij niet aanstaat, een volstrekt niet-onderhouden tuin (al valt er wel wat te zeggen voor gras van 40cm en onkruid, dat is in ieder geval leuk voor de vogeltjes).

Dat maakt deze mensen echter niet minder, of ons beter. Maar daar moet ik wel heel bewust over nadenken. Mogelijk vinden zij ons een stelletje rijke lui, snobbistisch en superieur. Mogelijk ook niet: laat ik dat vooral niet invullen voor hen. Wellicht heeft die vader gewoon ploegendienst en zit ie wat te relaxen.

Dus waarom wil ik dat ze niet spelen? Ik heb voor mezelf nu de conclusie getrokken dat dit een combinatie is van het veel te drukke kind & de volstrekt andere regels dan bij ons thuis (als in diagonaal tegenovergesteld parallel universum).

Maar lastig vind ik het wel. De kinderen moeten hun eigen weg vinden. Maar ik wil ze wel het juiste pad insturen. Te direct sturen werkt echter zéker niet. Geen sturing geven vind ik ook niets. Ze zullen er vanzelf wel achterkomen. Hopelijk.

De perverse culminatie van de consumptiemaatschappij: Black Friday

Het is weer eind november. Sinds enkele jaren het domein van de schreeuwende winkelketens die er alles aan proberen te doen om hun spullen te slijten. Aan jou, als consument. Black Friday. De dag dat massaal allerlei kneut (en niet-kneut) verkocht wordt onder bizarre kortingen.

In deze dagen is er niets meer te vinden van duurzame ambities van winkelketens, of van de consumenten die het kopen. Die nieuwe telefoon/computer/jutezak of weet ik veel wat die je nu wordt aangepraat. Het hele jaar heb je het eigenlijk niet nodig gehad. Vaak zijn het ook helemaal geen aanbiedingen voor “alleen vandaag”. Zo kom ik een Samsung Galaxy Tab S7 FE 64GB Wifi Zwart tegen op Coolblue, voor 449 EUR. Dat kostte deze een week geleden ook al. Nu is het verneukeratieve (mooi woord!) dat de “korting” wordt gegeven ten opzichte van de adviesprijs van de fabrikant – die buiten Black Friday ook al niet gevolgd werd.

Black Friday is voor mij sinds enkele jaren de herinnering dat het gros van de mensen helemaal niet minder wil consumeren, dat (die groep) men het niet slecht heeft en dat duurzaamheid en spaarzaamheid voor anderen bedoelt is.

Zelf walg ik er van en doe ik er principieel niet aan mee. Ik zou eerlijk gezegd ook niet weten wat ik in vredesnaam nodig zou hebben. Toegegeven, ik heb al het nodige aan apparatuur. Er staan 3 tv’s in huis (nuja, eentje hangt er in de overkapping zodat ik kan zien waar ik fiets), een fietstrainer, een MS Surface, 2 smart watches (vrouw 1, ik 1), ereaders (beiden 1) en een laptop (die van de zaak tel ik niet mee). Ik ben dus feitelijk al erg genoeg. En moet dus ook met de hand in eigen boezem (al is het leuker om die in de boezem van een ander te steken, maar dat terzijde) in de spiegel te kijken.

Geldsnor: je bent zelf een consumerende kapitalist. C’est vrai.

Ideale (kerst)cadeautjes & nog “duurzaam” ook: het kersenpitzakje en een plaid

Onlangs schreef ik al over de Stoov: een elektrisch verwarmbaar kussen, met allerlei gezondheidsclaims en onzinnige nonsens over golflengtes. De conclusie is dat het wellicht voor sommige gebruikerscasussen een goed product is, maar dat het op zijn minst dubieus is en niet snel tot de gewenste besparingen zal leiden.

Eén van de comments was een vraag over een kersenpitzakje. En wie kent dit product nu niet? Wij gebruiken die al jaren thuis, en de oudste is al zeker 25 jaar oud. Het is “grootmoedersfavoriet” zoals ik in mijn antwoord al typte.

Een kersenpitzakje heeft een heleboel voordelen tegenover bijvoorbeeld een kruik: er kan bijvoorbeeld geen hete vloeistof uitlekken. Maar ook is het veiliger om te maken. Immers, een kruik vul je met (bijna) kokend water. Dat levert wel een hoop warmte op: uitgaande van een kamertemperatuur van 20C bevat een kruik van 1 liter maar liefst 335 kilojoule energie. Ruim 9 x zoveel als een Ploov van Stoov.
Dat is dan ook direct het nadeel van andere producten: om warmte te bufferen moet je massa hebben en een grote warmtecapaciteit. Er is geen product ter wereld met een hogere warmtecapaciteit per kilogram dan water, en dus is een kruik zeer efficiënt.

Terug naar het kersenpitzakje: deze warm je op in de magnetron. Uit de eerder aangehaalde post komt 3 minuten op 800W en dat is dan weer 40Wh aan energieopslag. Verbijsterend, voor als je niet snel genoeg kunt meerekenen: dat is 144 kilojoule, nog altijd bijna 4x zoveel als een Ploov van Stoov.

Nu is het zo dat een kersenpitzakje zijn warmte vrij snel afgeeft, en dit ongelijkmatig doet. Aan het begin is deze het warmst en verliest dan méér energie dan wanneer de kamertemperatuur is bereikt, in dezelfde tijdeenheid.

Hier komt het volgende component voor een fijne warme winteravond: een plaid! Absoluut low-tech, eenvoudig in het gebruik en goedkoop: een tientje. Een plaid zorgt ervoor dat je eigen lichaamswarmte minder snel ontsnapt en je het dus warmer hebt.

Samen kosten deze producten, de plaid en kersenpitzakje nog geen 25 EUR. Fors goedkoper dan een Ploov en je zit er alsnog warmpjes bij! Belangrijkste is echter: éérst de verwarming lager zetten!

Verwarming wel of niet lager ’s nachts: laten we het eens uitrekenen!

Gister las ik een artikeltje op de site van het RTL Nieuws: Fabel of feit: ’s nachts de verwarming uitzetten kost meer energie. Een hoopgeven titel, speciaal voor mij gemaakt. Immers, het doet al heel lang de ronde dat je beter niet de verwarming uit kunt zetten ’s nachts (of juist wel) om energie te besparen.

Nu dacht ik: ze zullen het wel uitleggen. En nog goed ook. Maar nee, het bleef weer bij half-bakken-werk: Het hangt af van de situatie, hoe goed je huis geïsoleerd is, etc. Wel nu: Dat is pas een fabel.

Zo wordt er gezegd dat je bij beter geïsoleerde huizen de woning beter slechts 2 graden kunt laten afkoelen en slechter geïsoleerde woningen met 5-7 graden. Dit is natuurlijk, je voelt het al, je reinste quatsch. Mooi Duits woord voor onzin en minder grof dan bullshit. Ook al is het dat óók.
Immers, ongeacht of je woning goed of niet goed geïsoleerd is, kun je de thermostaat rustig 5-7 graden terug zetten. Bij een goed geïsoleerde woning zál de temperatuur nauwelijks terugzakken en bij een slechter geïsoleerde woning wel.

Hetzelfde geldt bij vloerverwarming: deze kan ’s nachts gerust iets afkoelen. Dan warmt-ie in de ochtend weer op. Geen probleem. Waar het om gaat is dat het verwarmen in een traag tempo gaat: traag genoeg om in het laagste bereik van de CV-ketel te opereren. Dan maakt de ketel maximaal gebruik van de condensatie-warmte van de rookgassen die het retourwater opnieuw opwarmen. En dat, beste lezers, is het principe van de HR (hoogrendement) ketel. En ook de reden waarom witte rook bij een woning betekent dat de CV-ketel véél te hard werkt. Een goed afgesteld verwarmingssysteem geeft géén rook/stoom behalve bij het douchen/warme tapwater.

Rekenen dus: hoeveel energie gaat er verloren

Het artikel van RTL is op een aantal gebieden wel aardig. Zo leggen ze prima uit dat energie altijd verloren gaat: ook als je ’s nachts de ruimte warm houdt. Het is dus onmogelijk om energie te besparen door de woning wárm te houden. Sterker nog: het warmteverlies is groter. Hoeveel groter? We rekenen het uit!

Iedere woning heeft muren en ramen. Voor de rekenvoorbeelden gebruik ik mijn eigen woning.

Onze woning is gebouwd in 1996 en heeft een spouw van 10cm. Onze woning heeft daarmee een U-waarde van ongeveer 0.4. Dit betekent dat iedere vierkante meter een warmteverlies heeft van 0.4W, per graad temperatuurverschil tussen binnen & buiten. De oppervlakte van mijn muren is 86m2, minus 20.36m2 ramen. Netto dus 65,64m2.

Ons huis is verder gebouwd als zgn. 1.5 woonlaag. Dit betekent dat op de verdiepingsvloer reeds het schuine dak begint. Dit zorgt voor een enorm dakoppervlak. Deze heeft eveneens een U-waarde van 0.4. Ik reken echter met 0.6, omdat er bij schuine oppervlaktes anders gerekend moet worden. Ons dak heeft een oppervlakte van 140m2.

De ramen zijn zoals gezegd 20.36m2 en hebben een U-waarde van 3.

We rekenen met een binnentemperatuur van 18C. Beneden is deze iets hoger, boven lager. Maar we houden het makkelijk. Het warmteverlies is als volgt:
65,64* 0.4 +140*0.6+20.36*3= 228W/m2/K. Dit wil zeggen dat er per graad temperatuurverschil met buiten, de woning 228W energie verliest. In een uur is dit dus 228Wh.

Bij een buitentemperatuur van 0 graden is dit dus 18 maal zoveel (immers, de binnentemperatuur was 18C): 4104Wh ofwel 4.1kWh. Per uur. Om dit rekenvoorbeeld eenvoudig te houden, gaan we er even vanuit dat dit de gemiddelde temperatuur is van 17h (zonsondergang in deze tijd van het jaar, grofweg) tot 8:30. Dit is een periode van 15.5 uur.

Hoeveel warmteverlies betekent dit? Uiteraard 15.5* 4104: 63,6kWh. Gezien de meeste mensen op gas stoken, moeten we dit even terugrekenen naar gasverbruik. 1kWh bevat 3.6 megajoule aan energie, en 1m3 gas bevat 35,19 megajoule. Dit levert een gasverbruik op over deze periode van 6,5m3.

Nu laten we de binnentemperatuur zakken met 3 graden. Nu is de rekensom: energieverlies per uur * temperatuurverschil * aantal uur = 228*15*15.5= 53kWh. Dat is 5,4m3 gas.

U heeft zojuist 1.1m3 gas bespaard in één nacht.

U begrijpt ook dat deze rekensom vereenvoudigt is ten opzichte van de werkelijkheid. Zo is wind een dominante factor bij warmteverlies, maar dit laat ik buiten beschouwing.
Bovenstaande verandert echter níet per type woning of isolatie. Het enige wat verandert is de eerste parameter: het energieverlies per uur.

Stelt u zich eens voor dat u in een woning woont, met dezelfde oppervlaktes. De spouwmuren zijn nu niet geïsoleerd en hebben een U-waarde van 2,63. Er is gedeeltelijk enkel glas aanwezig. Gemiddeld brengt dit de ramen op een U-waarde van 4,5. Het dak heeft volgens het toen geldende bouwbesluit een U-waarde van 1,16.
Dit geeft het volgende verlies 65,64*2,63 +140*1,16+20.36*4,5 = 426W/m2/K. Oef! 86% méér warmteverlies.
Nu verliest u ’s nachts 426*18*15,5 = 118,85 kWh = 12,16m3 gas per nacht.
De verwarming terugzetten naar 15 graden ipv. 18 graden reduceert dit verlies tot 10,13m3 per nacht.

De winst die te behalen valt is dus wel kleiner, naarmate de woning beter geïsoleerd is.

Waarom dus wel terugzetten en wanneer niet?

Zoals gezegd moet een ketel het werk kunnen doen zonder hard te hoeven werken. Dan worden de rookgassen maximaal gebruikt om het retourwater te verwarmen. Dit betekent dat de ketel niet ingesteld moet staan op een temperatuur van 80°C, maar bijvoorbeeld 60 of 65 (of bij ons, met vloerverwarming, 35°C).
Deze condensatiewarmte levert maximaal 11% rendement op. Dat betekent dus een verbruik van 11% minder.

Dit is een interessant gegeven. Immers, stel u voor dat er ’s morgens wel een flinke peut gas verstookt moet worden om de woning op temperatuur te krijgen. Volop witte rook uit de schoorsteen, maar wel lekker snel warm. Dat kan dus voordelig zijn, mits u ’s nachts meer dan 11% bespaard hebt. In bovenstaand rekenvoorbeeld is te zien dat er 1,1m3 gas bespaard wordt door wél nachtverlaging toe te passen. Dat is bijna 17%.

Dus zelfs als u niets wilt inleveren op comfort, is het zeer prima om de nachtverlaging toe te passen.

De meeste artikelen gaan ergens de mist in wanneer het gaat om thermische energie (energieverbruik) en comfort. Sommige mensen zullen het oncomfortabel vinden om in de ochtend met een koelere woning wakker te worden. Vergeet dan dus bovenstaande niet: gewoon alles zo instellen dat het weer warm is als je beneden komt. De plantjes hoeven het niet warm te hebben!

Witte en rode knikkers

Wie kent niet het raadseltje of grapje van vroeger…Als je 100 knikkers hebt, waarvan er tien rood zijn en de rest wit: wat is de kans dat je een rode pakt?

Tsja, vijftig procent toch? Je hebt immers 2 opties en 1 is er altijd waar. Het goede antwoord is uiteraard tien procent en vrijwel iedereen zal dit goed hebben en begrijpen.

Hoe anders is dit met corona en vaccinaties. Allerhande theorieën worden gespuid, al dan niet met complotten. Terwijl het in de basis zo simpel is. Zo lees ik op allerlei plekken dat vaccineren niet werkt. De helft van de ziekenhuisopnamen is met gevaccineerde mensen, dus waar doen we het voor?

Laten we een pot knikkers pakken. We doen er 1000 in. Hiervan maken we er 850 blauw en 150 wit. Dat is gelijk aan de verhouding wel of niet gevaccineerd. Nu gaan we 100x grabbelen. Logischerwijs kom je uit op ongeveer 85 blauwe en 15 witte.

Gaan we kijken op de IC of in het ziekenhuis, dan zie je 45 procent gevaccineerd en 55 procent niet gevaccineerd. Met dezelfde pot knikkers. U snapt het idee: de knikkers die niet gevaccineerd zijn worden makkelijker gegrepen.

kijk, ik ben geen voorstander van wie dan ook uitsluiten. Maar ook geen voorstander van het negeren van feiten en niet meer nadenken. Het tunneldenken. Goed en fout. Wit en zwart. Laten we kijken naar feiten en de gezonde aannames doen. Namelijk dat een pandemie dermate complex is dat die niet georchestreerd kan worden van bovenaf. Dat onze politici het beste met ons voor hebben en met de kennis van dat moment, die altijd beperkt is, beslissingen nemen. Waar altijd mensen de dupe van worden en waar je het dus nooit voor iedereen goed kan doen.

Dat achteraf dingen anders hadden gekund, is altijd zo. Captain Hindsight is een held in South Park. Maar laten we het bij feiten houden en een beetje lief voor elkaar zijn.

De dood: wat is de invloed op je financiën?

Vergeef me deze wat macabere titel. En tegenstrijdig, tegelijkertijd. Immers, als je zelf bent overleden, heb je niet zoveel meer aan je financiën. En nee, er is niemand overleden die ik ken. Maar het is wél belangrijk om over na te denken: wat gebeurt er als ik zou sterven?

Uiteraard heb ik alles vastgelegd in testamenten. Leuk en aardig dát het geregeld is. En ook wát er geregeld is. Alleen is dat een zogenaamde “kwalitatieve omschrijving”. Het beantwoord dus niet meer dan de vraag wat er geregeld is. Niet wat de invloed daarvan is.

Wat is er allemaal geregeld, als ik overlijd?

In ons testament staat dat alle bezittingen en schulden overgaan op de langstlevende van ons: in dit geval mijn Lieftallige Echtgenote. Als zij ook overlijdt, vervalt alles aan de kinderen. Het voogdijschap gaat naar onze Beste Vriendin, tevens woonachtig in hetzelfde dorp. De financiële bewindvoering gaat in eerste instantie naar Schoonmoeder, alvorens naar Schoonvader, Vader en Moeder zal gaan (allen in volgorde van eventuele aanwezigheid op deze aardbol).
Als we met z’n allen ten onder gaan, dan vervalt onze hele erfenis aan ouders (mits aanwezig), en anders aan de broertjes van Lieftallige Echtgenote. Mijn broer en zussen zijn zeer nadrukkelijk uitgesloten van enige erfenis.

Voor de rest van dit blogpostje gaan we uit van de situatie dat ik overlijd. De rest van de scenario’s blijft achterwege tenzij anders genoemd.
Los van het testament, zal ook mijn arbeidsovereenkomst komen te vervallen, alsmede het recht op de lease-auto. Tevens zal in principe onze private-lease auto geretourneerd moeten worden.
Maar, we hebben ook een overlijdensrisico-verzekering. Rare naam, het risico op overlijden is immers 100%. Maar het zal wel het overlijdensrisico op een bepaald moment zijn. De overlijdensrisico-verzekering is belangrijk: die is alleen van toepassing op mijn overlijden. Als mijn Lieftallige Echtgenote overlijdt heb ik botte pech: ik kan de lasten in mijn eentje eenvoudig opbrengen. Andersom niet per se.

Kwantitatief: wat zou het allemaal inhouden?

De hypotheek van Huize Geldsnor is 48% aflossingsvrij en 52% annuïtair. Die verhouding wordt natuurlijk steeds iets anders. Momenteel bedraagt de schuld minder dan 400.000 EUR.
Mijn overlijdensrisicoverzekering is hypotheek gerelateerd en dekt 375.000 EUR. Met andere woorden: als ik overlijd keert deze verzekering maximaal 375.000 EUR ten behoeve van de aflossing van de hypotheek. Ergo: Lieftallige Echtgenote blijft achter met een vrijwel afbetaalde woning.

Natuurlijk hebben we ook nog het geval “nabestaandenpensioen”. Als ik zou overlijden krijgt zowel echtgenote als ieder van de kinderen jaarlijks een bedrag.

Voor Lieftallige Echtgenote is dit: 37.000 EUR per jaar (tot ze pensioengerechtigde leeftijd bereikt, daarna 21.000 EUR).
Voor de kinderen: 4105 EUR per jaar, per kind tot ze 18 zijn.

Beide bedragen zijn van toepassing voor zo lang ik werk. Als ik niet meer werk voor mijn werkgever, dan wordt het aanzienlijk minder. Dat is een risico om rekening mee te houden: ontslag nemen zonder reeds een goed lopend bedrijf of andere baan te hebben is zeer risicovol. Mijn nabestaandenpensioen is namelijk opgebouwd op basis van risico: als ik wissel vervalt het (en moet je dus zorgen dat je een equivalent opbouwt).

Een uitvaartverzekering heb ik niet. Vrouwlief ook niet. We hebben voldoende achter de hand om dit zelf te betalen, of eventuele achterblijvers dit te laten betalen.

Wel heb ik nog een persoonlijke schuld: de studieschuld. Die betalen we uiteraard zo traag mogelijk af: de rente is 0.0% en voor onze hypotheek is het volstrekt irrelevant. Het zou wel een positieve cashflow opleveren. Maar dan moet ik wel eerst die 10.500 EUR neerleggen, en daar kunnen we nuttiger dingen mee doen. Dus zo lang die rente op 0 staat (of onder de 2%), dan hou ik de studieschuld zo lang mogelijk vast. Het is tevens een mooi stukje “ballast” in Box 3: ons eigen vermogen wordt er lager van. Het lijkt me de meest ideale schuld die je kunt bedenken.
Maar goed: stel ik overlijd. Watskeburt met de studieschuld? Die vervalt. Die wordt niet verhaald op partners of andere erfgenamen.

Conclusie: goed geregeld

Uiteraard hoop ik dat mijn nabestaanden hier nooit over na hoeven te denken. Er is dan al genoeg geregel en, naar ik aanneem, enig verdriet. Maar ik ben blij dat ze de financiële vrijheid hebben om dan geen hypotheek meer te hebben.

Ze bespaart per maand:
1130 EUR op de hypotheek
13,86 EUR op de overlijdensrisico-verzekering (immers, een dode hoeft geen premie te betalen)
150 EUR op “mijn zakgeld”
89,25 EUR op mijn ziektekostenverzekering
200 EUR aan eten
665 EUR aan de auto (maar moet er wel ergens 1 van terug zien te halen).
Totaal: 2248,11 EUR

Qua inkomsten gaat ze er natuurlijk wel op achteruit.
Ten eerste vervalt mijn inkomen (wat op fulltime basis zo’n 4800 EUR netto per maand is). Dit zakt naar 3000 EUR bruto per maand. Omdat dit inkomsten zijn, wordt het bij haar inkomen opgeteld en valt ze in de hoogste belastingcategorie. Ze houdt er dus maar 2000 EUR van over.
Ten tweede: omdat ik er niet meer zou zijn, vervalt de inkomensafhankelijk combinatiekorting. Hoge inkomens op 1 persoon worden zwaarder belast dan 2 gelijke inkomens.

Al met al zal het geen vetpot zijn, maar komen ze er toch nog begenadigd vanaf. Zeker als je bedenkt dat de kinderen ook nog eens 12.000 EUR per jaar hebben om stuk te slaan…

Tot zover dit lugubere begin van het weekend.