Flexibel omgaan met energieverbruik: welke dag is het goedkoopst?

Deze week heb ik al een tweetal blogposts geplaatste omtrent het energieverbruik. De eerste betrof het slim omgaan met de bron van energie: brandstof vs. elektrisch rijden en verwarmen met de airco vs. de CV-ketel op gas.
De tweede betrof een flexibel energiecontract, waarbij de prijzen per uur wijzigen. Op deze laatste komt nu een aanvulling: er is immers niet alleen sprake van een prijseffect gedurende de dag. De prijzen fluctueren ook door de week heen. In deze blogpost ga ik in op het verschil per weekdag, en hoe dit verandert door de tijd heen.

Prijzen sinds maart 2021

Voor de samenstelling van deze blogpost heb ik teruggekeken naar de tarieven zoals de ANWB deze gepubliceerd heeft. Dit heb ik allemaal overgeklopt in een excelletje. Hier heb ik de BTW van afgetrokken, om te komen tot de kale energietarieven. Deze worden in de grafiek van de ANWB namelijk inclusief BTW gegeven. Maar exclusief energiebelasting en Opslag Duurzame Energie (ODE). Deze heb ik dus weer opgeteld bij de kale prijs, en vermeerdert met de dan geldende BTW.

De energiebelasting is begin 2022 verlaagd van bijna 9,5 cent naar 3,679 ct per kwh. De ODE is gestegen van 3ct naar 3,5 ct per kWh. De BTW is natuurlijk vanaf 1 juli verlaagd van 21% naar 9%.

Als eerste gaan we kijken naar de prijsontwikkeling vanaf maart 2021. In den beginne waren de prijzen vrij stabiel Niet zozeer in de kale tarieven: die fluctueren bijvoorbeeld van 1ct op 9 mei 2021 tot 10ct op 19 mei 2021. Een factor 10 (!). Echter, het consumententarief varieert veel minder omdat het grootste deel van de kosten bepaald wordt door heffingen. Het consumententarief bij 1 ct op 9 mei 2021 was ongeveer 16ct per kwh. Op 19 mei was dit 25ct. Geen factor 10 meer, maar slechts 56%.
Nu kun je beargumenteren dat dit een flink verschil is. In percentages is dat ook zo. Maar een verschil van 9ct per kWh (kaal) is werkelijk minimaal in vergelijking met wat we tegenwoordig zien: het laagste tarief in september 2022 is 11ct, het hoogste 58ct. Wederom káál. In percentages minder groot dan “vroeger”, maar we betalen natuurlijk de netto bedragen: 47ct verschil per kWh is enorm.

Als ik dit in periodes van een half jaar ga vatten, kom ik tot ongeveer de volgende tarieven:
1 Maart 2021- 31 aug. 2021: 23.5878 ct / kWh
1 september 2021 – 31 maart 2022: 35.6218 ct/ kWh
1 april 2022 – 28 september 2022: 33.7794 ct/kWh.

Vergeef me de verschillen in periodes. Maar vertrouw me dat het geen materieel verschil maakt. Het laatste halfjaar is iets goedkoper dan de periode ervoor. Ruim vóór de oorlog in Oekraïne begon. Oktober 2021 t/m de kerstdagen waren vreselijk duur. 67ct per kWh op 21 december, tot dan toe een record van ongekende hoogte. En bovendien een incident: pas in augustus 2022 werd dit record verbroken met als “hoogtepunt” 26 augustus 2022, met bijna 83ct als all-in prijs.

Uit deze grafiek volgen een aantal conclusies die ik trek:
1. Er is geen direct causaal verband tussen de oorlog in Oekraïne en de energieprijzen. Die waren al tot recordhoogtes gestegen ver voor de (fysieke) inval.
2. De volatiliteit is enorm toegenomen. De standaard deviatie was in de periode maart-augustus 2021 slechts 2.6 ct. In de periode september 2021-feb 2022 was dit reeds verdrievoudigd tot 7.5ct. De laatste 6 maanden is dit maar liefst 12ct.
Dit maakt het voor energiebedrijven heel moeilijk om een vast aanbod te doen, en biedt ruimte voor mensen en bedrijven om hier zelf hun voordeel mee te doen.
3. Echter, hoe slim je het ook doet, onder vrijwel alle denkbare omstandigheden tegen een tarief wat hoger ligt dan voor september 2021 (het moment dat prijzen en volatiliteit sterk toenamen).

Prijzen van de dag: welke dag is het goedkoopst?

Zoals gezegd zou ik in deze blogpost ingaan op welke dag het gunstigst is. Uiteraard zijn er momenten op die dag zélf die goedkoper zijn dan het gemiddelde, en kunnen er uren zijn op ándere dagen die goedkoper zijn. Maar, om het relatief simpel te houden is het een goed begin om te kijken welke dagen het goedkoopst zijn.

En hier speelt iets geks. Ik heb al laten zien dat de prijzen in een eerder tijdperk aanzienlijk lager waren heden ten dage.
Maar ook de verdeling per dag is aanzienlijk gewijzigd. Om dit te bepalen heb ik gekeken naar het gemiddelde in de genoemde periodes, en het gemiddelde over de dagen van de week (en hoe dit afwijkt van dit gemiddelde).

Periode maart 2021- eind augustus 2021

In bovenstaande grafiek zie je de tarieven in euro’s per kWh, voor de dagen per week. De oranje lijn geeft de afwijking ten opzichte van het gemiddelde van die periode aan. Wat blijkt? Elektriciteit was in deze periode goedkoper op maandag t/m woensdag. Het duurste was de vrijdag, met 1.6% boven het gemiddelde. De dinsdag scoort op bijna 2% onder het gemiddelde.

September 2021 – maart 2022

Zelfde grafiek, maar nu van september 2021 t/m maart 2022.

Hetzelfde heb ik gedaan in de bovenstaande grafiek. Nogal een verschil, niet waar? De dinsdag is niet langer 2% goedkoper dan het gemiddelde, maar met 6% boven het gemiddelde zelfs de duurste dag van de week. Dit vertaalt zich naar een verschil van ruim 6ct per kWh tussen de dinsdag en de zondag.

Ook hier zie je duidelijk de toegenomen volatiliteit terug. Maar ook in het laatste half jaar zijn er gekke dingen aan de hand.

April 2022- tot nu

April 2022 – 28 september 2022

De gemiddelde tarieven zijn de laatste maanden niet hoger dan het half jaar daarvoor. De beeldvorming in de media lijkt wellicht anders te suggereren. Maar de feiten ondersteunen dit absoluut niet. Maar de verschillen door de week heen zijn wel groter. De dinsdag is nog steeds de duurste dag. Maar de zondag is niet langer de goedkoopste. Het verschil is wel klein, maar de zaterdag is nét goedkoper dan de zondag. Het verschil tussen de goedkoopste dag en de duurste dag is wel opgelopen tot ruim 9ct per kWh: 25%.

Welke dagen zijn het meest gestegen in prijs?

De gemiddelde prijzen zijn flink toegenomen als je maart 2021-september 2021 vergelijkt met grofweg dezelfde periode dit jaar. Maar niet alleen de gemiddeldes, zoals ik hierboven heb aangetoond. Ook de prijsverschillen tussen de dagen zijn gegroeid. Waar eerst de weekdagen het goedkoopst waren, zijn dit nu de weekenden.
De prijsstijging is (veruit) het grootst op dinsdag. Elektriciteit op dinsdag is ruim 60% duurder geworden. In de weekenden is het verschil relatief klein met “slechts” 20%.

Prijsstijging per weekdag, vergeleken met 1 jaar eerder.

Conclusie: hoe doen we hier ons voordeel mee?

Om te kunnen profiteren van een lagere prijs in de weken en uren, moet je uiteraard een flexibel contract hebben. Anders is het simpelweg een enkeltarief, of hoog/laag, maar nooit anders per uur. De weekenden vallen dan wél onder het lage tarief. Echter, als ik kijk naar de huidige tarieven die mij worden aangeboden, dan zie ik dat de waarschijnlijkheid dat deze gaan optreden in de buurt liggen van “vrijwel nooit”. Maar, ik weet niet wat er wel of niet komen gaat…

Als je een flexibel contract hebt loont het de moeite om je verbruik uit te stellen tot de weekenden. Alle dagen van de werkweek liggen boven het gemiddelde, en de dinsdag is een dag om te mijden.

Uiteraard is dit alleen van toepassing als het mogelijk is: massaal gaan bingewatchen in het weekend zal mogelijk niet leiden tot minder verbruik doordeweeks. Het uitstellen van een vaatwasser is ook doorgaans geen week mogelijk. Maar als het vrijdag is, is uitstellen tot zaterdag wel gunstig. Ook de was draaien in het weekend is goedkoper dan doordeweeks.

Dure momenten op de dag vermijden en verbruik uitstellen (of naar voren halen) op basis van de geldende prijzen kan een behoorlijke impact hebben op je energierekening.

Flexibele energietarieven: levert het me iets op?

Gister heb ik een redelijk uitgebreide blogpost geschreven over de verschillende mogelijkheden om de kosten van mijn energieverbruik binnen de perken te houden. Rijden op benzine ipv. elektriciteit (breakeven-point = 49ct per kwh bij benzineprijs 1.85), of stoken met gas ipv. warmtepomp (prijs ligt op bijna 80ct per kwh, bij gasprijs 3.40).

Maar vandaag ga ik iets verder. Namelijk: naar flexibele energietarieven. Dat is iets anders dan een variabel tarief. Bij een variabel tarief ben je overgeleverd aan de inkoopkunstjes van de energiemaatschappij. Bij een flexibel tarief heb je ieder uur een ander tarief. En iedere dag, week, maand.

Het is een vrij complex product. Ieder uur is anders, en het is moeilijk in te schatten wat de prijzen doen over een week, of 2 weken. Ook krijg je mogelijk minder terug voor je zelf geproduceerde elektriciteit.
Kort gezegd: als je véél eigen productie hebt en relatief weinig verbruik, dan is dit product waarschijnlijk niet voor jou. Als je geen eigen productie hebt en veel kunt schuiven met je elektriciteitsverbruik, dán kan het interessant zijn.

De uitgangssituatie van Huize Geldsnor

Niet iedereen is bekend met mijn blog, dus ook niet met mijn huis(houden). Ons huishouden bestaat uit 5 leden, met 3 kinderen en 2 volwassenen. We wonen in een vrijstaande woning van ongeveer 200m2. De benedenverdieping is volledig voorzien van vloerverwarming. De bovenverdieping is voorzien van elektrische verwarming, die nooit aanstaat. Maar als het echt koud is, kán het wel. De badkamer is voorzien van elektrische vloerverwarming. We koken met een inductieplaat en hebben een Quooker. Tevens hebben we 32 zonnepanelen.
We rijden in een plugin-hybride en hebben een volledig elektrische auto, die we opladen met een wallbox.

Ons totale elektriciteitsverbruik ligt op ongeveer 15.000kWh. Daarvan produceren we er ongeveer 10.000 zelf. We leveren 7000kWh terug per jaar en verbruiken er dus iets meer dan 3000 direct zonder deze op het net te zetten. Van de elektriciteit die we zelf afnemen valt 30% onder het huidige hoog-tarief en 70% onder het lage tarief. Wat we terugleveren is exact andersom: 70% leveren we terug tegen het hoge tarief, en 30% tegen het lage tarief…

Deze tarieven gaan binnenkort naar respectievelijk 1.04 en 0.70 EUR per kWh. Geen kattenpis.
Gas laat ik in deze blogpost buiten beschouwing. De tarieven hiervan verschillen nauwelijks door de dag heen.

Twee verschillende dagen: loont het?

Om te bepalen of een flexibel tarief iets is voor ons, heb ik gekeken naar een tweetal verschillende dagen. Namelijk 6 september en 23 september. Ik begin met 23 september. Dit was een dag waar we de E-208 ’s nachts hebben opgeladen en we overdag thuis waren. Geen uitgesproken zonnige dag overigens: slechts 20kWh eigen productie. Hiervan hebben we er 14 direct verbruikt, maar die zie je natuurlijk niet in deze grafiek.

Ik heb dit ook nog eens geplot tegen de kosten. Vanaf 21 tot 07 uur geldt het lage tarief (0.70 EUR) en vanaf 07 tot 21 uur geldt 1.04 per kwh.
De flex-tarieven heb ik opgezocht via Frank Energie, omdat die een mooi overzichtelijk overzicht hebben inclusief alle bijkomende kosten.

De 28 kWh van 23 september zou mij in de nieuwe situatie 18.41 EUR gekost hebben. Een flexibel tarief zou hier geleidt hebben tot 12.97 EUR. Een verschil van 5.44 EUR! Een kleine verschuiving had nog een dikke halve euro extra opgeleverd. Kijk maar naar de tarieven per kWh, per uur:

Zoals je ziet was het verschil per uur niet eens heel groot. Het verschil tussen het duurste uur (tussen 19 en 20, 0.614) en het goedkoopste uur (tussen 3 en 4 uur ’s nachts, 0.423) is minder dan 20 cent.

Nu gaan we kijken naar 6 september. Een dag met spectaculair veel zonneschijn: 54.5kWh! Het was ook een dinsdag. Een dag dat vrouwlief aan het werken is en dus de EV mee heeft (en daardoor niet overdag kan laden) en een dag dat ik thuis aan het werken was. Ook komt op dinsdagochtend de schoonmaakster, ook wel bekend als mijn schoonmoeder.

We gaan kijken naar het verbruik per uur van de dag:

Duidelijk is te zien dat de zon overdag flink schijnt. We leveren terug vanaf 9 uur tot 18 uur. De som van teruglevering is 33.3kWh. Maar liefst 21.1kWh is thuis verbruikt. Hiervan is 11.8kWh gebruikt voor de PHEV: die heeft ’s ochtends geladen (van 07:30 tot 9:43, 5.1kWh) en begin van de middag (11:59 tot 17:21, 6,7kWh). De rest van het verbruik die dag (overdag) betreft koken, wassen, stofzuigen en de laptop.

Op een zonnige dag zoals 6 september zie je een zéér sterk effect van de zonneschijn op de prijzen in de middag. Het goedkoopste uur was hier van 13 tot 14 uur en was geprijsd op 0.375 EUR. Het duurste uur was ruim 2x zo duur met 78.7ct. 43.2ct duurder dan tijdens het dal!

Dat leidt dan ook tot onderstaande kosten per uur. Je ziet hier het “voordeel” van teruglevering. Ik lever bij een variabel contract terug op 1.04 EUR per uur. Na 21 uur gaat het daltarief in, voor 70ct.

De totale cumulatieve kosten zijn hier zéér interessant. Want het zijn dagen als deze die bepalen of het gunstig is om over te stappen. Zonder gedragsaanpassing levert deze dag met de nieuwe prijzen maar liefst 4 EUR op (3.91, eigenlijk). Zoveel lever ik terug tegen hoog tarief. Bij de flexibele uurprijzen ben ik het haasje: de elektriciteit kost me toch nog 6.25 EUR vandaag. Ik heb immers teruggeleverd op het goedkoopste moment van de dag, en afgenomen op het duurste moment van de dag.

Gedrag bepaald het verschil

Op 6 september hebben we de auto opgeladen in de avond. Dat is goed voor 27.3kWh. Een onnodige piek (maar gezien de toestand destijds met mijn vader, geoorloofd: we wilden allebei de auto’s standby hebben).
Hadden we dit anders kunnen doen, kostentechnisch gezien? Absoluut! We hadden namelijk het opladen kunnen doorschuiven naar de nacht van woensdag. Als ik dan ’s nachts weggeroepen zou zijn, dan had ik altijd nog snel de andere auto aan de lader kunnen hangen. In de nacht naar woensdag zakte de prijs tot ruim onder het niveau van het nieuwe nachtcontract.

Cumulatief leidt dat tot een heel ander plaatje. Namelijk een veel kleiner verschil: door een simpele gedragsaanpassing (sterker nog: een instelling op de laadpaal) is het verschil gedaald tot 1 EUR. Door beter gebruik te maken van de pieken & dalen, valt er geld te besparen.

Is een flexibel energiecontract geschikt voor iedereen?

De conclusie laat zich raden: het kán zeer voordelig zijn om een flexibel energiecontract te hebben. Maar zoals ik al aan het begin schreef: uitsluitend als je grote verbruikers hebt die je flexibel kunt inzetten om de stroom te verbruiken. Een avondje TV kijken verbruikt nauwelijks iets, en het verplaatsen naar de nacht schiet niet op. Midden op de dag stofzuigen is niet iedereen gegeven.
Verbruik verplaatsen naar de nacht is (in significante hoeveelheden) alleen mogelijk met elektrische auto’s, of met een warmtepomp. Idem dito voor het middagdal: dit is uitsluitend te gebruiken als je thuis bent (of apparaten die veel verbruiken in kunt stellen om dan te draaien, en niet op de piekmomenten).

De lakmoesproef (was leuk he, scheikunde vroeger!) zal komen in de komende maanden. Financieel zijn er interessante scenario’s te bedenken. Zo is het bijvoorbeeld goed mogelijk dat de elektriciteitprijs op dit moment hoger is dan de prijs ’s nachts! Afgelopen nacht lag het tarief continu onder de 0.30 EUR (tussen 00 en 06), terwijl dit vanmiddag boven de 40ct ligt. Het afgelopen uur (van 14 tot 15 uur) hebben mijn zonnepanelen 1 EUR opgeleverd! Daar had ik vannacht 4kWh voor kunnen kopen.

Dit alles laat de situatie in de zomer buiten beschouwing. Daarin zou je tenslotte heel veel kWh’s verkopen tegen een hoog tarief, waar ik nu het risico ga lopen dat dit in feite een sterk verlaagd tarief is.
Maar weet je? Dat vind ik prima. Het is een “incentive” om te verbruiken wat je produceert of te consumeren als er weinig vraag is.

Flexibel omgaan met energieverbruik voor gevorderden

Het zal niemand verbazen, althans niet diegenen die mijn blog regelmatig lezen: ik ben in de ban van de energieprijzen. Recentelijk heb ik mijn nieuwe prijzen ontvangen voor de maanden oktober t/m december. 3.44 EUR per m3 gas, en 1.04/0.70 EUR per kWh elektriciteit (hoog & laag tarief).

Nu klaag ik niet direct: ik ben onderdeel van de gepriviligeeerde Nederlanders. Ik hoef geen zorgen te hebben over het al dan niet kunnen betalen van de rekening. Ook al gaat mijn voorschot van 44 EUR naar 290 EUR.
Daarbij heb ik ook alle middelen in huis om hier mee om te gaan: inzicht in mijn verbruik, verstand van de materie en een ruime hoeveelheid aan mitigerende mogelijkheden. Met dat laatste bedoel ik de mogelijkheid om te rijden op benzine of elektriciteit, en te verwarmen met elektra (airco) of met gas.

Eerst zal ik eens duiken in mijn verbruik per categorie. Vervolgens zal ik in de mogelijkheden duiken om onder de diverse plafonds te blijven…

Energieverbruik van Huize Geldsnor

Huize Geldsnor is het afgelopen jaar vrijwel volledig “all-electric” geweest. Dus we hebben vrijwel alles verwarmd met de airco, en hebben elektrisch gereden. Een deel van de verwarming is elektrisch, dwz. elektrische vloerverwarming op de badkamer.

Dat leidt tot onderstaande taartgrafiek. Het totaalverbruik (september 2021-augustus 2022) was 15.000kwh (14.949 om exact te zijn).

Het moge duidelijk zijn dat het elektriciteitsverbruik in huis verhoudingsgewijs verwaarloosbaar is. Ongeveer 3000kWh. Dat is het hele huis: verlichting, entertainment, quooker & koken (zowel inductie als de ovens).
De vloerverwarming in de badkamer vreet energie: 972kWh per jaar. De overige verwarming vreet met iets meer dan 3.000kWh ook energie (noot: ik had per ongeluk wat “koeling” meegenomen. Het moet 3500kwh zijn voor de woning en 2500 voor de verwarming), maar verwarmd het hele huis (vooral beneden uiteraard) en koelt in de zomer de zolder (met name). Dat betekent ongeveer 30 kWh per m2 per jaar. De vloerverwarming in de badkamer is voor slechts 10m2 en dus bijna 100kWh per m2.

De auto’s zijn ook grootverbruikers. Sinds ik een eigen laadpaal heb gemiddeld 593kWh per maand, maar met een stijgende trend. We hebben de elektrische auto namelijk aanzienlijk meer gebruikt, maar daarentegen aanzienlijk minder benzine (wat niet in dit overzicht staat).

In dezelfde periode bedroeg ons gasverbruik overigens 372m3, wat niet in de taart zit.

De Energieplafonds

Er zijn diverse energieplafonds. De sinds kort aangekondige overheidsplafond van respectievelijk 2400kWh en 1200m3. Maar ook mijn eigen plafond. Met een systeemgrootte van 9600wp produceren wij gemiddeld meer dan 10.000kWh elektriciteit per jaar. Dankzij de salderingsregeling betekent dit dat wij voor het jaar 2023 en 2024 kunnen rekenen met 10.000kWh minder: deze mogen we wegstrepen van het verbruik. Er blijft dus 5.000kWh over. De hogere prijzen per kWh zijn alleen interessant voor die 5.000kWh. En voor het gasverbruik.

De vraag gaat nu zijn: waar ga ik mijn elektriciteit besparen?

Zoals gezegd, hebben wij alle mogelijkheden om te kijken naar de kosten per eenheid. Die liggen voor auto’s anders dan voor gas.
Voor de auto hebben we 3 mogelijkheden:
1. Minder autorijden (en langzamer)
2. Laden bij een publieke laadpaal
3. Rijden op benzine

De eerste optie is het meest voor de hand liggende en proberen we al beter uit te voeren. Feit is dat we allebei vrij ver weg werken, maar we doen ons best om de rest te beperken. Niet altijd eenvoudig, omdat bijvoorbeeld mijn ouders en grootouders ver weg wonen.

De andere mogelijkheden leiden niet tot een besparing, maar slechts een verschuiving van posten. Hier ligt de balans tussen de actuele prijs van een kWh thuis, en de actuele prijs bij een publieke laadpaal. Verrassing: deze laatste ligt momenteel op 0.36 EUR (en gaat overmogen naar 0.40 EUR) per kWh. Dat is dus maar liefst 30/34 ct goedkoper dan mijn thuistarief!
Bij benzine ligt dit allemaal iets moeilijker. Mijn auto verbruikt met een lege accu 4.5L per 100km (mits langere afstand). De elektrische auto verbruikt 15.5kWh per 100km. Met 10% laadverlies komt dit uit op 17kWh per 100km.
1 liter benzine kost actueel 1.85 EUR. 100km kost *dus* 8.325 EUR. Als je dit doorrekent betekent dit dat een kWh slechts 48.9ct mag kosten, om met de elektrische auto goedkoper uit te zijn. Thuis redden we dat straks niet meer, aan een publieke paal nog nét.

Als we de helft op benzine gaan rijden, ipv. elektriciteit, dan hebben we reeds 4.000kWh bespaard.

Een soortgelijke berekening kan ik maken voor verwarming:
1. Minder stoken (lagere temperatuur)
2. Vloerverwarming badkamer uit
3. Stoken op gas

De lagere temperatuur hebben we al ingesteld. Deze zal op 17.5C gaan staan, met een grotere nachtverlaging die ’s ochtends langer aanhoudt. Ook de vloerverwarming in de badkamer staat nu uit, maar zal wel weer aan gaan. Niet meer op de 23C die de vloer werd, maar slechts op 19.5C. Dat zal meer dan de helft gaan schelen.

Nummer 3 is “eenvoudig”. 2500kWh vervangt 700m3 gas, heb ik uitgerekend. Het is geen loepzuivere calculatie overigens, omdat er geen tussenmeter op de airco’s zit. Maar het is in ieder geval iets om mee te rekenen. Dit laat zich omrekenen naar een gemiddelde “COP” van 2.77. Deze waarde is aangepast tov. 2.33 die ik eerder had, en nog altijd niet zuiver. Dit komt omdat ik ook de zolder verwarm met een airco, en soms als het koud is de bovenverdieping. Daar kán ik echter niet met gas verwarmen.
Een kWh “warmte” kost met gas bij de nieuwe tarieven 0,34 EUR. Bij een elektriciteitsprijs van 70ct kost een kWh warmte 0,25 EUR (bij COP 2,77).

Dit is nog gerekend zonder een prijsplafond op gas van 1.50 EUR (wat de rekening terugbrengt naar 1050 EUR).

Met andere woorden: als wij minder rijden en minder vloerverwarming gaan gebruiken, en ook nog eens meer op gas gaan stoken, zal de elektriciteitsprijs me een worst wezen.

Sterker nog: als het prijsplafond op gas er komt, zitten we er nog slechts 1000kWh boven, zónder rekening te houden met de auto’s en de mogelijkheden om extern op te laden, minder te rijden of op benzine te rijden.

Overige besparingen

Natuurlijk valt er nog meer te besparen op ons overige verbruik. Zo hebben we recentelijk onze eetkamerlamp vervangen door een aantal LED-exemplaren. De oude was nog halogeen en hoewel we er op probeerden te letten, was deze toch vaker aan dan me lief is. Ook elders hebben we het een en ander vervangen door nieuwe en slimmere LEDs.
Zo gaat de buitenlamp nu niet meer aan met een domme tijdschakelaar, maar met een slimme. Gewoon 15 minuten na zonsondergang, tot 22:30. En vanaf 6 uur ’s ochtends, tot 15 minuten voor zonsopkomst.
Van de lampen in de keuken gaat er 1 automatisch aan om 18 uur ’s avonds (winter). Dat is voldoende voor “looplicht”. Tevens zijn de 44W aan lampen in de gang vervangen door 4x5W.
En op de kamer van mijn zoon stond een wereldbol met een oude lamp. Gezien dit een lamp is die véél aan staat, is alleen deze vervangen door LED al goed voor 1% van ons energieverbruik (excl. auto’s & verwarming).
Vervolgens hebben we nog een tijdschakelaar gezet op mijn kantoor: alles gaat uit na 18uur en blijft uit tot 08:40, inclusief de WiFi. Iets soortgelijks hebben we gedaan met de mechanische ventilatie: die is alleen aan vanaf 18u tot 00. Dit laatste scheelt 118kWh per jaar!

Mazzel met woonlocatie

Verder heb ik ook gewoon mazzel met mijn woonlocatie; het nachttarief gaat al in om 21 uur. Dit ipv. 23 uur wat gebruikelijk is op veel plaatsen in het land. Toch een mooie meevaller!

Wat ik er nu allemaal van vind? Nou, het duizelt me een beetje met alle mogelijkheden. Ik kan met alle mogelijkheden die ik heb en het inzicht wat ik heb heel veel beïnvloeden. Maar de meeste Nederlanders hebben dit inzicht niet, en ook niet de mogelijkheden om te spelen met hun energieverbruikers zoals ik dit kan. Hierdoor kan ik onze rekening wellicht alsnog onder de 150 EUR houden.

Als het mij als rechtgeaarde Energiemessias al duizelt, wat moeten “normale” Nederlanders dan wel niet denken?

Nieuwe tarieven bekend: maal 5-7

Oef, ik moet er nog even van bekomen. Afgelopen woensdagavond kreeg ik mijn nieuwe energietarieven: mijn oude contract loopt tot en met 30 september. Ik was niet de enige: pas tegen tienen gister werkte de link…

Momenteel betaal ik het ridicuul lage tarief van 14ct per kwh en 78ct per kuub. Dat is inclusief de belastingen en heffingen.

Niet zo verrassend dat het fors is gestegen. Naar maar liefst 3.44 per m3 en 1.04/70ct per kwh. Dat laatste voor dal vs vast tarief.

Nu weet ik nog niet zo goed wat ik ga doen. Overstappen? Dat helpt niet. Maar wellicht wel als ik naar een uurcontract ga. Dat is meestal met zonnepanelen niet gunstig. Maar ik heb enorme verbruikers die niet altijd tijdafhankelijk zijn: warmtepomp/airco en de auto’s. Dus daar moet ik wat aan rekenen. De tools van de aanbieders zijn daar niet geschikt voor.

Aan de andere kant: als ik weer met gas ga verwarmen ben ik met prijsplafond maar 100 euro per maand kwijt, want elektriciteitsverbruik keldert dan tot onder mijn eigen productie….

wordt vervolgd.

De Energierekening & het prijsplafond: “een beetje dom”

Jeetje. Ik heb een drukke week, maar kan het nu toch niet laten. Wat een bijzonder, bizar, ongelooflijk slecht doordacht, niet functioneel wanstaltig lelijk schijtplan hebben ze nu voor elkaar geknutseld in Den Haag.

En geloof me: dit is de milde variant van wat ik had willen typen. Nu ga ik over tot een zakelijker toon, en iets neutraler. De strekking van mijn mening moge duidelijk zijn.

Ten eerste: laten we eerlijk zijn naar elkaar. Wát er ook was voorgesteld voor het prijsplafond, er zullen altijd groepen buiten de boot vallen. Daar moeten we vrede mee hebben. Er is altijd gezeur over deze uitzonderingen. Maar nu hebben ze de plank misgeslagen.

De regeling in een notendop

Het plan is schijnbaar, volgens de gelekte variant, dat er een prijsplafond voor energie wordt afgesproken op een jaarverbruik van 2400kwh en 1200m3 gas. De prijzen zouden komen te liggen op 0.70 EUR per kwh en 1.50 EUR per m3. Dat is respectievelijk bijna 4x zoveel als voor de energiecrisis en iets minder dan 2x zoveel.
Boven dit verbruik zou je de marktprijs gaan betalen (die momenteel nauwelijks afwijkt van bovenstaande prijzen, behalve bij gas).

Het gemiddelde verbruik is nonsens

Het gemiddelde verbruik schijnt te worden vastgesteld op 2400kWh en 1200m3. Een verbruik wat bij elektriciteit een lachtertje is voor de meeste gezinnen. Maar daar kan ik nog wel in komen: ten slotte wil je een prikkel overlaten om te besparen op het verbruik.
1200m3 is voor veel huishoudens echter aan de ruime kant. Dit als gemiddelde stellen lijkt me reëel.

De kWh’s. Hier zit de crux. Er hebben legio mensen, waaronder ikzelf, tienduizenden euro’s geïnvesteerd in verduurzaming. Warmtepompen, inductie koken, elektrische auto’s. Ik heb wel eens máánden met een verbruik van 2400kwh. Zonder de auto’s en de warmtepomp ligt mijn verbruik (5 persoons-huishouden) op 3100kWh. Daar zit nog wel wat verbetering in. Maar mét warmtepomp is dit 7200kWh.

Het geeft de verkeerde prikkels!

Er is dus nog wat ruimte voor verbetering, voor iedereen. We kunnen ook niet verwachten dat alles bij het oude blijft en dat een schaarser wordende grondstof zomaar gesubsidieerd wordt tot in het oneindige. Het is schaarser, nog los van de Russen. Maar vergeet niet dat ieder verbruik wat hoger is de staatskas spekt van een ander land. Lees nog maar eens over Oekiewoekiestan. Immers, de kosten blijven hoog, alleen worden de hogere kosten nu door de overheid betaald aan een andere economie. Dat is ofwel de VS, danwel Qatar, Noorwegen of via een omweg gewoon Rusland.

De prikkel om te besparen is veel minder aanwezig. Sterker nog. De prikkel is pervers en contraproductief voor klimaatdoelen en verduurzaming. En het is juist die verduurzaming die op termijn een beperking van de vraag oplevert. En zoals iedereen zich zal kunnen voorstellen: een prijscrisis los je op door de vraag te beperken, of het aanbod te verhogen.
Nog nooit is een product minder schaars en goedkoper geworden door het verbruik te subsidiëren en de rekening elders te leggen. Om dat wel te denken moet je behoorlijk wereldvreemd zijn, of doorgesnoven, of allebei.

Dan het volgende: een kWh warmte in een warmtepomp gaat bij een COP van 3 nu dus iets meer dan 23 cent per thermische kWh kosten. Als je niet weet wat dit betekent: klik hier.
Een thermische kWh uit gas kost straks nog slechts 0.15 EUR (namelijk, 1,50 EUR delen door de 10kWh warmte die er in een m3 gas zit). Er is dus een grote prikkel om gas te gaan verstoken!
Ergo: als dit het definitieve voorstel wordt, dan gaat hier de warmtepomp uit en zullen we op gas gaan stoken. Niet alles uiteraard, want het milieu blijft belangrijk. Maar de verleiding wordt zo wel érg groot gemaakt.

Met andere woorden: welk effect denken ze hiermee te bereiken? Natuurlijk snap ik dat het onmogelijk is om een maatregel te bedenken die voor iedereen goed uitpakt. En natuurlijk is het zo dat je met de meeste mensen met een warmtepomp en elektrische auto’s geen medelijden hoeft te hebben.

Maar COMMUNICEER dát dan. “We hebben deze keuze gemaakt, om een stuk onder het gemiddelde verbruik te gaan zitten. Met gas zitten we iets hoger, om huurders in tochtige huizen meer tegemoet te komen en te voorkomen dat deze subsidie wederom bij de rijkste helft terecht komt. En we willen een besparingsprikkel in stand houden”.
Maar wederom, zoals zo vaak de laatste 10 jaar, schort het aan de communicatie.

Laatste oogst en drukke week

Afgelopen zaterdag heb ik vrijwel de hele dag in de tuin gewerkt. Het was bij ons prachtig zonnig weer. En we hebben de laatste oogst gehad van dit seizoen. Het totaal staat op 20 appels, 6kg sperziebonen, een aantal courgettes, kilo’s aardbeien en frambozen en een aantal grote zonnebloemen voor de vogels.

Een prima moestuinseizoen, al vielen de courgettes tegen door een gebrek aan regen. En de perenboom en 1 appelboom leverden niets op, door de vorst in het voorjaar. Toch jammer.

Deze week zullen jullie weinig van me horen. Ik maak me op voor de drukste werkweek van het jaar, met 80 uur tussen maandagochtend en vrijdagavond. Ach, dat houdt me lekker van de straat!

Ons huis is inmiddels afgekoeld tot 19 graden. Maar we hebben het nog gered zonder verwarming.

Prijsbepaling op de elektriciteitsmarkt – in Jip & Janneke taal

Er is de laatste tijd veel te doen over de prijsbepaling op de electriciteitsmarkt. Zo vindt men het ondoorzichtig, en soms zelfs pure oplichterij. Men gaat daarbij voorbij aan het feit dat de markt bewust zo is ingeregeld en al tientallen jaren de laagste prijs levert. Ook nu is dit het geval. Maar, het is niet eenvoudig om direct te doorzien.

Het heeft alles te maken met de zogenoemde “merit order”. Merit betekent “verdienen, waard zijn, toekomen”. En daar gaat het dus om. De Merit Order bepaald dat de goedkoopste bronnen eerst leveren, alvorens de duurdere bronnen in te schakelen (order betekent in deze context “volgorde”!!!). Men heeft vaak het idee dat dit afwijkt van de vrije markteconomie en dat er geen barst van klopt. Het ís echter de vrije markteconomie en de goedkoopst mogelijke prijs binnen een systeem als deze. En dat ga ik illustreren aan de hand van appels.

Appels in de Merit Order structuur

We hebben een aantal appel leveranciers. Zelf lever ik 48 appels vandaag. Maar alleen tussen 8 en 18 uur.
De buurman levert appels direct en altijd, maar heeft daar wel een legertje medewerkers voor. Jij komt langs, en je krijgt via een voorspelbaar systeem appels. Ieder uur worden er appels geplukt en geleverd. Dat is iets duurder dan afwachten tot ik je een appel kom leveren.
De overbuurman heeft hetzelfde systeem. Een mooie appelboomgaard. Práchtig! Maar hij heeft niet zoveel plukkers. Maar wel hele snelle. Hij heeft 3 sprinters ingehuurd om zijn appels te plukken. Dafne, Gregory en Churandy. Dure lieden! Maar, wil jij appels, dan sprinten ze naar een boom en nemen een appel mee terug.

De laatste bron is de appelverwerkingsfabriek. Zij hebben een grote continue stroom appels die ze doorgaans inzetten voor appelmoes en appelsapproductie. Maar als er een tekort aan appels dreigt, dan zullen ze stoppen met persen en kun je de appels zó kopen. Dit komt tegen een prijs: de stilstand van de rest van de fabriek, die betaal je mee.

De klantzijde. We hebben klanten. Die hebben een enorme honger naar appels, elke dag opnieuw. Ze komen bij mij appels halen. De vraag begint met 5 appels. En die kan ik leveren, midden op de dag. Niets aan de hand: ik ben de goedkoopste bron en alle appels kosten 1 EUR per stuk.

De vraag stijgt. Ik kan niet meer leveren dan ik al deed, en de buurman gaat ook leveren. Zijn appels zijn duurder. En geef mij eens één goede reden waarom mijn appels goedkoper in de markt moeten zijn? De markt is bereid om een hogere prijs te betalen voor de appels. En daarmee worden mijn appels ook duurder. Dit is een belangrijke drijfveer voor mij om méér appels te gaan leveren. Zodat uiteindelijk alle appels goedkoper worden.

De stappen worden steeds groter en de winsten bij de goedkope producenten steeds groter. Zij willen meer gaan produceren, met als doel een grotere afzet te bereiken. Tegelijkertijd verkleint dit het aantal uren dat de sprinters en de appelmoesfabriek ingezet moet worden.

Maar: mijn toevoer is instabiel. Als ik naar de WC moet, of gebeld wordt, dan valt de productie stil. De goedkoopste bron in de merit order is weggevallen. Bij een hoge vraag heeft dit direct het gevolg dat een mogelijke piek niet opgevangen wordt.

Uitwerking in voorbeelden

Stel nu dat we onderstaande productiecapaciteiten hebben

IkBuurmanSprintersFabriek
Capaciteit /u5352030
Marginale kosten011,22
Verkoopprijs11,21,52,5

We hanteren een onderste verkoopprijs van 1. Ik ga mijn appels niet gratis weggeven. Volgens het principe wat ik hierboven geschetst heb, worden eerst mijn appels verkocht. Althans, die totale capaciteit wordt ingezet. Is de vraag nu gelijk aan mijn capaciteit, dan geldt díe prijs. Neemt de vraag toe tot 10 stuks, dan geldt de prijs van de buurman. Ook voor mij. En zo voorts. De fabriek is het duurst. Wat houdt dit nu in?

VraagPrijs/eenheidTotale kosten
515
101,212
501,575
902,5225

Bij een vraag van 50 stuks kunnen de buurman en ik niet meer voorzien in de vraag naar appels. Churandy en Dafne moeten aan het werk. De totale kosten voor de volledige markt zijn nu sterk vergroot. Bij 90 is de maximale capaciteit bereikt (in dit voorbeeld). En iedereen betaalt de prijs voor de duurste bron. Waarom? Om een drijfveer mee te geven aan de vraagzijde én de productiezijde om de nader tot elkaar te komen.
In onderstaande tabel zie je hoe groot die drijfveer is. Ik kan héél veel productieverhogingen doorvoeren, voordat ik geen inkomsten meer heb. De winst, tegenwoordig in de media populair de “overwinst” genoemd, is een afgesproken spelregel aan het begin van het spelletje.

(Met die kanttekening dat het de fabriek en de sprinters zijn die in dit geval vele malen duurder geworden zijn en een vast opslagpercentage kennen op hun kosten. En 10% van 100 is minder dan 10% van 1000).

Winst
VraagPrijs/eenheidTotale kostenIkBuurmanSprintersFabriek
5155000
101,2126100
501,5757,517,530
902,52251552,52615

Vraagzijde en productiezijde

De vraagzijde neemt met het stijgen van de prijs af. Zodra deze onder de gecombineerde capaciteit van mij en de buurman valt, zakt de hele prijs terug tot 1.2 per stuk. (je snapt nu waarom piekvermogen zo duur is om te kopen?)

Nu ben ik een slimme vent. Vind ik zelf. Ik zie een kans om meer te gaan plukken. Meer boompjes planten! Hatsekiedee! Ik vergroot mijn productie tot 30 stuks. Wat betekent dit nu?

VraagPrijs/eenheidTotale kostenIkBuurmanSprintersFabriek
5155000
1011010000
501,26030600
902,52253052,5262,5

Vergelijk de totale kosten voor 50 appels eens. De extra toevoeging van mijn appels heeft de kosten gedrukt met 25%: geen 75 meer, maar slechts 60. Helaas is de productiecapaciteit niet voldoende gegroeid om uit te komen op 90 stuks, waardoor de totale prijs bij 90 stuks niet is gedaald.

(In werkelijkheid zouden Churandy, Dafne en Gregory vaker stilzitten en zou hun kostprijs waarschijnlijk omhoog gaan.)

Vertaling naar de elektriciteitsmarkt

Vervang mijn productie met zonnestroom en windenergie. De buurman met een kerncentrale en andere “baseload”. De sprinters zijn snelopschakelende gascentrales of interconnects met Noorwegen (waterkracht). En de fabriek? Dat zijn de tuinders in het Westland met hun warmtekoppelingssystemen die in zeer korte tijd tegen extreem hoge kosten piekvermogens kunnen leveren aan de elektriciteitsmarkt.

Dit is geen verhaal van goed of slecht, of hoe het systeem zou moeten werken. Alleen hoe het nu is. Daar mag je van vinden wat je wilt. Op lange termijn is de prikkel voor duurzame energie groot. Maar omdat niet alle capaciteiten afgedekt kunnen worden, hoop ik dat je nu ook begrijpt waarom de volatileit zo enorm is gegroeid en we van hoge prijzen in de ochtend naar negatieve prijzen in de middag kunnen gaan.

Ik hoop ook dat je nu beseft waarom het beperken van piekvermogens zo belangrijk is. Het naar voren halen of uitstellen van vraag kan voorkomen dat de volgende schakel in de volgorde moet worden toegepast, met een negatieve uitwerking over de hele keten en voor iedereen.

Hoe warm moet je woning zijn? (of hoe ver kun je het laten afkoelen)

We zitten volop in de energiecrisis, al moet het ergste nog komen. Meer en meer Nederlanders hebben te maken met de sterk gestegen tarieven, simpelweg vanwege de wetmatigheid dat er meer en meer vaste contracten verlopen en automatisch overgaan in variabele tarieven.

We lezen dan ook de gekste dingen om je huis warm te houden en energie te besparen. Sommigen werken (stoken met een lucht-luchtwarmtepomp aka splitunit airco, verlagen van de aanvoertemperatuur van de CV en überhaupt minder stoken, LED, vroeger naar bed, korter en koud(er) douchen). Sommigen zijn nonsens (elektrische kachels, boilers) of simpelweg gevaarlijk (verwarmen met kaarsen en petroleumkachels).

In deze post pik ik een grote er uit: minder stoken (en eventueel lokaal verwarmen met een elektrisch kacheltje).

Minder stoken: wat levert dat nu op?

Je leest allerhande tips, mythes en onzin over wat het oplevert om minder te stoken. Dus daar wil ik graag even doorheen.
Nummer 1: “Je moet je huis niet te ver laten afkoelen, want het kost meer energie om het weer op te warmen”.
Neem deze mensen alsjeblieft mee naar de Duitse Autobahn, knal vollebak 200 door en rem niet af. Dit kost brandstof, volgens hun logica. De werkelijkheid is nét iets anders. Stel je een koude januari dag voor. Rond middernacht is het iets onder nul, en gedurende de nacht wordt het iets warmer. Onderstaande grafiek (blauwe lijn) is eigenlijk het temperatuurverloop van 1 januari jl.
De wetten van de thermodynamica geven heel duidelijk aan dat iets méér energie kost om het op een hógere temperatuur te houden. Bij een stabiele temperatuur in de woning is het in dit voorbeeld gemiddeld 18 graden in huis. Bij een nachtverlaging naar 15 graden is het slechts 17.2 graden gemiddeld in huis. In dit voorbeeld laat ik het weer opwarmen in de ochtend, en ga ik er vanuit dat iemand daarna vertrekt.

Het kost wel degelijk minder energie om deze nachtverlaging toe te passen, zelfs bij een traag systeem. Als tenminste het verwarmingssysteem ruim genoeg bemeten is (!). Dat houdt in dat het verwarmingssysteem in staat moet zijn (of zo ingesteld moet zijn) dat deze altijd op een relatief lage temperatuur (van het water) de woning moet kunnen warm stoken. Zonder dus rookwolken te veroorzaken. Bovenstaande levert namelijk een besparing op van 7.2%. Echter, een verkeerde afgestelde ketel kost je minimaal 10%.
(en zo kost het ook op de Autobahn minder energie om eventjes 200 te rijden, dan het gas los te laten om naar 120 te gaan en dan weer rustig naar de 200 te rijden. Echt waar!).

Nummer 2: iedere graad verlaging levert je 7% besparing op.
Soms zie je 6%. Soms zie je 7%. Het antwoord is: het hangt af van de buitentemperatuur.
Huh?! Jep! Reken je mee? Het hangt allemaal af van het aantal “graaddagen”. In de simpelste variant is dit de gewenste binnentemperatuur, met aftrek van de gemeten buitentemperatuur. In de uitgebreidere varianten zit er uiteraard nog een factor in voor wind & zonkracht. Ieder huis heeft zijn eigen karakteristiek (bij gelijkblijvend gedrag). Een goed geïsoleerd huis heeft wellicht een verbruik van 0.2m3 per graaddag, en een slecht geïsoleerd huis ongeveer 0.7m3/graaddag.

Nu nemen we een buitentemperatuur van 12 graden. Bij een gewenste binnentemperatuur van 20 graden heb je het nu over 8 “graaddagen”. Dit vertaalt zich naar 1.6m3 gas in de goed geïsoleerde woning, en 5.6m3 in een slecht geïsoleerde woning.

Verlaag de binnentemperatuur naar 18 graden, ipv 20 graden. Dit is slechts marginaal kouder (echt, op de Kelvin schaal slechts 0.6%!). Maar bij een buitentemperatuur van 12 graden daalt het aantal graaddagen naar 6 (ipv. 8) en dat is echt 25% lager. Je stookt nu nog slechts 4.2m3 gas in je woning, ipv. 5.6.
Daalt de buitentemperatuur echter naar 0 graden, dan is het verschil 5% per graaddag.
Onthoudt echter 1 ding: je hoeft niet alleen minder te stoken omdat er een kleinere warmtevraag is, maar ook omdat je minder warmte verliest. (ok, dat mag je wel vergeten).

Maar waar komt die 6 of 7% vandaan? Welnu: de winter is in Nederland gemiddeld 4 graden warm. Bij 4 graden is het verschil tussen 20 en 19 graden exact 6.25%. Ga je uit van een stookgrens op 18 graden, dan is het verschil bij 4 graden 7.14%.
Is dit belangrijk? Já! Want het betekent dat je in een zachtere winter (contradictioneel gezien) méér voordeel hebt van een lagere binnentemperatuur.

Hoe koud mag je woning zijn?

Goed, nu we dat uit de weg hebben: het heeft dus zeker zin om een absolute verlaging toe te passen, en om een nachtverlaging toe te passen.

Maar tot hoe ver? Het zal je niet verbazen: je huis niet verwarmen is geen goede optie. Dit komt door het simpele fenomeen van luchtvochtigheid & dauwpunt. Koudere lucht kan minder vocht bevatten (in absolute zin) dan warmere lucht. Een luchtvochtigheid van 50% bij 20 graden levert een absolute hoeveelheid vocht op van 8.66 gram per m3. Een woning van 400m3 inhoud bevat dus 3464 gram water, ofwel 3,5 liter.
Als deze absolute hoeveelheid vocht identiek blijft, en de temperatuur daalt met 1 graad (dus naar 19), dan loopt de luchtvochtigheid op tot 53%. Bij 10 graden Celsius loopt de luchtvochtigheid op tot 92%.

Bij het dauwpunt is de lucht verzadigd. Het water condenseert en vormt druppels. Dat is het zichtbare deel. Maar al voor die tijd bevordert een hogere luchtvochtigheid de groei van schimmels en is daarmee gevaarlijk voor gezondheid en hout.

Een huishouden produceert uiteraard vocht. Met koken, douchen en gewoon aanwezig zijn. Schijnbaar is dit 10 liter per dag. En dat is best wel veel. Dit is de belangrijkste reden om te ventileren.

Normaliter laat je hiermee koude buitenlucht binnen, en door die op te warmen droogt deze uit. Voorbeeld van buitenlucht naar binnen:

In woorden: lucht met een temperatuur van -2.5C, die bijna verzadigd is, bevat 3.98g vocht per m3. Dit zuigen we naar binnen. Door het opwarmen droogt dit uit tot slechts 23%. De absolute hoeveelheid vocht blijft gelijk. Deze lucht heeft nu nog een capaciteit voor vochtopname van 4.68 gram per m3 voordat deze het ideale percentage van 50% heeft gehaald. Dat betekent dat de 400m3 lucht in je woning nog bijna 2000 gram vocht kan opnemen.

Stel nu dat je de woning niet meer verwarmd. Of slechts tot 12 graden. Dan droogt de lucht uit tot slechts 37.3% en is er nog maar een opnamecapaciteit van 540 gram voor alle lucht in je woning tesamen. Als je nu dezelfde hoeveelheid vocht in de lucht brengt, dan betekent dit een luchtvochtigheid van 82.5%.

Schimmels groeien (bron: RIVM) optimaal vanaf 70% luchtvochtigheid. En houtrotschimmels kunnen desastreus zijn voor je woning.

Nu komt een belangrijke crux.
Een woning conform bouwbesluit ventileert 0.9dm3/s/m2. Een woning van 154 vierkante meter en gemiddelde verdiepingshoogtes van 2.6 meter heeft een inhoud van de eerder genoemde 400m3. Dit is dus al geen klein huis. Om aan het bouwbesluit te voldoen moet deze woning 500m3 (afgerond) ventileren, per uur. 12.000m3 per dag. En dat is heel veel. Bij een vochtinbreng van 10 liter per dag moet er 25 gram water per m3 luchtinhoud per dag afgevoerd worden (om op de 50% te blijven). Zelfs al zou je de ventilatiecapaciteit beperken tot iets boven 2.000m3/dag, of de woningoppervlakte door vieren delen: dan nog blijft je woning gezond. Immers, met 2000m3 per dag heb je een capaciteit van ruim 9 liter vochtafvoer.
In de koudere woning moet je meer ventileren. Je hebt slechts 1.35 gram water per m3 die je kunt verplaatsen. Om dezelfde 10 liter weg te werken heb je ruim 7400 m3 lucht nodig.

Bijgevolg, in een koudere woning moet je véél meer ventileren om een gezond binnenklimaat te behouden. Je hebt 7.500m3 per dag nodig om de hoeveelheid vocht af te voeren die je zelf inbrengt in de woning.
Nu is dat bij koud weer niet zo’n probleem. Immers, 7500m3 valt nog ruim binnen de grens die je toch al moest ventileren. Maar bij een hogere buitentemperatuur en luchtvochtigheid, kom je al snel in de problemen. Je móet verwarmen om je huis te behouden en de kwaliteit niet te laten leiden. Op de lange termijn leidt dat namelijk al snel tot problemen.

Zorg dus voor voldoende warmte en ventilatie. Stook je woning niet onder de 16 graden als gemiddelde temperatuur.

Wat kost een koude winter? Update!

Noot: dit bericht is een update van een eerdere post. die nog integraal te vinden is maar inmiddels hopeloos achterhaald is. Uiteraard met “dank” aan de sterk gestegen energieprijzen.

Al tientallen jaren hebben we geen echt koude winter meer gehad. Nee, lieve mensen, ook eerder deze eeuw niet. Overigens zijn er diverse klassificaties voor een koude winter: je kunt kiezen voor het Hellmann-getal, het vorstgetal of de gemiddelde temperatuur. Het Hellmann-getal is de som van de negatieve daggemiddelden met weglating van het min-teken. Dus een gemiddelde temperatuur van -4 op een dag levert een Hellmann-bijdrage van 4 punten op.

Voor het vorstgetal is het simpeler: het is de optelsom van alle negatieve temperaturen, zowel maximum als minimumtemperatuur. Een minimum van -6 en een maximum van +3 levert zodoende 6 punten op. Als het maximum -2 was, zouden het er 8 zijn. Het vorstgetal wordt gemeten van november t/m maart, evenals het Hellmanngetal. Onderstaande getallen zijn geldig voor het KNMI-hoofdstation in De Bilt.

Enfin, de waardes deze eeuw t/m 2022 (winters “eindigen” in het jaar, dwz. de aankomende winter die begint in december, hoort bij de winter van 2023):

Gem. Temp. (C)HellmannVorstgetal
20225.86.613.3
20214.436.348.9
20206.40.15.7
20195.212.117.3
20183.834.144.4
20173.736.051.7
20166.49.621.5
20154.17.819.1
20146.00.02.9
20132.973.298.3
20124.188.498.2
20112.280.6103.1
20101.194.7119.2
20092.156.570.7
20085.120.328.1
20076.64.88.2
20062.831.552.3
20053.732.451.6
20044.116.332.7
20032.480.1100.3
20024.721.640.2
20014.027.738.6
20005.03.613.7

Volgens diverse media en mijn schoonmoeder waren de winters van 2010-2011-2012 “streng” of koud. Welnu…Ik wil hier wel een plaatje van plotten.

Allereerst een plaatje van de gehaalde Hellmann- en vorstgetallen vanaf het jaar 2000 t/m 2020. Dit heb ik afgezet tegen de gemiddeldes van de periode 1902-2020 en alles is geldig voor De Bilt. Het koudere cluster van winters tussen 2009 en 2013 valt wel op, maar komt zoals je ziet nauwelijks uit boven het gemiddelde van de afgelopen ruim 100 jaar.

Om dit te illustreren heb ik hetzelfde plaatje gemaakt, maar nu met als aparte lijn het gemiddelde van de 10 koudste winters sinds 1902:

Wellicht plaatst dit de “Strenge winters” van 2009-2013 wat in perspectief…

Hellmann & vorstgetal doen er niet toe

Dat gezegd hebbende: het Hellmanngetal en het vorstgetal doen niet ter zake. We stoken niet tegen een paar vorstperiodes of dagen, maar een hele winter lang. Het is dus veel relevanter om te weten wat de gemiddelde temperatuur doet in een winter.

De koudste winters scoren ruim negatief. Het gemiddelde sinds 1902 is 2.9C. Het gemiddelde sinds 2000 is ruim 4.2C! Het KNMI werkt echter met klimaatperiodes van 30 jaar en de norm van 1991-2020 was 3.9C.

Goed. Wat hebben we hier nu aan? We hebben een stukje historisch perspectief: deze eeuw heeft volgens geen enkele maatstaf een strenge winter gehad, slechts enkele normale en één winter die kouder was dan normaal (maar dat is niet hetzelfde als streng): 2010.

Om te bepalen wat een strenge winter kost, ga ik uit van het gemiddelde van de koudste 10 winters sinds 1902. Die winters waren gemiddeld -1.15C. De koudste uit de top10 is 1963 (-3), de nummer 10 is 1956 met +0.2C.

Verder hebben we het begrip “graaddagen” nodig. Dit is de temperatuur waaronder men normaliter begint te stoken. In dit geval neem ik 18C als uitgangspunt. Met een gemiddelde temperatuur van -1.15C zou onze “strenge winter” dus 19.15 graaddagen tellen.

Ook heb ik de 10 zachtste winters uitgerekend. Deze komen op gemiddeld 5.83 graden binnen. Dit heeft een flinke uitwerking op het aantal graaddagen. In een zachte winter kom je op ongeveer 1100 graaddagen, in een strenge winter op 1723. Een verschil van 56%. Fors!

Maar uiteraard hangt het gasverbruik af van de mate van isolatie, grootte van de woning en het gebruik van de woning af. Ik heb daarom 3 scenario’s. Een huis met goede isolatie en daarmee een verbruik van 0.2m3 gas per graaddag, matig met 0.4 en slecht met 0.6m3/graaddag.
En dan krijg je onderstaande grafiek:

Dat is het verbruik in m3 gas per winter. Dit heeft natuurlijk een flinke financiële consequentie. In een goed geïsoleerde woning kost een koude winter verhoudingsgewijs hetzelfde als in een slecht geïsoleerde woning. Het verschil in temperatuur is gelijk.

In absolute bedragen is het echter een héél ander verhaal. In een goed geïsoleerde woning kost een strenge winter ongeveer 400 EUR meer dan een zachte winter (bij oude prijzen was dit verschil 93 EUR). In een slecht geïsoleerde woning loopt dit verschil op tot bijna 1100 EUR (ipv. eerst 300 EUR.

Eerlijk gezegd wringt daar ook de schoen. Alle nieuwbouwwoningen zijn goed geïsoleerd, maar ook oudere koopwoningen zijn vaak redelijk tot goed geïsoleerd. Mijn eigen woning “scoort” rond tussen de 0,124 in oktober en 0,24 in januari.

Maar een oudere huurwoning, doorgaans bewoond door mensen die het minder breed hebben én zelf niet verantwoordelijk zijn voor de isolatie, zitten klem. Door uit te vergroten en de vergelijking te makken tussen een strenge winter en de zachtste winters, wordt dit duidelijker. Het gaat hier om potentieel 300 EUR per maand verschil – maar in absolute termen meer dan 1000 EUR per maand! En bedenk dat bovenstaande alleen van toepassing is van 1 december t/m 28 (29) februari, maar dat het stookseizoen loopt van oktober tot april.

Moraal van het verhaal

Het gros van de mensen heeft geen idee van zijn energieverbruik. Het voorschot is veelal gebaseerd op het verbruik van het vorige jaar, terwijl het werkelijke verbruik hier nauwelijks enige correlatie mee heeft. Immers is het verbruik niet alleen bepaald door je eigen gedrag (trui aan, verwarming lager, etc.) maar in zeer belangrijke mate door passieve mogelijkheden (isolatie) en het weer. In een warmer klimaat (dat ontkennen is waanzin) zal de gemiddelde rekening omlaag gaan, maar zal een koude uitschieter des te harder aankomen. In een zachte winter vallen de verschillen in kosten nog mee, maar in een koude winter worden deze exorbitant groot.

In de oorspronkelijke post stond dat ik wel 100 EUR extra over zou hebben voor een koude winter.
Nu, midden september 2022, hoop ik met mijn hele hart dat het geen koude winter wordt. Het zal voor velen niet op te brengen zijn. Een strenge winter zal meer dan 6.4 miljard eur éxtra kosten ten opzichte van een zachte winter.

Je huis verwarmen met waxinelichtjes

Van de week was er een mevrouw die zich had laten afsluiten van het gas, om vervolgens met waxinelichtjes haar huis te verwarmen. Daarbij was een plaatje te zien, van een waxinelichtje onder een keramieken bloempot. Is het mogelijk om je huis te verwarmen met waxinelichtjes? Geldsnor zocht het voor je uit. Voor de mensheid en zichzelf!

Is het mogelijk om je huis te verwarmen met waxinelichtjes?

Ja.

Is het wenselijk, gezond en goedkoper om je huis te verwarmen met waxinelichtjes?

Nee. En nu volgt de rekensom.

Een waxinelichtje kost ongeveer 13 cent per stuk (13 EUR per 100), en bevat 19 gram paraffine. Een kilogram paraffine heeft een energieinhoud van 44MJ. Dat is, voor de langzame rekenaars onder ons, 12.32kWh. Dit is ongeveer 1.25 m3 gas.

Dankzij de wet van het behoud van energie en dat soort dingen, is het niet mogelijk om méér warmte uit je verbranding te krijgen, dan dat er in de brandstof zat. Met andere woorden: wil je net zoveel warmte halen uit je waxinelichtjes als uit je kuubje gas, dan zul je daarvoor bijna 1kg paraffine moeten verbranden.

Klein nadeeltje: alle verbrandingsgassen komen in de woning terecht, en bij 1kg telt dat best wel door.
Enfin. Terug naar de casus. 1kg paraffine staat dus gelijk aan 1.25m3 gas. Tegen huidige prijzen is dat laatste ongeveer 5 EUR.
Maar we hebben al gezien dat een zak van 100 stuks 13 EUR kost. Deze weeg 1900 gram (ik reserveer 10 stuks voor de alumium omhulseltjes). Met andere woorden: een kilogram paraffine kost 6.84 EUR, 37% méér dan 1.25m3 gas. Zelfs tegen de huidige prijzen.

Dan de wenselijkheid. Stel je woning heeft een typisch verbruik van 0.5m3 per graaddag. Dit wil zeggen dat je woning bij 0 graden Celsius per dag 9 kuub gas nodig heeft om op 18C te blijven. Dat zijn uhm…héél veel waxinelichtjes! Namelijk 379 stuks. Dit betekent dat je woonkamer meer dan 300m3 groot moet zijn om niet te sterven aan verstikking. Daar kan ik een paar kuub naast zitten.

Dus: het is duurder, gevaarlijk en ongezond.

Wat doen ze met die bloempot?

Waarom er een bloempot op de waxinelichtjes staat is één groot raadsel. Het toont de hoeveelheid verstand van mensen die proberen hiermee hun woning warm te krijgen. De bloempot wordt warm en geeft zijn warmte langzamer af aan de omgeving dan de lucht die verspreid. Echter, de totale hoeveelheid energie wordt uiteraard niet groter. De bloempot heeft derhalve geen enkele zin.

De conclusie met kaarsjes: supergezellig en romantisch. Ze geven warmte af, maar het hele huis er mee warmstoken is buitengewoon onverstandig, onhaalbaar en duur.