Einde quarantaine

Yes! Net bericht van de GGD: mijn coronatest was negatief. En daar ben ik heel blij mee: het betekent dat ik officieel uit quarantaine mag.

Daar was ik in sinds afgelopen zondag, nadat ik terugkeerde uit de VS. Om redenen die ik niet begrijp is de VS namelijk een zeer hoog risico gebied. Maar je mag vanuit Frankrijk, met meer besmettingen per hoofd van de bevolking zo naar binnen rijden.

Maar goed: negatief, dus kan ik er weer op uit naar de winkels (haha) en naar zwemles met de oudste. Jippie!

Unilever & de dwalende fossielen als Terry Smith

Zoals wellicht bekend bij de vaste lezers ben ik een redelijke wereldverbeteraar. Soms tot het naïeve, en soms wellicht hypocriet. Immers, ik vlieg regelmatig voor mijn werk en heb 3 kinderen en een groot vrijstaand huis.

Maar toch probeer ik een zekere mate van maatschappelijkheid toe te voegen. Zo investeer ik via Lendahand (crowdfunding in ontwikkelingslanden) en Corekees (het planten van bomen in Paraguay op historisch ontboste gebieden). Ik heb aandelen Shell en het dividend wordt gebruikt om aandelen “green tech” te kopen. Ik werk voor een bedrijf in “Green Tech” en ben daar zelf mede-eigenaar van via een tamelijk ingewikkelde constructie.

Ook ben ik aandeelhouder van AholdDelhaize. Niet perfect. Maar wel de duurzaamste supermarktketen van Nederland & België. En ik hou aandelen Unilever, met een zeer bewuste reden: Unilever heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan en dit geplaatst boven het maken van pure winst. Dit in tegenstelling tot concurrenten als PepsiCo, Nestlé (de grootste boeven ter wereld wellicht), P&G etc.

Nu zijn er natuurlijk nog een hoop investeerders over die niet zo goed weten hoe de wereld werkt. Die gaan voor de korte termijn. Mensen zoals Terry Smith die het hebben over een “duurzaamheidsobsessie“. Terry Smith is een fossiel uit de oude investeringswereld. Het type “Gordon Gekko” met “Greed is good”.

Bijna 70 jaar oud en enkele van de grote holdings van Fundsmith zijn niet alleen Unilever maar ook PhilipMorris. Keurig gehedged (al noemen ze het geen hedging) met investeringen in de medische wereld zoals NovoNordisk en StrykerCorp. Duurzaamheid staat niet zo voorop, met overige investeringen in de bio-industrie (Idexx) en Estee Lauder en L’Oreal.

Uiteraard staat het iedereen vrij om te investeren zoals ze willen. Mijn ethos hoeft niet het ethos van iemand anders te zijn. Maar helaas zijn het wel dit soort investeringsvehikels die niet alleen hun eigen financiële stromingen bepalen, maar ook de publieke opinie. Zou het niet veel beter zijn voor zijn kinderen en kleinkinderen, en de generaties daarna, om te kijken naar duurzaamheid? Op “ROI” door de generaties heen, in plaats van alleen volgend jaar?

Blijft Unilever écht achter?

Een interessante vraag is of Unilever als concern echt achterblijft ten opzichte van de rest. Het korte antwoord is ja. Voor een langer antwoord moeten we even kijken naar een aantal factoren. De beurskoers is simpel: er is sprake van een stijging van 16% tov. het Covid-laag. Nestlé en P&G doen het met respectievelijk 34,3% en 62% stukken beter.

Unilever-grafiek van DeGiro website. Het Covid-dal is 40.29 EUR, huidige koers 46.765
Nestle-grafiek. Covid-dal was 90, huidig 120,88 (CHF).
P&G grafiek. Covid dal 97.70, huidig 158.29 USD

Dan hebben we nog dividend. Voor het hele jaar 2021 betaalde P&G 3.24 USD. Dat leverde ten opzichte van de laagst mogelijke koers een YoC op van 3,3%. Bij Nestlé was dit 2.75 CHF, goed voor 3%. Unilever deed hier 1,70 EUR. Dat is 4,2%.

Let op: dit is niet bedoeld als beleggingsadvies. Slechts om de eenzijdigheid te belichten. Immers, de kosten van een aandeel zijn één ding. Maar bepalen of een aandeel duur of goedkoop is, is een andere. Dit is een zeer arbitraire maatstaf. Immers ik kijk naar het dividend in 2021, ten opzichte van de laagste koers van 2020.

Dit spelletje kan ik herhalen met de hoogste koers van 2021. Dan scoort P&G 1,9%. Nestlé doet 2,1%. Unilever? 3,2%.

Het lijkt me dat Unilever weliswaar “underperformed” in de koers, maar dat dit niet betekent dat het rendement slechter is. De dividend-yield is namelijk veel hoger dan bij de directe concurrenten. Het aandeel is dus “minder duur”.

Unilever naar de toekomst

Persoonlijk denk ik dat Unilever een goed pad heeft ingeslagen naar de toekomst. Juist door vast te houden aan duurzame(re) principes, sluiten de merken goed aan bij de groeiende “awareness” dat we maar 1 planeet hebben. Ook het aansluiten bij politieke concepten of juist het vrij laten van zijn merken (Ben & Jerry’s en Israël) laat zien dat het merk de komende jaren minder gevoelig zal zijn voor die kant van de markt. Ik hou mijn aandelen Unilever.

(Disclaimer: dit is géén beleggingsadvies. Dit is mijn afkeer van fossielen als Terry Smith, onderbouwd met cijfers.)

Langer licht

Het is alweer midden januari. Voor mij altijd een mooie tijd: de dagen beginnen te lengen. Nu is Geldsnor een uitgesproken winterliefhebber. Maar dat heeft meer te maken met het weer, dan met de duisternis. De donkere dagen voor kerst vind ik nog wel gezellig. Maar de periode november tot midden-december kan me gestolen worden: kil, herfstachtig weer met nauwelijks zon.

Na nieuwjaarsdag gaat het echter opeens snel met de zon. Rond Utrecht (52N / 5O) komt de zon op 1 januari op om 8:49 uur en gaat onder om 16:39. Een daglengte dus van 7u50m. Op 31 januari komt de zon op om 8:22 en gaat onder om 17:25. Een daglengte van 9u03m. In 31 dagen winnen we dus maar liefst 1 uur en 13 minuten.

En dat merk je. Althans, ik merk dat. Langzaam kom je namelijk weer op het moment dat de zon schijnt als ik de kinderen naar school breng. En het nog niet donker is als ik ze op haal. Het duurt nog tot eind maart voordat het licht is als ik ga hardlopen na het eten.

Maar ieder jaar stemt het mij vrolijk en staat het symbool voor het voorjaar. Ook al wordt het nog kouder de komende maanden (immers, januari, februari en zelfs maart zijn stukken kouder dan november en soms december), het wordt wél eerder licht.

En licht is goed. Licht is fijn. Het scheelt elektriciteitsverbruik, immers er is minder verlichting nodig binnen. Vooral met thuiswerken is dat een groot verschil. Maar uiteraard wordt er ook veel meer elektriciteit geproduceerd. December levert gemiddeld 199kwh, januari 229. Februari echter 485 en maart 1019kwh!

En ook daar word ik vrolijk van: vanaf midden-maart produceer ik meer elektriciteit dan dat we verbruiken voor verwarming, huishouden en het opladen van 2 auto’s. Niet gek toch?

De veilige haven is niet zo veilig: btc onder druk

Eén van mijn favoriete onderwerpen. Bitcoins en andere crypto-munten. Het moge duidelijk zijn voor mijn regelmatige lezers dat ik géén voorstander ben van bitcoin en andere crypto-waanzin.

De voorstanders (Crypto-evangelisten, ook wel Cryptohova’s genoemd) zullen luid brullend langs de zijlijn staan. Als ware gelovigen zullen ze aanvoeren dat ik het simpelweg niet begrijp. Dat dit zoveel meer omvattend is dan ik met mijn bekrompen hersentjes kan aanvoelen. Dat mensen die opgeleid zijn in de “oude economie” deze “jonge economie” simpelweg niet begrijpen.

Maar wat valt er te begrijpen? Feitelijk zijn er twee kanten: de technische kant, vaak synoniem gesteld met blockchain-technologie. En de evangelistische kant, waarbij men gelooft dat de wereld er anders uit komt te zien omdat we grootschalig met crypto-valuta gaan betalen.

Het eerste stuk: Blockchain is fantastisch, al is het wat inefficiënt. Mede daarom verwacht ik dat het voor grootschalige betalingen never-nooit-niet gebruikt gaat worden. Er kunnen simpelweg onvoldoende transacties mee worden verricht. Voor niche-betalingen, zoals bijvoorbeeld batch-processing van grote betaalregisters is het wat anders en daar wordt blockchain al volop toegepast.

Voor het evangelistische deel (als je het niet uit de semantiek kon halen): je reinste nonsens. Zó. Zwart-wit. Jep!

De Cryptohova’s zijn van een aantal dingen overtuigd:
1. Fiat-geld (geld van centrale banken) is onderhevig aan inflatie en waarde wordt bepaald door een aantal instituten (en uiteraard de markt: wat je er voor kunt kopen).
2. Crypto’s of andere “harde geldstandaarden” zijn noodzakelijk om overheden onder controle te houden.
3. Nouja, en meer van dat soort levensreddende taal.

Eerlijk gezegd denk ik dat ik het wel aardig begrijp. De vraag is: begrijp jij het ook?
1. Namelijk; als het overheidssysteem ooit dermate onbetrouwbaar is dat je het financiële systeem niet meer kunt vertrouwen, denk je dan niet dat we een groter probleem hebben?
2. Of als je uitsluitend digitaal kunt betalen, het best een probleem is als er geen elektriciteit is? Of internet?
3. Dat zolang je niet met bitcoin (of andere crypto’s) kunt betalen, je altijd moet wisselen naar “fiat-geld”?

Anyway. Schijnbaar zijn er mensen die denken dat je met bitcoins veilig bent voor inflatie, en dat het op de lange termijn geld zal vervangen. Het feit dat het eindig is (op een gegeven moment zijn ze op) en daardoor JUIST gevoelig is voor inflatie gaat er bij de meesten niet in. Het feit dat het geen harde geldstandaard is, maar een software algorithme valt ook al niet zo lekker. En dat veruit de meeste bitcoins gehouden worden door een handjevol anonieme mensen is ook al zo’n “inconvenient truth”.

Nogmaals anyway. Kijk even naar onderstaande grafiek. Die kan ik langer maken, maar voor de pandemie gebeurde er relatief weinig met bitcoins – voor 2018 zelfs helemaal niets noemenswaardig. Pas nadat mensen massaal tijdverdrijf zochten én geld overhielden ging men écht mee met de hype. Het lijkt bitcoins te legitimeren.
Een bekende van ons stelt dat hij in 2018 bitcoins gekocht heeft en in het voorjaar verkocht heeft. En daarmee zijn hypotheek heeft afgelost. Het laagste punt van de bitcoin (in 2018) is ~3360 geweest in december 2018. Het hoogste punt in het voorjaar van 2021 was ~63.500. Een maximale potentiële winst van 18,89x de inleg. Op een hypotheek van 400k EUR heeft hij dus een gok genomen van meer dan 20.000 EUR. Laat ik het zo zeggen: de kans dat iemand hebberig genoeg is om die gok te nemen, en dan verstandig genoeg om op het juiste punt te verkopen, die verdient het. Al is het een zero-sum game natuurlijk.

De koers van bitcoin vanaf januari 2020. Een flinke stijging nadat alle steunpakketten zijn opgetuigd. Daarna een flinke stijging dankzij Musk, en dan een knaller van een dal. Dankzij Musk.
Snapshot van IEX.nl

Maar goed. Terug naar de grafiek. Die laat een paar mooie ploffertjes zien. Pieken en dalen waar een gemiddelde Tour de France etappe jaloers op zou zijn.

Bitcoin koers, afgezet tegen de 10-jarige rente van de VS. Rente stijgt, koers daalt. Niet echt een veilig alternatief voor geld, toch?
Grafieken zijn bewerkingen van IEX.nl

Maar om de zwakte aan te geven van de bitcoin heb ik even 2 grafieken onder elkaar gezet. De onderste is de 10-jaars rente van de VS. In dezelfde plot de bitcoin. Sterk overeenkomende profielen. Bij elke schok in de Amerikaanse markt zie je dat de Bitcoin zakt. Nog erger is het eerste lijntje dat ik getrokken heb. De oorzaak is hier geen macro-economische gebeurtenis, maar 1 tweet van een briljante doch niet onomstreden fanaticus aka. Elon Musk. De grap? De hoge pieken de maanden ervoor waren óók het gevolg van Musk die in maart 2021 liet weten dat Tesla Bitcoins zou gaan accepteren. En in mei dus dat dit tóch niet het geval was.

Dan de daling vanaf november 2021. Het hoogste punt werd bereikt op 9 november met 67.353 USD per bitcoin. Vlak daarna kwam het nieuws dat de inflatie piekte – en niet van voorbijgaande aard was.

Inflatie in de VS. Met een angstvallig goede correlatie tussen inflatie & bitcoin-koers. Met een flinke moderatie van de US-10-yr rente

Het is de ideale ontsnapping van onze euro en de dollar die sinds de begindagen aan flinke inflatie onderhevig zijn. Quote van Pegulanten.nl

Tsja…

Afvoerputje

Voor wie het nog niet door had: ik was vorige week in Las Vegas voor het werk. Er waren een stuk of 60 Nederlandse bedrijven op de beurs – en ik was er met een collega als bezoeker. Dagenlang alle beurslocaties afgelopen in Las Vegas.

Maar jongejonge. Als zelfverklaard Mustachianist-in-opleiding is Las Vegas om te huilen. Ja, de gebouwen zijn indrukwekkend. Maar de casinovloeren vol met rokende gokkers aan een slotmachine zijn bedroevend. Iedere taxichauffeur die we gesproken hebben was een voormalig gokverslaafde of nog actief.

Langs de straten liggen de zwervers, als ze niet bedelend over straat lopen. Vrouwen in dubieuze pakjes lopen rond om met je op de foto te gaan. Iets wat ik (uiteraard) pertinent niet wilde. De wietlucht hangt overal in de stad, het is net Amsterdam.

Maar ook vanuit een verspillingsperspectief is het verschrikkelijk. Het vele eten (overal fastfood-restaurants), de energieverslindende casino’s en winkelcentra, de enorme hotels en nauwelijks een zonnepaneel te bekennen (in een woestijnstad nota bene!). De meurende en scheurende V8’s trekken door de stad, met de diverse petjes en plakplaatjes achter het stuur, bonkende muziek uit de “trucks”.

Nee, ik vind Las Vegas afschuwelijk. Symbolisch voor alles wat er mis is in de Westerse maatschappij. Het afvoerputje van de wereld.

Graaddagen, stoken en stookseizoen: wordt 2022 goedkoop en hoe bereken ik mijn voorschot?

Per mail kreeg ik een vraag over graaddagen nav. mijn vele blogposts over stoken en gasverbruik. Namelijk:
“In een van uw blogs mbt het energieverbruik, stelt u dat in het eerste kwartaal 2021 13,5% meer graaddagen zijn dan in 2020. Kunt u mij uitleggen hoe u dit uitrekent? Gebruikt u in uw berekeningen gewogen of ongewogen graaddagen?”

Los van het feit dat ik gerust getutoyeerd mag worden (mooie Franse verbastering van “zeg maar jij tegen mij, want ik hou niet van u”), is dit het antwoord:
Ik vul mijn verbruiksgegevens in bij mindergas.nl. Hier vul ik een aantal dingen in, zoals de gewenste binnentemperatuur (stookgrens) van 18C en de locatie waar ik woon. De site zoekt vervolgens het dichtstbijzijnde KNMI-station op en berekent de graaddagen. Die zijn namelijk per maand anders ivm. zonsterkte. Zo krijg je “gewogen graaddagen”.

Ik hou dit bij sinds 2012 en heb de graaddagen voor mijn locatie hieronder geplot:

In de media, en zelfs in veel blogs, hoor je geklaag over “de koude winter van 2021” en het koude voorjaar. Dit zou volgens velen verklaren dat de energierekening hoger was (los van de gestegen prijzen).

Zoals duidelijk te zien is, is dit helemaal niet het geval. Het gemiddelde aantal graaddagen (voor mijn regio) is 2900 in deze 10 jaar. 2021 kwam uit op 3007. 3,7% méér dan het gemiddelde. Dat is niet erg significant, zou ik zeggen.

Laten we eens kijken hoe een voorschot opgebouwd wordt.

Hoe is het voorschot voor energie opgebouwd?

Je betaalt een voorschot aan je energieleverancier. Althans, in de meeste gevallen. Dit wordt gedaan om de dure wintermaanden te middelen met de goedkope zomermaanden. Veruit het grootste deel van de energierekening wordt namelijk veroorzaakt door de noodzaak om te verwarmen. En dat doe je nu eenmaal wél in de winter en niet in de zomer.

Als je dit niet zou doen, betaal je in de zomer nauwelijks een cent (of met PV-panelen krijg je zelfs geld terug), maar in de winter honderden euro’s. Gezien de vreselijk slechte zelfdiscipline van mensen wordt dit dus gemiddeld.

Hierbij gaat een energieleverancier uit van ofwel een gemiddelde van de vorige bewoners (want die gegevens zijn bekend), of een handmatige invoer, of het gemiddelde van je eigen verbruik.

Maar dit gaat over een gemiddelde van de afgelopen 2-3 jaar. Het is geen langjarig gemiddelde. Zo gaan mensen die niet zo nerdy zijn als ik de zogenaamde bietenbrug op. Immers, het gemiddelde aantal gewogen graaddagen in de 3 jaar voorafgaand aan 2021 was 2751. Bijna 10% lager dan het aantal graaddagen in 2021!

Het mag dan ook geen verrassing heten dat veel mensen denken dat 2021 een koud jaar was. Het was immers aanzienlijk koeler dan de jaren ervoor. En dáár houdt men geen rekening mee.

Maar nu kunnen we al vooruit gaan kijken naar dit jaar!

2022 is zéér zacht begonnen. 86 graaddagen tov. 123 in dezelfde periode vorig jaar. In die zin ligt dus reeds 4% van het stookseizoen achter ons. Dat laat nog een onzekerheid van 96% voor ons. Dat is aanzienlijk – het kan nog alle kanten op gaan uiteraard. Echter, we kunnen ook al een beetje vooruit kijken adhv. de weersverwachting. Dit doe ik met behulp van de website “weerstatistieken“. Deze site kijkt vooruit met behulp van het Amerikaanse weermodel (GFS, zowel de operationele run als het gemiddelde aka de pluim) en het Europese weermodel (ECMWF). Deze kijkt vooruit t/m 22 januari. Gezien januari “goed” is voor maar liefst 25% van mijn gasverbruik op jaarbasis (en er is geen reden om aan te nemen dat dit bij jou minder is!), kunnen we al aardige inschattingen maken.

Volgens de huidige verwachtingen van ECMWF komen er t/m 22 januari 195 graaddagen bij. Volgens GFS 187. Concreet: het lijkt er op dat in ~20% (de eerste 3 weken van januari) van het stookseizoen (in volume) er ongeveer 275 graaddagen gescoord gaan worden. Dat is aanzienlijk minder dan in een koude winter, en aanzienlijk minder dan gemiddeld.

In oranje het totaal, grijs is de periode 1-22 januari

Ergo: mits er geen gekke dingen gebeuren, lijkt het er op dat we al een mooie voorsprong gaan hebben tov. de voorgaande jaren. In deze periode 28,7% minder dan het gemiddelde – en dat in een periode die gemiddeld goed is voor 12% van alle graaddagen. Voorzichtig geëxtrapoleerd: het stookseizoen zal mits de rest gemiddeld verloopt, 4% zuiniger zijn (bij gelijk verbruik).

Conclusie: laat je voorschot bedrag nooit invullen door de energiemaatschappij

Ik maak hier boven een hoop berekeningen, waar je vooraf helemaal niets mee kunt. Maar, als je dit een beetje bijhoudt en begrijpt, dan kun je goede inschattingen maken. Laat je voorschot bedrag niet bepalen door het verbruik in het voorgaande jaar. Als het een zacht jaar was (zoals 2020 was), dan zul je bij een koeler jaar (2021) lelijk verrast opkijken.

Als het jaar koel was, dan heb je het jaar er op een mooie sigaar uit eigen doos. Ik zou zelf altijd nagaan wat het gemiddelde aantal graaddagen is per jaar. Baseer dáár je voorschotbedrag op, en niet op het voorgaande jaar. De verschillen van jaar tot jaar lijken niet zo groot – maar vergeet niet dat in de afgelopen 10 jaar (langer is de dataset niet) er een variatie van jaar-tot-jaar was van 25%.

Bij een gasverbruik van 1500m3 per jaar (dat schijnt gemiddeld te zijn) levert dit een verschil op tot wel 350m3. En bij de huidige prijzen is dat een pijnlijk verschil als je er niet op rekent. Het betekent tot bijna 1000 EUR bijbetalen.

Noot: elektriciteit heb ik buiten beschouwing gelaten. Dit is veel minder seizoensgebonden en meer gerelateerd aan gedrag en omstandigheden.

Eindelijk weer naar huis

Bijna een week lang ben ik van huis. Maar alle afspraken zitten er op en de beurs waar ik was is afgelopen. Morgen vlieg ik weer naar huis (dwz. morgen mijn lokale tijd, vandaag jullie tijd) om zondag weer te landen. De negatieve PCR is binnen. Het was interessant, zeker qua mensen kijken. Zo zijn er verschillende types “beurs-bezoekers”. En hier laat ik graag even mijn gedachten de revue passeren.

De Sprinter

Ik heb iemand gezien die langs iedere “booth” ging. Allemaal (voor zover ik kon nagaan, ik had mijn eigen agenda). De beste man vroeg overal naar een visitekaartje en ging vervolgens zonder verder een woord te wisselen naar de volgende. Geen idee wat de achterliggende gedachte was: toen ik hem de eerste keer voorbij zag zoeven was ik in gesprek bij de algemene categoriën (dus alles door elkaar). En de andere keer zag ik hem in heel specifieke gebieden. Madness…

De Digitale Sprinter: Sprinter 2.0

Dan hebben we de digitale sprinter. Die loopt langs iedere booth, en maakt overal een foto. Bliksemsnel, zonder echt te kijken wat er is. Meerdere mensen gezien die het zo aanpakken. Net zo bizar. Er is ook een luie variant: die neemt alleen foto’s van de gangen en niet van de verschillende exposanten langs de gangen. Nóg zinlozer.

De Nerd aka. de Inspirator

Geuzentitel. De Geldsnor is een nerd (als je het nog niet doorhad). Zij gaan langs stands met technologisch moeilijke producten en zijn zeer geïnteresseerd in het hoe, wat, waarom en of het niet anders kan. Leuke mensen om mee te praten. “Business wise” schiet je er doorgaans geen klap mee op. Maar er zijn uitzonderingen: ze praten met iedereen, hebben een goed begrip van de technische mogelijkheden en de beperkingen en hebben veel contacten. Ze kennen vaak wel iemand die iets kan of nodig heeft.

De Zakenman/vrouw

De mensen met een drukke agenda op de beurs, vooruit uitgestippeld en zeer zorgvuldig gepland, langs de diverse locaties. Gefocust. Wat interessant is, is interessant en op voorhand bekend. De rest is ruis en wordt terzijde gelegd. Op zoek naar reeds semi-bekenden, maar waar nog geen deal mee is.

De Investeerder- & de Incognito

De investeerder is vaak een “tech scout”, op zoek naar de nieuwe producten en mogelijkheden om geld mee te verdienen door in een vroeg stadium in te stappen. Ze maken zich als dusdanig kenbaar.
Maar je hebt ook de incognito’s: zij werken vaak voor een ogenschijnlijk nepbedrijf. Maar zijn heimelijke tech-scouts. Als ze het interessant vinden, dán laten ze zien wie ze echt zijn achter de facade van nietszeggende bedrijfsnamen. Essentieel voor startups, deze twee.

De Nilfisks

Mensen die, excusser mij, geen barst toe te voegen hebben aan een beurs en beter thuis kunnen blijven. Zitten overal aan met hun vette vingers (ook als er “do not touch” op staat). Voegen niets toe. Geen netwerk, geen kennis, geen kapitaal, geen vragen, geen inspiratie. Zijn in staat om binnen enkele minuten alle energie uit je te zuigen. Vandaar Nilfisk.

Conclusie

De conclusie? Geldnerd heeft een zeer succesvolle beurs achter de rug. Zij die dieper willen duiken in wie er achter de Geldsnor zit heeft nu iets meer munitie om dat te doen, want het is iets makkelijker geworden. Eén belangrijk dingetje: zodra je weet wie ik ben, is dit blog verdwenen. Be careful what you wish for!

Mijn smartwatch begint kuren te vertonen

Geldsnor houdt alles bij. Nouja, niet alles. Ik weet dat Geldnerd veel meer bijhoudt, zoals het aantal pagina’s dat hij gelezen heeft en hoeveel gewichten er cumulatief gedrukt worden. Dat doe ik niet. Maar wel het aantal stappen, verbrande caloriën, slaap, hardlopen, wandelen en fietsen. En dat doe ik allemaal met een smartwatch van Garmin. Deze is inmiddels op het moment van schrijven exact drie jaar oud – en dat is bij de mindere merken vaak al wel richting einde levensduur. En eigenlijk doet deze het nog bijna perfect. Op één klein dingetje na.

En dat kleine dingetje is het opladen. Dat gaat soms niet helemaal goed meer. De pinnetjes lijken geen contact meer te maken. Die zijn al schoongemaakt, voor zover dat nodig is. Want ik heb het horloge altijd om, behalve bij het opladen en bij nog één uitzondering. Maar wel onder de douche, bij het zwemmen, in bad (haha, ik ga nooit in bad, dat kost veel te veel gas) en noem maar op.

Maar langzamerhand wordt dit laden dus wel eens lastiger en ik zie dat als een voorbode. Een voorbode dat ik me moet gaan voorbereiden op het afscheid van mijn smartwatch. En ik ben ook enorm in dubio.

Ik wil mezelf namelijk voorhouden dat ik geen nieuwe wil. Bijzonder woordkeuze, dat besef ik. Maar ik wil echt de daad bij het woord voegen: geen elektronica meer kopen als het niet strikt noodzakelijk is. Mijn telefoon was noodzaak. Maar een smartwatch is dat niet. Het is een gadget. Niet meer dan dat. Erg handig om tijdens het hardlopen wat statistieken bij te houden. Maar dat kan mijn telefoon ook. Aan de andere kant ben ik een ex-militair. En zoals ex-militairen zullen beamen: hoe kun je op tijd zijn als je geen horloge om hebt!

Zal ik sterk blijven, als het moment daar is? Of zal ik in de praktijk een stukje cognitieve dissonantie aanvoeren om toch een nieuwe te kopen? Stiekem heb ik mijn oog al op een topmodelletje laten vallen…(let op: dit is géén affiliate link). Dit zegt weinig bij mij: ik kijk ook minstens 3x per week op Funda zonder de drang om te verhuizen.

Crematie van een hond: wat kost dat nu eigenlijk?

Inmiddels is het bijna 2 weken geleden dat mijn maatje is overleden. We waren, en soms zijn, er vreselijk verdrietig van. Maar het besef is er ook dat het goed is zo. Ze kon al niet goed meer meekomen met de dagelijkse wandelingetjes, die dan ook steeds korter werden in afstand maar toch meer tijd gingen kosten.

Onze andere hond mist haar, heeft wat lusteloos door het huis gelopen maar heeft tegelijkertijd veel aandacht gekregen. Van bezoek, in verband met de feestdagen. Maar ook van mij, met langere wandelingen. Niet heel lang – hij is ook bijna 13 en dat moeten we dus heel rustig opbouwen. Maar hij kan wel langer lopen. De eerste dagen wist hij zich vooral met eten geen raad. Zij was de baas in huis. Hij moest volgen. Als zij ergens wilde liggen, ging ze voor hem staan en deed een Badr Hari-achtige staredown, totdat hij gewieberd was. En zij at dus ook als eerste. Hij wachtte, totdat zij begonnen was. Nogal vreemd dus om eten te krijgen als zij er niet is? Maar ook dat gaat nu beter.

Wij hebben in die dagen nagedacht over wat we met haar zouden doen. Er zijn verschillende opties. Schijnbaar mag je een dier in de tuin begraven. Dat willen we pertinent niet. Ik heb 3 kinderen en vind geen enkele troost bij de gedachte dat zij daar in de tuin ligt en misschien vele jaren later weer word opgegraven door één van de kinderen. Ook kun je ze aanbieden ter destructie. Alleen al bij de woordkeuze schieten de tranen in mijn ogen. Nee, dat is zéker geen optie. Verdorie, ze was mijn maatje. Geen koelkast!

We hebben gekozen voor crematie. Ook hier zijn verschillende keuzes te maken: individueel, in een groep van maximaal 6 honden of anoniem. Bij een individuele crematie kun je ook een dienst krijgen, en een urn met as en heb je uiteraard (omdat je er bij bent) een tamelijk goed idee wanneer het plaatsvindt. Dit kost ongeveer 230 EUR (afhankelijk van de grootte)

Bij een crematie in een groep krijg je wel te horen wanneer de crematie plaatsvindt. Maar je kunt geen as krijgen. Immers: het is niet na te gaan welke as bij welke hond hoort. Flabbergasted was ik wel dat je er voor kunt kiezen de as uit te strooien op de Noordzee. Wélk as dan? Het kost 137,50 EUR.

De laatste optie is anoniem. Dat wil zeggen dat de groepsgrootte groter is, en dat je niet exact weet wanneer het plaatsvindt. Ergens in de 7 dagen na de opdracht, meen ik. Daarna krijg je alleen nog de rekening van 95 EUR. Wij hebben gekozen voor deze optie.

Waarom? Niet voor de kosten. Dat vind ik in dezen eigenlijk niet meer dan een getal. Maar met wat we ook doen, we krijgen haar niet terug. Onze herinneringen aan haar zijn wat het waardevol heeft gemaakt. De talloze leuke dingen die we gedaan hebben. De liefde en de knuffelsessies toen we nog wel eens, voordat we kinderen hadden, het matras naar beneden sleepten en met z’n vieren (vrouw, ik en de 2 honden) op de grond voor de TV sliepen. Gewoon omdat het gezellig was.

Die herinneringen blijven. Ongeacht wat er met haar lichaam gebeurt. En ik vind het juist wel prettig om niet te weten wanneer ze precies is gecremeerd. x

De dierenarts heeft 140 EUR in rekening gebracht: consult & euthanasie. In totaal kost het dus 235 EUR.
Praktisch als ik ben, bedenk ik meteen dat dit de nodige aanpassingen in het budget teweeg brengt. Zo worden de pensionkosten voor de vakanties aanzienlijk lager, gaat het voer door de helft en scheelt het de jaarlijkse check-up en vaccinatiekosten bij de dierenarts. En uiteraard heb ik haar nog op de dag van het overlijden, met tranen over mijn wangen, uitgeschreven bij de gemeente voor de hondenbelasting. Je kunt het maar gehad hebben.

Nu is het een afgesloten hoofdstuk. Nog één hond over, inmiddels dus ook 13 jaar oud. Hij is nog vitaal, goed gezond behalve dat hij stokdoof is. Ik hoop dat hij nog even bij ons blijft.

Bedankt voor alle reacties op haar overlijden. Ik heb het geloof ik al geschreven een keer. Maar het heeft mij enorm geholpen om het van me af te schrijven.

Raadt het snoetje

Om met de deur in huis te vallen: já ik heb een jetlag. Dus neem mijn berichtje vandaag niet té serieus. Daar waar ik ben, is het 9 uur vroeger dan bij jullie. Dus waar het bij jullie lunchtijd is, is hier het restaurant in het hotel nog dicht. Ik ben op reis, tot begin volgende week. Eerlijkheidshalve: een welkome afwisseling op de afgelopen weken en hopelijk wat tijd om alles te overdenken in de bubble waar ik nu inzit: even geen gezinsverantwoordelijkheden. Geen rennende kinderen om me heen, geen huilende baby. Constatering, geen klacht.

Toen ik gister op Schiphol aankwam en in de rij stond om in te checken, heb ik een nieuw spelletje bedacht. Zoals de meeste mensen vind ik “mensen kijken” een leuke bezigheid. Ik doe dit vrij neutraal, observerend. Dus zonder conclusie te trekken. Dat is iets wat ik mezelf probeer aan te leren. Zo zag ik gister iemand op het vliegveld met het mondkapje een beetje raar. Dat leek zo: het mondkapje zat in het midden van een vlakte. Er was geen nek zichtbaar bij de meneer. En ook geen kin (of eigenlijk meerdere). Observatie. Geen waarde.

De meneer had een schijnbaar prachtige dame mee. Uit het gesprek was duidelijk op te maken dat het zijn dochter was (maar ruim volwassen). Ze was welgevormd en gekleed. En dan valt toch op: als je het halve gezicht niet kunt zien, is het behoorlijk moeilijk in te schatten of iemand daadwerkelijk uiterlijk plezant is om naar te kijken. Zo heb ik de uren in de rij doorgebracht, met het bekijken van de honderden mensen in de rij. Zou hij een sikje hebben? O, die heeft een neuspiercing. Etcetera.

Het heeft me de 2 uur bij de wachtrij in ieder geval bezig gehouden. Daarna 11 uur in een vliegtuig gezeten. Geen pretje. Wel weer een hoop films gekeken. Tenet (leuk maar toch wel aardig voorspelbaar), Room (tranentrekker!), Everest (indrukwekkend, helaas weinig realistisch verfilmd op sommige stukken).

Zo, nu eens kijken of ik wat kan sporten in dit hotel midden in de nacht. Slapen gaat niet meer en de dagen deze week zullen héél érg láng zijn…