Was best even schrikken

Het is weer het begin van een nieuwe maand, en de Geldsnor ging even door de financiën heen. En schrok zich he-le-maal het leplazarus. Kanonnuhvoer, allememachies. Heeft de inflatie ons dan ein-de-lijk ingehaald? Meer dan 1000 EUR in een maand aan boodschappen, zónder dat ik het door had? Was ik dronken? Of was ik in al mijn deugdmenscherij dermate hooghartig geworden dat ik niet meer oplette?

Het zou kunnen. Ik heb wel vaker veel geld uitgegeven aan boodschappen. Onderstaande grafiek is een weergave van 4,5 jaar (vanaf 2018), en laat best wat uitschieters zien. De stippellijn is de trendlijn, die langzaam omhoog kruipt. Niet zo gek, want de kinderen eten steeds meer en het leven wordt nu eenmaal duurder. Maar dit is wel érg gortig.

Gelukkig bleek het mee te vallen. Vrouwlief had 2x Efteling-kaartjes gekocht voor anderen. Uiteindelijk ziet de grafiek er zo uit…Redelijk gelijkmatig, iets omhoog kruipend. Maar onder controle. Den Deugdmensch blijft tóch opletten.

De Deugdmensch: vliegen of met de caravan

In een reactie op een eerder bericht had iemand het over “deugdmenschen”. Een in mijn ogen vreselijke term, doorgaans gebezigd aan de wappie-kant van het spectrum en nog net binnen mijn tolerantiegrens van mijn absolute en totale censuur. Ik ga er vanuit dat ieder mens probeert te deugen. Hooguit hebben mensen een ander idee van deugen dan de volgende persoon.

Anyway, terug naar het topic: vliegen of met de caravan. Iemand gaf immers aan dat “die deugdmenschen die vliegen zo haten nu allemaal met de hipster-caravan op vakantie gaan”. En dat dit wel eens vervuilender kon zijn dan het vliegen. Volstrekt niet gelezen dat het betreffende bericht ging over de korte afstanden waar prima alternatieven voor zijn, juist zodat “normale” vakantievluchten doorgang kunnen vinden.

Wat is beter: vliegen of met de caravan?

Voorop gesteld: niet gaan is altijd de milieuvriendelijker keuze. En dichterbij gaan is de volgende goede keuze. Alles daarna hangt af van de aannames die je doet.

In de betreffende reactie werd gesproken over een vlucht met 200 passagiers. Dit betekent automatisch een Airbus A321 (of Boeing-equivalent). De A320 is te klein (max. 180 passagiers).
Vervolgens hangt het af van de mix van passagiers. Ik heb hiervoor 2 berekeningen gemaakt:

Berekening 1: 80 koppeltjes & 10 gezinnen

In de eerste berekening ga ik uit van 80 koppeltjes (dus 160 personen) en 10 gezinnen met 2 kinderen (40 personen). De som is uiteraard 200. Zij vliegen naar Nice.
Deze wonen gemiddeld in Utrecht, 56km van Schiphol. Die afstand leggen zij af met de auto, heen en terug dus 112km. De auto verbruikt 5.8 L per 100km. In totaal betekent dit 90 ritten van 112 km, ofwel 10.080km en dus 584,64 liter benzine. Met een emissiefactor van E10 van 2.784 kg/ltr, kom je op 1627kg CO2.

De vlucht zelf is in rechte lijn 978km. Inclusief wat bochten voor het landen en opstijgen ligt dit ruim over de 1000km. Er wordt ook getaxiet. In totaal verbruikt de vlucht enkele reis conservatief geschat ongeveer 5000 liter kerosine. Je moet ook terug, dus in totaal ben je 10.000 liter kwijt. De emissiefactor is 3,16 dus in totaal 31.600 kg.

Na aankomst moet je nog ergens heen, er vanuitgaande dat de gemiddelde bestemming niet het vliegveld van Nice is. Ik ben daar een paar keer geweest en het vliegveld van Nice is niet nice als vakantiebestemming.
Gemiddeld zal men 20km van het vliegveld afzitten, in deze berekening. Met 90 ritten is dit retour 3600km en dus 209kg CO2.
De totale som is nu 33.436kg CO2, ofwel 167kg per persoon.

Nu met de auto met caravan. Ik ga uit van een gemiddeld brandstofverbruik van 9 liter op 100km. De afstand is 1340km van Utrecht naar Nice via de péage.
Met 90 ritten betekent dit in totaal 241.200km waarvoor je 21708 liter benzine nodig hebt. Maal 2,784 kom je op 60435kg CO2.

Met andere woorden: obv. deze aannames is het milieutechnisch gezien voordeliger om te vliegen dan met de caravan te gaan.

Berekening 2: 20 koppeltjes en 40 gezinnen

Al het voorgaande is gelijk qua afstanden en emissiefactoren. Echter, we veranderen nu de berekening naar 20 koppeltjes en 40 gezinnen. Nog steeds 200 personen, maar minder ritten. Gezinnen zijn nu eenmaal (per capita) minder energie-intensief.
De afstanden en emissies om op het vliegveld te komen bedragen nu 6720km en 1085kg CO2.
De vlucht zelf is niet veranderd. De ritten vanaf het vliegveld naar de eindbestemming wel: dat zijn er 60 ipv 90 en dus is het nog maar 2400km en 139kg CO2.
Het totaal is nu 32.824kg.

Er zijn in de vergelijking natuurlijk ook minder ritten met de caravan nodig: 160.800 km, met 14472 liter.
Totale emissie: 40.290kg.

Het is dus beter om te vliegen dan te rijden?

Los van de lokale geluidsoverlast is het CO2-technisch beter om te vliegen dan te rijden, blijkt uit bovenstaande berekening. Maar hier gaat wel het een en ander mank. De gemiddelde Nederlander rijdt eerder naar de Provence of Drome dan naar de Cote d’Azur zélf. Als de rit nog “maar” 1100km is ipv. 1340, dan is het reeds gelijk aan vliegen naar de Cote d’Azur.
Vervolgens is het verblijven in een caravan (laat staan een tent) aanzienlijk minder energie-intensief dan in een (doorgaans ge-airco’t) appartement aan het strand.

Ook zal niet iedereen die nu in het vliegtuig zit de keuze hebben gemaakt voor een rit met hipster-caravan. Een aantal zal met een tent gaan. En dat scheelt al de helft aan brandstof verbruik. Als slechts 5 koppeltjes met een tent gaan ipv. een caravan, dan scheelt dit reeds 3.3% aan volledige emissie.

Met een mix van mensen die gemiddeld 1100km van Utrecht afzitten waarvan een enkeling met een tent gaat (al dan niet gehuurd op een Glamping), is het reeds 2% gunstiger dan het vliegtuig.

Zodra je verder weg gaat (Spanje, Kroatië, Griekenland), dan “wint” het vliegtuig heel snel.

Overigens reken ik overal met CO2 emissies omdat NOx niet te volgen is. Vooral niet van de luchtvaart, die vrijwel overal buitengehouden wordt.
Ik heb zelf geen hekel aan vliegen. Sterker nog, de kans is groot dat mijn Frequent Flyer status hoger is dan die van jou. Maar voor de korte afstand zijn er legio alternatieven voor de zakenreiziger en weekendjes-weg, waarbij je de “hardwerkende Nederlander” niet hoeft te laten lijden onder ons, de “Deugdmenschen”.

Geldsnor heeft een nieuwe baan

Nu hoor ik de vaste lezers denken “huh”? Je bent toch voor jezelf begonnen?! Dat klopt. Maar toch heeft de Geldsnor een nieuwe baan. En dus is hij nu druk, al is het maar met het in de derde persoon schrijven over zichzelf.

Het zit zo: ik werk nog 1 dag per week voor mijn oude werkgever. En toen kwam er iemand anders, die wel een tijdelijke opdracht had voor in ieder geval 7 maanden, maar dit niet op consultancy basis wilde doen. Met wat wikken en wegen en veel excel-sheets heb ik bepaald dat dit weinig uitmaakt. Want dit jaar voldoe ik sowieso niet aan het ondernemerscriterium en volgend jaar moeten de inkomsten uit het nieuwe bedrijf komen.

Tegelijkertijd heeft het wel voordelen: ik ben nu 3 dagen per week extra “onder de pannen”, waarbij ik mijn netwerk in mijn expertisegebied belangrijk uitbreidt. Maar ook beteketn het een verzekering van inkomsten de komende maanden en geen zorgen omtrent AOV en dergelijke. Een ideale oplossing, voor nu.

Ondertussen is het ontwikkelen van mijn eigen bedrijf goed op gang. De app is inmiddels bijna klaar (al kreeg ik bij de eerste oplevering voorspelbaar genoeg wat foutjes waardoor deze vastliep).
Nu vraag ik me af: zal ik een deel van mijn anonimiteit prijs geven, zodat ik een grotere gebruikersbasis kan bereiken? Daar ben ik nog niet helemaal uit. Tot nu toe weten 2 personen wie ik ben – en dat bevalt me eigenlijk wel goed. Hmmz…Lastig.

Anyway: ik ben dus een beetje druk. 2 banen, een eigen onderneming en een gezin met 3 kinderen is een aardige hoeveelheid ballen om in de lucht te houden!

De oplossing voor Schiphol is zó simpel

De laatste dagen is er veel te doen over boeren, stikstof en Schiphol, milieu etc. Het eerste onderwerp sla ik integraal over, maar laat ik het zo zeggen: de reacties uit de boerengemeenschap hebben mij acuut doen besluiten om vegetariër te worden en de zuivelconsumptie hier in dit huishouden te decimeren. Tevens leidt het tot een nogal “lastige” relatie met mijn zus, het type “FarmersDefenceForce-pop-aan-een-strop”. Dus daar laat ik het verder even bij.

Dan Schiphol. Honderden vluchten per dag zullen deze zomer niet uitgevoerd kunnen worden vanwege het tekort aan personeel. Nogal een mismanagement van dhr Benschop, maar we kennen niet beter van hem.
Anyway; los hiervan heeft de overheid gister aangekondigd dat het aantal vluchten met minimaal 50.000 per jaar moet afnemen ten opzichte van de piek van 500.000 vluchtbewegingen per jaar. Een hoop gepoeha-en-o-wat vervelend.

En laat ik vooropstellen: dat is ook kak. Veel mensen vinden het nog steeds volstrekt normaal om met hun milieuverwoestende vliegtuig naar een all-in resort te knallen en zich daar vol te gieten en te vreten. Daar kijken ze naar uit en die vrijheid hebben ze volledig. De verandering in die mind-set is iets wat jaren zal kosten en het is buitengewoon vervelend als je naar een vakantie hebt toegeleefd en deze niet door zal gaan.
(Jaja, ik weet heus wel dat lang niet alle vluchten naar all-in’s gaan etc.etc. En dat het ongenuanceerd is)

Maar de oplossing is zeer eenvoudig. Als Schiphol 90% van alle vluchten schrapt die naar Londen, Dusseldorf, Berlijn, Hamburg, Frankfurt, Brussel, Geneve en Parijs gaan, dan heb je de eerste 25.000 vluchten per jaar al te pakken.

10% van deze vluchten blijft over. Door de extreem toegenomen prijs zul je zien dat velen met de trein moeten (wat naar al deze steden goed kan), dat een deel van de reizen opeens een stuk minder noodzakelijk blijkt te zijn en dat de paar “wankers” (Engels voor “bankier” & “politici”) toch zullen vliegen. Maar dan wel de wérkelijke kosten voor een vlucht betalen.

Verder is het nog doodeenvoudig om een soortgelijk systeem in te voeren voor München, Kopenhagen en Dubai. Vooral deze laatste betreft vaak vluchten die alleen gemaakt worden voor het goedkope overstappen richting Azië. Die mensen moeten dan dus meer betalen. Maar vliegen is geen verworven recht. Voor een tientje in Barcelona staan is niet normaal – en voor 600 EUR all-in een weekje Thailand óók niet.

Dit zijn typisch bestemmingen die populair zijn omdat het zwaar gesubsidieerde vliegen het goedkoper maakt om héél ver weg te gaan, in plaats van 2 weken Kroatië – Frankrijk – Spanje en dan 2 dagen onderweg te zijn met de auto & caravan.

Voor de criticasters: Ja, ik vlieg. Ik kan dit vergoelijken met het feit dat dit alleen en uitsluitend voor mijn werk is en nooit voor de lol. En dat is ook zo. Maar ik vlieg nog steeds. Maar ik kan met de hand op mijn hart zeggen dat ik alleen vlieg als het écht niet anders kan en een video-vergadering ineffectief is.

Hitte komt er aan: hoe hou je de warmte uit je huis?

Het kan je haast niet ontgaan zijn: de komende dagen wordt het warm. Of het ook warm blijft is nog maar de vraag, maar het zal zeker in het binnenland niet heel fris worden. En dus komt er onvermijdelijk een hoop warmte het huis binnen. Wat kun je hier tegen doen? En wat kun je het beste doen als het al binnen ís?

Warmte buiten houden: licht

Let hier op de vraagstelling: de warmte uit het huis houden. En dat geeft al een gedeelte van de clue weg: je moet de warmte uit het huis zien te houden. Warmte bestaat uit verschillende componenten. Of eigenlijk: het zonlicht bestaat uit verschillende componenten die allemaal iets toevoegen aan de warmte.
Veel mensen denken dat alleen infrarood-straling (IR) warmte is. Dat is pertinent onjuist. IR is het onzichtbare deel van de zonnestraling die wel energie oplevert, maar niet zichtbaar is.
Zonlicht valt uiteen in een spectrum: de kortste golven zijn UV-C-B-A, waarbij UV-C volledig door de atmosfeer tegengehouden wordt. UV-B voor het grootste deel en UV-A het minst. Deze laatste 2 laten je verbranden. Bemerk hierbij: glas filtert alle UV-B en vrijwel 100% van de UV-A.

Het ultra-violette zonlicht bevat ongeveer 3% van de energie. De volgende 47% wordt geleverd door het zichtbare licht (wat uiteenvalt als een regenboog). Slechts 50% is infrarood. Met andere woorden: ook het buitenhouden van zichtbaar licht is héél belangrijk.

Dit kan op verschillende manieren. Het meest effectief is zonwering. Dit houdt effectief het licht tegen. Feitelijk wil je 2 dingen doen: je wilt voorkomen dat het directe licht naar binnen valt en de ruimte opwarmt. Maar ook wil je het grootste deel van het licht gereflecteert wordt. Helaas betekent dit een zo-wit-mogelijke stof. Maar ook een dikke stof: anders valt er alsnog véél diffus licht doorheen. En diffuus licht bevat net zoveel energie.

Als je dus zonwering hebt (ongeacht kleur of soort): gebruik deze!

Hetzelfde geldt voor rolluiken: als je deze hebt, gebruik ze dan. Rolluiken zijn de perfecte zonwering, omdat ze helemaal géén licht doorlaten. Het wordt er wel donker van in huis – maar dat is precies de bedoeling uiteraard. En als je er niet bent, maakt dit weinig uit.

Warmte buiten houden: beplanting

Beplanting is zeer effectief in het buitenhouden van warmte. Planten verdampen water en daardoor koelen ze de omgeving. Maar niet alleen dat: ze geven natuurlijk ook schaduw en ze houden de bodem koel.

Dit laatste is niet onbelangrijk voor de nachten: je wilt dat het maximaal afkoelt rondom je huis voor de nachtventilatie (komt verderop). Ook wil je dat de muren koel blijven, om zgn. hittedoorslag te voorkomen. Je muren en stoepen nemen ongelooflijk veel warmte op, en die warmte wordt uitgestraald. Naar buiten, waardoor de omgevingslucht warmer is. Maar ook naar binnen, waardoor het veel moeilijker is de woning af te koelen als de warmte er eenmaal in zit.

Zelf hebben we hier een redelijke oplossing voor. Er staan een aantal boompjes voor het huis die de vroege ochtendzon uit de slaapkamers van de meisjes houdt (zij slapen aan de oostzijde) en uit de woonkamer. Na verloop van tijd draait de zon, en wordt de inschijnhoek naar binnentoe zo klein dat er nauwelijks nog zonlicht direct binnenkomt.

Ook is de tuin volledig beplant, behalve de oprit. Die ligt dan weer aan de noordkant van het huis en warmt dus sowieso minder op. De tuin aan de zijkant van het huis is ook volledig beplant. Daar liggen de wadi’s van de voortuin en de achtertuin: hier verdampt veel vocht dankzij de zeer groot-bladerige planten die er staan. Tussen de wadi’s staat een grote beukenhaag. 3 meter breed, 4 meter hoog, 2 meter diep. Dat is heel wat plant-oppervlak die daar de muren koel houdt.

De achterkant van het huis is moeilijker. Hier staan 2 boompjes nabij het terras wat aan de woning grenst. Deze geven niet heel veel schaduw. Dit is pal op het westen en de avondzon is hier flink aanwezig. De muur van de garage ligt op het zuiden, evenals de muur van de bijkeuken. De achtergevel ligt (logischerwijs) op het westen. En door het terras is het hier warm. Het huis is een meter of 7 breed hier en het bestraatte oppervlak dus een dikke 25m2. De muren zijn ongeveer 60m2 en het is dus een beetje een bakoven. Hier willen we de komende jaren nog wel meer mee doen. Maar er is dus geen vaste zonwering of beplanting om de warmte op te nemen.

Maar ik heb geen zonwering of rolluiken!

Als je geen zonwering of rolluiken hebt, dan ben je nu een beetje laat: zoals wij met de achtertuin. Maar er zijn andere methodes. Onze openslaande tuindeuren liggen op het westen en zijn dus een grote bron van hitte. Hier hangen wij bij warme dagen een wit laken voor. Dit voorkomt heel veel lichtinval en dus warmte.

Ook staat er een hele grote parasol op het terras. Dit voorkomt dat de stenen en de muren teveel opwarmen. Ik zie mensen ook wel eens parasols voor het raam zetten. Slim!

Ventilatie: ’s ochtends en ’s nachts

Het belangrijkste bij hitte: alles gesloten houden. Want het is niet alleen het zonlicht wat je huis opwarmt. Ook de buitenlucht is warm en warmte de woning dus op. Ook dit geeft een hint: je kunt blijven ventileren tot het moment dat het binnen koeler is dan buiten. Vanaf dat moment sluit je alles hermetisch af. Als je niet thuis bent: hou de ramen gesloten.

Doe dit tot (laat) in de avond. Het kan tot middernacht op hete dagen boven de 25C zijn. Een raam openen heeft dan nog geen zin. In de zomer werk ik vaak volgens een zomerschema. De dag begint dan rond 5 uur ’s ochtends. Ik zet de achterdeur open, en de tuindeuren. De koele lucht kan dan naar binnenstromen en de warmte kan er uit. Deze deuren blijven open, totdat het buiten weer warmer is dan binnen.
De dakramen op zolder gaan vervolgens wagenwijd open, en ik zet iets voor de gangdeur: de dakramen zorgen voor een schoorsteeneffect. Dit is ontzettend krachtig en zorgt voor véél verse lucht en een enorm effectieve manier om warmte er uit te krijgen.

Stop niet met ventileren als je denkt dat de temperatuur is bereikt en je het fris krijgt. De muren en vloeren bevatten heel veel warmte. Zodra je stopt met ventileren zal de temperatuur weer oplopen.

Wat moet je vooral niet doen met hitte?

Er zijn ook wel wat tips te bedenken wat je niet moet doen. Het gebruik van mobiele airco’s is af te raden. Waarom? Deze voegen meer warmte toe aan de woning dan ze er uit halen. Deze werken vaak met losse, niet-geïsoleerde slangen. Het briesje is verkoelend, maar de woning wordt warmer.

Hetzelfde geldt voor natte lappen. Ja, de verdamping van het water kost heel veel energie en de ruimte koelt dus iets af. Maar de luchtvochtigheid loopt ook op, waardoor de gevoelstemperatuur stijgt. Je huid nat deppen is effectiever.

Ook het sluiten van gordijnen is maar matig effectief. Het voorkomt weliswaar lokale opwarming, maar de warmte ís al door het glas heen gekomen. En zit dus in de woning. Gordijnen houden dit niet tegen.

En de airco gebruiken dan?

Airco’s zijn bewezen effectief. Zelf heb ik airco op alle verdiepingen van de woning. Als ik wil, dan heb ik de hele woning permanent koel en de hitte zó buiten. Lang leve de (split-unit) airco. Ze hebben alleen één nadeel: ze verbruiken een hoop elektriciteit. Minder dan de meeste mensen denken, maar meer dan ik noodzakelijk vind. Pas als de woning boven de 27C komt gaat hier de airco aan. Tot die tijd is het met blote voeten en nachtventilatie heel aardig vol te houden. Ook aan warmte wen je tenslotte.

Laatste puntje: denk je een beetje aan de huisdieren?

Denk je een beetje aan de huisdieren? Onze hond gaat graag in de bijkeuken liggen als het heet is, of in de gang. Daar is het koel (nooit direct zonlicht). En als hij wil staat er altijd drinken klaar. Overdag, zolang het niet té warm is, kan hij vrij naar binnen en buiten lopen want dan staan de deuren immers open.

Cryptocrash: het failliet van de ongevoelige “munt”

Vaste lezers weten het wel: er zijn maar weinig dingen die ik zo achterlijk vind als crypto-currency. En dat is nota bene mijn genuanceerde uiting over de hebzuchtige nonsens die “crypto” heet. Let wel: het gaat mij niet om blockchain-technologie. Maar om de wijze waarop deze nonsens gebruikt wordt.

Crypto zou “het nieuwe geld” zijn. Stabiel, want niet beïnvloedt door centrale banken. Er kan niet zomaar iets worden bijgedrukt. Het zou daarom democratisch zijn, en veilig en een goed alternatief voor goud want het behoudt zo lekker zijn waarde.

De realiteit? De enige dingen die er mee worden afgerekend zijn criminele acties. Ransomware, witwasserij, etc. Normale dingen kun je er niet mee kopen. Het is milieuverwoestend (door de achterliggende inefficënte techniek) en als het van je gejat wordt, heb je geen poot om op te staan. Fijn, die anonimiteit.

Waardevast is het tijdens de pandemie ook al niet gebleken> de volatiliteit van de Bitcoin-koers is nog groter dan die van Just Eat TakeAway! Natuurlijk is het zo dat de bitcoin op het dieptepunt van de afgelopen 2,5 jaar onder de 5000 stond. En dat in dit licht gezien de huidige 24.000 niet zo slecht is.

Maar vergeet niet: het is een gesloten systeem. Er wordt geen waarde mee gecreëerd. Het produceert niets, het betaalt geen dividend. En daarmee is het per definitie een “zero-sum game”: jouw verlies is de winst van een ander en vice versa. Per saldo verdient er helemaal niemand iets mee. En dat is dan weer precies waar geld voor bedoeld is: het is geen beleggingsobject, maar een “store of value”.

Om een goede “store of value” te zijn, zijn er echter wel wat randvoorwaarden:
1. Vertrouwen. Vertrouwen in de organisatie (dat kan een land of centrale bank zijn).
2. Waardevastheid: er moet een voorspelbaar patroon zijn. Goud heeft dit bijvoorbeeld.

Waardevastheid: als iets zeer volatiel is (dwz. dat de waarde snel kan wijzigen), dan is het niet zo interessant om als betaalmiddel te accepteren. Morgen kan het waardeloos zijn. Diegene die het aan jou verkoopt (er mee wil betalen), zal je er op wijzen dat het morgen ook het dubbele waard kan zijn. En daar wringt de schoen! Want als hij (meestal) dat wérkelijk zou geloven, dan zou hij morgen wel terugkomen en de helft bieden, toch?

Defacto is dit hetzelfde als bij aandelenhandel. Jij koopt iets, in de verwachting dat het in waarde zal stijgen. De ander gelooft dit niet meer, en daarom wil hij er vanaf. Het kan zijn dat er iets “gezien” is waardoor hij een andere keuze maakt en dáárom dit specifieke aandeel niet meer wil hebben. Maar in ieder geval is het een soort deal waarbij je beiden blij bent. De ander denkt dat het niet meer waarde op zal leveren en jij denkt dat dit het beste is wat je momenteel met je geld kunt doen. Want anders had je wel iets ander gekocht.

Inmiddels zitten we in een aardige run. Hoe technische analysten (nog zo’n zinloos beroep, waar echt al duizenden studies naar gedaan zijn dat het totale nonsens is) dit noemen interesseert me weinig. Met een lange trendlijn ziet het er goed uit. De vraag is altijd: zijn de mensen die hebzuchtig (en dapper) genoeg waren om op het laagste moment in te stappen, dezelfde mensen die er nu nóg inzitten?

Onderstaande grafiek is wat een bitcoin-lover zal gebruiken: per saldo een flinke winst. Bijna een vervijfvoudiging in iets meer dan 2 jaar. Een geweldige score.

Zelf denk ik dat het anders zit. Bitcoin-bobo is ingestapt in Maart 2020. Met veel lef. Daar zegt hij niet zoveel over. Want het was corona, dus afgezien van wat alternatieve forums online is er niet zoveel over te vertellen. Spectaculair is het allemaal nog niet, in de voorgaande jaren stond het allemaal wel eens hoger.

Maar richting kerst 2020 wordt het stoer. De koersen klimmen richting all-time highs. Zal deze persoon nu nog blijven zitten? Zelf denk ik van niet: als je op het dieptepunt koopt, dan is de kans groot dat je op het hoogtepunt verkoopt.

Maar daarna stijgt het verder! Shit! Een volgende, flinke, piek wordt bereikt. Je wacht ‘m af. Het daalt – en je koopt. Het stijgt verder en vervolgens kan ik deze hele alinea vullen met repeterende stukjes tekst van kopen en verkopen op al-dan-niet-de-juiste-of-onjuiste-momenten.

Moraal van het verhaal? Op een uitzondering na zijn de bitcoin-bezitters van nú, niet diegenen die ze 2 jaar geleden hadden. Een aantal zijn geknipt en geschoren door eerdere verkeerde momenten, en een aantal zijn er rijk geworden. De eersten houden grotendeels hun mond, de tweede schreeuwt van de torens. Een derde categorie is alles kwijt en klaagt bij centrale banken voor meer bescherming. Ja, echt, dat gebeurt!

Ondertussen, bij de democratische, meest ethische munt ooit, die ongevoelig is voor inflatie en centrale banken:

Hoe zou het ondertussen zijn met Peter, een daghandelaar die soms wel 150 EUR per dag verdient?

Ik denk dat hij peentjes zweet.

Is men er nu écht klaar mee?

Wanneer zou bij mensen het besef doordringen dat er nooit betaald gaat worden met crypto-currency? Dat alle papieren voordelen vooral op papier een voordeel zijn, maar in de praktijk helemaal niet? Het is géén inflatie-hedge, het is niet ongevoelig voor de centrale banken en als je geen stroom of internet hebt kun je er niets mee. Een dystopische wereld zou dus tamelijk balen zijn voor de zolderkamercrypto-nerd.

Of zou er toch nog een groep zijn die het volhoudt? Dat je hier echt geld mee “kunt verdienen”?
Zelf vrees ik dat er een aantal mensen zal zijn die hier toch nog geld in gaat stoppen. Ze denken nu de dip te kopen. En misschien krijgen zij gelijk. Misschien ook niet. Want de realiteit is dat steeds meer mensen het financieel moeilijk krijgen en dan nog steeds eerder er voor kiezen om hun crypto-portemonnee te legen dan hun echte spaarrekening te plunderen.

Disclaimer: ik heb geen enkel belang bij crypto-currency. Nu niet, niet gehad en ik zal het nooit hebben. Iedere conclusie die je trekt over crypto-currency adhv. mijn rant, is je eigen conclusie. Doe er mee wat je wil.

“We hebben een modaal inkomen, maar voelen ons minima. We komen niet rond.”

Zojuist een berichtje op het RTL Nieuws: de prijsstijgingen raken ook middeninkomens hard. Het RTL Nieuws heeft een oproep gedaan waar ruim 3000 mensen op hebben gereageerd. Laat dit even op je inzinken: 3000 mensen. Niet om het te bagatalliseren (ha, tóch wel). Maar als je met zo’n onderzoek zou willen afstuderen dan krijg je écht de deksel op je neus.

Onderzoek begint met “is de data valide, betrouwbaar en representatief”. Nou, mensen zullen heus zelf in kunnen schatten of ze wel of niet goed rondkomen. Dus het is valide en mogelijk betrouwbaar. Representatief? Nee. Uiteraard niet. 0.0375% van de huishoudens heeft gereageerd, of 0.75% van de middeninkomens. Dat lijkt een goede steekproef. Van die groep heeft 100% het moeilijk om rond te komen. Het zou kunnen dat de overige 99% hier géén moeite mee heeft. Het zou ook kunnen van wel, maar deze mensen ontbreken uit de steekproef. Het is dus een soort self-assessment.

Volstrekt kansloos als serieus onderzoek, maar welke een leuke “headline”. En daar gaat het in het nieuws tenslotte om.

Anders gezegd, al trap ik misschien op wat zere teentjes: de mensen uit het artikel (2 leerkrachten) verdienen allebei rond de 40.000 EUR per jaar. Gezamenlijk 80.000 EUR per jaar. Met alle respect: als je dan niet kunt rondkomen is de kans vrij groot dat je daarvoor op een te grote voet hebt geleefd (ze werkten in het bedrijfsleven en hebben een stap teruggedaan in inkomen) en daar geen rekening mee hebt gehouden. Dán komen prijsstijgingen wel hard aan!

Een ander voorbeeld van journalistieke quatsch: een afgekeurd persoon en een echtgenoot met een modaal inkomen. Zij voelen zich minima. En dat is logisch: één modaal inkomen is géén modaal gezinsinkomen. Je bent dus geen “modaal gezin”, maar een gezin met een kostwinner die modaal verdient.

Men bespaard tegenwoordig op weekbladen. In mijn wereld niet bepaald een gemis, en weinig beklagenswaardig. Maar dat is mijn wereld.

Ik wil op geen enkele manier ontkennen dat mensen, en een steeds grotere groep, het lastig heeft. Maar als je nú acuut in de problemen komt (niet rond kunt komen) en dat voorheen wel kon, dan heeft dit vermoedelijk weinig te maken met de prijsstijgingen. Het heeft te maken met het idee dat je eerder góed kon rondkomen. Als je eerder precies uitkwam, of 100 EUR overhield per maand, dan was dat wellicht prima. Dan raken prijsstijgingen je hard. Maar daarvoor had je de zaakjes eigenlijk al niet zo heel goed voor elkaar…

De oplossing? Stoppen met klagen over de verwarming die naar 18C moet. Dat is een prima temperatuur en daar wen je wel aan. Geen weekbladen? De planeet is je dankbaar en “en passant” wordt je minder verleidt tot consumeren van dure dingen die in de advertenties staan. Een jaartje niet op vakantie? Supervervelend, dat snap ik. Trust me: been there, done that. Maar vakantie is geen recht – het is een luxe. Kijk eens kritisch naar wat je écht uitgeeft aan van alles en doe daar wat mee.

Lange teentjes: deze website is zwaar gecensureerd. Ik mag dat. Mensen die echt in de armoede terecht komen? Ik leef oprecht mee. Het zal ongetwijfeld niet makkelijk zijn voor velen. Maar als je met twéé middeninkomens niet kunt rondkomen, dan leef je boven je stand. Jep, makkelijk gezegd!

De moestuin begint te leveren: aardbeien!

Ondanks dat het weer de afgelopen dagen niet echt “je-van-het” was, heb ik toch al wat kunnen oogsten uit de moestuin: aardbeien. Verser dan dit zijn ze niet te krijgen. Biologischer ook niet: niets bespoten, geen netten, geen kunstmest. De teller staat inmiddels op 400 gram.

Ik schat dat er nog een anderhalve kilo aan hangt, maar de regen mag nu wel even plaatsmaken voor zon. Dan gaat het rijpen en groeien toch net iets beter dan met dit killere, natte weer: we hebben al 55mm neerslag opgevangen de afgelopen dagen.

Qua groei komt er nog meer aan: de courgettes staan in bloei en de eerste frambozen komen ook tevoorschijn aan de plant. De boontjes hebben meer warmte nodig, maar zijn toch al aardig gegroeid. De zonnebloemen doen hun best, maar hebben ook zon nodig. Vocht hebben ze voorlopig voldoende.

Verder hebben we niet veel gezaaid dit jaar, omdat we midden in de zomer een maand van huis zijn. Geen kolen, geen tomaten, geen paprika’s en geen komkommers dit jaar. Maar dus wel aardbeien.

Overigens woon ik in een huishouden waar je nooit genoeg aardbeien hebt: mijn dochters hebben afgelopen weekend flink huisgehouden bij vrienden, die per ongeluk een kilo teveel gekocht hadden. Laat dat maar aan de dames over! Zelf lusten we het natuurlijk ook graag. Alleen mijn zoon denkt nog dat hij geen aardbeien lust. Maar dan wel aardbeienjam…

Vogelrijkdom

Zoals de vaste lezers wel weten, ben ik nogal een natuurnerd. Ik hou er van: veel verschillende planten, eten uit de eigen tuin en veel verschillend leven in de tuin.

Enkele jaren geleden kochten we dit huis en het was eigenlijk een soort van dorre woestijn. Er stond één grote boom, kaalgevreten buxus en een gazon. Dat was de plantenrijkdom hier in de tuin. In de eerste maanden zagen we dan ook niet veel beestjes: er was weinig interessants te vinden.

Al snel hebben we de tuin een beetje aangepakt. Het was namelijk nog zomer, en we wilden vast iets aan planten hebben voordat we de herst in gingen. Grote borders zijn gemaakt, de dode heggen zijn weggehaald en we hebben veel planten uit de oude tuin meegenomen.

Inmiddels groeit er (enorme) rozemarijn, tijm, salie, acanthus, hortensia’s, vuurpijlen, bieslook, look-zonder-look, hibiscus, rododendrons, vlinderstruiken, skimea, olijfbomen, druiven, frambozen, kiwi’s, aardbeien, judasbomen, dropplant, meisjesogen en nog veel en veel meer.

Dit heeft een énorm effect. Onze tuin staat volop in het leven. Egels, padden, verschillende soorten hommels en bijen, vleermuizen en natuurlijk vogels.

En ik ben dol op vogels. Het begon met wat koolmeesjes en musjes, later een mereltje.
Inmiddels hebben we heel veel regelmatige gasten: kauwtjes, eksters, houtduif, tortelduif, koolmees, pimpelmees, Grote Bonte Specht, sperwer (ok, niet regelmatig), merels, huismus, heggenmus, roodborstje en sinds dit jaar ook groenlingen en witte kwikstaart. En ook mijn favoriete vogel: de Gaai.
15 soorten dus, die elkaar soms fel bevechten. De kauwtjes en eksters houden elkaar vaak bezig, en soms zijn ze allemaal opeens weg door een langsvliegende sperwer. Ook vliegen er vrijwel dagelijks ooievaars over ons huis en horen we regelmatig de roep van buizerds. Fantastisch!

De tuin wordt dan ook steeds vogelvriendelijker. De struiken worden groter en de ondergroei wilder. Dat wil zeggen: de borders worden volgestrooid met blad, waar veel insecten in zitten. En dat levert weer veel voedsel op. Ik denk dat de vogels onze tuin ook prettig vinden: er is hier geen kat te bekennen. De hond is vaak buiten en geeft niets om vogeltjes. Maar doet nog net zijn ogen open voor een kat. En ook de achterburen hebben een hond. En dus geen katten in de tuin.

Waarom ik vogels zo leuk vind? Geen idee. Gister zag ik 2 kwikstaartjes met elkaar bakkeleien. Het is fascinerend. Vogels eten enorme hoeveelheden insecten op, en voorkomen daarmee plaagdieren. Maar ook eten ze veel onkruidzaadjes. De musjes gaan vaak in het zand liggen en nemen een “zandbad”. Schattig!

Wat heb jij hier aan? He-le-maal niets. Sorry!

Klushuis-koopgids: kijk er doorheen!

De guilty pleasures hier zijn weer volop “aan”: ‘kopen zonder kijken’ én ‘voor hetzelfde geld’ zijn weer op tv. Ideaal voor de Geldsnor om zich te verwonderen over de wondere wereld van de mensen die meedoen.

Gemene deler bij alle Kopen zonder Kijken-deelnemers: ze hebben allemaal 2 linkerhanden. Daar word ik altijd een beetje allergisch van, want in mijn optiek is dat een keuze. Als je nooit een hamer oppakt zul je niet leren timmeren. Als je elektriciteit spannend vind, dan is een stopcontact plaatsen al een heel karwei en als je zelfs laminaat leggen al verbouwen vind. Tsja, dan wordt het lastig.

Bij “voor hetzelfde geld” is het net iets anders: hier zitten mensen tussen die doorgaans in de grote stad wonen en buiten de stad gaan wonen. Meestal met een volledig waanzinnig wereldbeeld: zo kun je een vrachtwagenchauffeur hebben uit Almere, die met zijn vriendin gaat kijken naar een woning in Groningen, Friesland en Drenthe. En vasthoudt aan per se in Almere willen blijven werken. Lieve mensen, uit ervaring kan ik je vertellen: het is niet te doen om elke dag 4 uur in de auto te zitten voor woon-werkverkeer. Nog los van de kosten. Met 260km per dag kost je dit ongeveer 15.000 EUR per jaar. Dat is méér dan je hypotheek op een huis van 4 ton, waar nog alles aan gedaan moet worden.

Maar goed. Ik kijk dus altijd met verbazing, en daarom is het zo leuk. Wat valt mij op, als doorgewinterd klusser? Dat dus de meeste mensen linkerhanden hebben (en rechtshandig zijn). En dat ze daardoor volledig de weg kwijt raken door hoe een huis er uitziet.

Daarom heb ik wat dingen op een rij gezet waar je naar moet kijken als je een huis koopt en niet van moet schrikken. En een categorie met dingen waar je wél goed naar moet kijken maar dan weer nauwelijks opvalt.

Waar moet je doorheen kijken?

Meestal zijn het cosmetische dingen. Waarom moet je hier doorheen kijken? Omdat hier de uren niet in gaan zitten. Slopen van dingen is eenvoudig, maar ook het aanbrengen van wandjes is tamelijk eenvoudig met de hulp van youtube filmpjes. Zo heb je voor een gipsplafondje, een scheidingswandje of een Ytong-bouwwerkje echt geen externe hulp nodig. Het wordt anders als er sprake is van veiligheidssituaties. Zo werk ik nóóit aan gasleidingen, en ook niet aan elektriciteit in de meterkast. Alles buiten de meterkast wél. Maar dat komt in het volgende hoofdstuk.

Schrootjes, om daar maar eens mee te beginnen. Het is, laten we zeggen, smaakgevoelig. Maar er gaan echt nauwelijks kosten in zitten. Het verwijderen van de schrootjes kost je een halve dag en je hebt niet meer nodig dan een koevoet en een klauwhamer. Rechterhanden heb je er niet voor nodig, hooguit een stofbril en werkhandschoenen. En eventueel een bouwcontainer om het af te voeren.

Muren doorbreken. Nog zoiets. Mensen vinden dit vaak heel spannend. Dat kan het bij een dragende muur ook zijn. Laat bij een dragende muur een constructieberekening maken (als je dit niet zelf kunt). En bestel dan je draagbalk. Knappe balk die méér dan een paar honderd euro kost. Het uitbreken van de muur kost je met een gehuurd apparaat een paar tientjes en de stempels om het plafond tijdelijk te ondersteunen een paar euro per dag.

Isoleren van het dak en vloer. Een vreselijk rotwerkje, maar het zijn vooral uren die je kwijt bent. Het materiaal is goedkoop, het werk op zichzelf relatief eenvoudig. Maar niet veel mensen vinden kruipruimtes of zolders prettige verblijfsplaatsen, en daarom zijn de tarieven vrij hoog. En daar kun jij dus makkelijk besparen.

CV-ketels. Nee, die ga je NIET zelf vervangen! Maar een nieuwe CV-ketel kost je minder dan 2000 EUR inclusief installatie. Dat is dus geen overweging bij het al dan niet kopen van een nieuw huis á 400.000 EUR. Hetzelfde geldt voor het aanleggen van vloerverwarming: het infrezen van vloerverwarming kost je misschien 3.000 EUR, inclusief de slangen en de pomp. Hoe kom ik hierbij? Enkele jaren geleden kostte het mij 2500 EUR, voor een oppervlakte van 90m2 (benedenverdieping). Kan ik dit zelf? Nope! Maar het is geen reden om je droomhuis te laten schieten!

Asbest. Voor veel mensen héél spannend, maar het is goed te (laten) verwijderen. Afhankelijk van waar het zit overigens. Maar meer dan een paar duizend EUR ben je meestal niet kwijt. En als je toch al het dak moest isoleren, valt het goed mee.

Stucwerk. Niet mooi, die gegranolde muren. Maar bekijk het holistisch: de kans is in een huis met ouder stucwerk bijna 100% dat je van alles gaat doen met je muren. Muren weghalen, tussenwanden plaatsen, elektra infrezen, nieuwe centraldozen etc: een stucadoor heb je toch nodig. Of het oude nu mooi is of niet, doet er totaal niet toe.

Keukens & badkamers : of die keuken nu 10 jaar oud is of 20 jaar oud of 30 jaar oud…Als het je smaak niet is, wil je het er uit hebben. Liever heb je zelfs een hele oude keuken, die je zonder “schuldgevoel” er uit kunt slopen. Anders val je in de valkuil dat je “de keuken/badkamer nog prima vindt” en dit later nog wel doet. En dan is het duurder, ingewikkelder en irritant omdat je er ook woont.

Waar moet je niet doorheen kijken?

Het eerste wat je doet als je een woning bekijkt is de meterkast bekijken. Ok? Onthouden? Yes! Wat is belangrijk? Je wilt een 3-fase aansluiting (3x 25A), 1 aardlekschakelaar per 4 verbruiksgroepen en geen keramische stoppen. Als je wel keramische stoppen hebt betekent dit dat je de gehele meterkast laat vervangen. Dat kun je niet zelf, dat wil je niet zelf en dat mag je niet zelf.

Vervolgens kijk je naar de gasmeter en de watermeter. Zijn deze recentelijk vernieuwd? Indien niet, dan is dit geen probleem. Maar vooral bij de watermeter even kijken of deze niet lekt (dat gebeurt wel eens aan de randen) en hoeveel capaciteit deze heeft. Om het zo te stellen: een regendouche heeft weinig zin in je badkamer als er niet voldoende waterdruk is! Niet direct een probleem, maar bij een eventuele aankoop wil je het weten voordat je de badkamer verbouwd en de regendouche selecteert.

Dan ga je kijken naar de elektra in het huis. Opbouw stopcontacten betekent véél werk, want ik acht de kans groot dat je het stopcontact ingebouwd wilt hebben. Bekijk ook of er al sprake is van randaarde: dat zijn die metalen pennetjes in het stopcontact. Die zorgen dat bij een lekstroom de aardlekschakelaar wordt geactiveerd. Da’s veilig: dan vliegt die hele groep (alle 4) er uit die beveiligd worden door deze aardlekschakelaar. Geen randaarde betekent héél véél extra werk. Want als je het huis opnieuw gaat opbouwen met alle moderne dingetjes, dan wil je gewoon een geaard stopcontact. Overal, altijd, zonder uitzondering.

In een huis zónder randaarde moet je eigenlijk meteen het volgende bedenken: alle plekken van stopcontacten zijn zinloos en dus flexibel. Je bent volledig vrij. Want je zult alles er uit (willen) halen en óveral nieuwe stopcontacten plaatsen. Hiervoor ga je frezen en hakken in de muren (dat kost weinig), en nieuwe PVC-buizen leggen waar dit noodzakelijk is. Dit kan op meer plekken zijn dan je denkt: de oude stopcontacten hadden immers één draad minder (want geen aarde), dus het is niet gezegd dat jij de 5 draden er doorheen getrokken krijgt, waar er eerst maar 4 liepen.

Iedereen die bovenstaande meteen begrijpt, hoefde dit al niet te lezen, want jij weet waarom er (soms) 5 draden in zitten, en niet 2 of 3. Voor iedereen die dit niet weet: vraag het in de comments ;-).

Zoals je ziet is bovenstaande heel veel werk. En heel veel werk waar je niet voor geleerd hoeft te hebben: gleuven frezen op de juiste inbouwhoogtes en gaten boren op de juiste plekken is geen specialistisch werk. Het trekken van het draad ook niet per se. Ik doe dat mééstal zelf, maar niet altijd. Sowieso is draden trekken een klusje voor 2 personen: lange draden die door buizen moeten met veel bochten vereist enorm veel kracht en je wilt de draad dus goed invoeren en duwen.

Wat je nodig hebt? Een buigveer (om de PVC-buizen te buigen in bochten), een low-friction pvc buis (geloof me: dit wíl je!) en low-friction draad. Met de juiste kleuren uiteraard. En natuurlijk lasdozen voor in de centraaldoos. Deze zet je er áltijd op, ook al is de draad niet aangesloten in de meterkast. En kleurtje bij kleurtje, dus je stopt geen blauwe en bruine draad in dezelfde lasdoos. Dit bespaard je simpelweg heel veel uren van de elektricien, die je wel laat komen om de aansluitingen in de meterkast te maken, en waarmee je vooraf overleg hebt gehad “welke-groep-waar-komt”. Dan weet hij/zij hoe deze het best over de 3 fasen verdeeld kan worden in de meterkast. Enfin, hier laat ik het bij, want het is geen klusforum.

Verder wil je nog kijken naar eventuele funderingsproblemen. Die zul je als leek (of zelfs als expert) niet altijd kunnen zien, maar scheuren in de muren zijn een duidelijk signaal. Dit zijn dure problemen om op te lossen en heel moeilijk in te schatten vooraf (qua kosten).

Idem dito voor vocht. Schimmel in de badkamer is niet zo’n probleem op het plafond. Kwestie van beter ventileren. Maar vochtig behang en muren duidt op andere problemen, zoals vochtdoorslag uit de muren of het dak.

Voorts kijk je naar de kozijnen en het glas. Is het glas ouder dan 20-25 jaar (productiedatum staat in de aluminiumrand tussen de 2 ruiten)…Dan is het aan vervanging toe. Laat je niets wijsmaken door een makelaar die aangeeft dat het nog uitstekend functioneert en dát het dubbelglas is.

Verder wil je weten hoe het in de verf staat, in diverse gradaties: net geverfd – poosje geleden geverfd – oud, met eerst scheurtjes/lijntjes – oud, met eerste rotte plekken – totaal verrot.
Alles vanaf het tweede niveau betekent dat je moet overwegen of het niet vervangen moet worden. In combinatie met enkel glas: altijd vervangen en direct voor triple-glas gaan. De meerkosten zijn relatief minimaal tov. HR++ glas, en anders ben je weer 20 jaar verder. Stelregel: één kozijn vervangen kost je ~2000 EUR. Dat is redelijk ongeacht de grootte, want het glas zelf kost vrijwel niets. Als stelregel is het heel aardig. Een voordeur kost je 2000-4000 EUR, een nieuw dakraam 1000 EUR of 3500 voor een studio-dakraam.

Het dak. Een nieuw pannendak is minder spannend dan de meeste mensen denken (denk aan 10.000 EUR of aanzienlijk minder als je het zelf kunt). Maar dat is wel afhankelijk van de staat. Rotte draagbalken maken het een specialistenklus. En ook zonder rotte draagbalken is het een karwei wat je liever overlaat aan ervaren mensen. Zij hebben valbescherming en werken 3-10x zo snel als jij, met meer zekerheid. Maar als het dak er tóch afmoet: isoleer het meteen volledig en goed. En bedenk dan dat je eventueel met de buren moet overleggen.

Brengt me meteen bij de buren: bedenk vooral goed of je daar naast wilt wonen. Moeilijk in te schatten en vooral een kwestie van smaak. Persoonlijk zou ik geen huis kopen naast iemand met een “sportieve auto” (herrie), een bordje “hier waakt X” of iemand met een Monuta-tuintje, Yarden-monument of Dela-sfeer. Bekijk ook goed je parkeermogelijkheden en bagataliseer dit niet. Als je een caravan hebt en deze niet kort bij huis kwijt wilt, dan is dat stomweg vervelend. Praat dit niet goed door “het is maar 1x per jaar” te roepen. Want je ergert je 2x per jaar het schompes (je komt ook terug, weet je wel?).

Nog iets: houdt rekening met je energierekening. Een duurder huis lijkt wellicht duurder, maar als dit beter geïsoleerd is (ook in “finale toestand”, een jaren ’30 woning zal nooit 2022-isolatie hebben) kan het toch goedkoper zijn. Houdt hierbij ook rekening met de ligging van het dak of de daken: alles van Oost naar west richting zuid is gunstig. Maar ook NW en NO zijn tegenwoordig prima. Zuiver noord is volstrekt ongeschikt voor zonnepanelen.

De beste tip, al zeg ik het zelf: bekijk het huis primair op de plattegrond, voordat je gaat bezichtigen. Bekijk hoe licht het is, en wat de ruimtes doen met dat licht gedurende de dag. Teken je meubels in, looppaden etc. Voelt dit goed en ruim genoeg? Ga dán pas bezichtigen, met bovenstaande in je hoofd.

Maar laat je niet afschrikken of overweldigen door cosmetische problemen of uitwassen. Die zeggen niets over het onderliggende geheel en wat je er aan moet doen. Een stucadoor heeft voor een paar duizend euro je hele huis prachtig gestuuct – maar het is niet meer dan make-up. Het licht de mooiste dingen uit, beschermd tegen interne elementen en verbloemt het lelijke. Dat kun je altijd nog doen – nadat je alle leidingen hebt ingefreesd en alles een plekje hebt gegeven.

Ow, en mag ik nog één tip geven? Hou op met die visgraat-vloeren en zwart-stalen kozijnen. Dat is een trend van de laatste jaren, maar zal later net zo gedateerd ogen als de huidige schrootjes, of zwart-met-appeltjes-groene badkamer.