Wat kost (mijn) koffie?

Koffie. Heerlijk. Ik hou van koffie. Van “echte” koffie (lees: espresso) na een lekkere maaltijd, of cappuccino als Lieftallige Echtgenote die maakt (zij vindt dat leuk, maar drinkt het zelf niet). Maar meestal drink ik filterkoffie. Dit is een bewuste keuze: de milieuverwoestende toestanden van een Nespresso-achtige machine kan ik niet over mijn hart verkrijgen. Zelfs elders weiger ik het te drinken. De stupiditeit van de aluminium cupjes, te weinig inhoud, teveel keuze en véél te duur. Senseo vind ik niet lekker. Dus: filterkoffie.

Lees “Wat kost (mijn) koffie?” verder

Wat kosten kinderen

Kinderen kosten geld. Ze leveren, bij ons in ieder geval, ook veel levensvreugde op. Het is zelfs de belangrijkste motivator voor mij om zoveel mogelijk financieel onafhankelijk te zijn: het doel is om alle vakanties vrij te zijn en alleen te werken als de kinderen op school zitten of naar de opvang zijn / Lieftallige Echtgenote thuis is. In de praktijk betekent dit dat ik streef naar een werkweek met maandag & vrijdag als volle werkdagen en dinsdag t/m donderdag als werkdagen van 8:30 tot 14:00.

Maar kinderen kosten dus geld. Wat ze opleveren aan levensvreugde laat ik buiten beschouwing. Maar hoeveel geld kosten kinderen? Ik neem hiervoor mijn ervaring uit mijn eigen praktijk: 2 kinderen, met een eigen slaapkamer, kosten voor luiers, eten, sporten, energieverbruik, kleding, kinderopvang en kinderbijslag.

Lees “Wat kosten kinderen” verder

Vaste lasten: ons percentage

Volgens het Nibud geldt het volgende mee in de vaste lasten:

huur/hypotheek, gas, elektriciteit, water, lokale lasten, telefoon, televisie, internet, verzekeringen, onderwijs, kinderopvang, vervoer.

Uiteraard is hier het nodige op af te dingen, maar naar aanleiding van een blogpost van “vanhernaarhot” dacht ik toch eens leuk om uit te zoeken. Hieronder dus mijn tabelletje, voor de vaste uitgaven als percentage van ons inkomen:

Hypotheek: 15,7%
G/E/W: 1,4%
Lokale heffingen: 1,4% (wordt in 10 termijnen betaald, dit is per maand)
Telefoon: 0,4%
Verzekeringen: 1,8%
Kinderopvang: 14,7%
Televisie & internet: 0,7%
Vervoer: 8,7%

Nibud: >50% van maandelijks budget gaat op aan vaste lasten

In totaal gaat 44,7% van al ons inkomen op aan “vaste lasten”. Dat is dus ruim onder de door het Nibud gestelde “50%”. Een groot deel van onze vaste lasten wordt bepaald door de hypotheek & kinderopvang. De hypotheek vind ik overigens lastig om op deze manier mee te nemen. Een gedeelte is aflossing (5,7%), en voor een ander deel krijgen we hypotheekrente-aftrek (die ik overigens meereken in het inkomen). De hypotheek is wel een kostenpost waar we niet onderuit kunnen. In dit geval telt de aflossing dus mee in de vaste lasten, maar óók in ons spaarquote.
In het geval van “vervoer” is me niet helemaal duidelijk wat het Nibud allemaal meerekent. Ik heb brandstofkosten niet meegerekend, enkel de vaste lasten van de auto. En gezien dit een private-lease auto betreft (tsja, niet al onze beslissingen zijn even zinvol op financieel gebied), zit hier alles in qua verzekeringen, afschrijvingen, wegenbelasting etc.

Goedkoper verzekeren: Deck

Verzekeringen zijn belangrijk: in ieder geval voor de dingen die regelmatig terugkeren en voor gebeurtenissen waarbij potentiële schade desastreus is. Denk in de eerste categorie aan rechtsbijstandsverzekering en reisverzekeringen en bij de tweede categorie aan aansprakelijkheid, opstal en inboedel (al is die laatste wat mij betreft discutabel).

Ik had al mijn verzekeringen vorig jaar overgesloten bij het kopen van onze nieuwe woning: alles bij Nationale Nederlanden (via ING), behalve de reisverzekering. Dit was een pakket van aansprakelijkheidsverzekering, rechtsbijstandverzekering en woonverzekering (opstal & inboedel. Mijn reisverzekering verliep via een online verzekeraar. De totale kosten voor dit pakket: 67.70 EUR per maand, ofwel 812.40 EUR per jaar.

Via een ander FIRE-blog kwam ik de optie van “Deck” tegen. Sceptisch als ik ben, ben ik eens gaan kijken. Flink nader onderzoek gedaan: waar liggen de risico’s afgedekt (wie is de werkelijke verzekeraar, bleek gewoon NN te zijn), wat zijn de polisvoorwaarden (gelijk)?

Eigenlijk blijkt de filosofie van Deck vrij eenvoudig: ze verzekeren de grote bedragen en dus niet de kleine. Zonnebril verloren? Vette pech. Lekkage? Repareren. Eigen risico? Vanaf 500 EUR, oplopend tot 1000 EUR (als je dat wilt). Uitgezonderd rechtsbijstandverzekering (eigen risico 0 EUR).

Gewikt. Gewogen. Overgestapt. Wij hebben gekozen voor eigen risico’s van 500 EUR per verzekering en gekozen voor een jaarpremie (2,5% korting): 602,50 EUR!

Het hele proces kostte wellicht een uurtje in uitzoekwerk (polissen vergelijken). Besparing: 209,90 EUR per jaar. Tip: zoek het uit voor jezelf!

De zin & onzin van index-beleggen

Index-beleggen is het toverwoord wat je veelt tegenkomt in de wereld van beleggers. Het staat synoniem voor diversificatie, lage kosten en een gemiddeld betere prestatie dan professionele geldbeheerders.

Index-beleggen betekent namelijk zoveel als het volgen van een index: een samenstelling van geselecteerde fondsen zoals we dit bijvoorbeeld kennen als de AEX-index, AMX, S&P 500, Dow Jones Index etc. Deze indices zijn vaak indicatief voor de stand van de economie als geheel, althans dat wordt vaak gedacht.

Exchange-Traded Funds: passief & actief beheerd

Op de beurs kun je zogenaamde “Exchange-Traded Funds” (ETF’s) kopen. Deze ETF’s zijn zo samengesteld dat zij bepaalde indices of markten volgen. Er zijn actief beheerde ETF’s en passief. Bij actieve ETF’s is er een fondsmanager die bepaald welke aandelen er voor hoeveel geld gekocht moeten worden op welk moment. Deze fondsmanager is kundig & vaardig, maar heeft geen glazen bol én kost geld.

Een passief beheerd fonds heeft geen fondsmanager die keuzes maakt: het fonds volgt een index. Wat de fondsmanager moet doen, is zorgen dat de ETF gevuld is met dezelfde verhouding aandelen als de gevolgde index. Dit is eenvoudig en volledig te beheersen met computers. Gevolg; de kosten zijn erg laag (vaak lager dan 0.1%).

Lees “De zin & onzin van index-beleggen” verder

Levenlangleren-krediet & studeren

Doorgaans heeft het investeren in je competenties (ofwel “studeren” of “scholing”) een positieve invloed op het verloop van je carrière en daarbij behorende inkomsten en/of vrijheden. Je krijgt meer kansen, hebt meer kennis en meer keuze in wat je wel of niet wilt doen. Zelf heb ik vorig jaar (2020) een (dure) studie aan een particuliere universiteit in Nederland gevolgd. Kosten: ruim 32.000 EUR in 2 jaar.

Lees “Levenlangleren-krediet & studeren” verder

Gasverbruik: de waarde van een warme trui

Ik woon diep in de binnenlanden van ons kikkerlandje. De openslaande tuindeuren staan wijd open en voor het eerst in twee weken staat de airco uit. Het is dus nauwelijks voor te stellen, maar het stookseizoen komt er toch echt weer aan! De grens waar het stookseizoen begint is afhankelijk van het weer (zowel temperatuur, zonneschijn en windsnelheid), mate van isolatie en de gewenste binnentemperatuur. Maar ook de thermische massa speelt een rol.

Lees “Gasverbruik: de waarde van een warme trui” verder

Hypotheek: wel of niet (vervroegd) aflossen?

De hypotheek. Voor veel mensen een vrij grote terugkerende post in hun financiën. En een veel besproken onderwerp onder FOWO’s (Financieel Onafhankelijk, Werk Optioneel). Het heeft namelijk een grote aantrekkingskracht om schuldenvrij te zijn, maar aan de andere kant is de rentelast erg laag. Ik probeer er in dit artikel achter te komen wat ik er zélf van vind, aan de hand van werkelijke getallen.

Lees “Hypotheek: wel of niet (vervroegd) aflossen?” verder

De eenvoudige rekensom van financiële onafhankelijkheid

Dit is een vrije vertaling van hét meest invloedrijke FI-blogbericht ter wereld van Mr. Money Mustache (MMM) himself: “The Shockingly Simple Math Behind Early Retirement“. Via de link kom je bij het oorspronkelijke bericht.

Volgens MMM gaat het maar om 1 ding: je Savings Rate. Je savings rate is een functie van hoeveel je verdient en hoeveel je nodig hebt om te leven. Als je 100% uitgeeft van wat je verdient, dan kun je nooit stoppen met werken. Zoals velen, leef je van maand naar maand. Spaar je 10%, dan heb je na een jaar werken voldoende middelen om dit leven een maand voort te zetten zonder te werken. Een buffer van 6 maanden kost op deze manier dus ongeveer 6 jaar om op te bouwen.

Spaar je 30% van je inkomen, dan kost het opbouwen van die buffer aanzienlijk minder tijd! (namelijk 22 maanden). Als je 50% spaart, dan kost het opbouwen van een buffer van 6 maanden…6 maanden!

Zodra je begint te sparen, kan het geld dat gespaard wordt (geïnvesteerd) aan zijn reis beginnen om passief geld voor jou te verdienen, en het verdiende geld verdient opnieuw geld.

Er is een addertje. Een positieve, dat wel.

Waar is het addertje, zat je al te denken? Het addertje is eigenlijk een lieve kleine puppy. Of whatever de analogie hier zou zijn. In deze rekensommen maakt het namelijk niet alleen uit of je meer gaat verdienen, maar ook of je minder uit gaat geven.

Neem Klaas. Klaas verdient 2000 EUR netto en geeft 1800 EUR uit per maand. Hij spaart keurig 200 EUR per maand (10% van zijn nettoloon). Hij moet 10 maanden werken (10*200 EUR) om 1 maand van zijn uitgaven vol te houden (en weer 200 EUR te sparen). Maar, Klaas heeft hard gewerkt, en maakt promotie! Klaas gaat nu 2400 EUR per maand verdienen. Klaas is een slimmerik: hij geeft geen cent extra uit! Hij spaart nu 600 EUR van zijn loon van 2400 EUR (da’s dus 25%). In 4 maanden heeft Klaas voldoende opzij gezet om zijn uitgaven te bekostigen – inclusief het sparen.

Niet slecht van onze Klaas! Maar, stel het volgende voor. Klaas heeft geen promotie gemaakt. De meeste mensen maken nauwelijks of geen promotie in hun leven en moeten het hebben van CAO-verhogingen die de inflatie wel of niet bijhouden. Klaas besluit samen te gaan wonen. Een aantal kosten wordt nu gedeeld met zijn partner. Klaas verdient nog steeds 2000 EUR, maar geeft nu nog maar 1400 EUR uit. In euro’s is dit verschil gelijk: 400 EUR meer verdienen of 400 EUR minder uitgeven is allebei 400 EUR.

Toch? Of toch niet?
Klaas spaart nu 600 EUR van zijn 2000 EUR netto. Dat is 30%. Om zijn deel van de rekeningen te betalen, hoeft Klaas nu maar 2 maanden en iets meer dan een week te werken. Minder uitgeven werkt dubbel: je spaart meer, maar je hoeft ook minder uitgaven af te dekken. Dát is de simpele rekensom achter financiële onafhankelijkheid: kosten laag houden en inkomsten maximaliseren.

(Let op: het gaat hier niet alleen om sparen. Het geld wat je overhoudt is niet alleen om te “sparen”. Rente levert niets op. Zodra je dus je veilige marge hebt bereikt, kun je geld gaan beleggen. Het gaat hier dan ook niet om de Nibud-definitie van sparen, die zoveel inhoudt als dat je geld reserveert voor toekomstige uitgaven. Dat is weliswaar heel slim én goed om te doen, maar voorkomt slechts negatieve verrassingen.)

Fases van Financiële Onafhankelijkheid

De afgelopen maanden heb ik ontzettend veel gelezen en geluisterd over financiële onafhankelijkheid, met name via Amerikaanse blogs, podcasts en boeken. Onlangs was ik aan het luisteren naar het boek “Choose FI: your Blueprint to financial independence” (via Storytel, ook via bol.com verkrijgbaar).

In dit boek wordt een groot aantal interessante dingen genoemd. Eentje neem ik hier over en pas deze vrijelijk iets aan naar “onze” situatie in Nederland. Het gaat over de fases van financiële onafhankelijkheid:

Fase 0: bereik de 0. Met 0 wordt hier bedoeld: 0 EUR netto waarde van al je bezittingen: woning, geld, beleggingen, pensioenrekeningen en dit soort dingen. Niet-verhandelbare dingen ( “waardevol antiek” en “kunst) telt niet mee. Tel hier je schulden vanaf: hypotheek, persoonlijke leningen, doorlopend krediet, studieschuld, creditcards en andere afbetalingen. Het resultaat is een getal, wat voor veel mensen negatief is in de jonge jaren van hun carriëre.

Fase 1: 6-cijferige waarde. Bereik je eerste honderdduizend EUR in nettowaarde. Dit is dezelfde optelsom. De gedachte hierachter is dat op het moment dat dit bedrag 100.000 EUR of meer is, de waardetoevoegingen relatief groot zijn vanuit passief vermogen. Ofwel: 100.000 EUR in een beleggingsportefeuille levert “passief” gemiddeld 7.000 EUR per jaar op aan nieuw vermogen. Zonder dat je er iets voor hebt hoeven doen.

Fase 2: 6-cijferige waarde, exclusief overwaarde van de woning. De overwaarde van je woning levert geen bijdrage aan je onafhankelijkheid. Je moet het verkopen om er bij te kunnen, zonder er iets voor terug te kopen. Geld in je stenen kopen geen boodschappen.

Fase 3: 6-cijferige waarde, exclusief pensioenrekeningen. Je pensioenrekeningen vertegenwoordigen een waarde (uitgaande van beschikbare-premieplannen). Maar die waarde levert pas iets op na je 62e: het eerste moment dat je er pensioen van mag aankopen. Het is dus heel belangrijk geld, het is veel geld. Maar het is ook “gesloten” geld.

Fase 4: 25x je minimale levenskosten. Als je minimaal 10.000 EUR nodig hebt om te overleven en niet je woning kwijt te raken door wanbetalingen, dan heb je 250.000 EUR nodig aan beleggingen/investeringen of ander passief inkomen om deze fase te bereiken. Dit is zonder vakanties, ontspanning of iets anders. Maar je bent wél financieel onafhankelijk.

Fase 5: 25x je verwachtte uitgavenpatroon. Hierin zitten ook vakanties, reizen, leuke dingen en alle noodzakelijkheden. Voldoet aan de regel van 25/4. Als je 30.000 EUR per jaar nodig hebt aan verwachtte uitgaven, dan is je FI-nummer 750.000 EUR.

Fase 6: 33x je verwachtte uitgavenpatroon, inclusief de leuke dingen. Voldoet aan de regel van 33/3. Als je 30.000 EUR per jaar nodig hebt aan verwachtte uitgaven, dan is je FI-nummber 990.000 EUR.

Wat doet het er toe?

Financiële onafhankelijkheid is een reis, en niet alleen een doel. Het doel is groot, en lijkt veraf. Door het in kleinere stukjes te knippen, weet ik waar ik aan toe ben. Momenteel zit ik tussen fase 1 en 2. De 100.000 EUR heb ik wel bereikt nu, maar een aanzienlijk deel hiervan zit nog in de overwaarde van de woning.
Door het op te knippen in fases kan ik ook makkelijker plannen naar de toekomst, en dingen helder krijgen. Zo bereiken we fase 2 over ongeveer een jaar, en fase 3 over ongeveer 3 jaar.

Je ziet ook een “split” tussen fase 3 en 4. T/m fase 3 gaat het om absolute bedragen. Daarna wordt het relatief. Je ziet in de latere fases dat het sneller zal gaan (er wordt immers nog passief én actief vermogen opgebouwd), maar het is daar ook veel afhankelijker van je gekozen levensstijl. Er zijn ongetwijfeld mensen die niet alleen de wereld rond willen reizen, maar ook een personal trainer, lattes op een terras en witte wijn sippen op een terrasje in de binnenstad weten te verheffen tot nieuwe kunst.