Cryptocrash: het failliet van de ongevoelige “munt”

Vaste lezers weten het wel: er zijn maar weinig dingen die ik zo achterlijk vind als crypto-currency. En dat is nota bene mijn genuanceerde uiting over de hebzuchtige nonsens die “crypto” heet. Let wel: het gaat mij niet om blockchain-technologie. Maar om de wijze waarop deze nonsens gebruikt wordt.

Crypto zou “het nieuwe geld” zijn. Stabiel, want niet beïnvloedt door centrale banken. Er kan niet zomaar iets worden bijgedrukt. Het zou daarom democratisch zijn, en veilig en een goed alternatief voor goud want het behoudt zo lekker zijn waarde.

De realiteit? De enige dingen die er mee worden afgerekend zijn criminele acties. Ransomware, witwasserij, etc. Normale dingen kun je er niet mee kopen. Het is milieuverwoestend (door de achterliggende inefficënte techniek) en als het van je gejat wordt, heb je geen poot om op te staan. Fijn, die anonimiteit.

Waardevast is het tijdens de pandemie ook al niet gebleken> de volatiliteit van de Bitcoin-koers is nog groter dan die van Just Eat TakeAway! Natuurlijk is het zo dat de bitcoin op het dieptepunt van de afgelopen 2,5 jaar onder de 5000 stond. En dat in dit licht gezien de huidige 24.000 niet zo slecht is.

Maar vergeet niet: het is een gesloten systeem. Er wordt geen waarde mee gecreëerd. Het produceert niets, het betaalt geen dividend. En daarmee is het per definitie een “zero-sum game”: jouw verlies is de winst van een ander en vice versa. Per saldo verdient er helemaal niemand iets mee. En dat is dan weer precies waar geld voor bedoeld is: het is geen beleggingsobject, maar een “store of value”.

Om een goede “store of value” te zijn, zijn er echter wel wat randvoorwaarden:
1. Vertrouwen. Vertrouwen in de organisatie (dat kan een land of centrale bank zijn).
2. Waardevastheid: er moet een voorspelbaar patroon zijn. Goud heeft dit bijvoorbeeld.

Waardevastheid: als iets zeer volatiel is (dwz. dat de waarde snel kan wijzigen), dan is het niet zo interessant om als betaalmiddel te accepteren. Morgen kan het waardeloos zijn. Diegene die het aan jou verkoopt (er mee wil betalen), zal je er op wijzen dat het morgen ook het dubbele waard kan zijn. En daar wringt de schoen! Want als hij (meestal) dat wérkelijk zou geloven, dan zou hij morgen wel terugkomen en de helft bieden, toch?

Defacto is dit hetzelfde als bij aandelenhandel. Jij koopt iets, in de verwachting dat het in waarde zal stijgen. De ander gelooft dit niet meer, en daarom wil hij er vanaf. Het kan zijn dat er iets “gezien” is waardoor hij een andere keuze maakt en dáárom dit specifieke aandeel niet meer wil hebben. Maar in ieder geval is het een soort deal waarbij je beiden blij bent. De ander denkt dat het niet meer waarde op zal leveren en jij denkt dat dit het beste is wat je momenteel met je geld kunt doen. Want anders had je wel iets ander gekocht.

Inmiddels zitten we in een aardige run. Hoe technische analysten (nog zo’n zinloos beroep, waar echt al duizenden studies naar gedaan zijn dat het totale nonsens is) dit noemen interesseert me weinig. Met een lange trendlijn ziet het er goed uit. De vraag is altijd: zijn de mensen die hebzuchtig (en dapper) genoeg waren om op het laagste moment in te stappen, dezelfde mensen die er nu nóg inzitten?

Onderstaande grafiek is wat een bitcoin-lover zal gebruiken: per saldo een flinke winst. Bijna een vervijfvoudiging in iets meer dan 2 jaar. Een geweldige score.

Zelf denk ik dat het anders zit. Bitcoin-bobo is ingestapt in Maart 2020. Met veel lef. Daar zegt hij niet zoveel over. Want het was corona, dus afgezien van wat alternatieve forums online is er niet zoveel over te vertellen. Spectaculair is het allemaal nog niet, in de voorgaande jaren stond het allemaal wel eens hoger.

Maar richting kerst 2020 wordt het stoer. De koersen klimmen richting all-time highs. Zal deze persoon nu nog blijven zitten? Zelf denk ik van niet: als je op het dieptepunt koopt, dan is de kans groot dat je op het hoogtepunt verkoopt.

Maar daarna stijgt het verder! Shit! Een volgende, flinke, piek wordt bereikt. Je wacht ‘m af. Het daalt – en je koopt. Het stijgt verder en vervolgens kan ik deze hele alinea vullen met repeterende stukjes tekst van kopen en verkopen op al-dan-niet-de-juiste-of-onjuiste-momenten.

Moraal van het verhaal? Op een uitzondering na zijn de bitcoin-bezitters van nú, niet diegenen die ze 2 jaar geleden hadden. Een aantal zijn geknipt en geschoren door eerdere verkeerde momenten, en een aantal zijn er rijk geworden. De eersten houden grotendeels hun mond, de tweede schreeuwt van de torens. Een derde categorie is alles kwijt en klaagt bij centrale banken voor meer bescherming. Ja, echt, dat gebeurt!

Ondertussen, bij de democratische, meest ethische munt ooit, die ongevoelig is voor inflatie en centrale banken:

Hoe zou het ondertussen zijn met Peter, een daghandelaar die soms wel 150 EUR per dag verdient?

Ik denk dat hij peentjes zweet.

Is men er nu écht klaar mee?

Wanneer zou bij mensen het besef doordringen dat er nooit betaald gaat worden met crypto-currency? Dat alle papieren voordelen vooral op papier een voordeel zijn, maar in de praktijk helemaal niet? Het is géén inflatie-hedge, het is niet ongevoelig voor de centrale banken en als je geen stroom of internet hebt kun je er niets mee. Een dystopische wereld zou dus tamelijk balen zijn voor de zolderkamercrypto-nerd.

Of zou er toch nog een groep zijn die het volhoudt? Dat je hier echt geld mee “kunt verdienen”?
Zelf vrees ik dat er een aantal mensen zal zijn die hier toch nog geld in gaat stoppen. Ze denken nu de dip te kopen. En misschien krijgen zij gelijk. Misschien ook niet. Want de realiteit is dat steeds meer mensen het financieel moeilijk krijgen en dan nog steeds eerder er voor kiezen om hun crypto-portemonnee te legen dan hun echte spaarrekening te plunderen.

Disclaimer: ik heb geen enkel belang bij crypto-currency. Nu niet, niet gehad en ik zal het nooit hebben. Iedere conclusie die je trekt over crypto-currency adhv. mijn rant, is je eigen conclusie. Doe er mee wat je wil.

Te laat om Bitcoin te kopen? Dat zei je vorig jaar ook!

Ik ben een vaste luisteraar van Q-Music. En daar hoor ik dus regelmatig reclames. Zo ook een vrouwenstem, die roept “te laat om Bitcoin te kopen? Dat zei je vorig jaar ook!”. Een bar slechte reclame: ik kan me namelijk niet eens herinneren voor welk bedrijf het is…Ik meen Litebit ofzoiets?

Anyway: ik vind het hilarisch. Een jaar geleden stond de koers van Bitcoin op 45.564 EUR. Momenteel iets onder de 38.000 EUR. Maw: het koerst bijna 20% lager. Een beetje handelaar zal nu zeggen dat dít het moment is om in te stappen, immers het kan alleen maar omhoog.

Leuke feitjes, zoals dat het een zero-sum game is, gaan hier niet eens op. Het is een zero-sum game, of zelfs iets minder: er komen (al is het marginaal) steeds meer Bitcoins in omloop. En jouw koerswinst is het koersverlies van een ander. Het produceert niets, en je kunt het niet eten.

De enige die verdient aan Bitcoins (of énige andere coin) zijn A. de “miners” (wat dankzij de hoge energieprijzen een stuk minder lucratief is) en B. de handelsplatformen.

De handelsplatformen…

De kosten zijn doorgaans nogal obscuur. Totaal onnavolgbaar en niet transparant. Dat is natuurlijk ook in hun belang. In een niet-gereguleerde markt (zoals crypto’s) hou je het liefst alles zo ontransparant als mogelijk. Transparantie is niet in jouw belang. Dus waarom zou je het zijn?

Hier een stuk van “Bijlage 1” van LiteBit, het “kostenoverzicht”:

De prijs die u betaalt of ontvangt voor het aan- of verkopen van cryptocurrency (een “Transactie“) wordt bepaald door:

  1. de marktkoers op het handelsplatform van LiteBit, verhoogd met
  2. een spread of toeslag (een “Spread“), die wordt berekend op het moment dat wij u een prijs opgeven (de “Opgegeven spread“), samen met
  3. een commissie in de vorm van een vast bedrag of een percentage van de transactie, afhankelijk van de door u aangekochte hoeveelheid.

Bovenstaande geeft exact helemaal 0(!!!) informatie over de werkelijke kosten. Het is “een vast bedrag” óf “een percentage”. Maar nergens wát nu de kosten zijn. Het is alsof je naar de supermarkt gaat en vraagt wat iets kost. “Ja meneer, dat pak Spaghetti kost een vast bedrag. Of een percentage van uw totale winkelmandje”.

Daar word je niet bepaald wijzer van. De anderen doen het niet veel beter. Zo heeft “Bitvavo” een kostenpercentage wat op zich transparant is. Maar ook nog eens “opnamekosten”, die per coin anders zijn én uitgedrukt in de bewuste coin. Op zich transparant. Maar voor verbetering vatbaar. Zo zijn de opnamekosten voor Bitcoin 0.00002BTC. Tegen een koers van 40.000 is dat 0,8 EUR. Als je 100 EUR aan bitcoins verkoopt heb je het dus al over 0,8%. Da’s meer dan de meeste ETF’s (die ook nog dividend uitkeren en géén zero-sum game zijn).

Nouja, goed, waar gaat dit heen? De koers van Bitcoin ligt momenteel 20% onder de koers van een jaar geleden. Daar zou ik als handelaar niet mee adverteren. Tenzij ik een paar procent van iedere transactie binnenhark. Dan is het best een idee…

De Outperformance van mijn portfolio

De eerste noot: ik ben geen professioneel belegger. Ook geen financieel adviseur. Mijn keuzes zijn mijn keuzes, omdat ik ze gemaakt heb. Ik heb ze gemaakt omdat ze gunstig leken te zijn voor mijn omstandigheden. Tevens beloof ik jullie plechtig dat ik ook een update zal plaatsen als mijn portfolio crasht als een malle en de AEX mijn portfolio outperformed

Het is inmiddels half februari en her en der lees ik over beurzen die in het slop geraakt zijn. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik dit natuurlijk wel degelijk wist. Bij mij geen stoere verhalen over het instorten van mijn portfolio en dat ik dit niet zou weten. Nope. Ik ben een cijferfreak en ik kijk dagelijks, of zelfs meerdere keren per dag, naar de koersen. En naar reacties op dit blog, en naar bezoekersaantallen. That’s me!

Nee, hier een eerlijk verhaal over mijn portfolio

Al eerder heb ik aangegeven dat ik niet beleg in ETF’s. Ik vind bij de meeste ETF’s de spreiding veel te beperkt: de meeste worldwide-funds zijn voornamelijk gericht op de VS en daar waar ze dit niet zijn, veelal alsnog in Amerikaanse dollars.

Dit wil ik niet: de Amerikaanse economie wordt des te langer des te irrelevanter. Bovendien investeer ik mijn geld liever relatief lokaal – en bij bedrijven waar ik zelf de keuze maak of ik er wel of niet in wil investeren.

Mijn mandje is dan ook zéér defensief: BAM, Ahold, ING, Heineken, Unilever en Shell. Dit onder het motto: Energie verbruiken we, bouwen zullen we, eten moeten we, drinken willen we en betalen zullen we. Ben ik het eens met alles wat ze doen?
Nee. Vooral Shell is een doorn in het oog. Maar ik ben zelf van mening dat vooral de vraag-zijde van de energie-transitie moet worden aangepakt en niet de aanbod-zijde. Door de aanbieders van energie te “straffen” krijgen we niet méér groene energie. Door het aanjagen van een ander type vraag (bijvoorbeeld elektrische auto’s en warmtepompen) komt er vanzelf minder vraag naar gas & benzine.

Enfin, de dividenden van het portfolio worden niet opnieuw geïnvesteerd in de bedrijven die ze uitkeren. De dividenden gaan in het iShares Global Clean Energy fonds. Een fonds met relatief hoge kosten (0.65%) en actief beheerd. Erg volatiel: onze gemiddelde aankoopprijs ligt nu 20% boven de huidige prijs…Maar het gaat om de lange termijn en een “goed doel”.

Overigens heb ik meer “groene” investeringen in het portfolio, maar dat zijn obligaties (Corekees) en mijn 32 zonnepanelen.

Spreiding: geografisch en valuta

Met ING, Heineken, Shell en Unilever heb ik een relatief grote geografische spreiding. Allen zijn immers wereldwijd actief. Met AholdDelhaize heb ik een grote “exposure” naar de VS (daar komt >60% van de omzet vandaan!), en met BAM ben ik vrijwel puur Nederlands bezig. Vooral gezien zij zich steeds verder terugtrekken naar Nederland na enkele internationale debacles. Maar voorlopig moet er nog heel veel gebouwd worden.

Bij mij geen modieuze dingen als Tech-aandelen. Dat komt nog wel, als we ons portfolio verder gaan uitbreiden. Op het moment is het natuurlijk vooral investeren in onze eigen zaak. Mijn pensioenpotje doet wel mee met de Tech-hype overigens.

De cijfers

Om een en ander terug te rekenen, heb ik alles relatief gemaakt. De startdatum van de grafiek is 100, en begint op 1 januari 2021. Ik kan de periode langer maken, maar je moet ergens een punt hebben om te beginnen: zo gaat het altijd met data verzamelen. Voor toekomstige grafieken zal ik hetzelfde plaatje gebruiken, en dezelfde startdatum.

Alles is omhoog geknald het afgelopen jaar. De AEX in 2021 met 27%, mijn portfolio met 36% en het pensioenpotje met 28%. Echter, het is vooral sinds het begin van dit jaar geweest dat het slechter is gegaan met de diverse potjes. Zo is de AEX sinds het begin van dit jaar alleen maar gedaald. En mijn portfolio is alleen maar gestegen.

Of we die lijn vol gaan houden? Ongetwijfeld niet. Ergens komt een keer de klad er in. Met slechts 6 bedrijven in het portfolio ben je (te?) kwetsbaar voor de slechte resultaten van één bedrijf. Aan de andere kant, zoals gezegd, is dit defensief. Zelf zou ik verwachten dat de AEX met enkele groeiaandelen er in, in 2021 een betere prestatie zou leveren dan dit defensieve portfolio.

Immers, de AEX heeft tech-aandelen als Adyen, ASML, ASMI, BESI, JET en Prosus. Schijnbaar is dit toch niet het geval geweest. Zelf zal ik voorlopig niet zoveel wijzigingen aanbrengen. Wel hoop ik dat het iShares Global Clean Energy fund nog een keer bij gaat trekken…

Unilever & de dwalende fossielen als Terry Smith

Zoals wellicht bekend bij de vaste lezers ben ik een redelijke wereldverbeteraar. Soms tot het naïeve, en soms wellicht hypocriet. Immers, ik vlieg regelmatig voor mijn werk en heb 3 kinderen en een groot vrijstaand huis.

Maar toch probeer ik een zekere mate van maatschappelijkheid toe te voegen. Zo investeer ik via Lendahand (crowdfunding in ontwikkelingslanden) en Corekees (het planten van bomen in Paraguay op historisch ontboste gebieden). Ik heb aandelen Shell en het dividend wordt gebruikt om aandelen “green tech” te kopen. Ik werk voor een bedrijf in “Green Tech” en ben daar zelf mede-eigenaar van via een tamelijk ingewikkelde constructie.

Ook ben ik aandeelhouder van AholdDelhaize. Niet perfect. Maar wel de duurzaamste supermarktketen van Nederland & België. En ik hou aandelen Unilever, met een zeer bewuste reden: Unilever heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan en dit geplaatst boven het maken van pure winst. Dit in tegenstelling tot concurrenten als PepsiCo, Nestlé (de grootste boeven ter wereld wellicht), P&G etc.

Nu zijn er natuurlijk nog een hoop investeerders over die niet zo goed weten hoe de wereld werkt. Die gaan voor de korte termijn. Mensen zoals Terry Smith die het hebben over een “duurzaamheidsobsessie“. Terry Smith is een fossiel uit de oude investeringswereld. Het type “Gordon Gekko” met “Greed is good”.

Bijna 70 jaar oud en enkele van de grote holdings van Fundsmith zijn niet alleen Unilever maar ook PhilipMorris. Keurig gehedged (al noemen ze het geen hedging) met investeringen in de medische wereld zoals NovoNordisk en StrykerCorp. Duurzaamheid staat niet zo voorop, met overige investeringen in de bio-industrie (Idexx) en Estee Lauder en L’Oreal.

Uiteraard staat het iedereen vrij om te investeren zoals ze willen. Mijn ethos hoeft niet het ethos van iemand anders te zijn. Maar helaas zijn het wel dit soort investeringsvehikels die niet alleen hun eigen financiële stromingen bepalen, maar ook de publieke opinie. Zou het niet veel beter zijn voor zijn kinderen en kleinkinderen, en de generaties daarna, om te kijken naar duurzaamheid? Op “ROI” door de generaties heen, in plaats van alleen volgend jaar?

Blijft Unilever écht achter?

Een interessante vraag is of Unilever als concern echt achterblijft ten opzichte van de rest. Het korte antwoord is ja. Voor een langer antwoord moeten we even kijken naar een aantal factoren. De beurskoers is simpel: er is sprake van een stijging van 16% tov. het Covid-laag. Nestlé en P&G doen het met respectievelijk 34,3% en 62% stukken beter.

Unilever-grafiek van DeGiro website. Het Covid-dal is 40.29 EUR, huidige koers 46.765
Nestle-grafiek. Covid-dal was 90, huidig 120,88 (CHF).
P&G grafiek. Covid dal 97.70, huidig 158.29 USD

Dan hebben we nog dividend. Voor het hele jaar 2021 betaalde P&G 3.24 USD. Dat leverde ten opzichte van de laagst mogelijke koers een YoC op van 3,3%. Bij Nestlé was dit 2.75 CHF, goed voor 3%. Unilever deed hier 1,70 EUR. Dat is 4,2%.

Let op: dit is niet bedoeld als beleggingsadvies. Slechts om de eenzijdigheid te belichten. Immers, de kosten van een aandeel zijn één ding. Maar bepalen of een aandeel duur of goedkoop is, is een andere. Dit is een zeer arbitraire maatstaf. Immers ik kijk naar het dividend in 2021, ten opzichte van de laagste koers van 2020.

Dit spelletje kan ik herhalen met de hoogste koers van 2021. Dan scoort P&G 1,9%. Nestlé doet 2,1%. Unilever? 3,2%.

Het lijkt me dat Unilever weliswaar “underperformed” in de koers, maar dat dit niet betekent dat het rendement slechter is. De dividend-yield is namelijk veel hoger dan bij de directe concurrenten. Het aandeel is dus “minder duur”.

Unilever naar de toekomst

Persoonlijk denk ik dat Unilever een goed pad heeft ingeslagen naar de toekomst. Juist door vast te houden aan duurzame(re) principes, sluiten de merken goed aan bij de groeiende “awareness” dat we maar 1 planeet hebben. Ook het aansluiten bij politieke concepten of juist het vrij laten van zijn merken (Ben & Jerry’s en Israël) laat zien dat het merk de komende jaren minder gevoelig zal zijn voor die kant van de markt. Ik hou mijn aandelen Unilever.

(Disclaimer: dit is géén beleggingsadvies. Dit is mijn afkeer van fossielen als Terry Smith, onderbouwd met cijfers.)

Waarom je eigen huis, grondstoffen, crypto en edelmetalen geen beleggingen zijn

Regelmatig zie ik reclames voor diverse soorten beleggingen. Ik lees er uiteraard ook veel over. En heb een vrij uitgesproken mening: je eigen huis, grondstoffen, crypto-currency en edelmetalen zijn geen beleggingen. Althans, niet met een rendement. Uiteraard ga ik uitleggen waarom dit zo is.

Volgens de Van Dale is beleggen “(geld) aan iets besteden waarvan je hoopt dat het in waarde zal stijgen: zijn geld in aandelen beleggen

Leuk woord: hoopt. Dat is op zichzelf wel van toepassing bij bovenstaande categoriën. Er is de hoop dat het in waarde stijgt. Maar niet meer dan hoop. Het verhaal is wellicht iets genuanceerder, afhankelijk van welke categorie je pakt. Dus ik zal het verderop nuanceren. Maar eerst zal ik uit de doeken doen waarom dit geen beleggingen zijn, volgens mijn niet-zo-bescheiden mening.

In de crypto’s, edelmetalen en grondstoffen hebben we het feitelijk over een “zero-sum game”. Jouw winst is het verlies van een ander. En jouw verlies is voor de ander een winst. Er komt niet méér bij.

Voorbeeldje: iemand, laten we haar Letitia noemen, koopt 100kg staal op de termijnmarkt. Ze betaalde hiervoor 200 EUR. Meer mensen willen staal, en dus stijgt de prijs. Klaasje koopt deze 100kg staal en betaald 300 EUR aan Letitia. Letitia heeft 100 EUR winst. Klaasje staat op nul. Klaasje koopt deze grondstof niet om het zelf te gebruiken overigens: het wordt vastgehouden in de hoop dat het meer waard wordt. Totday deze “future” verloopt en Klaasje daadwerkelijk transport en opslag moet regelen overigens…Dan zit Klaasje opeens met 100kg staal te kijken.

In zijn totaliteit zit er nu 300 EUR in de markt. De grap van dit soort dingen is, al is dit ook geldig bij aandelen: Letitia verkoopt die 100kg staal omdat zij denkt dat dit het maximaal haalbare is! Als zij had gedacht dat het méér waard zou worden, dan had ze het niet verkocht. In zekere zin zijn het weddenschappen jegens een ander, en diegene die gelijk krijgt en op tijd koopt of verkoopt krijgt het geld.
(Let op: ik heb het hier over de handel in grondstoffen, crypto’s en edelmetalen. Niet over productie van staal (daar heb je staalbedrijven voor), koper, voedsel en goud. Daarvoor kun je investeren in de respectievelijke producenten.)

Een zero-sum-game dus: er wordt netto geen geld verdient. De markt kan gróter worden doordat er méér geld beschikbaar is. De prijs van alles stijgt dan, in de verwachting dat het allemaal meer waard wordt. En er stroomt nog meer geld binnen. Zo kan de 100kg staal wellicht miljoenen waard worden! Iedereen wil het hebben.

Goed: geen beleggingen dus

En daar zit de crux van “vraag en aanbod”. Als niemand de 100kg wil verkopen, stijgt de prijs. Stel dat deze is opgelopen tot 1 miljoen EUR per kilogram: dan is de markt 100 miljoen EUR waard. Totdat iedereen besluit het in één keer te verkopen. De prijs keldert. De eerste paar honderd gram is wellicht een miljoen per kilo waard. Maar het aanbod overstijgt al snel de vraag en de prijs moet dalen. Je snapt het idee: de hele markt is helemaal geen 100 miljoen waard.

Iets soortgelijks zie je bij aandelen. Een man als Elon Musk wordt gesteld de rijkste man op aarde te zijn, vanwege zijn grote hoeveelheid aandelen in Tesla. Wat vaak vergeten wordt, is dat dit niet zo is. Hij heeft ze wel, maar het verkopen er van maakt automatisch zijn andere aandelen veel minder waard. Nog los van de vraag wat een verkoop doet met het vertrouwen van anderen in het merk: het veranderen van vraag en aanbod heeft een negatief modererende invloed op de koers. Die zal dus dalen. Dit principe is op álles van toepassing, ook de woningmarkt in Nederland.

Sterker nog: het omgekeerde is nu het geval. Mensen kunnen geen nieuwe woning vinden, waardoor er minder te koop komen, waardoor minder mensen een woning weten te vinden en er minder te koop komen. En de woningen die te koop komen, worden snel verkocht en met hoge biedingen. Het omslaan van die balans gebeurt niet zo maar: bij een stijgende rente zul je zien dat niet de woningwaarde daalt. Niemand wil zijn woning verkopen in tijden van stijgende rente (afhankelijk van de stijgingssnelheid). Nee, je zult zien dat de woningmarkt verder op slot gaat. Het aanbod wordt nog kleiner en men blijft zitten waar men zit.

Verschil met aandelen en andere asset-classes

Voordat ik veel te ver afdwaal (excuses, dat heb ik al gedaan), terug naar het onderwerp. Crypto’s, edelmetalen, grondstoffen en je eigen woning zijn geen beleggingen. Ook hier is het een zero-sum game, waarbij de som groter LIJKT te worden door het bovengenoemde verschijnsel. Feit is dat deze producten wellicht een zogenoemde “store of value” zijn.

Goud is vaak een toevluchtsoord voor “beleggers” omdat dit inflatie-onafhankelijk zou zijn. Ook de bitcoin-fans zijn er van overtuigd dat Bitcoin een inflatie-hedge is. (Ironisch genoeg, toen recentelijk de inflatie omhoog spoot in de VS en de rente verhoogd werd, klapte juist de Bitcoin in elkaar met een sterke daling, terwijl de dollar aan kracht won).

De prijzen van deze goederen worden bepaald door wat anderen er voor geven. Ik hoor je nu denken: dat is bij aandelen óók zo. Maar luister: dat is niet zo. Een bitcoin, of een kilo goud, of een kilo koper blijft een bitcoin, een kilo goud of een kilo koper. Slechts wat iemand anders dáár voor wil betalen bepaald de prijs.

Bij een aandeel is het totaal anders: jij wil iets betalen voor een onderdeel van een bedrijf, omdat dit bedrijf geld genereert. En daarmee wordt jouw aandeel meer waard: koersstijgingen zijn het gevolg van (op korte termijn) speculatie over toekomstige cashflow en op lange termijn het gevolg van het succes van het bedrijf. Het uitbetalen van dividend is voorts een “de-risking” strategie. Je onttrekt geld aan het bedrijf: dit komt uit het eigen vermogen. En daar zit een groot verschil: dit werkt niet bij grondstoffen, crypto’s en edelmetalen. Die kun je alleen verkopen, maar genereren zélf geen geld. Het is slechts onderdeel van de zero-sum game. Terwijl je aandeel het gevolg is van bedrijfsstrategie en wat klanten willen kopen bij het bedrijf.

En de eigen woning dan? Welnu: je eigen woning is een goede inflatie-hedge en verschaft goedkoop onderdak. Maar het betaald geen dividend en je kunt de overwaarde enkel verzilveren door het te verkopen. Daar heb je dus weinig aan als “vermogensopbouw”, omdat je altijd ergens zal moeten wonen.

Crowdfunding via Lendahand – interessant of niet?

Recentelijk heb ik een account aangemaakt bij Lendahand. Ik zag best wel wat positieve reviews, onder andere bij Betering. Ik heb me goed ingelezen en het concept bevalt me wel.

Het is geld uitlenen aan mensen in ontwikkelingslanden die daar “hun ding” van kunnen doen, via het middel “crowdfunding”. Er zijn tot nu toe bijna 2900 projecten gefinancierd. Velen hiervan hebben een duurzaam karakter en persoonlijk vind ik het ook wel fijn dat deze mensen niet naar een bank hoeven om tegen een hoger rentepercentage geld te lenen.

Dit is een stijl die me wel aanstaat. Het risico kan ik me veroorloven: ik zou niet meer dan “spielerei”-geld er op in zetten. Dat is geld wat ik eerder inzette op pennystocks en later gedeeltelijk getransfereerd heb naar Corekees. Dit financier ik uit het stukje “zakgeld” wat wij onszelf betalen. Al ons inkomen komt binnen op 1 rekening en een deel daarvan gaat weer naar onze persoonlijke rekeningen. Daarvan kunnen we doen wat we willen en is er dus nooit gezeur en gezever over kleding, gadgets, reisjes of mijn hobby-investeringen.

Waar ik me echter een beetje op verkeken heb: het (zeer!!!) beperkte aantal projecten wat er beschikbaar is op Lendahand. Niet meer dan een handje vol (pun intended). Of eigenlijk op dit moment maar 3 projecten.

In alle 3 de projecten heb ik nu wat geld geïnvesteerd. Gewoon om te kijken hoe het bevalt. In totaal heb ik 200 EUR geïnvesteerd, maar dankzij de kortingscode op de site van Betering hoefde ik maar 175 EUR te betalen. Mijn “exposure” is dus slechts 175 EUR en dat is goed te overzien. Nu ik zelf meedoe, heb ik ook een kortingscode. Feel free (na een gedegen eigen onderzoek!) om hier gebruik van te maken bij het afrekenen: 3EAA-WP7U-REFW

Het ene project kent een maandelijkse terugbetaling, het andere 6-maandelijks wat de standaard schijnt te zijn. Het derde project heeft een langere terugbetaling, dwz. pas na 12 maanden beginnen zij terug te betalen.
Ik ben vooral benieuwd welke nieuwe projecten er in de loop van de tijd nog bij komen. Ik ben namelijk met name geïnteresseerd in duurzaamheidsprojecten in ontwikkelingslanden.

Zin & onzin van technische analyse

Onlangs zat ik op een vliegveld in Canada en had ik alle tijd van de wereld. Ik kwam een bericht tegen over Shell met de titel “Shell in verse upswing“. BIj het lezen van de titel weet je het al: dit gaat over het specifieke vakgebied “technische analyse” van de aandelenmarkt.

Dit is een specifiek vakgebied, waar vooral rekenkundig het een en ander gedaan wordt. Sleutelwoorden zijn “kortetermijn-uptrend”, “weerstand”, “bodemvorming”, “correctie”,”steun”, “upswing” en vele meer. Je krijgt dan paragrafen als de volgende:

Thans is het van belang om vast te stellen dat de eerder ingezette correctie vanaf de €21,38-zone opdroogt en plaats mag maken voor een verse upswing.

Hoe kom ik tot die wijsheid? Welnu, ik zie een groene steunstreep op €19,20, nipt boven de 50%-Fibolijn en ruim boven een opkrullende SMA-lijn. Mogelijk dat vandaag de derde witte candle wordt geplaatst met de swingteller op +1 en de RSI net boven de 50-lijn.

Die combinatie leidt tot een positieve groene DBS-indicator, die hiermee de Up-status op het Dashboard aangeeft. Het is de eerste groene staaf in hopelijk een hele serie tot €21+ aan toe, want dat is het koersdoel van de huidige upswing.

Jargon om het moeilijk te maken

Bovenstaande is een hoop moeilijke taal om heel interessant te klinken. Het gelinkte artikel probeert dan ook zichzelf een authoriteit aan te meten door het complex te maken. Hierdoor lijkt het heel wat. Als je beter leest, zie je eigenlijk dat het klinkklare nonsens is.
Er staat feitelijk:
“Het is belangrijk dat de eerder ingezette daling vanaf de top op 21,38 niet verder gaat dan het niveau waar deze zich nu bevindt. Vanaf hier gaat de koers weer omhoog.
Dit komt omdat de koers daalde tot ongever 19,20 EUR. Dit ligt ruim boven het oplopende “lopende gemiddelde”, die uiteraard gestegen is doordat de koers de afgelopen dagen gestegen is (Let op: hier ontbreekt de definitie van hoe lang dit lopende gemiddelde is). Als de koers verder zou dalen, of gelijk zou blijven, dan daalt het lopende gemiddelde weer (en is het dus einde “opkrullende SMA-lijn”, wat een oplopend “simple moving average” is).
De “witte candle” betekent niets meer dan een stijgende koers op die dag. De “swingteller” is door de auteur zelf “uitgevonden”. De “RSI” is de relatieve sterkte die het marktsentiment meet. De koersen blijven stijgen, hopelijk gedurende een langere tijd want anders kun je nooit een hoger niveau halen.

Achtergrond technische analyse en het nut

Technische analyse wordt gebracht als iets wat enige voorspellende waarde heeft. Men gaat uit van weerstanden (pieken) en steunen (dalen). Een weerstand is een hoger niveau, en gaat er vanuit dat vanuit de psychologie men niet snel koopt boven de eerdere top – en juist winstnemingen doet waardoor de koers niet verder stijgt. Daarboven is het een “uitbraak uit de trend”. Een steun wordt gevormd op een lager niveau, en gaat er vanuit dat daaronder “de markt” zal denken dat de koers niet verder zal dalen en dus een goed instapmoment is.

Technische analyse heeft echter geen enkele voorspellende waarde. In de aandelenmarkt werkt het vrij simpel: als je verwacht dat een bedrijf over 5 jaar X-miljard waard is, dan is dat defacto de waarde van vandaag. De koers zal dan al stijgen. Dit heeft met technische analyse niets te maken. Ook is bekend dat mensen juist bij oplopende koersen (vooral als ze snel stijgen) aandelen bijkopen. En bij snel dalende koersen hun verlies proberen te beperken door te verkopen. Irrationeel gedrag, wat niet te voorspellen is met allerlei (zelf bedachte) indicatoren.

Er is nog nooit een definitieve studie gepresenteerd (voor zover ik weet en heb kunnen vinden) waarbij technische analyse een lager risico of hogere opbrengst genereerde. Technische analyse is vooral een leuke verklaring, achteraf, over wat een koers gedaan heeft. Het is een “handel”-indicator en geen beleggingsindicator.

Conclusie over de zin van technische analyse

Dat gezegd hebbende: er valt natuurlijk wel iets te zeggen over steun en weerstand niveau’s. Als ik zelf met stop/loss zou werken en met automatische orders, dan zou ik deze waarschijnlijk instellen op de steun en weerstandniveau’s. Zelf gebruik ik technische analyse tot op zekere hoogte: los van de actuele beurskoers zegt het mij iets over het niveau van de prijs. Is de prijs hoog of laag, in vergelijking met eerdere perioden.
Het is wat mij betreft zeer nuttig voor bodemvorming, omdat op de bodem waarschijnlijk meer mensen bijkopen (en daarmee defacto de bodem vormgeven).

Ik zou nooit de verkoop van mijn aandelen baseren op de technische analyse. Los van de rest, houdt het geen enkel rekening met dividenden. Er zijn voldoende aandelen die qua koerswinst matig tot slecht presteren, maar wel degelijk veel dividend betalen. Een koersdaling van enkele van mijn aandelen zou ik nooit gebruiken als verkoopargument. Pas als dit gepaard gaat met slecht management, slechte economische vooruitzichten en achterblijvend dividend is er een reden om te verkopen. Een ander argument kan natuurlijk “balancering van het portfolio” zijn. Zo hebben wij aan het begin van de zomer een deel van onze Shell aandelen verkocht en hier andere aandelen van gekocht.

Corekees: mijn update na 1 jaar bomenplanten

Het is vandaag exact 1 jaar geleden dat ik begonnen ben met het beleggen in bomen. Via Corekees, naar aanleiding van een blog van SVMV (die overigens reeds 9 maanden inactief is als blogger, maar wel een gedegen onderzoek heeft gedaan naar de juridische structuur). Disclaimer: ik heb geen enkele band met Corekees en dit is géén gesponsord artikel!

Corekees is een stichting, die op vroeger ontboste gebieden opnieuw bomen plant. De pongamiaboom om exact te zijn. Deze bomen groeien snel en levert peulvruchten die veel olie bevatten. De boom is extreem tolerant voor bodemsoorten, grondwaterstanden en kan zelfs groeien met zijn wortels in zout water staan. Ze is tolerant voor droogte maar prefereert forse regenval. Na een relatief gedegen onderzoek vanuit mijn kant, inclusief het napluizen van wetenschappelijke publicaties (1 & 2, bijvoorbeeld)omtrent deze boom, heb ik besloten dat het een steekhoudend verhaal is.

Critici zullen eenvoudig kunnen zeggen dat er een grote waarschuwing op de website staat: je belegt buiten AFM toezicht. Dit vind ik niet zo spannend: de reden dat er geen AFM toezicht is, is vanwege het feit dat er geen vergunningsplicht/prospectusplicht is. Dit verklaart ook het maximum aantal bomen op jaarbasis: 250.000 stuks. Bij dergelijke initiatieven is het plafond (om onder de vergunningsplicht te blijven) namelijk 5 miljoen euro op jaarbasis. En een obligatie (wat het feitelijk is) kost 20 EUR.

Na enkele jaren (3 a 4) draagt de boom vruchten en begint de productie, en ook de betaling van de obligatie. Productie wil zeggen dat er bonen afkomen, die verwerkt worden tot biobrandstof. De overblijvende pulp wordt verwerkt tot meststoffen. Tegelijkertijd wordt er grond opnieuw bebost (uiteraard) en dit houdt grond en voedingsstoffen vast. En een boom bestaat voor een groot deel uit koolstof: ongeveer 44kg per jaar voor deze bomen wordt vastgelegd (gemiddeld over de groeitijd).
Inmiddels heb ik er 64, wat volgens de rekenmodellen 2.816kg CO2 per jaar vastlegt. In 20 jaar is dat ongeveer 56 ton.

De bomen zijn nu 1 jaar oud en groeien in de volle grond, na enkele maanden onder schaduwdoeken opgepot te zijn. Nu hopen op goede jaren: voldoende regen, die gestaag valt.

Toekomstige voortgang

Momenteel is Corekees bezig met het introduceren van een nieuw platform. Geen idee wat het gaat worden, wel dat het is uitgesteld: oorspronkelijk zou dit midden oktober worden gelanceerd en nu staat er “begin november”. Tenzij ze op 4 november live zijn gegaan (want ik schrijf dit blogbericht op de 4e), is het momenteel nog niet live. Dat betekent ook dat ik in oktober en november (tot nu toe) nog geen nieuwe bomen heb kunnen kopen.

Ik hoop op functionaliteit als het opkopen & verkopen van huidige obligaties. Ik zou best een aantal bomen willen overnemen van anderen, als die acuut geld nodig hebben en dus willen verkopen. Anderzijds zou het ook mooi zijn als er andere “groene” initiatieven op het platform verhandeld kunnen worden. Dat is afwachten.

ABP, wat doe je nu?

Vorige week kwam in het nieuws dat het ABP, schijnbaar Nederlands grootste pensioenfonds, uit Shell stapt in een poging om te vergroenen. Een op papier begrijpelijke stap, al hebben ze eerder in het jaar juist hun belang uitgebreid.

En ik begrijp er geen barst van. De vaste lezers zullen inmiddels wel weten dat ik een soort energie-fanaticus ben, die zo bewust mogelijk leeft, zonder te stoppen met leven. Noem me hypocriet, met 3 kinderen.

Maar zoals gezegd, ik snap er niets van. Het ABP is een pensioenfonds. De taak van een pensioenfonds is een langetermijn-visie om de pensioenen van ambtenaren als ze stoppen met “werken” (sorry, ik kon het niet laten ;-)) te garanderen. Rendement is dus een zeer belangrijk criterium. Maar ook de lange termijn: tientallen jaren, als het al niet tot 2100 gaat.

En juist dáárom snap ik er niets van. Het zit (volgens mij namelijk als volgt:
De gevestigde fossiele bedrijven financieren hun toekomstige bedrijfsactiviteiten niet vanuit de aandelenposities die gehouden worden. Die worden voor het grootste deel verhandeld tussen Pietje en Klaasje, zonder enige tussenkomst van Shell.

Shell financiert zijn nieuwe activiteiten uit de cashflow die gegenereerd worden door “winst”. Winst tussen aanhalingstekens. Er is immers winst die geen cash is, en er zijn verliezen die geen geld kosten. Dit noemen we afschrijvingen. Zo boekte Shell vorig jaar een groot verlies, omdat ze gelegenheid zagen om bedrijfsonderdelen lager in te schatten qua waarde: een afschrijving op papier. Er is geen euro voor overgemaakt naar een andere bankrekening.

Onderliggend was er zelfs een sterke positieve cashflow. Met cash doet een bedrijf een aantal dingen. Uiteraard zijn bedrijfsmodel financieren (personeelskosten, inkoop, onderhoud), toekomstige winsten veiligstellen (investeringen, die je later weer afschrijft en de cashflow toekomstig mede daardoor vergroten) en uitbetalen als dividend. Uiteraard wordt er ook een stuk in reserve gehouden.

Door het houden van aandelen ontvangt het ABP ieder kwartaal dividend. Mooi voor de pensionado’s en goed voor de dekkingsgraad. Het verkopen van het belang betekent geen dividend (van Shell). Is dat slim? Weet ik niet, mogelijk krijgen ze elders een beter rendement.
Maar om het andere doel te bereiken, een “groener” portfolio? Nee. Zeker niet. Je maakt nu in één keer een draai die veel aandacht vestigt en vraagt. Het beïnvloedt echter op geen enkele manier het beleid van Shell: het geld van ABP hebben ze niet nodig (zie bovenstaande uitleg). En tegelijkertijd heeft het ABP geen inspraak meer in het beleid. En juist dáármee kun je vergroeningen teweeg brengen. Gebruik je stem om alternatieven op te zetten. Immers, de vraag naar olie en gas wordt niet minder – dus om de wereld echt te vergroenen moet je zorgen dat er geen olie en gas meer gebruikt wordt.

Als ik bij het ABP verantwoordelijk was voor de centen, had ik dus het volgende gedaan:

  1. Herinvesteer het dividend in andere bedrijven dan Shell. Hiermee onttrek je wél kapitaal aan het bedrijf (anders dan bij de verkoop van aandelen, waarbij het kapitaal simpelweg naar een ander gaat).
  2. En zorg dat dit bedrijven zijn die een alternatief vormen voor de klanten van Shell. Dit is breed: verpakkingsmaterialen (anders dan plastic, wat gemaakt wordt van olie en gas), vervoer (elektrisch ipv. fossiel of waterstof), PV-installaties, windturbines etc.
  3. Houd je stem in de aandeelhoudersvergadering. Hiermee kun je de koers bepalen en voorkomen dat er bedrijfsonderdelen worden afgestoten aan bedrijven die het allemaal niets interesseert. Immers, het afstoten van een bedrijfsonderdeel of het verkopen van een olieveld aan een ander is geen oplossing voor de wereld. Alleen voor de score van het bedrijf wat rapporteert…

Ik vrees echter dat we weinig kunnen verwachten van visieloze pensioenfondsen, die trots zijn dat ze zelfs in 2020 “belangen in steenkool” hebben verkocht.

Waarom ik zeer sceptisch ben over beursgangen in het algemeen en die van Coolblue in het bijzonder

Vandaag een blogpost met wat meer diepgaande gedachten dan de laatste paar: beursgangen. Recentelijk kwam in het nieuws dat Coolblue zijn beursgang uitstelt. Dit vanwege moeilijke marktomstandigheden en meer wollig geneuzel zonder substantie. Een schapenverhaaltje, dus eigenlijk. En ik hou niet van wollig geneuzel. Wel van schapen.

Eerst de disclaimer: ik ben geen beleggingsadviseur, alles is mijn persoonlijke mening, ik heb geen banden met het bedrijf anders dan dat ik er zelf regelmatig iets koop etc.

Maar Coolblue en een beursgang. Waarom sta ik daar sceptisch tegenover? Vrij simpel gezegd en wellicht ietwat kort-door-de-bocht: Coolblue is niets meer dan een dozenschuiver zonder onderhandelingspositie in een kleine markt die geteisterd wordt door grote concurrentie en weinig toegevoegde waarde zonder Unique Selling Position (USP), behalve wat leuke woordgrapjes.

Een dozenschuiver, omdat dit is wat zij doen: ze kopen elektronica en verkopen dit door, met een marge. Dat heet “handel”. Wat je bij hen kunt kopen, kun je overal kopen tegen soortgelijke prijzen en doorgaans met gelijkwaardige service. De prijzen zijn zeer transparant – en dat leidt tot concurrentie en vice versa. Legitieme business, dat handelen. Maar je verandert niets aan het product. Jouw opgehangen TV is gewoon een (bijvoorbeeld) LG Oled en je vrienden interesseert het pas waar het vandaan komt als “jouw partij” goedkoper is dan de hunne en op tijd leverde.

Pas als je een zeer sterke merkidentiteit hebt, kun je een grotere marge bedingen. Voorbeelden zijn Apple & Tesla: een Apple telefoon kost niets meer om te produceren dan een andere telefoon, maar mensen zijn bereid om te betalen voor het merk en de beleving. Die is gebouwd op goede producten met een goede user interface (volgens de fans). Er is dus een grote schare aan trouwe Apple-kopers, en de tegenhanger de Apple-haters. Dat vind Apple prima, want het maakt fans haast religieus. Een soortgelijk verschijnsel zie je bij Tesla. Dit is geen waardeoordeel, dit is spijkerharde supergoede marketing en merkenbouwen. Het is een groot compliment, wat ik zelf als “marketeer” graag geef.

Terug naar Coolblue: de gemiddelde consument zal het een rotzorg zijn waar ze hun elektronica kopen. Het zijn geen sterk wederkerende aankopen voor het gros en de selectie zal veelal op prijs zijn. Vooropgesteld dat een aantal “qualifiers” zijn vervuld: een betrouwbare partij met een naam. Dat is direct een probleem voor Coolblue: je kunt dezelfde producten kopen via Bol.com, Amazon, Wehkamp, Expert, MediaMarkt enzovoorts.

Mijn volgende argument in het korte statement was een gebrek aan onderhandelingspositie. Coolblue is actief op de Nederlandse markt, met al zijn 17 miljoen inwoners. Toegegeven, ook in België en Duitsland. Maar in Duitsland pas een jaartje. Duitsland is sexy, als marketeer, want er wonen 85 miljoen mensen van wie een aanzienlijk deel welvarend. Maar ook sterk digibeet (betalen doen Duitsers met name “Bar”, ofwel cash, 4G-ontvangst is er vaker niet dan wel en ook in breedband liggen ze nog ettelijke jaren achter) en reeds “bezet” door Amazon. Amazon heeft Nederland links laten liggen omdat we te klein zijn, maar heeft zich wel volop in de Duitse, Franse, Italiaanse, Spaanse en Engelse kant geworpen.

Wil je daar tegen vechten? Dat kan alleen als Amazon dat toestaat – want hun slagkracht is oneindig groter. Zij hebben wél een onderhandelingspositie tegenover hun leveranciers, en anders maken ze het product zelf wel. Dus ik ben vrij sceptisch over het Duitse avontuurtje.

Voorts heeft Coolblue een enorm tekort aan personeel – doorgaans niet handig als je snel wilt uitbreiden. Amazon heeft zijn personeel al en heeft zich recentelijk meer op de Nederlandse markt gericht. Daarbij zijn Amazon & Bol.com “platforms” waarop ook andere verkopers zijn aangesloten. Coolblue is een “one-trick-pony”.

Ergo: ik snap wel dat ze hun beursgang uitstellen en zelf zou ik het niet eens overwogen hebben. Maar dat komt wellicht door mijn scepsis over beursgangen in het algemeen:

Beursgangen in het algemeen

Een beursgang is van nature ontzettend paradoxaal: de eigenaar van het bedrijf wil dat jij deeltjes van het bedrijf koopt. Tegen een prijs die zij het in eerste instantie waard vinden: de inschrijvingsprijs. Maar hier zit de paradox: zij vinden het X-waard. Maar jij zult het alleen kopen als je denkt dat het in de komende tijd X+ wordt. Maar als de eigenaar dat zou verwachten, waarom is een beursgang dan uberhaupt ter sprake gekomen? Waren er geen andere manieren om aan kapitaal te komen? Of vloeit het kapitaal rechtstreeks in de zakken van de verkopende partij.

Met andere woorden: gaat jouw geld naar de bankrekening van het bedrijf (als “agio-reserve” of anderszins kapitaal versterking) of staat er in de prospectus dat de middelen dienen om schulden af te lossen (bij voorkeur aan de huidige eigenaar) of hun aandelenpakket over te nemen? In dat laatste geval ziet de onderneming 0 EUR op zijn bankrekening bijkomen, in het andere geval gaat het wel eerst naar de bankrekening en daarna naar een schuldeiser.
Dat is uiteraard legitiem, maar wel een heel andere reden om een bedrijf naar de beurs te brengen.

Beursgangen in het verleden hebben zelden geleid tot duurzame stijgingen van de koers. In zeer veel gevallen ligt de koers na een jaar handelen aanzienlijk onder de IPO-prijs (de openingsprijs). En dat is logisch: het bedrijf waar jij aandelen in gekocht hebt, heeft net zijn hele hut schoongemaakt en de gevel vervangen met wat mooie powerpoints over “growth potential”. En dat reeds ingeprijsd in de IPO (staat overigens voor “initial public offering”).

Om die reden schrijf ik in zijn algemeenheid nooit in op IPO’s. En ik koop ook geen aandelen in bedrijven met een te kleine toegevoegde waarde die makkelijk gekopieerd kan worden en zwaar bevochten is.