Lendahand: één van “mijn” projecten is failliet

Al een poosje investeer ik via Lendahand in “opkomende economiën”. Lendahand is een crowdfunding-platform speciaal daarvoor. Ik investeer kleine bedragen: in totaal staat er een paar honderd euro uit.

De investeringen die ik doe zijn altijd gericht op het versterken en vergroenen van de lokale economie. In totaal heb ik nu geïnvesteerd in 5 verschillende bedrijven en 7 projecten.

Dit zou het risico redelijk moeten spreiden. Inmiddels is het risico op de inleg beperkt tot 78%. Dat wil zeggen dat als iedereen nú stopt met terugbetalen, ik maar liefst 78% van de inleg kwijt ben. Nu is de kans dat ze allemaal stoppen met terugbetalen natuurlijk niet zo groot. Op ééntje na!

Redavia GmbH is failliet verklaard

Van deze 7 projecten lopen er echter 3 bij één bedrijf. Redavia GmbH. En daar begon de ellende in augustus van dit jaar. De betalingen waren vertraagd. Het bedrijf was “onverwachts” in liquiditeitsproblemen verzeild geraakt.

Dat kan gebeuren. Een traject werd opgestart, uiteraard door Lendahand en andere crediteuren, om na te gaan wat er was gebeurd en hoe nu verder. Lang verhaal kort: herfinanciering mislukte en het bedrijf is failliet verklaard (of in het proces om dat te doen).

De zonneparken zijn ondergebracht in een aparte entiteit en worden verkocht en ook de vereiste bankgarantie is aanwezig. Met andere woorden: ongeveer 40% van het geld moet terug te halen zijn.

Daarmee is mijn totale risico beperkt tot “slechts” 63% (van het totaal). Overigens weet ik over 2 weken meer, want dan vervallen een hoop termijnen van mijn andere projecten. Dat is bijna 25% van het portfolio.

Maar in ieder geval ben ik dus 60% van 1 van de bedrijven kwijt. De maximale terugbetaling van mijn oorspronkelijke inleg is daarmee slechts ongeveer 80%.

Wat vind ik hier nu van?

Mijn reactie hierin is eigenlijk relatief positief. Ten eerste: de zonneparken zijn opgeleverd. In die zin profiteert de lokale gemeenschap daar dus van en dat is mooi. Een alternatief was namelijk een simpele schenking. En dan was ik het ook kwijt.

Ook vind ik dat Lendahand goed werk heeft geleverd. Duidelijk gecommuniceerd, en vooral tijdig gecommuniceerd. Dat is netjes en vergroot het vertrouwen in het platform.

Anderzijds heeft het mij een les geleerd. Ik investeer niet meer in bedrijven die duurzame dingen doen, met hoofdkantoren in de duurste steden van Europa (Redavia zit in München) waar de CEO een voormalig McKinsey-medewerker is.
Want ik kan me zomaar voorstellen dat zij geen filantropische instelling zijn. En hoewel dát op zichzelf prima is, zie ik liever een idealist in een korte broek dan een zakenmanager met een stropdas.
Alle investeringen gaan vanaf nu “lokaal”!

Forward dividend yield: >5%

Zojuist was ik even alles op een rijtje aan het zetten, qua beleggingen. Zoals het een goede belegger betaamt. En ik dacht “laat ik eens uitrekenen wat mijn dividend yield is”. Geloof het of niet, maar daar heb ik geen functie voor ingebouwd in mijn spreadsheets. Dus het kwam als een verrassing (en ook weer niet).

Nu hanteer ik dividend op basis van Yield on Cost. Met andere woorden: het uitbetaalde dividend deel ik door de gemiddelde aankoopkoers (GAK). Mijn beleggingsportfolio is tamelijk defensief en bestaat uit BAM, Shell, Unilever, Ahold, Heineken, ING en iShares Clean Energy. Over deze laatste later meer, in een andere blogpost.

De GAK, dividend en Yield % van deze fondsen is als volgt:

GAKDividend fwd.Yield %
Shell10,71,110,28%
Ahold22,560,984,34%
Heineken84,31,41,66%
Unilever411,74,15%
BAM2,20540,156,80%
ING4,560,817,54%
ishares IE00B1XNHC3411,280,080,71%

Het “forward dividend” is uiteraard een beetje koffiedik kijken. Immers, dividend kán gepasseerd worden, evenals verhoogd of verlaagd. BAM heeft jarenlang geen dividend uitgekeerd, maar op 3 november aangegeven te verwachten wel dividend uit te gaan keren. Op 15ct (de verwachting op het moment van schrijven) zou een yield opleveren van 6,8%. Niet zo spectaculair als ING met 17,5% of zelfs Shell met 10%. Maar desalniettemin aardig prima.

Door de verschillende wegingen in het portfolio, komt het totaal niet uit op 6.5%, maar op 5.4%.

Relatieve wegingen in mijn portfolio van aandelen

Bovenstaande portfolio is overigens ons “huishoud-portfolio”. We hebben nog een separaat pensioen-portfolio (met accumulerende dividenden) en wat obligaties (zoals Corekees) en Crowdfunding (Lendahand). Zelf heb ik nog een penny-stock trading portfolio, wat puur voor de lol is. Pennystocks keren daarentegen nooit dividend uit ;-).

Al met al ben ik niet ontevreden. Een paar procent van onze jaarlijkse uitgaven zou gedekt kunnen worden door alleen het dividend. Uiteraard is het de bedoeling dit te laten groeien tot een ruime 100%. Maar dat kost tijd.

Nederlands spaartempo vlakt af?

Eerder deze week las ik een berichtje op nu.nl, over het Nederlandse sparen. De moraal van het verhaal was dat Nederlanders nog steeds sparen, ondanks de oplopende inflatie en de lage rente.
Of omgekeerd: dankzij de inflatie. Immers, er is een grote onzekerheid die boven de economie hangt: recessievrees in combinatie met inflatie.

De koopkracht holt dan ook achteruit. Maar koopkracht is niet hetzelfde als koopbereidheid. Veel producten zijn duurder geworden, maar dat betekent niet dat ze ook nog verkocht worden: sommige items laat men gewoon staan. Getuige de tsjokvolle opslagloodsen is dat momenteel al volop aan de gang.

Laten we dit nieuws eens bekijken vanuit een economisch perspectief. Eerst wil ik wat nuance aanbrengen en wat dingen verduidelijken.

Spaargeld verdampt niet op je bankrekening

Altijd lees je in de reacties op dit soort berichten dat “je spaargeld verdampt”. Lieve mensen, dat is klinkklare nonsens. Akkoord? Nee? Oké. Dan leg ik het uit. Je spaargeld verdampt niet. De koopkracht met hetzelfde geldt loopt terug.

En dat is een groot verschil. In het eerste geval zou het namelijk betekenen dat 10.000 EUR op dit moment, volgend jaar bijvoorbeeld nog maar 9.000 EUR is. Met een inflatie van 10%, wordt het immers minder waard?
Nee: volgend jaar is het nog steeds 10.000 EUR. Daarvoor kun je dán kopen, waar je nu 9.000 EUR aan kwijt bent. Althans, als de inflatie voor alle items die je koopt daadwerkelijk 10% is.
Maar spaargeld is niet bedoeld om rendement mee te halen. Voor veel mensen is het een noodfonds, waar je direct uit kunt tappen. Als je werkloos raakt, of pech hebt; geld waar je acuut iets mee kunt. Dat het minder waard wordt is voor dit geld dus geen direct probleem. Maar het verdampt niet. Net als dat je schulden niet verdampen!

Het zijn niet de rijksten die sparen

Dan het volgende: het zijn niet “de rijken” die sparen. Ja, die sparen vast ook. Maar het spaargeld zoals in dit soort berichten bedoeld, is geld op spaarrekeningen. Niet het vermogen van de rijkste mensen. Mensen als Musk of Zuckerberg hebben hun vermogen niet op de bank staan: ze hebben aandelen die een bepaald percentage vertegenwoordigen, en bij verkoop tegen de nú geldende prijs zou het dit waard zijn. Waar men vaak aan voorbij gaat, is het feit dat dit niet waar is. Huh? Nee, Musk is NIET de rijkste man op aarde. Simpelweg vanwege het feit dat als hij 10% van zijn belang verkoopt, de overige 90% bij LANGE na niet zoveel waard zou zijn als de eerste 10%.

Dat is in Nederland niet anders. Maar ik dwaal af. Veel mensen hebben veel geld op de bank. Maar de miljonairs en miljardairs hebben dit niet cash op de bank. Hun vermogen zit niet in de 420 miljard aan spaargeld en is doorgaans nauwelijks liquide.

Seizoenseffecten

Nu we bovenstaande uit de weg hebben geruimd, kunnen we wat in de details duiken. Dat heb ik gedaan op basis van informatie van De Nederlandsche Bank. En dan valt wel een aantal dingen op. Zo heeft ons spaargeld een groot seizoenseffect. Onderstaande grafiek heb ik gemaakt op basis van gegevens vanaf oktober 2013 t/m september dit jaar. In totaal 9 jaar dus.

De netto-inleg op Nederlandse spaarrekeningen, in totaal. Bedragen in miljoenen EUR.

Het is misschien niet heel verrassend dat er een seizoenseffect is: in mei wordt voor de meeste mensen het vakantiegeld betaald. Maar schijnbaar wordt de eindejaarsuitkering of dertiende maand die bij veel mensen óók van toepassing is pas in januari naar de spaarrekeningen gestort.

In februari gaan veel mensen op wintersport, of carnaval vieren. Geloof me: dat laatste kan een behoorlijke aanslag op je budget zijn. Maar vanaf juni wordt er niet meer gespaard in Nederland. In mei wordt er gemiddeld 5,5 miljard EUR naar de spaarrekeningen geboekt. En de rest van het jaar komen “we” net rond, of eigenlijk niet: netto wordt er geld teruggeboekt.

September lijkt een uitzondering te zijn. Dat is niet zo, het is een vertekening. Na de catastrofale zomer van 2020, waar iedereen nog op vakantie hoopte te gaan, heeft men in september de handdoek in de ring gegooid. Die maand werd er bijna 5 miljard EUR naar spaarrekeningen geboekt. Zonder dit effect zou ook september een netto-opname maand zijn!

De inleg loopt op

De inleg loopt op. Dat is niet logisch, toch is het zo. Boodschappen worden duurder, en ook de energierekening wordt een steeds groter deel van de uitgaven. Desondanks neemt het spaartempo toe.
Dat blijkt niet echt uit het bericht van Nu.nl overigens: daar lijkt het terug te lopen. De conclusies die zij trekken zijn echter niet te rijmen met de ruwe data van De Nederlandsche Bank.

Waar normaliter de zomermaanden een afname laten zien van het spaargeld, zien we dat in 2022 de groei consistent is.
En dat is bijzonder. En zorgwekkend, economisch gezien. Men heeft grosso modo wel degelijk het geld, maar geeft het niet uit. Een deel gaat “gedwongen” de economie in, maar een groot deel wordt dus niet uitgegeven.

Grote uitgaven worden dus uitgesteld. Dat is echter ook hoopgevend; de economie is al oververhit (getuige de enorme inflatie, lage werkloosheid en personeeltekorten overal). Er zit een recessie aan te komen, die veroorzaakt wordt door een gebrek aan koopbereidheid. Niet aan geld. Zodra de onzekerheden uit de markt gehaald worden zal het geld weer over de plinten (kunnen) klotsen.
Aan de andere kant betekent dit weer dat de periode van inflatie langdurig kan zijn: er is immers geld genoeg om te voorzien in de hogere prijzen.

Het betekent ook dat er vele honderden miljarden beschikbaar zijn bij huishoudens om te verduurzamen. Zullen we dat dan ook massaal gaan doen?

Gaat Unilever ooit nog renderen?

Noot: onderstaande is geen belegginsadvies, doe je eigen onderzoek. Disclosure, mocht het niet uit deze blogpost blijken: ik heb aandelen Unilever.

Geldsnor heeft een tamelijk defensief beleggingsportfolio. Onderdeel van dit beleggingsportfolio is Unilever. Deze heb ik gekocht op 17 maart 2020 tegen een koers van 41 EUR. In november van 2020 is Unilever niet langer genoteerd als Nederlands bedrijf en is het aandeel Engels geworden, hetgeen een transactie teweegbracht in mijn portfolio. Automatisch gelukkig: de koers was op dat moment 50.26 EUR en werd dus omgezet naar Unilever PLC.

Dankzij het systeem van DeGiro, mijn broker, is deze 50.26 EUR de genoteerde gemiddelde aankoopkoers (GAK). In werkelijkheid is dit dus 41 EUR. Het aandeel gaat al tijdenlang zijwaarts: er zit geen beweging in de koers die vastgeroest lijkt rond de 45 EUR.

De afgelopen jaren ligt Unilever dan ook vaak onder vuur. Er zou te weinig rendement zijn, en teveel focus op duurzaamheid en correctheid liggen. Activististische aandeelhouders zijn ingestapt en willen een andere koers.

Achterblijvend rendement – of toch niet?

Inmiddels is het oktober 2020 en op het moment van schrijven (13 oktober, lunchpauze) ligt de koers rond de 44.50 EUR. Een kleine 10% boven mijn GAK, echter ook in bijna 3(!) jaar. Niet echt om over naar huis te schrijven dus.
Al is het ook zo dat er natuurlijk niet echt sprake is geweest van een topjaar, tot nu toe, voor de meeste aandelen. Een dikke plus is niet slecht.
In dezelfde periode heeft het aandeel me ook 10% dividend opgeleverd. Bij elkaar dus een kleine 20%, wat zich jaarlijks laat vertalen in meer dan 6%.
Het dividend-rendement op zichzelf is ongeveer 4,15% (yield on cost).

Maar anderen hadden in dezelfde periode méér opgeleverd. Concurrent Proctor & Gamble bijvoorbeeld. Die sloot de dag af op 17 maart 2020 op 118.24 USD en noteert momenteel op 125.40: een schamele 6% meer dan destijds. Aan dividend heeft P&G 8.46 USD uitbetaald in dezelfde periode (per aandeel). Nog geen 7% in deze period. In totaal zou het rendement dus slechts een procentje of 13 zijn.

Echter, dit is een koers in USD, en dat maakt het wat moeilijker. De dollar koerste rond 17 maart rond de 1.06. Daarmee kostte een aandeel P&G 111.54 EUR. Als je dit aandeel nú zou verkopen zou je er bijna 129 EUR voor krijgen: bijna 16% meer (ipv. dus slechts 6%).

Persoonlijk vind ik wisselkoersen niet echt een strategie. Je hebt er nu een voordeel van, maar op een ander moment weer een nadeel. Als je bijvoorbeeld fondsen aankoopt die primair in USD noteren, om maar een voorbeeld te noemen.

Feitelijk gezien doet Unilever het niet zo slecht qua rendement. Wat vooral opvalt is dat het zijwaarts gaat. Maar dit is natuurlijk ook een defensieve belegging: de piek ontbreekt (P&G heeft een “high” van 164 in de tussenliggende periode), maar ook de dalen. Een defensieve belegging, zoals dit soort bedrijven hoort te zijn, heeft idealiter weinig volatiliteit. Saaiheid is goed in defensie.

Voor wat betreft het rendement? Het is hopen op dividendverhogingen, zodat de “yield on cost” aanzienlijk zal stijgen. Ondertussen haal ik nog een soepje uit de kast. Smakelijk!


Het Bullwhip-effect: heeft iemand het afvoerputje geopend?

Jarenlang leken de bomen de hemel in te groeien voor de Tech-sector. Om hier heel duidelijk te zijn: met Tech-sector bedoel ik “de echte technologie” sector. Geen geknutsel met algorithmes als product, maar een product met daarin algorithmes. Ergo: Tesla, ASML, TSMC, Intel, NVIDIA, Apple en hun supply chain zijn “Tech”. Meta (Facebook), Alphabet (Google) en JustEatTakeaway zijn geen “tech” in dit verhaal. En Prosus zeker niet.

Niet omdat deze bedrijven minder zijn, maar omdat het business model volstrekt anders is. Software-tech is namelijk eenvoudig schaalbaar en heeft nauwelijks een variabele kosten-component. Bij hardware-tech moeten grote investeringen gedaan worden om op te kunnen schalen.

Anyway: deze blogpost gaat over het “bullwhip-effect”. Een opslingeringseffect, een zweepslag. Een knal omhoog. De chip-industrie en de huidige tegenslagen in de markt.

De Chip-industrie in de voorbije jaren

Vroeger, lees vanaf de jaren ’90, had de chipindustrie altijd enkele goede jaren, gevolgd door enkele slechte jaren. Het was in hoge mate “cyclisch”: groeit de economie, dan groeit deze industrie. Krimpt de economie, dan krimpt deze industrie.
De laatste jaren is dit enigzins verdoezeld. De chipindustrie is blijven groeien, waarbij ASML al 10 jaar lang een sterke omzetgroei laat zien en de nettowinst groter is dan de gehele omzet van 2014.

De chipindustrie is groot geworden door een heel aantal opeenvolgende innovaties. De intrede van personal computing, gevolgd door miniaturisatie en de bredere inzet van chips in allerlei producten. Dit begon met televisies (van beeldbuis naar TFT is écht een enorm verschil) en uiteindelijk in allerlei producten. Alles kan “slim” zijn tegenwoordig en heeft in meer of mindere mate chips en computers in zich.

Toen kwam de corona-crisis, en daar begint eigenlijk dit verhaal. In de coronacrisis gebeurden er een aantal dingen tegelijkertijd:
1. Autofabrikanten annuleerden massaal orders, uit de verwachting dat de vraag zou uitvallen.
2. Witgoedfabrikanten deden hetzelfde
3. Door thuiswerken (wereldwijd) nam de vraag naar computers, telefoons, tablets en monitoren een enorme vlucht.
4. De vraaguitval in witgoed & auto’s bleef uit. Wereldwijd werd een economische crisis voorkomen door brede overheidssteun. Men hield veel geld over en ging klussen, verbouwen en nieuwe auto’s kopen.
5. Echter, fabrieken draaiden op halve kracht of minder. Personeel was ziek of in quarantaine, of gewoon ontslagen omdat de vraag naar chips wegviel.

Daarna gebeurd het voorspelbare: de prijzen van bestaande voorraden en capaciteit vliegen omhoog. De investeringsbereidheid voor nieuwe fabrieken is enorm, betaald uit de grote winsten die de bedrijven nu boeken.

De chip-industrie nu

De chip-industrie is nu echter in een storm terecht gekomen. De wereld komt in een afkoelende periode terecht (qua economie), of zelfs in een recessie. De bestaande orders worden uitgeleverd, maar in een minder hoog tempo vervangen door nieuwe orders.
Vanwege de dynamiek in deze business heeft dit verstrekkende gevolgen. Zo is de meest dominante factor voor de kosten van chips de amortisatie van vaste kosten. Dat wil zeggen: de kosten van de fabriek worden toegerekend aan geproduceerde units. Voorbeeldje:
Als een fabriek 5 miljard EUR kost per jaar, en je produceert 1 miljard chips met deze fabriek in dat jaar, dan zijn de toegerekende kosten dus 5 EUR per chip. Dit zit in je kostencalculatie. Als je 5 miljard chips maakt met dezelfde fabriek, dan maak je dus een enorme winst: 20 miljard dat jaar.
Je zou verwachten dat de prijs gaat dalen.

En dat is ook zo. De prijs zal ook wel iets dalen. Er is concurrentie, en je hoeft minder geld te vragen om toch veel winst te maken. Fabrieken die een grote omzet draaien en hun vaste kosten al hebben afgedekt, kunnen daardoor besluiten om capaciteit te verkopen tegen een lagere prijs, om concurrenten dwars te zitten.

De praktijk is dat dit maar tot een bepaald moment gebeurd. Op het moment dat de markt verzadigd raakt aan de capaciteitskant (maw: er kán niet meer geproduceerd worden), dan schieten de prijzen omhoog. Tot het moment dat de vraag uitvalt.

Stel nu dat in dezelfde periode er een grote onzekerheid heerst in je belangrijkste afzetmarkten. Inflatie grijpt om zich heen, de woningmarkten koelen af en de verkoop van nieuwe auto’s stagneert. Iedereen heeft de afgelopen jaren al nieuwe apparatuur gekocht – en vervanging laat op zich wachten door onzekerheid. Opeens heb je voor miljarden euro’s aan nieuwe fabrieken in aanbouw. De vraag neemt af, terwijl de capaciteit groeit.

Dan kom je opeens in de situatie terecht dat je fabrieken stilstaan. En die kosten dan toch nog de genoemde 1 miljard EUR per jaar. Het maakt voor een chipfabriek nauwelijks uit (qua kosten) of deze stilstaat of draait namelijk! De verliezen groeien, en je moet capaciteit gaan verkopen, flink onder je oude prijzen, om de fabriek gevuld te houden en de vaste kosten af te dekken. Dit geldt echter industrie-breed: ook je concurrenten moeten dit doen!

Bovenstaande is het actuele plaatje van de chipindustrie. De mainstream beleggersjournalist schuift dit af op het rente-beleid en dat daardoor toekomstige winsten minder waard zijn. En dat het minder aantrekkelijk is om te groeien met geleend geld. Het feit is echter dat deze bedrijven hun groei gefinancierd hebben uit veelal cash, of tegen langlopende bonds.
Ze hebben geen geld nodig op dit moment uit de markt om verder te groeien: ze zijn al te ver gegroeid. Hun capaciteit ligt ver boven de gevraagde productie. Dáár wringt de schoen.
Deze onderbezetting van “chippers” is een veel groter probleem voor de toekomstige winsten dan de afwaardering van de toekomstige kasstromen. En het vormt ook een probleem voor de Nederlandse machinefabrikanten zoals ASML, ASMI en BESI: er is minder vraag naar machines op langere termijn, als er meer onzekerheid is over de groeiende capaciteit en vallende vraag.

Momenteel zijn de orderboeken goed gevuld. Het is niet gezegd dat dit zo blijft.

Noot: bovenstaande kan nog wat complexer gemaakt worden met protectionele maatregelen van de VS vs. China/Taiwan, en de plannen van EU en VS om chips lokaler te produceren als onderdeel van een kritische infrastructuur. Dit laatste vergroot de vraag naar chipmachines, maar niet naar chips. Maw: persoonlijk zou ik me comfortabeler voelen bij een blootstelling aan machine-fabrikanten, dan aan de chipfabrikanten zelf.

Laatste noot: dit is geen beleggingsadvies. Full disclosure: ik heb geen aandelen in deze industrie

Je zult maar belegd zijn in Just Eat Takeaway

Als belegger van Just Eat Takeaway zijn het geen gemakkelijke tijden. Het aandeel noteerde op zijn hoogtepunt in de coronacrisis een top van bijna 105 EUR (oktober 2020) en was daarmee één van de grootste profiteurs van de coronacrisis. Het kwam destijds overigens al van een niet slordige dikke 60 EUR.

Inmiddels is het aandeel ver weggezakt. Heel ver. Van bijna 50 EUR begin dit jaar tot 14 EUR nu. En dan durf ik te stellen: dat is nog steeds teveel.

Want JET, zoals het afgekort wordt, is voor mij een compleet nonsens aandeel, en 1 van de redenen waarom ik niet van indexbeleggen hou. Sommige bedrijven hebben namelijk een zeer zware weging in de AEX (zoals ASML), en anderen hebben geen bestaansrecht.

Grote woorden Geldsnor, geen bestaansrecht! Jep.
Volgens mij is het namelijk geheel ten onrechte dat JET gezien wordt als “techaandeel”, zoals analysten het doorgaans aanduiden. Het is een platform, wat bewezen makkelijk te kopiëren is. Er is geen fatsoenlijk IP in te behalen.

Bij een andere blogger (ik ben helaas vergeten wie) las ik iets over een concept van Warren Buffet: de Moat. Ofwel, een slotgracht. JET hééft geen slotgracht. Het concept is eenvoudig te kopiëren. Eenvoudig te substitueren. En kampt met enorm hoge acquisitiekosten. En ook nog eens met extreem lage entry-barriers.

Het kopiëren als eerste nadeel: iedereen die apps kan programmeren, heeft in een aantal weken iets soortgelijks geschreven. Er is geen kritische infrastructuur die of intellectueel eigendom wat voor enige bescherming zorgt. Daarmee ga ik meteen even naar mijn laatste puntje van bovenstaande alinea: entry barriers.
Bij producten die makkelijk te kopiëren zijn, betekent het automatisch dat áls het een succes wordt, het snel gekopieerd zal worden. Want het kost nagenoeg niets om te kopiëren. Ieder BigTech bedrijf zou zich binnen een week op dezelfde markt kunnen storten, met een beter geïntegreerde app die beter aansluit bij je wensen en met meer data om waarde uit te halen. Dat de BigTech dit niet doet, heeft er alles mee te maken dat het ze (nog) niet interesseert.

Substitutie is nog zoiets. Wat is je alternatief voor Thuisbezorgd? Eén van de andere bezorgdiensten, in de eerste plaats. Maar ook thuiskoken, uit eten gaan of HelloFresh als tussenvariant. Of gewoon eten afhalen bij je lokale snackbar. De loyaliteit van de klant ligt minder bij het platform, en meer bij de plaatsen waar je het eten besteld.

Maar om die lokale eettenten te trekken, heb je veel massa nodig: schaalgrootte. Want waarom sluit een restaurant zich aan om via jouw platform eten te kopen? Om een nieuw publiek te bereiken, of te voorkomen dat bestaand publiek wegloopt. De schaalgrootte is interessant. Maar als de commisies (het verdienmodel voor JET) te hoog oplopen, zijn ze weg.
Om die tenten te trekken én bekend te zijn bij het lokale publiek moet je zichtbaar zijn. Eigen bezorgers (al dan niet via schimmige constructies), sponsoring en advertenties. Kost bákken met geld. Waarbij je voornamelijk concurreert met … je eigen klanten (de restaurants). De enige winst zit er in om méér eetmomenten te creëeren waarop je het thuis laat bezorgen.

Perfect storm?

Nu heeft JET dus niet echt een vernieuwend model, weinig klantenloyaliteit en enorme concurrentie. Maar ook is er sprake van een grote recessie (aankomend) en in ieder geval een energiecrisis.
Na de coronaperiode ging men “massaal” uit eten, en werd er minder thuisbezorgd. Ook ontbrak het aan grote sportevenementen die uitgezonden werden op kritische momenten om meer vraag te genereren. Een WK-voetbal op primetime was er niet echt, zullen we maar zeggen.
Na deze periode rollen we automatisch in de energiecrisis en inflationaire periode.
Dit maakt niet alleen groeien duurder, maar zorgt ook voor een lagere waardering van toekomstige winsten. Of in het geval van JET: een hogere kostenpost voor de schuldenlast.
Niet alleen dat: ze hebben inmiddels bewezen dat schaalvergroting leidt tot meer omzet, maar ook meer verlies. Waar het verlies eerst 14% van de omzet was is dit opgelopen tot meer dan 20% in 2021. De rentelasten zijn opgelopen van iets minder dan 1 miljoen in 2018 tot meer dan 70 miljoen in 2021.

Enfin: daar komt nu een volgend probleem bij. Los van alle perikelen rondom bezorgers (waar “ze” allemaal last van hebben), volgt nu de situatie dat er gewoon minder geld is om uit te geven aan het eten thuis laten bezorgen. Dat doet de omzet geen goed – terwijl de kosten oplopen.

Met andere woorden: ik blijf bij mijn mening dat JET een (type) bedrijf is die we kunnen missen als kiespijn in de maatschappij en geen blijvend concurrentievoordeel kan bieden.

Noot: niets van bovenstaande is op enige manier een beleggingsadvies. Doe je eigen research, trek je eigen conclusies en doe waar je zelf zin in hebt.
Fijne maandag!

Nieuw aandeel in mijn portefeuille

De laatste maanden blog ik vooral over van alles over de energiemarkt enzo. Maar ik ga natuurlijk wel degelijk door met het opbouwen van eigen vermogen. Dit stond (en staat) op een wat lager pitje ivm. de investeringen in mijn eigen bedrijf. Maar recentelijk heb ik toch een nieuwe positie ingenomen.

Eerst de disclaimer: ik heb géén belang bij dit bedrijf (anders dan het gemelde belang, namelijk mijn positie) en dit is geen advies om hetzelfde te doen. Of iets anders te doen. Het is geen advies. Punt.

Maar, ik ben ingestapt in Ebusco. Een Nederlandse bouwer van elektrische bussen, al worden de meeste gemaakt in China en zijn ze vooral importeur en afbouwer. Geen probleem, het biedt juist wel kansen: op de langere termijn zullen ze hier wel bussen gaan bouwen (van begin tot eind).

En ook al is de wereld hartstikke gek en is diesel goedkoper (per km) dan elektriciteit: elektrische bussen zijn de toekomst. De voordelen van (minder) geluid en stank zijn groot, en ook het verbruik zal op de langere termijn wederom goedkoper zijn.

Tevens ondersteun ik graag de lokale (maak)industrie. Ik hou van maakindustrie. Er wordt iets toegevoegd, door mensen met handen. Geen geld rondgepompt door kerels met een stropdas en gestyleerd baardje. Er zijn “skills” voor nodig en in tegenstelling tot de conventionele gedachte laat handwerk zich moeilijker robotiseren dan bijvoorbeeld de handel in commodities, vastgoed, aandelen, currency en obligaties. De waardering van Ebusco is stevig, maar toch flink gedaald. Leek me een opportuun moment om in te stappen.

Verder is het een diversificatie van mijn huidige portfolio (BAM, Heineken, ING, Ahold, Shell, Unilever en CleanEnergy tracker, Corekees en Lendahand). Overigens heb ik ook mijn positie in BAM vergroot.

Cryptocrash: het failliet van de ongevoelige “munt”

Vaste lezers weten het wel: er zijn maar weinig dingen die ik zo achterlijk vind als crypto-currency. En dat is nota bene mijn genuanceerde uiting over de hebzuchtige nonsens die “crypto” heet. Let wel: het gaat mij niet om blockchain-technologie. Maar om de wijze waarop deze nonsens gebruikt wordt.

Crypto zou “het nieuwe geld” zijn. Stabiel, want niet beïnvloedt door centrale banken. Er kan niet zomaar iets worden bijgedrukt. Het zou daarom democratisch zijn, en veilig en een goed alternatief voor goud want het behoudt zo lekker zijn waarde.

De realiteit? De enige dingen die er mee worden afgerekend zijn criminele acties. Ransomware, witwasserij, etc. Normale dingen kun je er niet mee kopen. Het is milieuverwoestend (door de achterliggende inefficënte techniek) en als het van je gejat wordt, heb je geen poot om op te staan. Fijn, die anonimiteit.

Waardevast is het tijdens de pandemie ook al niet gebleken> de volatiliteit van de Bitcoin-koers is nog groter dan die van Just Eat TakeAway! Natuurlijk is het zo dat de bitcoin op het dieptepunt van de afgelopen 2,5 jaar onder de 5000 stond. En dat in dit licht gezien de huidige 24.000 niet zo slecht is.

Maar vergeet niet: het is een gesloten systeem. Er wordt geen waarde mee gecreëerd. Het produceert niets, het betaalt geen dividend. En daarmee is het per definitie een “zero-sum game”: jouw verlies is de winst van een ander en vice versa. Per saldo verdient er helemaal niemand iets mee. En dat is dan weer precies waar geld voor bedoeld is: het is geen beleggingsobject, maar een “store of value”.

Om een goede “store of value” te zijn, zijn er echter wel wat randvoorwaarden:
1. Vertrouwen. Vertrouwen in de organisatie (dat kan een land of centrale bank zijn).
2. Waardevastheid: er moet een voorspelbaar patroon zijn. Goud heeft dit bijvoorbeeld.

Waardevastheid: als iets zeer volatiel is (dwz. dat de waarde snel kan wijzigen), dan is het niet zo interessant om als betaalmiddel te accepteren. Morgen kan het waardeloos zijn. Diegene die het aan jou verkoopt (er mee wil betalen), zal je er op wijzen dat het morgen ook het dubbele waard kan zijn. En daar wringt de schoen! Want als hij (meestal) dat wérkelijk zou geloven, dan zou hij morgen wel terugkomen en de helft bieden, toch?

Defacto is dit hetzelfde als bij aandelenhandel. Jij koopt iets, in de verwachting dat het in waarde zal stijgen. De ander gelooft dit niet meer, en daarom wil hij er vanaf. Het kan zijn dat er iets “gezien” is waardoor hij een andere keuze maakt en dáárom dit specifieke aandeel niet meer wil hebben. Maar in ieder geval is het een soort deal waarbij je beiden blij bent. De ander denkt dat het niet meer waarde op zal leveren en jij denkt dat dit het beste is wat je momenteel met je geld kunt doen. Want anders had je wel iets ander gekocht.

Inmiddels zitten we in een aardige run. Hoe technische analysten (nog zo’n zinloos beroep, waar echt al duizenden studies naar gedaan zijn dat het totale nonsens is) dit noemen interesseert me weinig. Met een lange trendlijn ziet het er goed uit. De vraag is altijd: zijn de mensen die hebzuchtig (en dapper) genoeg waren om op het laagste moment in te stappen, dezelfde mensen die er nu nóg inzitten?

Onderstaande grafiek is wat een bitcoin-lover zal gebruiken: per saldo een flinke winst. Bijna een vervijfvoudiging in iets meer dan 2 jaar. Een geweldige score.

Zelf denk ik dat het anders zit. Bitcoin-bobo is ingestapt in Maart 2020. Met veel lef. Daar zegt hij niet zoveel over. Want het was corona, dus afgezien van wat alternatieve forums online is er niet zoveel over te vertellen. Spectaculair is het allemaal nog niet, in de voorgaande jaren stond het allemaal wel eens hoger.

Maar richting kerst 2020 wordt het stoer. De koersen klimmen richting all-time highs. Zal deze persoon nu nog blijven zitten? Zelf denk ik van niet: als je op het dieptepunt koopt, dan is de kans groot dat je op het hoogtepunt verkoopt.

Maar daarna stijgt het verder! Shit! Een volgende, flinke, piek wordt bereikt. Je wacht ‘m af. Het daalt – en je koopt. Het stijgt verder en vervolgens kan ik deze hele alinea vullen met repeterende stukjes tekst van kopen en verkopen op al-dan-niet-de-juiste-of-onjuiste-momenten.

Moraal van het verhaal? Op een uitzondering na zijn de bitcoin-bezitters van nú, niet diegenen die ze 2 jaar geleden hadden. Een aantal zijn geknipt en geschoren door eerdere verkeerde momenten, en een aantal zijn er rijk geworden. De eersten houden grotendeels hun mond, de tweede schreeuwt van de torens. Een derde categorie is alles kwijt en klaagt bij centrale banken voor meer bescherming. Ja, echt, dat gebeurt!

Ondertussen, bij de democratische, meest ethische munt ooit, die ongevoelig is voor inflatie en centrale banken:

Hoe zou het ondertussen zijn met Peter, een daghandelaar die soms wel 150 EUR per dag verdient?

Ik denk dat hij peentjes zweet.

Is men er nu écht klaar mee?

Wanneer zou bij mensen het besef doordringen dat er nooit betaald gaat worden met crypto-currency? Dat alle papieren voordelen vooral op papier een voordeel zijn, maar in de praktijk helemaal niet? Het is géén inflatie-hedge, het is niet ongevoelig voor de centrale banken en als je geen stroom of internet hebt kun je er niets mee. Een dystopische wereld zou dus tamelijk balen zijn voor de zolderkamercrypto-nerd.

Of zou er toch nog een groep zijn die het volhoudt? Dat je hier echt geld mee “kunt verdienen”?
Zelf vrees ik dat er een aantal mensen zal zijn die hier toch nog geld in gaat stoppen. Ze denken nu de dip te kopen. En misschien krijgen zij gelijk. Misschien ook niet. Want de realiteit is dat steeds meer mensen het financieel moeilijk krijgen en dan nog steeds eerder er voor kiezen om hun crypto-portemonnee te legen dan hun echte spaarrekening te plunderen.

Disclaimer: ik heb geen enkel belang bij crypto-currency. Nu niet, niet gehad en ik zal het nooit hebben. Iedere conclusie die je trekt over crypto-currency adhv. mijn rant, is je eigen conclusie. Doe er mee wat je wil.

Te laat om Bitcoin te kopen? Dat zei je vorig jaar ook!

Ik ben een vaste luisteraar van Q-Music. En daar hoor ik dus regelmatig reclames. Zo ook een vrouwenstem, die roept “te laat om Bitcoin te kopen? Dat zei je vorig jaar ook!”. Een bar slechte reclame: ik kan me namelijk niet eens herinneren voor welk bedrijf het is…Ik meen Litebit ofzoiets?

Anyway: ik vind het hilarisch. Een jaar geleden stond de koers van Bitcoin op 45.564 EUR. Momenteel iets onder de 38.000 EUR. Maw: het koerst bijna 20% lager. Een beetje handelaar zal nu zeggen dat dít het moment is om in te stappen, immers het kan alleen maar omhoog.

Leuke feitjes, zoals dat het een zero-sum game is, gaan hier niet eens op. Het is een zero-sum game, of zelfs iets minder: er komen (al is het marginaal) steeds meer Bitcoins in omloop. En jouw koerswinst is het koersverlies van een ander. Het produceert niets, en je kunt het niet eten.

De enige die verdient aan Bitcoins (of énige andere coin) zijn A. de “miners” (wat dankzij de hoge energieprijzen een stuk minder lucratief is) en B. de handelsplatformen.

De handelsplatformen…

De kosten zijn doorgaans nogal obscuur. Totaal onnavolgbaar en niet transparant. Dat is natuurlijk ook in hun belang. In een niet-gereguleerde markt (zoals crypto’s) hou je het liefst alles zo ontransparant als mogelijk. Transparantie is niet in jouw belang. Dus waarom zou je het zijn?

Hier een stuk van “Bijlage 1” van LiteBit, het “kostenoverzicht”:

De prijs die u betaalt of ontvangt voor het aan- of verkopen van cryptocurrency (een “Transactie“) wordt bepaald door:

  1. de marktkoers op het handelsplatform van LiteBit, verhoogd met
  2. een spread of toeslag (een “Spread“), die wordt berekend op het moment dat wij u een prijs opgeven (de “Opgegeven spread“), samen met
  3. een commissie in de vorm van een vast bedrag of een percentage van de transactie, afhankelijk van de door u aangekochte hoeveelheid.

Bovenstaande geeft exact helemaal 0(!!!) informatie over de werkelijke kosten. Het is “een vast bedrag” óf “een percentage”. Maar nergens wát nu de kosten zijn. Het is alsof je naar de supermarkt gaat en vraagt wat iets kost. “Ja meneer, dat pak Spaghetti kost een vast bedrag. Of een percentage van uw totale winkelmandje”.

Daar word je niet bepaald wijzer van. De anderen doen het niet veel beter. Zo heeft “Bitvavo” een kostenpercentage wat op zich transparant is. Maar ook nog eens “opnamekosten”, die per coin anders zijn én uitgedrukt in de bewuste coin. Op zich transparant. Maar voor verbetering vatbaar. Zo zijn de opnamekosten voor Bitcoin 0.00002BTC. Tegen een koers van 40.000 is dat 0,8 EUR. Als je 100 EUR aan bitcoins verkoopt heb je het dus al over 0,8%. Da’s meer dan de meeste ETF’s (die ook nog dividend uitkeren en géén zero-sum game zijn).

Nouja, goed, waar gaat dit heen? De koers van Bitcoin ligt momenteel 20% onder de koers van een jaar geleden. Daar zou ik als handelaar niet mee adverteren. Tenzij ik een paar procent van iedere transactie binnenhark. Dan is het best een idee…

De Outperformance van mijn portfolio

De eerste noot: ik ben geen professioneel belegger. Ook geen financieel adviseur. Mijn keuzes zijn mijn keuzes, omdat ik ze gemaakt heb. Ik heb ze gemaakt omdat ze gunstig leken te zijn voor mijn omstandigheden. Tevens beloof ik jullie plechtig dat ik ook een update zal plaatsen als mijn portfolio crasht als een malle en de AEX mijn portfolio outperformed

Het is inmiddels half februari en her en der lees ik over beurzen die in het slop geraakt zijn. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik dit natuurlijk wel degelijk wist. Bij mij geen stoere verhalen over het instorten van mijn portfolio en dat ik dit niet zou weten. Nope. Ik ben een cijferfreak en ik kijk dagelijks, of zelfs meerdere keren per dag, naar de koersen. En naar reacties op dit blog, en naar bezoekersaantallen. That’s me!

Nee, hier een eerlijk verhaal over mijn portfolio

Al eerder heb ik aangegeven dat ik niet beleg in ETF’s. Ik vind bij de meeste ETF’s de spreiding veel te beperkt: de meeste worldwide-funds zijn voornamelijk gericht op de VS en daar waar ze dit niet zijn, veelal alsnog in Amerikaanse dollars.

Dit wil ik niet: de Amerikaanse economie wordt des te langer des te irrelevanter. Bovendien investeer ik mijn geld liever relatief lokaal – en bij bedrijven waar ik zelf de keuze maak of ik er wel of niet in wil investeren.

Mijn mandje is dan ook zéér defensief: BAM, Ahold, ING, Heineken, Unilever en Shell. Dit onder het motto: Energie verbruiken we, bouwen zullen we, eten moeten we, drinken willen we en betalen zullen we. Ben ik het eens met alles wat ze doen?
Nee. Vooral Shell is een doorn in het oog. Maar ik ben zelf van mening dat vooral de vraag-zijde van de energie-transitie moet worden aangepakt en niet de aanbod-zijde. Door de aanbieders van energie te “straffen” krijgen we niet méér groene energie. Door het aanjagen van een ander type vraag (bijvoorbeeld elektrische auto’s en warmtepompen) komt er vanzelf minder vraag naar gas & benzine.

Enfin, de dividenden van het portfolio worden niet opnieuw geïnvesteerd in de bedrijven die ze uitkeren. De dividenden gaan in het iShares Global Clean Energy fonds. Een fonds met relatief hoge kosten (0.65%) en actief beheerd. Erg volatiel: onze gemiddelde aankoopprijs ligt nu 20% boven de huidige prijs…Maar het gaat om de lange termijn en een “goed doel”.

Overigens heb ik meer “groene” investeringen in het portfolio, maar dat zijn obligaties (Corekees) en mijn 32 zonnepanelen.

Spreiding: geografisch en valuta

Met ING, Heineken, Shell en Unilever heb ik een relatief grote geografische spreiding. Allen zijn immers wereldwijd actief. Met AholdDelhaize heb ik een grote “exposure” naar de VS (daar komt >60% van de omzet vandaan!), en met BAM ben ik vrijwel puur Nederlands bezig. Vooral gezien zij zich steeds verder terugtrekken naar Nederland na enkele internationale debacles. Maar voorlopig moet er nog heel veel gebouwd worden.

Bij mij geen modieuze dingen als Tech-aandelen. Dat komt nog wel, als we ons portfolio verder gaan uitbreiden. Op het moment is het natuurlijk vooral investeren in onze eigen zaak. Mijn pensioenpotje doet wel mee met de Tech-hype overigens.

De cijfers

Om een en ander terug te rekenen, heb ik alles relatief gemaakt. De startdatum van de grafiek is 100, en begint op 1 januari 2021. Ik kan de periode langer maken, maar je moet ergens een punt hebben om te beginnen: zo gaat het altijd met data verzamelen. Voor toekomstige grafieken zal ik hetzelfde plaatje gebruiken, en dezelfde startdatum.

Alles is omhoog geknald het afgelopen jaar. De AEX in 2021 met 27%, mijn portfolio met 36% en het pensioenpotje met 28%. Echter, het is vooral sinds het begin van dit jaar geweest dat het slechter is gegaan met de diverse potjes. Zo is de AEX sinds het begin van dit jaar alleen maar gedaald. En mijn portfolio is alleen maar gestegen.

Of we die lijn vol gaan houden? Ongetwijfeld niet. Ergens komt een keer de klad er in. Met slechts 6 bedrijven in het portfolio ben je (te?) kwetsbaar voor de slechte resultaten van één bedrijf. Aan de andere kant, zoals gezegd, is dit defensief. Zelf zou ik verwachten dat de AEX met enkele groeiaandelen er in, in 2021 een betere prestatie zou leveren dan dit defensieve portfolio.

Immers, de AEX heeft tech-aandelen als Adyen, ASML, ASMI, BESI, JET en Prosus. Schijnbaar is dit toch niet het geval geweest. Zelf zal ik voorlopig niet zoveel wijzigingen aanbrengen. Wel hoop ik dat het iShares Global Clean Energy fund nog een keer bij gaat trekken…