Een extraatje van ING: altijd lekker

Geldsnor bankiert al jaren bij 1 van de Drie Grote Maffia Banken die Nederland rijk is (ABN, ING, Rabobank). De Rabo heb ik vanwege de financiering van de Agro-boefjes al jaren geleden gedag gezegd. De ABN ben ik nooit klant geweest. Dat is van oudsher een sterk Randstad-georienteerde bank en ze hadden geen enkele aanwezigheid in mijn omgeving. En sinds we een eigen woning hebben (2007) bankieren we voornamelijk bij de ING.

Onlangs had ik al mijn betaalpakket gewijzigd, waar we 37 EUR per jaar aan overhouden. En we krijgen rente, wat het totaal toch op 100 EUR per jaar brengt. Maar het mooiste is ons aandelenpakketje in ING.
We hebben namelijk op het putje van de markt, de bodem-der-bodems, de mazzel gehad om een plukje aandelen te kopen van ING. De gemiddelde aankoopkoers is slechts 4.56 EUR!

En recentelijk, in november, zijn ze begonnen met een aandeleninkoopprogramma. Deze is inmiddels afgerond. In 2 maanden tijd hebben ze 107 miljoen aandelen van zichzelf opgekocht. Leuk detail: het gemiddelde handelsvolume bedroeg 14 miljoen stuks per dag. Dit betekent dat er sinds 1 november ongeveer 550 miljoen aandelen ING zijn verhandeld.
Hoe significant is dat? Behoorlijk: in 2 maanden is 15% van de vrij verhandelbare aandelen van eigenaar gewisseld. En maar liefst 2.85% van de vrij verhandelbare aandelen is in het bezit gekomen van ING zélf.

Niet gek dus dat het aandeel sindsdien 18% meer waard is geworden.
Het betekent ook nog iets: het aankomende dividend wordt uitbetaald over een kleiner aantal aandelen (namelijk bijna 3% minder aandelen). Nu is het dividend van ING bepaald niet stabiel: in 2022 ontvingen we 0,812 EUR per aandeel en in 2021 was dit 0,6 EUR. Maar in 2020 is het in zijn geheel gepasseerd…

Maar het mooiste aan dit inkoopprogramma is dat het pas het begin is! Men wil vanaf 2022 t/m 2025 ongeveer 17 miljard EUR aan kapitaal uitkeren (door dividend en aandeleninkoop). Dat is een uitkering van bijna 4,5 EUR per aandeel. Het eerste stuk is dus reeds gerealiseerd door aandelen in te kopen. Een ander deel (ongeveer 8ct per aandeel) vindt plaats op 16 januari.

Lekker, noemen we dat! Is het iets om op te bouwen? Nee, zeker niet. Maar inmiddels is onze positie wel voor 31% “de-risked” (het deel van de GAK wat reeds als dividend is uitgekeerd). We houden ze dus mooi vast.
(We verkopen zelden aandelen. Bovenstaande is geen beleggingsadvies. De disclosure: we hebben zelf aandelen ING, mocht je daar overheen gelezen hebben. )

Beleggingsrendement 2022: heb ik het droog gehouden?

2022 is een zwaar jaar geweest voor beleggers. Na jaren van tot-in-de-hemel groeiende bomen dankzij een ruim monetair beleid en weinig mogelijkheden voor mensen om geld uit te geven, werden we geconfronteerd met een ongekende energiecrisis en de daarop volgende kostencrisis als gevolg van rap oplopende inflatie en rentestanden.

Deze rentestanden hebben een behoorlijke weerslag gehad op de aandelenmarkten, maar ook op de obligatiemarkten. Feitelijk houdt geen enkele markt van snel oplopende rentes: ze zijn funest voor groeiaandelen (met veel omzet in de toekomst) maar evengoed voor langlopende obligaties.

De AEX-index begon dit jaar nog op een mooie stand van 803 maar haalde met wat ups & downs een dieptepunt van 631 in oktober. Op het moment van schrijven (22 december) is het enigzins hersteld tot 710 punten. Daarmee koerst de AEX momenteel 13% lager dan de openingsstand van het jaar. Om dit in persepctief te plaatsen: daarmee staat deze gelijk aan begin april 2021. (cijfers exclusief uitgekeerd dividend, wat het beeld iets vertekend).

De S&P 500 doet het zelfs nog véél slechter met een minnetje van 19%. Die index is relevant, omdat dit de lieveling is voor velen die geloven dat ze met de S&P500 breed geïnvesteerd zijn. Dit klinkt cynisch, en is het ook: de S&P500 wordt voor een belangrijk deel (ruim 30%) bepaald door een handjevol Tech-bedrijven en kun je net zo goed de S&P20 noemen. Daarbij is de S&P500 ook nog eens genoteerd in USD. Daardoor lijkt het verlies in euro’s nog mee te vallen: slechts 13,7%. En uiteraard levert uitgekeerd dividend nu meer euro’s op. Daarentegen is nieuwe inleg relatief duur en had je meer kunnen profiteren van de gedaalde koersen als de euro sterk was.
Echter, op het moment dat de euro sterker wordt, zal het reëele verlies op de S&P500 en zijn verwante ETF’s oplopen. Enfin, daar ging het nu niet over – ik heb al eerder uitgebreid beschreven waarom ik niet in ETF’s beleg.

Geldsnor belegt zeer defensief

Geldsnor belegt zeer defensief: het portfolio in eigen beheer bestaat uit Ahold, BAM, ING, Heineken, Shell, Unilever en een green energy tracker. Er is ook nog een pensioengedeelte, maar dat zijn fondsen die door NN gekocht worden. Daar heb ik verder bijzonder weinig invloed op. Ik heb geen sexy techaandelen. Geen groeiaandelen: mijn eigen BV is ruim voldoende groeiaandeel en Tech om hier in de privé-sfeer voorlopig van weg te blijven.

Mijn aandelenportfolio heeft het fantastisch gedaan. Wat is fantastisch in dit kader? Een plusje van 1.01%! Gegeven de marktomstandigheden ben ik daar niet ontevreden over.

Voor deze blogpost geldt dat ik de openingskoers van 22 december heb genomen om te bepalen of ik het “droog’ heb gehouden. Eventuele koersstijgingen of dalingen daarna zijn hier dus niet in meegenomen. Hier is een simpele reden voor: de 22e had ik even tijd om dit uit te zoeken, en later dit jaar niet meer.

Rente, netto-contante-waarde en de invloed op aandelenkoersen

Wie de beurzen een beetje volgt, of zelfs zijdelings het nieuws, hoort van alles over “stijgende rentes”. En soms over dalende rentes. Stijgende rentes beperken de inflatie, en dalende rentes wakkeren deze aan.
De gevoelsmatigheid hierachter is denk ik voor velen eenvoudig: als de rente daalt is het aantrekkelijker om geld te lenen. Door geld te lenen, is er meer vraag naar goederen (of diensten) en groeit de economie sneller. Als de rente stijgt, gebeurt het omgekeerde: het wordt duurder om geld te lenen en dus minder aantrekkelijk. Er wordt minder geleend en minder gekocht.
Beiden is gekoppeld aan de fundamentele wet van vraag en aanbod: meer vraag dan aanbod betekent een stijgende prijs, en meer aanbod dan vraag leidt tot een dalende prijs. Totdat ze elkaar gevonden hebben en de boel weer in evenwicht is.
Maar waarom heeft dit effect op aandelenkoersen?

Het effect van rentes op aandelenkoersen

Het effect van stijgende of dalende rentes op aandelenkoersen is meervoudig.
Het eerste effect is het meest eenvoudig. Of het eenvoudigst. Take your pick. In ieder geval gevoelsmatig: bij een stijgende rente is het minder aantrekkelijk voor een bedrijf om geld te lenen. Daardoor gaat groeien trager óf is het duurder om te groeien. Immers, geld moet tegen een hoger percentage geleend worden, en dus zijn de rentelasten hoger.
Dit is groeien met minder leverage, ofwel de hefboomwerking. Groeien met minder leverage gaat langzamer.
Een voorbeeldje: Bedrijf Knopjesmaker heeft een Eigen Vermogen van 100. Ze willen investeren in een nieuwe knopjesmachine. Deze kost 50. Er is nog geen vreemd vermogen aanwezig en Knopjesmaker koopt deze machine. Het totale vermogen is nu gegroeid tot 150. De winst gaat groeien (naar verwachting) van 5 naar 15 (inclusief rentelast). Het volgende jaar is in deze simpele berekening het eigen vermogen 115 (namelijk 100+15) en het vreemde vermogen 50 (aflossingsvrij werkt even makkelijk).
Hatsekiedee! Het eigen vermogen is gegroeid met 15% procent en de winst is gegroeid van 5% naar 15%: een groei van 300%.
Dat is de hefboomwerking.

Terug naar de casus. Met een hogere rente is het duurder om dit geld te lenen. Als de rente nu stijgt met 500 basispunten van wat-dan-ook-het-oorspronkelijke tarief was, dan is de groei nog slechts 12.5 ipv. 15.
En de winstgroei geen 300% meer, maar nog “slechts” 250%.

Dat is slechts de directe doorwerking van de hogere rente op de investeringsbeslissingen van het bedrijf zélf.

Maar Knopjesmaker heeft aandeelhouders. En die zitten er ook in voor het geld. Zij moeten altijd de keuze maken tussen “winst” en “risicoloze winst”. Immers, een rente van 5% is risicoloos (er is altijd iets van risico, maar je snapt het punt).

Dit zijn “opportunity costs”. De investering van hun kapitaal in het bedrijf moet méér geld opleveren dan de risicoloze 5% die de (centrale) bank oplevert. Dat is de simpele vorm.

Die kan oneindig complexer zijn: er zit namelijk ook nog een risicofactor in. De 5% krijg je sowieso bij de centrale bank. De inschattingen van de nieuwe winst na de aanschaf van de machine zijn onzeker. Je hebt te maken met externe factoren zoals de economische groei, concurrentie, substitutie en implementatierisico’s. Wat als er iets misgaat met de nieuwe machine? Stel dat deze 3 maanden vertraagt is? Dan is je winst geen 15 meer, maar nog slechts 12,5 (immers, de winstgroei was 10 in een jaar, dus 2,5 per kwartaal ofwel 3 maanden.

En dat is pas het begin! Want nu gaan we naar de toekomstige cashflows. Want dáár doe je het voor.

Toekomstige Cashflow en netto contante waarde

Mijn economie-professor op de universiteit legde het ooit eens simpel uit: als de verwachting is dat Bedrijf X volgend jaar 100 miljard waard is, dan zal hij dat vandaag al worden. De crux zit in de onzekerheden rondom die 100 miljard.

En nu is 1 jaar makkelijk te overzien. Hoe verder in de toekomst, des te onzekerder de waardes.
Daar komt de netto contante waarde (of in het Engels Net Present Value) om de hoek kijken. Hoeveel is het geld wat in de toekomst verdiend gaat worden, vandaag waard?
Dit kun je op verschillende manieren benaderen. In zijn meest eenvoudige vorm hanteer je de (te verwachten) inflatie. Dat is niet zo’n beste methode, want daar heb je geen controle over. Maar het is in ieder geval iets. Een betere waarde is al die van een “bond”, ofwel een obligatie van bijvoorbeeld een overheid.
In het beste geval hanteer je het rendement wat je zélf wilt behalen.

Als je 5% rendement wilt behalen op een investering, dan zal deze over 10 jaar 155.13 EUR op moeten leveren. Iedere cent meer is een rendement >5%. Iedere cent minder is een lager rendement.
Vanuit een investeringsoogpunt is een investering die over 1 jaar 105 EUR oplevert net zo goed als eentje die over 10 jaar 155.13 EUR oplevert. Zo lang je in de tussentijd geen projecten vindt die méér opleveren, is dit de beste keuze.

En daar zit het verhaal met oplopende rentes: de Grote Jongens van het financieel beheer hebben uiteraard enorme systemen. Zodra er ergens een rente-percentage wijzigt, veranderen de modellen. En worden er automatisch buy-en-sell orders geschreven. Als de rente oploopt, zijn bedrijven die veel groei in de verre toekomst hebben minder waard. Ze moeten dat geld immers wel opleveren en er zijn manieren om geld te verdienen met minder risico.
Daarbij heb je uiteraard niet alleen te maken met het rentebeleid, maar ook met inflationaire krachten en de onzekerheden die daarmee gepaard gaan. Onzekerheden zijn niet fijn voor beleggers.
Vaak wordt dit toegeschreven aan “sentiment”. Maar feitelijk heeft dit niets te maken met sentiment. Het zijn getalletjes in computermodellen die schuiven. Er zijn maar weinig aankoop- en verkooporders die door mensen gemaakt worden.

In een notendop is dat het verhaal achter de netto contante waarde.

Kleine speculatie op Fugro

Zo de kneiter. Wat een nieuws dit weekend. Het lijkt er op dat Fugro, een Nederlandse bodemonderzoeker en van oudsher groot geworden in de off-shore industrie, betrokken is bij een vreselijke ramp in Brazilië enkele jaren geleden.
Deze ramp kostte 4 medewerkers van Fugro het leven, maar eveneens aan 272 mensen in Brazilië. Het lijkt er op dat ze een grote fout gemaakt hebben bij de boormethodes bij een ijzerertsmijn in Brumandinho welke eigendom is van Vale. Het is niet de eerste keer dat Vale betrokken is bij een damdoorbraak bij hun mijnen, destijds met 19 doden tot gevolg.
Van mijnbouw heb ik op geen enkele manier verstand, dus ik kan niet beoordelen of dit soort dingen “normaal” is.

Maar de koers van Fugro klapte wel naar beneden gisterochtend (het moment van schrijven): 30 procent er af in heel korte tijd. Dat leende zich voor speculatie. Nu speculeer ik nooit groot, en zelden spectaculair. De grootste winst is een paar honderd EUR geweest op Fastned bij de beursgang. Onder het motto: probeer nooit de piek te voorspellen was ik daar te vroeg uit om er écht veel aan over te houden.
Dat is niet erg: handel is niet strategisch. Voor “belangrijk” geld hanteer ik een buy-en-hold-strategie. Ik verkoop zelden iets, alleen om winsten te verzilveren en als ik elders een strategische kans zie. Immers, het verkopen van een aandeel wil zeggen dat ik niet geloof dat het doorstijgt of anderzins rendement maakt. Dus moet het alternatief beter zijn.

Andersom geldt: “Never catch a falling knife”. Want aan vallende messen kun je je snijden. Die moet je pas oppakken als deze op de grond ligt. Het probleem daarmee is dat je de bodem niet kunt zien, en feitelijk pas kunt zeggen dat de bodem bereikt is, als de koers omhoog gaat.

Dus heb ik een klein gokje gewaagd. Hoe klein? 17 stuks. Meer had ik even niet op de “speculatie-rekening” staan zonder andere posities te liquideren. En zoveel vertrouwen heb ik niet in deze speculatie om daar andere posities voor te sluiten.
Ik heb dus 17 stuks Fugro gekocht tegen een koers van 9.66 EUR. De bodem (op moment van schrijven) was 9.63 EUR. Het hoogste punt de afgelopen maand was 15.05 EUR.

We zullen zien hoe de koers zich gaat ontwikkelen. Dat zal vooral afhangen van de verzekeringspositie en de kosten van schade-afhandeling.
Update 20-12 11:45. Positie gesloten op 11 EUR. Inclusief transactiekosten (2*3 EUR) heeft dit grapje me netto 16,78 EUR opgeleverd. Dat is een netto-rendement van 10.2% in 1 dag. Het is niet veel (in absolute getallen), maar een prima resultaat voor een middagje “fun”. Het had uiteraard net zo goed andersom kunnen zijn!

Bovenstaande is geen beleggingsadvies, slechts een omschrijving van mijn acties en “full-disclosed”.

Lendahand: één van “mijn” projecten is failliet

Al een poosje investeer ik via Lendahand in “opkomende economiën”. Lendahand is een crowdfunding-platform speciaal daarvoor. Ik investeer kleine bedragen: in totaal staat er een paar honderd euro uit.

De investeringen die ik doe zijn altijd gericht op het versterken en vergroenen van de lokale economie. In totaal heb ik nu geïnvesteerd in 5 verschillende bedrijven en 7 projecten.

Dit zou het risico redelijk moeten spreiden. Inmiddels is het risico op de inleg beperkt tot 78%. Dat wil zeggen dat als iedereen nú stopt met terugbetalen, ik maar liefst 78% van de inleg kwijt ben. Nu is de kans dat ze allemaal stoppen met terugbetalen natuurlijk niet zo groot. Op ééntje na!

Redavia GmbH is failliet verklaard

Van deze 7 projecten lopen er echter 3 bij één bedrijf. Redavia GmbH. En daar begon de ellende in augustus van dit jaar. De betalingen waren vertraagd. Het bedrijf was “onverwachts” in liquiditeitsproblemen verzeild geraakt.

Dat kan gebeuren. Een traject werd opgestart, uiteraard door Lendahand en andere crediteuren, om na te gaan wat er was gebeurd en hoe nu verder. Lang verhaal kort: herfinanciering mislukte en het bedrijf is failliet verklaard (of in het proces om dat te doen).

De zonneparken zijn ondergebracht in een aparte entiteit en worden verkocht en ook de vereiste bankgarantie is aanwezig. Met andere woorden: ongeveer 40% van het geld moet terug te halen zijn.

Daarmee is mijn totale risico beperkt tot “slechts” 63% (van het totaal). Overigens weet ik over 2 weken meer, want dan vervallen een hoop termijnen van mijn andere projecten. Dat is bijna 25% van het portfolio.

Maar in ieder geval ben ik dus 60% van 1 van de bedrijven kwijt. De maximale terugbetaling van mijn oorspronkelijke inleg is daarmee slechts ongeveer 80%.

Wat vind ik hier nu van?

Mijn reactie hierin is eigenlijk relatief positief. Ten eerste: de zonneparken zijn opgeleverd. In die zin profiteert de lokale gemeenschap daar dus van en dat is mooi. Een alternatief was namelijk een simpele schenking. En dan was ik het ook kwijt.

Ook vind ik dat Lendahand goed werk heeft geleverd. Duidelijk gecommuniceerd, en vooral tijdig gecommuniceerd. Dat is netjes en vergroot het vertrouwen in het platform.

Anderzijds heeft het mij een les geleerd. Ik investeer niet meer in bedrijven die duurzame dingen doen, met hoofdkantoren in de duurste steden van Europa (Redavia zit in München) waar de CEO een voormalig McKinsey-medewerker is.
Want ik kan me zomaar voorstellen dat zij geen filantropische instelling zijn. En hoewel dát op zichzelf prima is, zie ik liever een idealist in een korte broek dan een zakenmanager met een stropdas.
Alle investeringen gaan vanaf nu “lokaal”!

Forward dividend yield: >5%

Zojuist was ik even alles op een rijtje aan het zetten, qua beleggingen. Zoals het een goede belegger betaamt. En ik dacht “laat ik eens uitrekenen wat mijn dividend yield is”. Geloof het of niet, maar daar heb ik geen functie voor ingebouwd in mijn spreadsheets. Dus het kwam als een verrassing (en ook weer niet).

Nu hanteer ik dividend op basis van Yield on Cost. Met andere woorden: het uitbetaalde dividend deel ik door de gemiddelde aankoopkoers (GAK). Mijn beleggingsportfolio is tamelijk defensief en bestaat uit BAM, Shell, Unilever, Ahold, Heineken, ING en iShares Clean Energy. Over deze laatste later meer, in een andere blogpost.

De GAK, dividend en Yield % van deze fondsen is als volgt:

GAKDividend fwd.Yield %
Shell10,71,110,28%
Ahold22,560,984,34%
Heineken84,31,41,66%
Unilever411,74,15%
BAM2,20540,156,80%
ING4,560,817,54%
ishares IE00B1XNHC3411,280,080,71%

Het “forward dividend” is uiteraard een beetje koffiedik kijken. Immers, dividend kán gepasseerd worden, evenals verhoogd of verlaagd. BAM heeft jarenlang geen dividend uitgekeerd, maar op 3 november aangegeven te verwachten wel dividend uit te gaan keren. Op 15ct (de verwachting op het moment van schrijven) zou een yield opleveren van 6,8%. Niet zo spectaculair als ING met 17,5% of zelfs Shell met 10%. Maar desalniettemin aardig prima.

Door de verschillende wegingen in het portfolio, komt het totaal niet uit op 6.5%, maar op 5.4%.

Relatieve wegingen in mijn portfolio van aandelen

Bovenstaande portfolio is overigens ons “huishoud-portfolio”. We hebben nog een separaat pensioen-portfolio (met accumulerende dividenden) en wat obligaties (zoals Corekees) en Crowdfunding (Lendahand). Zelf heb ik nog een penny-stock trading portfolio, wat puur voor de lol is. Pennystocks keren daarentegen nooit dividend uit ;-).

Al met al ben ik niet ontevreden. Een paar procent van onze jaarlijkse uitgaven zou gedekt kunnen worden door alleen het dividend. Uiteraard is het de bedoeling dit te laten groeien tot een ruime 100%. Maar dat kost tijd.

Nederlands spaartempo vlakt af?

Eerder deze week las ik een berichtje op nu.nl, over het Nederlandse sparen. De moraal van het verhaal was dat Nederlanders nog steeds sparen, ondanks de oplopende inflatie en de lage rente.
Of omgekeerd: dankzij de inflatie. Immers, er is een grote onzekerheid die boven de economie hangt: recessievrees in combinatie met inflatie.

De koopkracht holt dan ook achteruit. Maar koopkracht is niet hetzelfde als koopbereidheid. Veel producten zijn duurder geworden, maar dat betekent niet dat ze ook nog verkocht worden: sommige items laat men gewoon staan. Getuige de tsjokvolle opslagloodsen is dat momenteel al volop aan de gang.

Laten we dit nieuws eens bekijken vanuit een economisch perspectief. Eerst wil ik wat nuance aanbrengen en wat dingen verduidelijken.

Spaargeld verdampt niet op je bankrekening

Altijd lees je in de reacties op dit soort berichten dat “je spaargeld verdampt”. Lieve mensen, dat is klinkklare nonsens. Akkoord? Nee? Oké. Dan leg ik het uit. Je spaargeld verdampt niet. De koopkracht met hetzelfde geldt loopt terug.

En dat is een groot verschil. In het eerste geval zou het namelijk betekenen dat 10.000 EUR op dit moment, volgend jaar bijvoorbeeld nog maar 9.000 EUR is. Met een inflatie van 10%, wordt het immers minder waard?
Nee: volgend jaar is het nog steeds 10.000 EUR. Daarvoor kun je dán kopen, waar je nu 9.000 EUR aan kwijt bent. Althans, als de inflatie voor alle items die je koopt daadwerkelijk 10% is.
Maar spaargeld is niet bedoeld om rendement mee te halen. Voor veel mensen is het een noodfonds, waar je direct uit kunt tappen. Als je werkloos raakt, of pech hebt; geld waar je acuut iets mee kunt. Dat het minder waard wordt is voor dit geld dus geen direct probleem. Maar het verdampt niet. Net als dat je schulden niet verdampen!

Het zijn niet de rijksten die sparen

Dan het volgende: het zijn niet “de rijken” die sparen. Ja, die sparen vast ook. Maar het spaargeld zoals in dit soort berichten bedoeld, is geld op spaarrekeningen. Niet het vermogen van de rijkste mensen. Mensen als Musk of Zuckerberg hebben hun vermogen niet op de bank staan: ze hebben aandelen die een bepaald percentage vertegenwoordigen, en bij verkoop tegen de nú geldende prijs zou het dit waard zijn. Waar men vaak aan voorbij gaat, is het feit dat dit niet waar is. Huh? Nee, Musk is NIET de rijkste man op aarde. Simpelweg vanwege het feit dat als hij 10% van zijn belang verkoopt, de overige 90% bij LANGE na niet zoveel waard zou zijn als de eerste 10%.

Dat is in Nederland niet anders. Maar ik dwaal af. Veel mensen hebben veel geld op de bank. Maar de miljonairs en miljardairs hebben dit niet cash op de bank. Hun vermogen zit niet in de 420 miljard aan spaargeld en is doorgaans nauwelijks liquide.

Seizoenseffecten

Nu we bovenstaande uit de weg hebben geruimd, kunnen we wat in de details duiken. Dat heb ik gedaan op basis van informatie van De Nederlandsche Bank. En dan valt wel een aantal dingen op. Zo heeft ons spaargeld een groot seizoenseffect. Onderstaande grafiek heb ik gemaakt op basis van gegevens vanaf oktober 2013 t/m september dit jaar. In totaal 9 jaar dus.

De netto-inleg op Nederlandse spaarrekeningen, in totaal. Bedragen in miljoenen EUR.

Het is misschien niet heel verrassend dat er een seizoenseffect is: in mei wordt voor de meeste mensen het vakantiegeld betaald. Maar schijnbaar wordt de eindejaarsuitkering of dertiende maand die bij veel mensen óók van toepassing is pas in januari naar de spaarrekeningen gestort.

In februari gaan veel mensen op wintersport, of carnaval vieren. Geloof me: dat laatste kan een behoorlijke aanslag op je budget zijn. Maar vanaf juni wordt er niet meer gespaard in Nederland. In mei wordt er gemiddeld 5,5 miljard EUR naar de spaarrekeningen geboekt. En de rest van het jaar komen “we” net rond, of eigenlijk niet: netto wordt er geld teruggeboekt.

September lijkt een uitzondering te zijn. Dat is niet zo, het is een vertekening. Na de catastrofale zomer van 2020, waar iedereen nog op vakantie hoopte te gaan, heeft men in september de handdoek in de ring gegooid. Die maand werd er bijna 5 miljard EUR naar spaarrekeningen geboekt. Zonder dit effect zou ook september een netto-opname maand zijn!

De inleg loopt op

De inleg loopt op. Dat is niet logisch, toch is het zo. Boodschappen worden duurder, en ook de energierekening wordt een steeds groter deel van de uitgaven. Desondanks neemt het spaartempo toe.
Dat blijkt niet echt uit het bericht van Nu.nl overigens: daar lijkt het terug te lopen. De conclusies die zij trekken zijn echter niet te rijmen met de ruwe data van De Nederlandsche Bank.

Waar normaliter de zomermaanden een afname laten zien van het spaargeld, zien we dat in 2022 de groei consistent is.
En dat is bijzonder. En zorgwekkend, economisch gezien. Men heeft grosso modo wel degelijk het geld, maar geeft het niet uit. Een deel gaat “gedwongen” de economie in, maar een groot deel wordt dus niet uitgegeven.

Grote uitgaven worden dus uitgesteld. Dat is echter ook hoopgevend; de economie is al oververhit (getuige de enorme inflatie, lage werkloosheid en personeeltekorten overal). Er zit een recessie aan te komen, die veroorzaakt wordt door een gebrek aan koopbereidheid. Niet aan geld. Zodra de onzekerheden uit de markt gehaald worden zal het geld weer over de plinten (kunnen) klotsen.
Aan de andere kant betekent dit weer dat de periode van inflatie langdurig kan zijn: er is immers geld genoeg om te voorzien in de hogere prijzen.

Het betekent ook dat er vele honderden miljarden beschikbaar zijn bij huishoudens om te verduurzamen. Zullen we dat dan ook massaal gaan doen?

Gaat Unilever ooit nog renderen?

Noot: onderstaande is geen belegginsadvies, doe je eigen onderzoek. Disclosure, mocht het niet uit deze blogpost blijken: ik heb aandelen Unilever.

Geldsnor heeft een tamelijk defensief beleggingsportfolio. Onderdeel van dit beleggingsportfolio is Unilever. Deze heb ik gekocht op 17 maart 2020 tegen een koers van 41 EUR. In november van 2020 is Unilever niet langer genoteerd als Nederlands bedrijf en is het aandeel Engels geworden, hetgeen een transactie teweegbracht in mijn portfolio. Automatisch gelukkig: de koers was op dat moment 50.26 EUR en werd dus omgezet naar Unilever PLC.

Dankzij het systeem van DeGiro, mijn broker, is deze 50.26 EUR de genoteerde gemiddelde aankoopkoers (GAK). In werkelijkheid is dit dus 41 EUR. Het aandeel gaat al tijdenlang zijwaarts: er zit geen beweging in de koers die vastgeroest lijkt rond de 45 EUR.

De afgelopen jaren ligt Unilever dan ook vaak onder vuur. Er zou te weinig rendement zijn, en teveel focus op duurzaamheid en correctheid liggen. Activististische aandeelhouders zijn ingestapt en willen een andere koers.

Achterblijvend rendement – of toch niet?

Inmiddels is het oktober 2020 en op het moment van schrijven (13 oktober, lunchpauze) ligt de koers rond de 44.50 EUR. Een kleine 10% boven mijn GAK, echter ook in bijna 3(!) jaar. Niet echt om over naar huis te schrijven dus.
Al is het ook zo dat er natuurlijk niet echt sprake is geweest van een topjaar, tot nu toe, voor de meeste aandelen. Een dikke plus is niet slecht.
In dezelfde periode heeft het aandeel me ook 10% dividend opgeleverd. Bij elkaar dus een kleine 20%, wat zich jaarlijks laat vertalen in meer dan 6%.
Het dividend-rendement op zichzelf is ongeveer 4,15% (yield on cost).

Maar anderen hadden in dezelfde periode méér opgeleverd. Concurrent Proctor & Gamble bijvoorbeeld. Die sloot de dag af op 17 maart 2020 op 118.24 USD en noteert momenteel op 125.40: een schamele 6% meer dan destijds. Aan dividend heeft P&G 8.46 USD uitbetaald in dezelfde periode (per aandeel). Nog geen 7% in deze period. In totaal zou het rendement dus slechts een procentje of 13 zijn.

Echter, dit is een koers in USD, en dat maakt het wat moeilijker. De dollar koerste rond 17 maart rond de 1.06. Daarmee kostte een aandeel P&G 111.54 EUR. Als je dit aandeel nú zou verkopen zou je er bijna 129 EUR voor krijgen: bijna 16% meer (ipv. dus slechts 6%).

Persoonlijk vind ik wisselkoersen niet echt een strategie. Je hebt er nu een voordeel van, maar op een ander moment weer een nadeel. Als je bijvoorbeeld fondsen aankoopt die primair in USD noteren, om maar een voorbeeld te noemen.

Feitelijk gezien doet Unilever het niet zo slecht qua rendement. Wat vooral opvalt is dat het zijwaarts gaat. Maar dit is natuurlijk ook een defensieve belegging: de piek ontbreekt (P&G heeft een “high” van 164 in de tussenliggende periode), maar ook de dalen. Een defensieve belegging, zoals dit soort bedrijven hoort te zijn, heeft idealiter weinig volatiliteit. Saaiheid is goed in defensie.

Voor wat betreft het rendement? Het is hopen op dividendverhogingen, zodat de “yield on cost” aanzienlijk zal stijgen. Ondertussen haal ik nog een soepje uit de kast. Smakelijk!


Het Bullwhip-effect: heeft iemand het afvoerputje geopend?

Jarenlang leken de bomen de hemel in te groeien voor de Tech-sector. Om hier heel duidelijk te zijn: met Tech-sector bedoel ik “de echte technologie” sector. Geen geknutsel met algorithmes als product, maar een product met daarin algorithmes. Ergo: Tesla, ASML, TSMC, Intel, NVIDIA, Apple en hun supply chain zijn “Tech”. Meta (Facebook), Alphabet (Google) en JustEatTakeaway zijn geen “tech” in dit verhaal. En Prosus zeker niet.

Niet omdat deze bedrijven minder zijn, maar omdat het business model volstrekt anders is. Software-tech is namelijk eenvoudig schaalbaar en heeft nauwelijks een variabele kosten-component. Bij hardware-tech moeten grote investeringen gedaan worden om op te kunnen schalen.

Anyway: deze blogpost gaat over het “bullwhip-effect”. Een opslingeringseffect, een zweepslag. Een knal omhoog. De chip-industrie en de huidige tegenslagen in de markt.

De Chip-industrie in de voorbije jaren

Vroeger, lees vanaf de jaren ’90, had de chipindustrie altijd enkele goede jaren, gevolgd door enkele slechte jaren. Het was in hoge mate “cyclisch”: groeit de economie, dan groeit deze industrie. Krimpt de economie, dan krimpt deze industrie.
De laatste jaren is dit enigzins verdoezeld. De chipindustrie is blijven groeien, waarbij ASML al 10 jaar lang een sterke omzetgroei laat zien en de nettowinst groter is dan de gehele omzet van 2014.

De chipindustrie is groot geworden door een heel aantal opeenvolgende innovaties. De intrede van personal computing, gevolgd door miniaturisatie en de bredere inzet van chips in allerlei producten. Dit begon met televisies (van beeldbuis naar TFT is écht een enorm verschil) en uiteindelijk in allerlei producten. Alles kan “slim” zijn tegenwoordig en heeft in meer of mindere mate chips en computers in zich.

Toen kwam de corona-crisis, en daar begint eigenlijk dit verhaal. In de coronacrisis gebeurden er een aantal dingen tegelijkertijd:
1. Autofabrikanten annuleerden massaal orders, uit de verwachting dat de vraag zou uitvallen.
2. Witgoedfabrikanten deden hetzelfde
3. Door thuiswerken (wereldwijd) nam de vraag naar computers, telefoons, tablets en monitoren een enorme vlucht.
4. De vraaguitval in witgoed & auto’s bleef uit. Wereldwijd werd een economische crisis voorkomen door brede overheidssteun. Men hield veel geld over en ging klussen, verbouwen en nieuwe auto’s kopen.
5. Echter, fabrieken draaiden op halve kracht of minder. Personeel was ziek of in quarantaine, of gewoon ontslagen omdat de vraag naar chips wegviel.

Daarna gebeurd het voorspelbare: de prijzen van bestaande voorraden en capaciteit vliegen omhoog. De investeringsbereidheid voor nieuwe fabrieken is enorm, betaald uit de grote winsten die de bedrijven nu boeken.

De chip-industrie nu

De chip-industrie is nu echter in een storm terecht gekomen. De wereld komt in een afkoelende periode terecht (qua economie), of zelfs in een recessie. De bestaande orders worden uitgeleverd, maar in een minder hoog tempo vervangen door nieuwe orders.
Vanwege de dynamiek in deze business heeft dit verstrekkende gevolgen. Zo is de meest dominante factor voor de kosten van chips de amortisatie van vaste kosten. Dat wil zeggen: de kosten van de fabriek worden toegerekend aan geproduceerde units. Voorbeeldje:
Als een fabriek 5 miljard EUR kost per jaar, en je produceert 1 miljard chips met deze fabriek in dat jaar, dan zijn de toegerekende kosten dus 5 EUR per chip. Dit zit in je kostencalculatie. Als je 5 miljard chips maakt met dezelfde fabriek, dan maak je dus een enorme winst: 20 miljard dat jaar.
Je zou verwachten dat de prijs gaat dalen.

En dat is ook zo. De prijs zal ook wel iets dalen. Er is concurrentie, en je hoeft minder geld te vragen om toch veel winst te maken. Fabrieken die een grote omzet draaien en hun vaste kosten al hebben afgedekt, kunnen daardoor besluiten om capaciteit te verkopen tegen een lagere prijs, om concurrenten dwars te zitten.

De praktijk is dat dit maar tot een bepaald moment gebeurd. Op het moment dat de markt verzadigd raakt aan de capaciteitskant (maw: er kán niet meer geproduceerd worden), dan schieten de prijzen omhoog. Tot het moment dat de vraag uitvalt.

Stel nu dat in dezelfde periode er een grote onzekerheid heerst in je belangrijkste afzetmarkten. Inflatie grijpt om zich heen, de woningmarkten koelen af en de verkoop van nieuwe auto’s stagneert. Iedereen heeft de afgelopen jaren al nieuwe apparatuur gekocht – en vervanging laat op zich wachten door onzekerheid. Opeens heb je voor miljarden euro’s aan nieuwe fabrieken in aanbouw. De vraag neemt af, terwijl de capaciteit groeit.

Dan kom je opeens in de situatie terecht dat je fabrieken stilstaan. En die kosten dan toch nog de genoemde 1 miljard EUR per jaar. Het maakt voor een chipfabriek nauwelijks uit (qua kosten) of deze stilstaat of draait namelijk! De verliezen groeien, en je moet capaciteit gaan verkopen, flink onder je oude prijzen, om de fabriek gevuld te houden en de vaste kosten af te dekken. Dit geldt echter industrie-breed: ook je concurrenten moeten dit doen!

Bovenstaande is het actuele plaatje van de chipindustrie. De mainstream beleggersjournalist schuift dit af op het rente-beleid en dat daardoor toekomstige winsten minder waard zijn. En dat het minder aantrekkelijk is om te groeien met geleend geld. Het feit is echter dat deze bedrijven hun groei gefinancierd hebben uit veelal cash, of tegen langlopende bonds.
Ze hebben geen geld nodig op dit moment uit de markt om verder te groeien: ze zijn al te ver gegroeid. Hun capaciteit ligt ver boven de gevraagde productie. Dáár wringt de schoen.
Deze onderbezetting van “chippers” is een veel groter probleem voor de toekomstige winsten dan de afwaardering van de toekomstige kasstromen. En het vormt ook een probleem voor de Nederlandse machinefabrikanten zoals ASML, ASMI en BESI: er is minder vraag naar machines op langere termijn, als er meer onzekerheid is over de groeiende capaciteit en vallende vraag.

Momenteel zijn de orderboeken goed gevuld. Het is niet gezegd dat dit zo blijft.

Noot: bovenstaande kan nog wat complexer gemaakt worden met protectionele maatregelen van de VS vs. China/Taiwan, en de plannen van EU en VS om chips lokaler te produceren als onderdeel van een kritische infrastructuur. Dit laatste vergroot de vraag naar chipmachines, maar niet naar chips. Maw: persoonlijk zou ik me comfortabeler voelen bij een blootstelling aan machine-fabrikanten, dan aan de chipfabrikanten zelf.

Laatste noot: dit is geen beleggingsadvies. Full disclosure: ik heb geen aandelen in deze industrie

Je zult maar belegd zijn in Just Eat Takeaway

Als belegger van Just Eat Takeaway zijn het geen gemakkelijke tijden. Het aandeel noteerde op zijn hoogtepunt in de coronacrisis een top van bijna 105 EUR (oktober 2020) en was daarmee één van de grootste profiteurs van de coronacrisis. Het kwam destijds overigens al van een niet slordige dikke 60 EUR.

Inmiddels is het aandeel ver weggezakt. Heel ver. Van bijna 50 EUR begin dit jaar tot 14 EUR nu. En dan durf ik te stellen: dat is nog steeds teveel.

Want JET, zoals het afgekort wordt, is voor mij een compleet nonsens aandeel, en 1 van de redenen waarom ik niet van indexbeleggen hou. Sommige bedrijven hebben namelijk een zeer zware weging in de AEX (zoals ASML), en anderen hebben geen bestaansrecht.

Grote woorden Geldsnor, geen bestaansrecht! Jep.
Volgens mij is het namelijk geheel ten onrechte dat JET gezien wordt als “techaandeel”, zoals analysten het doorgaans aanduiden. Het is een platform, wat bewezen makkelijk te kopiëren is. Er is geen fatsoenlijk IP in te behalen.

Bij een andere blogger (ik ben helaas vergeten wie) las ik iets over een concept van Warren Buffet: de Moat. Ofwel, een slotgracht. JET hééft geen slotgracht. Het concept is eenvoudig te kopiëren. Eenvoudig te substitueren. En kampt met enorm hoge acquisitiekosten. En ook nog eens met extreem lage entry-barriers.

Het kopiëren als eerste nadeel: iedereen die apps kan programmeren, heeft in een aantal weken iets soortgelijks geschreven. Er is geen kritische infrastructuur die of intellectueel eigendom wat voor enige bescherming zorgt. Daarmee ga ik meteen even naar mijn laatste puntje van bovenstaande alinea: entry barriers.
Bij producten die makkelijk te kopiëren zijn, betekent het automatisch dat áls het een succes wordt, het snel gekopieerd zal worden. Want het kost nagenoeg niets om te kopiëren. Ieder BigTech bedrijf zou zich binnen een week op dezelfde markt kunnen storten, met een beter geïntegreerde app die beter aansluit bij je wensen en met meer data om waarde uit te halen. Dat de BigTech dit niet doet, heeft er alles mee te maken dat het ze (nog) niet interesseert.

Substitutie is nog zoiets. Wat is je alternatief voor Thuisbezorgd? Eén van de andere bezorgdiensten, in de eerste plaats. Maar ook thuiskoken, uit eten gaan of HelloFresh als tussenvariant. Of gewoon eten afhalen bij je lokale snackbar. De loyaliteit van de klant ligt minder bij het platform, en meer bij de plaatsen waar je het eten besteld.

Maar om die lokale eettenten te trekken, heb je veel massa nodig: schaalgrootte. Want waarom sluit een restaurant zich aan om via jouw platform eten te kopen? Om een nieuw publiek te bereiken, of te voorkomen dat bestaand publiek wegloopt. De schaalgrootte is interessant. Maar als de commisies (het verdienmodel voor JET) te hoog oplopen, zijn ze weg.
Om die tenten te trekken én bekend te zijn bij het lokale publiek moet je zichtbaar zijn. Eigen bezorgers (al dan niet via schimmige constructies), sponsoring en advertenties. Kost bákken met geld. Waarbij je voornamelijk concurreert met … je eigen klanten (de restaurants). De enige winst zit er in om méér eetmomenten te creëeren waarop je het thuis laat bezorgen.

Perfect storm?

Nu heeft JET dus niet echt een vernieuwend model, weinig klantenloyaliteit en enorme concurrentie. Maar ook is er sprake van een grote recessie (aankomend) en in ieder geval een energiecrisis.
Na de coronaperiode ging men “massaal” uit eten, en werd er minder thuisbezorgd. Ook ontbrak het aan grote sportevenementen die uitgezonden werden op kritische momenten om meer vraag te genereren. Een WK-voetbal op primetime was er niet echt, zullen we maar zeggen.
Na deze periode rollen we automatisch in de energiecrisis en inflationaire periode.
Dit maakt niet alleen groeien duurder, maar zorgt ook voor een lagere waardering van toekomstige winsten. Of in het geval van JET: een hogere kostenpost voor de schuldenlast.
Niet alleen dat: ze hebben inmiddels bewezen dat schaalvergroting leidt tot meer omzet, maar ook meer verlies. Waar het verlies eerst 14% van de omzet was is dit opgelopen tot meer dan 20% in 2021. De rentelasten zijn opgelopen van iets minder dan 1 miljoen in 2018 tot meer dan 70 miljoen in 2021.

Enfin: daar komt nu een volgend probleem bij. Los van alle perikelen rondom bezorgers (waar “ze” allemaal last van hebben), volgt nu de situatie dat er gewoon minder geld is om uit te geven aan het eten thuis laten bezorgen. Dat doet de omzet geen goed – terwijl de kosten oplopen.

Met andere woorden: ik blijf bij mijn mening dat JET een (type) bedrijf is die we kunnen missen als kiespijn in de maatschappij en geen blijvend concurrentievoordeel kan bieden.

Noot: niets van bovenstaande is op enige manier een beleggingsadvies. Doe je eigen research, trek je eigen conclusies en doe waar je zelf zin in hebt.
Fijne maandag!