Het Energie-Prijsplafond: uitleg van de rekenregels

Normaliter plaats ik niet 2 blogs op 1 dag, maar gezien de actualiteit wilde ik dit niet tot morgen laten liggen.

Er is al op diverse plekken in de media van alles verschenen over het energieprijsplafond. Het gaat er eindelijk komen. Laat mij vooropstellen dat dit prima nieuws is, zeker voor de “minima”. Het is zelfs een relatief goede regeling, die mensen met vast contract tegen oude prijzen niet bevoordeeld en relatief veel mensen meeneemt in de voordelen. Er blijft ook wel degelijk een (kleine) besparingsprikkel bestaan.

Maar helaas zijn “ze” er toch niet aan ontkomen om het weer vreselijk en onnodig ingewikkeld te maken en vooral zo transparant te maken als jaren’70 glazenblokken. Je dénkt iets te kunnen zien, maar het is toch een vertekend beeld. Zo ook weer deze draak van een maatregel. Overigens is deze ook niet goedgekeurd – maar dat zal vast wel gebeuren.

De Verdeling Maximaal Verbruik

De duivel zit in de details. Zo blijkt ook nu weer. Want in de volksmond en de media werd al gerept over een prijsplafond tot 1200m3 gas (tegen een prijs van 1.45) en 2900kwh voor 0.40 EUR per kwh. Beiden op jaarbasis, en voor zover het elektriciteit betreft ná saldering.

Oei. Dit blijkt tóch niet helemaal zo te zijn. Er is namelijk een “verdeling maximaal verbruik”. En daar wordt het schimmig. In geen enkel nieuwsartikel heb ik de uitwerking gezien. Ook in alle beleidsnota’s en brieven naar de kamer heb ik een uitwerking gezien. Wel het voorbeeld:
“Een huishouden krijgt op 13 april de jaarlijkse energierekening. Van 1 januari tot en met 12 april mag dit huishouden 610 m3 gas en 976 kWh stroom gebruiken tegen de maximale tarieven van het prijsplafond. Gebruiken zij meer? Dan betalen ze het tarief uit hun energiecontract. 

Van 13 april tot en met 31 december mag dit huishouden nog 590 m3 gas en 1.924 kWh stroom gebruiken tegen de maximale tarieven van het prijsplafond. Het maakt niet uit hoe hoog hun verbruik was voordat zij op 13 april de jaarlijkse energierekening kregen. In totaal mogen zij door deze verdeling in 2023 1.200 m3 gas en 2.900 kWh stroom gebruiken tegen het maximale tarief van het prijsplafond.”
Bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/koopkracht/plannen-kabinet-met-prijsplafond-voor-gas-en-elektriciteit

Maar daar wordt je natuurlijk geen klap wijzer van!
Dus ik ben op onderzoek gegaan. In één van de documenten staat het genoemd:
“standaardjaarafname: standaardjaarafname (SJA) als bedoeld in artikel
1.1 van de Begrippencode elektriciteit;
standaardjaarinvoeding: standaardjaarinvoeding (SJI) als bedoeld in
artikel 1.1 van de Begrippencode elektriciteit;
standaardjaarverbruik: standaardjaarverbruik ((SJV) als bedoeld in artikel
1.1 van de Begrippencode gas;”

Het is dus op zoek gaan naar deze begrippencodes. Die heb ik gevonden, en dit staat er in:

  • Standaardjaarafname (SJA): De verwachte afname op een aansluiting bij gestandaardiseerde condities en op basis van een genormaliseerd jaar;
  • Standaardjaarinvoeding (SJI): De verwachte invoeding op een aansluiting bij gestandaardiseerde condities en op basis van een genormaliseerd jaar;

Ik heb die van gas niet eens opgezocht, want die is ongeveer net zo kansloos. Op welke informatie moet de Kamer nu een besluit nemen, vraag ik me af? Waarom verwijzen naar een bepaalde Begrippencode, waarin vervolgens niets concreets staat. Elders wordt verwezen naar “Voor het standaardjaarverbruik wordt uitgegaan van de meest recente gegevens uit het centraal aansluitingenregister die de
subsidieontvanger van de netbeheerder heeft ontvangen;”
Niet bepaald transparant. Het is voor de individu dus niet te achterhalen.

Het laat ook enkele belangrijke hiaten zien: als dit op individueel niveau (per aansluiting) wordt bepaald, hoe gaat men dan zorgdragen voor veranderingen van verwarmingsbron? Of met het invoeden van elektriciteit, groeiende of krimpende gezinnen etc?
Sowieso: het invoeden van elektriciteit wordt een drama in de uitvoering. De prijs kan in de zomermaanden wel degelijk hoog zijn voor elektriciteit, maar volgens “jouw individuele norm” verbruik je normaal 0 kwh…

Met andere woorden: na het lezen van de documentatie ben ik er niets wijzer van geworden. Ik denk ook niet dat het gemiddelde Kamerlid dit zal begrijpen, en wellicht niet eens tot deze vragen kán komen, simpelweg omdat het hun werkveld niet is.
Voor een regeling die miljarden kost, had ik een concretere uitwerking verwacht.

Enfin, “een” standaardverbruiksprofiel dan!

Uiteraard hou ik al sinds jaar en dag mijn meterstanden bij. Geheel ten overvloede of wellicht niet: ik heb de meterstanden gebruikt uit de tijd vóór de elektrische auto en zonnepanelen, warmtepomp, airco etc.!

Standaardverbruiksprofiel elektriciteit, als percentage van het jaarverbruik

Bovenstaand het standaardverbruiksprofiel voor elektriciteit, als percentage van het jaarverbruik. Ik kan me niet voorstellen dat het landelijk gemiddelde veel afwijkt. In de wintermaanden verbruik je meer elektriciteit, door het simpele feit dat verlichting vaker aan is en omdat je doorgaans meer tijd binnen doorbrengt. Denk aan televisie kijken. Nogmaals: in bovenstaande is geen airco, verwarming of koken meegenomen.

Idem dito kunnen we doen voor gas:

De maand januari is in vrijwel alle gevallen het koudst. En hoewel het daglicht als fors toeneemt in februari (en 10% korter duurt dan december), is februari toch flink kouder dan december en dus ook het gasverbruik. Maar liefst 58.5% van de “stookbehoefte” valt in de periode jan-april. Dit is redelijk overeenkomstig het rekenvoorbeeld (al hebben ze daar om dubieuze redenen gekozen voor een fictief contract tot 13 april).
Bovenstaande kun je ook voor je eigen situatie redelijk gebruiken: een beter uitgangspunt heb je op het moment helaas niet.

Had het nu echt niet simpeler gekund?

Bij dit soort maatregelen vraag ik me echt af of het niet eenvoudiger had gekund. Het korte antwoord was geweest: absoluut! Het langere antwoord is: nee. Het is heel complex: als je met de energiebelasting gaat “spelen”, dan verlaag je de kosten van iedereen. Ook van diegenen die het helemaal niet nodig hebben. Bovendien is de consument dan alsnog overgeleverd aan de grillen van de markt.
Had het transparanter gekund? Ja! Geef niet alleen het rekenvoorbeeld, maar ook de verwijzing naar de wijze waarop de netbeheerder de verbruiksprofielen bepaald.
Dat is nu niet transparant, waardoor je alleen in gelijkblijvende situaties iets kunt benaderen. Maar teruglevering van stroom in de lente en zomer beïnvloeden je standaard-verbruiksprofiel. Evenals het al dan niet hebben van een elektrische auto, het overstappen van gas naar warmtepomp (en eventueel weer terug dánkzij het energieplafond), gezinsuitbreiding etc.

Warm water: waterkoker of met de CV?

Eerder deze week zag ik een interessante verwijzing vanaf het blog van Aaf (Zuinigaan). Het gaat over de vraag hoe je het zuinigst omgaat met de CV-ketel. De vraag in de comments die gesteld werd valt te parafraseren als volgt:
“Is het nog steeds gunstig om met de ECO-stand warm water te maken, in plaats van met een waterkoker”? En daarbij werd gesteld dat dit misschien een berekening voor mij is.

Gooide iemand een handschoen neer? Dan raap ik ‘m op! Challenge accepted!

In de eerste plaats hangt het antwoord af van vele factoren. Vooral hoe je de vraag exact interpreteert. Maar ook de lengte van de leidingen, de efficiency etc. Maar ook of het energetisch beter is, of kostentechnisch beter…

Qua efficiency, gemeten in de hoeveelheid energie die er nodig is om het water te laten koken, zal de waterkoker nooit te verslaan zijn. Punt. Makkelijker kan ik het niet maken. Een waterkoker is gewoon erg efficiënt. En hierbij geldt dat des te groter het vermogen, des te efficiënter het proces. Klinkt tegenstrijdig? Toch is het zo: als het water er langer over doet om te koken, zal er over een langere tijd warmte ontsnappen.

Maar er zijn meer manieren om warm water te maken: met de CV-ketel en met een Quooker (of ander merk) bijvoorbeeld.

Water verwarmen met de CV-ketel

Water verwarmen met de CV-ketel doe je doorgaans op gas. De watertemperatuur bij het tappunt moet minimaal 55C zijn (vandaar de instelling op 60C voor tapwater). Mijn CV-ketel doet er 27 seconden over om warm water te geven in de douche, wat ruim 17 meter verderop is. Een kWh aan gas-warmte-water kost bij een prijs van 3,5 EUR per kuub gas ongeveer 40ct. Dat is gerekend met alleen de ketelverliezen, er zijn ook nog wat verliezen “onderweg” omdat het water sterk afkoelt in de leidingen.
In een waterkoker bij 98% efficiency kost een kWh-tapwater-warmte ongeveer een eurootje.
Ik reken bewust simplistisch: het gaat hier niet om het volume, in beide gevallen zul je ongeveer net zoveel warm water hebben. Met 1kWh kun je best veel water verwarmen.

Maar de crux zit hier in de leidingen. Een waterleiding heeft normaliter een dikte van 15mm, in oudere woningen nog wel eens 10 of 12. In mijn huis 15, want ik heb alles zelf vernieuwd:-).
De lengte is zoals gezegd 17 meter. Dat betekent dat er 3 liter water in de warmwaterleiding blijft staan van de CV-ketel tot aan de douche. Dat is een “stilstandverlies” en is dus enorm. (in de post bij Aaf staat een fout van mijn kant. Iets met radius en diameter:-))
Het is zelfs zó groot, dat ik mij nu begin af te vragen of ik niet beter een elektrische boiler op zolder kan leggen. Kom ik op terug in een andere blogpost…

Water met de waterkoker: Break Even Point

Wanneer is het nu voordeliger om met de waterkoker warm water te maken?
Je hebt 4.18kJ energie nodig om 1 liter water met 1 graad op te warmen. Om het water te laten koken moet je voor het gemak 85 graden verwarmen. Dat is 355kJ, ongeveer 0.1kwh. Een 2000W waterkoker zal hier derhalve 3 minuten over doen.
Die 0.1kWh kun je ook in gas omrekenen. Je moet ongeveer 10 liter gas verbranden (immers, in 1000 liter gas zit ruim 35000KJ) om dezelfde hoeveelheid water te laten koken.
Het maakt even niet uit of je tot het kookpunt gaat of tot 60 graden: vergroot gewoon de volumes en de rekensom is hetzelfde.
Echter, een ketel heeft bij het verwarmen van tapwater hooguit 90% rendement. Je komt dus uit op 11 liter. Grofweg 3,5 cent voor het verwarmen van deze genoemde liter water.
Bij de waterkoker kost dit al snel 10 cent.

Maar: je CV-ketel hangt niet direct aan de kraan vast! Bij een lengte van 3 meter heb je een stilstandverlies van ongeveer 0.5 liter, die weer bijna 2 ct kost.
Zo lang de ketel dichterbij staat dan een meter of zes, is het voordelig om het warme water uit de CV te pakken. Met andere woorden: bij iedere woning waarbij de CV-ketel op zolder staat, kun je beter de waterkoker gebruiken!

Hierbij ga ik wel compleet voorbij aan het feit dat de gebruikscasus volstrekt anders zal zijn. Een waterkoker is niet geschikt voor grote volumes, en CV-water niet heet genoeg om thee te zetten. Maar als je een waterkoker hebt van een liter en dat kookt, dan heb je ook 3 liter afwaswater.

Dit is ook direct een reden waarom een Quooker wel degelijk een duurzame optie kán zijn: deze verwarmd het water op hoog vermogen (>2KW) en houdt het warm met laag vermogen (dwz., korte pieken). Maar hierdoor heb ik de CV-ketel niet nodig om warm water te maken in de keuken. Geen stilstandverliezen (die vooral optellen bij kortdurig gebruik van warm water).

Efficiënt stoken met de warmtepomp: berekeningen van (S)COP

Eerder deze week en vorige week werden er al wat vragen aan mij gesteld, oa door Cheesyfinance: over het stoken met de warmtepomp, wanneer dit gunstig is en de invloed van de buitentemperatuur. Gezien ik hier al wat voorwerk voor had gedaan, is het een vrij eenvoudige vraag om te beantwoorden.

Deze vraag is eigenlijk tweeledig:
1. In het geval van een hybride systeem, waar ligt het omslagpunt tussen gas en elektra.
2. En 2, maar in relatie met 1: bij welke temperatuur stookt een warmtepomp het voordeligst?

Waarom niet meer? Nou vrij simpel: als je uitsluitend een warmtepomp hebt om je huis mee te verwarmen, dan heb je geen enkele keuze en hoef je vraag 1 niet te beantwoorden. Vraag 2 blijft dan wél relevant.

Hybride warmtepompsysteem: het omslagpunt tussen gas & elektra

Eerst maar even het hybridesysteem definiëren: met een hybridesysteem bedoel ik zowel de “hybride-warmtepomp combinatie” zoals de meesten dit kennen uit “de media”. Maar ook een systeem zoals ik in gebruik heb waarbij we met de airco stoken (lucht-lucht warmtepomp) maar ook nog de mogelijkheid hebben om te stoken met een CV ketel op gas.

Beide zijn “hybride”, waarbij de airco wat meer handmatigheid vereist en de hybride warmtepomp wat meer slimmigheid heeft ingebouwd (als in “vooringestelde parameters”)

In de basis is het heel simpel: het is een vergelijking tussen de gasprijs en de elektriciteitsprijs. Voor dit vergelijk stellen we de gasprijs op 3,50 EUR per m3 en elektriciteit op 0,85 EUR per kWh. Dat ligt in lijn met de prijzen zoals Greenchoice die voorstelde aan mij.

Dit lijkt een simpele keuze: elektriciteit is veel goedkoper per eenheid, dus nemen we elektriciteit. Zo simpel ligt het echter niet: een kubieke meter gas bevat namelijk 35,17MJ aan energie. Een kWh elektriciteit slechts 3,6MJ. Als we dit gaan omrekenen naar MJ betekent dit “dus” een prijs van respectievelijk 0,099 EUR per MJ en 0,236MJ.

En hier komt de COP tevoorschijn. Of de SCOP (da’s de COP met de S van Seizoen er aan vast). De COP is een maat voor de prestatiewaarde: hoeveel elektriciteit heeft de warmtepomp nodig om een bepaalde hoeveelheid energie uit de lucht te halen?
De formule is tamelijk eenvoudig: de prijzen per MJ door elkaar delen. We doen dan een aanname van een 95% efficiency van de CV-ketel (die is per definitie nooit 100). De uitkomst is dan dus 2,27 (0,104 delen door 0,236).
Dit kunnen we ook in kWh’s doen: 3,50 / 9,8 (warmteinhoud in kWH) = 0,3571 EUR per kwh (en met efficiency verlies dus 0,37. Elektra kostte 0,85. 0,85/0,37= 2,29. Het verschil zit ‘m in de afrondingen: rekenen in MJ is nauwkeuriger dan in kWh.

De COP is echter afhankelijk van een aantal factoren. Namelijk de buitentemperatuur en de afgiftetemperatuur. En uiteraard de kwaliteit van het toestel zelf. De SCOP van het toestel moet vermeld worden en bedraagt bij mij 4.1 (volgens de NEN-norm 14511 meen ik).
Bij watergebonden-systemen (binnenzijde aan een vloerverwarming bijvoorbeeld) is de (S)COP hoger, omdat de afgifte temperatuur lager ligt.
Enfin: je ziet al dat bij de prijsverhoudingen op dit moment, het vrijwel altijd gunstig is om te stoken met de airco. Het omslagpunt (~2,3) ligt ruimschoots onder mijn normwaarde en wat je sowieso mag verwachten van een dergelijk systeem (4.1 of hoger).

Bij welke temperatuur stookt een warmtepomp het voordeligst?

Nu komen we uit bij het volgende punt: bij welke temperatuut stookt een warmtepomp het voordeligst en hoe kun je hier voordeel uit halen?

Algemeen kun je stellen dat de COP toeneemt bij hogere temperaturen. Des te hoger de temperatuur, des te hoger de performance. Er zit immers meer energie in de lucht, waardoor de compressor minder hard hoeft te werken om het er uit te halen. Dit verschil is significant groot!
Onderstaand staat een grafiek zoals deze typisch is voor een middenklasse warmtepomp, met een afgiftetemperatuur van 35C. Dat zou voor mijn huis volstaan, vandaar. Grofweg gezegd is het voordeliger om met de warmtepomp te stoken (tov. gas) tot ongeveer -15. Daar duikt de SCOP van dit systeem onder de 2.3.

Echter, het aantal uren dat het kouder is dan -20 is op 1 hand te tellen, per eeuw…Het komt simpelweg zelden voor. Daar hoef je dus eigenlijk nauwelijks rekening mee te houden.
Maar je kunt er wel iets anders mee doen!

Namelijk: stoken als een pro!

Want nu kunnen we écht leuke dingen gaan doen.
Voor dit doel kijken we naar een typische winterdag zoals deze zo vaak optreed. Om middernacht is het iets onder de -2C. In de nacht koelt het af naar -3.2, de laagste temperatuur van dit etmaal. Tussen 3 en 4 warmt het op en de temperatuur loopt op tot bijna 6 graden midden op de dag. Onderstaande temperatuurgegevens komen van een winterdag in De Bilt, 1 januari 2021.

Stel je nu voor dat je een “dom” systeem hebt. Geen anticipatie, geen slimmigheden. Iets wat alleen reageert op het hier en nu. Het systeem zal nu ’s nachts gedwongen zijn om bij te verwarmen. Het “weet” niet dat het later die dag (sterk) op gaat warmen. Eeuwig zonde! Want overdag stook je in dit geval significant efficiënter.
Als we de COP van dit systeem om 3 uur ’s nachts op “0” zetten, kun je zien wat het effect is van later verwarmen:

Een zinvolle toepassing is dus het niet stoken van middernacht tot pak ‘m beet 3 uur. Daarna is het al 5% efficiënter om te verwarmen: je hebt 5% minder energie nodig om dezelfde warmte binnen te krijgen. Enkele uren later is dit al meer dan 20%. Dat zijn serieuze verschillen!

Het wordt natuurlijk nóg interessanter als je hier dynamische uurtarieven tegenover zet. Dat verandert namelijk niet alleen het omslagpunt tussen CV-ketel en de warmtepomp, maar ook welke uren het voordeligst zijn. Nu heb ik wel gekeken naar de tarieven op 1 januari 2021. Maar daar wordt je niet vrolijk van. Wat was energie toen (belachelijk!) goedkoop! Onderstaande tarieven zijn namelijk inclusief ODE & BTW!

Maar we zijn er nog niet! Want bovenstaande moet je eigenlijk ook in percentages uitrekenen, met hetzelfde nulpunt, gekozen op het koudste moment van de dag. Toevallig was toen ook de elektriciteitsprijs het hoogst van de dag zo ongeveer, en was dit dus zéker een moment om niet te verwarmen. Onderstaande kun je het best zo interpreteren: de goedkoopste momenten zijn de momenten waarop het verschil tussen de lijnen het allergrootst is! Zo is het eind van de middag buitengewoon onvoordelig door de oplopende elektriciteitsprijzen en is het in de ochtenduren (tussen 3 en 8) quasi gelijk, ondanks de lagere temperaturen die er op dat moment nog waren.

Als ik nu toch enig technisch inzicht had wat ik nuttig in kon zetten…Dan had ik een softwareprogramma geschreven die dit gewoon “real-time” doet, met voorspellende waardes en gewenste comfortlevels.

Gratis energie: de zon door de ramen en de effectiviteit in de winter

Het is wellicht een schokkende mededeling, maar toch niet minder waar: in de winter staat de zon lager aan de hemel dan in de zomer. Navenant volgt dat er minder energie op het aardoppervlak valt: de weg die de zon door de atmosfeer moet afleggen is langer, en de energie wordt verdeeld over een groter oppervlak (zgn. projectie). Hoe dit allemaal precies werkt kun je lezen bij Nemo.

Nu gaan we naar de significantie voor ons, de gewone mens, mede naar aanleiding van een blogpost van Aaf (Zuinigaan). Voor de mensheid en maatschappij heb ik een aantal plaatjes gemaakt. In Paint, zoals je gewend bent van mij en wat lekker “lichte” plaatjes oplevert (weinig bandbreedte nodig). Die plaatjes volgen verder naar beneden. Eerst ga ik uitleggen wat de “zontoetredingsfactor” is, of in het Engels de “Solar Heat Gain Coefficient”. In mijn industrie noemen we dit de G-value. Jep, dit spul is volledig onderdeel van mijn werk!

Zontoetredingsfactor of G-Value

De zon schijnt op aarde met een bepaald vermogen. Dit nemen we doorgaans als een constante waarde, zijnde 1000W. Hiermee bedoelen we te zeggen dat er op het midden van de dag een totaal vermogen is van 1000 watt per vierkante meter grondoppervlak. Dat is enorm, en het is dan ook niet verbazingwekkend dat het warm aanvoelt in de zon.

Deze 1000W is verdeeld over een aantal bandbreedtes: ultraviolet, zichtbaar licht en infrarood. Dit is belangrijk: de meeste mensen denken dat “warmte” alleen uit het infrarood-bereik komt. Dat is volstrekte nonsens.
Ongeveer 4% van de energie zit in het ultraviolette bereik: UV-A en UV-B. UV-C bestaat ook, maar wordt volledig geabsorbeerd door de atmosfeer. In de winter wordt door de langere weg in de atmosfeer ook UV-A en UV-B geabsorbeerd door de atmosfeer (mits op zeeniveau) op ons geografische breedte.

De overblijvende 96% is vrijwel gelijk verdeeld over het infrarood-bereik en het zichtbare licht. Met andere woorden: zelfs als je alle infrarood wegfiltert, komt er nog bijna 500W vermogen op de grond. En vice versa: als je al het zichtbare licht weg zou halen, maar niet het infrarood gedeelte, wordt het nog steeds warm.

Tot zover de energie van de zon. Nu gaan we naar absorptie, lichttransmissie, emissiviteit en de G-waarde. Die laatste wordt ouderwets ook wel de “zontoetredingsfactor” genoemd. Relevant in de (woning)bouw.

We nemen een ruit, bestaande uit glas. Zelfs het helderste glas is niet volledig transparant. Dat lijkt wel zo voor de leek. Maar bedenk goed: de voorruit van je auto heeft een lichttransmissie van 70%. Een gedeelte wordt geabsorbeerd: hoe helderder het glas, des te kleiner de absorptie. Een gedeelte wordt gereflecteerd en dit noemen we meestal de emissiviteit. Een spiegel heeft een emissiviteit van 0 (alle energie wordt weerkaatst). Glas doorgaans 0.9; het laat immers nogal veel licht door. Maar toch is die 10% wel relevant. De emissiviteit en de absorptie bepalen (heel simplistisch) de lichttransmissie van zichtbaar licht. Die lichttransmissie is onderdeel van de totale G-waarde. De totale G-waarde van het glas wordt bepaald door de lichttransmissie, absorptie of reflectie van IR via coatings en eventuele conductie door het glas heen.

Verwar dit niet met de isolatiewaarde. Die staat hier volledig los van. Je kunt met enkelglas fantastische G-waardes behalen, maar geen enkele isolerende werking. Je kunt met triple glas prachtige isolerende waardes behalen, maar de G-waarde heeft er doorgaans wel onder te leiden. De G-waarde ligt altijd tussen de 0 (helemaal niets) en 1 (het maximale, ook wel 100% genoemd…).

Ze zijn echter niet te correleren aan elkaar: in een dubbelglas kom je G-waardes tegen van 0.2, maar ook van 0.4 of 0.6. In triple glas doorgaans onder de 0.4. De G-waarde wordt loodrecht gemeten op het glasoppervlak en houdt dus geen rekening met de hoek van instraling (waarbij de relatieve reflectie groter is). Bij de ZTA wordt wel gemeten onder een hoek, maar deze komt in moderne normen voor bouw niet meer voor (gelukkig, zeg ik er even bij).

Enfin. Door naar de significantie hier van: zontoetreding in de winter!

Zontoetreding in de winter

In de winter willen “we” een zo groot mogelijke G-waarde hebben. En eerlijk gezegd geldt in Nederland als relatief koud land niet alleen “de winter”, maar de gehele periode van oktober t/m mei. Veruit het grootste deel van het jaar. In de zomer wil je een lage G-waarde, maar er zijn nog maar weinig dynamische systemen op de markt die dit voldoende kunnen reguleren (schakelbaar glas).

In de zomer kun je dus beter kiezen voor slimme aanplanting, externe zonwering en grote overstek.

Terug naar de winterperiode: de zonkracht in Nederland is best groot. Groter dan je zou verwachten. En we hebben een additioneel voordeel: de hoek waarop de zon naar binnen schijnt is veel kleiner en dus bijna parallel. In het midden van het land staat de zon op ongeveer 15 graden rond midden december en meer dan 60 graden in juni.
Zie het onderstaande plaatje:

Mocht je oktober en november missen: oktober is quasi-gelijk aan februari, en november ongeveer gelijk aan januari

Het plaatje verdient geen schoonheidsprijs, maar hé: het is avond en het beeld is duidelijk denk ik.

Nu kunnen we eens gaan kijken naar het maximale vermogen per vierkante meter, midden op de dag in het midden van de maand, in het midden van het land.

Wát een enorm verschil is dit! Iets minder dan 300W per m2 in november-januari en bijna 1000 in de periode april t/m augustus. Maar om te kijken naar de mogelijkheid om deze energie te gebruiken, moeten we ook kijken naar de hoek waaronder de zon invalt. Hoe groot is het vermogen wat op een loodrecht vlak valt, ofwel een raam in een muur:

Zoals je ziet wordt het nu een heel ander verhaal. De zon staat in juni dermate hoog aan de hemel, dat er veel minder directe straling is op het vlak dan in pak ‘m beet april. Het aantal uren op deze hoogte is in de winter natuurlijk wel relatief klein: de zon staat überhaupt nog geen 8 uur boven de horizon in december.

Maar áls de zon schijnt, dan heb je er wel degelijk veel voordeel van. De waardes moet je uiteraard nog vermenigvuldigen met de G-waarde. Met een G-waarde van 0.5 heb je nog altijd ruim 135W aan zonne-winst in je woning: per vierkante meter glas!

370 EUR terug van Greenchoice

Ons energie-boekjaar liep van juli t/m augustus vanwege verhuizingen. Maar we hebben een keertje een tussentijdse contractaanpassing gehad bij Greenchoice, met als gevolg dat onze contractdatum anders was dan de jaarlijkse afreking. Ons energiecontract liep dan ook af in oktober. En niet in augustus.

Maar na het debacle van de aangekondigde prijsverhogingen (vlak van tevoren, waardoor er geen tijd meer was voor reactie in de zin van overstappen), hebben wij besloten over te stappen. Na meer dan 12 jaar trouwe klant te zijn geweest, hebben we Greenchoice gedag gezegd.

Simpelweg omdat ik vind dat je het niet kunt máken om pas 10 dagen vooraf (het waren er zelfs 9) de prijzen aan te kondigen. We hadden wel een stijging aan zien komen uiteraard. Ik ben niet gek, en ik denk dat mijn reputatie op energiegebied inmiddels voldoende groot is om te zeggen dat ik toch iets weet van deze markt.

Maar een prijs van 1.04 EUR per kwh en 0.70 in het daltarief, vond ik ridicuul. En 3,44 voor een kuubje gas vond ik al helemaal om te huilen!

We gingen dus overstappen, zoveel was duidelijk. Uiteraard naar een dynamisch contract, zoals het een energienerd betaamt. En daar gedijen we goed bij.
Ondertussen moesten we natuurlijk nog wel de voorschotten van augustus, september en oktober betalen. En omdat we niet gerekend hadden op een prijsstijging die dermate achterlijk was, maar wel op “een” stijging, hadden we het voorschot op 100 EUR gezet. In plaats van de 40 EUR die aangeraden was.

En uiteraard waren augustus, september en oktober ook nog een prima zonne-maanden. Een lang verhaal kort: we krijgen 370 EUR terug van Greenchoice!

Dat komt wel goed uit!

Eerlijk gezegd komt me dat nu ook wel goed uit. Want onze voorschotten bij EasyEnergy zijn gebaseerd op jaarlijkse sommen, verdeeld over het jaar. Zonder dat ze onze consumptie echt kennen. Met andere woorden: we zijn klant geworden op 26 oktober en hebben op 1 november de incasso gekregen voor de maand november.

590 EUR. Autsj! Dat betaalden we normaal per jáár! En midden november kwam het voorschot van december er bij: nog een dikke 700 EUR er bij. Autsj! Inclusief de energiecompensatie hebben we 1110 EUR betaald aan voorschotten in november. En dat doet wel pijn…

Gelukkig krijgen we nu in december dus 370 EUR. En naar alle waarschijnlijkheid een verrekening van de maand november ter waarde van ongeveer 400 EUR. Als het voorschot voor januari gelijk gaat zijn aan december kijken we aan tegen energielasten van ~150 EUR voor de maand december.

December zelf zal op energetisch gebied redelijk desastreus verlopen. Het is donker: de zon schijnt nauwelijks tot nu toe. En het is vrij koud, Generatie Z noemt het zelfs winter. We gebruiken dus veel energie om alles warm te houden. Zonde. Maar onvermijdelijk.

Energiecrisis-winter-survival-pakket & creatief besparen op je energierekening

Het is een soort van winter in Nederland. In ieder geval een soort winter die millenials en generatie Z als “winter” klassificeren. In ieder geval is het te koud buiten om zonder verwarming comfortabel in je huis te kunnen vertoeven. Tegelijkertijd is het allemaal te duur om met verwarming comfortabel te kunnen zijn. Dus moeten we creatief zijn.

Eerder hebben we al gelezen (voor de vast lezers) over hoe warm je het huis minimaal moet stoken. Niet omdat het verwarmen van vochtige lucht meer energie kost. Dat is onzin. Maar omdat het anders te vochtig wordt en je vochtproblemen krijgt.

Ook hebben we al gelezen over het lager zetten van de verwarming (doen!) als je er niet bent, het plaatsen van een pompschakelaar voor de vloerverwarming, aanbrengen van radiatorfolie en radiatorventilatoren en het terugbrengen van de temperatuur van het verwarmingswater. En ook over het aantrekken van een lekker warme trui. En uiteraard heb je álle verlichting al vervangen naar LED maar laat je wel lekker de kerstboom aan.

Maar dan nog zullen de kosten flink oplopen. Er valt nu eenmaal niet te ontkomen aan het natuurkundige feit dat een object warmte verliest als de omgeving kouder is. Dus heb je een soort survivalpakket nodig. De onderstaande links zijn affiliatelinks. Als ik toch iets schrijf, kan ik net zo goed iets nuttigs doen met de verwijzing.
En die is vrij simpel: met een plaid, een kruik, sloffen en meerdere laagjes kleren ben je al een heel eind! De meeste van deze artikelen kun je ook heel goedkoop scoren bij de Action of de Scapino.

Maar op een serieuze noot: een kruik vul je met warm water en geeft gedurende lange tijd veel warmte af, direct aan het lichaam. Ik ga niet in op de gezondsheidsclaims die sommige fabrikanten doen. Zoals dat het “diep in je lichaam binnendringt” en dergelijke roeptoeterij. Daar heb ik geen kaas van gegeten. Maar ik weet wel dat Lieftallige Echtgenote dól is op haar kruik. Zelf vind ik het vreselijk. Ik zit dan weer liever met een plaid (da’s een dekentje) op de bank. Ook als het niet stervenskoud is in huis. Ik heb het eigenlijk nooit koud, ik vind het gewoon lekker.

Ook loop ik thuis altijd op blote voeten of op sloffen. Nooit (of zelden) op schoenen. De sloffen houden mijn voeten lekker warm. En als je warme voeten hebt, heb je het minder snel koud.

Creatief met warmte omgaan

Bovenstaande ligt allemaal behoorlijk voor de hand. Dus nu gaan we creatief zijn. Of een vrek…
In ieder geval: als je van plan bent om ergens heen te gaan, dan zet je uiteraard de verwarming lager. Ga dan vooral als het koud is! Want dan heb je daar het grootste voordeel van.

Als je ergens heen rijdt met de auto, geldt dat de verwarming in de auto gratis is. Mits het een ouderwetse dino-ploffer is tenminste. Die genereren zoveel restwarmte, dat deze het interieur in geblazen wordt. Zonder er extra brandstof voor te verbranden: als er geen warmtevraag is in de auto gaat de warmte via de radiateur bij de motor naar buiten.

Ga dus op koude dagen met de auto ergens heen – en blijf lang weg. Niet even een uurtje naar een winkel. Nee, lekker de héle dag naar de Ikea (is de koffie daar nog steeds gratis met je Family-card?). Of naar de kerstshow in de Intratuin. Of gewoon van winkel naar winkel struinen, lekker buiten in de bossen lopen of over de hei. Maakt niet uit. Maar wees uithuizig (en koop dan geen dingen ín die winkels!).

Denk er wel aan: stap niet uit de verwarmde auto direct de woning binnen. De auto kun je straffeloos op 21 graden zetten, maar je woning lijkt daarna koud. Beter kun je dan nog even iets buiten doen of gewoon een rondje lopen, voordat je naar binnen gaat. Dan lijkt de woning tenminste weer warm.

Hetzelfde geldt voor tuinonderhoud. Ga lekker buitenwerken in de tuin als het koud is (niet snoeien als het vriest). Dan lijkt het daarna gegarandeerd warm binnen.

Een wellicht leuker tijdverdrijf is afspreken met vrienden. Lekker rouleren om de lasten te verdelen. Maar dit heeft veel voordelen. Ten eerste: als je niet thuis bent kan de verwarming en verlichting uit. Dat scheelt in ieder huishouden wat niet thuis is. Ten tweede: het gezin die de vrienden ontvangt hoeft óók minder te stoken. Want mensen geven aardig wat warmte af. En de zeer prettige bijkomstigheid is dat het gezellig is. (als het niet gezellig is, is het tijd voor nieuwe vrienden!)

En verder? Sterkte. Dit soort dagen (het is 5 december als ik dit schrijf) kosten ons 20 EUR per dag. En dat in een goed geïsoleerd huis, zonder vaatwasser, wasmachine en de auto’s op te laden. Dat is dik 600 EUR per maand en zal voor velen veel erger zijn.

De radiatorventilator: waarom dit écht werkt

We zitten midden in een energiecrisis. En dat is te merken aan van alles, maar natuurlijk in de eerste plaats aan de energierekening. Allerhande tips komen voorbij om te besparen, waaronder en vooral ook op dit blog.

Eén van de tips is het toepassen van een radiatorventilator. En dat werkt écht. Maar waarom werkt dit, en hoe?
Dat zal ik hieronder uitleggen. Zelf heb ik geen radiatorventilator, simpelweg vanwege het feit dat ik geen radiatoren heb. Sommige van de links in dit blog zijn affiliatie links (naar bol.com). Deze plaats ik alleen als ze relevant zijn. En omdat ik partner ben van bol mag ik onderstaande afbeelding conform de voorwaarden gewoon gebruiken. En nu weet jij in één oogopslag hoe het er uit ziet!

een radiatorventilator “Heat Booster” zoals te koop via Bol.com

De werkzaamheid van een radiator

Eerst gaan we kijken naar de klassieke werking van een radiator. Warm water wordt geproduceerd door (meestal) de CV-ketel. Deze verbrandt gas en warmt daarmee het water op. De pomp van de CV-ketel pompt het water naar de radiatoren. Die worden warm en door het warm worden geven ze warmte af aan de lucht.
Warme lucht stijgt op. Deze warme lucht wordt verspreid, doordat deze bijvoorbeeld tegen het plafond aan”knalt” en vanaf daar verspreid. Continu, omdat er aan de achterkant geduwd wordt door nieuwe warme lucht. De warme lucht koelt af, zakt naar de grond en wordt weer aangezogen door de radiator.

Deze luchtstromingen kunnen best sterk zijn: kijk maar eens naar lichte gordijnen of blaadjes van planten die bovenop de verwarming staan. Deze vorm van verwarming heet “convectie”.

Er is nog een manier waarop een radiator zijn warmte kwijt raakt: straling. Des te warmer de radiator, des te groter is het stralingsgedeelte. Uiteraard kun je er ook tegenaan gaan zitten. Dan heb je conductie. Dat is de minst relevante vorm van warmteverspreiding van een radiator-systeem.

Straling voelt erg prettig, maar is ook érg lokaal. Het kan er zelfs voor zorgen dat je het kouder krijgt. Als je voor een hete radiator staat in een koude kamer, dan voel je warmte als straling op je huid. Maar er wordt aan de onderzijde koude lucht aangezogen, die ook nog eens beweegt. En je dus afkoelt.

Aan de uitgangzijde van de radiator stroomt het afgekoelde water terug naar de CV-ketel. Althans, als het goed is, is dit water afgekoeld. Dit is onderdeel van het waterzijdig inregelen: het water mag niet te snel door het systeem heen stromen, want dan krijgt het water niet de kans om zijn warmte af te geven!

Maar wat doet nu die radiatorventilator?

Wat doet een radiatorventilator? Die zorgt voor een gedwongen circulatie van lucht. Dit komt flink ten goede aan de effectiviteit van de convectie. De warme lucht verspreid zich sneller en daardoor gelijkmatiger door de ruimte. Daardoor is het temperatuurverschil binnen de ruimte sneller kleiner (verwarrende zin: in een korter tijdsbestek wordt het temperatuurverschil tussen het midden van de kamer en de radiator dus kleiner).

Hierdoor neemt de luchtstroom van koude lucht af en is de ruimte dus gemiddeld warmer. De radiator zelf zal minder stralen, waardoor het gepercipieerde temperatuurverschil nog kleiner is.

Maar hoe bespaard dit energie?

Eigenlijk zit de energiebesparing helemaal niet in het verspreiden van de warmte, of het sneller opwarmen. Nope. Pertinent niet. De échte werkzaamheid van de radiatorventilator is het forceren van de warmte-afgifte.

De warmte-afgifte verloopt beter, “dieper” als het ware. Het water in de radiator koelt verder af, want door de geforceerde luchtbeweging is er meer lucht wat langs de warme radiatorbladen stroomt. Dit afkoelen van water is bijzonder voordelig, want daardoor kan er niet alleen meer warmte worden afgegeven aan de ruimte. Maar óók is de retourtemperatuur van het water lager, waardoor je CV-ketel efficiënter draait en meer vermogen kwijt kan zonder te gaan pendelen en wél te blijven condenseren.

Dankzij de condensatie (met dank aan het koude retourwater) komt er condensatiewarmte vrij uit de rookgassen. Dit scheelt zomaar 10-15% in de efficiëntie van de ketel. Dáár zit de echte waarde (nog los van het comfort).

Uiteraard dien je eerst radiatorfolie toe te passen.

Zelf maken van de radiatorventilator

Het is ook vrij eenvoudig om zelf een surrogaat hiervoor te maken. Dit doe je eenvoudigweg met een pompschakelaar en een ventilator die je in de zomer ook gebruikt. Deze pompschakelaar is niets meer dan een stopcontact die geschakeld wordt op basis van een zogenaamd thermokoppel.

Deze thermokoppel zorgt er voor dat er stroom op het stopcontact staat als er warm water door de (retour)leiding stroomt. Ideaal: dat is het moment waarop je met een ventilator de warmte wilt verspreiden.

Er vanuit gaande dat je al een ventilator hebt, is dit een voordeligere (en net iets minder effectieve) manier om hetzelfde resultaat te bereiken.

Overigens: als je nog een vloerverwarming hebt van vóór 2013, koop dan sowieso een pompschakelaar! De pomp van de vloerverwarming draait anders eeuwig – en dat kost bakken met energie (tot wel 60W continue, dus honderden kwh per jaar!

Dunkelflaute: waarom een dynamisch uurtarief niet voor iedereen geschikt is

Al eerder heb ik geschreven over mijn flexibele ofwel dynamische energiecontract. Een contract waarbij je 1 dag van te voren (dwz, tussen 15 en 16 uur ’s middags) de tarieven kent voor de volgende dag. Deze tarieven zijn ieder uur anders voor elektriciteit, en voor gas geldt dezelfde prijs doorgaans de hele dag.

Maar ik heb in die blogposts ook al geschreven over de voorwaarden wanneer het gunstig is om een dergelijk dynamisch contract te hebben. Namelijk als je véél energie verbruikt én daar flexibel mee om kunt gaan. Hiermee bedoel ik niet het uitgesteld starten van een wasmachine of vaatwasser (al helpt dat zeker ook), maar vooral een elektrische auto en warmtepomp.

Voor deze apparaten geldt namelijk dat ze niet per se hoeven te laden op het moment dat je ze wilt gebruiken. Vergelijk het met een TV: je kunt niet om 20 uur kijken en om 3 uur ’s nachts de energie er voor afnemen. Dit gaat tegelijkertijd. Uiteraard kún je de wekker zetten om op een goedkoop moment te gaan bingewatchen, maar dat doe ik zelfs niet. Beter kun je dan gewoon niet kijken!

Maar de elektrische auto kan ik prima op zondagnacht laden tegen 0 cent, als ik deze pas woensdag nodig heb. De warmtepomp kan ik ook laten draaien als de stroom goedkoop is; de warmte wordt opgenomen door de massa en blijft daarmee langere tijd hangen.

Maar nu hebben we Dunkelflaute

Eerder deze week werd me gevraagd door CheesyFinance hoe het zit met de risico’s van hoge prijzen op momenten dat ik het nodig heb. Tot nu toe hebben we stevige mazzel gehad: een aantal windrijke nachten en zeer veel zonneschijn.

Nu is dat voorbij: het is windstil de komende dagen, en bewolkt danwel mistig. Dat noemen we met een mooi Duits woord “Dunkelflaute“, ofwel donkerflauwte. Je snapt het principe. Er is geen windenergie beschikbaar en geen zonne-energie die geproduceerd wordt onder deze omstandigheden. En dit midden in de werkweek: van maandag t/m donderdag of zeker woensdag.

En dat heeft nogal wat gevolgen voor de stroomprijs. Want vanwege de “merit order” wordt de prijs van de duurste bron betaald en met het afwezig zijn van zon & windenergie worden er duurdere bronnen ingezet om te voldoen aan de energievraag. Kijk maar eens naar de 2 grafieken hieronder. De een is van vandaag (28 nov) en de ander van 7 november. Allebei een maandag, om het een beetje gelijkwaardig te houden.

Het gemiddelde tarief ligt vandaag maar liefst 3,5x zo hoog als op 7 november. De piek iets minder dan 3x zo hoog. En het laagste tarief oneindig maal hoger, want de eerste 4 uren op 7 november kenden een tarief van 0ct per kWh.

Dat is dus het risico: je moet hiermee om kunnen gaan. Want hoeveel dagen kun je de vraag wegschuiven omdat de stroom duur is? De vaatwasser ongeveer 1 dag. De was een dag of 3-4 en de elektrische auto is afhankelijk van de dag dat het duur is. Deze parkeren we op donderdagavond en hoeft pas dinsdagochtend weer gebruikt te worden. Maar dan wel 3 dagen achter elkaar, waarbij we iedere dag moeten laden. De conclusie is dan ook dat dit een dure week gaat worden op energetisch gebied!

En daar zit de crux met salderen

Als je saldeert via traditionele energieleveranciers, heb je van bovenstaande geen last. Bij salderen wordt het deel wat je in de zonnige maanden méér opwekt dan verbruikt weggestreept tegen het hogere verbruik in de donkere maanden.

Het is een beetje alsof je appels naar de markt brengt in maart, die de fruitkraam daar tegen lage prijzen verkoopt omdat er zoveel appels zijn. En tegelijkertijd maak je de afspraak dat als de appels scháárs zijn, je ze tegen dezelfde prijs mag terugkopen. De fruitboer moet dan maar zorgen dat hij ergens anders appels vandaan haalt.

Er is voor jou echter geen enkele prikkel om minder appels te gebruiken in de schaarse periodes. Want je krijgt ze tegen dezelfde prijs! Lekker dooreten dus!

Zoals je ziet ben ik geen voorstander van het salderen. Het haalt de prikkel weg om zuinig te zijn en wentelt de kosten af op de mensen die géén zonnepanelen hebben. Ridicuul. De appeltelers hebben altijd goedkope appels, maar de mensen zonder tuin zijn altijd het haasje om dure appels te mogen kopen.

Bij een dynamisch contract betaal je de dán geldende marktprijs die nu enkele dagen hoog zal zijn. Dat betekent dat wij nu minder gaan verbruiken. Verbruik wordt uitgesteld tot een goedkoper moment, en afgesteld als het kan. Ja, er valt altijd iets te optimaliseren.
Op dit moment betekent het dat de elektriciteitsprijs zó hoog is dat het gunstiger is om de PHEV te pakken.

Het betekent ook dat het gunstig is (financieel gezien) om de vloerverwarming te gebruiken (die loopt op gas). Dat doen we nu dan ook eventjes. De vloerverwarming zal het huis weer even door & door verwarmen (althans, de benedenverdieping) en daarna blijft de warmte nog lange tijd hangen.

Aan het eind van de week zal het weer iets meer gaan waaien, en iets zonniger worden. Dan profiteren we weer maximaal van de lage tarieven.

En laten we 1 ding niet vergeten: zelfs de momenteel hóge tarieven met de Dunkelflute liggen nog altijd bijna 50% lager dan het tarief wat Greenchoice voorstelde!

Verwarming wel of niet lager ’s nachts: laten we het eens uitrekenen!

Dit bericht is een ge-update uitvoering van de oorspronkelijke post van november 2021.
Noot: er stond een rekenfout in, die nu hersteld is. Bedankt Dien!

Gister las ik een artikeltje op de site van het RTL Nieuws: Fabel of feit: ’s nachts de verwarming uitzetten kost meer energie. Een hoopgevende titel, speciaal voor mij gemaakt. Immers, het doet al heel lang de ronde dat je beter niet de verwarming uit kunt zetten ’s nachts (of juist wel) om energie te besparen.

Nu dacht ik: ze zullen het wel uitleggen. En nog goed ook. Maar nee, het bleef weer bij half-bakken-werk: Het hangt af van de situatie, hoe goed je huis geïsoleerd is, etc. Wel nu: Dat is pas een fabel.

Zo wordt er gezegd dat je bij beter geïsoleerde huizen de woning beter slechts 2 graden kunt laten afkoelen en slechter geïsoleerde woningen met 5-7 graden. Dit is natuurlijk, je voelt het al, je reinste quatsch. Mooi Duits woord voor onzin en minder grof dan bullshit. Ook al is het dat óók.
Immers, ongeacht of je woning goed of niet goed geïsoleerd is, kun je de thermostaat rustig 5-7 graden terug zetten. Bij een goed geïsoleerde woning zál de temperatuur nauwelijks terugzakken en bij een slechter geïsoleerde woning wel.

Hetzelfde geldt bij vloerverwarming: deze kan ’s nachts gerust iets afkoelen. Dan warmt-ie in de ochtend weer op. Geen probleem. Waar het om gaat is dat het verwarmen in een traag tempo gaat: traag genoeg om in het laagste bereik van de CV-ketel te opereren. Dan maakt de ketel maximaal gebruik van de condensatie-warmte van de rookgassen die het retourwater opnieuw opwarmen. En dat, beste lezers, is het principe van de HR (hoogrendement) ketel. En ook de reden waarom witte rook bij een woning betekent dat de CV-ketel véél te hard werkt. Een goed afgesteld verwarmingssysteem geeft géén rook/stoom behalve bij het douchen/warme tapwater.

Rekenen dus: hoeveel energie gaat er verloren

Het artikel van RTL is op een aantal gebieden wel aardig. Zo leggen ze prima uit dat energie altijd verloren gaat: ook als je ’s nachts de ruimte warm houdt. Het is dus onmogelijk om energie te besparen door de woning wárm te houden. Sterker nog: het warmteverlies is groter. Hoeveel groter? We rekenen het uit!

Iedere woning heeft muren en ramen. Voor de rekenvoorbeelden gebruik ik mijn eigen woning.

Onze woning is gebouwd in 1996 en heeft een spouw van 10cm. Onze woning heeft daarmee een U-waarde van ongeveer 0.4. Dit betekent dat iedere vierkante meter een warmteverlies heeft van 0.4W, per graad temperatuurverschil tussen binnen & buiten. De oppervlakte van mijn muren is 86m2, minus 20.36m2 ramen. Netto dus 65,64m2.

Ons huis is verder gebouwd als zgn. 1.5 woonlaag. Dit betekent dat op de verdiepingsvloer reeds het schuine dak begint. Dit zorgt voor een enorm dakoppervlak. Deze heeft eveneens een U-waarde van 0.4. Ik reken echter met 0.6, omdat er bij schuine oppervlaktes anders gerekend moet worden. Ons dak heeft een oppervlakte van 140m2.

De ramen zijn zoals gezegd 20.36m2 en hebben een U-waarde van 3.

We rekenen met een binnentemperatuur van 18C. Beneden is deze iets hoger, boven lager. Maar we houden het makkelijk. Het warmteverlies is als volgt:
65,64* 0.4 +140*0.6+20.36*3= 171,34W/m2/K. Dit wil zeggen dat er per graad temperatuurverschil met buiten, de woning 171W energie verliest. In een uur is dit dus 171Wh.

Bij een buitentemperatuur van 0 graden is dit dus 18 maal zoveel (immers, de binnentemperatuur was 18C): 3084Wh ofwel 3.1kWh. Per uur. Om dit rekenvoorbeeld eenvoudig te houden, gaan we er even vanuit dat dit de gemiddelde temperatuur is van 17h (zonsondergang in deze tijd van het jaar, grofweg) tot 8:30. Dit is een periode van 15.5 uur.

Hoeveel warmteverlies betekent dit? Uiteraard 15.5* 3084: 47,8kWh. Gezien de meeste mensen op gas stoken, moeten we dit even terugrekenen naar gasverbruik. 1kWh bevat 3.6 megajoule aan energie, en 1m3 gas bevat 35,19 megajoule. Dit levert een gasverbruik op over deze periode van 4,9m3.

Nu laten we de binnentemperatuur zakken met 3 graden. Nu is de rekensom: energieverlies per uur * temperatuurverschil * aantal uur = 171,34*15*15.5= 40kWh. Dat is 4,1m3 gas.

U heeft zojuist 0.8m3 gas bespaard in één nacht.

U begrijpt ook dat deze rekensom vereenvoudigt is ten opzichte van de werkelijkheid. Zo is wind een dominante factor bij warmteverlies, maar dit laat ik buiten beschouwing.
Bovenstaande verandert echter níet per type woning of isolatie. Het enige wat verandert is de eerste parameter: het energieverlies per uur.

Stelt u zich eens voor dat u in een woning woont, met dezelfde oppervlaktes. De spouwmuren zijn nu niet geïsoleerd en hebben een U-waarde van 2,63. Er is gedeeltelijk enkel glas aanwezig. Gemiddeld brengt dit de ramen op een U-waarde van 4,5. Het dak heeft volgens het toen geldende bouwbesluit een U-waarde van 1,16.
Dit geeft het volgende verlies 65,64*2,63 +140*1,16+20.36*4,5 = 426W/m2/K. Oef! 148% méér warmteverlies.
Nu verliest u ’s nachts 426*18*15,5 = 118,85 kWh = 12,16m3 gas per nacht.
De verwarming terugzetten naar 15 graden ipv. 18 graden reduceert dit verlies tot 10,13m3 per nacht.

De winst die te behalen valt is dus wel kleiner, naarmate de woning beter geïsoleerd is.

Waarom dus wel terugzetten en wanneer niet?

Zoals gezegd moet een ketel het werk kunnen doen zonder hard te hoeven werken. Dan worden de rookgassen maximaal gebruikt om het retourwater te verwarmen. Dit betekent dat de ketel niet ingesteld moet staan op een temperatuur van 80°C, maar bijvoorbeeld 60 of 65 (of bij ons, met vloerverwarming, 35°C).
Deze condensatiewarmte levert maximaal 11% rendement op. Dat betekent dus een verbruik van 11% minder. (noot: op zich maakt de stooktemperatuur weinig uit voor het rendement MITS de retourtemperatuur van het water voldoende laag is. Met waterzijdig inregelen kun je zorgen dat water minder snel door de radiatoren stroomt en gelijkmatiger, waardoor ze meer warmte afgeven en het retourwater kouder is. Dit retourwater moet zo koud als mogelijk zijn maar zeker onder de 57C! De ketel lager zetten is in die zin een “quick & dirty fix” om dit voor elkaar te krijgen)

Dit is een interessant gegeven. Immers, stel u voor dat er ’s morgens wel een flinke peut gas verstookt moet worden om de woning op temperatuur te krijgen. Volop witte rook uit de schoorsteen, maar wel lekker snel warm. Dat kan dus voordelig zijn, mits u ’s nachts meer dan 11% bespaard hebt. In bovenstaand rekenvoorbeeld is te zien dat er 1,1m3 gas bespaard wordt door wél nachtverlaging toe te passen. Dat is bijna 17%.

Dus zelfs als u niets wilt inleveren op comfort, is het zeer prima om de nachtverlaging toe te passen.

De meeste artikelen gaan ergens de mist in wanneer het gaat om thermische energie (energieverbruik) en comfort. Sommige mensen zullen het oncomfortabel vinden om in de ochtend met een koelere woning wakker te worden. Vergeet dan dus bovenstaande niet: gewoon alles zo instellen dat het weer warm is als je beneden komt. De plantjes hoeven het niet warm te hebben!

Geldsnor op Kierenjacht

In het afgelopen weekend was het voor het eerst wat frisser. Met een doorstaande oosten-noordoosten wind werd er een aardige bak kou over de Lage Landen uitgestort. En dat was hier wel te merken!
Ons huis is namelijk voorzien van ventilatieroosters “oude stijl”. Vreselijk lelijke ondingen, maar minder lelijk dan het gapende gat in de muur. Ondanks dat de ventilatieroosters afsluitbaar zijn, is het toch altijd de zwakste schakel in de geïsoleerde schil. Hoe zwak? Welnu: er ontstond spontaan condens op het rooster wat aan de windkant gelegen is.

Maar al eerder ging ik op kierenjacht. En die kennis deel ik graag. Wat heb je nodig voor kierenjacht, en hoe maak je de kieren dicht? En waarom?

Kieren maak je dicht om controle te krijgen

Kierendichten heeft alles te maken met controle. Controle over de lucht die binnenkomt. Kieren zijn niet-intentioneel, ofwel “toeval”. Ze laten koude lucht binnen en warme lucht naar buiten. In veel gevallen valt het nauwelijks op, in sommige gevallen is het evident. Die laatste categorie hebben mensen doorgaans wel snel op het oog. De eerste categorie niet, want het valt minder op.

Maar het is niet altijd zo dat een kier “verse lucht” oplevert. In sommige gevallen is het ventilatie, in andere gevallen is het tocht.
Het verschil tussen ventilatie en tocht is vrij simpel: tochten doet het door dezelfde lucht in beweging te zetten. Ventilatie is de aanvoer (en afvoer) van lucht naar en van buiten.
In een hermetisch afgesloten ruimte kan het bijvoorbeeld prima tochten: Als je in een volledig luchtdichte doos aan 1 kant verwarming plaatst en aan de overliggende zijde een glazen plaat, dan ontstaat er een luchtstroom.
Die luchtstroom voelt koud. Er is voor deze configuratie geen aanvoer van verse lucht nodig om tocht te laten ontstaan. Let op dat je met open vuur wel héél veel ventilatie nodig hebt om voldoende verse lucht aan te voeren.

Ventilatie zorgt voor de aanvoer van verse lucht en de afvoer van niet-zo-verse-lucht. De aangevoerde lucht komt van buiten en is in de winterperiode kouder. Door het opwarmen droogt deze uit. Mensen en de huishoudelijke processen zorgen voor vocht en CO2 en allerlei ziektekiemen, en dit wordt weer afgevoerd. Als dit snel genoeg gaat, of eigenlijk te snel, dan wordt dit ervaren als tocht.

Maar niet alle bewegende lucht (tocht) is ventilatie. Er kan via allerlei kieren in de muren en vloeren een verbinding zijn met bijvoorbeeld de kruimpruimte. Dit zijn kieren die je kwijt wilt: ze leveren kou, maar geen verse lucht. Je hebt hier helemaal niets aan!

Een andere mogelijkheid is dat de kieren in dermate grote getale aanwezig zijn, dat er een overschot aan verse lucht is. Deze moet verwarmd worden en zorgt voor erg droge lucht en woningen. Te droge lucht is niet gezond, ivm. uitdroging van de slijmvliezen (heb ik me ooit eens laten vertellen, niet mijn vakgebied). Maar het kost dan ook meer geld dan noodzakelijk om te verwarmen!

Kierenjacht dus!

En daarom ga je op kierenjacht. Dit kan op verschillende manieren. De “echte goede” is met een blowerdoor en een heleboel discorook. Maar dat is niet per se voor iedereen haalbaar.

Begin eerst eens met de hand. De meest kierrijke plaatsen zijn te vinden rondom aansluitingen: vensterbanken, kozijnen en ramen. Vensterbanken lekken vaak lucht aan de binnenkant. Dit is pure tocht, althans als de spouwmuur geïsoleerd is. Dit wil je dicht hebben.

Andere kierrijke plaatsen in huis zijn te vinden rondom de dakaansluiting. Hoeveel liefde ik ook heb voor de bouw: de aansluiting van het dak, met name op zolder, met de gevel is vaak zo lek als een mandje. Dit kun je al hóren op zolder. Zo ook mijn eigen zolder: daar is het rumoeriger dan 1 verdieping lager. En dat terwijl dit hetzelfde dak is (reeds op onze eerste verdieping hebben wij schuine wanden). De aansluiting met de gevel is gewoon slechter afgewerkt.

Een laatste plek waar veel kieren te vinden zijn, als “kier” het juiste woord is, zijn afvoeren naar buiten. Dak- en geveldoorvoeren met name. Het komt niet zelden voor dat er een te groot gat is geboord voor de rookgasafvoer van een CV-ketel bijvoorbeeld.

Als je klaar bent met alles visueel en met de hand te controleren, en uiteraard na het afsluiten, ga je verder met een simpele methode: kaarsjes. Jep, kaarsjes. Buitengewoon ongeschikt om de woning mee te verwarmen, maar een uitstekende verklikker van luchtstromen.

Als je de kier gevonden hebt, maak je deze dicht

Klinkt logisch. En is het ook. Kieren die je vindt maak je dicht. In eerste instantie vooral de kieren die lucht lekken naar onverwarmde ruimtes. Die zorgen wél voor tocht in de warme ruimtes, maar niet voor aanvoer van verse lucht. De vensterbanken zijn dus als eerste aan de beurt.

Je kunt deze dichtkitten met acrylaatkit. Let op: acrylaatkit. Dit is overschilderbaar. En dat is handig.

Na de vensterbanken pak je de kozijnen aan. Kieren langs de binnenzijde kit je af. Deze lekken waarschijnlijk naar de spouwmuur. Kieren waar je daglicht doorheen ziet, laat je nog even zitten. De kans is vrij groot dat je hier grotere maatregelen moet nemen, zoals het vervangen van het kozijn. Afsluiten met PUR is ook een mogelijkheid.

Kieren in deur & raamopeningen sluit je af met tochtstrips. Besteedt bijzondere aandacht aan tuindeuren. Daar heb ik zelf recentelijk, nota bene in Huize Geldsnor, een tweetal kieren van 1cm gevonden. Over een breedte van 145cm!!! Niet gek dat het daar koud was. Er zijn veel verschillende tochtstrips. Schuimrubber-tochtstrips die je ín de openinge stopt, borstels die je onder deuren maakt en rubberenstrips.

Kijk goed wat je nodig hebt. Het merk doet er niet toe. Als de luchtstroom maar gebroken wordt.
Tenslotte kun je nog heel simpel de luchtstroom tussen ruimtes beperken, mits er een deur zit. Uiteraard hou je de deur gesloten, maar er zit doorgaans ook nog een (flinke) kier onder. Deze kun je met tochtborstels onderbreken, of met een tochtrol (ook uitstekend te koop van stof, bij de Action voor 6 EUR). Let op: een tochtrol. Geen tochttrol. Die laatste is de persoon die altijd de buitendeur open laat staan.

Maar hou rekening met je ventilatie!

Ook al kost het niet méér energie om vochtige lucht te verwarmen dan droge lucht, je moet toch rekening houden met je ventilatie. Als je woning tot nu toe altijd geventileerd werd door ongecontroleerd kiergebruik, dan gaat de vochtbalans veranderen. Open dus ventilatieroosters of kleine raampjes.

Als je nog “verticale ventilatie” hebt, dus opstaande ventilatie zonder mechanische werking (motor), hou er dan rekening mee dat er in een onverwarmde of minder verwarmde woning nauwelijks gelegenheid bestaat om verticaal te ventileren. Er is te weinig temperatuurverschil om hier dan nog op te vertrouwen.

Eén van de manieren om hier rekening mee te houden is door een plattegrond te maken van de woning, per verdieping. En een dwarsdoorsnede.

Op de plattegrond geef je aan waar de ventilatie-openingen zitten en eventuele mechanische afvoer.
Hieronder zie je de plattegrond van mijn benedenverdieping. De blauwe vierkantjes zijn de ventilatierooster. De blauwe rondjes andere ventilatiepunten.

Je hebt per persoon ongeveer 30m3 verse lucht per uur nodig. Niet zozeer voor de zuurstof, stikken zul je niet in huis. Maar wel voor het vocht en andere ongezondheden. Op zich voldoet mijn woonkamer daar ruimschoots aan.
Ik kan hetzelfde maken voor boven.

En uiteraard ook voor de zolderverdieping. Op de zolderverdieping is geen ventilatie aanwezig – anders dan in de dakramen die in ventilatiestand staan (paarse vierkantjes). Aan de linkerkant mijn kantoor, aan de rechterkant slaapkamer van zoonlief. Op het dak van de zolder zit wel de dakdoorvoer voor de mechanische ventilatie van de badkamer overigens.

Verticaal ziet het plaatje er dan ongeveer zo uit:

Zoals je ziet laat ik de ramen, inclusief de dakramen, buiten beschouwing. De moraal van het verhaal: met dergelijk simpele tekeningetjes (ik maakte ze gewoon in paint), die niet op schaal hoeven te zijn, kun je in kaart brengen of je voldoende ventileert. Door het afsluiten van kieren zal je minder lucht naar binnen halen – zorg dat het genoeg blijft!