Vandebron en de terugleverings-ophef

Sinds de aankondiging van “Van de Bron” om terugleveringskosten en rekening te brengen, zit ik er een beetje mee in mijn maag. Wat vind ik hier van? Wat speelt er precies, en wat zou ik zelf doen? Maar vooral: wat is geroeptoeter en wat is feitelijk juist.
Daar probeer ik op in te gaan. Eerst ga ik uitleggen waar het om gaat, en waar het nadrukkelijk niet om gaat. Verder ga ik nog in op welke risico’s zij lopen en hopen te beperken.

Allereerst: de terugleveringskosten zijn iets anders dan “terugleververgoeding” en salderen. Salderen is het wegstrepen van leveringen versus afname. Als je meer produceert dan je afneemt, dan krijg je een terugleververgoeding. Deze is momenteel rond de 13ct bij VandeBron.

De terugleveringskosten is een vast bedrag per dag, wat je betaalt aan deze betreffende leverancier. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid stroom die je op jaarbasis terugstuurt. Echter: ook als je saldeert, lever je nog steeds terug. Een rekenvoorbeeldje:
Ik produceer 15kwh energie met mijn zonnepanelen op een dag. Ik neem 5kwh direct af, en 10 kwh gaat het net op. ’s Avonds neem ik 10kwh van het net af.
Dit betekent dat ik volgens de salderingsregeling een verbruik heb van 0 kwh. Voor de energieleverancier is het verhaal anders: ik lever 10kwh en neem 10kwh af. In 2 richtingen, maar er is voor 20kwh transport over mijn aansluiting.

De pijn zit gedeeltelijk hierin: die stroom lever ik terug via het net. En dankzij de salderingsregeling krijg ik 100% hiervan vergoed. De kosten op deze dag zijn dus 0 EUR. Wederom: voor de energieleverancier is dit anders. Zij betalen overdag in het meest ongunstige geval om mijn stroom af te nemen en door te verkopen. Het kan heel prima zijn op veel dagen in het jaar dat ze 0 EUR krijgen voor mijn 10kwh. En ’s avonds dit “mogen” leveren aan mij en dit op de markt inkopen voor 25ct per kwh. Ik heb de leverancier dus 2,5 EUR gekost.

Dit doet een leverancier als Vandebron veel pijn. Ze hebben afgezien van de zonnepanelenbezitters geen productiecapaciteit. Ze hangen er dus volle bak in: ze betalen ’s avonds bakken met geld en krijgen overdag stroom die ver onder die prijs ligt. Dat is een risico voor een bedrijf en bestuurders van een bedrijf zijn wettelijk verplicht om bedrijfsrisico’s te managen.

Bovenstaande hangt samen met de profileringskosten: die zijn tot op zekere hoogte wel voorspelbaar, al gaan de wijzigingen snel. Maar dan hebben we ook nog onbalanskosten. Die zijn vele malen hoger en worden afgerekend per kwartier. Hier valt niet aan te ontkomen. Zo kan een dag met veel minder zonneschijn dan verwacht (zoals vandaag) bakken met geld kosten, tot wel 1000 EUR per MWh. Dat gaat snel…(en kan een dergelijk bedrijf zo maar >150k EUR per uur kosten).
En hoewel onbalanskosten en profileringskosten er altijd geweest zijn, zijn deze bij lange na niet zo volatiel geweest als nu. En iedereen met gezond verstand weet het: volatiliteit introduceert risico’s.

De korte conclusie is dus: het loont om je klanten aan te sporen om overdag te gebruiken. Want het kost je aanzienlijk minder geld.
Een iets uitgebreider verhaal maakt het echter een stuk lastiger.
Want het zijn niet altijd de zonnepanelen die onbalans veroorzaken. En zelfs soms zorgen voor een positieve business case. Een klant zonder zonnepanelen die overdag stroom afneemt zorgt immers aan de andere kant voor grote winsten. De stroom kost vandebron dan helemaal niets, maar ze kunnen het wel verkopen aan iemand die de volle prijs betaald. Dat is gunstig – maar je gelooft zelf niet dat deze personen korting gaan krijgen.

Dan hoor ik nog wel argumenten om me heen: Ja maar. Ja maar waarom consumenten. En ja maar, pak bedrijven eens aan.

Ja maar lieve mensen: grootverbruikers hebben al volstrekt andere contractvormen waarin onbalanskosten en profileringsrisico’s worden afgedekt. Daarom zijn de kale prijzen voor grootverbruikers veel lager (er is geen risico voor de leverancier).
Ook leveranciers van stroom delen in de risico’s: een groot zonnepark of windmolenpark zal afschakelen bij te lage opbrengsten of negatieve prijzen.
Maar de allergrootste energiecentrale van Nederland schakelt nauwelijks af: de daken van consumenten en een flink aantal bedrijven. De capaciteit van onze zonnepanelen in Nederland ligt boven de 20GW. Dat wil ik best even in perspectief plaatsen. Alleen de 3-kloven dam in China heeft een grotere capaciteit.
Deze energieproducent, om het holistische te benaderen, heeft geen motivatie om af te schakelen: de pieken zijn enorm en je mag het “teveel” geproduceerde later weer afnemen van het net. Prachtig!

Maar wat wil vandebron nu bereiken?

Ik denk dat ze 3 dingen willen bereiken. Ten eerste: discussie. Het is het aftasten van de grenzen van de markt. Wat mag wel, en wat mag er niet. En het is simpelweg een dochteronderneming van een grotere partij (essent). Geen slechte missie.
Een tweede doel: klanten wegjagen. Zij die het meeste pijn ervaren, zullen ook de meeste pijn veroorzaken. Die is Vandebron dus liever kwijt dan rijk. Als laatste puntje zullen ze willen zien dat er daadwerkelijk een gedragsverandering is. Want op deze manier creëer je wel degelijk een kostenprikkel bij je klanten om de stroom toch maar te gebruiken als je het produceert.

Voor andere leveranciers bestaat er wel een risico: klanten met zonnepanelen die overstappen. In grote volumes zie je in de praktijk dat we hier een probleem gaan zien. De liquiditeit van energieleveranciers kan wel degelijk onder druk komen te staan.
(overigens: we gaan nu de eerste winter in met dit volume aan zonnepanelen. De groei was en is stormachtig, en ook in de winter zul je een flinke productie van zonne-energie zien en dus ook overdag lagere stroomprijzen).

Wat vind ik er van?


Ik vind het logisch; een leverancier ziet een risico en probeert dit risico te mitigeren. Dat is hoe de markt functioneert. Klanten die er door geraakt worden hebben de vrijheid om over te stappen. Als jij je niet verantwoordelijk voelt voor de marge van de leverancier en zijn risico’s, dan staat je dat vrij om elders een risico te zijn voor een leverancier.
Zelf ben ik al tijden bekend als tegenstander van de salderingsregeling en staat deze regeling échte innovatie in de weg. Daar wordt niemand beter van.

Thermische muurverf: zin of onzin

Eerder deze week kreeg ik een fantastische vraag, die helemaal in mijn straatje valt. Ik had er beroepsmatig al wel eens iets over gelezen, maar wist nog niet van de hoed en de rand. Het was dus tijd voor wat research. Desk-research, in dit geval want ik heb niet daadwerkelijk een pot verf gepakt om dit te vergelijken met thermische muurverf met mijn infrarood-camera.
Dit is de vraag:

“Ik lees je blogs met veel plezier. Mijn vriendin en ik willen verhuizen, en willen dan in het nieuwe huis zo dicht mogelijk richting de gasloos en nul op de meter komen. Tijdens het researchen naar wat voor zaken we allemaal kunnen doen richting dat doel kwam ik “thermische muurverf” tegen.

Nou kon ik daar vooral wat over vinden op sites die het spul verkopen, dus niet per se onafhankelijke info. Maar het ligt wel aardig in jouw straatje qua energiebesparen en een klusje wat je eventueel zelf kunt doen, dus ik vroeg mij af of jij iets kon zeggen over de (on)zin van thermische muurverf?”

Thermische muurverf: wat is het?

Warmte-overdracht vindt plaats door 3 processen: conductie, convectie en straling. Conductie is simpelweg door contact: neem een niet geïsoleerde deurkruk en hou daar een vlammetje tegenaan. De deurkruk aan de andere kant van de deur wordt óók warm. Dat is conductie: het doorgeven van warmte via vaste materialen die in contact staan.
Convectie is ook een bekend verschijnsel: tocht is een goed voorbeeld. Dankzij convectie krijg je bijvoorbeeld je woning koel zonder airco door ’s nachts te ventileren.

Veruit het belangrijkste in warmte-overdracht is echter straling: ieder materiaal straalt warmte uit. Sommige materialen stralen warmte gemakkelijk uit (emissie-coëfficient). Steen is bijvoorbeeld een goede uitstraler (en isoleert daarom nauwelijks). Materialen met een lage emissiviteit zijn bijvoorbeeld koper en aluminium. Daar staat dan weer tegenover dat die weliswaar een lage emissiviteit hebben, maar ook een enorm vermogen om warmte door te geven via conductie. Enfin, ik dwaal af.

De beste isolator is vacuüm: in een vacuum is geen conductie of convectie. En straling kun je relatief eenvoudig breken. Hier kom je in de buurt van de thermische muurverf.

Het concept van thermische muurverf, of isolerende muurverf, is al duizenden jaren bekend. Denk aan witgeschilderde (of gekalkte) woningen in hete gebieden. Dit is een bewezen methode die simpelweg werkt: een witte muur reflecteert (per definitie!) zichtbaar licht. Maar ook meer infrarood. Zichtbaar licht (380-750nm) is goed voor ongeveer 47% van de energie uit zonlicht en infrarood (>750-2500nm) is goed voor 51%. Het is samen geen honderd: de rest is UV A & UV B.

Dit is het “ouderwetse” concept en werkt als een trein als je warmte-opname in je stenen wilt voorkomen. Echter, de meeste thermische muurverfen die worden gepromoot zijn muurverfen voor binnen: het behouden van de warmte in de woning. Er wordt geclaimd dat dit gebeurd door allerlei mooie keramische of glazen bolletjes die een vacuüm-laagje veroorzaken en de warmte reflecteren.

En werkt die thermische muurverf een beetje?

Vanuit de theorie zou het kunnen werken. En het zal ook ongetwijfeld iets doen. De R-waarde uitrekenen is moeilijk of eigenlijk onmogelijk omdat de laagdikte te klein is. Die methode valt dus wel af.
Maar zoals gezegd: het kan werken. Echter, het zijn wel verschillende dingen. Reflectie kan zeker werken: een wittere muur zal méér warmte naar de kamer reflecteren dan een donkerdere muur. Echter, de aanwezigheid van glazen of keramische bolletjes doet niets met de reflectie. Die wordt niet groter of kleiner.

Ik kan daarom eigenlijk heel kort zijn: er is geen aantoonbaar effect. De gevonden en gemeten waardes zijn niet groter dan bij normale Latex producten of behang.
De belangrijkste “claims” van fabrikanten zijn gebaseerd op onderzoek wat op zijn minst twijfelachtig is: qua laagdikte, maar ook in de concentratie en gewichten van de werkzame deeltjes.
De terugverdientijd is dan ook op zijn minst “honderden jaren”.

Eén van de onderzoeken kun je vinden via deze link.

Triple glas is geplaatst!

Afgelopen week is het eindelijk gebeurt: ons triple glas is geplaatst. Het had wat voeten in aarde: we hebben het al besteld aan het begin van dit jaar (begin januari). En eindelijk, 6 maanden later, is het dan eindelijk geplaatst.

Zelf heb ik er weinig van meegekregen: ik was op reis voor het werk en heb alleen het eindresultaat gezien. Maar daar ben ik érg content mee. Ik heb vorig jaar (december) al uiteengezet wat het voordeel is van triple glas. Naar aanleiding daarvan hebben we dus besteld.

Eerlijk gezegd vind ik het prachtig: het is robuust, met dikke zwarte spacers tussen het glas in plaats van het blanke alumium wat er tussen zat in de oude kozijnen. Maar ook in geluid ervaar ik een aardig verschil.

Nu is het nog een kwestie van de vensterbanken schilderen (en meteen de plinten, als de bank toch van de muur af is). En dan kunnen we de gordijnen weer ophangen.
Uiteraard ben ik ook benieuwd naar de effecten op de temperatuur. Zowel in de winter als in de zomer. Sinds dinsdag is het nog niet zulk mooi weer geweest (al was het hier gister prima, met toch aardig wat zon). Even afwachten tot het weekend dus.

Het schoonmaken van zonnepanelen: een empirisch onderzoek

De laatste dagen lees en hoor ik van alles over het schoonmaken van zonnepanelen. Artikelen op diverse media, met van alles wat er over geroepen wordt. Er zijn zelfs (commerciële) bronnen die beweren dat het tot wel 20% rendement kan schelen door ze schoon te maken.
En dus is Geldsnor geïntrigeerd en heb ik het speciaal voor jullie en de wereld uitgezocht. Hiervoor heb ik een speciale opstelling die hiervoor uitermate geschikt is: mijn eigen huis.

De proefopstelling

Op mijn woonhuis liggen 24 zonnepanelen. Op mijn garage liggen er 8. Bij elkaar dus 32 stuks. De oriëntatie ten opzichte van de zon is identiek (volledig op het zuiden) en de hellingshoek is eveneens identiek met 45 graden. Het garage dak heeft echter een belangrijk voordeel: hier kan ik eenvoudig bij.
Om te bekijken of het zin heeft om de panelen schoon te maken, heb ik daarvan gebruik gemaakt.

Uiteraard zijn er wel verschillen. Zo is het dak van de woning hoger, waardoor hier meer wind op staat. Zelfs bij de huidige noordoosten wind zal hierdoor meer koeling plaatsvinden bij de panelen op de woning dan bij de garage. In de zomer is dat echter het énige verschil: schaduwwerking is er in alle gevallen niet in dit seizoen.

Methodologie & randvoorwaarden

Het spreekt voor zich: dit is een empirisch onderzoek. Dus gebaseerd op metingen, echter op slechts 1 woning en één situatie. Om een verschil te bepalen heb ik gekeken naar het geleverde vermogen op een blok van 9 zonnepanelen op de woning en daar het gemiddelde van bepaald. Hetzelfde heb ik gedaan met de panelen op de garage.
Dit heb ik gedaan op 2 momenten: om 10 uur ’s ochtends en om 15 u ’s middags. En dit op 2 dagen.
De zonnepanelen heb ik afgespoten met kraanwater, zonder sop of borstel en zonder hogedruk. Dus alleen “afgespoeld”, zoals een regenbui dat ook zou doen. De “vervuiling” was mild: het betrof alleen het stuifmeel en geen dingen als vogelpoep.

De resultaten: verbluffend

De resultaten zijn verbluffend zoals het kopje al aangeeft. Verbluffend klein, om daar vast een spoiler aan te plakken.
Op de garage bedroeg eerder deze week (1 juni) het vermogen om 10U 162,17W (per paneel).
Op hetzelfde moment bedroeg het vermogen op het dak van de woning 166,23W. Het dak van de woning presteerde dus marginaal “beter”. Niet onverwachts, zoals ik al schreef: het dak kan zijn warmte beter kwijt doordat er iets meer wind op staat dan op de garage omdat het nu eenmaal een paar meter hoger is.
Om 15u was deze situatie niet anders: 237,75W versus 239,53W. Het verschil is nu kleiner (nog slechts 0.75% ipv. 2.5% in de ochtend). Maar het verschil is er nog.

Vandaag heb ik de panelen op de garage gewassen om 13:30. Dat is ook de reden dat ik gekozen heb voor het moment van 15 uur in de middag: direct na het wassen is de opbrengst van de panelen op de garage significant hoger. Dit omdat ze koeler zijn, wat zich meteen laat zien in het hogere vermogen.
Om 15 uur was het gemiddelde vermogen op het dak van de woning 246,47W. Dat is 2.9% hoger dan op 1 juni.
Op de garage was de situatie anders. Hier lag het vermogen op 247,12W. Dat is 3.9% hoger dan op 1 juni.
Dankzij het schoonmaken is het vermogen op het dak van de garage nu ook groter (per paneel) dan op de woning.

Conclusie: zonnepanelen schoonmaken of niet?

Bijna 4% winst is significant. 4% zou op jaarbasis 400kwh betekenen. Tegen “normale” prijzen kun je hier best een waarde van 200 EUR op plakken.
Maar het moet gezegd worden: een regelmatig regenbuitje zou hetzelfde resultaat bewerkstelligd hebben. Helaas ontbreekt het al een flink aantal weken aan regen en worden de panelen dus “vies” van het stuifmeel.
Een echt goede business case ontbreekt voor het wassen van zonnepanelen. Prima als je ze zo even kunt afspuiten (zoals ik op de garage kan doen). Maar het loont niet de moeite (zowel financieel als milieutechnisch) om iemand het schoon te laten komen maken.
Uiteraard is dit een beperkte set met data maar op basis van de aannames die ik heb gedaan, kan ik me niet voorstellen dat het mogelijk is om een significant beter resultaat te boeken.

Wacht dus gewoon een tijdje tot het weer gaat regenen. En maak je er verder niet te druk om.

Nieuw energiecontract? Laat je er niet inluizen!

Vanaf vandaag, 1 juni, gelden nieuwe regels bij het opzeggen van een energiecontract. Het wordt namelijk véél duurder om een energiecontract op te zeggen. Waar het eerst slechts 50 EUR per contract was (dus 100 EUR voor gas én elektra), gaat dit nu fors omhoog. Het doel hiervan is om het aantrekkelijker te maken voor bedrijven om weer dit soort contracten aan te gaan: ze kunnen namelijk het risico beperken (en ook vastigheid bieden aan klanten). Het eventuele verlies is namelijk gedekt door de opzegboete.

Dit kan bij langere contracten flink in de papieren lopen en kan zéér complex zijn. Het systeem lijkt op de hyptheek-boetes. Maar het verschil is dat bij een hypotheek het bekend is wat een eventueel verlies is.
Bij een energiecontract is dat anders: een leverancier wéét niet wat het verlies is. Alleen een bepaald normgebruik is bekend, en de prijs waartegen dat ingekocht kan worden door deze contracten “back to back” in te regelen. Dat zullen ze nooit helemaal doen, een deel zal op de spotmarkt gekocht worden. Maar dat terzijde.

De “grap” is dus: eventuele bezuinigingen worden niet meegenomen in deze boete. Als je normverbruik is bepaald vóór je een huis geïsoleerd hebt, of zonnepanelen, warmtepomp of EV gekocht hebt, dan is het een heel ander verhaal dan daarna. Dat wéten ze simpel weg niet. Dus hoe die boete in de praktijk berekend gaat worden? Tsja. Laten we zeggen dat dit een typische RutteIV-regeling is. Een drama in de dop.

Echter, wat volledig ondersneeuwt: voor variabele contracten en dynamische contracten geldt deze opzegboete NIET. Er is dus geen reden om je “gedwongen” te voelen om een langdurig contract aan te gaan. Laat je niet op de kast jagen en denk goed na!

Zonnepanelen: dynamisch contract, of tijdelijk “vast”

Recentelijk schreef ik een blogpost over de eerste 6 maanden met een dynamisch contract. Daar volgden veel reacties op, wat wellicht niet gek is: de blogpost is duizenden keren gelezen. Het is schijnbaar een populair onderwerp.
De belangrijkste discussie die er uit volgde is de vraag of het gunstig is om een dynamisch contract te hebben in combinatie met zonnepanelen versus een tijdelijk “vast” contract. Een interessante vraag, die ik hier nader ga behandelen.
Een andere interessante vraag is de vraag betreffende thuisaccu’s. Maar die heb ik al uitvoerig behandeld in de blogpost over thuisaccu’s. De conclusie is in het kort dat het nu nog niet gunstig is.

De salderingsregeling

Om deze vraag te beantwoorden moeten we eerst kijken naar het begrip “salderingsregeling“. Daar heb ik al heel vaak over geschreven. In het kort komt dit er op neer dat de elektriciteit die je opwekt met je eigen panelen verrekend wordt met het verbruik van stroom in je huishouden.

Als je dus 500kwh produceert (en dit allemaal het net op duwt, dus geen eigen consumptie), en 500 kwh verbruikt vanaf het net, de rekening nul euro bedraagt.
De praktijk is iets complexer: je saldeert op tarief. 100kwh op hoog tarief levert dus méér op dan 100kwh op daltarief. En stroom is dus in het weekend ook minder “waard” dan op een doordeweekse middag.
De salderingsregeling betreft dan ook vooral de energiebelasting en BTW. Die wordt 1-op-1 verrekend, de rest volgens “tarief”. Bij een enkeltarief maakt dit uiteraard dus geen verschil.

Bij een dynamisch tarief is dit niet anders. Behalve dat het stroomtarief iedere dag anders is, of zelfs ieder uur en in ieder seizoen. De energiebelasting en BTW daarop wordt hetzelfde verrekend als bij de andere contracten.

Bij een variabel tarief (dus maandelijks anders) werkt dit idem dito, behalve dat je het tarief voor die periode bepaald. Feitelijk werkt het dus allemaal hetzelfde: alleen de periode van geldigheid van het tarief is anders en bij een dynamisch contract onvoorspelbaarder.
Wat in alle gevallen anders is, is het zogenaamde teruglevertarief.

Teruglevering en teruglevertarief

Teruglevering en teruglevertarieven zijn 2 verschillende dingen.
Teruglevering is wat je doet met stroom die je niet nodig hebt op dát moment. Dus ook als je “saldeert” heb je te maken met teruglevering. Die teruglevering is namelijk wat je saldeert.

Maar: als je méér levert dan je afneemt, dan ontvang je bij de meeste contracten een “teruglevertarief” of terugleververgoeding.
Deze terugleververgoeding, dáár zit het verschil.
Bij een dynamisch contract heb je te maken met het tarief van dat moment. Soms krijg je relatief veel betaald voor je kwh’s. Soms weinig. En soms is de teruglevergoeding negatief. Dat wil dus zeggen dat je inderdaad geld toelegt op de stroom die je dan het net op duwt. Dat is op zich niet zo gek: er is dan geen vraag naar jouw product, dus is de waarde nihil en krijg je er ook geen centen voor. Ik heb eerder de vergelijking gemaakt met appels. Als jij een appelboomgaard hebt en appels oogst op het moment dat iedereen appels oogst, dan hoeft er niemand appels te hebben en raak je ze aan de straatstenen niet kwijt. Hooguit komt er iemand langs om er moes of stroop van te maken, maar anders moet je ze zelf opeten.

Dynamisch versus tijdelijk vast

Nu kwam de vraag, of de stelling, dat je gek bent als je met een dynamisch contract én zonnepanelen niet overstapt op een vast contract voor de zomer. Dit omdat je in de zomer veel meer opwekt dan je verbruikt. In de winter zou je dan weer kunnen profiteren van het lagere dynamische contract.

Intuïtief valt hier iets over te zeggen en van te vinden. Maar ik doe niet aan intuïtie en kijk liever naar de feiten.

Feit is: als je méér stroom opwekt dan je verbruikt in periode X, dan is er maar één tarief interessant met een traditioneel contract; de teruglevergoeding. De rest wordt namelijk volledig tegen elkaar weggestreept.

Voor deze “berekening” ga ik even uit van mijn elektriciteitsproductie in het vorige jaar in de periode april-september. Ook kijk ik dan naar wat ik netto heb teruggeleverd.
In onderstaande grafiek kun je zien dat de productie aanzienlijk was, evenals het verbruik. Als je dit bij elkaar optelt heb ik netto 2022 kwh teruggeleverd.

Daar kunnen we iets mee: als we deze periode nemen als “zomeropbrengst”, kunnen we gaan berekenen wat dit oplevert.

Er zijn niet veel partijen die een 6-maands contract aanbieden (en, april is al voorbij). Via Gaslicht.com kan ik slechts 3 partijen vinden: Greenchoice, Oxxio en Eneco. De prijs van de elektriciteit doet, zoals geschetst, niet ter zake: die wordt gesaldeerd.
De terugleververgoeding van het dynamische contract heb ik berekend. Dit heb ik gedaan door het nettoverbruik (opbrengst) te delen door de netto-opbrengst. Tot nu toe in deze maand heeft dat geleid tot een gemiddelde prijs van 5.5ct per kwh.

Op 2200 kwh betekent dit netto de volgende bedragen (die je ontvangt, voor de duidelijkheid!).

Let wel goed op: de vaste leveringskosten liggen bij deze aanbieders tussen de 11,50 en 14 EUR per maand. Op 6 maanden is dat een verschil van 10 tot 24 EUR met bijvoorbeeld EasyEnergy.

Maar, het belangrijkste mist nog: de saldering. Want: bij een halfjaarscontract, saldeer je alleen wat je verbruikt in die periode. Als je daarna overstapt, ben je dit kwijt. Je begint dus bij een overstap op nul. Het énig wat je krijgt is die teruglevergoeding. Die 2200kwh neem je dus NIET mee naar de donkere maanden.
In mijn dynamische contract saldeer ik aan het einde van de rit deze 2200kwh alsnog en krijg ik dus nog 330 EUR terug (15ct energiebelasting + btw)

Aantal belangrijke randvoorwaarden

Zoals altijd bij een dynamisch contract, hangt dit af van een aantal randvoorwaarden. Die zijn niet zo voor de hand liggend als je wellicht denkt.
Ten eerste: hoe groot is de mogelijkheid binnen je huishouden om een aanzienlijk deel van je verbruik te sturen? Wij kunnen in het weekend en op maandag en vrijdag een aardig deel van ons vermogen sturen: er staan in het weekend 2 auto’s die we kunnen opladen en we stellen de vaatwasser en wasmachine gunstig in. Deze draaien op het goedkoopste moment.
Even belangrijk: in hoeverre ben je in staat om de dure momenten te vermijden? De avond is veruit het duurst, midden op de dag het goedkoopst en ’s ochtends ook weer duur. Dit kunnen wij doordeweeks beperkt: de PHEV moet bij thuiskomst aan de lader en de EV ’s nachts. Dat leidt soms tot een “gedwongen” duur moment.

Ten tweede: hoe ziet je productiecurve er uit? Wij produceren met name midden op de dag dankzij onze ligging vol op het zuiden. Panelen op oost & west hebben een veel grotere opbrengst in de ochtend en avond en dus op de dure momenten!

Ten derde: hoeveel is je absolute verbruik en opbrengst? De dagen dat het zonnig is en we weinig kúnnen verbruiken zijn er, en met onze zonnepaneelinstallatie van 9600wp tikt dat soms aardig door…

Dit verklaart ook mede het lage teruglevertarief op dit moment op ons dynamische contract: tijdens een aantal goedkope dagen waren wij op vakantie (zowel begin van de maand als met het Hemelvaartsweekeinde). Ook lag de prijs sowieso erg laag: inclusief energiebelasting zou het tarief zelfs zónder terugleveren slechts op 0,24 EUR per kwh zijn uitgekomen.

Conclusie: wel of niet een halfjaarlijks contract?

Als je alle parameters meeneemt, inclusief de werkelijke betekenis van het salderen, dan stap je niet over naar een tijdelijk contract. Je krijg weliswaar een hogere teruglevergoeding (onder de huidige omstandigheden, ik geef toe dat alleen het tarief van mei niet statistisch verantwoord is). Maar je bent ook de te salderen kwh’s kwijt. Die neem je namelijk niet “mee” naar een volgende leverancier en ben je dus kwijt.
In dit voorbeeld is de waarde daarvan 330 EUR. De waarde van mijn zonnestroom is daarmee ruim 200 EUR netto méér dan bij een 6-maandencontract.

De energietransitie: gedoemd te mislukken, of zijn we aardig op weg?

Regelmatig valt er iets te lezen over de energietransitie in de media. En op dit blog, uiteraard.
De boodschappen wisselen nogal: van gedoemd te mislukken tot hallelujah-berichtgeving. De waarheid ligt ongetwijfeld in het midden. Of toch niet? In deze blogpost ga ik in op (met alle beperkingen) op de status van de energietransitie, nadat ik eerst uitleg wat de energietransitie behelst.

De energietransitie: kort en bondig

De energietransitie is feitelijk heel eenvoudig uit te leggen. We gaan van een systeem wat vrijwel volledig gebaseerd is op fossiele brandstoffen naar een systeem wat draait op hernieuwbare energie.
Dit is echter niet de eerste energietransitie die we meemaken. Vroeger stookten we op hout, later op turf, vervolgens steenkool en nog weer later op gas. Auto rijden deden we in de oertijd niet en toen liep het vervoer op biomassa: een paard, os, ezel en mens eten, en zetten dit om in arbeid. Vliegen was überhaupt iets wat we ons niet konden voorstellen en ook de trein was er écht vroeger nog niet. Toen deze er eenmaal was, was de steenkooltransitie al volle bak in gang gezet.

Economische vooruitgang is eigenlijk altijd gebouwd op het voorhanden zijn van grote hoeveelheden goedkope energie. In de middeleeuwen de (verregaande!) ontbossing, maar ook in de Romeinse tijd was er al heel wat ontbossing gaande. Uiteraard waren er minder mensen.

Enfin: deze bronnen leveren goedkope energie, en continu. Daar kun je op bouwen. In Nederland zijn we al vroeg gewend geraakt om gebruik te maken van intermitterende bronnen: windmolens. We zijn er wereldberoemd mee geworden. Tegenwoordig hebben we windmolens (en ze heten eigenlijk windturbines) die veel meer vermogen leveren en alleen elektriciteit produceren. Voorts hebben we zonne-energie en biomassa. Die laatste is omstreden, maar betreft niet alleen omgehakte bomen uit Amerika of Letland. Het grootste deel van de biomassa-bronnen bestaat uit mestvergisting en slib uit rioolwaterzuiveringsinstallaties. Ook het verbranden van afval valt arbitrait genoeg onder de groene bronnen.

Het probleem van de energietransitie

De energietransitie is complex, en wordt vaak te plat gemaakt: men denkt al snel dat het gaat om elektriciteit. Welnu: dat is maar een klein deel van de totale energievraag. Er wordt ook nog ongeveer 800 miljoen liter benzine & diesel getankt per maand. “Goed” voor 2.3 megaton CO2 per maand…

En ook gebruiken we ongeveer 30 miljard m3 gas per jaar (excl. de ruim 10 miljard m3 voor elektriciteitsproductie). “Goed” voor nog eens 4,75 megaton CO2 per maand.
Alle overige grondstoffen, steenkool, zware olie en kerosine tel ik niet mee.

De uitdaging is dus vele malen groter dan uitsluitend de productie van elektriciteit, waar de uitdaging vaak op geprojecteerd wordt.
Dat heeft nóg een effect: als het vergroenen van de elektriciteitsproductie niet de grootste uitdaging is, dan gaat een kerncentrale meer of minder daar ook niet bij helpen. In die zin is de discussie rondom kerncentrales een verstorende factor. Voor of tegen: het maakt of breekt de energietransitie niet. Het heeft uitsluitend invloed op de 20% van de totale energie die uit elektriciteit geleverd wordt.

Maar een deel van de oplossing ligt er wel: het overgaan van brandstof naar elektriciteit en het verwarmen met warmtepompen of airco’s in plaats van op gas, levert wel degelijk een flinke bijdrage. Omdat brandstofmotoren notoir inefficiënt zijn, is het equivalent in elektriciteitsvraag slechts 200 miljoen liter per maand: 1.8 miljard kWh. 1800GWh. Om dit in cijfers te plaatsen: we produceren tegenwoordig ruim 6000GWh aan hernieuwbare energie per maand.

Goed, dan toch naar het elektriciteitsnetwerk

Dankzij de enorme opmars van zonne-energie en windenergie (in mindere mate) zijn we tegenwoordig grotendeels zelfvoorzienend in de lente en zomermaanden. Onderstaande een grafiek van energieopwek.nl. De groene lijn heb ik zelf gezet: boven de groene lijn zijn we vaak vrijwel volledig zelfvoorzienend in Nederland. De rest gaat naar de export: de Duitsers en Belgen hebben ook energie nodig, omdat ze zelf te weinig hebben (of uit duurdere bronnen). Om dit in perspectief te plaatsen: gedurende 5 uur op deze dag (de grafiek is van 12 mei) produceerde Nederland meer groene energie dan noodzakelijk. Dat is 21%.

Dat is geen slechte score. Maar er gaat daar ook wat mis in de communicatie. Omvormers vallen uit, prijzen worden negatief (dus het kost geld om te leveren) en bedrijven en woningen krijgen niet langer automatisch een nieuwe of grotere aansluiting.

Dat heeft zijn weerslag op wat er geplaatst gaat worden. Zo weten we dat het geen probleem is in Nederland om 20GWh aan verbruik te hebben in het land (al gaat dit voorbij aan de complexiteit van lokale behoeftes etc., vergeef me deze vereenvoudiging).
Het bijplaatsen van nieuwe capaciteit is niet per se bedoelt om een grótere piek te hebben. Absoluut niet. Die is gericht op het breder maken van het plateau. Dat kun je doen door méér PV (zonne-energie) op te stellen. Dan gaat de opbrengst sneller omhoog, en sneller omlaag. Dat heeft een ander nadeel, namelijk het feit dat de zon relatief snel onder gaat. De opbrengst van zonnestroom neemt snel af. Maar de piek hoeft dus niet hoger te worden.

Je kunt het ook doen met batterijen of andere opslagmethodieken: zorg dat de extra opbrengst overdag zich verplaatst naar (met name) de avond. Het kan ook andersom: probeer verbruik ’s avonds naar voren te trekken. In huishoudens is dit lastig in de zomer: koken op inductie is lastig als je niet thuis bent. Warmtelast is er niet, dus vroeger verwarmen heeft geen zin. Wel kun je natuurlijk zorgen dat je ’s nachts de auto oplaadt, vaatwassers en wasmachines aanzet en niet in de avond.

Maar het bijplaatsen van PV heeft vooral veel zin in de winter. Men denkt vaak dat er geen opbrengst is in de winter. Dat is volstrekte nonsens. Uiteraard is het heel wat factoren minder dan in de zomer: een factor 6 minder, en verspreid over minder uur. Zo is er in deze tijd van het jaar (mei) gedurende 15 uur lang enige vorm van zonne-energie beschikbaar.
In december is dit slechts 7 uur lang. De slechtste dag die ik kon vinden was 25 december 2022: Nederland kende zonnestroom-productie vanaf 8:45 uur, tot 16:30. Tussen 11 en 14:40 lag de productie echter continu boven de 500MW vermogen, met een piek van 835MW.

De blauwe lijnen zijn wind-energie (zee & land), het groene is biomassa en geel is zon. Bron: energieopwek.nl

Het is vooral in die maanden waarop het verkrijgen van energie het moeilijkste is, dat het veel zin heeft om PV bij te plaatsen. Daar kunnen we dan een overschot in de lente en zomer wel voor lieven nemen toch?

Dus, zijn we aardig op weg?

Of we aardig op weg zijn is lastig: het vergroenen van de elektriciteitsproductie is een relatief koud kunstje. Het vergroenen van de overige energiebronnen is veel lastiger. De productie van staal bij Tata (op cokes), de grondstoffen in de petrochemische industrie, kunstmest: allemaal lastig maar niet onmogelijk. Maar wel iets voor de lange adem. De pieken van groene stroom zijn steeds groter, en de momenten waarop we meer productie hebben dan vraag dus ook.
Het vergroenen van de transportsector (inclusief auto’s) is ook geen 1-2tje. Al dient gezegd te worden dat deze wijzingen razendsnel gaan. In personenwagens nog niet zo: na jaren van subsidies is 4% van het wagenpark volledig elektrisch. Maar vrijwel alle nieuwe bussen zijn elektrisch. En ook een steeds groter deel van de nieuwe vrachtwagens, al zijn deze pas net leverbaar. 400 van de 146000 vrachtwagens en trekkers (zo’n ding voor een oplegger, geen tractor!) zijn elektrisch. Dat is 0.27%.

De belangrijkste en makkelijkste stap is te maken door energie simpelweg niet te gebruiken: minder warmtevraag (in bedrijfsgebouwen en thuis), minder vervoer en minder consumptie.
We komen er wel, maar het woord transitie is niet toevallig gekozen…



6 maanden lang een dynamisch contract én zonnepanelen

Zoals bij de vaste lezers bekend: Geldsnor is energie-nerd, grootverbruiker én energiespeculant. We verwarmen primair met de airco, rijden vooral elektrisch en gebruiken dus heel veel elektriciteit.
Maar we hebben ook 32 zonnepanelen die het prima doen: doorgaans 10.000kwh per jaar en soms aanzienlijk meer.

Sinds eind oktober hebben wij een dynamisch energiecontract. Dit wel zeggen dat we ieder uur een ander tarief betalen voor elektriciteit en dagelijks een ander tarief voor gas. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat het gastarief me zal jeuken: het verbruik ligt erg laag. Het afgelopen half jaar bijvoorbeeld slechts 250m3, waarvan de helft in december…Dit vanwege de combinatie met lage temperatuur (en daarmee minder efficiënte airco) en het vooruitvloeiende feit dat met de CV-ketel stoken voordeliger en milieuvriendelijker was.

Anyway: ik heb nu 6 maanden mijn dynamische contract! Hoe bevalt dat?

Dat dynamische contract bevalt goed!

Toegegeven, zoals ik al eerder heb geschreven: een dynamisch contract is niet voor iedereen geschikt. Als je maar weinig energie verbruikt en ook maar weinig kán schuiven met je verbruik, dan heb je er niets aan. Er valt dan weinig te verdienen maar wel iets te verliezen.

Want normale mensen en huishouden hebben het gros van hun verbruik op de duurste momenten van de dag: in de ochtend en avond. Zie hieronder een typisch prijsverloop van een dag in de lente. De nacht is geprijsd rondom het gemiddelde, en de ochtend is iets duurder. De middag is (vanwege de invloed van zonnestroom) flink voordeliger, maar in de avond is de elektriciteit bijna 40% duurder dan het gemiddelde op die dag.

Maar, in Huize Geldsnor ligt dit anders. Wij verbruiken véél stroom en kunnen heel veel spelen met ons verbruik. Auto’s opladen als de stroom goedkoop is, wasmachines en vaatwassers kunnen uitgesteld worden etcetera.

Hoeveel scheelt dat dan zoal? Nou, veel. De volatiliteit (op 1 dag) kan énorm zijn. Het gemiddelde prijsverschil bedraagt bijna 15 ct (tussen het duurste en goedkoopste moment op een dag). Maar dat getal kent een enorme spreiding. Het klinste prijsverschil is 3.3ct, het grootste prijsverschil (op 1 dag!) is 42.7 ct.

De grafiek begint eind oktober 2022 en eindigt op 30 april 2023. Duidelijk is de piek te zien in december. Alle tarieven excl. btw en energiebelasting.

Met een dynamisch energiecontract kun je daarvan profiteren. Het geheim is tweeledig: het is het vermijden van de piekprijzen, en het gebruiken van de laagste prijzen. Het gemiddelde tarief hierboven ligt op 17.4ct. Mijn gerealiseerde tarief is 15.2ct: een verschil van bijna 13%!

Leuk weetje: niet 1 dag is het tarief ook maar in de buurt gekomen van het prijsplafond. Dus het dynamische contract heeft ook nog eens veel belastinggeld bespaard.

Dynamisch contract en zonnepanelen

Maar natuurlijk heb ik ook zonnepanelen. In de winter is dat leuk: stroom is duur en levert veel geld op. Op sommige lentedagen is de stroom echter meer dan waardeloos. Ja, ik moet dan betalen om te leveren aan het net. Op die momenten probeer ik zoveel mogelijk stroom te gebruiken (want dat zijn de “goedkoopste momenten”.).

Je ziet nu duidelijk terug dat de zonnestroom minder geld oplevert. Zonnestroom levert in de winter veel euro’s op, al is het volume klein.

Ons energieverbruik nu is dan ook vooral ingesteld op het gebruiken midden op de dag (zodat we de goedkoopste momenten gebruiken) en maximaal terug te leveren in de ochtend en tegenwoordig (in dit seizoen) in de avond. Want dan levert zonnestroom juist véél geld op.

De totale prijs voor elektra is een stuk goedkoper dan het goedkoopste contract, die nét onder de prijsplafonds liggen. Met BTW en energiebelasting betaalde ik gemiddeld iets meer dan 30ct ipv. 40ct. En dat is op ons volume een flink verschil.

Om nog maar te zwijgen van de exorbitante tarieven die Greenchoice me wilde rekenen vanaf oktober; 1.04 EUR per kwh op hoogtarief en 0.70 op het laagtarief…

Qua gas kan ik heel kort zijn, zonder grafiekjes. Ik heb 212 EUR (totaal) betaald voor 246m3, waarvan 50% in december.

Vooruitblik

De komende maanden zal het dagtarief steeds lager liggen: de zonnestroom wordt op de duurste momenten waardelozer. Dat levert kansen op om het overdag te gebruiken (maar geloof me: het enige apparaat wat de stroom op kan eten is de auto). In de avonden kunnen we steeds langer zelfvoorzienend zijn (omdat de zon langer op is).

Hoe het daarna richting de winter gaat? Er is zóveel zonnestroom bijgeplaatst dat ik verwacht dat we in de aankomende winter meer stroom produceren dan dat we in eerdere jaren in de zomer deden. De tarieven zoals afgelopen december zie ik niet meer terugkomen. Ondanks de sluiting van de kerncentrales van België en Duitsland.

Binnentemperatuur: waarom is 18 graden in de winter anders dan nu?

Recentelijk las ik op het Zuinigaanblog van Aaf (wat ik vrijwel dagelijks lees) een opmerking onder een blogpost van Aaf. Het ging over de temperatuur in huis, en dat die nu anders lijkt te voelen dan in de winter: “Al weken de verwarming niet mee aangehad. 16gr is nu aangenamer dan 16gr in februari. Geen idee hoe dat komt.”

Dit is een gevoel wat mij meer mensen leeft. En ik kan je geruststellen: het is geen gevoel, het is een feit. Maar hoe komt dat nu?

Gevoelstemperatuur & natte bol temperatuur in huis

Grofweg komt het door de gevoelstemperatuur in huis. De gevoelstemperatuur is een afgeleide van de werkelijke temperatuur in combinatie met wind. Een andere factor is de natteboltemperatuur. De absolute temperatuur is de drogeboltemperatuur en de natteboltemperatuur is min of meer de “ervaringstemperatuur”.
De factor wind telt in huis overigens wel degelijk mee, al zul je het dan “tocht” of “trek” noemen. Een bewegende luchtmassa voelt kouder dan een stilstaande luchtmassa: het stelt je lichaam in staat om meer warmte af te voeren. Toch laat ik dat verder buiten beschouwing.

Het gaat met name om de luchtvochtigheid, in relatieve zin. In absolute zin is het namelijk zo dat warme lucht méér water kan bevatten dan dezelfde hoeveelheid lucht met een lagere temperatuur. Waarom dat zo is doet er niet toe, maar het is zo. Om het concreet te maken: in 1m3 lucht zit bij 18 graden Celsius en 50% luchtvochtigheid 7.69 gram water in de lucht. Bij 16 graden is dit 6.82 gram, bijna 13% minder.

Om het nog concreter te maken: een luchttemperatuur van 18 graden en een luchtvochtigheid van 50% leidt tot een natteboltemperatuur van ongeveer 12 graden Celsius. Dezelfde luchttemperatuur (de drogeboltemperatuur dus) van 18 graden leidt bij een luchtvochtigheid van 30% tot een natteboltemperatuur van 9.5C. Een significant verschil!

En hierdoor is de temperatuur in huis in de winter wel degelijk anders qua ervaring dan in de lente. In de lente is de buitenlucht warmer en die hoeft minder ver opgewarmd te worden in huis. Immers, bij een buitentemperatuur van 18C zul je niet meer verwarmen (hoop ik dan toch voor je rekening!). De luchtvochtigheid blijft dus gelijk.
Wil je in de winter een temperatuur van 18C bereiken in huis, maar is het buiten koud? Dan droog je de lucht flink uit bij het opwarmen!

Stel je een temperatuur voor van 0C buiten en een luchtvochtigheid van 80%. Niet ongewoon. De absolute hoeveelheid vocht bedraagt 3.87 gram water per m3. Om deze lucht op te warmen tot 18C voeg je energie toe. Het wordt warmer. Maar je voegt geen water toe. De luchtvochtigheid neemt rap af: 3.87 gram water per m3 lucht betekent bij 18 graden slechts 25% luchtvochtigheid. En 18 graden en 25% luchtvochtigheid? Dát betekent een natteboltemperatuur van 8.8C

Wat kun je hier nu mee?

Ten eerste kun je het delen met je partner en vrienden. Ja, je hebt gelijk: de temperatuur is niet altijd hetzelfde. Het gezeur over de thermostaatkranen op de radiatoren is niet altijd rechtlijnig en soms kun je het wel degelijk beter iets warmer maken.

Maar bedenk dat als je de temperatuur met 2 graden verhoogt tot 20C, de natteboltemperatuur stijgt tot slechts 9.7C.

Het toevoegen van vocht is véél effectiever. Een verhoging van de luchtvochtigheid tot 50% leidt tot een verhoging van de natteboltemperatuur tot bijna 13C!

Netto 50kwh verbruikt in april

April was niet echt een beste maand voor de zonnepanelen. Slechts 1100kwh geproduceerd. Het was ook nog eens een maand met veel neerslag en relatief koel.

Al met al, mede dankzij de vakantie, hebben we echter slechts 50kwh elektriciteit verbruikt. Inclusief het laden van de auto’s. Niet slecht! Ingeschat was ruim 750kwh door Easyenergy.

Aankomende maand staat er 600 in de verwachting, maar het is nu al zeker dat we netto terug zullen leveren. Vakantie, een aantal zakenreizen en nog een lang weekend weg, afgemaakt met een aantal zeer productieve dagen aan het begin van de maand.

Qua gas hebben we ook minder verbruikt dan ingeschat: 17m3. Dat is ook wel een beetje de bodem, want we gebruiken alleen gas voor het warme water. Minder wordt het nauwelijks. Wel een beetje: er is minder warmteverlies in de lange leidingen doordat het huis warmer is. Desondanks is het target van 11m3 die de leverancier inschat wel erg optimistisch.

Binnenkort volgt de halfjaar update van mijn dynamische contract. Wat heeft het opgeleverd? Of misschien gekost?…