Budgetteren: het energieverbruik

Energieverbruik is natuurlijk een beetje “mijn ding”. Echter, onlangs las ik een berichtje dat maar liefst 2 op de 3 Nederlanders geen idee heeft van zijn eigen energieverbruik! Daar is geen echt excuus voor: dat is luiheid. Sorry, het is niet anders. Iedereen heeft een meterkast, die van rechtswege goed toegankelijk moet zijn (iets met veiligheid enzo). Het energieverbruik bijhouden is dus zo simpel als even de meterkast opentrekken en de meterstanden opnemen!

Met de explosie van de energieprijzen is het inzicht hebben in je energieverbruik belangrijker dan ooit. De goedkope tijden gaan nooit meer terugkomen; wen er dus maar aan. Het verkrijgen van inzicht in je energieverbruik heeft een aantal belangrijke voordelen: op de eerste plaats betekent inzicht dat je weet wat je kunt verwachten bij de eindafrekening. En op de tweede plaats betekent bewustwording ook dat je kunt bijsturen. Simpelweg bezuinigen op je verbruik dus!

Zelf hou ik al meer dan 10 jaar minutieus mijn meterstanden bij. Dit doe ik in een spreadsheet, die gekoppeld is aan mijn budget. Met deze enorme berg aan gegevens kan ik redelijk goed voorspellen wat de kosten voor energie zijn. En dat sheet deel ik dan ook. Onderaan deze blogpost is dit sheet toegevoegd; uiteraard ook met het tabblad van de autokosten van de vorige blogpost over budgetteren.
Noot: het spreadsheet is niet geschikt voor dynamische tarieven en houdt beperkt rekening met het prijsplafond. Dit om de formules ed. overzichtelijk te houden en “spreadsheet-anxiety” te voorkomen. Mijn eigen spreadsheet voor het dynamische tarief is inmiddels een stuk uitgebreider en vele malen complexer.

De tarieven van de energierekening

Een energierekening bevat heel veel gegevens. Laat je hier niet door intimideren; pak simpelweg stuk-voor-stuk!
Het begint met vastrecht: iedere aansluiting kost geld. Dit zijn vaste kosten, meestal berekend per dag. Dit bestaat uit de vaste leveringskosten van de leverancier en de vaste netbeheerkosten. Tel deze bij elkaar op, en vul deze in op het juiste plekje.
Daarna komt de prijs per kWh. Hier vul je simpelweg de variabele leveringskosten in: het tarief per kWh. Neem hiervoor het totale tarief, dus inclusief energiebelasting en BTW. Als je een dubbeltarief hebt, maar geen idee van je verbruik per tarief (de verhouding dal vs. normaaltarief), neem dan simpelweg het hoogste tarief. Dan kom je zeker niet voor negatieve verrassingen te staan.
In Huize Geldsnor was deze verhouding ongeveer 70/30: 70 procent in het daltarief en 30% tegen het normaal tarief. Met het prijsplafond maakt het allemaal weinig uit: beide tarieven vallen boven het prijsplafond en zijn dus feitelijk hetzelfde.

Voor gas werkt dit identiek. In het bestand zit de energiebelasting verwerkt. Verander deze cel dus niet. Iedere kleinverbruikersaansluiting krijgt standaard 597 EUR per jaar terug als “vermindering energiebelasting”.

Energieverbruik: verwachtingen invullen

Zoals gezegd heeft niet iedereen een goed beeld van zijn energieverbruik. Gelukkig is er hulp: de oude afrekeningen! Op basis daarvan kun je zeer nauwkeurig zien wat je verbruik in voorgaande jaren is geweest. Dit zegt natuurlijk niet alles: veranderingen in gedrag en huishoudelijke samenstelling geven mogelijk een ander beeld. Bijvoorbeeld: toen mijn zwager langgeleden zijn ouderlijk huis verliet, was de energierekening zomaar 25% lager. Lang leve zijn aquarium met tropische vissen!

In mijn bestand kun je het geschatte jaarverbruik invullen. Dit voor elektriciteit én gas en uiteraard voor de teruglevering van de zonnepanelen. Als dit niet van toepassing is laat je de cel leeg.
De elektriciteitslevering betreft wat je van het net haalt. Reken hier dus NIET je teruglevering in mee, dat doet het sheet zelf in de volgende cel!

Er zitten 3 controle-getallen in, die een “waarschuwing” geven. Voor elektriciteit en gas betreft dit het prijsplafond: kom je er wel of niet boven? En voor de teruglevering van de elektriciteit gaat het om de salderingsregeling: als je netto meer teruglevert dan je verbruikt op jaarbasis, dan is er geen salderingsregeling meer van toepassing, maar slechts de terugleververgoeding.
In alle gevallen geldt dat de uitkomst daardoor minder valide is. Des te groter de afwijking, des te kleiner de betrouwbaarheid.

Als je bovenstaande gaat invullen, dan krijg je het volgende:

Bovenstaande is gebaseerd op een seizoensverdeling zoals die in mijn huishouden van toepassing is. Als je zelf bétere input hebt voor je eigen energieverbruik, vul die dan in. Als je het niet hebt: dan is dit een beter begin dan niets, toch?
Let op dat dit de verwachting is. Die moet je wel regelmatig (per maand) overschrijven met de werkelijkheid.

Nu ga ik ook de bedragen invullen:

Het resultaat? Bij een volledig benut prijsplafond, exclusief zonnepanelen (en dus saldering of teruglevering) heb je een voorschot nodig van 245 EUR per maand:

Wat heb je hier nu aan?

Bovenstaande geeft inzicht in je energieverbruik. Door in te vullen hoeveel je gaat gebruiken (op basis van resultaten uit het verleden) kun je bijsturen in je gebruik. Hiermee voorkom je een extreem hoge bijbetaling aan het einde van het jaar, of juist dat je veel te veel hebt betaald aan voorschotten.
Natuurlijk kun je blind je voorschot verlagen tot het minimale wat de energieleverancier “toestaat”. Maar als je op het eind alsnog 2000 EUR moet bijbetalen ben je niet goed bezig. Immers, als je het inzicht niet hebt, heb je ook geen idee wat deze bijbetaling moet zijn. Je tast dus in het duister. Al is duisternis wél goed voor je energierekening!

Budgetteren: de autokosten

Vorige week plaatste ik het basisdocument voor het budget, zoals ik deze gebruik. Althans, een uitgeklede versie: via een serie blogposts bouw ik het einddocument op. Hiermee hoop ik de “taak” van het budgetteren overzichtelijker te maken, of in ieder geval inzichtelijker. Minder een berg om tegen op te zien: stapje voor stapje onderweg naar controle.

Vandaag ga ik het hebben over de autokosten. Alles is terug te vinden in het document onderaan deze blogpost.

Autokosten budggeteren: 3 verschillende posten

De autokosten zijn te budgetteren in 3 verschillende posten: de vaste kosten, brandstofkosten en variabele kosten. De vaste kosten betreft alles wat elke maand hetzelfde is: motorrijtuigenbelasting, financiering of afschrijving en verzekeringskosten. Het belangrijkste is uiteraard om inzicht te verkrijgen. Op de tweede plaats is het (voor mij) belangrijk om deze kosten allemaal in een maandelijkse last te verdelen.
Onderstaand een screenshot uit het document, onder het kopje Autokosten (vast).
De financieringskosten zijn een lastige post. Als deze niet van toepassing is (omdat je de auto cash hebt betaald) laat je dit veld natuurlijk leeg. Anders vul je hier de maandelijkse kosten in.
Het gaat echter vaak mis bij de afschrijving. Financieringskosten zijn feitelijk de afschrijvingskosten. Je financiert een auto (doorgaans) op basis van wat de auto kost, wat deze oplevert bij verkoop en hoe lang je er over doet. Het verschil is de rente: je betaalt natuurlijk rente over de autolening.
Als je geleend hebt voor de auto, dan schrijf je de auto niet meer af: dat is een beetje dubbel op. Mijn advies is: als je de financiële ruimte hebt om dit wél te doen: doe het dan! Anders kun je na een aantal jaar exact dezelfde auto weer kopen…met dezelfde lening! En dat wil je uiteindelijk niet: geld lenen kost geld.

De afschrijving berekent het sheet automatisch. De restwaarde is een beetje koffiedik kijken. Dit kun je wel benaderen:
Stel, je hebt een Volkswagen Golf TSI uit 2018. Deze wil je nog 5 jaar doorrijden. Je rijdt 10.000km per jaar, en de auto heeft nu 50.000 km op de teller. Wat is de restwaarde over 5 jaar? Simpel: zoek op een occassionsite naar een vergelijkbare auto uit 2013 met 100.000km op de teller. Neem 70% van deze waarde als restwaarde. Waarom 70%? Omdat in de bedragen die je ziet op de websites ook BTW verwerkt zit en je inruilwaarde vermoedelijk lager ligt dan de verkoopwaarde van het autobedrijf.

De cellen zijn nu nog leeg; vandaar de “foutmelding”. Let op: je vult de grijze cellen in

Brandstofkosten budgetteren

De meeste mensen zullen niet iedere maand hetzelfde aantal kilometers rijden. Er zijn zelfs mensen die geen idee hebben hoeveel kilometer ze per jaar rijden. Dit kun je wel achterhalen: de garage houdt de kilometerstanden bij ivm. fraude-preventie. Zo krijgt een auto een oordeel “kilometerstand is logisch” bij de RDW, of “deze kilometerstand is onlogisch”. Of woorden van gelijke strekking. In ieder geval staat de kilometerstand meestal op de rekening van de garage. Door een aantal rekeningen na te pluizen kun je terugzoeken hoeveel kilometer je rijdt op jaarbasis.
De brandstofkosten zijn een redelijke gok: het hangt af van veel factoren. Weersomstandigheden, je rechtervoet, of je met een aanhanger rijdt of niet en of je veel kleine stukjes rijdt. Een auto die volgens de specificatie 5L op 100km verbruikt kan op een stukje van 10km gerust het dubbele verbruiken. Koude motoren lopen nu eenmaal zeer inefficiënt! Als je dus altijd korte stukjes rijdt, zal het brandstofverbruik relatief hoog zijn.

Nu hoor ik je denken: ik heb géén idee hoeveel mijn auto verbruikt. Dat lijkt me een prima reden om het bij te gaan houden toch? Bewaar simpelweg de bonnetjes en schrijf daarop de kilometerstanden. Pak een kladblok en deel het aantal liters door het aantal kilometers. Appeltje-eitje! Doe dit langere tijd om zoveel mogelijk te kunnen middelen. Geloof mij: een rit van Groningen naar Maastricht verloopt met tegenwind aanzienlijk minder zuinig dan met de wind mee!

Met een verbruik van 5 liter op 100km verbruik je dus 500 liter benzine per jaar. Bij een brandstofprijs van 1.90 EUR per liter kost je dit 950 EUR per jaar. Bij een brandstofprijs van 1.70 EUR per liter kost je dit 850 EUR per jaar. Een verschil van een tientje per maand en dus voor de meeste Nederlanders triviaal (de gemiddelde Nederlander rijdt 12.000km per jaar).

Onderhoudskosten van de auto budgetteren

Onderhoudskosten zijn het lastigst. Tegen de grootste kostenposten valt niet aan te budgetteren. Dat wil zeggen: tegen botte pech valt weinig te doen. Onverwachts een versnellingsbak kapot? Koppelingsplaten verbrand? Dikke vette pech.

Maar het meeste kun je wel degelijk ondervangen. Zo heeft iedere auto (mits ouder dan 3 jaar) een APK-verplichting. En doorgaans heb je ook 1 kleine beurt per jaar, en het jaar daarop een grote beurt. Dit kán sneller komen, want auto’s hebben doorgaans een onderhoudsinterval per jaar óf een aantal kilometers.

In het bestand heb ik ook 5ct per kilometer opgenomen voor slijtage-delen. Denk hierbij aan een setje nieuwe banden, of een nieuwe distributieriem. Voor dit soort delen reserveer je dus 5.000 EUR per 100.000km. Daar moet je het mee kunnen redden.

In de spreadsheet is de kop “onderhoudskosten” een gevolg van de brandstofkosten. Hier hoef je dus niets in te vullen.

Wat kost die auto nu per km?

Het bestand rekent ook voor je uit wat de auto kost per kilometer. Handig in discussies op feestjes en partijen, als er weer eens iemand roept dat “21 cent per kilometer echt niet genoeg is!” om je kosten te dekken.

Is dat zo? Het antwoord is: het hangt er vanaf hoe je rekent, maar waarschijnlijk klopt het niet!
Waarom? Laten we er van uitgaan dat je sowieso een auto hebt. Niet alleen om op je werk te komen, maar ook om andere dingen te doen. Vakantie, familiebezoek, van alles. Dit is valide, er zijn immers mensen genoeg zónder werk die tóch een auto hebben.
Het zou dus best eerlijk zijn om gebruikskosten en bezitkosten te splitsen. De kosten voor autobezit blijven gelijk. Ja, zelfs de afschrijving. Die wordt in véél belangrijke mate bepaald door de leeftijd van de auto dan de kilometerstand.

Als je nu uitgaat van een gekochte auto (cash) met een aanschafwaarde van 15.000 EUR, die je 5 jaar blijft rijden, 12.000km per jaar á 5 liter per 100km tegen 1.90 EUR per liter.
Dan zijn de totale kosten per kilometer bijna 44 cent. De marginale kosten, zijn slechts 17.4ct. Bij méér kilometers gaan beide naar beneden. Dit komt door een feitelijke onnauwkeurigheid in het document :-), want ik heb de vaste onderhoudskosten wel als variabele kosten meegenomen…

Invloed op het budget

De gegevens die je invult op dit tabblad, worden overgenomen op de eerste pagina van het spreadsheet. Klaar is Kees!
Nouja: je moet nog wel even zorgen dat het ook in je banksysteem klopt. Wij boeken aan het begin van de maand de variabele kosten over naar een spaardoel-rekening. De wérkelijke uitgaven boeken we daarvan terug. Wat overblijft is de reservering: hiervan kun je grotere toekomstige uitgaven doen zoals een andere auto, duurder onderhoud of de vele vakantiekilometers.
(wij rijden lease-auto’s en hebben derhalve uitsluitend brandstofkosten).

WOZ komt er weer aan: +20%

Het is weer die tijd van het jaar: de tijd dat we kunnen uitzien naar de WOZ-waarde van de woning. Kijk ik er naar uit? Ja, zeker wel. Het is een goedkope manier om de risico-opslag in onze hypotheek te verlagen. En een kleinere risico-opslag betekent een lagere rente en dus lagere maandlasten.

Idealiter zou onze woning 27.5% in waarde gestegen moeten zijn. Dan komen we namelijk in de categorie <70%. De waarde van de woningen in onze gemeente was echter met bijna 21% gestegen, dus daar lijken we niet aan te komen.

Nu kan ik wederom bezwaar aantekenen, om de woningwaarde te verhogen. We hebben tenslotte de gehele zolder er bij getrokken en daardoor ongeveer 40m2 aan woonoppervlakte verkregen. De vorige keer leidde dat echter tot wat verwarring bij de amtbenaren en was het allemaal maar lastig. De meeste mensen dienen een bezwaar in om het te verlagen!

Gevolgen voor de (gemeentelijke) lasten

Uiteraard heeft een hogere WOZ-waarde ook zijn nadelen. Het is immers de belastingvoet voor de OZB en watersysteembeheer-heffing. Een hogere waarde leidt tot hogere kosten. Daar kunnen we vrij kort over zijn: een verhoging met 75.000 EUR leidt bij ons tot een maandelijkse lastenverhoging van 7.83 EUR.

Dit valt volstrekt in het niet ten opzichte van de verlaagde rente: dit scheelt 32 EUR per maand!
Maar er bestaat ook zoiets als het eigenwoning-forfait. En die bepaald dat 0.35% van de woningwaarde. Het is dus wat rekenwerk om na te gaan of het voordelig is om bezwaar aan te tekenen.
Ik vermoed van wel: bij dezelfde fictieve 75.000 EUR hebben we het over een toename van het eigenwoning-forfait van 262,50 EUR. En dáárover betaal je grofweg 50% belasting. Netto dus ongeveer 11 EUR per maand.

Conclusie

Nuja, we zullen het gaan zien. Leuk is voor dit jaar dat onze gemeentelijke belastingen lager zijn: de honden zijn er niet meer en dat scheelt bij ons hondenbelasting. Maar ook zijn enkele tarieven verlaagd (de OZB met maar liefst 15%) en andere gelijkgebleven. De enige lasten die gestegen zijn, zijn die van de zuiveringsheffing.

Ook de lasten voor het ledigen van containers is geheel tegen mijn verwachtingen in stabiel gebleven. Het lijkt er op alsof onze gemeente zijn zaakjes op orde heeft. Of de rekening doorschuift naar de toekomst?

Geldsnor wijzigt zijn betaalpakket en bespaard 37 EUR per jaar

Soms, heel soms, krijg je nuttige pop-upjes onder je saldo in de ING app. Van de week was daar het nieuws dat ik het vaakst inlog op donderdag. Who cares. Eerder al berichtjes over beginnen met beleggen (beginnen?!). En pensioen, overwaarde, verhuizen etc.

Daar heb ik allemaal niet zoveel aan. Maar het berichtje van vorige week was wél interessant: overstappen naar een ander betaalpakket zou geld opleveren. Mijn huidige betaalpakket werd niet meer aangeboden. Dit pakket was de afgelopen jaren ook behoorlijk in prijs gestegen en zou vanaf januari op een lieve 5.80 EUR per maand uitkomen plus 1.10 EUR voor een tweede rekeninghouder (en/of rekening).

Het nieuwe pakket doet eigenlijk alles wat het oude pakket doet. Behalve dat pinnen (als in: geld uit een muur trekken) of geld storten geld kost. Het aantal keer dat we dit doen is op 1 hand te tellen. In de afgelopen 10 jaar. Alleen de oude schoonmaakster wilde contant geld, maar na een akkefietje omtrent beschadigde items in ons huis wilde ik de schoonmaakster niet meer hebben :-).

Mijn nieuwe pakket gaat 2.70 EUR per maand +1.1 voor 2e pashouder kosten. Dat is een besparing op jaarbasis van maar liefst 37.20 EUR! Voorwaar niet slecht, voor 1 minuut werk in de App.
(als ik creatief reken is de bank zelfs meer dan gratis, want we krijgen natuurlijk ook weer rente en de maandelijkse rente is hoger dan de bankkosten)

Catastrofale blunder in budget

Al een poosje ben ik bezig met de budgetten voor 2023. Niet dat dit zoveel werk is, maar er verandert gewoon best wel veel. Met name de energiekosten zijn een aanslag op de portemonnee (of vooral op de cashflow). Maar ook andere posten werden maar langzaam duidelijk. Pas enkele weken geleden kregen we meer inzicht in de kinderopvangkosten voor volgend jaar, om maar iets te noemen.

En een aantal dingen is nog onduidelijk, maar wel gebudgetteerd. Zo hebben we nog geen idee waar we naar toe gaan op vakantie en ook niet precies wanneer. En enkele beslissingen staan nog wel degelijk open, ondanks het “ronde budget“. Namelijk het feit dat er 1 leasecontract van een auto afloopt in oktober. Dat is een feit. Maar nog niet wat we dan gaan doen met een tweede auto. Wonende op het platteland is een tweede auto haast een “verplichting”: openbaar vervoer bestaat hier simpelweg niet.

Maar wat voor auto dit moet zijn staat ter discussie. Daar kom ik later nog wel op terug. Een andere openstaande beslissing is het vervangen van de kozijnen. Daar kom ik morgen op terug.
Nu wil ik het hebben over mijn blunder in het budget!

Al eerder heb ik een omzetverwachting gemaakt voor mijn eigen bedrijf. Of in management termen een “sales forecast”. Da’s hetzelfde. Maar wat ik heb nagelaten om te doen is deze verwachting om te zetten naar een resultaat. Nuja, ik heb uiteraard uitgerekend wat het netto oplevert per maand en wat ik eventueel van de bedrijfsreserves moet opnemen of terug aanvullen. Dit om te zorgen voor stabiele inkomsten in de privé-sfeer.

Maar de gevolgen heb ik niet ingevoerd bij de Toeslagen. Mijn inkomen heeft namelijk een flinke duikeling gemaakt: van ongeveer 100.000 EUR per jaar bruto, naar 72.000 dit jaar (gedeeltelijk fulltime in dienst), naar 50.000 volgend jaar (volledig als ondernemer). Die gegevens, samen met de hogere opvangkosten (hoger uurtarief kinderdagverblijf) heb ik ingevuld op de Toeslagen-website.

En ik stond perplex. Waar we eerst 441 EUR terugkregen per maand, is dit enorm gestegen. Naar bijna 900 EUR. Dat is nogal een verschil…
Dit wordt verklaard door 2 dingen, beiden uiteraard een gevolg van een lager inkomen. Ten eerste de manier waarop de kinderopvangtoeslag wordt bepaald. Het inkomen telt voor de tegemoetkoming bij het eerste kind zeer sterk mee (voor de 2e en 3e maakt het weinig uit). Bij ons “oude” verzamelinkomen was het vergoedde percentage nog 33.3%. Door het lagere inkomen is dit nu 57.8%.

Maar het wordt nog bonter: we hebben opeens recht op “kindgebonden budget”. De regels voor het kindgebonden budget zijn onnavolgbaar en een combinatie van het aantal kinderen dat je hebt, het inkomen en het vermogen (let op: PDF van Belastingdienst). Bij het vermogen telt huis & auto niet mee. Gelukkig hebben we 130.000 EUR in ons huis gestopt de afgelopen jaren ;-).
Het bizarre gevolg is wel dat de volgende rekenregel van toepassing is:

  • 3 kinderen
  • Met toeslagpartner
  • Maximaal bedrag daardoor: 3327 EUR
  • Gezamenlijk toetsingsinkomen: 90.000 EUR
  • Vermindering tov. maximaal bedrag is:
  • 6,75% x (het toetsingsinkomen ­- €39.596) = 6,75% x (90.000-39596= 50404) = 3402

De formule stamt uit de genoemde PDF voor 2022, waarbij we net geen recht hebben op het kindgebonden budget. Maar als je de Toeslagen voor 2023 invult, vult het systeem ook automatisch de berekening voor 2023 (waar ik het formuleblad niet van kan vinden). En dan krijgen we opeens 130 EUR per maand aan kindgebonden budget.

Wat ik hier van vind? Het is een mooie meevaller. We zullen er geen dag of minuut minder om werken, maar het geeft natuurlijk wel meer lucht in het budget. Het is in ieder geval een stommiteit om het niet mee te rekenen. Voor de goede orde: de verhoging van de kinderopvangkosten hadden we wél meegenomen in het budget!

Schulden en hoe banken het onaantrekkelijk maken om deze af te lossen

Vrijwel alle huishoudens in Nederland hebben schulden. Sommigen categoriseren schulden als “goede schulden en slechte schulden”. Anderen, zoals ik, zien alle schulden zoals Dave Ramsey: alle schuld is slechte schuld.

Dat neemt niet weg dat ook wij niet schuldenvrij zijn. Sterker nog, we hebben 3 verschillende schulden. Een hypotheek op de woning, studieleningen en een consumptief krediet. De laatste hebben we vorig jaar zeer bewust gekozen; we wilden geen aandelen verkopen en ook geen risico’s nemen met onze buffers. We hebben dus een lening genomen tegen 3.9% rente voor het opstarten van mijn eigen bedrijf.

Maar dat voelt niet prettig. We waren namelijk goed bezig met het afbouwen van onze schulden en het opbouwen van vermogen. Ons vermogen is nog altijd zeer positief, evenals de cashflow. Maar toch voelt het niet prettig! We lossen deze lening dan ook snel af.

Maar geldverstrekkers maken het niet interessant!

Geldsnor en Lieftallige Echtgenote zijn pragmatische mensen. We kunnen beredeneren dat iets verstandig is om te doen, en het daarom doen. Maar er is een probleem met het aflossen van een aantal schulden. Dit geldt voor zowel de studieleningen als de consumptieve lening:

Als je aflost wordt de looptijd korter maar het maandbedrag blijft gelijk.

Stel je nu de situatie voor van Klaasje. Klaasje houdt iedere maand 100 EUR over. Klaasje heeft een consumptieve lening van 20.000 EUR die zij in 10 jaar moet aflossen tegen 3.9% rente. Dit leidt tot een aflossing van 200.90 EUR per maand, 120 maanden lang. De totale kosten voor het krediet zijn 24.108 EUR.

Klaasje kan nu 100 EUR aflossen elke maand. Met 12 maanden extra aflossen heeft ze 1200 EUR afgelost. Een prima resultaat. Maar het helpt Klaasje geen klap met makkelijker rondkomen! Het enige voordeel wat ze heeft is dat ze nu na 9,5 jaar schuldenvrij is ipv. 10 jaar. En als ze dit blijft doen gedurende de looptijd is ze 40 maanden eerder klaar (dus na 80 maanden).

Is dit heel aantrekkelijk voor Klaasje om te doen? Met 100 EUR extra aflossen bouwt ze geen enkele buffer op, en is ze gevoelsmatig nog steeds dezelfde eeuwigheid bezig met afbetalen. Met het risico dat ze méér moet lenen om eventuele tegenvallers op te vangen!

Hoe anders zou dit zijn geweest als de looptijd hetzelfde was gebleven! Dan had Klaasje er simpelweg zélf een lineaire aflossing van kunnen maken. Van de 100EUR die ze overhoudt per maand, hoeft ze de eerste maand slechts 30 EUR te gebruiken. En de maand er op iets minder, en zo voorts. De totaal betaalde rente ligt slechts 200 EUR lager in dit geval.

Maar het belangrijkste voordeel zit in de cashflow. Ze kan immers kiezen of ze het wel of niet uitgeeft en nog steeds een deel ter zijde houden. Maar ook iedere maand het verplichte deel kleiner zien worden. Als er ergens iets tegen zit, kan ze het een maand niet doen. Maar het werkt natuurlijk wel motiverend.

Naar de Geldsnor-situatie

Cashflow is King. Dus als ik kijk naar onze eigen situatie, dan zouden we de leningen niet moeten aflossen: het heeft geen invloed op de cashflow. Maar dat is korte termijn-denken. Op de lange termijn heeft het natuurlijk wel degelijk invloed.

Wel ben ik van mening dat je bij schulden moet kijken naar de kosten. De werkelijke schuld is immers de betalingsverplichting die je bent aangegaan voor alle termijnen bij elkaar opgeteld. Inclusief de te betalen rente! Dát is de werkelijke schuld.

Met versneld aflossen van schulden pak je dit op 2 fronten aan: zowel het principele gedeelte (de hoofdsom) als het rentedeel worden lager.

Onze schulden zien er als volgt uit:

Het totaal van de som is 425.600 EUR. Een mega-bedrag, maar gelukkig kleiner dan de bezittingen. Maar dat zeg ik slechts om me beter te voelen. Het veranderd niet de realiteit. Maar feitelijk is de realiteit nog veel erger. Want zoals gezegd: ook de renteverplichtingen dien je mee te nemen in het schuldenoverzicht. De totale verplichting ligt daarmee ruim boven de 500.000 EUR.

Dat verandert niets aan de vorm van taart overigens. Maar de leningen hebben ook een aardige cashflow-impact. Zo kosten de studieleningen 175 EUR per maand, de bedrijfslening 201 EUR per maand en de hypotheek 1135 EUR per maand.
De studielening lopen een aardige periode door, maar lossen we simpelweg niet versneld af. We hebben 2 bedragen op de rekening staan die we naar het DUO storten als de rentevrije periode op de studieleningen is afgelopen.
De bedrijfslening storten we zo snel mogelijk af. Van de oorspronkelijke 10 jaar zijn er nu nog 6,5 over. Geen slecht resultaat in 5 maanden tijd. In december volgt de volgende 2 jaar en in mei volgend jaar zijn we er helemaal van af.

En dat scheelt dan tóch weer mooi 201 EUR per maand. Die vrijgekomen financiële ruimte kunnen we in principe naar believen besteden. Maar stel dat we dit volledig ten goede laten komen aan de hypotheekaflossing…Dan scheelt dat 20.000 EUR aan rente tot augustus 2049. Op dat moment zou er nog 128.000 EUR open staan op het aflossingsvrije deel. Als we vrijkomende afbetalingen op de studielening op dezelde wijze inzetten scheelt het nogmaals bijna 10.000 EUR rente over de looptijd – en hebben we minder dan 90.000 EUR aan aflossingsvrij deel.

“Uiteraard” werken we met de sneeuwbal: dus niet alleen de vrijgekomen cashflow van niet-langer-af-te-betalen-schulden, maar ook het vrijkomende deel van de afgeloste bedragen op de hypotheek tellen mee. En daarmee zijn we vanaf 2048 (zonder éxtra aflossingen) volledig hypotheekvrij.

Terug naar de moraal van het verhaal: “ze” maken het niet interessant om af te lossen

Bovenstaande vraagt discipline en het uitschakelen van emoties. En dat is jammer. Het zou banken of geldverstrekkers sieren als de standaard is dat het maandbedrag verlaagt wordt. Met als 2e keuzeveld de vraag om het vrijgekomen geld alsnog ten goede te laten komen aan een korte looptijd.
Hiermee zien mensen direct een voordeel in hun financiële situatie als ze aflossen.

Ik wil niet weten hoeveel gezinnen een krediet ergens hebben en niet af durven te lossen omdat ze dan geen geld beschikbaar hebben. Immers: weg = weg in dit geval. Je kunt het niet opnieuw opnemen (tenzij je een doorlopend krediet hebt genomen, maar dat moet je gewoon niet-never-nooit doen in mijn ogen).

Nu komen dit soort gezinnen wellicht in de problemen omdat leningen niet zijn afbetaald en de maandelijkse lasten gelijk zijn gebleven – voor die lening. Terwijl de rest duurder werd. Klaasjes’ 100 EUR wordt weggevreten. Mogelijk valt volgend jaar haar hele maandbedrag in 1x weg als dan toevallig het hele bedrag betaald is. Maar hoe zuur is het als ze in de tussentijd een betalingsregeling heeft moeten treffen met de huisbaas/hypotheekverstrekker/belastingdienst/energiemaatschappij?

De Zorgverzekeringendans

Het is weer tijd voor de jaarlijkse zorgverzekeringendans! Met dank aan de overheid, die bedacht heeft dat de zorg een commercieel product moet zijn, hebben we al járen te maken met een 8 weken durende reclamecampagne van bedrijven die grosso-modo allemaal hetzelfde aanbieden.

Want zeg nu zelf: een zorgverzekeraar doet eigenlijk helemaal niets nuttigs voor zijn geld, behalve het verzorgen van liquiditeit voor jou, als verzekerde. Het voorkomt het schuiven van geld van jou, naar een zorgverlener. Dat is op zich een nuttige functie, maar niet iets wat in mijn ogen een commercieel doel dient.

Immers, het product is de zorg zélf. Het is van de zotten dat een hersenoperatie uitgevoerd door Prof.Dr.Claassens in het RadboudUMC (ik bedenk deze naam ter plekke, mocht hij of zij echt bestaan: dan is dat toeval!) via VGZ meer zou kosten dan via FBTO. Het is ook van de zotten dat we (en dat doen verzekeraars!) allerlei “productie en efficiency-doelstellingen” op gaan leggen. Oké, efficiency is wel prima. Maar ook weer niet: vanuit operations management leert iedere operations manager dat sommige sectoren bij uitstek gediend zijn bij grote overcapaciteit. Politie, brandweer en…ziekenhuizen!

Enfin, dat is natuurlijk maar een deel van de zorg. We hebben ook huisartsen (met 10 minuten per patiënt: hoe volledig was jouw anamnese?), en heel veel andere dingen. We zijn collectief vergeten wat een “commercieel product” is.

Politici, en blijkbaar een hele trits ambtenaren die advies hadden moeten uitbrengen, denken vanuit hun wereldvreemde toren dat de vrije markt “het beste product voor de laagste prijs” oplevert.
Forgive my French, maar dat is gelul. De vrije markt levert ALTIJD het sléchtste product voor de hóógste prijs. Zo werkt de markt. De hoogste prijs is de prijs waarboven “men er niet meer mee wegkomt” en een beter product vereist.
Die misser, is een dure. Want het houdt een heel apparaat in stand. Niet alleen de zorg, maar ook de miljoenen per jaar die (in mijn ogen) dus onnodig gespendeerd worden aan reclames. De duizenden (miljoenen!) onderhandelingen die voor duizenden verschillende verzekeringen (uiteindelijk een handjevol verzekeraars) met duizenden verschillende zorgaanbieders gevoerd moeten worden.

De onnodige verplaatsingen, omdat een stukje zorg niet bij jouw ziekenhuis uitgevoerd wordt, maar wél in Heerlen of Zwolle. Terwijl een andere verzekering, van dezelfde verzekeraar, dit wél aanbood. Geen touw aan vast te knopen.

Maar ach: ik ben weer eens overgestapt. Mijn merkentrouwheid is volledig en absoluut nul bij zorgverzekeringen. Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik ieder jaar opnieuw moet kijken bij wie ik überhaupt verzekerd was. Ik heb er namelijk nog nooit gebruik van hoeven maken.

Nieuw dit jaar is dat ook Vrouwlief over gaat stappen. Haar verzekering ging nu over de 150 EUR heen.
Blijf ik bij mijn eigen credo: er zijn maar weinig beroepsgroepen die eindigen op “aars” die iets bijdragen in de maatschappij.

(verzekeraars, makelaars, handelaars, bemiddelaars, bedelaars, dansleraars. Eén van de weinige uitzonderingen zijn de metselaars. Over de knuffelaars twijfel ik nog.)

Rente op studieschuld: Geldsnor wijzigt de plannen

Eerder deze week kwam het bericht dat er wederom rente geheven gaat worden op studieleningen. Daar ben ik niet op tegen: lenen kost geld, en zou geld moeten kosten. Een rente hoort daar dus bij. Helaas is er een hele generatie studenten gewend geraakt aan lage of nihil-rentes. En dan gaat het natuurlijk wel pijn doen. Zeker in combinatie met het “nieuwe stelsel”, wat inmiddels het oude stelsel gaat worden: lenen, lenen, lenen.

Er zijn studenten die 4 tot 6 jaar lang maximaal lenen bij het DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs). Dat is 10.000 EUR per jaar, en na 6 jaar dus een kleine 60.000 EUR. Met 0-rente is dat nog steeds 60.000 EUR, wat in 35 jaar afgelost moet worden. 60.000 EUR aflossen in 35 jaar kost 142.85 EUR per maand.

Een aflossingspatroon ziet er dan zó uit, 35 jaar (!) lang. Je bent dus net klaar met afbetalen, als je AOW gerechtigd bent.

Als de rente over de studieschuld 2% bedraagt, over de gehele aflossingsperiode, dan heeft dit nogal een impact. Die velen niet hebben overzien. De aflossing (per jaar) is niet langer 142.85 EUR per maand, maar is opgelopen tot 196.08 EUR per maand ofwel 2353 EUR per jaar: 37% meer dan zónder rente. In totaal betaal je nu 22.355 EUR rente in de 35 jaars periode. Oops!
(getallen bij benadering, geen rente gedurende de periode waarin je geleend hebt)

Studieleningen van Huize Geldsnor

Al eerder heb ik aangegeven mijn eigen studieschulden zo langzaam mogelijk af te lossen; ze kosten immers niets. Daar valt wat voor te zeggen. Het beïnvloedt wel onze cashflow en dus ons vermogen om vermogen op te bouwen. Maar het rentepercentage is 0%. De inflatie vreet dus als het ware de studieschuld weg.
Mijn originele studieschuld is al afbetaald, simpelweg door de tijd. We hebben er geen viering van gemaakt, maar sinds februari dit jaar is deze foetsie. Prachtig!
Lieftallige Echtgenote heeft nog wel een studieschuld, momenteel ongeveer 7500 EUR. Met het huidige aflossingsschema is zij studieschuld vrij in maart 2028: nog 5,5 jaar. Maar ook ik heb nog wel degelijk een studieschuld: een LevenLangLerenkrediet. Om mijn particuliere MSc. opleiding te bekostigen hebben we een deel hiervan gefinancierd met een LLK. In totaal hebben we 10.500 EUR geleend. In mei 2022 hebben we hier voor het eerst op moeten aflossen, en dit loopt tot 2037.

In zijn totaliteit hebben we dus nog voor 18.000 EUR aan studieschulden uitstaan. Het plan was om deze studieleningen zo langzaam mogelijk af te lossen. Er is immers (behalve de cashflow) geen voordeel om ze eerder af te lossen.

Maar nu wordt de situatie anders. Er gaat rente op deze studieleningen komen. Nog niet direct: de rentes zijn altijd vastgezet voor een periode van 5 jaar. De studieschuld voor mijn vrouw is rente-vrij tm december 2025. Het levenlanglerenkrediet nog een jaartje langer.

Op het eind van de rentevrij-periode bedragen de schulden nog respectievelijk 3159 EUR en 7292 EUR. Tot het eind van deze periode betalen we niets extra. Het rendeert beter om af te lossen op de hypotheek dan op een 0%-lening.
We hebben wel afgesproken dat we bij het aflopen van de rentevrije periode direct de leningen aflossen.
Heb jij nog studieleningen?

Pensioen en arbeidsongeschiktheidsverzekering als ZZP-er

Recentelijk kreeg ik de vraag in de comments van Bas: “Hey Geldsnor, hoe kijk jij als zzp’er naar AOV en Pensioen? Heb je daar dingen voor geregeld?”

Het antwoord daarop is zowel simpel als ingewikkeld. Vandaar dat mijn antwoord toen was: daar verdien je een antwoord op dat langer is dan waar ik nu tijd voor heb. Nu heb ik wel tijd om het een beetje uiteen te zetten.

Het simpele antwoord is: een verantwoordelijke volwassene regelt zo vroeg mogelijk een pensioen, zodat hij of zij bij de pensioengerechtigde leeftijd in ieder geval iets heeft om op terug te vallen. De werkelijkheid is iets complexer, en heb ik al eens iets over geschreven.

Mijn situatie is complex

Het langere antwoord begint met een simpele zin: mijn situatie is complex. Ik ben 37 en heb eigenlijk altijd wel gespaard voor mijn pensioen in loondienst. Een groot voordeel wat ik heb gehad is dat ik al heel snel een hoog inkomen had. En ook het inkomen van Lieftallige Echtgenote is flink gegroeid in de loop der jaren.

Maar ook de jaren daarvoor werkte ik al, alleen heb ik de inkomsten niet zo mooi meer in een spreadsheet. In 2007 ging ik voor een startup werken, die in 2011 verkocht is aan grote multinational. Dat leverde een kleine bijdrage op aan mijn vermogen destijds (een overnamebonus van 10.000 EUR bruto). Maar het belangrijkste was de pensioenbijdrage. In een startup is het volstrekt normaal om géén pensioenregeling te hebben vanuit de werkgever. Zelf sparen daarvoor was geen optie die in me opkwam, bovendien rookte ik toen nog en gaf ik geld uit als water aan alles.
Echter, onderdeel van de overnamesom was het betalen van de pensioenpremies van de medewerkers, tot aan hun startdatum. Dat was interessant.

Daarna ben ik voor werkgevers gaan werken met pensioenen. Met een gat: ik ben in 2018 voor een bedrijf gaan werken wat op de fles ging. Lang verhaal, en laten we het er op houden dat de toenmalige CEO volop bezoek heeft gehad van de FIOD. Belangrijkste was dat wij een doorstart hebben gemaakt (vanuit het MT) en dat er geen pensioen afgedragen blijkt te zijn door de toenmalige baas.

En wel op een dusdanige manier dat de pensioenverzekeraar van mening is dat er nooit sprake is geweest van een pensioenovereenkomst – alleen een voorstel, wat door het niet-betalen nooit tot uitwerking is gekomen.

Anyway: sindsdien heb ik een pensioen, tot juni dit jaar. Toen ben ik immers fulltime voor mezelf begonnen.
Of toch niet: ik werk 3 (tijdelijk 4) dagen voor een baas in loondienst. Ik werk 1, soms 2 dagen als consultant als ZZP-er, en ik werk aan mijn eigen bedrijf in een BV. Dit blog is een hobby.
Bij de baas in loondienst is toeval. Het ging eigenlijk om een consultancy-overeenkomst, maar ze konden me niet betalen. Om mijn tijd te vullen, heb ik een tijdelijk contract geaccepteerd. De achtergrond hiervan is onderdeel van het antwoord op de vraag.

Loondienst & ondernemer zijn

Je kunt in Nederland ZZP-er zijn, zonder ondernemer te zijn. Een belangrijk criterium hiervoor is het aantal opdrachtgevers, type opdrachtgevers, omvang van de opdrachtgevers tov. je omzet en het urencriterium.
Simpel gezegd: ik had 1 opdrachtgever, die ook mijn ex-werkgever was. Bovendien voldoe ik niet aan het urencriterium als ZZP-er. Met 1 dag per week ben je voor de belastingdienst geen ondernemer (>1200 uur pj). Wel voor de BTW overigens, omdat ik meer dan 20.000 EUR omzet genereer.

In loondienst ben ik automatisch verzekerd voor een aantal dingen: namelijk de arbeidsongeschiktheid en voor werkloosheid. Als ik werkloos word, dan heb ik recht op een uitkering voor 70% van dat deel van het inkomen (kort gezegd). En als ik arbeidsongeschikt raak is er ook van alles geregeld.
Wat hier niet geregeld is, want ook dit is een startup, is het pensioen.
In december, als mijn jaaromzet bekend is, zal ik dan ook mijn maximaal toegestane pensioen zelf storten.

Belangrijk voor het pensioen & fire

Het belangrijkste aan het pensioen vind ik echter de noodzaak voor geld. Die moet zo klein mogelijk zijn. Op dit moment geven we veel geld uit, onder andere aan kinderopvang, transport en hypotheek.
Als we met pensioen gaan hebben we echter geen hypotheek meer, en uiteraard geen kinderopvang. En ook geen noodzaak voor 2 auto’s en alle tijd van de wereld voor een grotere moestuin. Maar ook geen studieleningen en een netto lagere energierekening (excl. inflatie).

Met andere woorden: het terugbrengen van de kosten voor later is van groot belang. De nadruk ligt dus niet alleen op een pensioen opbouwen, maar ook om de kosten te drukken. De vraag is dus: is een maximale bijdrage in een pensioenregeling nu de beste besteding van mijn geld? Uiteraard is het fiscaal gunstig en zal ik het wel doen.
Maar hoeveel heb ik nodig, en wat heb ik tot nu toe georganiseerd?

Wat heb ik nodig voor pensioen?

Alle bedragen die ik hier noem zijn exclusief rekening te houden met inflatie. Zowel de inkomstenkant als de uitgavenkant. Dat is niet zo onlogisch: de meeste kosten die ik heb ná pensioen, zijn niet te beïnvloeden met inflatie.
Een grove berekening laat me zien dat ik tegen huidendaagse kosten voor ongeveer 21.000 EUR per jaar met pensioen kan. Dat is autobezit, af en toe uit eten, nieuwe kleding, eten, gemeentelijke belastingen, verzekeringen en vakantie.
Dat vind ik niet slecht. Dat is overigens ook wel het écht minimale. Maar het kan, mits de hypotheek is afbetaald.

Wat is er tot nu toe geregeld?

We gaan even uit van bestaande regelingen. Meer heb ik tenslotte niet – de rest is speculatie. We gaan ook uit van een blijvende situatie waarin ik getrouwd ben met Lieftallige Echtgenote.

De AOW-uitkering is 863 EUR p.p. en daar komt nog bijna 50 EUR vakantiegeld bij. Dit is dus 21.912 EUR met z’n tweetjes op jaarbasis. We zouden dus iets overhouden, met alleen de AOW-uitkering.

Dan onze pensioenen. Ik heb een aantal gegarandeerde pensioenen (uitvoeringsovereenkomsten). Die worden dus niet minder of meer, los van eventuele indexaties. Dit is 1001 EUR per jaar.
Dan heb ik nog 2 pensioenen die gebaseerd zijn op “premieoveereenkomsten”. Deze hebben geen garanties, alleen verwachtingen. De ene levert volgens verwachting 5.600 EUR op, en de andere 3400 EUR.
(let op: alle standen per 31 december 2021)
Dit alles tesamen is 10.000 EUR per jaar, als ik vanaf nu geen cent meer inleg.

Lieftallige Echtgenote heeft ook nog een pensioen, en zal daar ongeveer 30.000 EUR per jaar uithalen zoals het er nu uitziet. Uiteraard zijn deze 30.000 en genoemde 10.000 EUR bruto. Laten we uitgaan van de helft netto, en we zitten op 20.000 EUR per jaar.

Feitelijk zijn we voor ons pensioen dus helemaal uitgelijnd voor de toekomst en hoeven we er geen extra geld meer in te steken. Belangrijker is om het huis afgelost te hebben en een goed dividendportfolio te hebben.

Budgetting stap 2: de inkomstenkant

Eerder deze week heb ik al geblogd over het budget voor 2023. Dat waren de uitgaven, die ruim over de 100.000 EUR per jaar komen (immers, 83.000 in 9 maanden is 110.667 EUR per jaar – de werkelijkheid ligt rond de 104.000). Eerlijk gezegd, een schrikbarend hoog getal.
Maar, zoals gezegd in dezelfde blogpost: een aantal uitgaven waren bijzonder incidenteel. Met name het laatste stukje keuken en schilderwerk is niet herhalend. En ook de kosten voor kinderopvang zullen volgend jaar flink afnemen. Evenals de kosten voor de honden, die er simpelweg niet meer zijn.
Gelukkig is er in 2022 ook 100.000 EUR binnengekomen. Dat is niet geheel toevalligerwijs vrijwel hetzelfde bedrag. Immers, wat we uitgeven is inclusief bijvoorbeeld de hypotheekaflossing. Als we meer verdienen, lossen we meer af (of sparen).
Nu was 2022 niet het beste jaar qua inkomsten. In 2020 kwam er 104.000 EUR binnen en in 2021 115.000 EUR. En in 2022 dus ongeveer 105.000 EUR.

Enorme bedragen? Ja, we hebben goede inkomsten. Lieftallige Echtgenote werkt 3 dagen per week en ook ik heb dit jaar voor het grootste deel 3 dagen per week gewerkt. Tot juni, sindsdien werk ik voor mezelf. In de genoemde bedragen zit tot nu toe alles: salaris, kinderopvangtoeslag, kinderbijslag en voorlopige teruggaaf.

Ons salaris was gezamenlijk 74.300 EUR. De kinderopvangtoeslag 14.000 EUR, en de hypotheekrente-aftrek ofwel “voorlopige teruggaaf” is 5600 EUR. Het restant is kinderbijslag, grofweg 1000 EUR per kind per jaar.

Nu is er nog wel iets “geks” aan de hand met mijn inkomsten. Of eigenlijk weinig geks: ik reservereer het grootste deel. Ik heb voor iets meer dan 37.000 EUR aan facturen vanaf juni t/m december. Hiervan is 18000 eur reeds gerealiseerd, en de rest zit in de opdrachten voor oktober t/m december.
Echter, van de reeds gefactureerde 18.000 EUR heb ik slechts 6567 EUR uitbetaald aan mezelf als salaris (vanaf juni). Het restant van ongeveer 11.500 EUR staat op een rekening te wachten op slechtere tijden en de belastingaanslag volgend jaar. Met de te verwachten belasting heb ik mezelf iets meer dan 2500 EUR “te weinig” betaald. In de maanden oktober t/m december zal ik 500 EUR per maand uitkeren en de rest reserveren. Het resultaat zal zijn dat er aan het eind van het jaar ruim 29.000 EUR staat te wachten op slechtere tijden (10.500 EUR) en de Belastingdienst (18500 EUR).

2023: de inkomsten

Volgend jaar lijkt tot nu toe een bijzonder goed jaar te worden. Het ziet er voorzichtig naar uit dat ik voldoende opdrachten heb om nu al te mogen rekenen met een inkomstenbron van 135.000 EUR bruto: 5625 EUR netto. Mijn lieftallige Echtgenote zal rond de 32.500 EUR zitten, gemiddeld dus 2708 EUR per maand. Doorgaans iets minder, want haar vakantiegeld en eindejaarsuitkering liggen in mei en december.
Met 8333 EUR netto per maand, exclusief toeslagen, valt er voor ons helemaal niets te klagen.
De overigen “inkomsten” volgend jaar zullen zijn:
Voorlopige teruggaaf: 5500 EUR
Kinderbijslag: 3100 EUR
Kinderopvangtoeslag: 7200 EUR

In totaal verwacht ik volgend jaar, onder de huidige bekende omstandigheden, dat we bijna 116.000 EUR aan inkomsten zullen hebben.

Later volgt dus het klapstuk: waar zullen we dit geld eens aan gaan uitgeven?
Hint: aan niets speciaals…