Jaaroverzicht 2021

2021 was een bewogen jaar in Huize Geldsnor. Ik ben voor mezelf begonnen (gedeeltelijk), er is een derde kind geboren, een hond overleden en we hebben flink verbouwd. Ook is ons vermogen flink gegroeid en ons energieverbruik flink gedaald.

Totaal overzicht: uitgaven

Ik vergelijk diverse kostenposten: Auto, brandstof, Diverse, Kinderen, Honden, Horeca, Hypotheek, Kapper, Kinderopvang, Kleding, Levensonderhoud, Nuts, OV, Studielening, Vakantie, Verbouwing, Verzekering, Zakgeld, Sporten.

Met deze categoriën zijn namelijk alle uitgaven gedekt. Deze heb ik vergelijken met de 2 voorgaande jaren:

En wat valt er op? Juist! Dat de grafiek onleesbaar is door onze enorme verbouwingen in 2019. Sinds we in dit huis wonen (2019 dus) hebben we reeds 119.000 EUR uitgegeven aan diverse verbouwingen.

Even opgeschoond:

In 2021 hebben we veel geld uitgegeven aan vakantie. Dit komt voor een zeer groot deel voor rekening van de caravan die we gekocht hebben. De auto is even duur gebleven en de brandstofkosten zijn aanzienlijk gedaald. In 2021 hebben we iets minder extra afgelost dan in 2020 en de kinderopvang is met de komst van de derde uiteraard fors gestegen. De kosten voor het levensonderhoud (boodschappen, luiers en drogisterij) is nauwelijks gestegen. De kosten voor NUTS zijn inclusief de energierekening, maar exclusief de compensatie voor de elektriciteitskosten voor het opladen van de auto van de zaak. Hetzelfde geldt voor de kinderopvang: dit zijn slechts de kosten en exclusief kinderopvangtoeslag. En de hypotheek is ook bruto!

De totale (bruto)kosten zijn gestegen van 76.586 EUR in 2019, tot 80706 in 2020 en dit jaar tot 86301 EUR.

Eigen vermogen

Ons eigen vermogen is verdeeld in een aantal categoriën: spaargeld, beleggingen & obligaties, overwaarde woning, auto-teruggaaf en persoonlijke pensioenbeleggingen.

Ons spaargeld is fors afgenomen: we hebben alle verbouwingen, ook dit jaar, uit eigen zak betaald. Deze verbouwingen verreken ik niet in de overwaarde van de woning en is dus op papier verloren geld. Pas als de WOZ-waarde weer wordt aangepast, stijgt de woningwaarde.

Beleggingen & obligaties zijn ons aandelenpakket, Lendahand en Corekees-bomen. Deze laatste twee zitten “opgesloten”. De aandelen hebben het goed gedaan dit jaar: ruim 29% in de plus.

De overwaarde is flink gestegen, dankzij aflossingen (6800 EUR) en een waardestijging van onze woning (57000 EUR). Geen slecht resultaat. Hoewel: er is véél meer eigen geld ingegaan dan de waardestijging tot nu toe laat zien. Echter, als ik zie voor welk bedrag huizen in de omgeving inmiddels verkocht worden…Dan zou er nog eens ruim 130.000 EUR bij komen. Maar: dat rekenen we pas als de WOZ-waarde wordt aangepast!

De auto-teruggaaf is een bijzondere. Ik heb al eens eerder laten zien wat onze (private lease!) auto kost. Dit is een erfenis van vóór onze reis naar een zuiniger leven. Echter, dankzij de pandemie rijden we veel minder kilometers dan oorspronkelijk ingeschat. En daarvoor krijgen we aan het eind van de contractperiode geld terug. Feitelijk betalen we nu dus te veel. Dit reken ik mee tot het eigen vermogen, immers het is geld wat feitelijk van ons is als het contract ontbonden wordt. Dit is inmiddels bijna 2000 EUR: 900 EUR méér dan aan het begin van het jaar.

Dan nog ons pensioenpotje. Of mijn pensioenpotje. Ik heb een persoonlijk pensioen, en geen collectief pensioen. Dit staat dus op een beleggingsrekening. Uiteraard is ook dit potje flink gegroeid: ik heb iedere maand ingelegd en de beurzen zijn gestegen. Er is bijna 16.000 EUR toegevoegd aan het pensioenpotje.

Al met al is ons eigen vermogen gegroeid met meer dan 72.000 EUR.

Energieverbruik

Zoals bij de vaste lezers bekend: ik hou mijn energieverbruik minutieus bij. Het gaat hier om het totale energievebruik, teruggerekend naar kWh. Dit geldt dus ook voor gas wat we verstoken en benzine die we tanken (op het moment van tanken, niet de verbranding). Een kuub gas staat voor 9.8kWh en een liter benzine 8.9kWh.

De eigen productie wordt van het elektriciteitsverbruik afgetrokken. Op deze manier is er een totaal finaal energieverbruik te berekenen. In 2020 was dit nog 27.050kWh. In 2021 is dit gedaald tot 25.002kWh. Ruim 7,5% minder dus. Van mijn totale finale energieverbruik is 39% afkomstig van mijn eigen PV-panelen. Vorig jaar (2020) was dit nog 38%.

In onderstaande grafiek is duidelijk te zien dat ik in oktober en november veel meer energie verbruikt heb dan vorig jaar. Dit komt door zakenreizen met de auto.

Hoe dit aankomend jaar gaat? Dat is een grote onbekend. Het streven is om opnieuw fors minder energie te verbruiken. Als we geen koud voorjaar krijgen (zoals dit jaar) en geen koude episode in de winter, dan gaat dat wel lukken.

De hypotheekaflossingen & hoe onze hypotheek 1000 EUR per jaar goedkoper werd

Onze hypotheek bestaat uit een deel aflossingsvrij en een deel annuïtair. Oorspronkelijk was dit 48,2% aflossingsvrij en dus 51,8% annuïtair. Die verhouding wordt langzamerhand natuurlijk anders: de annuïteit wordt iedere maand geïncasseerd en gaat af van de hoofdsom van het annuïtaire deel. Deze wordt dus lager, terwijl het gedeelte aflossingsvrij gelijk blijft.

Het geval is echter dat het aflossingsvrij deel een hogere rente kent dan het annuïtaire gedeelte. Extra stortingen op de hypotheek doen we dan ook op het aflossingsvrije deel. Dit zijn geen enorme bedragen geweest: 3088 EUR in 2019, 2836 EUR in 2020 en 1938 EUR in 2021.

Bij elkaar dus 7862 EUR. En dit levert geld op: want hierover hoeven we geen rente meer te betalen. Dit renteverschil betalen we wederom iedere maand als extra aflossing, zoals een sneeuwbal die een berg afrolt en steeds meer momentum krijgt: de bal wordt groter en zwaarder, en daardoor groter en zwaarder. Totdat deze in het dal is, en uit elkaar valt: einde hypotheek.

Een annuïtaire hypotheek is van zichzelf al een sneeuwbal: het maandbedrag blijft gelijk maar de aflossing wordt steeds kleiner. Dat ziet er ongeveer zo uit:

Op de horizontale as het aantal maanden. De sprongetjes zijn het gevolg van aanpassingen in de loan-to-value, ofwel de schuld-marktwaardeverhouding, waardoor de rente iets lager wordt. Die heb ik niet tot ver in de toekomst geplot, omdat ze onzeker zijn. Maar nog wel meegenomen in de komende 2 jaar. Enfin, dat maakt voor het plaatje weinig uit.

Echter, dankzij de extra aflossingen is de schuld-marktwaardeverhouding reeds flink aangepast: en dus de rente. En daarmee is de maandelijkse aflossing nog groter geworden. Iedere maand betalen we dit verschil ook als extra aflossing. Inmiddels al bijna 80 EUR per maand minder: 1000 EUR per jaar.

Dát heeft nogal een impact over de gehele looptijd:

Het verschil in 2048 bedraagt 42.000 EUR, mits we de maandelijks teruglopende rentelasten daadwerkelijk blijven aflossen op de hypotheek (wat we zeker van plan zijn!).

Een flink verschil. Ik weet óók wel dat dit een incompleet plaatje is. Ik hou namelijk geen rekening met oplopende kosten in OZB & EWF, Box3, of teruglopende belastingteruggaaf voor de hypotheekrente-aftrek. En ik laat óók de uithollende kracht van inflatie achterwege. Dat laatste is een theoretische discussie over de geldontwaarding, waardoor het geld wat ik later aflos minder waard is en ik het nu dus niet extra zou moeten aflossen.

Aan het eind van de dag geldt echter dat ik er nú mijn woonlasten mee kan verlagen, in plaats van dit mogelijk in de toekomst te doen. Het kost me niets aan welvaart: het oorspronkelijke hypotheekbedrag blijft gelijk en dat konden we ook betalen.

We kunnen dit ook anders plotten: in loan-to-value. Doe ik niet, is niet zo boeiend. Maar wat wel boeiend is: op het moment dat onze hypotheekrente gaat wijzigen, is de loan-to-value nog maar 50%. Kort gezegd: ons risico op een extreem stijgende hypotheekrente is daarmee flink beperkt! Deze bedraagt immers nog maar 50% van de loan-to-value (en 81% van de oorspronkelijke koopprijs). Het gaat dus langzaam maar gestaag.

Bovenstaande plaatjes houden géén rekening met stijgende inkomsten (of dalende) en eenmalige meevallers.

De duurste maand van het jaar ligt achter ons: uitgaven november 2021

De vaste lezers weten het inmiddels: In huize Geldsnor houden wij elke maand een bijeenkomst over onze financiën: wat hebben we uitgegeven de afgelopen maand, wat is er aan inkomsten binnengekomen en wat hebben we derhalve overgehouden?

November. De maand waarin de rekening van de keuken kwam die eind oktober geplaatst is. Althans, het grootste deel want ze zijn nog niet klaar. Iets met leveringsproblemen. Het geld ging met bakken de deur uit, en kwam in minder grote mate binnen. Ik werk immers nog maar parttime en lever dus een aardig deel van mijn inkomsten in. Dat betaald zich later wel terug, is de hoop, wens en verwachting. Maar niet nu. November was verder duur doordat ik op zakenreis ben geweest en de honden als gevolg daarvan een week lang in een pension zijn geweest. En dat is duur, en wordt uiteraard niet vergoed door de baas. Het is ook de maand waarin we de rekening kregen van de bevalling aan het begin van dit jaar…

Op de beurs was het wederom behoorlijk sappelen in november: -0.56%. De maand begon erg goed, maar de klad kwam er aardig in door omicron op “Black Friday” en maandag. Wederom een underperformance ten opzichte van de pensioenrekeningen, die 1,01% steeg. Tevens hebben we keurig opnieuw extra afgelost op de hypotheek: zo houden we het bedrag (min of meer) hetzelfde maar lossen we wel extra af.

Levensonderhoud683,34
Kleding487,08
Horeca267,05
Brandstof138,29
Klussen & tuinieren12511,20
Overige1059,53
Sub Totaal15146,49

Ik ben niet ontevreden over de kosten voor het “levensonderhoud” in november. Zeker niet als je bedenkt dat we 2 verjaardagen gehad hebben in deze maand. We zijn ook nog uit eten geweest, en het abonnement van de dierentuin is verlengd. Dat heb ik ook maar onder “horeca” geboekt.

Kleding…Tsjonge! Vrouwlief heeft aardig geshopt in november voor de kinderen. Af en toe is dat gewoon nodig.

In de vaste lasten zit niets bijzonders, afgezien van de ziekenhuisrekening die ik onder “verzekering” boek – ook al dekt deze dit niet. Saai is hier het devies.

Vaste Lasten”

Verzekeringen419,96
Lokale belastingen143,09
Ziggo53,50
Energie117
Zakgeld300
Kinderopvang2084,54
Auto664,67
Rente hypotheek676,23
Aflossing hypotheek561,08
Studielening162,20
Sub Totaal5173,27 EUR
Totaal uitgaven20319,76EUR

Spaarquote & vermogensopbouw

Dit alles brengt ons tot een spaarquote van -123,9%. Tegen dergelijke uitgaven valt immers niet te verdienen, vandaar dat je er vooraf voor spaart.

Tot ons “spaarquote” reken ik alles wat bijdraagt aan een betere financiële positie dan de maand ervoor: netto spaarmutaties, aflossingen op de hypotheek, beleggingen én de opbouw van mijn beschikbare premie-pensioen.

Vooruitblik 2022: een goedkoper jaar, ondanks de inflatie?

Ik heb afgelopen dagen aardig wat tijd gespendeerd aan het budgetteren voor volgend jaar. En ik denk eerlijk gezegd dat we een zeer goede kans hebben dat volgend jaar goedkoper gaat verlopen dan het afgelopen jaar!

Hiermee doel ik op de “normale” kosten. Uiteraard laten we niet ieder jaar een nieuwe keuken plaatsen en dat is toch een behoorlijke kostenpost in 2021 met ruim 20.000 EUR in totaal. Nee, in de categoriën “vaste lasten” en “variabele, wederkerende lasten”. Die laatste bevat brandstofkosten, boodschappen en dat soort dingetjes.

Vaste lasten 2022

De vaste lasten zijn alvast leuk.
Hypotheek bruto & inclusief aflossing, 2021 (totaal): 13973,78 EUR
Hypotheek, idem 2022: 13646,52

Dit is een daling van 2.4%. Dit komt enerzijds door een lagere rente (zie WOZ-bezwaar), en anderzijds door extra aflossingen in het jaar 2021 (ruim 1100 EUR extra, het is geen spektakel) bovenop de gewone annuïtaire aflossing.

Gemeentelijke belastingen betreft een aparte categorie. Ik ga uit van gelijkblijvende omstandigheden. Dat wil zeggen: levende honden. De hondenbelasting is ongeveer 150 EUR per jaar. Voorts ga ik uit van een stijging van de woningwaarde van 472.000 naar 550.000 EUR en een stijging van alle categoriën.
Dan stijgen de lokale belastingen van 1434,41 EUR naar 1699 EUR. Een stijging van 18%, vooral ingegeven door een stijgende woningwaarde.

Een flinke stijging is te verwachten bij de kinderopvangkosten: deze bedragen 19808 EUR in 2021 en stijgt naar 24000 EUR in 2022 (exclusief kinderopvangtoeslag). Dit is met name vanwege het feit dat onze jongste dochter het hele jaar naar de opvang gaat, en in 2021 pas vanaf eind mei.

Laatste grote kostenpost in de categorie “vaste lasten” bedraagt de energierekening. Deze daalt van 1319 EUR in 2021 naar 1080 EUR in 2022. Hierin wordt géén rekening gehouden met het feit dat ik de elektriciteit van mijn auto in rekening breng bij mijn werkgever.

De verzekeringskosten blijven nagenoeg gelijk. In totaal wordt de categorie “vaste lasten” dus wel iets duurder: 4545 EUR op jaarbasis.

Variabele lasten 2022

Dit blogje begon met de suggestie dat 2022 goedkoper zal zijn dan 2021. En dat komt toch met name door de variabele lasten. Eventuele verbouwingskosten laat ik in zowel 2021 als 2022 buiten beschouwing.

Brandstofkosten lopen op van 600 EUR in 2021 tot bijna 1100 EUR in 2022. Deze stijging zit met name in de vakanties. Overige brandstofkosten zijn afhankelijk van de duur van de corona-pandemie. Als ik thuiswerk kan mijn vrouw immers met de elektrische auto naar het werk. De elektriciteitskosten daarvoor worden niet gedeclareerd.

Kleding. Een flinke kostenpost in 2021: 1900 EUR. De kinderen groeien, dus dat is onvermijdelijk. Deze categorie zal niet veel groeien (hoop ik) maar ook niet krimpen.

Dan komen de klappers: vakantie, boodschappen en “diverse”.

In 2021 hebben we 9488 EUR uitgegeven aan vakantiekosten. Exclusief brandstof. Voor 2022 verwacht ik bijna 6000 EUR, 5686 EUR om exact te zijn. 3802 EUR minder dan dit jaar.

Dan de boodschappen. Ik weet het, ik weet het. Er is overal geblaat over inflatie. Gedeeltelijk terecht. Maar ik ben redelijk overtuigd van onze mogelijkheid om dit te mitigeren. Dit ondanks het feit dat de kinderen veel meer gaan eten.
Namelijk: Zoon is volledig uit de luiers. En zijn luiers kostten 0,50 EUR per luier, ofwel ruim 180 EUR per jaar. Maar ook Oudste Dochter (3) verbruikt tegenwoordig aanzienlijk minder luiers. Dit omdat de opvang open is (en daar krijgt ze luiers), maar ook omdat ze simpelweg heel vaak zonder luier rondstapt.
Jongste Dochter zal gaandeweg van de opvolgmelk afstappen. En zo’n blik kost toch 7 EUR. En daar gebruiken we er doorgaans toch 3-4 per maand van.
Andere factor van invloed is brood. Dit is recentelijk 5% duurder geworden bij de plaatselijke bakker. Een Waldkorn (die vinden we ook lekker) kost echter maar 2,09 bij de AH: 39% goedkoper. Er komt een moment dat de loyaliteit aan de plaatselijke bakker iets minder groot wordt. Al zullen we altijd een flink deel van ons brood hier blijven kopen.

Maar ook de koffie-consumptie is extreem afgenomen. Eerder ging er makkelijk 1 pak koffie per week doorheen. Ruim 300 EUR per jaar. Inmiddels zitten we op 2 pakken koffie per maand, of zelfs minder.

Bovenstaande grafiek geeft keurig weer hoe ons boodschappengedrag is gewijzigd met de komst van de kinderen. Het eerste cirkeltje (of sneue poging daartoe) is de geboorte van de tweede. Het streepje is het begin van de pandemie. Het tweede cirkeltje is de geboorte van Kind3, ofwel Jongste Dochter. Hier is geen duidelijke trend te ontdekken. Wat op zich goed is, gezien het feit dat er natuurlijk fors meer gegeten en gedronken wordt. Ons gedrag is dus in staat gebleken om deze trend naar beneden te buigen. En dit kan dus nog verder naar beneden, verwachten we.

Met 8500 EUR per jaar is de categorie “levensonderhoud” een zeer forse. 10% besparing levert reeds 850 EUR op.

Dan de diverse. Dit is een verzamelpost, met alles wat niet in de rest past. In 2021 was dit maar liefst 6500 EUR. Belangrijk is dat deze post daadwerkelijk minder moet worden – en niet alleen nader gespecificeerd. In 2020 was het 5500 EUR. Hier moeten we toch een stuk zuiniger kunnen zijn?

Al met al verwacht ik dat 2022 wel degelijk goedkoper zal zijn dan 2021 – al verwacht ik ook minder inkomsten in 2022. Maar dat is een ander verhaal.

Hoge inflatie vreet koopkracht weg: waarom dit niet met éxtra geld op te lossen is

Deze post stond al een poosje klaar, maar door de actualiteit plaats ik deze nu.

Collega-blogger Aaf blogte er vandaag al over: de stijgende prijzen, beter bekend als “inflatie, zoals voorspeld door Geldsnor ofwel ikke…“. Eén van mijn eigen parade-paardjes durf ik wel te zeggen.
Immers, inflatie is persoonlijk en in grote mate afhankelijk van je leefstijl. Zo is de afgelopen jaren de inflatie met name gedreven door stijgende prijzen van tabak, alcohol, huur en woonlasten. Maar was er een deflatie op het gebied van energiekosten: tot 2021 daalden de prijzen voor elektriciteit en brandstof regelmatig. Pas nu stijgen deze fors.

De oorzaak van de inflatie is even eenvoudig als ingewikkeld. Laten we een paar plaatjes er bij pakken. Ten eerste: wat bepaald de prijs?

We kijken eerst naar de kosten: de kosten van een product worden bepaald door 3 factoren:
1. Materialen. Welke producten en grondstoffen heb je nodig om Product A te maken?
2. Arbeid. Wie gaat het maken? Hoeveel mensen heb ik daarvoor nodig en wat kosten die mensen
3. Conversie. De materialen worden door mensen omgezet tot een product. Hiervoor worden machines gebruikt, software, energie en kantoorpersoneel wat meestal “overhead” heet. Niet alleen directie, maar ook inkoop, verkoop etc. Laten we zeggen dat hier ook afschrijvingen en dergelijke in zitten en andere eenmalige kosten.

Nu hebben we de kosten. Dat is niet de prijs. De prijs wordt bepaald door de markt: vraag en aanbod. Soms zul je een product tegen verlies moeten verkopen omdat er simpelweg weinig vraag naar is. Soms kun je het tegen hoge prijzen verkopen. En dat allemaal met dezelfde productiekosten.

Inflatiedruk vanuit de materialen

Materialen worden ingekocht van derden. Althans, in dit voorbeeld. Je koopt bijvoorbeeld 1000 stuks Component A uit een Chinese fabriek. Voorheen kostte dit wellicht 1000 EUR. Echter, de energieprijzen zijn wereldwijd gestegen en beïnvloeden de kosten. Waar mogelijk zal een fabrikant dit altijd doorberekenen. Hierdoor wordt het materiaal duurder.

Maar ook de productie ligt aanzienlijk lager dan vroeger: grote delen van de supply chain zijn ernstig getroffen door leveringsproblemen. Direct gerelateerd aan Covid: door lockdowns in diverse landen zijn sommige fabrieken maanden lang dicht geweest. De producten die wel gemaakt konden worden, volgen het “vraag/aanbod” principe. Ofwel: Pietje betaald meer dan Klaasje (of sneller, of in betere valuta) en krijgt dus de goederen. Overbieden vindt niet alleen op de Nederlandse huizenmarkt plaats!
Uiteraard kan het ook nog zo zijn dat met dezelfde middelen een winstgevender product geproduceerd kan worden (opportunity costs) en productie zo verschoven wordt.

Dan transport: transporteren kostte “vroeger” 1000-1500 USD per container (per TEU) van Shanghai naar Rotterdam.

De afgelopen maanden was de prijs voor containervervoer echter véél hoger. Tot wel 20.000 USD per container. De oorzaak hiervan is tweeledig: er lag een tijdje een boot overdwars in het Suezkanaal, waardoor veel containers vertraagd zijn en dus nog in Europa waren, ipv. in China. Gevolg was minder containers, voor een grotere hoevelheid goederen (zie punt hieronder). Dit was één van de factoren waarmee geredeneerd kon worden dat het “transitory” inflatie was, ofwel “voorbijgaand”.

Anderzijds is er zeer veel vraag naar met name elektronica en huis/tuin/keukenproducten die vooral in Azië gemaakt worden. Dus de normale vraag & aanbodcyclus speelt ook mee.
Maar er speelt nog wat mee: oplopende brandstofprijzen voor de schepen en het gebrek aan personeel. Voor personeel geldt dus ook dat zij méér betaald kunnen krijgen. Er is minder personeel door Covid en de bloeiende economie.
Heb ik een plaatje bij:

Als fabrikant of handelaar heb je de spulletjes: wat nu?

Nu heb jij als Nederlandse fabrikant of handelaar je spulletjes gekregen uit een land hier ver vandaan. Het kopje “materiaal” uit het eerste plaatje is afgedekt.

Maar deze producten waren wel een stuk duurder dan voorheen, over de hele linie. Tot overmaat van ramp heb je zelf ook nog een aantal problemen:
1. Heel veel vraag naar de producten (luxe-probleem)
2. Hoog ziekteverzuim (zoals iedereen)
3. Uberhaupt een tekort aan personeel
4. Oplopende energiekosten

Een hoog ziekteverzuim (om punt 1 maar even over te slaan) is vervelend. Er is een lagere capaciteit beschikbaar, want je hebt immers een efficiënte bedrijfsvoering. Niemand staat er voor niets en ieder “poppetje” dat je mist betekent een capaciteitsverlaging. Of dit nu dozen zijn die verplaatst moeten worden of een machine die bemand moet worden: ziek is vervelend. Dit kun je oplossen met overwerk, maar aan alles is een grens. Hier moet je doorheen.

Dan een basistekort aan personeel. Overal is al een gebrek aan personeel. Dat was in veel sectoren al zo voor de covid-pandemie. Sindsdien is het echter gegroeid. De zogenoemde arbeidsmobiliteit neemt af: uit onzekerheid blijven mensen zitten waar ze zitten. Het is dus moeilijk om personeel aan te trekken, want er zijn weinig sollicitanten. Zij die er zijn, weten dit en vragen hogere lonen. Met een beetje pech vraagt zelfs het bestaande personeel om hogere lonen: anders ga ik toch ergens anders werken?

Bovenstaande nog los van de inflatie-loonspiraal: door het oplopende prijspeil zijn vakbonden (en individuën) meer geneigd tot het vragen van hogere lonen. Je ziet dit spasme ook terug bij politici: hogere inflatie moet leiden tot hogere lonen. U ziet echter in bovenstaande plaatjes dat dit makkelijk kan leiden tot hogere prijzen. Immers, de component “arbeid” wordt veel duurder. En dat moet je ergens terugverdienen. Een hogere verkoopprijs dus, en daarmee een hogere inflatie en weer hogere lonen.

Puntje 4, de hogere energiekosten. Energie-intensieve processen zijn uiteraard gevoelig voor oplopende energieprijzen. En die hebben we behoorlijk gehad de afgelopen maanden. Dat is geen probleem als je een vast contract hebt. Maar erg grote verbruikers hebben doorgaans maar een contract voor een deel van het verbruik. Aj…Oplossing? Produceer zo veel mogelijk van je eigen elektriciteit, zodat je minder gevoelig bent voor marktschommelingen.

Dan tenslotte puntje 1: in een markt waar iedereen jouw product wil hebben, zijn die andere problemen helemaal niet zo erg! Als ik bakstenen produceer en de kosten lopen op, dan verhoog ik gewoon de prijs. Gezien iedereen wil bouwen, is de prijselasticiteit (de verhouding tussen prijsstijgingen en daling van de vraag) nagenoeg nul. De winstgevendheid is niet alleen behouden, maar neemt zelfs toe!

Waarom is méér geld dan geen oplossing?

Ik hoop met bovenstaande een en ander duidelijk gemaakt te hebben over de toenemende inflatie. Er zijn veel parameters, maar die vallen allemaal wel onder één van de noemers. Het valt me echter op dat de laatste dagen veel politici en vakbonden beginnen te roepen over “koopkrachtbehoud” en “meer geld”.

Echter, het is juist de enorme koopkracht en beschikbaarheid van het geld die de aanjager zijn van deze inflatie. De prijzen lopen op, omdat veel mensen dingen in hun huis gaan verbeteren, nieuwe elektronica kopen, verduurzamen (wat op zich natuurlijk goed is) en vele dingen meer. Het behouden van de koopkracht voor “de massa” is daarmee helemaal geen oplossing om de inflatie te beteugelen, sterker nog, die zal erdoor stijgen.

Het enige wat de politiek kan doen is het verlagen van bijvoorbeeld energiebelasting en brandstofaccijnzen. Overige belastingen komen niet terecht in het mandje van het CBS, en verlagen de inflatie dus niet. Het nadeel van het verlagen van deze belastingen en accijnsen is echter dat de toegenomen koopkracht met name terecht komt bij de rijksten, en niet bij de mensen die het financieel moeilijk hebben.

Een nog veel groter nadeel is de tijdelijkheid: je kunt die belastingen later niet verhogen zonder op dát moment de inflatie aan te jagen (al kan dat natuurijk getimed worden).

Een waarschijnlijker optie is het verhogen van de rente. Dit raakt niet meteen de consument, maar verkleint wel de hoeveelheid nieuw geld. Dit heeft echter weer als nadeel dat aandelenkoersen kunnen (zullen?) dalen, en daarmee weer een lagere dekkingsgraad van pensioenfondsen.

Het is al met al een zeer complex geheel. Dat is ook de reden dat er op ministeries en bij centrale banken mensen zitten die advies aan de overheid geven over van alles en daarvoor gestudeerd hebben. Want hoewel ik geloof dat onze politici het beste met ons voor hebben (of met hun specifieke electoraat), is geen van hen in staat om alle gevolgen en uiteenzettingen te overzien en daar verantwoordelijkheid voor te nemen.

Het simpelweg roeptoeteren in de Tweede Kamer om “meer geld” is dan ook geen oplossing.

De dood: wat is de invloed op je financiën?

Vergeef me deze wat macabere titel. En tegenstrijdig, tegelijkertijd. Immers, als je zelf bent overleden, heb je niet zoveel meer aan je financiën. En nee, er is niemand overleden die ik ken. Maar het is wél belangrijk om over na te denken: wat gebeurt er als ik zou sterven?

Uiteraard heb ik alles vastgelegd in testamenten. Leuk en aardig dát het geregeld is. En ook wát er geregeld is. Alleen is dat een zogenaamde “kwalitatieve omschrijving”. Het beantwoord dus niet meer dan de vraag wat er geregeld is. Niet wat de invloed daarvan is.

Wat is er allemaal geregeld, als ik overlijd?

In ons testament staat dat alle bezittingen en schulden overgaan op de langstlevende van ons: in dit geval mijn Lieftallige Echtgenote. Als zij ook overlijdt, vervalt alles aan de kinderen. Het voogdijschap gaat naar onze Beste Vriendin, tevens woonachtig in hetzelfde dorp. De financiële bewindvoering gaat in eerste instantie naar Schoonmoeder, alvorens naar Schoonvader, Vader en Moeder zal gaan (allen in volgorde van eventuele aanwezigheid op deze aardbol).
Als we met z’n allen ten onder gaan, dan vervalt onze hele erfenis aan ouders (mits aanwezig), en anders aan de broertjes van Lieftallige Echtgenote. Mijn broer en zussen zijn zeer nadrukkelijk uitgesloten van enige erfenis.

Voor de rest van dit blogpostje gaan we uit van de situatie dat ik overlijd. De rest van de scenario’s blijft achterwege tenzij anders genoemd.
Los van het testament, zal ook mijn arbeidsovereenkomst komen te vervallen, alsmede het recht op de lease-auto. Tevens zal in principe onze private-lease auto geretourneerd moeten worden.
Maar, we hebben ook een overlijdensrisico-verzekering. Rare naam, het risico op overlijden is immers 100%. Maar het zal wel het overlijdensrisico op een bepaald moment zijn. De overlijdensrisico-verzekering is belangrijk: die is alleen van toepassing op mijn overlijden. Als mijn Lieftallige Echtgenote overlijdt heb ik botte pech: ik kan de lasten in mijn eentje eenvoudig opbrengen. Andersom niet per se.

Kwantitatief: wat zou het allemaal inhouden?

De hypotheek van Huize Geldsnor is 48% aflossingsvrij en 52% annuïtair. Die verhouding wordt natuurlijk steeds iets anders. Momenteel bedraagt de schuld minder dan 400.000 EUR.
Mijn overlijdensrisicoverzekering is hypotheek gerelateerd en dekt 375.000 EUR. Met andere woorden: als ik overlijd keert deze verzekering maximaal 375.000 EUR ten behoeve van de aflossing van de hypotheek. Ergo: Lieftallige Echtgenote blijft achter met een vrijwel afbetaalde woning.

Natuurlijk hebben we ook nog het geval “nabestaandenpensioen”. Als ik zou overlijden krijgt zowel echtgenote als ieder van de kinderen jaarlijks een bedrag.

Voor Lieftallige Echtgenote is dit: 37.000 EUR per jaar (tot ze pensioengerechtigde leeftijd bereikt, daarna 21.000 EUR).
Voor de kinderen: 4105 EUR per jaar, per kind tot ze 18 zijn.

Beide bedragen zijn van toepassing voor zo lang ik werk. Als ik niet meer werk voor mijn werkgever, dan wordt het aanzienlijk minder. Dat is een risico om rekening mee te houden: ontslag nemen zonder reeds een goed lopend bedrijf of andere baan te hebben is zeer risicovol. Mijn nabestaandenpensioen is namelijk opgebouwd op basis van risico: als ik wissel vervalt het (en moet je dus zorgen dat je een equivalent opbouwt).

Een uitvaartverzekering heb ik niet. Vrouwlief ook niet. We hebben voldoende achter de hand om dit zelf te betalen, of eventuele achterblijvers dit te laten betalen.

Wel heb ik nog een persoonlijke schuld: de studieschuld. Die betalen we uiteraard zo traag mogelijk af: de rente is 0.0% en voor onze hypotheek is het volstrekt irrelevant. Het zou wel een positieve cashflow opleveren. Maar dan moet ik wel eerst die 10.500 EUR neerleggen, en daar kunnen we nuttiger dingen mee doen. Dus zo lang die rente op 0 staat (of onder de 2%), dan hou ik de studieschuld zo lang mogelijk vast. Het is tevens een mooi stukje “ballast” in Box 3: ons eigen vermogen wordt er lager van. Het lijkt me de meest ideale schuld die je kunt bedenken.
Maar goed: stel ik overlijd. Watskeburt met de studieschuld? Die vervalt. Die wordt niet verhaald op partners of andere erfgenamen.

Conclusie: goed geregeld

Uiteraard hoop ik dat mijn nabestaanden hier nooit over na hoeven te denken. Er is dan al genoeg geregel en, naar ik aanneem, enig verdriet. Maar ik ben blij dat ze de financiële vrijheid hebben om dan geen hypotheek meer te hebben.

Ze bespaart per maand:
1130 EUR op de hypotheek
13,86 EUR op de overlijdensrisico-verzekering (immers, een dode hoeft geen premie te betalen)
150 EUR op “mijn zakgeld”
89,25 EUR op mijn ziektekostenverzekering
200 EUR aan eten
665 EUR aan de auto (maar moet er wel ergens 1 van terug zien te halen).
Totaal: 2248,11 EUR

Qua inkomsten gaat ze er natuurlijk wel op achteruit.
Ten eerste vervalt mijn inkomen (wat op fulltime basis zo’n 4800 EUR netto per maand is). Dit zakt naar 3000 EUR bruto per maand. Omdat dit inkomsten zijn, wordt het bij haar inkomen opgeteld en valt ze in de hoogste belastingcategorie. Ze houdt er dus maar 2000 EUR van over.
Ten tweede: omdat ik er niet meer zou zijn, vervalt de inkomensafhankelijk combinatiekorting. Hoge inkomens op 1 persoon worden zwaarder belast dan 2 gelijke inkomens.

Al met al zal het geen vetpot zijn, maar komen ze er toch nog begenadigd vanaf. Zeker als je bedenkt dat de kinderen ook nog eens 12.000 EUR per jaar hebben om stuk te slaan…

Tot zover dit lugubere begin van het weekend.

Zorgverzekering 2022: overgestapt en premie blijft nagenoeg gelijk

Collega-blogger Geldnerd blogde er vandaag ook al over: hij heeft zorgen om de zorgverzekering.
Ook in Huize Geldsnor is het jaarlijkse circus begonnen. Een circus waar ik me over blijf verwonderen. Ten eerste de beslissing om een product als “zorg” te commercialiseren. De gedachtengang van de overheid is destijds geweest dat de markt het beste product levert tegen de laagste prijs.

Na jarenlange commerciële ervaring, zowel als inkoopmanager bij een groot bedrijf en commercieel directeur, kan ik u verzekeren dat dit onzin is. De markt levert het slechtste product wat nog acceptabel is voor de hoogste prijs. Dit zal wellicht tot wat gefronste wenkbrauwen leiden. Maar kijk naar de voorbeelden om je heen: technisch is het geen enkele uitdaging om speakers te maken die 30 jaar mee gaan. Of een televisie, of telefoons. Of auto’s. Maar het verdienmodel is gegaan naar “vervanging” en updates. En zo lang dit de klant niet teveel pijn doet, doet hij hier aan mee. Of zij.

In de zorg werkt het nog net iets anders. Uiteraard is een commercieel bedrijf meer gebaat bij een efficiënte zorg. En het schrappen van kosten. Het gevolg? Langere wachtlijsten en producten of diensten die soms niet vergoed worden. Denk bij dit laatste aan obesitas-behandelingen bij kinderen of hoge eigen bijdrages voor medicijnen.

Het zorgt echter ook voor versnippering en incentives om capaciteit af te schalen. En iedereen die ooit een opleiding in Operations Management heeft gehad (jep, schuldig!), weet dat ziekenhuizen en andere cruciale sectoren juist gebaat zijn bij een enorme overcapaciteit. Juist om calamiteiten op te lossen. Onder normale omstandigheden is een Spoedeisende Hulp afdeling nagenoeg leeg. Tot er een bus kantelt op de snelweg en er binnen no-time tientallen gewonden moeten worden verwerkt. Dáár is die overcapaciteit voor. Een soortgelijk iets zie je bij brandweer en politie.

Een ander ding: er ontstaat (schijn)concurrentie. Op de kantoren van de grote zorgverzekeraars zitten tientallen mensen, als het er niet honderden zijn, verschillende “pakketten” in elkaar te klussen. Zelfs de basiszorg is niet gelijk. Wel wát vergoed wordt, maar niet wáár. Zo kan mijn lokale ziekenhuis een contract hebben met Partij A en niet met Partij B. Zowel partij A als B kan echter een onderdeel zijn van, laten we zeggen, Achmea.
Dit levert nogal wat administratie op: er zijn tientallen merken zorgverzekeringen, die feitelijk allemaal toebehoren aan dezelfde verzekeraars. Voor verschillende merken moeten dezelfde zorgverzekeraars dus verschillende contracten afsluiten. Maar het betekent óók dat bijvoorbeeld een lokaal ziekenhuis in Uden (om maar een dwarsstraat te noemen) met tientallen verschillende partijen om tafel moet om al die contracten door te akkeren! Met meer dan 100 ziekenhuizen en meer dan 65 aanbieders van zorgverzekeringen heb je het dus al snel over 6500 contracten – voor alleen de basisverzekering! Het onderbrengen bij de werkelijke moederbedrijven zou dit enorm reduceren: vrijwel de gehele markt is uiteindelijk verzekerd via Menzis, ASR, CZ, VGZ of Achmea.

Noot: ook de “onafhankelijke vergelijkingssite Independer” is volledig eigendom van Achmea.

Mijn zorgverzekering

Er vanuitgaande dat ik niet bij machte ben om het systeem eigenhandig te veranderen, nog los van het feit dat ik niet alle complexiteiten kan overzien, doe ik er maar gewoon aan mee.

Vorig jaar was ik verzekerd bij JAAAH, een merk van ONVZ (hier stond eerder “CZ”, foutje). Deze was gekozen op de combinatie van “contract met lokaal ziekenhuis” en de laagste premie. Er waren wel verzekeraars die nóg goedkoper waren, maar zij hadden geen contract met mijn ziekenhuis. Gezien ik vrij perifeer woon, is dat nogal belangrijk. Immers, als je in een stad als Amsterdam woont heb je meerdere ziekenhuizen waar je uit kunt kiezen. Voor mij betekent “geen contract met het lokale ziekenhuis” dat het volgende ziekenhuis 30 minuten rijden is.

Dit jaar heb ik opnieuw de vergelijking gemaakt. Overigens via Independer, omdat zij weliswaar onderdeel zijn van Achmea, maar wel transparant alle premies weergeven. Ik heb dezelfde selectie-criteria gebruikt.

En wat schetst mijn verbazing? Ik ga er slechts 0,25 EUR per maand op achteruit. Mijn premie stijgt van 89 EUR naar 89.25 EUR (met maximaal eigen risico). Wat blijkt? De verzekering die ik gekozen heb (FBTO, merk van Achmea) heeft dit jaar wél een contract met mijn lokale ziekenhuis. Aanvullende verzekeringen heb ik niet. Ik woon al 11 jaar in dit dorp en heb mijn huisarts nog nooit ontmoet en het ziekenhuis alleen bezocht voor de bevallingen van de kinderen.

Ik betaal de premie niet jaarlijks vooruit. De 1% korting die ik zou krijgen vind ik daarvoor niet interessant genoeg. Liever hou ik dit in mijn cash-buffer, vooral omdat die na de verbouwing van de keuken een stuk lager geworden is.

Lieftallige Echtgenote blijft verzekerd bij IZZ, samen met de kinderen. De aanvullende pakketten en secundaire voorwaarde (ivm. collectiviteit) daarop zijn voor haar het gunstigst.

Verborgen “vermogen”: al die punten, miles en andere dingen

De Snor is een fervent koffie-drinker (al ben ik flink geminderd de afgelopen jaren) en een regelmatige zakenreiziger (al is dit de afgelopen 20 maanden natuurlijk wat minder geweest.

Van de week was ik op pad voor het werk en dat eindigde catastrofaal. Ik heb dus maandagochtend meteen mijn vlucht teruggeboekt en was dinsdagochtend weer thuis.

Bij het boeken viel me echter iets op: ik héb een hóóp airmiles. Die zijn “van mij”, dus ik heb daar niet de terugvlucht van geboekt. Maar ik had er ruimschoots voldoende airmiles voor. En die zijn geld waard. Dus ik ben eens gaan nakijken waar ik overal dit soort dingetjes had. Het zijn er niet veel, want ik ben redelijk merkentrouw: ik heb de Douwe Egberts punten, FlyingBlue miles en punten van een hotelketen.

De waardes, en hoeveel is het samen?

De Douwe Egberts punten kan ik redelijk kort over zijn: die zijn inmiddels iets meer dan 50 EUR waard. Wellicht dat we daar nog een pan van gaan kopen, als blijkt dat we er nog eentje tekort komen.

De FlyingBlue punten zijn enigszins afhankelijk van de bestemming. Ik heb er 32.552…Best aardig. Het zou me van de week 21.500 punten gekost hebben om de vlucht naar Amsterdam te boeken, op 80 EUR voor belastingen na (die kunnen schijnbaar niet met punten), vanuit Toronto. Deze vlucht kostte in Euro’s 803 EUR. Grof gezegd komen 21.500 punten dus overeen met 720 EUR. Ongeveer 29,86 punten per EUR dus. 32552 punten zijn derhalve 972 EUR waard.

Maar het kan gekker. De business class vlucht kostte 5003 EUR, maar kon ik boeken voor 66.000 punten. Waar de vlucht in euro’s dus 7x zo duur was, is deze met punten “maar” ongeveer 3x zo duur. Nu reis ik niet business class (en had ik niet genoeg punten), nu niet en nooit niet. Ik val in slaap in een vliegtuig als ik dat wil en word weer wakker op de plaats van bestemming. Totale zinloosheid dus om daar extra geld aan uit te geven.
Het kan overigens ook de andere kant op gekker: een vlucht naar Krakau kost 61000 punten. Economy class. Wie het snapt mag het uitleggen – die vlucht kost normaliter 550 EUR. Anyway, ik ga voor een waarde van ongeveer 1000 EUR. Noot: in de KLM winkel zijn de punten vrijwel waardeloos. Een iPhone 13 kost bijvoorbeeld ruim 300.000 punten…

Nu heb ik ook nog een aantal punten bij mijn favoriete hotelketen. Favoriet vooral omdat ze er zoveel hebben. Gemiddeld schijnt een punt een halve cent waard te zijn. Inmiddels zit ik op de 20.000 punten. Dit zou dus ongeveer 100 EUR zijn. Dat is dan weer niet zo spectaculair. Na aankomende januari zijn het er waarschijnlijk ongeveer 80.000…Het reizen is immers weer begonnen…

Wat ga ik er mee doen?

Zoals gezegd gaan de Blokker punten waarschijnlijk op aan een pan. De KLM punten besteed ik aan 2 cadeautjes voor de kinderen, namens de Goedheiligman. Immers, ik heb er niet voor betaald :-). De punten zijn nu iets meer dan 140 EUR waard geweest. Vliegen doe ik niet voor de lol en als mijn werkgever vind dat ik ergens heen moet, dan mag hij betalen.
De hotelpunten blijf ik lekker doorsparen. Net zo lang totdat ik er genoeg heb om een hele week in een hotel mee te betalen. Zo maar ergens een los nachtje kan ik niet zoveel mee….

Uitgaven oktober 2021: het viel best mee

De vaste lezers weten het inmiddels: In huize Geldsnor houden wij elke maand een bijeenkomst over onze financiën: wat hebben we uitgegeven de afgelopen maand, wat is er aan inkomsten binnengekomen en wat hebben we derhalve overgehouden?

Oktober was zonder twijfel de duurste maand in hele, hele lange tijd. Dit wordt niet verklaard door het feit dat oktober de langste maand van het jaar is (denk daar maar eens over na). Maar vooral door het plaatsen van de keuken die nog niet helemaal af is. Een andere flinke kostenpost was ons weekendje naar de Efteling.

Maar het was ook niet zo duur als ik verwacht had. Dit ondanks de tegenvallende rekening van de klusjesman. De belangrijkste afwijking is echter het moment waarop de rekening van de keuken binnenkwam. Het was 10% betalen bij order, 80% voor levering en 10% na installatie. Logischerwijs zou de 80%-rekening dus komen vóórdat ze de keuken zouden plaatsen. Maar de rekening kwam na de eerste werkzaamheden ipv. ervoor. Dus die is in november gekomen. De laatste 10% had ik in november verwacht, maar dat zal wel december worden.

Verder was het wel een prima maand. Een flinke post met “overige”, die vooral bepaald wordt door de rekening van de credit card. Dit waren zakelijke uitgaven die ik in september al gedeeltelijk betaald heb gekregen en in oktober de rest. De rekening heb ik meteen (uiteraard) volledig voldaan.

Op de beurs was het behoorlijk sappelen in oktober: +0.49%. Voor het eerst in lange tijd is dit een underperformance ten opzichte van de pensioenrekeningen, die een kleine 5% steeg. Tevens hebben we keurig opnieuw extra afgelost op de hypotheek: zo houden we het bedrag (min of meer) hetzelfde maar lossen we wel extra af.

Levensonderhoud644,15
Kleding87,47
Horeca154,16
Brandstof96,35
Klussen & tuinieren5199,76
Overige5104,00
Sub Totaal11285,89

Qua levensonderhoud was oktober 2021 een prima maand. Niet zo gek: we hebben meer op andere plekken gegeten omdat we 3 weken geen keuken hadden. Het koken wat we wel gedaan hebben was echter iets duurder: we hebben voor iets meer gemak gekozen omdat we maar met 1 pit konden koken buiten. Hierdoor was de post horeca vrij hoog. Dit is inclusief de horeca van de Efteling. Kleding was flink onder het gemiddelde (want dat is 125 EUR). Best aardig, met 3 kinderen die groeien als kool.

In de vaste lasten zit niets bijzonders. Saai is hier het devies.

Vaste Lasten”

Verzekeringen158,25
Lokale belastingen143,09
Ziggo53,50
Energie117
Zakgeld300
Kinderopvang2051,65
Auto664,67
Rente hypotheek677,23
Aflossing hypotheek560,33
Studielening162,20
Sub Totaal4887,92 EUR
Totaal uitgaven16173,81EUR

Spaarquote & vermogensopbouw

Dit alles brengt ons tot een spaarquote van -37,9%. Tegen dergelijke uitgaven valt immers niet te verdienen, vandaar dat je er vooraf voor spaart. Het is veel meer dan verwacht, want ik had een spaarquote van -187% verwacht. Uiteraard zal november helemaal knettergek worden, want ik weet zéker dat we één forse rekening hebben: die van de keuken, want die ligt er al…

Tot ons “spaarquote” reken ik alles wat bijdraagt aan een betere financiële positie dan de maand ervoor: netto spaarmutaties, aflossingen op de hypotheek, beleggingen én de opbouw van mijn beschikbare premie-pensioen.

Het Inflatiespook: hoe bescherm je jezelf tegen de onzichtbare vijand?

Al een lange tijd geleden schreef ik over de oplopende inflatie. Dat was midden januari, inmiddels bijna 10 maanden geleden. Destijds waren het met name grondstoffenprijzen die opliepen. Inmiddels ook de olieprijzen, gasprijzen en producentenprijzen.

Nu is inflatie een bijzonder iets. Wikipedia omschrijft het als geldontwaarding. Inflatie is van oudsher een tijdelijk iets. Prijzen liepen niet jaar na jaar op. Dat kan ook niet, er was geen fatsoenlijke methode om uberhaupt geld te maken. Pas later is dit mogelijk geworden en de inflatie zoals wij die kennen is een tamelijk nieuw fenomeen. Een gestuurd fenomeen ook, om bijvoorbeeld de eeuwige groei te bekostigen. Feitelijk groeit het niet, maar komt er geld bij.

Enfin, dat gezegd hebbende: het inflatie-cijfer is een zgn. populatie-maatstaaf. Dit betekent dat het voor een gehele populatie gemiddeld genomen klopt, maar dat het voor ieder invidivu volstrekt anders kan zijn. Zoals ik al zo vaak geschreven heb: inflatie is persoonlijk. Althans, in welke mate je er last van hebt.

Nu heb ik ook al eerder geschreven over de inflatiegevoeligheid van mijn eigen kosten:

De methode is vrij simpel en basaal, wellicht te simpel: ik heb gekeken naar 3 categoriën aan kosten: vaste kosten (die niet kunnen stijgen, redelijkerwijs), niet-beïnvloedbare kosten en direct beïnvloedbare kosten. Dit heb ik uitgemiddeld over de afgelopen jaren, behalve daar waar de werkelijke kosten werkelijk anders zijn. Zo heeft het geen zin om te kijken naar de hypotheek van mijn vorige woning en dat mee te middelen. Ook heeft de kinderopvangkosten van 2017 weinig invloed op de kosten van 2021. Het zou het gemiddelde wel drukken, maar niets toevoegen.

Allereerst kijk ik naar de vaste kosten. Dit zijn mijn hypotheek, de private-lease-auto-die-veel-te-duur-is en de kosten voor mijn studielening:
Hypotheek: 1199 EUR (rente + aflossing)
Auto: 664,32 EUR
Studielening: 162,20 EUR
Totaal: 2025,20 EUR

Inmiddels zijn we bijna een jaar verder. En kijken we tegen iets andere kosten aan:
Hypotheek: 1137,50
Auto: 664,32
Studelening: 162,20.

Maar goed, ik ga die blogpost niet herhalen. De conclusie wel: ongeveer 35% van mijn kosten zijn op geen enkele manier onderhevig aan inflatie. De overige 65% gedeeltelijk wel. Maar niet allemaal in gelijke mate.

Maar hoe kun je dit nu “hedgen”?

Dit is niet eenvoudig. Maar hedge-funds kijken naar het beperken van hun risico’s, zelfs als ze enorme risico’s nemen. Zo is er een voorbeeld, ik weet niet meer van wie maar het komt uit een boek van Tony Robbins (weet niet meer welke…) van een Amerikaanse man die voor tienduizenden dollars of meer aan zgn. “nickels” gekocht heeft. Dit kost geld, namelijk een nickel per stuk…Maar de ijzerwaarde (nikkel…) was groter dan de waarde van de investering. Een betere hedge is nauwelijks denkbaar: geen enkele risico met een dergelijke investering! Want een stuiver blijft een stuiver waard. Zelfs als de nikkelprijs daalt. Als de nikkelprijs stijgt, is het geheel meer waard.

Met de verschillende kosten thuis is dit wellicht lastiger. Je moet altijd bedenken: als ik ergens méér voor moet betalen, wie profiteert daar dan van? En hoe kan ik daar weer van profiteren?

  1. Energie. Die hedge ik met zonnepanelen. Ik betaal in principe nul voor de elektriciteit. Wordt het duurder? Dan betaalt mijn werkgever meer voor mijn stroom. Werk ik daar niet meer? Dan gebruik ik minder dan ik produceer. Risico? 0.
  2. Boodschappen. Mijn boodschappen kunnen duurder worden (los van het belachelijk snelle groeitempo van die monsters hier!). Wie profiteert daar van? Ahold! Hedge? Aandelen AholdDelhaize.
  3. Ik krijg weinig rente (of geen) en heb een hypotheek. Voordeel ligt bij de bank. Mijn actie? Aandelen in mijn bank.
  4. Brandstof & aardgas. Wij tanken uitsluitend bij Shell (omdat we aandelen Shell hebben). Hogere prijs is in principe hogere winst, zeker omdat zij zelf pompen (en dus meer per liter krijgen). Hetzelfde geldt voor de hogere gasprijzen. Shell is de lachende derde. Kijken of wij de lachende vierde zijn middels het dividend.

Zo kun je een tijdje doorgaan. Ben je een roker? Klaag dan niet over inflatie, maar stop. Maar als je dat niet doet (ik rook ook wel eens sigaretten met een maat en ben eerder een frequent-stopper dan een niet-roker en zal altijd latent verslaafd zijn), koop dan aandelen in een sigarettenfabrikant. Wel jammer: de prijs voor sigaretten wordt voornamelijk bepaald door de accijnzen. Maar je snapt het principe.

Koop je veel kleding? Koop een tracker van kledingbedrijven (die is er vast wel). Ga je vaak uit eten? Restaurants zijn niet beursgenoteerd, maar de Sligro wel. En daar kopen veel restaurants hun spulletjes. Wordt de sportschool duurder? BasicFit is beursgenoteerd.

Want onthoud bij inflatie altijd 1 ding: ook al is het persoonlijk en situationeel, menig bedrijf grijpt het aan om zijn gehele prijs te verhogen met het hele inflatiecijfer en naar boven af te ronden. Ook als ze in een kooppand zitten (en daar dus geen last van hebben) met zonnepanelen op het dak en een afbetaalde inventaris.