Het Inflatiespook: hoe bescherm je jezelf tegen de onzichtbare vijand?

Al een lange tijd geleden schreef ik over de oplopende inflatie. Dat was midden januari, inmiddels bijna 10 maanden geleden. Destijds waren het met name grondstoffenprijzen die opliepen. Inmiddels ook de olieprijzen, gasprijzen en producentenprijzen.

Nu is inflatie een bijzonder iets. Wikipedia omschrijft het als geldontwaarding. Inflatie is van oudsher een tijdelijk iets. Prijzen liepen niet jaar na jaar op. Dat kan ook niet, er was geen fatsoenlijke methode om uberhaupt geld te maken. Pas later is dit mogelijk geworden en de inflatie zoals wij die kennen is een tamelijk nieuw fenomeen. Een gestuurd fenomeen ook, om bijvoorbeeld de eeuwige groei te bekostigen. Feitelijk groeit het niet, maar komt er geld bij.

Enfin, dat gezegd hebbende: het inflatie-cijfer is een zgn. populatie-maatstaaf. Dit betekent dat het voor een gehele populatie gemiddeld genomen klopt, maar dat het voor ieder invidivu volstrekt anders kan zijn. Zoals ik al zo vaak geschreven heb: inflatie is persoonlijk. Althans, in welke mate je er last van hebt.

Nu heb ik ook al eerder geschreven over de inflatiegevoeligheid van mijn eigen kosten:

De methode is vrij simpel en basaal, wellicht te simpel: ik heb gekeken naar 3 categoriën aan kosten: vaste kosten (die niet kunnen stijgen, redelijkerwijs), niet-beïnvloedbare kosten en direct beïnvloedbare kosten. Dit heb ik uitgemiddeld over de afgelopen jaren, behalve daar waar de werkelijke kosten werkelijk anders zijn. Zo heeft het geen zin om te kijken naar de hypotheek van mijn vorige woning en dat mee te middelen. Ook heeft de kinderopvangkosten van 2017 weinig invloed op de kosten van 2021. Het zou het gemiddelde wel drukken, maar niets toevoegen.

Allereerst kijk ik naar de vaste kosten. Dit zijn mijn hypotheek, de private-lease-auto-die-veel-te-duur-is en de kosten voor mijn studielening:
Hypotheek: 1199 EUR (rente + aflossing)
Auto: 664,32 EUR
Studielening: 162,20 EUR
Totaal: 2025,20 EUR

Inmiddels zijn we bijna een jaar verder. En kijken we tegen iets andere kosten aan:
Hypotheek: 1137,50
Auto: 664,32
Studelening: 162,20.

Maar goed, ik ga die blogpost niet herhalen. De conclusie wel: ongeveer 35% van mijn kosten zijn op geen enkele manier onderhevig aan inflatie. De overige 65% gedeeltelijk wel. Maar niet allemaal in gelijke mate.

Maar hoe kun je dit nu “hedgen”?

Dit is niet eenvoudig. Maar hedge-funds kijken naar het beperken van hun risico’s, zelfs als ze enorme risico’s nemen. Zo is er een voorbeeld, ik weet niet meer van wie maar het komt uit een boek van Tony Robbins (weet niet meer welke…) van een Amerikaanse man die voor tienduizenden dollars of meer aan zgn. “nickels” gekocht heeft. Dit kost geld, namelijk een nickel per stuk…Maar de ijzerwaarde (nikkel…) was groter dan de waarde van de investering. Een betere hedge is nauwelijks denkbaar: geen enkele risico met een dergelijke investering! Want een stuiver blijft een stuiver waard. Zelfs als de nikkelprijs daalt. Als de nikkelprijs stijgt, is het geheel meer waard.

Met de verschillende kosten thuis is dit wellicht lastiger. Je moet altijd bedenken: als ik ergens méér voor moet betalen, wie profiteert daar dan van? En hoe kan ik daar weer van profiteren?

  1. Energie. Die hedge ik met zonnepanelen. Ik betaal in principe nul voor de elektriciteit. Wordt het duurder? Dan betaalt mijn werkgever meer voor mijn stroom. Werk ik daar niet meer? Dan gebruik ik minder dan ik produceer. Risico? 0.
  2. Boodschappen. Mijn boodschappen kunnen duurder worden (los van het belachelijk snelle groeitempo van die monsters hier!). Wie profiteert daar van? Ahold! Hedge? Aandelen AholdDelhaize.
  3. Ik krijg weinig rente (of geen) en heb een hypotheek. Voordeel ligt bij de bank. Mijn actie? Aandelen in mijn bank.
  4. Brandstof & aardgas. Wij tanken uitsluitend bij Shell (omdat we aandelen Shell hebben). Hogere prijs is in principe hogere winst, zeker omdat zij zelf pompen (en dus meer per liter krijgen). Hetzelfde geldt voor de hogere gasprijzen. Shell is de lachende derde. Kijken of wij de lachende vierde zijn middels het dividend.

Zo kun je een tijdje doorgaan. Ben je een roker? Klaag dan niet over inflatie, maar stop. Maar als je dat niet doet (ik rook ook wel eens sigaretten met een maat en ben eerder een frequent-stopper dan een niet-roker en zal altijd latent verslaafd zijn), koop dan aandelen in een sigarettenfabrikant. Wel jammer: de prijs voor sigaretten wordt voornamelijk bepaald door de accijnzen. Maar je snapt het principe.

Koop je veel kleding? Koop een tracker van kledingbedrijven (die is er vast wel). Ga je vaak uit eten? Restaurants zijn niet beursgenoteerd, maar de Sligro wel. En daar kopen veel restaurants hun spulletjes. Wordt de sportschool duurder? BasicFit is beursgenoteerd.

Want onthoud bij inflatie altijd 1 ding: ook al is het persoonlijk en situationeel, menig bedrijf grijpt het aan om zijn gehele prijs te verhogen met het hele inflatiecijfer en naar boven af te ronden. Ook als ze in een kooppand zitten (en daar dus geen last van hebben) met zonnepanelen op het dak en een afbetaalde inventaris.

Dividend knalt het dak uit!

In een zeldzaam moment van briljantie toeval hebben wij vorig jaar een pakket aandelen opgepikt. Zo ongeveer op het dieptepunt van wat uiteindelijk een flits-dip bleek te zijn: het begin van de pandemie. In zéér korte tijd donderde de hele aandelenmarkt in elkaar. Midden februari 2020 stond de AEX rond de 629 punten, wat destijds behoorlijk hoog was. Een maand later, op 18 maart, waren hier nog 404 punten van over: -35.7% in 4 weken.

In die periode hebben wij een aantal aankopen gedaan. We hebben gekeken naar wat we “altijd nodig” hebben: energie, banken, eten en bier. We hebben bedrijven gezocht met sterke balansen, waarbij de koersen extreem zwaar naar beneden zijn gedrukt.

En zo hadden we wat mazzeltjes: ING en Shell hebben we opgepikt tegen, achteraf, bodemprijzen. Bij ING staat onze Gemiddelde Aankoop Koers (GAK) op 4.56. Niet ver van de absolute bodem van 4.30. Tot nu toe staat dit aandeel op +164%.

Shell hadden we aangekocht op de laagste prijs tot dan toe, 11.43 EUR. Dit koerst inmiddels 71% boven de bodem.
Andere aankopen waren Unilever (41 EUR), Ahold (22.56), Heineken (84.3) en in een later stadium BAM (gekocht in februari 2021, voor 2.17).

Heineken is tot nu toe de enige die onder de 10% is blijven steken. We hadden naar ons eigen lijstje moeten kijken en toch voor een bier-aandeel moeten gaan ipv. Heineken. Die kochten we vlak voor de heropening van de horeca in 2020. Sindsien is het aandeel gestegen met 8,25% en heeft het 1,16% dividend opgeleverd (afgezet tegen de kosten).

Maar de anderen…Man o man!

Dividend-on-cost

Bovenstaande is tóch een lekker plaatje. De reden waarom ik kijk naar “dividend on cost” is simpel: dat zijn de kosten die ik heb gemaakt en dus het rendement vormen op mijn inleg. De huidige koers is voor mijn dividendrendement totaal niet interessant.

ING springt er bovenuit. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat dit rendement inclusief een “aankondiging” is, die plaats zou vinden na 30 september en het uitgestelde dividend van 2019 zou betreffen. Dit is voorlopig uitgerekend op 0.45 per aandeel. Je begrijpt dat op een GAK van 4.56 EUR dit een behoorlijk percentage is.

De relevantie van dividend-yield

De relevantie van dividend-yield is voor mij tweezijdig: enerzijds levert het cash op, wat opnieuw wordt belegd. Zo worden de dividenden van Shell gestoken in Green Energy-trackers. Ik hou van ironie.
Anderzijds is het een stukje “risicomanagement”. Hoe hoger het in het verleden uitgekeerde rendement, des te lager is het risico. Ik zie het op die manier als een stukje schuld afbetaling. Ik heb geld in de ING gestoken, en met het rendement wordt het risico op mijn ingebrachte kapitaal steeds iets kleiner. Na enkele jaren is er geen enkel risico meer; er is meer dividend betaald dan de oorspronkelijke inleg was.

Daarna (en ook tijdens) is het altijd een spelletje van “opportunity costs”. Kan ik elders een hoger rendement krijgen, bij een gelijke of betere maatschappelijke impact. Of een vergelijkbaar rendement, met een betere maatschappelijke impact?

De reden dat ik voor deze bedrijven heb gekozen is ook gelegen in het feit dat ik van al deze bedrijven producten afneem: bier (Brand is een merk van Heineken), eten & verzorging (bepaalde producten van Unilever), eten en andere artikelen (Albert Heijn & Bol), brandstof (áls ik tank, uitsluitend bij Shell) en bankproducten (mijn hypotheek en betaalrekening lopen bij ING).

Uitgaven september 2021: “totale controle”

De vaste lezers weten het inmiddels: In huize Geldsnor houden wij elke maand een bijeenkomst over onze financiën: wat hebben we uitgegeven de afgelopen maand, wat is er aan inkomsten binnengekomen en wat hebben we derhalve overgehouden?

Om met de deur in huis te vallen: september was een topmaand. We zijn volledig “in control” en dat was bijzonder. Bijzonder omdat er veel bijzondere dingen gebeurd zijn: zo ben ik vrij veel aan het werk geweest (veel brandstof), maar heb ik ook mijn telefoon kapot laten vallen (en moest er dus een nieuwe komen, “verstopt” in het potje diversen), en heb ik een groot beeldscherm gekocht om makkelijker thuis te kunnen werken. Een laptop is behoorlijk behelpen… Maar ook hebben we geld van de kinderopvangtoeslag teruggekregen (onverwachts) én veel declaraties betaald gekregen.

Die declaraties moet ik even uitleggen. In mijn excel-sheet staan de declaraties onder inkomsten. Dit omdat de uitgaven gewoon bij de uitgaven staan. Maar er zit wel een fasering in: ik heb declaraties nu betaald gekregen voor dingen die ik met de creditcard betaald heb en pas in oktober of zelfs november betaal (zonder extra kosten). En dit is aanzienlijk: een paar nachten hotel, een ticket naar de VS, 3200km zakelijk verkeer (die ik met de PHEV heb gedaan, ipv. met de elektrische bedrijfswagen). Omdat dit behoorlijk opliep, heb ik deze declaraties al vooraf betaald gekregen, voor kosten die met name in november gemaakt worden.

Voor onze portefeuille was de beurs uitzonderlijk goed: +3.42% in de maand augustus. Wederom een flinke outperformance tov. de pensioenbeleggingen. Die kletterde 2.19% naar beneden. Tevens hebben we keurig opnieuw extra afgelost op de hypotheek: zo houden we het bedrag (min of meer) hetzelfde maar lossen we wel extra af.

Levensonderhoud567,68
Kleding180,74
Horeca133,40
Brandstof83,59
Klussen & tuinieren431,09
Overige515,46
Sub Totaal1911,96

Qua levensonderhoud was september 2021 de goedkoopste maand sinds héle lange tijd, nl. gelijk aan november 2020. Voor die tijd moeten we teruggaan tot 2018 om een goedkopere maand tegen te komen. De post horeca was relatief hoog, maar september was de maand waarin we onze trouwdag vierden en uit eten zijn geweest. Kleding betrof eigenlijk alleen maar sterke uitverkoop-items van bestellingen in de laatste week in augustus.

In de vaste lasten zit niets bijzonders. De verhoging van de energierekening is meegenomen, maar was slechts gestegen van 86 EUR naar 117 EUR. Netto is het nog steeds nul, want ik krijg voor 7000kwh per jaar aan stroom gecompenseerd van mijn werkgever. Tegen 0.23 EUR per kWh is dat goed voor ongeveer 134 EUR per maand.
Overigens zijn de kosten voor de kinderopvang gestegen: vanaf oktober gaat mijn oudste dochter 2 ochtenden per week naar de peuterspeelzaal.



Vaste Lasten”

Verzekeringen152,81
Lokale belastingen143,09
Ziggo53,50
Energie117
Zakgeld300
Kinderopvang1962,41
Auto664,67
Rente hypotheek678,12
Aflossing hypotheek534,58
Studielening162,20
Sub Totaal4768,38 EUR
Totaal uitgaven6680,34EUR

Spaarquote & vermogensopbouw

Dit alles brengt ons tot een spaarquote van 39,1% in de maand september. Véél hoger dan verwacht. Dit komt mede doordat ik mijn eigen inkomen te conservatief had ingeschat, maar ook geen rekening had gehouden met de extra “inkomsten” betreffende de kinderopvangtoeslag. En uiteraard een beetje een vertekend beeld door de declaraties. Op langere termijn rekent zich dat natuurlijk wel weer recht, als een groter deel van de werkelijk gemaakte kosten ook opgenomen zijn in de uitgaven. Zo reken ik op een spaarquote van -186% in oktober (de keuken wordt geplaatst).

Tot ons “spaarquote” reken ik alles wat bijdraagt aan een betere financiële positie dan de maand ervoor: netto spaarmutaties, aflossingen op de hypotheek, beleggingen én de opbouw van mijn beschikbare premie-pensioen.

Uitgaven augustus 2021: viel alleszins mee

De vaste lezers weten het inmiddels: In huize Geldsnor houden wij elke maand een bijeenkomst over onze financiën: wat hebben we uitgegeven de afgelopen maand, wat is er aan inkomsten binnengekomen en wat hebben we derhalve overgehouden?

Zo hé. Wat was augustus een fijne maand! Niet qua weer, maar wel 3 weken vakantie. Genieten, genieten, genieten: met het hele gezinnetje 3 weken fulltime aanwezig. Nauwelijks geblogd. De maand was niet zo duur, althans het viel mij alleszins mee. De vakantie heeft wel een hoop geld gekost, maar het meeste daarvan is al veel eerder betaald. En het gaat om cashflow, nietwaar?

De beurs was goed! +5.21% in de maand augustus. Flinke outperformance tov. de pensioenbeleggingen: +2.5% Tevens hebben we keurig opnieuw extra afgelost op de hypotheek: zo houden we het bedrag hetzelfde maar lossen we wel extra af.

Levensonderhoud846,28
Kleding65,90
Horeca72,10
Brandstof69,67
Klussen & tuinieren189,47
Overige1986,34
Sub Totaal3229,76

Het levensonderhoud was duur in augustus. Met name dankzij de vakantie uiteraard: een fuetje hier, broodje op de camping daar, etc. Ook iets meer “gemaksvoedsel”, in de vorm van geschilde aardappels en wat duurder fruit in de kampwinkel.

Zoals verwacht vorige maand, moesten we deze maand opnieuw tanken: de auto lust wel een slok met caravan / dakkoffer. Het was de derde keer dit jaar.

In de vaste lasten is het een en ander gewijzigd. Ten eerste de verzekeringen: alle woon & reisverzekeringen worden vanaf deze maand weer maandelijks betaald. De korting op jaarlijks betalen was zó klein, dat ik het niet de moeite waard vond om de kasreserves te verkleinen. Ik ben immers ook voor mezelf begonnen deze maand en vind het prettig om een gelijkmatige “cash-out” te hebben.
Vanaf volgende maand gaat de energierekening ook fors omhoog, namelijk 36%. Niet omdat mijn tarief verhoogd is, maar omdat we te weinig betaald hebben afgelopen jaar door een rekenfoutje van mij.
De rente van de hypotheek is deze maand voor het eerst substantieel lager: de aanpassing van de WOZ is (nu goed) verwerkt door de bank.



Vaste Lasten”

Verzekeringen167,49
Lokale belastingen143,09
Ziggo48,17
Energie86
Zakgeld300
Kinderopvang1840,28
Auto664,67
Rente hypotheek679,03
Aflossing hypotheek554,95
Studielening162,20
Sub Totaal4645,88 EUR
Totaal uitgaven7875,64EUR

Spaarquote & vermogensopbouw

Dit alles brengt ons tot een spaarquote van 10,5% in de maand augustus. Daar zou ik normaliter zeer ontevreden mee zijn, maar inclusief de vakantie vind ik het best prima. Volgende maand (september) wordt slechter. De kosten gaan weliswaar een stuk lager uitvallen, maar ook mijn inkomen…

Tot ons “spaarquote” reken ik alles wat bijdraagt aan een betere financiële positie dan de maand ervoor: netto spaarmutaties, aflossingen op de hypotheek, beleggingen én de opbouw van mijn beschikbare premie-pensioen.

Er is helemaal geen woningnood, er is een geldoverschot

Zo, even knuppelen en hoenderhokken. Vandaag weer een artikeltje over de zogenaamde woningnood in Nederland. Ok, het artikel gaat over het verschil in prijzen in steden tussen de duurste en goedkoopste wijken. Maar gaat toch al snel over zogenaamde woningnood.

En ik zeg bewust zogenaamd. Want in mijn nederige optiek is er helemaal geen sprake van een woningnood. Hooguit willen teveel mensen op dezelfde plek wonen (wat per definitie onmogelijk is) en zijn we met veel te veel kleine gezinnen. Heel wat van mijn vrienden wonen alleen, wat noodzakelijkerwijs een stuk meer ruimte kost dan wanneer ze met een partner zouden wonen. Ongeveer 2x zoveel ruimte. Scheidingen en “lekker van je vrijheid genieten” nemen daarmee een hoop ruimte in en leidt tot “woningnood”. Die woningnood is ongetwijfeld echt, daar kan ik me niet zo goed in verplaatsen. Wij wonen immers in een dorpje in het zuidoosten van het land, met z’n 5-en in een woning. Zeer efficiënt, qua ruimte. Toegegeven, op de grootte van mijn kavel zouden ze in een stad 2 of 3 woningen bouwen, dus wellicht toch niet zó efficiënt.

Maar goed. Terug naar “de woningood”. Eén van de symptomen hiervan zou de prijs zijn. En volgens mij is dat dus (excuse my French) bullshit. Om dit duidelijk te maken heb ik gekeken naar de historische rentetarieven van 2009 en de huidige tarieven van 2021. Daarvan heb ik de jaarlijkse kosten geplot:

Wat valt u op aan deze grafiek? Juist. Met een lage rente is het verschil tussen een dure woning en een goedkopere woning vrijwel verdwenen. In 2009 was het verschil tussen een woning van 300.000 EUR en 400.000 EUR ongeveer 400 EUR per maand.

Fast forward naar 2021: het verschil per maand bij dezelfde woningprijs (300 & 400k EUR) is nu nog slechts 71 EUR per maand. Whoopsie dosy! Dat is bijna niets. Sterker nog: een woning van anderhalf miljoen EUR kost nu minder aan rente dan een woning van 300.000 EUR in 2009.

Het gaat niet om de prijs, maar om de maandlasten

Lieve beleidsmakers, wanneer gaat u het beseffen: de woningprijs is volstrekt irrelevant. Het gaat enkel en alleen maar om de maandelijkse lasten. Iemand met een modaal inkomen kan de woning van anderhalf miljoen EUR gewoon betalen. Op onderstaande grafiek heb ik dit even geplot. Wat zie je hier? Het percentage hypotheekrente afgezet tegen het (in dat jaar) geldende modale salaris. Voor 2009 was dit 32.500 EUR, in 2021 is dit (naar verwachting) 37.000 EUR (14% meer). Bij een hypotheek van 700.000 EUR is de bruto last nog ruim onder de 20%. Ik zeg specifiek de brutolast: je moet namelijk gaan kiezen tussen aflossingsvrij (en geen hypotheekrente-aftrek genieten) of wel aflossen (en dus in het laatste geval bijna 2.000 EUR per maand extra betalen aan de aflossing).

Ik heb deze grafiek specifiek ingekort, maar hier is de volledige:

Wat houdt dit in, en hoe draagt dit bij aan “zogenaamde woningnood”?

Weet je wat hiervan het probleem is? Best wel veel! Stel je de situatie voor dat je een bestaande woning hebt. Gelukt? Goed zo. Stel je hebt deze woning gekocht in 2015 en de rente vastgezet op 4% voor langere tijd. Niets geks, destijds. Je hypotheek is 300.000 EUR (destijds het maximale met 2 modale salarissen, bij benadering), en je maandelijkse rentelasten 1.000 EUR (dat is de uitkomst van de rekensom). Je wilt gaan verhuizen, want je wil een grotere woning. De waarde van jouw woning is nu 420.000 EUR. Niets geks, toch? 40% in 6 jaar.

Dit is een overwaarde van 120.000 EUR. Bij aankoop van een nieuwe woning moet je deze overwaarde in je woning stoppen, mits je hypothreekrente wil genieten. Je wilt geen hogere hypotheeklasten. En allebei verdien je een modaal salaris: samen 74.000 EUR per jaar. Hiermee kun je anno 2021 een hypotheek krijgen van ongeveer 394.000 EUR. Samen met je 120.000 EUR ga je op zoek naar een woning van ongeveer 500.000 EUR, immers de kosten koper moeten ook gefinancierd worden. Ow, en passant gaan je rentelasten van 1000 EUR per maand naar 285 EUR per maand. Groter wonen en 8400 EUR per jaar overhouden. Da’s toch lachen?

Gefeliciteerd. Je bent nu met 2 modale salarissen een concurrent geworden van:
1. Iedereen met een modaal salaris die al een koopwoning heeft. Dat zijn er best wat
2. Ouderen die wellicht kleiner willen gaan wonen maar wel in de stad (en een nóg grotere overwaarde hebben)
3. Mensen met een boven modaal salaris, inclusief starters met hoog salaris
4. Jongeren met een beneden modaal salaris maar met een jubelton
5. Beleggers. Wie wil er nu niet 500.000 EUR voor een woning betalen, deze verhuren voor 2.000 EUR per maand (en 4300 EUR aflossing betalen) én de onderhoudskosten van de woning afschrijven?

Bent u nog verbaasd over het feit dat het midden-segment zwaar bevochten is en dat er enorm overboden wordt, met geld uit de overwaarde van de vorige woning? Hetzelfde plaatje kun je maken van de groep tot (ik denk) anderhalf miljoen. Een woning van 600.000 EUR in 2015 is nu veel meer waard en geeft een overwaarde van vele tonnen.

Ramp in wording

Het is met dit soort plaatjes (vind ik) ook een stuk makkelijker om te bedenken wat er zou gebeuren als de marktrente omhoog vliegt. De woningmarkt gaat dan volledig op slot. Immers, er is geen groep meer die zijn woning uit vrije wil zal gaan verkopen:
1. Bij verhuizing zal immers de hogere rente in rekening gebracht gaan worden. De hypotheek kun je doorgaans niet meenemen…
2. De beleggers zullen minder staan te springen, want de marges vliegen naar beneden.
3. De woningwaarde zal NIET naar beneden gaan. Dat is slechts mijn mening, geen feit. Maar hier is de onderbouwing: de mensen met een woning blijven zitten waar ze zitten. Verkopen met verlies vind niemand leuk, zelfs niet ten opzichte van een “digitale top”. Het hoeft geen écht verlies te zijn. Het kan ook minder zijn dan een jaar geleden, maar nog steeds een winst. De psyche trekt dat niet goed en interpreteert dit als “verlies”. Je blijft dus zitten. Gevolg? De woningmarkt gaat op slot.

Op een gegeven moment zullen de rentevaste perioden aflopen. Veel mensen hebben 10 jaar vast (inclusief wij) en de echt lage rentes zullen in de midden jaren ’20 opnieuw vastgesteld worden…

Uitgaven juli: duurste maand sinds héél lange tijd

De vaste lezers weten het inmiddels: In huize Geldsnor houden wij elke maand een bijeenkomst over onze financiën: wat hebben we uitgegeven de afgelopen maand, wat is er aan inkomsten binnengekomen en wat hebben we derhalve overgehouden?

Ik herhaal wat ik in juni al schreef: Zo de kneiter. Juni Juli was een dure maand! We hebben wederom véél meer geld uitgegeven dan er binnen is gekomen. Dat is niet zo gek: we hebben de aannemer het restant betaald van de zolderverbouwing en we hebben een caravan gekocht. Voor de boekhouders onder ons: Ik heb de caravan in de kosten meegenomen en reken dus geen afschrijving meer in de komende jaren.

In de maand juli waren we (met name ik) veel meer vrij en hebben we meer leuke dingen gedaan. Zoals een dagje dierentuin, een dagje Naturalis, een dagje Obelink, een dagje (ja echt) Ikea. En door onze rurale ligging is dit vaak een heel eind rijden en dankzij “timing” met de baby betekent dit ook relatief vaak ergens een hapje eten, een ijsje en dat soort dingen. Sinds oktober 2019 hebben we niet meer zoveel geld uitgegeven aan “horeca”.

Een volgende tegenvaller, al was deze ingecalculeerd: het boodschappenbudget. Wij laten vrijwel alle boodschappen bezorgen. En daar hoort bij de AH een “bezorgbundel” bij, en die hebben we verlengd met een jaar.

De beurs ging “saaiwaarts” zoals sommige columnisten het noemen: +0.45% tov. juni. Opnieuw deden de pensioenen ook goed mee: +3.1% Tevens hebben we keurig opnieuw extra afgelost op de hypotheek: zo houden we het bedrag hetzelfde maar lossen we wel extra af.

Levensonderhoud782,69
Kleding138,40
Horeca177,36
Brandstof80,42
Klussen & tuinieren3548,19
Overige6773,53
Sub Totaal11500,59

Het levensonderhoud was deze maand zoals gezegd een stuk duurder. Dat is wel inclusief het verlengen van de bestelbundel van 113,40 EUR. Als je daarvoor corrigeert dan was het de goedkoopste maand van het jaar.

Zoals verwacht vorige maand, moesten we deze maand tanken. Het was de tweede keer dit jaar en kon echt niet meer worden uitgesteld. In verband met de vakantie verwacht ik dat we in augustus wéér moeten tanken. Overigens hebben we in juli ook de auto gewassen, voor het eerst sinds we deze hebben (oktober 2019).



Vaste Lasten”

Verzekeringen102,86
Lokale belastingen143,09
Ziggo43,5
Energie86
Zakgeld300
Kinderopvang1840,28
Auto678,17
Rente hypotheek713,01
Aflossing hypotheek521,43
Studielening162,20
Sub Totaal4590,54 EUR
Totaal uitgaven16091,13 EUR

Spaarquote & vermogensopbouw

Dit alles brengt ons tot een spaarquote van -53,2% in de maand juli. Een belangrijk onderdeel daarvan is de caravan en natuurlijk de verbouwing. Van de verbouwing hebben we nu vrijwel alle kosten gehad (misschien nog een paar honderd EUR in augustus en september, voordat we in oktober & november de keuken doen…)

Een dikke min, maar het gaat wel weer goedkomen. Hopelijk betekent het dat de vakanties in de toekomst een stuk goedkoper zijn dan de paar duizend EUR die ik nu betaald heb voor een Landal-park…

Gelukkig zijn de overige kosten wél goed onder controle.

Tot ons “spaarquote” reken ik alles wat bijdraagt aan een betere financiële positie dan de maand ervoor: netto spaarmutaties, aflossingen op de hypotheek, beleggingen én de opbouw van mijn beschikbare premie-pensioen.

Outlook augustus

Augustus zal niet de goedkoopste maand worden: we zijn 3 weken op vakantie. En de vakantie is wel betaald, maar we gaan ongetwijfeld wat vaker uit eten, ijsje eten, leuke dingen doen. Morgen vertrekken we!

Ook moet de zolder verder afgemaakt worden. Ik ben nu de vloer aan het leggen, dus er komt hooguit nog een paar honderd EUR bij voor wat planken en platen.

Lifestyle-inflatie: vergelijking jaren & kwartalen

Een welbekend fenomeen is “lifestyle-inflatie”. Ofwel het cliché dat naarmate we meer gaan verdienen, we ook meer gaan uitgeven. Je leeft naar je inkomen, en dergelijke dingen meer. Naar aanleiding van een blogpost van collega-blogger Luxe of Zuinig heb ik besloten er eens in te duiken. Wordt mijn leven duurder?

Vergelijking door de jaren heen

Om te bekijken of ons leven echt duurder wordt, kijken we eerst met een helicopter-view. Speciaal hiervoor kijk ik naar wederkerende posten: ons uitgavenpatroon exclusief verbouwingen en het kopen van een caravan.

Het betreft de posten: auto, brandstofkosten, diverse, horeca, hypotheek, kinderen, kapper, kinderopvang, kleding, levensonderhoud, nuts, openbaar vervoer, oppassen, pin (later onder “diverse”), studielening, vakantie, verzekeringen en sporten.

Voor het jaar 2021 heb ik gekozen om het eerste halfjaar te verdubbelen.

Onze totale uitgaven per jaar

In percentages: de uitgaven stegen 2.4%, 0.7% en 1.2%. Kleine noot: voor 2021 heb ik de totale kosten van het eerste half jaar genomen en deze verdubbeld. Dat is niet helemaal eerlijk, maar daar komen we later wel achter. We hebben tenslotte een dochter gekregen in februari en die gaat vanaf mei naar de kinderopvang. En ook de zwemles ging vaker niet door dan wél. Iets met corona.

Maar, aan de andere kant: het valt me nogal mee! Onze kosten zijn 4.4% gestegen in zijn totaliteit. En dat terwijl we in februari onze 2e dochter (derde kind) kregen, en eind 2018 onze andere dochter. En mijn zoon groeit natuurlijk ook gestaag door.

Correcties voor de jaren

Maar, het is nog steeds vrij “grof”. Want in bovenstaande overzicht zitten ook de extra hypotheekaflossingen. Die zijn natuurlijk volledig facultatief. Als we hiervoor corrigeren zien we dat de kosten veel sneller gestegen zijn. In 2018 hebben we namelijk een paar aardige aflossingen op de hypotheek gedaan:

Nu blijkt dat de kosten met bijna 10% gestegen zijn (2021 vs. 2018). Om een beter zicht te krijgen op het deel “lifestyle-inflatie”, gaan we een aantal categoriën schrappen: hypotheek, kinderopvang en studielening:

In het jaar 2019 hebben we het zuiniger aan gedaan dan in 2018. Maar in zijn totaliteit zijn de kosten (flink) gestegen: 5.2% tussen 2021 en 2018. In details blijken er flinke verschillen te zijn.

De stijgers

  1. Met stip op 1: vakantie. Onze vakantie in 2021 is door enkele weken Landal bizar duur. Bijna 3000 EUR duurder dan 2018…
  2. Auto. De autokosten zijn gestegen tot boven de 8000 EUR per jaar. In 2018 was dit 5900 EUR per jaar. Stijging: 2135 EUR. Oorzaak: dure private lease!
  3. Levensonderhoud. Van een 3-persoons gezin zijn we nu 4 volwaardige eters plus een baby. Een hoop luiers ook! Niet verrassend dat deze categorie gestegen is met bijna 2100 EUR!
  4. Diverse: dit is van alles. Plus 1485 EUR, maar de eerlijkheid gebied me te zeggen dat dit uiteindelijk minder zal zijn dan het nu lijkt.
  5. Verzekeringen. Een plus van 1431 EUR. Heel simpel: tot 2020 was ik meeverzekerd met mijn vrouw. En dat doe ik nu niet meer. Dus is dat er bij gekomen.

De Dalers

Er zijn natuurlijk ook meevallers! Sommige posten zijn aanzienlijk goedkoper geworden.

  1. Pinnen. We pinnen nog maar zelden, en als we het doen weten we exact waar het in gaat. Voordeel: 3022 EUR.
  2. Brandstof. De auto’s zijn duurder geworden, maar de brandstofkosten zijn gedecimeerd. Verschil? 2782 EUR. De totale autokosten zijn feitelijk gedaald!
  3. Horeca. We geven in 2021 waarschijnlijk 2000 EUR minder uit aan horeca dan in 2018. Dit komt enerzijds door Covid, maar ook omdat we sowieso al minder uit eten gingen. Uit eten gaan met 3 kinderen is niet evident. En we hebben natuurlijk zelf een frietpan gekocht.
  4. Honden. De honden zijn stukken goedkoper geworden. Vooral omdat ze minder naar het pension gaan: eigenlijk helemaal niet meer. Voordeeltje? 804 EUR per jaar.
  5. Kleding. Tegen de verwachting in zijn we 700 EUR per jaar minder uit gaan geven aan kleding.

Maar we gingen kwartalen vergelijken toch?

Jajaja! We gaan kwartalen vergelijken. Want is mijn jaar tot nu toe dan echt duurder dan vorig jaar? Kruipt onze “lifestyle” omhoog?

Grote stappen snel thuis, zullen we maar zeggen. De kosten zijn flink gestegen, maar vooral door de kinderopvang. Dat is niet zozeer “lifestyle-inflatie”, maar vooral gewoon meer kinderen. In het eerste kwartaal van 2021 lagen onze kosten 5.3% hoger dan in het eerste kwartaal van 2018. In het tweede kwartaal was dit maar liefst 19.6%. Als ik de kinderopvang buiten beschouwing laat dan is het respectievelijk 2.1% en 4.8%. Als ik het geld wat we sparen voor de kinderen óók buiten beschouwing laat is het zelfs maar 1% en 3.7%.

Conclusie: ons leven is nauwelijks duurder geworden

Sommige dingen zijn natuurlijk duurder geworden. We ontkomen er niet aan dat een groter gezin bijvoorbeeld meer eet en kinderen op zwemles gaan. Ook hebben we vorig jaar en dit jaar andere keuzes gemaakt ten aanzien van onze vakantie. Maar echte “lifestyle-inflatie” zit er niet in. Ik blijf het (uiteraard) scherp in de gaten houden. Een grote stap hebben we al gezet: door het kopen van de caravan zullen we niet zo snel meer in de verleiding komen om ergens een huisje of zoiets te huren.

Ook letten we veel beter op het boodschappenbudget dan “vroeger” en gebruiken de oudste 2 steeds minder luiers (de oudste nagenoeg geen). Het is natuurlijk de bedoeling dat de lijntjes weer naar beneden gaan, ondanks dat de kinderen groter worden. En dat gaat lukken, op de iets langere termijn: kinderen die naar school gaan zijn bijvoorbeeld veel goedkoper en over 2 jaar is ook onze dure lease-auto er uit. Daar valt niet tegenop te inflateren!

Blik op de toekomst: wat betekenen de hoge huizenprijzen voor mij?

De huizenprijzen rijzen de pan uit. Het gaat echt helemaal nergens meer over. In mijn regio zijn de huizenprijzen met 25.3% (!!!) gestegen in een jaar (Q2-2021 vs Q2-2020). Dat is fors, temeer omdat de stijging in 2020 een stuk lager lag met slechts 11.6%. Ook al bijzonder veel, uiteraard.

Maar wat betekent dit voor mij? Makkelijk gezegd neemt ons eigen vermogen er flink door toe. Maar daar heb ik exact helemaal niets aan: de stenen kan ik niet opeten. Dus dat is vooral papieren waarde. Maar het heeft wel degelijk een impact: OZB, WOZ en EWF. Zo, lekker rijtje afkortingen. De Waardering Onroerende Zaken is de officiële grondslag voor overheden om op te belasten. En daar zijn 2 directe invloeden van, namelijk de Onroerende Zaak Belasting (gemeentelijk) en het Eigen Woning Forfait (landelijk).

Maar er is nog een impact, namelijk die op onze “Loan-to-Value”, ofwel de waarde van de woning ten opzichte van de hypotheek. En in ons geval de daaraan gekoppelde boete-opslag. Al eerder had ik uitgerekend dat een stijgende woningprijs voor ons voordelig is. En nu kijk ik vooruit.

Huize Geldsnor & de waardeontwikkeling

Huize Geldsnor is een comfortabele vrijstaande woning van ongeveer 170m2 (afhankelijk wie je laat rekenen, het kan ook 200 zijn), een vrijstaande gemetselde garage, 572m2 perceeloppervlak en van alle gemakken voorzien: 32 zonnepanelen, autolader, airco (overal), vloerverwarming, inbouwapparatuur, goed geïsoleerd, 4 slaapkamers en een apart kantoor. De “Master Bedroom” is 23m2 groot, de andere 3 slaapkamers 14, 16 en 22m2. De badkamer is ruim: 11 vierkante meter en voorzien van ligbad, vloerverwarming, inloopregendouche (is dat een woord?) en natuurlijk ventilatie. Het toilet is apart.

De buitenruimte bestaat uit een ruime oprit (18 meter lang, 4 meter breed) die toegang biedt tot de garage (je verwacht het niet!). In de tuin staat een grote terrasoverkapping voorzien van zadeldak, oppervlakte 28m2. De woning staat in het zuidoosten van Nederland aan de rand van een dorp.

Tot zover de makelaarspraat. Maar je snapt in ieder geval een beetje het type woning. De WOZ-waarde is vastgesteld (peildatum: 1 januari 2020) op 472.000 EUR.

Prijsstijging: bizar

Ik kijk vooruit, en tegelijkertijd actueel. Ik kijk vooruit naar WOZ-beschikkingen die nog gaan komen, echter gebaseerd op waardestijgingen die al gedeeltelijk hebben plaatsgevonden. Zo ga ik uit voor het jaar 2020 van een stijgen van 11.6%. 2021 schat ik conservatief in op 20%. Voor 2022 verwacht ik geen dalende prijzen, zolang de rentes niet stijgen: nog eens 5% er bij. Dan ziet dat er zo uit, in een grafiekje:

Waardeontwikkeling van Huize Geldsnor

Zoals te zien is, verwacht ik een WOZ-beschikking op peildatum 1 januari 2021 van 526.752 EUR. De waarde op 1 januari 2022 zal dan 632.000 EUR zijn. Pwoah! Behoorlijk! Hoe verhoudt zich dit tot de dagelijkse praktijk?

Een stukje verderop, aan een drukke doorgaande weg, staat een ouder huis te koop (jaren ’60) van 137 m2 en 393 m2 grond. Voor 439.500 EUR. Als ik dit doorreken naar mijn perceelgrootte en oppervlak kom ik prijzen van respectievelijk 640.000 EUR en 545.000 EUR. Een stukje de andere kant op staat een woning van hetzelfde bouwjaar als het onze, eveneens voorzien van zonnepanelen en vrijstaande garage. Eveneens stukken kleiner dan het onze: 135m2 en 424m2 oppervlak. Prijs: 469.000 EUR en waarschijnlijk verkocht voor meer (het was binnen 8 uur verkocht, volgens de lokale overlevering, ’s ochtends te koop, ’s middags er uit).
Ook met die woning kom ik uit op 632.000 EUR (perceeloppervlak vergeleken) of 590.000 EUR (woningoppervlak).

Ergo: ik denk dat de waardering die ik zo uitgerekend heb, best aardig klopt.

Loan-to-value

Op basis van bovenstaande zakt ook de loan-to-value behoorlijk. Dit wordt gedreven door 3 factoren:
1. De maandelijkse aflossingen op het annuitaire gedeelte van de hypotheek.
2. De maandelijkse éxtra aflossingen omdat we een Sneeuwbal maken
3. De waardestijging op zichzelf

Loan-to-value ontwikkeling

Bovenstaande is de Loan-to-value ontwikkeling in het verleden en de toekomst (verwachting). In het eerste jaar was de LTV bijna 100%: we hebben de hypotheek op bijna 100% van de waarde van de woning genomen, maar voor ruim 70.000 EUR eigen geld verbouwd. Dat zie je echter pas terug in de sterke LTV ontwikkeling door de stijging van de WOZ waarde. De sneeuwbal wordt natuurlijk steeds groter, en dus wordt ook de extra aflossing steeds groter. Waar mijn excel-sheet overigens geen rekening mee houdt is de annuïteit: de blijft namelijk niet gelijk na een aanpassing van het rente-percentage, maar ik heb me nog niet verdiept in hoe dit precies zit. Het werkt in ieder geval alleen maar voordelig. Dit terzijde.

Bovenstaande is leuk: in eerste instantie zou mijn annuiteiten-gedeelte een looptijd hebben tot augustus 2049. Inmiddels was dit door de sneeuwbal al teruggelopen tot november 2047. En met hulp van bovenstaande tot december 2045. Zonder zelf extra geld in te leggen dus: alleen door gebruik te maken van het extra inleggen van het uitgespaarde geld.

EWF & OZB

Uiteraard is er ook een bijkomend nadeel: het eigenwoningforfait en de OZB. EWF kunnen we kort over zijn: dit is 0.5% van de woningwaarde en stijgt dus van 2075 EUR per jaar (bij woningwaarde 415.000 toen ik het kocht) naar 3315 EUR. Over dit geld betaal ik inkomstenbelasting. Alleen het verschil telt, uiteraard (want de 415.000 was al het uitgangspunt). De netto stijging van EWF is daarmee ongeveer 620 EUR per jaar. Dit is van toepassing van een waardestijging tot 663.000 EUR! Het totale bruto-rentevoordeel is 1560 EUR.

De OZB (bij gelijkblijvend %) stijgt met 332 EUR per jaar.

Netto betekent dit het volgende:
Bruto rentevoordeel: 1560 EUR
Netto rentevoordeel (40% HRA): 936 EUR
Verhoging EWF netto: 620 EUR
Verhoging OZB: 332
Totaal: 16 EUR duurder uit.

16 EUR netto per jaar is natuurlijk verwaarloosbaar. En het toont nog steeds niet het hele verhaal: onze brutolasten waren bij aanvang van de hypotheek 1209,75 EUR per maand. Bij een stijging van de woningwaarde tot de genoemde 663.000 EUR is dit minder dan 1100 EUR per maand.
Netto per jaar levert het dus ongeveer 1200 EUR op. Niet slecht!

Uitgaven juni: -7.5% saving rate

De vaste lezers weten het inmiddels: In huize Geldsnor houden wij elke maand een bijeenkomst over onze financiën: wat hebben we uitgegeven de afgelopen maand, wat is er aan inkomsten binnengekomen en wat hebben we derhalve overgehouden?

Zo de kneiter. Juni was een dure maand! Het stond al in mijn verwachting, maar het is ook bewaarheid. Voor het eerst sinds een hele lange tijd hebben we (aanzienlijk) meer uitgegeven dan er binnen is gekomen. De oorzaak ligt in 2 dingen: we hebben het grootste deel van onze vakantie betaald (bijna 1800 EUR en inbegrepen in de post “overig”) en het eerste deel van de aannemer (1950 EUR).

De wederkerende posten zijn gelukkig goed onder controle en waren wat dat betreft tamelijk goedkoop. Sterker nog, als ik corrigeer voor deze posten was de maand juni 82 EUR goedkoper dan de maand mei. Niet slecht!

Maar tegen deze uitgaven valt niet aan te sparen. Maar gelukkig waren het geen verrassingen.

Op de beurs was het wederom goed: +3.8% tov. mei. En dat is in percentages dezelfde stijging als de maand er voor. Dit keer deden de pensioenen ook goed mee: +4.6% De pensioenrekeningen deden slechts +0.6%. Tevens hebben we keurig opnieuw extra afgelost op de hypotheek: zo houden we het bedrag hetzelfde.

Levensonderhoud747,02
Kleding130,68
Horeca50,20
Brandstof0
Klussen & tuinieren4203,81
Overige2151,57
Sub Totaal7283,28

Het levensonderhoud was deze maand een stukje duurder. We hebben een keertje in een opwelling (we, dat was ik niet) nootjes gekocht op de markt. Lekker, maar wel 9 EUR. En een snelle barbeque geïmproviseerd met bezoek. Ook lekker. Wel 21 EUR. En 2x luiers gekocht (wederom aanbiedingen), voor bij elkaar 93,24 EUR. Het zijn maandboxen, maar we doen net iets langer dan een maand er mee.


We hebben alweer een maand niet getankt: dit jaar tot nu toe 1x! De auto is nu wel echt leeg, dus de volgende keer dat we ergens verder naar toe moeten, moeten we tanken. Dit is vermoedelijk (en zeker op zijn laatst) in augustus want dan gaan we op vakantie.

De horeca had ik bijna op 0 gehouden. Maar we hebben in het laatste weekend van juni ergens lekker geluncht. En mijn vrouw had de dag daarvoor ook al daar geluncht. Of is het gelunched? Nouja, het was lekker.

Vaste Lasten”

Verzekeringen142,88
Lokale belastingen143,09
Ziggo43,5
Energie86
Zakgeld300
Kinderopvang1840,28
Auto664,67
Rente hypotheek713,92
Aflossing hypotheek519,55
Studielening162,20
Sub Totaal4616,09 EUR
Totaal uitgaven11899,37 EUR

Spaarquote & vermogensopbouw

Dit alles brengt ons tot een spaarquote van -7,5% in de maand juni. Dit was natuurlijk verwacht, zoals ik al schreef. Maar desalniettemin is het een minnetje. En daar hou ik niet van. Ik prijs me dan ook vooral blij dat de andere kosten onder controle zijn gebleven. Deze maand is het weer iets beter opletten met de boodschappen. Ik merk dat we stiekem weer iets meer frisdrank gaan drinken en af en toe snoepen. Dat is niet nodig en moeten we dus heel bewust doen.

Tot ons “spaarquote” reken ik alles wat bijdraagt aan een betere financiële positie dan de maand ervoor: netto spaarmutaties, aflossingen op de hypotheek, beleggingen én de opbouw van mijn beschikbare premie-pensioen.

Outlook juli

De rekening van de schoorsteen heb ik al binnen en reeds betaald. Maar die valt dus in de aankomende maand. Ook werk ik deze maand weinig en heb ik voornamelijk verlof. Mijn inkomsten zullen dus tegenvallen. Ik verwacht dan ook opnieuw een negatief spaarpercentage.

Sneeuwbal krijgt massa: WOZ-waarde aangepast

Op 19 mei schreef ik al over het feit dat de lokale overheid akkoord was met een aanpassing van de WOZ-waarde van onze woning. Tsjonge, het had wat voeten in aarde maar…Men had foutief de waarde verlaagd in plaats van verhoogd.

Maar gelukkig had ik vrij snel contact met ze en is er “ambtshalve” een aanpassing gedaan. Het duurde lang voordat de bevestiging kwam, en vorige week belde de ambtenaar in kwestie: “Hallo meneer Geldsnor. Ja, ik heb hier een notitie. Maar we kunnen niet op basis van blablabal”. Antwoord: beste meneer Ambtenaar. Dank u. Maar we hebben elkaar 3 weken geleden gesproken en gemaild. U heeft reeds bevestigd dat het wel kon. Lang verhaal: hij had zich vergist maar de waarde is aangepast.

Op 28 juni kregen we een schrijven dat dit allemaal verwerkt was. Helaas is dit nog altijd niet aangepast in het WOZ-waardeloket. Maar: ik heb een brief gestuurd naar de bank. Afdeling hypotheken. Lang geleden dat dit nodig was, maar met een kopie van de beschikking er bij is het reeds aangepast. Al op 29 juni!

Dit viel me op doordat ik een nieuwe aflossing deed op de hypotheek: de maandlasten zijn inmiddels al 69 EUR per maand lager dan bij het afsluiten van de hypotheek minder dan 2 jaar geleden. En met deze aflossing werd het nieuwe maandbedrag ook vermeld: ongeveer 15 EUR per maand lager (voor dit hypotheekdeel) vanaf 1 augustus. Met het andere hypotheekdeel er bij moet het ongeveer 30 EUR per maand zijn. Een brief verwacht ik eerdaags in de bus waar alles in is gespecificeerd. Maar voor nu lijkt het er op dat de totale hypotheeklasten bijna 100 EUR per maand lager zijn dan toen wij de hypotheek afsloten. Dit betekent dat zonder extra aflossingen onze hypotheek reeds 2,5 jaar eerder is afgelost dan de oorspronkelijke looptijd.

Uiteraard hopen we in de toekomst de nodige extra aflossingen te doen (als mijn eigen bedrijf loopt en inkomsten genereerd). Maar toch is het al een prettig idee dat onze vaste lasten met 100 EUR per maand zijn teruggebracht, grotendeels door simpele telefoontjes die niets gekost hebben.