Het oranje lampje…

Het was een mooi weekend. Een fantastisch weekend zelfs. Lekker aan het klussen geweest, zwemles, tuin onderhouden en bij m’n oude opa op bezoek geweest. Toppie dus.

Met het oog op de weersverwachting voor vandaag heb ik gisteravond ook de regenton leeg laten stromen in de moestuin. Gericht, uiteraard. Na vandaag zal deze vermoedelijk weer volledig gevuld zijn. En anders zou het regenwater wat van het dak afkomt zinloos het riool in spoelen. Maar nu vangen we de weer een kleine 250 liter water op, wat later weer in de tuin terecht komt. Bijkomend voordeel: niet alleen de plantjes groeien harder, maar ook de bodem blijft losser van structuur waardoor het overige regenwater makkelijker de grond in zakt.

Maar: niet alles was pais en vree dit weekend. O nee…Er was een oranje lampje…
Ik stond in de garage, toen ik het hoorde. Mijn schoonvader stond naast me. “Waar is dat oranje lampje voor”. Mijn antwoord? “Geen idee”.
Echter, ik had wel degelijk een idee. Een duister vermoeden maakte zich van mij meester. Meteen dacht ik: hóe láng brandt dát lampje al? Zo lang als ik me kan herinneren! Maar dat is helemaal geen goed nieuws. Want oranje lampjes zijn nóóit goed nieuws!

Met een zwaar gemoed, en na afloop een groot gevoel van opluchting maar ook een latent aanwezig schuldgevoel heb ik het verholpen. En meteen het mysterie opgelost: waarom is onze diepvries -26°C?

Omdat de “turbo-stand” ingeschakeld stond. Met een lampje wat oranje wordt als je deze inschakelt. Wát een verspilling!

Niet wéér ziek?!

Gisteravond zijn we op tijd naar bed gegaan. Ik heb namelijk tussentijds geen updates meer gegeven (na mijn blogpost “last man standing“, waarin ik uit de doeken heb gedaan dat ik de enige ben geweest die nog niet ziek is geweest). Maar vrouwlief is meer dan een week ziek geweest. En ook de beide dochters zijn pas sinds maandag weer een beetje aanspreekbaar.

En eerlijk gezegd: ik heb een vermoeiende week gehad, die week. Iedereen was ziek. Bedden afhalen, beddegoed wassen, drogen (want je had het die dag zéker nog een keer nodig), kleding, handdoeken. Koortsthermometers schoonmaken, enfin: de hele rambam van de mantelzorg voor 3 zieke meiden.

Niet erg: een stuk beter dan ze verzorgen als je zelf ook ziek zou zijn, wat ik gelukkig dus niet was.

Maar gisteravond dus maar op tijd naar bed gegaan. Je weet tenslotte nooit hoe de nacht verloopt. En ja hoor, om 5 voor twaalf werd Jongste Dochter wakker. Vrouwlief was er relatief snel bij. Maar toch…

Het héle bed zat onder, haar nek, achterhoofd, slaapzak en tot in de oren. Uiteraard haar er uit gehaald, Vrouwlief heeft mij geroepen om het bad vast aan te zetten. En ondertussen werd ze zelf ondergespuugd met een enorme berg braaksel. Ze hing over haar schouder, en zette zich daarna van haar af. Resultaat: rug, nek, oren, mond, hele buik: onder het braaksel.
Met veel liefde en nog iets meer geduld en mededogen heeft ze haar op het aankleedkussen gelegd, waar nog meer volgde. Of golfde. Klinkt hetzelfde, alitereert wel lekker en het gevolg was identiek. Commode, muur, plankje, de laatjes: alles zat onder.

Enfin: dochterlief aan heeft Vrouwlief aan mij gegeven, haarzelf uitgekleed, en de boel schoonmaken. Het bedje afgehaald. En gerealiseerd dat we dat net die ochtend hadden gedaan en dat de andere slaapzak nog op de waslijn hing: ze was die nacht ervoor ook al doorgelekt.
Terug naar boven. Alles opgeruimd, en een vreselijk onrustige nacht gehad.

Vanochtend was ze “goed te pas”. Vrolijk, zelfs wat gegeten en melk gedronken. Alles klaar gemaakt om te gaan werken. Op donderdag gaan ze (de meiden) altijd naar de Grootouders. Jongste dochter in de autostoel gezet. Ik maak haar gordel vast. BWEEEEGHHH!!! Hatsekiedee! Stoel vol, handen vol, jasje vies (dit is níet het moment om je capuchon op te doen!). Enfin. Ze is nu thuis.

Het wordt gewoon een topdag, ik kan het voelen. Ik probeer ondertussen mijn opkomende spierpijn, keelpijn en hoofdpijn te onderdrukken met paracetamol. Het zál toch niet he?

“Last man standing”

Eén voor één vallen ze hier in huis. Of eigenlijk zeg ik het verkeerd: eigenlijk vrijwel tegelijkertijd. Vorige week maandag werd mijn zoon ziek. Koorts, spierpijn, dat soort ongein.
Ziek gemeld voor school, staaf in de neus (bij de GGD) en daarna de kleurplaat maken die je daar krijgt als je test als kind. Nee, als volwassene krijg je die niet. Jammer, ik had een aardige collectie aan kunnen leggen.

Maar goed. Hij was negatief en knapte heel snel weer op. De dag er op ging hij weer naar school. Maar in het weekend is mijn oudste dochter ziek geworden. Koorts, spierpijn, dat soort ongein. Niet naar de peuterspeelzaal, en vandaag niet naar de kinderopvang.

Gisteravond wilde onze jongste dochter niet gaan slapen. Mensen met kinderen herkennen het wel. Dat is een fase, dat heb je wel eens. Op een gegeven moment huilde ze wel erg lang door en werd ze bóós. Tsjonge! Ik naar boven…

En daar lag in een spectaculaire berg kots mijn jongste dochter. Het héle bed zat onder, haar nek, achterhoofd, slaapzak en tot in de oren. Uiteraard haar er uit gehaald, Vrouwlief geroepen om het bad vast aan te zetten. En ondertussen wordt ik zelf ondergespuugd met een enorme berg braaksel. Ze hing over mijn schouder, en zette zich daarna van me af. Resultaat: rug, nek, oren, bril, mond, hele buik: onder het braaksel.
Met veel liefde en nog iets meer geduld en mededogen heb ik haar op het aankleedkussen gelegd, waar nog meer volgde. Of golfde. Klinkt hetzelfde, alitereert wel lekker en het gevolg was identiek. Commode, muur, plankje, de laatjes: alles zat onder.

Enfin: dochterlief aan Vrouwlief gegeven, mezelf uitgekleed, en de boel schoonmaken. Het bedje afgehaald. En gerealiseerd dat we dat net die ochtend hadden gedaan en dat de ándere molton nog beneden op de tafel lag waar de was is opgevouwen. Poedeltjenaakt loop ik naar beneden. Zwaai naar de buurvrouw die langsloopt met het hondje. Zie een ietwat geschokte blik in haar ogen. Oja. Poedeltjenaakt.
Terug naar boven. Alles opgeruimd, en een rustige nacht gehad.

Tot een uurtje of 2. Toen werd Vrouwlief wakker. Koorts, spierpijn, dat soort ongein. Je kent het wel.
Resultaat: ik zit nu thuis met 3 zieke meiden (2 dochters, 1 vrouw). Zoonlief zit gelukkig op school en ik heb ook (nog?) nergens last van.

Fijne dinsdag…

Waarom je houten wasknijpers nodig hebt

Het was mij natuurlijk al eerder opgevallen. Maar ik heb er nog nooit een berichtje aan gewijd. En net stond ik in het zonnetje de was op te hangen en ik dacht: hé, laat ik daar eens iets over schrijven.

Waarover? Nou! Wasknijpers. Een essentieel onderdeel van energiebesparing en bezuinigingen. Want wasknijpers maken het gewoon nét wat makkelijker om de was op te hangen.

En nu heb ik 3 soorten wasknijpers: 2 verschillende plastic versies en houten wasknijpers. En de kop verraad het al: die houten wil je hebben. De plastic wasknijpers niet.

De reden is wellicht anders dan je denkt. Ik heb op zich niets tegen kunststof. Sterker nog, ik heb jarenlang gewerkt als inkoper van spuitgiet-delen: kunststof dus. Allerlei verschillende vormen en producten.

Maar afgezien van de vervelende milieu-aspecten van plastic hebben ze nog een heel groot nadeel. Ze verbleken onder licht…En daardoor worden ze broos, en na een poosje breken ze af.
Houten wasknijpers verbleken óók onder zonlicht. Hout is feitelijk een natuurlijke polymeer. Maar, het wordt niet broos. En ze breken dus niet af.

Conclusie: wasknijpers van hout gaan gewoon langer mee. En dus kopen wij alleen nog houten wasknijpers. En hangt de was nu lekker buiten te hangen!

WOZ-waarde en gemeentelijke belastingen 2022

Ah – het moment was er eindelijk! Ik kreeg een mailtje van de Overheid, met de mededeling dat er een nieuwsbericht was in MijnOverheid, betreffende de gemeentelijke belastingen* en WOZ-waarde.

Nu was dit natuurlijk niet heel onverwachts: ergens in de eerste week van februari zou dit komen. Maar ik was eerder al benieuwd wat het zou gaan worden, en had een berekening gemaakt. De verwachting was dat de gemeentelijke belastingen uit zouden komen op 1699 EUR. Dit vooral door de gestegen woningwaarde, en het zou een stijging van 18% betekenen.

Hoe erg kon ik er naast zitten! De gemeentelijke belastingen zijn lager dan in 2021. Dit kent 3 oorzaken:
1. Eén hond is overleden (dus minder hondenbelasting)
2. We hebben minder containerledigingen dan het jaar er voor
3. Ons huis is minder waard geworden

Dit alles resulteert in een verlaging van 5.8%.

Oké, post voor post:
De hond is overleden, en dat scheelt 80 EUR. Helaas voor het beestje en voor ons, want ze was een lieverd. Maar dit is een feitelijke, objectieve post.

De containerledigingen dan. Ondanks fors gestegen tarieven vorig jaar is dit toch goedkoper geworden. Het aantal ledigingen is gewoon goed onder controle. Eens in de 5 weken gaat de grijze container aan de straat en eens in de ongeveer 2 maanden de groene. Dat kán nog iets beter, maar in de zomer gaat deze toch iets vaker aan de straat. We gaan er iets beter op letten in het komende jaar, maar je zult al snel met me eens zijn dat dit euro werk is: het ledigen van de containers kost gezamenlijk ongeveer 100 EUR per jaar.

Maar dan de grootste verrassing: de WOZ-waarde is gedaald. En ik weet precies waar het door komt. Vorig jaar was de WOZ-waarde initieel op 412.000 EUR gesteld. Na een bezwaar werd dit gecorrigeerd naar 372.000 EUR, in de veronderstelling dat ik toch zéker niet 472.000 EUR bedoeld kon hebben.
Maar dat bedoelde ik wél: we hebben fors verbouwd aan ons huis in 2019 en 2020 (en 2021), en de woning was dus wel degelijk meer waard. En door een hogere WOZ-waarde te hebben, konden we zonder taxatie de risico-opslag verlagen. Dat scheelde bijna 1000 EUR per jaar.
Dit is “administratief” geregeld, wat wil zeggen dat het geen gevolgen had voor de reeds verstuurde aanslag, maar wel zo in het systeem kwam te staan. En wij dus de verlaging konden incasseren bij de bank, zónder extra gemeentelijke belastingen te betalen.

Ik heb sterk het vermoeden dat onze gemeente een waardestijging van 8% heeft doorgevoerd – op de originele 412.000 EUR. Daarmee is de WOZ komen te staan op 445.000 EUR. Als dezelfde wijziging zou zijn doorgevoerd ten opzichte van de waarde van 472.000 EUR, dan was de WOZ nu 509.760 EUR. (Overigens zijn de woningprijzen in deze regio in 2020 meer dan 20% gestegen, en ook vorig jaar…)

Dit verschil (tussen 445.000 EUR en 509.760 EUR) is goed voor 85 EUR verschil in gemeentelijke belastingen. De bijna-510k EUR is echter nauwelijks voldoende om een treetje lager te komen in de risico-opslag. Het scheelt bruto slechts 128,40 EUR per jaar. Netto slechts ~70 EUR. Dit is dus een kleinere verlaging dan het verschil in gemeentelijke belastingen. Het aan laten passen zou derhalve geld kosten, zonder dat het ons iets oplevert.

Het eigen-woningforfait laat ik dan nog buiten beschouwing.

In ieder geval is de gemeentelijke rekening iets lager dan verwacht. Inflatoire druk? Toch niet hier voorlopig!

* gemeentelijke belastingen bestaan uit afvalstofheffing, hondenbelasting, onroerende zaakbelasting, rioolheffing en waterschapsbelastingen zoals de vaste watersysteemheffing gebouwd & ingezetenen en de zuiveringsheffing

Zou die keuken nog eens af komen?

Eind oktober 2021 was het zover: de keuken werd eindelijk geplaatst. Eindelijk, omdat de plaatsing was uitgesteld zodat de ovens er zeker zouden zijn. Die zouden geleverd worden in week 38.

Dit als het gevolg van de leveringsproblematiek in de supply chain van bepaalde witgoed-merken. Maar, eind oktober werd de keuken geplaatst met één oven, in plaats van de bestelde 2 ovens. Behoorlijk balen dus. Nog meer balen: in december kregen we te horen dat de leverancier zelfs geen leverdatum voor het nieuwe jaar wilde toezeggen.

Ondertussen was ook de achterwand nog niet geleverd en was er iets mis met de koelkastdeur. Dat laatste was overigens mijn eigen stomme schuld, maar dat geheel terzijde.

Vorige week woensdag was het dan zover. Opeens! ’s Ochtends ging mijn telefoon. De oven was “plotseling” geleverd, en of ze die in de middag even konden plaatsen. En dan ook meteen de koelkastdeur.

En zo geschiedde: de keuken is nu vrijwel helemaal klaar. Vrijwel, maar niet helemaal. We wachten namelijk nog steeds op de levering van een klein stukje achterwand, die bij de vorige levering beschadigd is geraakt. Die wil ik wel hebben uiteraard!

Nu is het onze keukenzaak ook wel er aan gelegen om deze zo spoedig mogelijk te leveren: 10% van de factuur staat nog open. Pas na oplevering mogen ze die factureren, en zonder de bestelde achterwand is het niet opgeleverd.

Spannend dus, of dat deze maand gaat lukken. De beschadigde achterwand is op 7 januari opnieuw besteld, en normaliter is dat 3-4 weken wachten. Ieder moment dus. Maar februari moet in ieder geval haalbaar zijn.

Dán pas hebben we onze keuken helemaal af…En dat terwijl deze bijna een jaar geleden besteld is! Het krijgen van een kind gaat sneller, inclusief het gehele productieproces.

Hoeveel geld moet je reserveren voor het onderhoud van je huis?

In het verleden heb ik al veel geschreven over de voordelen van een eigen huis. Steevast krijg ik repliek (waarvoor dank) dat huurders geen zorg hoeven te dragen voor het onderhoud van hun woning. Dit is volledig waar. Al lijkt het me een vloek en een zegen: verbeteringen aan de woning zijn niet voor jezelf en je bent daardoor minder snel geneigd om deze door te voeren. Dit geldt voor isolatie (dubbel glas, spouwmuren, vloer, dak, kierdichting), maar natuurlijk óók voor zaken als een keuken en een badkamer, CV-ketels danwel warmtepompen en zonnepanelen.

Deze blogpost gaat echter over onderhoud. Dat is iets anders dan het op smaak brengen van een woning. Binnen in de woning verven (of je dit nu sausen of texen noemt) is in de basis vooral smaak. Je zult het later ongetwijfeld nog eens willen opfrissen, maar je muren worden in wezen niet beter of slechter van het verven van de muur.

Wat ik wel meeneem: het verven van kozijnen (of het vervangen er van), onderhoud & vervanging van een CV-ketel, vervangen van dakpannen, dubbelglas en eventuele andere installaties. Dit zijn allemaal dingen die kapot zullen gaan na verloop van tijd. Daar moet je dus (althans, het is verstandig om) geld voor reserveren. Maar hoeveel?

Dat ga ik uitzoeken. Wel op basis van “grote getallen”. Geen detailberekeningen. Met een hoop aannames. Zo hangt het er uiteraard vanaf hoe groot de woning is, vrijstaand of niet, type ketel etc. Maar voor het maken van een reservering voor onderhoud maakt het niet zoveel uit of een nieuwe ketel 2500 of 3500 EUR kost. Het ding gaat 20 jaar mee, ofwel 240 maanden. Of je dan 10.41 EUR of 14.58 EUR reserveert doet relatief weinig ter zake. Voor hetzelfde geld (…) gaat de ketel langer of korter mee.

Uiteraard maakt het nogal veel uit of je veel zelf kunt, of dat je alles moet uitbesteden. En ook of je bij een vervanging over gaat op een alternatief. Voorbeeld: als de CV-ketel hier kapot gaat, dan komt er nooit meer een nieuwe. Dat wordt direct een warmtepomp.

Ik neem mijn eigen huis als uitgangspunt. Het Snorrenpaleis heeft een oppervlakte van ongeveer 200m2, 4 slaapkamers, een thuiskantoor, een (grote) badkamer, woonkeuken en 32 zonnepanelen. Het huis wordt warmgestookt met een combinatie van airco en CV-ketel. Er staat een (eigenlijk 2) elektrische auto’s op de oprit. Ons dak is gemaakt van betonnen dakpannen. Ons dak is ongeveer 120m2 groot. Let op dat je altijd het vlak telt alsof het een horizontaal vlak is: de dakhelling heeft een invloed op de oppervlakte. Gebruik de stelling van Pythagoras.

Voor het reserveren kies je (als je slim bent) de vervangingswaarde. Niet de aanschafwaarde. Tevens valt onderhoud NIET onder verzekerde kosten.

Ok: wat moet er allemaal vervangen worden?

In principe reken ik met het onderstaande. Dit gaat allemaal kapot na verloop van tijd. Wat valt je op? Juist. In principe zijn het allemaal (semi)constructieve onderdelen. Ongetwijfeld zul je in de loop der jaren een keer de keuken vervangen, evenals de badkamer. Maar móet dat? Hoe vaak is een badkamer nu écht kapot? Zelden. Er zijn legio huizen te koop (althans, vroeger toen er uberhaupt nog iets te koop stond) waar nog badkamers in “authentieke staat” te vinden zijn. Technisch in orde, maar zelden voldoende voor de moderne “eisen”.

Onderstaande is waar wij dus geld voor opzij zetten.

Wat:Levensduur in maanden
CV-Ketel -> vervangen door warmtepomp240
Zonnepanelen (32st)300
Omvormer tbv. Zonnepanelen (3-fase)180
Buiten schilderwerk96
Dubbelglas300
Voegen600
Dakpannen480
Airco’s (split-unit)150
Autolader (3-fase)120
Oven*120
Inductieplaat120
Koelkast*120
Vaatwasser*120

Dit heb ik uitgewerkt in kosten per maand. De CV-ketel wordt zoals gezegd vervangen door een warmtepomp. Dat kost een vermogen, maar slechts eenmalig. De zonnepanelen die er nu op liggen kosten slechts 135 EUR per stuk. Maar zijn niet meer leverbaar. Ik reken hier dus met duurdere panelen (395wp ipv. 300) en neem géén kostprijsdaling mee. Ondanks dat ze over 25 jaar ongetwijfeld goedkoper zijn. Hetzelfde geldt voor de omvormer. Die kost nu 1690 EUR. En dat is over 15 jaar (verwachte levensduur) vast goedkoper.

De post voor dakpannen valt je wellicht mee. Je zult wellicht ook denken “hoezo slijten dakpannen”? Maar het feit is: betonnen dakpannen laten op een gegeven moment teveel vocht door, waardoor de kans op lekkage toeneemt. Je zult ze dus een keer moeten vervangen. En dat ligt rond de 40 jaar. Hier zijn ze nu 25 jaar oud, wat betekent dat ze over 15 jaar vervangen moeten worden. Ter zijner tijd zal ik uiteraard bekijken of dit al noodzakelijk is, maar dan is er in ieder geval geld gereserveerd. De dakpannen vervangen doe ik zelf (evenals de omvormer, zonnepanelen en warmtepomp).

De sterretjes bij de oven, koelkast en vaatwasser: niet iedereen heeft dit als inbouwapparatuur. Als het geen inbouw is moet je ze ook vervangen, maar dan hoort het niet bij de onderhoud van het huis.

Vloeren neem ik niet mee in “onderhoud”. Vloeren slijten niet. Ze kunnen kapot gaan door verkeerd gebruik of aanleg. Maar er heeft nog nooit iemand een pad uitgesleten zijn keramische tegels. Zelfs goedkoop laminaat gaat heel veel jaren mee.

De onderhoudskosten als reservering voor mijn woning.

Vast wederkerend onderhoud is tamelijk beperkt. Ik betaal enkele tientjes per jaar voor het ketelonderhoud. Verder zijn er geen onderhoudskosten aan de woning. Dit maakt de totale onderhoudskosten/reservering ongeveer 250 EUR per maand.

Bij een kleinere woning, zonder zonnepanelen, autolader, airco’s en met een vervanging naar een CV-ketel en een kleiner dak lopen de onderhoudskosten terug tot 180 EUR per maand.

Conclusie: onderhoud in de woonkosten

De conclusie is dan ook als volgt: er dient 250 EUR per maand toegerekend te worden aan het onderhoud van de woning. Feitelijk nog met terugwerkende kracht, want sommige delen zijn al tientallen jaren oud en er is geen reservering opgenomen bij de aankoop van de woning. De 23 jaar die de woning er al stond voordat wij deze kochten tellen al wel mee in het voegwerk en de dakpannen. En het schilderwerk komt er ook aan.

Het brengt ons woonlasten tot:
Hypotheekrente: 675 *bruto
Opstalverzekeringen: 15,89 EUR
Lokale belastingen (woning gerelateerd): 80
Eigen woningforfait: 200
Onderhoudskosten: 250
Totale bruto woonlasten: 1220,89 EUR.

Flink goedkoper dan een huurwoning en dat zelfs met rekening houden met de onderhoudskosten.

De kerstverlichting brandt: wat kost dat nu eigenlijk?

In Huize Geldsnor zijn we dol op gezelligheid. Vrouwlief aka. Lieftallige Echtgenote zorgt in ieder seizoen voor iets leuks: paasspulletjes, herfstspulletjes, sinterklaas-spulletjes en in de kerstperiode natuurlijk de kerstboom.

Maar niet alleen de kerstboom: we hebben ook de “nodige” kerstverlichting buiten. Onze “Schaapskooi” wordt voorzien van kerstlichtjes, en ook een aantal bomen in de voortuin. We hebben in totaal 6 bomen in de voortuin, waarvan er drie jaarlijks worden gesnoeid en dan voorzien van kerstlichtjes. Het snoeien heb ik afgelopen zondag gedaan, en daarna meteen de lampjes er in gehangen. Een heel project al met al, omdat deze bomen (catalpa’s) nogal wat takken produceren en helemaal teruggesnoeid worden in het najaar.

Maar goed: het hangt. En uiteraard kon ik niet laten om na te gaan wat ons dit nu eigenlijk kost aan elektriciteit. Ik las laatst al ergens een artikeltje over wat het kost, maar ik kan het niet terugvinden. Daar gingen ze uit van gloeilampjes en 24u per dag branden. Nu kan ik me eerlijk gezegd niet voorstellen dat er nog mensen zijn met gloeilampjes…Ook al wil je niet bijdragen aan de afvalberg: het vervangen van lampjes voor LED-lampjes is eigenlijk al meteen een goede daad.

Hier hebben we dus uitsluitend LED-lampjes. 340 in de voortuin en ik meen 400 in de schaapskooi. Bij elkaar nogal wat lampjes. En uiteraard staat er op de doos wat het verbruikt – maar waarom daarop vertrouwen als je het ook kunt meten, inclusief verlies van potentiaal door het lange snoer en dergelijke?

Lang verhaal kort: 16W. Dát is het vermogen als ik alle kerstlampjes buiten aan maak. Daarvan is 6W de gewone tuinverlichting die óók aan gaat als ik de Schaapskooi van elektriciteit voorzie. De reden daarvoor? Veiligheid. De Schaapskooi heeft (welkom in Huize Geldsnor) uiteraard zijn eigen groep in de meterkast. Maar ik heb het zo geschakeld dat feitelijk alle elektriciteit buitenshuis één groot geschakeld stopcontact is. Dit heb ik gedaan omdat de stopcontacten buiten niet-kindveilig zijn. En dus wil ik een “verklikker” dat er stroom op staat en ik niet vergeet deze uit te doen: de buitenlamp in de tuin is mijn kanarie in de mijn.

Enfin. 16W dus. En de kerstverlichting brandt hier niet 24 uur per dag. Ongeveer vanaf 16u tot 22:30, dus 6,5 uur per dag. 104Wh dus. Midden-januari halen we de kerstverlichting weer weg. Meestal het tweede weekend van januari, dit jaar wordt dat door werkverplichtingen het derde weekend van januari. Ik ben namelijk vanaf 2 t/m 10 januari op zakenreis. In totaal zal de kerstverlichting derhalve 35 dagen branden: 3.6kWh in totaal. Kosten? 0.80 EUR. Een vrij bescheiden kostenpost voor toch een hoop gezelligheid en enthousiasme bij de kinderen (en bij ons).

Om dit in perspectief te plaatsen: Een half uur zonneschijn midden op een winterdag is al voldoende om dit te compenseren met ons PV-systeem. Het wel of niet schijnen van de zon heeft dus een veel grotere invloed. En eerlijk gezegd, met ons elektriciteitsverbruik van ruim 13.000kWh per jaar valt de 3.6kWh volledig weg in de ruis.

Conclusie? Ik laat ze lekker aan!

Minder koffie, meer thee én de ultieme #hack van de Quooker

Sinds kort (eind oktober) is Huize Geldsnor voorzien van een Quooker. En waar ik eerst het nut niet zo in zag van een dergelijk apparaat, ben ik inmiddels niet alleen een vrijwillige ambassadeur van de Quooker, maar ook een fan.

Een quooker is ideaal. Niet per se voor de dingen waarmee geadverteerd wordt. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik bijvoorbeeld zelden kokend water direct bij de groenten doe. De inductieplaat kookt zo snel, dat dit nauwelijks een voordeel oplevert.

Nee, het grootste voordeel voor ons zit in het eenvoudig maken van flesjes melk voor de baby. Ze krijgt nog 1-2x per dag borstvoeding, en 2x per dag poedermelk. En dán is het ideaal. Want een klein beetje kokend water lost de melk goed op, en met aanvullen met koud water geeft een prima flesje.

Nu is dit vrij specifiek. Maar ik heb nog een dingetje ontdekt: ik drink overdag geen koffie meer. Met een Quooker is het maken van thee net zoveel werk als het pakken van een glas water. En dus veel minder werk dan het maken van koffie. In een eerder post heb ik me al eens afgevraagd wat goedkoper is: koffie of thee. Een kopje koffie kost ongeveer 14 cent. En ook al is koffie 12% duurder geworden (6,49 ipv. 5,79, beiden geldig indien niet in de aanbieding) in de afgelopen 15 maanden, dan nog maakt dit het niet veel duurder. Een kopje koffie kost met de huidige prijzen iets minder dan 16 cent.

Maar thee is véél goedkoper! Sterker nog: thee is sterk in prijs verlaagd en kost geen 4-8 cent per kopje meer, maar slechts 2-5 cent (AH eigen merk). En ik zet geen 4 koppen tegelijk (zoals bij de koffie) wat me ~0,64 EUR kost, maar doe eigenlijk de hele dag met een theezakje (ongeveer 3 grote mokken). Dit scheelt bijna 60 cent per dag!

(voor de muggenzifters & terecht: ik reken het water en de elektriciteit voor de quooker even niet mee)

De Ultieme Hack van de Quooker

Quooker wil je graag laten geloven dat je een speciaal reservoir en uitvoering nodig hebt om warm water uit de kokend water kraan te krijgen. De standaard versie geeft immers alleen kraanwater en kokend water.
De grotere boiler, ofwel de “Quooker Combi” vervangt ook de warmwater-leiding.

Maar er is een trucje. En die werkt goed! Namelijk: als je het koude water én het kokend water tegelijkertijd aan zet, komt er gewoon warm water uit de kraan. De temperatuur kun je bijstellen door meer of minder koud water bij te mengen. Maar je hoeft dus geen speciale combi te kopen om dezelfde functionaliteit te hebben.

Het standaard reservoir is 3 liter groot, wat betekent dat met tapwater van 15 graden je ongeveer 6 liter heet water hebt; ruim genoeg om een pan af te wassen die je niet in de vaatwasser wilt hebben. Of om een doekje uit te spoelen.

Wat is goedkoper & duurzamer: een echte kerstboom, of een nepper?

Sinds Lieftallige Echtgenote en de Snor bij elkaar zijn, hebben we échte kerstbomen. En we zijn al heel wat jaren bij elkaar, feitelijk deze hele eeuw. Akkoord, we wonen pas 15 jaar samen en zijn ruim tien jaar getrouwd. Maar dat zijn toch al heel wat kerstbomen.

Vorige week hadden we overleg over de kerstboom. Althans, het gesprek kwam er op. En we hebben besloten uit te zoeken wat duurzamer is: een echte kerstboom, of een nep-kerstboom. Een nep-kerstboom gaat immers vele jaren mee, en een echte kerstboom niet. Die wordt ergens gekweekt en gekapt of uitgegraven, en vervolgens verkocht en bij ons neergezet.

Nu hoor ik menigeen denken: maar dit is toch geen vergelijking? Een echte kerstboom is veel gezelliger, ruikt lekkerder en hoort er gewoon bij. Andersom kan ik argumenteren dat een echte kerstboom veel meer werk is: de naalden vallen uit, het moet water krijgen en niet alleen gehaald worden, maar ook weer weggebracht. Bovendien zit er het nodige ongedierte in. Nu ben ik niet vies van ongedierte, maar de beestjes mogen van mij wel buiten blijven. Binnen heb ik er niets aan en hebben de beestjes geen overlevingskans.

Enfin: een nepkerstboom dus. De eisen: de lampjes moeten geïntegreerd zijn. Dit omdat onze lampjes vorig jaar al kapot zijn gegaan. Dit waren ook nog ouderwetse lampjes, dwz. geen LED, en de helft van het snoer deed het niet meer. Tevens moet de boom minimaal 200cm hoog zijn, geen nepsneeuw en geen knipperende of gekleurde lampjes.

De productie & transport van een nepkerstboom vs. echte: duurzaamheid

De nepkerstboom die wij hebben uitgezocht is van het type Black Box Jade, 215cm hoog. Deze heeft 280 lampjes en weegt volgens de specificaties 15.6kg. De boom is uitgezocht bij de Intratuin, maar de doos paste no-way in de auto en wordt dus thuisbezorgd. Ik ga er vanuit dat deze boom in China is gemaakt.

Volgens de specificaties is deze boom gemaakt van PVC, althans de naalden. De binnenkant is (ik heb het nog niet gecheckt) denk ik gemaakt van polyamide (PA6). Volgens de TU-Delft zijn plastic verpakkingen “goed” voor bijna 3.5kg CO2 per kg kunststof. Hoewel de kerstboom géén verpakking is, vind ik dit een redelijke aanname om mee verder te rekenen. Met een gewicht van 15.6kg levert dit een CO2 uitstoot op van bijna 55kg.

Nu moet deze boom ook getransporteerd worden. De doos was ongeveer 160cm breed, en 40x40cm in lengte & hoogte. Deze boom zal per schip getransporteerd worden in een 40ft-containter. Deze heeft binnenafmetingen van 12 meter lang, 2.35 breed en 2.36 hoog: 66.55m3. Er passen derhalve ongeveer 260 kerstbomen in één container. Er passen ongeveer 11.000 van deze containers op één schip: grote containerschepen bevatten tot 24.000 TEU, en een 40-voet container is 2 TEU.

Een dergelijk schip verbruikt ongeveer 300.000 liter brandstof per dag. 1 miljoen kilo CO2, grof gerekend. Ze varen met ongeveer 35km/u (20 knopen). Hier doet een schip ongeveer 30 dagen over de afstand van Shanghai tot Rotterdam. In totaal dus ongeveer 30 miljoen kg CO2, waarmee 11.000 containers vervoerd worden: 2727kg per container! In één container had ik zojuist 260 bomen gestopt, waarmee de transport uitstoot van haven-tot-haven uitkomt op ongeveer 10kg per boom. De overige transportbewegingen tel ik mee als 1kg. Zo is de kerstboom goed voor een CO2-uitstoot van 66 kg (55kg, + 10 voor transport + 1 voor het eindtransport).

Nu gaan we kijken naar de jaarlijkse bewegingen voor echte kerstbomen. Voordeeltje: deze haal ik letterlijk 1km verderop. Maar door het formaat moet deze wel op de aanhangwagen. Dit betekent 2km met aanhanger, ofwel een verbruik van ongeveer 0,5kWh (de auto rijdt immers elektrisch): 0.2kg CO2.

Als het puur op transport aankomt moet de kunstkerstboom bijgevolg 330 jaar mee gaan…De complicerende factor in deze berekening is echter het feit dat op de plek waar de kerstboom gekweekt wordt, ook een andere boom had kunnen groeien. Of zelfs de kerstboom zelf laten staan: deze neemt (over zijn levensduur) gemiddeld 20kg CO2 op per jaar. Na gemiddeld 3 jaar is er dus reeds 60kg CO2 vastgelegd: gedeeltelijk bovengronds, gedeeltelijk ondergronds. En uiteraard dient een boom ook nog als toevluchtsoord en voedsel.

Enfin: na een jaartje of 3 is een nep-kerstboom “CO2-neutraal” ten opzichte van een echte kerstboom.

De kosten: wanneer is een nepkerstboom goedkoper?

De kerstbomen die wij doorgaans kopen zijn rond de 30 EUR per stuk. Wij kopen geen dure Nordmanns, en niet bij een tuincentrum maar gewoon in het dorp bij een kweker. Lang leve het leven op het platteland. Stukken goedkoper dan stedelijk leven, wat dat betreft. Deze rekensom is dus vrij makkelijk op het oog. Maar weet je nog? De kerstverlichting was reeds kapot. De uitgekozen boom heeft 280 geïntegreerde ledjes, die bij Bol.com ongeveer 20 EUR kosten. Die trek ik dus van de aanschafprijs af: onze boom was 259 EUR, minus 20 EUR = 239 EUR.

We hoeven niet jaarlijks de boom te halen. Dit scheelt de reeds eerder gemelde 0.5kWh om deze te halen, ofwel 0.10 EUR per jaar. De totale besparing (rekenend met kosten van “nu”, zonder toekomstige indexatie) is dus 30.10 EUR per jaar. De terugverdientijd is hiermee 7,94 jaar. In het jaar 2028 (dat is immers de achtste kerst vanaf nu) is de nepkerstboom dus terugverdiend.

De vraag is nu: is het redelijk om aan te nemen dat de boom zo lang mee gaat? Ik denk van wel. LED-verlichting is nagenoeg onverwoestbaar: de levensduur ligt rond de 10.000 uur. De kerstboom staat ongeveer 30 dagen en continu branden zou dus 720 uur zijn: 14 jaar zouden ze het moeten kunnen volhouden in dit geval. En uiteraard zijn de lampjes geen 24u per dag aan…

Conclusie: een nepkerstboom is goedkoper & duurzamer

Op relatief korte termijn is een nepkerstboom reeds duurzamer dan een echte kerstboom. Op de iets langere termijn is de nepkerstboom goedkoper dan een echte kerstboom. En uiteraard hoe langer de horizon, des te “vager” dit soort berekeningen zijn.

Hier komt het bijkomende voordeel bij dat het simpelweg minder werk is om een nepboom op te zetten dan het uitzoeken en halen van een echte kerstboom, en deze daarna weer af te voeren. En natuurlijke elke dag de uitvallende naalden op te zuigen.