Geldsnor eet de vriezer leeg

Zoals de lezers weten: Geldsnor heeft een relatief groot gezin. 3 kinderen, 2 volwassenen. En binnenkort gaan we een aanzienlijke tijd op vakantie: een hele maand.

En dat heeft de nodige gevolgen voor ons huis. Want het betekent dat we ons huis(houden) “zomerklaar” moeten maken. De tuin onder controle, maar ook overtollige voorraden opeten. Het is immers eeuwig zonde om de de diepvries aan te laten tijdens de vakantie. Nu gebiedt de eerlijkheid me te zeggen dat we er 2 hebben. Eén in de bijkeuken, een kleintje met “grijpvoorraad”. En een grote in de garage.

Die laatste gaat leeg; afbouwen van de voorraden dus. We zijn al begonnen met het stoppen met bestellen van brood bij de bakker. We redden het precies tot we op vakantie gaan met het brood wat nu in de vriezer ligt. Hooguit komen we iets tekort, en dan halen we een zakje krentenbollen voor de laatste dag.

Maar ook liggen er nog een aantal “noodvoorraad-afbakpizza’s”. Uberbewerkte rommel, maar soms handig als je in tijdnood komt. Maar dat komen we al tijden niet, dus nu moeten ze gewoon op. Idem dito voor het vlees wat nog in de vriezer ligt. We zijn tegenwoordig vrijwel volledig vegetarisch: we eten eigenlijk alleen nog vleeswaren (en dan nog alleen mijn vrouw en kinderen). Ook de kaas hebben we geschrapt, evenals melk en vrijwel alle andere zuivel.
Anyway: terug naar het vlees wat op moet. Het is natuurlijk zonde om het weg te gooien. We hebben dus nog wat -35%-kippenbouten liggen, en gehakt en 2 forellen. Moeten op. Dus gaan op. Want: de vriezers moeten leeg!

Wat doen we verder nog om het huis zomerklaar te maken?
Een klein overzicht:
1. de Quooker gaat uit
2. Alle WiFi gaat uit
3. Alles wat standby staat, gaat uit. Doen we sowieso al ’s avonds, maar het is zaak om dit niet te vergeten als we vertrekken
4. Behalve de laadpaal: we laten de andere auto aan de oplader staan als we vertrekken. Een extra barriere om de auto mee te nemen.
5. Tuin in orde maken. Dus zorgen dat er iemand is om de boontjes en courgette te plukken, en zorgen dat het “onkruid” een beetje is bijgewerkt
6. De maairobot weer op automatisch schema zetten. Deze staat nu uit, om het gras in de droogte wat meer “rust” te geven.

Verder is er niet veel bijzonders te doen. Maar goed: het duurt nog anderhalve week. Nog 10 dagen om de vriezers leeg te eten 🙂

Was best even schrikken

Het is weer het begin van een nieuwe maand, en de Geldsnor ging even door de financiën heen. En schrok zich he-le-maal het leplazarus. Kanonnuhvoer, allememachies. Heeft de inflatie ons dan ein-de-lijk ingehaald? Meer dan 1000 EUR in een maand aan boodschappen, zónder dat ik het door had? Was ik dronken? Of was ik in al mijn deugdmenscherij dermate hooghartig geworden dat ik niet meer oplette?

Het zou kunnen. Ik heb wel vaker veel geld uitgegeven aan boodschappen. Onderstaande grafiek is een weergave van 4,5 jaar (vanaf 2018), en laat best wat uitschieters zien. De stippellijn is de trendlijn, die langzaam omhoog kruipt. Niet zo gek, want de kinderen eten steeds meer en het leven wordt nu eenmaal duurder. Maar dit is wel érg gortig.

Gelukkig bleek het mee te vallen. Vrouwlief had 2x Efteling-kaartjes gekocht voor anderen. Uiteindelijk ziet de grafiek er zo uit…Redelijk gelijkmatig, iets omhoog kruipend. Maar onder controle. Den Deugdmensch blijft tóch opletten.

De moestuin begint te leveren: aardbeien!

Ondanks dat het weer de afgelopen dagen niet echt “je-van-het” was, heb ik toch al wat kunnen oogsten uit de moestuin: aardbeien. Verser dan dit zijn ze niet te krijgen. Biologischer ook niet: niets bespoten, geen netten, geen kunstmest. De teller staat inmiddels op 400 gram.

Ik schat dat er nog een anderhalve kilo aan hangt, maar de regen mag nu wel even plaatsmaken voor zon. Dan gaat het rijpen en groeien toch net iets beter dan met dit killere, natte weer: we hebben al 55mm neerslag opgevangen de afgelopen dagen.

Qua groei komt er nog meer aan: de courgettes staan in bloei en de eerste frambozen komen ook tevoorschijn aan de plant. De boontjes hebben meer warmte nodig, maar zijn toch al aardig gegroeid. De zonnebloemen doen hun best, maar hebben ook zon nodig. Vocht hebben ze voorlopig voldoende.

Verder hebben we niet veel gezaaid dit jaar, omdat we midden in de zomer een maand van huis zijn. Geen kolen, geen tomaten, geen paprika’s en geen komkommers dit jaar. Maar dus wel aardbeien.

Overigens woon ik in een huishouden waar je nooit genoeg aardbeien hebt: mijn dochters hebben afgelopen weekend flink huisgehouden bij vrienden, die per ongeluk een kilo teveel gekocht hadden. Laat dat maar aan de dames over! Zelf lusten we het natuurlijk ook graag. Alleen mijn zoon denkt nog dat hij geen aardbeien lust. Maar dan wel aardbeienjam…

Het oranje lampje…

Het was een mooi weekend. Een fantastisch weekend zelfs. Lekker aan het klussen geweest, zwemles, tuin onderhouden en bij m’n oude opa op bezoek geweest. Toppie dus.

Met het oog op de weersverwachting voor vandaag heb ik gisteravond ook de regenton leeg laten stromen in de moestuin. Gericht, uiteraard. Na vandaag zal deze vermoedelijk weer volledig gevuld zijn. En anders zou het regenwater wat van het dak afkomt zinloos het riool in spoelen. Maar nu vangen we de weer een kleine 250 liter water op, wat later weer in de tuin terecht komt. Bijkomend voordeel: niet alleen de plantjes groeien harder, maar ook de bodem blijft losser van structuur waardoor het overige regenwater makkelijker de grond in zakt.

Maar: niet alles was pais en vree dit weekend. O nee…Er was een oranje lampje…
Ik stond in de garage, toen ik het hoorde. Mijn schoonvader stond naast me. “Waar is dat oranje lampje voor”. Mijn antwoord? “Geen idee”.
Echter, ik had wel degelijk een idee. Een duister vermoeden maakte zich van mij meester. Meteen dacht ik: hóe láng brandt dát lampje al? Zo lang als ik me kan herinneren! Maar dat is helemaal geen goed nieuws. Want oranje lampjes zijn nóóit goed nieuws!

Met een zwaar gemoed, en na afloop een groot gevoel van opluchting maar ook een latent aanwezig schuldgevoel heb ik het verholpen. En meteen het mysterie opgelost: waarom is onze diepvries -26°C?

Omdat de “turbo-stand” ingeschakeld stond. Met een lampje wat oranje wordt als je deze inschakelt. Wát een verspilling!

Niet wéér ziek?!

Gisteravond zijn we op tijd naar bed gegaan. Ik heb namelijk tussentijds geen updates meer gegeven (na mijn blogpost “last man standing“, waarin ik uit de doeken heb gedaan dat ik de enige ben geweest die nog niet ziek is geweest). Maar vrouwlief is meer dan een week ziek geweest. En ook de beide dochters zijn pas sinds maandag weer een beetje aanspreekbaar.

En eerlijk gezegd: ik heb een vermoeiende week gehad, die week. Iedereen was ziek. Bedden afhalen, beddegoed wassen, drogen (want je had het die dag zéker nog een keer nodig), kleding, handdoeken. Koortsthermometers schoonmaken, enfin: de hele rambam van de mantelzorg voor 3 zieke meiden.

Niet erg: een stuk beter dan ze verzorgen als je zelf ook ziek zou zijn, wat ik gelukkig dus niet was.

Maar gisteravond dus maar op tijd naar bed gegaan. Je weet tenslotte nooit hoe de nacht verloopt. En ja hoor, om 5 voor twaalf werd Jongste Dochter wakker. Vrouwlief was er relatief snel bij. Maar toch…

Het héle bed zat onder, haar nek, achterhoofd, slaapzak en tot in de oren. Uiteraard haar er uit gehaald, Vrouwlief heeft mij geroepen om het bad vast aan te zetten. En ondertussen werd ze zelf ondergespuugd met een enorme berg braaksel. Ze hing over haar schouder, en zette zich daarna van haar af. Resultaat: rug, nek, oren, mond, hele buik: onder het braaksel.
Met veel liefde en nog iets meer geduld en mededogen heeft ze haar op het aankleedkussen gelegd, waar nog meer volgde. Of golfde. Klinkt hetzelfde, alitereert wel lekker en het gevolg was identiek. Commode, muur, plankje, de laatjes: alles zat onder.

Enfin: dochterlief aan heeft Vrouwlief aan mij gegeven, haarzelf uitgekleed, en de boel schoonmaken. Het bedje afgehaald. En gerealiseerd dat we dat net die ochtend hadden gedaan en dat de andere slaapzak nog op de waslijn hing: ze was die nacht ervoor ook al doorgelekt.
Terug naar boven. Alles opgeruimd, en een vreselijk onrustige nacht gehad.

Vanochtend was ze “goed te pas”. Vrolijk, zelfs wat gegeten en melk gedronken. Alles klaar gemaakt om te gaan werken. Op donderdag gaan ze (de meiden) altijd naar de Grootouders. Jongste dochter in de autostoel gezet. Ik maak haar gordel vast. BWEEEEGHHH!!! Hatsekiedee! Stoel vol, handen vol, jasje vies (dit is níet het moment om je capuchon op te doen!). Enfin. Ze is nu thuis.

Het wordt gewoon een topdag, ik kan het voelen. Ik probeer ondertussen mijn opkomende spierpijn, keelpijn en hoofdpijn te onderdrukken met paracetamol. Het zál toch niet he?

“Last man standing”

Eén voor één vallen ze hier in huis. Of eigenlijk zeg ik het verkeerd: eigenlijk vrijwel tegelijkertijd. Vorige week maandag werd mijn zoon ziek. Koorts, spierpijn, dat soort ongein.
Ziek gemeld voor school, staaf in de neus (bij de GGD) en daarna de kleurplaat maken die je daar krijgt als je test als kind. Nee, als volwassene krijg je die niet. Jammer, ik had een aardige collectie aan kunnen leggen.

Maar goed. Hij was negatief en knapte heel snel weer op. De dag er op ging hij weer naar school. Maar in het weekend is mijn oudste dochter ziek geworden. Koorts, spierpijn, dat soort ongein. Niet naar de peuterspeelzaal, en vandaag niet naar de kinderopvang.

Gisteravond wilde onze jongste dochter niet gaan slapen. Mensen met kinderen herkennen het wel. Dat is een fase, dat heb je wel eens. Op een gegeven moment huilde ze wel erg lang door en werd ze bóós. Tsjonge! Ik naar boven…

En daar lag in een spectaculaire berg kots mijn jongste dochter. Het héle bed zat onder, haar nek, achterhoofd, slaapzak en tot in de oren. Uiteraard haar er uit gehaald, Vrouwlief geroepen om het bad vast aan te zetten. En ondertussen wordt ik zelf ondergespuugd met een enorme berg braaksel. Ze hing over mijn schouder, en zette zich daarna van me af. Resultaat: rug, nek, oren, bril, mond, hele buik: onder het braaksel.
Met veel liefde en nog iets meer geduld en mededogen heb ik haar op het aankleedkussen gelegd, waar nog meer volgde. Of golfde. Klinkt hetzelfde, alitereert wel lekker en het gevolg was identiek. Commode, muur, plankje, de laatjes: alles zat onder.

Enfin: dochterlief aan Vrouwlief gegeven, mezelf uitgekleed, en de boel schoonmaken. Het bedje afgehaald. En gerealiseerd dat we dat net die ochtend hadden gedaan en dat de ándere molton nog beneden op de tafel lag waar de was is opgevouwen. Poedeltjenaakt loop ik naar beneden. Zwaai naar de buurvrouw die langsloopt met het hondje. Zie een ietwat geschokte blik in haar ogen. Oja. Poedeltjenaakt.
Terug naar boven. Alles opgeruimd, en een rustige nacht gehad.

Tot een uurtje of 2. Toen werd Vrouwlief wakker. Koorts, spierpijn, dat soort ongein. Je kent het wel.
Resultaat: ik zit nu thuis met 3 zieke meiden (2 dochters, 1 vrouw). Zoonlief zit gelukkig op school en ik heb ook (nog?) nergens last van.

Fijne dinsdag…

Waarom je houten wasknijpers nodig hebt

Het was mij natuurlijk al eerder opgevallen. Maar ik heb er nog nooit een berichtje aan gewijd. En net stond ik in het zonnetje de was op te hangen en ik dacht: hé, laat ik daar eens iets over schrijven.

Waarover? Nou! Wasknijpers. Een essentieel onderdeel van energiebesparing en bezuinigingen. Want wasknijpers maken het gewoon nét wat makkelijker om de was op te hangen.

En nu heb ik 3 soorten wasknijpers: 2 verschillende plastic versies en houten wasknijpers. En de kop verraad het al: die houten wil je hebben. De plastic wasknijpers niet.

De reden is wellicht anders dan je denkt. Ik heb op zich niets tegen kunststof. Sterker nog, ik heb jarenlang gewerkt als inkoper van spuitgiet-delen: kunststof dus. Allerlei verschillende vormen en producten.

Maar afgezien van de vervelende milieu-aspecten van plastic hebben ze nog een heel groot nadeel. Ze verbleken onder licht…En daardoor worden ze broos, en na een poosje breken ze af.
Houten wasknijpers verbleken óók onder zonlicht. Hout is feitelijk een natuurlijke polymeer. Maar, het wordt niet broos. En ze breken dus niet af.

Conclusie: wasknijpers van hout gaan gewoon langer mee. En dus kopen wij alleen nog houten wasknijpers. En hangt de was nu lekker buiten te hangen!

WOZ-waarde en gemeentelijke belastingen 2022

Ah – het moment was er eindelijk! Ik kreeg een mailtje van de Overheid, met de mededeling dat er een nieuwsbericht was in MijnOverheid, betreffende de gemeentelijke belastingen* en WOZ-waarde.

Nu was dit natuurlijk niet heel onverwachts: ergens in de eerste week van februari zou dit komen. Maar ik was eerder al benieuwd wat het zou gaan worden, en had een berekening gemaakt. De verwachting was dat de gemeentelijke belastingen uit zouden komen op 1699 EUR. Dit vooral door de gestegen woningwaarde, en het zou een stijging van 18% betekenen.

Hoe erg kon ik er naast zitten! De gemeentelijke belastingen zijn lager dan in 2021. Dit kent 3 oorzaken:
1. Eén hond is overleden (dus minder hondenbelasting)
2. We hebben minder containerledigingen dan het jaar er voor
3. Ons huis is minder waard geworden

Dit alles resulteert in een verlaging van 5.8%.

Oké, post voor post:
De hond is overleden, en dat scheelt 80 EUR. Helaas voor het beestje en voor ons, want ze was een lieverd. Maar dit is een feitelijke, objectieve post.

De containerledigingen dan. Ondanks fors gestegen tarieven vorig jaar is dit toch goedkoper geworden. Het aantal ledigingen is gewoon goed onder controle. Eens in de 5 weken gaat de grijze container aan de straat en eens in de ongeveer 2 maanden de groene. Dat kán nog iets beter, maar in de zomer gaat deze toch iets vaker aan de straat. We gaan er iets beter op letten in het komende jaar, maar je zult al snel met me eens zijn dat dit euro werk is: het ledigen van de containers kost gezamenlijk ongeveer 100 EUR per jaar.

Maar dan de grootste verrassing: de WOZ-waarde is gedaald. En ik weet precies waar het door komt. Vorig jaar was de WOZ-waarde initieel op 412.000 EUR gesteld. Na een bezwaar werd dit gecorrigeerd naar 372.000 EUR, in de veronderstelling dat ik toch zéker niet 472.000 EUR bedoeld kon hebben.
Maar dat bedoelde ik wél: we hebben fors verbouwd aan ons huis in 2019 en 2020 (en 2021), en de woning was dus wel degelijk meer waard. En door een hogere WOZ-waarde te hebben, konden we zonder taxatie de risico-opslag verlagen. Dat scheelde bijna 1000 EUR per jaar.
Dit is “administratief” geregeld, wat wil zeggen dat het geen gevolgen had voor de reeds verstuurde aanslag, maar wel zo in het systeem kwam te staan. En wij dus de verlaging konden incasseren bij de bank, zónder extra gemeentelijke belastingen te betalen.

Ik heb sterk het vermoeden dat onze gemeente een waardestijging van 8% heeft doorgevoerd – op de originele 412.000 EUR. Daarmee is de WOZ komen te staan op 445.000 EUR. Als dezelfde wijziging zou zijn doorgevoerd ten opzichte van de waarde van 472.000 EUR, dan was de WOZ nu 509.760 EUR. (Overigens zijn de woningprijzen in deze regio in 2020 meer dan 20% gestegen, en ook vorig jaar…)

Dit verschil (tussen 445.000 EUR en 509.760 EUR) is goed voor 85 EUR verschil in gemeentelijke belastingen. De bijna-510k EUR is echter nauwelijks voldoende om een treetje lager te komen in de risico-opslag. Het scheelt bruto slechts 128,40 EUR per jaar. Netto slechts ~70 EUR. Dit is dus een kleinere verlaging dan het verschil in gemeentelijke belastingen. Het aan laten passen zou derhalve geld kosten, zonder dat het ons iets oplevert.

Het eigen-woningforfait laat ik dan nog buiten beschouwing.

In ieder geval is de gemeentelijke rekening iets lager dan verwacht. Inflatoire druk? Toch niet hier voorlopig!

* gemeentelijke belastingen bestaan uit afvalstofheffing, hondenbelasting, onroerende zaakbelasting, rioolheffing en waterschapsbelastingen zoals de vaste watersysteemheffing gebouwd & ingezetenen en de zuiveringsheffing

Zou die keuken nog eens af komen?

Eind oktober 2021 was het zover: de keuken werd eindelijk geplaatst. Eindelijk, omdat de plaatsing was uitgesteld zodat de ovens er zeker zouden zijn. Die zouden geleverd worden in week 38.

Dit als het gevolg van de leveringsproblematiek in de supply chain van bepaalde witgoed-merken. Maar, eind oktober werd de keuken geplaatst met één oven, in plaats van de bestelde 2 ovens. Behoorlijk balen dus. Nog meer balen: in december kregen we te horen dat de leverancier zelfs geen leverdatum voor het nieuwe jaar wilde toezeggen.

Ondertussen was ook de achterwand nog niet geleverd en was er iets mis met de koelkastdeur. Dat laatste was overigens mijn eigen stomme schuld, maar dat geheel terzijde.

Vorige week woensdag was het dan zover. Opeens! ’s Ochtends ging mijn telefoon. De oven was “plotseling” geleverd, en of ze die in de middag even konden plaatsen. En dan ook meteen de koelkastdeur.

En zo geschiedde: de keuken is nu vrijwel helemaal klaar. Vrijwel, maar niet helemaal. We wachten namelijk nog steeds op de levering van een klein stukje achterwand, die bij de vorige levering beschadigd is geraakt. Die wil ik wel hebben uiteraard!

Nu is het onze keukenzaak ook wel er aan gelegen om deze zo spoedig mogelijk te leveren: 10% van de factuur staat nog open. Pas na oplevering mogen ze die factureren, en zonder de bestelde achterwand is het niet opgeleverd.

Spannend dus, of dat deze maand gaat lukken. De beschadigde achterwand is op 7 januari opnieuw besteld, en normaliter is dat 3-4 weken wachten. Ieder moment dus. Maar februari moet in ieder geval haalbaar zijn.

Dán pas hebben we onze keuken helemaal af…En dat terwijl deze bijna een jaar geleden besteld is! Het krijgen van een kind gaat sneller, inclusief het gehele productieproces.

Hoeveel geld moet je reserveren voor het onderhoud van je huis?

In het verleden heb ik al veel geschreven over de voordelen van een eigen huis. Steevast krijg ik repliek (waarvoor dank) dat huurders geen zorg hoeven te dragen voor het onderhoud van hun woning. Dit is volledig waar. Al lijkt het me een vloek en een zegen: verbeteringen aan de woning zijn niet voor jezelf en je bent daardoor minder snel geneigd om deze door te voeren. Dit geldt voor isolatie (dubbel glas, spouwmuren, vloer, dak, kierdichting), maar natuurlijk óók voor zaken als een keuken en een badkamer, CV-ketels danwel warmtepompen en zonnepanelen.

Deze blogpost gaat echter over onderhoud. Dat is iets anders dan het op smaak brengen van een woning. Binnen in de woning verven (of je dit nu sausen of texen noemt) is in de basis vooral smaak. Je zult het later ongetwijfeld nog eens willen opfrissen, maar je muren worden in wezen niet beter of slechter van het verven van de muur.

Wat ik wel meeneem: het verven van kozijnen (of het vervangen er van), onderhoud & vervanging van een CV-ketel, vervangen van dakpannen, dubbelglas en eventuele andere installaties. Dit zijn allemaal dingen die kapot zullen gaan na verloop van tijd. Daar moet je dus (althans, het is verstandig om) geld voor reserveren. Maar hoeveel?

Dat ga ik uitzoeken. Wel op basis van “grote getallen”. Geen detailberekeningen. Met een hoop aannames. Zo hangt het er uiteraard vanaf hoe groot de woning is, vrijstaand of niet, type ketel etc. Maar voor het maken van een reservering voor onderhoud maakt het niet zoveel uit of een nieuwe ketel 2500 of 3500 EUR kost. Het ding gaat 20 jaar mee, ofwel 240 maanden. Of je dan 10.41 EUR of 14.58 EUR reserveert doet relatief weinig ter zake. Voor hetzelfde geld (…) gaat de ketel langer of korter mee.

Uiteraard maakt het nogal veel uit of je veel zelf kunt, of dat je alles moet uitbesteden. En ook of je bij een vervanging over gaat op een alternatief. Voorbeeld: als de CV-ketel hier kapot gaat, dan komt er nooit meer een nieuwe. Dat wordt direct een warmtepomp.

Ik neem mijn eigen huis als uitgangspunt. Het Snorrenpaleis heeft een oppervlakte van ongeveer 200m2, 4 slaapkamers, een thuiskantoor, een (grote) badkamer, woonkeuken en 32 zonnepanelen. Het huis wordt warmgestookt met een combinatie van airco en CV-ketel. Er staat een (eigenlijk 2) elektrische auto’s op de oprit. Ons dak is gemaakt van betonnen dakpannen. Ons dak is ongeveer 120m2 groot. Let op dat je altijd het vlak telt alsof het een horizontaal vlak is: de dakhelling heeft een invloed op de oppervlakte. Gebruik de stelling van Pythagoras.

Voor het reserveren kies je (als je slim bent) de vervangingswaarde. Niet de aanschafwaarde. Tevens valt onderhoud NIET onder verzekerde kosten.

Ok: wat moet er allemaal vervangen worden?

In principe reken ik met het onderstaande. Dit gaat allemaal kapot na verloop van tijd. Wat valt je op? Juist. In principe zijn het allemaal (semi)constructieve onderdelen. Ongetwijfeld zul je in de loop der jaren een keer de keuken vervangen, evenals de badkamer. Maar móet dat? Hoe vaak is een badkamer nu écht kapot? Zelden. Er zijn legio huizen te koop (althans, vroeger toen er uberhaupt nog iets te koop stond) waar nog badkamers in “authentieke staat” te vinden zijn. Technisch in orde, maar zelden voldoende voor de moderne “eisen”.

Onderstaande is waar wij dus geld voor opzij zetten.

Wat:Levensduur in maanden
CV-Ketel -> vervangen door warmtepomp240
Zonnepanelen (32st)300
Omvormer tbv. Zonnepanelen (3-fase)180
Buiten schilderwerk96
Dubbelglas300
Voegen600
Dakpannen480
Airco’s (split-unit)150
Autolader (3-fase)120
Oven*120
Inductieplaat120
Koelkast*120
Vaatwasser*120

Dit heb ik uitgewerkt in kosten per maand. De CV-ketel wordt zoals gezegd vervangen door een warmtepomp. Dat kost een vermogen, maar slechts eenmalig. De zonnepanelen die er nu op liggen kosten slechts 135 EUR per stuk. Maar zijn niet meer leverbaar. Ik reken hier dus met duurdere panelen (395wp ipv. 300) en neem géén kostprijsdaling mee. Ondanks dat ze over 25 jaar ongetwijfeld goedkoper zijn. Hetzelfde geldt voor de omvormer. Die kost nu 1690 EUR. En dat is over 15 jaar (verwachte levensduur) vast goedkoper.

De post voor dakpannen valt je wellicht mee. Je zult wellicht ook denken “hoezo slijten dakpannen”? Maar het feit is: betonnen dakpannen laten op een gegeven moment teveel vocht door, waardoor de kans op lekkage toeneemt. Je zult ze dus een keer moeten vervangen. En dat ligt rond de 40 jaar. Hier zijn ze nu 25 jaar oud, wat betekent dat ze over 15 jaar vervangen moeten worden. Ter zijner tijd zal ik uiteraard bekijken of dit al noodzakelijk is, maar dan is er in ieder geval geld gereserveerd. De dakpannen vervangen doe ik zelf (evenals de omvormer, zonnepanelen en warmtepomp).

De sterretjes bij de oven, koelkast en vaatwasser: niet iedereen heeft dit als inbouwapparatuur. Als het geen inbouw is moet je ze ook vervangen, maar dan hoort het niet bij de onderhoud van het huis.

Vloeren neem ik niet mee in “onderhoud”. Vloeren slijten niet. Ze kunnen kapot gaan door verkeerd gebruik of aanleg. Maar er heeft nog nooit iemand een pad uitgesleten zijn keramische tegels. Zelfs goedkoop laminaat gaat heel veel jaren mee.

De onderhoudskosten als reservering voor mijn woning.

Vast wederkerend onderhoud is tamelijk beperkt. Ik betaal enkele tientjes per jaar voor het ketelonderhoud. Verder zijn er geen onderhoudskosten aan de woning. Dit maakt de totale onderhoudskosten/reservering ongeveer 250 EUR per maand.

Bij een kleinere woning, zonder zonnepanelen, autolader, airco’s en met een vervanging naar een CV-ketel en een kleiner dak lopen de onderhoudskosten terug tot 180 EUR per maand.

Conclusie: onderhoud in de woonkosten

De conclusie is dan ook als volgt: er dient 250 EUR per maand toegerekend te worden aan het onderhoud van de woning. Feitelijk nog met terugwerkende kracht, want sommige delen zijn al tientallen jaren oud en er is geen reservering opgenomen bij de aankoop van de woning. De 23 jaar die de woning er al stond voordat wij deze kochten tellen al wel mee in het voegwerk en de dakpannen. En het schilderwerk komt er ook aan.

Het brengt ons woonlasten tot:
Hypotheekrente: 675 *bruto
Opstalverzekeringen: 15,89 EUR
Lokale belastingen (woning gerelateerd): 80
Eigen woningforfait: 200
Onderhoudskosten: 250
Totale bruto woonlasten: 1220,89 EUR.

Flink goedkoper dan een huurwoning en dat zelfs met rekening houden met de onderhoudskosten.