Hoeveel geld moet je reserveren voor het onderhoud van je huis?

In het verleden heb ik al veel geschreven over de voordelen van een eigen huis. Steevast krijg ik repliek (waarvoor dank) dat huurders geen zorg hoeven te dragen voor het onderhoud van hun woning. Dit is volledig waar. Al lijkt het me een vloek en een zegen: verbeteringen aan de woning zijn niet voor jezelf en je bent daardoor minder snel geneigd om deze door te voeren. Dit geldt voor isolatie (dubbel glas, spouwmuren, vloer, dak, kierdichting), maar natuurlijk óók voor zaken als een keuken en een badkamer, CV-ketels danwel warmtepompen en zonnepanelen.

Deze blogpost gaat echter over onderhoud. Dat is iets anders dan het op smaak brengen van een woning. Binnen in de woning verven (of je dit nu sausen of texen noemt) is in de basis vooral smaak. Je zult het later ongetwijfeld nog eens willen opfrissen, maar je muren worden in wezen niet beter of slechter van het verven van de muur.

Wat ik wel meeneem: het verven van kozijnen (of het vervangen er van), onderhoud & vervanging van een CV-ketel, vervangen van dakpannen, dubbelglas en eventuele andere installaties. Dit zijn allemaal dingen die kapot zullen gaan na verloop van tijd. Daar moet je dus (althans, het is verstandig om) geld voor reserveren. Maar hoeveel?

Dat ga ik uitzoeken. Wel op basis van “grote getallen”. Geen detailberekeningen. Met een hoop aannames. Zo hangt het er uiteraard vanaf hoe groot de woning is, vrijstaand of niet, type ketel etc. Maar voor het maken van een reservering voor onderhoud maakt het niet zoveel uit of een nieuwe ketel 2500 of 3500 EUR kost. Het ding gaat 20 jaar mee, ofwel 240 maanden. Of je dan 10.41 EUR of 14.58 EUR reserveert doet relatief weinig ter zake. Voor hetzelfde geld (…) gaat de ketel langer of korter mee.

Uiteraard maakt het nogal veel uit of je veel zelf kunt, of dat je alles moet uitbesteden. En ook of je bij een vervanging over gaat op een alternatief. Voorbeeld: als de CV-ketel hier kapot gaat, dan komt er nooit meer een nieuwe. Dat wordt direct een warmtepomp.

Ik neem mijn eigen huis als uitgangspunt. Het Snorrenpaleis heeft een oppervlakte van ongeveer 200m2, 4 slaapkamers, een thuiskantoor, een (grote) badkamer, woonkeuken en 32 zonnepanelen. Het huis wordt warmgestookt met een combinatie van airco en CV-ketel. Er staat een (eigenlijk 2) elektrische auto’s op de oprit. Ons dak is gemaakt van betonnen dakpannen. Ons dak is ongeveer 120m2 groot. Let op dat je altijd het vlak telt alsof het een horizontaal vlak is: de dakhelling heeft een invloed op de oppervlakte. Gebruik de stelling van Pythagoras.

Voor het reserveren kies je (als je slim bent) de vervangingswaarde. Niet de aanschafwaarde. Tevens valt onderhoud NIET onder verzekerde kosten.

Ok: wat moet er allemaal vervangen worden?

In principe reken ik met het onderstaande. Dit gaat allemaal kapot na verloop van tijd. Wat valt je op? Juist. In principe zijn het allemaal (semi)constructieve onderdelen. Ongetwijfeld zul je in de loop der jaren een keer de keuken vervangen, evenals de badkamer. Maar móet dat? Hoe vaak is een badkamer nu écht kapot? Zelden. Er zijn legio huizen te koop (althans, vroeger toen er uberhaupt nog iets te koop stond) waar nog badkamers in “authentieke staat” te vinden zijn. Technisch in orde, maar zelden voldoende voor de moderne “eisen”.

Onderstaande is waar wij dus geld voor opzij zetten.

Wat:Levensduur in maanden
CV-Ketel -> vervangen door warmtepomp240
Zonnepanelen (32st)300
Omvormer tbv. Zonnepanelen (3-fase)180
Buiten schilderwerk96
Dubbelglas300
Voegen600
Dakpannen480
Airco’s (split-unit)150
Autolader (3-fase)120
Oven*120
Inductieplaat120
Koelkast*120
Vaatwasser*120

Dit heb ik uitgewerkt in kosten per maand. De CV-ketel wordt zoals gezegd vervangen door een warmtepomp. Dat kost een vermogen, maar slechts eenmalig. De zonnepanelen die er nu op liggen kosten slechts 135 EUR per stuk. Maar zijn niet meer leverbaar. Ik reken hier dus met duurdere panelen (395wp ipv. 300) en neem géén kostprijsdaling mee. Ondanks dat ze over 25 jaar ongetwijfeld goedkoper zijn. Hetzelfde geldt voor de omvormer. Die kost nu 1690 EUR. En dat is over 15 jaar (verwachte levensduur) vast goedkoper.

De post voor dakpannen valt je wellicht mee. Je zult wellicht ook denken “hoezo slijten dakpannen”? Maar het feit is: betonnen dakpannen laten op een gegeven moment teveel vocht door, waardoor de kans op lekkage toeneemt. Je zult ze dus een keer moeten vervangen. En dat ligt rond de 40 jaar. Hier zijn ze nu 25 jaar oud, wat betekent dat ze over 15 jaar vervangen moeten worden. Ter zijner tijd zal ik uiteraard bekijken of dit al noodzakelijk is, maar dan is er in ieder geval geld gereserveerd. De dakpannen vervangen doe ik zelf (evenals de omvormer, zonnepanelen en warmtepomp).

De sterretjes bij de oven, koelkast en vaatwasser: niet iedereen heeft dit als inbouwapparatuur. Als het geen inbouw is moet je ze ook vervangen, maar dan hoort het niet bij de onderhoud van het huis.

Vloeren neem ik niet mee in “onderhoud”. Vloeren slijten niet. Ze kunnen kapot gaan door verkeerd gebruik of aanleg. Maar er heeft nog nooit iemand een pad uitgesleten zijn keramische tegels. Zelfs goedkoop laminaat gaat heel veel jaren mee.

Vast wederkerend onderhoud is tamelijk beperkt. Ik betaal enkele tientjes per jaar voor het ketelonderhoud. Verder zijn er geen onderhoudskosten aan de woning. Dit maakt de totale onderhoudskosten/reservering ongeveer 250 EUR per maand.

Bij een kleinere woning, zonder zonnepanelen, autolader, airco’s en met een vervanging naar een CV-ketel en een kleiner dak lopen de onderhoudskosten terug tot 180 EUR per maand.

Conclusie: onderhoud in de woonkosten

De conclusie is dan ook als volgt: er dient 250 EUR per maand toegerekend te worden aan het onderhoud van de woning. Feitelijk nog met terugwerkende kracht, want sommige delen zijn al tientallen jaren oud en er is geen reservering opgenomen bij de aankoop van de woning. De 23 jaar die de woning er al stond voordat wij deze kochten tellen al wel mee in het voegwerk en de dakpannen. En het schilderwerk komt er ook aan.

Het brengt ons woonlasten tot:
Hypotheekrente: 675 *bruto
Opstalverzekeringen: 15,89 EUR
Lokale belastingen (woning gerelateerd): 80
Eigen woningforfait: 200
Onderhoudskosten: 250
Totale bruto woonlasten: 1220,89 EUR.

Flink goedkoper dan een huurwoning en dat zelfs met rekening houden met de onderhoudskosten.

De kerstverlichting brandt: wat kost dat nu eigenlijk?

In Huize Geldsnor zijn we dol op gezelligheid. Vrouwlief aka. Lieftallige Echtgenote zorgt in ieder seizoen voor iets leuks: paasspulletjes, herfstspulletjes, sinterklaas-spulletjes en in de kerstperiode natuurlijk de kerstboom.

Maar niet alleen de kerstboom: we hebben ook de “nodige” kerstverlichting buiten. Onze “Schaapskooi” wordt voorzien van kerstlichtjes, en ook een aantal bomen in de voortuin. We hebben in totaal 6 bomen in de voortuin, waarvan er drie jaarlijks worden gesnoeid en dan voorzien van kerstlichtjes. Het snoeien heb ik afgelopen zondag gedaan, en daarna meteen de lampjes er in gehangen. Een heel project al met al, omdat deze bomen (catalpa’s) nogal wat takken produceren en helemaal teruggesnoeid worden in het najaar.

Maar goed: het hangt. En uiteraard kon ik niet laten om na te gaan wat ons dit nu eigenlijk kost aan elektriciteit. Ik las laatst al ergens een artikeltje over wat het kost, maar ik kan het niet terugvinden. Daar gingen ze uit van gloeilampjes en 24u per dag branden. Nu kan ik me eerlijk gezegd niet voorstellen dat er nog mensen zijn met gloeilampjes…Ook al wil je niet bijdragen aan de afvalberg: het vervangen van lampjes voor LED-lampjes is eigenlijk al meteen een goede daad.

Hier hebben we dus uitsluitend LED-lampjes. 340 in de voortuin en ik meen 400 in de schaapskooi. Bij elkaar nogal wat lampjes. En uiteraard staat er op de doos wat het verbruikt – maar waarom daarop vertrouwen als je het ook kunt meten, inclusief verlies van potentiaal door het lange snoer en dergelijke?

Lang verhaal kort: 16W. Dát is het vermogen als ik alle kerstlampjes buiten aan maak. Daarvan is 6W de gewone tuinverlichting die óók aan gaat als ik de Schaapskooi van elektriciteit voorzie. De reden daarvoor? Veiligheid. De Schaapskooi heeft (welkom in Huize Geldsnor) uiteraard zijn eigen groep in de meterkast. Maar ik heb het zo geschakeld dat feitelijk alle elektriciteit buitenshuis één groot geschakeld stopcontact is. Dit heb ik gedaan omdat de stopcontacten buiten niet-kindveilig zijn. En dus wil ik een “verklikker” dat er stroom op staat en ik niet vergeet deze uit te doen: de buitenlamp in de tuin is mijn kanarie in de mijn.

Enfin. 16W dus. En de kerstverlichting brandt hier niet 24 uur per dag. Ongeveer vanaf 16u tot 22:30, dus 6,5 uur per dag. 104Wh dus. Midden-januari halen we de kerstverlichting weer weg. Meestal het tweede weekend van januari, dit jaar wordt dat door werkverplichtingen het derde weekend van januari. Ik ben namelijk vanaf 2 t/m 10 januari op zakenreis. In totaal zal de kerstverlichting derhalve 35 dagen branden: 3.6kWh in totaal. Kosten? 0.80 EUR. Een vrij bescheiden kostenpost voor toch een hoop gezelligheid en enthousiasme bij de kinderen (en bij ons).

Om dit in perspectief te plaatsen: Een half uur zonneschijn midden op een winterdag is al voldoende om dit te compenseren met ons PV-systeem. Het wel of niet schijnen van de zon heeft dus een veel grotere invloed. En eerlijk gezegd, met ons elektriciteitsverbruik van ruim 13.000kWh per jaar valt de 3.6kWh volledig weg in de ruis.

Conclusie? Ik laat ze lekker aan!

Minder koffie, meer thee én de ultieme #hack van de Quooker

Sinds kort (eind oktober) is Huize Geldsnor voorzien van een Quooker. En waar ik eerst het nut niet zo in zag van een dergelijk apparaat, ben ik inmiddels niet alleen een vrijwillige ambassadeur van de Quooker, maar ook een fan.

Een quooker is ideaal. Niet per se voor de dingen waarmee geadverteerd wordt. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik bijvoorbeeld zelden kokend water direct bij de groenten doe. De inductieplaat kookt zo snel, dat dit nauwelijks een voordeel oplevert.

Nee, het grootste voordeel voor ons zit in het eenvoudig maken van flesjes melk voor de baby. Ze krijgt nog 1-2x per dag borstvoeding, en 2x per dag poedermelk. En dán is het ideaal. Want een klein beetje kokend water lost de melk goed op, en met aanvullen met koud water geeft een prima flesje.

Nu is dit vrij specifiek. Maar ik heb nog een dingetje ontdekt: ik drink overdag geen koffie meer. Met een Quooker is het maken van thee net zoveel werk als het pakken van een glas water. En dus veel minder werk dan het maken van koffie. In een eerder post heb ik me al eens afgevraagd wat goedkoper is: koffie of thee. Een kopje koffie kost ongeveer 14 cent. En ook al is koffie 12% duurder geworden (6,49 ipv. 5,79, beiden geldig indien niet in de aanbieding) in de afgelopen 15 maanden, dan nog maakt dit het niet veel duurder. Een kopje koffie kost met de huidige prijzen iets minder dan 16 cent.

Maar thee is véél goedkoper! Sterker nog: thee is sterk in prijs verlaagd en kost geen 4-8 cent per kopje meer, maar slechts 2-5 cent (AH eigen merk). En ik zet geen 4 koppen tegelijk (zoals bij de koffie) wat me ~0,64 EUR kost, maar doe eigenlijk de hele dag met een theezakje (ongeveer 3 grote mokken). Dit scheelt bijna 60 cent per dag!

(voor de muggenzifters & terecht: ik reken het water en de elektriciteit voor de quooker even niet mee)

De Ultieme Hack van de Quooker

Quooker wil je graag laten geloven dat je een speciaal reservoir en uitvoering nodig hebt om warm water uit de kokend water kraan te krijgen. De standaard versie geeft immers alleen kraanwater en kokend water.
De grotere boiler, ofwel de “Quooker Combi” vervangt ook de warmwater-leiding.

Maar er is een trucje. En die werkt goed! Namelijk: als je het koude water én het kokend water tegelijkertijd aan zet, komt er gewoon warm water uit de kraan. De temperatuur kun je bijstellen door meer of minder koud water bij te mengen. Maar je hoeft dus geen speciale combi te kopen om dezelfde functionaliteit te hebben.

Het standaard reservoir is 3 liter groot, wat betekent dat met tapwater van 15 graden je ongeveer 6 liter heet water hebt; ruim genoeg om een pan af te wassen die je niet in de vaatwasser wilt hebben. Of om een doekje uit te spoelen.

Wat is goedkoper & duurzamer: een echte kerstboom, of een nepper?

Sinds Lieftallige Echtgenote en de Snor bij elkaar zijn, hebben we échte kerstbomen. En we zijn al heel wat jaren bij elkaar, feitelijk deze hele eeuw. Akkoord, we wonen pas 15 jaar samen en zijn ruim tien jaar getrouwd. Maar dat zijn toch al heel wat kerstbomen.

Vorige week hadden we overleg over de kerstboom. Althans, het gesprek kwam er op. En we hebben besloten uit te zoeken wat duurzamer is: een echte kerstboom, of een nep-kerstboom. Een nep-kerstboom gaat immers vele jaren mee, en een echte kerstboom niet. Die wordt ergens gekweekt en gekapt of uitgegraven, en vervolgens verkocht en bij ons neergezet.

Nu hoor ik menigeen denken: maar dit is toch geen vergelijking? Een echte kerstboom is veel gezelliger, ruikt lekkerder en hoort er gewoon bij. Andersom kan ik argumenteren dat een echte kerstboom veel meer werk is: de naalden vallen uit, het moet water krijgen en niet alleen gehaald worden, maar ook weer weggebracht. Bovendien zit er het nodige ongedierte in. Nu ben ik niet vies van ongedierte, maar de beestjes mogen van mij wel buiten blijven. Binnen heb ik er niets aan en hebben de beestjes geen overlevingskans.

Enfin: een nepkerstboom dus. De eisen: de lampjes moeten geïntegreerd zijn. Dit omdat onze lampjes vorig jaar al kapot zijn gegaan. Dit waren ook nog ouderwetse lampjes, dwz. geen LED, en de helft van het snoer deed het niet meer. Tevens moet de boom minimaal 200cm hoog zijn, geen nepsneeuw en geen knipperende of gekleurde lampjes.

De productie & transport van een nepkerstboom vs. echte: duurzaamheid

De nepkerstboom die wij hebben uitgezocht is van het type Black Box Jade, 215cm hoog. Deze heeft 280 lampjes en weegt volgens de specificaties 15.6kg. De boom is uitgezocht bij de Intratuin, maar de doos paste no-way in de auto en wordt dus thuisbezorgd. Ik ga er vanuit dat deze boom in China is gemaakt.

Volgens de specificaties is deze boom gemaakt van PVC, althans de naalden. De binnenkant is (ik heb het nog niet gecheckt) denk ik gemaakt van polyamide (PA6). Volgens de TU-Delft zijn plastic verpakkingen “goed” voor bijna 3.5kg CO2 per kg kunststof. Hoewel de kerstboom géén verpakking is, vind ik dit een redelijke aanname om mee verder te rekenen. Met een gewicht van 15.6kg levert dit een CO2 uitstoot op van bijna 55kg.

Nu moet deze boom ook getransporteerd worden. De doos was ongeveer 160cm breed, en 40x40cm in lengte & hoogte. Deze boom zal per schip getransporteerd worden in een 40ft-containter. Deze heeft binnenafmetingen van 12 meter lang, 2.35 breed en 2.36 hoog: 66.55m3. Er passen derhalve ongeveer 260 kerstbomen in één container. Er passen ongeveer 11.000 van deze containers op één schip: grote containerschepen bevatten tot 24.000 TEU, en een 40-voet container is 2 TEU.

Een dergelijk schip verbruikt ongeveer 300.000 liter brandstof per dag. 1 miljoen kilo CO2, grof gerekend. Ze varen met ongeveer 35km/u (20 knopen). Hier doet een schip ongeveer 30 dagen over de afstand van Shanghai tot Rotterdam. In totaal dus ongeveer 30 miljoen kg CO2, waarmee 11.000 containers vervoerd worden: 2727kg per container! In één container had ik zojuist 260 bomen gestopt, waarmee de transport uitstoot van haven-tot-haven uitkomt op ongeveer 10kg per boom. De overige transportbewegingen tel ik mee als 1kg. Zo is de kerstboom goed voor een CO2-uitstoot van 66 kg (55kg, + 10 voor transport + 1 voor het eindtransport).

Nu gaan we kijken naar de jaarlijkse bewegingen voor echte kerstbomen. Voordeeltje: deze haal ik letterlijk 1km verderop. Maar door het formaat moet deze wel op de aanhangwagen. Dit betekent 2km met aanhanger, ofwel een verbruik van ongeveer 0,5kWh (de auto rijdt immers elektrisch): 0.2kg CO2.

Als het puur op transport aankomt moet de kunstkerstboom bijgevolg 330 jaar mee gaan…De complicerende factor in deze berekening is echter het feit dat op de plek waar de kerstboom gekweekt wordt, ook een andere boom had kunnen groeien. Of zelfs de kerstboom zelf laten staan: deze neemt (over zijn levensduur) gemiddeld 20kg CO2 op per jaar. Na gemiddeld 3 jaar is er dus reeds 60kg CO2 vastgelegd: gedeeltelijk bovengronds, gedeeltelijk ondergronds. En uiteraard dient een boom ook nog als toevluchtsoord en voedsel.

Enfin: na een jaartje of 3 is een nep-kerstboom “CO2-neutraal” ten opzichte van een echte kerstboom.

De kosten: wanneer is een nepkerstboom goedkoper?

De kerstbomen die wij doorgaans kopen zijn rond de 30 EUR per stuk. Wij kopen geen dure Nordmanns, en niet bij een tuincentrum maar gewoon in het dorp bij een kweker. Lang leve het leven op het platteland. Stukken goedkoper dan stedelijk leven, wat dat betreft. Deze rekensom is dus vrij makkelijk op het oog. Maar weet je nog? De kerstverlichting was reeds kapot. De uitgekozen boom heeft 280 geïntegreerde ledjes, die bij Bol.com ongeveer 20 EUR kosten. Die trek ik dus van de aanschafprijs af: onze boom was 259 EUR, minus 20 EUR = 239 EUR.

We hoeven niet jaarlijks de boom te halen. Dit scheelt de reeds eerder gemelde 0.5kWh om deze te halen, ofwel 0.10 EUR per jaar. De totale besparing (rekenend met kosten van “nu”, zonder toekomstige indexatie) is dus 30.10 EUR per jaar. De terugverdientijd is hiermee 7,94 jaar. In het jaar 2028 (dat is immers de achtste kerst vanaf nu) is de nepkerstboom dus terugverdiend.

De vraag is nu: is het redelijk om aan te nemen dat de boom zo lang mee gaat? Ik denk van wel. LED-verlichting is nagenoeg onverwoestbaar: de levensduur ligt rond de 10.000 uur. De kerstboom staat ongeveer 30 dagen en continu branden zou dus 720 uur zijn: 14 jaar zouden ze het moeten kunnen volhouden in dit geval. En uiteraard zijn de lampjes geen 24u per dag aan…

Conclusie: een nepkerstboom is goedkoper & duurzamer

Op relatief korte termijn is een nepkerstboom reeds duurzamer dan een echte kerstboom. Op de iets langere termijn is de nepkerstboom goedkoper dan een echte kerstboom. En uiteraard hoe langer de horizon, des te “vager” dit soort berekeningen zijn.

Hier komt het bijkomende voordeel bij dat het simpelweg minder werk is om een nepboom op te zetten dan het uitzoeken en halen van een echte kerstboom, en deze daarna weer af te voeren. En natuurlijke elke dag de uitvallende naalden op te zuigen.

Keuken: welke pannen hebben we nu gekocht?

Al regelmatig is er door mij geblogd over onze nieuwe keuken. Deze is eind oktober geplaatst, maar nog niet helemaal klaar. Zo moet de achterwand nog geleverd worden (6cm smetplint, met daarboven 50cm wit gepoedercoat aluminium), en de tweede oven. Ze hadden wat leveringsproblemen bij de vrienden van Bosch: vertraagd voor onbepaalde tijd! Bijkomend voordeel is wel dat de rekening dus ook nog niet gekomen is voor het laatste stuk. Die volgt pas na oplevering, en zolang het niet perfect is, is er geen reden om die te sturen. Dus dat wordt sowieso pas december, wellicht pas januari.

Maar gelukkig is de kookplaat met kookveldafzuiging geplaatst: onze mooie Bora PUXA. Het is wel even wennen om te koken op inductie! Als je kookt op gas wordt er een enorme vlam onder een pan gezet. Dit warmt het staal van de pan op, en daardoor wordt de hele boel gaar. Bij inductie is dit net even anders: de kookplaat activeert een spoel, waarmee een pan (mits magnetische bodem) heet wordt. Dit gaat rázendsnel, vele malen sneller dan bij gas. Dit betekent dat een pan met water binnen enkele minuten kookt.

Hierdoor is de gemiddelde temperatuur lager. Dat klinkt gek, maar het is zo: het water gaat van de taptemperatuur (een graad of 12-15) naar 100 graden in 5 minuten. Bij gas duurt dit veel langer. Maar het water is hierdoor wel vrij lang boven de temperatuur waarop eiwit stolt: 62 graden, en het eigeel bij 68C. Bij een kooktijd van 6 minuten (bij eieren) betekent dit dat het water bij inductie ongeveer 8 minuten boven deze stollingstemperatuur is geweest. Bij het koken op gas is dit 10 minuten. In zijn totaliteit is het ei natuurlijk wél sneller klaar. Maar je moet dus wel rekening houden met de kooktijden.

Een ander ding: bij het koken op gas gaat er ontzettend veel warmte langs de pan. Dat is inefficiënt, maar warmt wel de zijkant van de pan zeer sterk op. Dat effect mis je bij koken op inductie. Met andere woorden: omdat de zijkant niet warm wordt, worden met name de dingen op de bodem gaar. Ook iets om rekening mee te houden met bijvoorbeeld wokken!

Nu naar de pannen. Ik had al advies gevraagd welke pannen ik het best zou kunnen kopen. We hebben vooraf eigenlijk niets nieuws gekocht, en besloten te wachten totdat de plaat geïnstalleerd was alvorens conclusies te trekken. En dat was maar goed ook! De grote kookpannen die we hadden, deden het fantastisch op de kookplaat. Hetzelfde geldt voor de DeBuyer-pannenkoekenpan en een andere pannenkoekenpan.

Het enige wat we nieuw hebben gekocht is één steelpan (Ikea) en Brabantia Balance pannen, te weten een wok, grote koekenpan en kleine koekenpan. De “schade” bedraagt daarmee ongeveer 75 EUR in totaal.

Ideale (kerst)cadeautjes & nog “duurzaam” ook: het kersenpitzakje en een plaid

Onlangs schreef ik al over de Stoov: een elektrisch verwarmbaar kussen, met allerlei gezondheidsclaims en onzinnige nonsens over golflengtes. De conclusie is dat het wellicht voor sommige gebruikerscasussen een goed product is, maar dat het op zijn minst dubieus is en niet snel tot de gewenste besparingen zal leiden.

Eén van de comments was een vraag over een kersenpitzakje. En wie kent dit product nu niet? Wij gebruiken die al jaren thuis, en de oudste is al zeker 25 jaar oud. Het is “grootmoedersfavoriet” zoals ik in mijn antwoord al typte.

Een kersenpitzakje heeft een heleboel voordelen tegenover bijvoorbeeld een kruik: er kan bijvoorbeeld geen hete vloeistof uitlekken. Maar ook is het veiliger om te maken. Immers, een kruik vul je met (bijna) kokend water. Dat levert wel een hoop warmte op: uitgaande van een kamertemperatuur van 20C bevat een kruik van 1 liter maar liefst 335 kilojoule energie. Ruim 9 x zoveel als een Ploov van Stoov.
Dat is dan ook direct het nadeel van andere producten: om warmte te bufferen moet je massa hebben en een grote warmtecapaciteit. Er is geen product ter wereld met een hogere warmtecapaciteit per kilogram dan water, en dus is een kruik zeer efficiënt.

Terug naar het kersenpitzakje: deze warm je op in de magnetron. Uit de eerder aangehaalde post komt 3 minuten op 800W en dat is dan weer 40Wh aan energieopslag. Verbijsterend, voor als je niet snel genoeg kunt meerekenen: dat is 144 kilojoule, nog altijd bijna 4x zoveel als een Ploov van Stoov.

Nu is het zo dat een kersenpitzakje zijn warmte vrij snel afgeeft, en dit ongelijkmatig doet. Aan het begin is deze het warmst en verliest dan méér energie dan wanneer de kamertemperatuur is bereikt, in dezelfde tijdeenheid.

Hier komt het volgende component voor een fijne warme winteravond: een plaid! Absoluut low-tech, eenvoudig in het gebruik en goedkoop: een tientje. Een plaid zorgt ervoor dat je eigen lichaamswarmte minder snel ontsnapt en je het dus warmer hebt.

Samen kosten deze producten, de plaid en kersenpitzakje nog geen 25 EUR. Fors goedkoper dan een Ploov en je zit er alsnog warmpjes bij! Belangrijkste is echter: éérst de verwarming lager zetten!

De dood: wat is de invloed op je financiën?

Vergeef me deze wat macabere titel. En tegenstrijdig, tegelijkertijd. Immers, als je zelf bent overleden, heb je niet zoveel meer aan je financiën. En nee, er is niemand overleden die ik ken. Maar het is wél belangrijk om over na te denken: wat gebeurt er als ik zou sterven?

Uiteraard heb ik alles vastgelegd in testamenten. Leuk en aardig dát het geregeld is. En ook wát er geregeld is. Alleen is dat een zogenaamde “kwalitatieve omschrijving”. Het beantwoord dus niet meer dan de vraag wat er geregeld is. Niet wat de invloed daarvan is.

Wat is er allemaal geregeld, als ik overlijd?

In ons testament staat dat alle bezittingen en schulden overgaan op de langstlevende van ons: in dit geval mijn Lieftallige Echtgenote. Als zij ook overlijdt, vervalt alles aan de kinderen. Het voogdijschap gaat naar onze Beste Vriendin, tevens woonachtig in hetzelfde dorp. De financiële bewindvoering gaat in eerste instantie naar Schoonmoeder, alvorens naar Schoonvader, Vader en Moeder zal gaan (allen in volgorde van eventuele aanwezigheid op deze aardbol).
Als we met z’n allen ten onder gaan, dan vervalt onze hele erfenis aan ouders (mits aanwezig), en anders aan de broertjes van Lieftallige Echtgenote. Mijn broer en zussen zijn zeer nadrukkelijk uitgesloten van enige erfenis.

Voor de rest van dit blogpostje gaan we uit van de situatie dat ik overlijd. De rest van de scenario’s blijft achterwege tenzij anders genoemd.
Los van het testament, zal ook mijn arbeidsovereenkomst komen te vervallen, alsmede het recht op de lease-auto. Tevens zal in principe onze private-lease auto geretourneerd moeten worden.
Maar, we hebben ook een overlijdensrisico-verzekering. Rare naam, het risico op overlijden is immers 100%. Maar het zal wel het overlijdensrisico op een bepaald moment zijn. De overlijdensrisico-verzekering is belangrijk: die is alleen van toepassing op mijn overlijden. Als mijn Lieftallige Echtgenote overlijdt heb ik botte pech: ik kan de lasten in mijn eentje eenvoudig opbrengen. Andersom niet per se.

Kwantitatief: wat zou het allemaal inhouden?

De hypotheek van Huize Geldsnor is 48% aflossingsvrij en 52% annuïtair. Die verhouding wordt natuurlijk steeds iets anders. Momenteel bedraagt de schuld minder dan 400.000 EUR.
Mijn overlijdensrisicoverzekering is hypotheek gerelateerd en dekt 375.000 EUR. Met andere woorden: als ik overlijd keert deze verzekering maximaal 375.000 EUR ten behoeve van de aflossing van de hypotheek. Ergo: Lieftallige Echtgenote blijft achter met een vrijwel afbetaalde woning.

Natuurlijk hebben we ook nog het geval “nabestaandenpensioen”. Als ik zou overlijden krijgt zowel echtgenote als ieder van de kinderen jaarlijks een bedrag.

Voor Lieftallige Echtgenote is dit: 37.000 EUR per jaar (tot ze pensioengerechtigde leeftijd bereikt, daarna 21.000 EUR).
Voor de kinderen: 4105 EUR per jaar, per kind tot ze 18 zijn.

Beide bedragen zijn van toepassing voor zo lang ik werk. Als ik niet meer werk voor mijn werkgever, dan wordt het aanzienlijk minder. Dat is een risico om rekening mee te houden: ontslag nemen zonder reeds een goed lopend bedrijf of andere baan te hebben is zeer risicovol. Mijn nabestaandenpensioen is namelijk opgebouwd op basis van risico: als ik wissel vervalt het (en moet je dus zorgen dat je een equivalent opbouwt).

Een uitvaartverzekering heb ik niet. Vrouwlief ook niet. We hebben voldoende achter de hand om dit zelf te betalen, of eventuele achterblijvers dit te laten betalen.

Wel heb ik nog een persoonlijke schuld: de studieschuld. Die betalen we uiteraard zo traag mogelijk af: de rente is 0.0% en voor onze hypotheek is het volstrekt irrelevant. Het zou wel een positieve cashflow opleveren. Maar dan moet ik wel eerst die 10.500 EUR neerleggen, en daar kunnen we nuttiger dingen mee doen. Dus zo lang die rente op 0 staat (of onder de 2%), dan hou ik de studieschuld zo lang mogelijk vast. Het is tevens een mooi stukje “ballast” in Box 3: ons eigen vermogen wordt er lager van. Het lijkt me de meest ideale schuld die je kunt bedenken.
Maar goed: stel ik overlijd. Watskeburt met de studieschuld? Die vervalt. Die wordt niet verhaald op partners of andere erfgenamen.

Conclusie: goed geregeld

Uiteraard hoop ik dat mijn nabestaanden hier nooit over na hoeven te denken. Er is dan al genoeg geregel en, naar ik aanneem, enig verdriet. Maar ik ben blij dat ze de financiële vrijheid hebben om dan geen hypotheek meer te hebben.

Ze bespaart per maand:
1130 EUR op de hypotheek
13,86 EUR op de overlijdensrisico-verzekering (immers, een dode hoeft geen premie te betalen)
150 EUR op “mijn zakgeld”
89,25 EUR op mijn ziektekostenverzekering
200 EUR aan eten
665 EUR aan de auto (maar moet er wel ergens 1 van terug zien te halen).
Totaal: 2248,11 EUR

Qua inkomsten gaat ze er natuurlijk wel op achteruit.
Ten eerste vervalt mijn inkomen (wat op fulltime basis zo’n 4800 EUR netto per maand is). Dit zakt naar 3000 EUR bruto per maand. Omdat dit inkomsten zijn, wordt het bij haar inkomen opgeteld en valt ze in de hoogste belastingcategorie. Ze houdt er dus maar 2000 EUR van over.
Ten tweede: omdat ik er niet meer zou zijn, vervalt de inkomensafhankelijk combinatiekorting. Hoge inkomens op 1 persoon worden zwaarder belast dan 2 gelijke inkomens.

Al met al zal het geen vetpot zijn, maar komen ze er toch nog begenadigd vanaf. Zeker als je bedenkt dat de kinderen ook nog eens 12.000 EUR per jaar hebben om stuk te slaan…

Tot zover dit lugubere begin van het weekend.

Een warmtekussen van Stoov: kun je daar mee besparen?

Gister keek ik mijn favoriete televisieprogramma: Expeditie Robinson. Los van het feit dat ik het enorm jammer vind wie er uit is gestemd, wordt dit programma “mede mogelijk gemaakt door Stoov Warmtekussens”.

En zo’n warmtekussen is dan ook wat mijn Lieftallige Echtgenote op haar verlanglijstje heeft gezet voor haar verjaardag. Ik vind het een intrigerend concept, waar het nodige aan gerekend kan worden. Namelijk:
1. Hoeveel warmte wekt het écht op?
2. Hoeveel elektriciteit wordt er verbruikt?
3. Hoeveel lager moet de verwarming gezet worden om een Stoov warmtekussen terug te verdienen?
4. Hoe krijgen ze zo’n onzinnige uitleg over infrarood op hun website?

Die laatste vraag is natuurlijk enigzins arbitrait zul je denken. Moet alles terugverdiend worden? Niet per se – maar we hebben maar 1 planeet. Als een dergelijk apparaat (want dat is het) zichzelf niet terugverdiend (zowel qua geld als qua CO2-emissies) is het dus slechts een simpel stukje consumentisme.

Voor deze gehele post ben ik uitgegaan van de statistieken van de Ploov. Dit artikel is nadrukkelijk niet gesponsord – en op het moment dat ik dit schrijf heb ik ook nog geen idee van de uitkomst…

Hoeveel warmte wekt een Ploov van Stoov nu echt op?

De Ploov is voorzien van een 2600mAh lithium-ion accu. Ter vergelijking: een iPhone XS heeft een accu van 2658 mAh, een iPhone 13 Pro Max een van 4352mAh. Het is dus een vrij forse accu. Met deze batterij kan het kussen 6 uur lang op 34C gehouden worden, 4 uur lang op 37 of 2,5 uur lang op 42C.

Simpel gezegd: in 2,5 uur wordt er dus 2600 mAh stroom onttrokken tegen 10V. De specificatie zegt 10.8V, maar hier is iets geks: ofwel de bijgeleverde adapter/USB-kabel is géén 2.4A of de batterij levert geen 10.8V. Een batterij/accu opladen doe je altijd met een hoger voltage dan het voltage wat deze afgeeft. Anders stroomt het de andere kant op (en ontlaadt je de accu).

De stroomsterkte (Ampere) is eenvoudig: in 2,5 uur wordt er 2600mAh onttrokken, wat betekent dat de stroomsterkte iets meer dan 1A is: namelijk 1.04. Tegen een voltage van 10V levert dit een vermogen (Watt) van 10.04W. Indien de accu 10.8V geeft, is dit 11.2W.

In één uur is dit dus 10 Wh. Ofwel 36 Kilojoule. Dit is voldoende om 8,5 liter water met 1 graad te verwarmen. Hier doen we even een botte aanname, namelijk dat de primaire focusgroep van Stoov dames betreft. Met een gewicht van 70kg is dit kussen dus eveneens in staat om uw hele lichaam met ongeveer 0.1 graad te verwarmen.

Dit is een flauwe vergelijking. Een normale ruststofwisseling waarbij je het lichaam op temperatuur houdt is ~1500kcal. Dat zijn dus 1.500.000 caloriën ofwel 6.300.000 joule per dag. 6300Kj. 262,5Kj per uur. Het vermogen van een Stoov warmtekussen is dus ongeveer 13.7% van je rustverbranding. Dat kan wel degelijk het verschil maken tussen het kil vinden of niet.

Hoeveel elektriciteit verbruikt zo’n warmtekussen?

Zoals gezegd heeft de accu een capaciteit van 2600mAh. Die wordt opgeladen met een stroomsterkte van 2.4 Ampere met een USB-kabel. 2.4A is natuurlijk 2400mAh en zonder te rekenen met verliezen duurt het iets meer dan een uur om het kussen weer op te laden: 1 uur en 5 minuten, om exact te zijn.

Het stroomverbruik zal verwaarloosbaar zijn: de accu bevat niet meer dan 28Wh aan elektriciteit (2.600mAh @10.8V). Een maand lang, elke dag het kussen opladen is goed voor minder dan 1kWh.

Hoeveel lager moet de verwarming gezet worden om een Stoov warmtekussen terug te verdienen?

Het idee is, lijkt me, dat je de verwarming iets lager kunt zetten omdat je een lokale warmtebron hebt “die ook nog eens diep je lichaam binnendringt”. Als je de verwarming lager kunt zetten, bespaar je geld (en onze planeet).
Een Ploov kost in de standaarduitvoering afgerond 90 EUR.
Laten we rekenen met een woning waarbij het aantal m3/graaddag rond de 0.4 ligt. Dat wil zeggen dat je per dag dat je de verwarming een graad lager zet, 0.4m3 gas bespaard. Laten we ook zeggen dat een kuub gas ongeveer 1 EUR kost. Voor sommigen (zoals Welkom Energie pechvogels en mensen met flexibele tarieven of die net moesten verlengen) een stukje meer, voor mij een stukje minder.

0.4m3 gas kost derhalve 40 cent. Als je dit kussen consequent gebruikt én daardoor de verwarming met één graad terugschroeft, heb je het in 225 dagen terugverdiend. Echter, je verbruikt ook elektriciteit, en in die dagen wel 6.3kWh. Het duurt nog eens 5 dagen (ongeveer) om dát terug te verdienen: 230 dagen in totaal!

Onder deze aannames kún je het kussen in één jaar terugverdienen (oktober t/m april = >230 dagen). Ik denk echter dat we allemaal weten dat je de verwarming niet de hele dag met 1 graad zult terugzetten.

De onzin over infrarood-verwarming en golflengtes

Op de website van Stoov hebben ze het over infrarood-verwarming: “Infraroodverwarming is een elektromagnetische straling die onzichtbaar is voor het blote oog.”
En: “”Wist je dat in je lamp en broodrooster ook infraroodverwarming gebruikt wordt?”

Newsflash: álle elektromagnetische straling is onzichtbaar voor het blote oog. Slechts als er een object geraakt wordt, is de absorptie zichtbaar. Dit noemen we licht: al het licht is elektromagnetische straling. Als een object “blauw” is, worden alle kleuren geabsorbeerd en alleen het blauwe gereflecteerd. De straling zélf is per definitie onzichtbaar.

Hetzelfde geldt bij infrarood. Het elektromagnetische spectrum wordt opgedeeld in de lengte van de golven. Tot pak ‘m beet 10-380nm is het ultraviolet licht. Veel vogels en reptielen kunnen dit wél zien (althans, de reflecties!). Mensen niet. Tussen de 380nm en 750nm bevinden zich de golflengtes die ons gezichtsveld bepalen: beginnend met paars, eindigend met rood. Zie daar de regenboog… Daarboven is het infrarood.

Infrarood is per definitie in het onzichtbare bereik. Deze straling levert ongeveer de helft van de warmte van de zon (de rest is zichtbaar & UV). Dit betekent niet dat IR-straling sterker is. Het totale spectrum van infrarood is gewoon veel langer (tot >2500nm), die wordt opgenomen of weerkaatst door objecten. De materiaalsoort bepaald hoe goed het wordt weerkaatst of opgenomen, en niet de kleur. Of eigenlijk andersom: de mate van absorptie zorgt niet voor een bepaalde waargenomen kleur door mensen. Daar heb je infrarood-camera’s voor.

Ieder object straalt zelf warmte uit in het infrarood-bereik: “black body radiation”. Dit kun je zichtbaar maken met een infrafroodcamera. Geldsnor heeft er zelf één in zijn bezit, want dit hoort bij zijn dagelijks werk. Dus ja, ik weet het een en ander van licht…

Een paar quotes van Stoov:

Korte golf infrarood

De korte soort kun je herkennen aan een felle rood-oranje kleur. Deze soort zit in je broodrooster, maar wordt bijvoorbeeld ook gebruikt voor terrasverwarming. Deze warmte is super intens en wordt daarom voor het verwarmen van mensen, alleen op afstand gebruikt. Bij blootstelling op te korte afstand, kun je je verbranden.

Wát een onzin! De korte golf infrarood, ofwel “Near InfraRed” of NIR kun je herkennen aan het feit dat de zon ongeveer 50% van zijn energie hierin uitstraalt. De straling ís onzichtbaar. Uiteraard verbrand je als je te dichtbij de zon komt. Echter, dat warme gevoel als je buiten zit in het zonnetje komt exact van deze golflengte: 750-2500nm!

Dan de midden-golf. “De medium soort kun je herkennen aan een donkerrode kleur. Ook deze warmte is intens, maar hier kun je dichterbij van genieten. Deze manier van verwarming is bijvoorbeeld perfect voor je woon- of badkamer. Maar wordt ook in een infraroodsauna gebruikt.
Wederom nonsens. Infaroodverwarming heeft geen kleur. Er zijn wel terrasheaters die oranje zijn. Die hebben vaak een tweeledige werking: convectie en straling. De verwarmingselementen worden warm en daardoor gáán ze stralen (black body radiation). Het zou wat zijn als je infrarood-paneeltje van de hitte oranje wordt. Dan moet je écht met spoed de stroom afsluiten en de brandweer bellen.

FIR: Lange golf infrarood

Dit is de soort in jouw Stoov® product. Deze is geschikt voor het direct opwarmen van je lichaam. De straling voelt fijn aan door optimale verdeling op je huid en is voor plaatselijke verwarming de beste optie. Met FIR stijgt je lichaamstemperatuur en krijg jij het warm, terwijl de lucht om je heen misschien koud is. Het werkt het beste als je directe aanraking hebt met de straling. Dus zorg dat je lekker gaat zitten of liggen op jouw Stoov® kussen, met zo min mogelijk afstand ertussen.”

Hehe, eindelijk een keertje iets dat klopt. Ja, FIR dringt tot 4cm diep je lichaam in en verwarmd daar het water in je lichaam. Je warmt op van binnenuit. Dit is het principe van een magnetron, maar dan op nét kortere golflengtes. Het FIR-bereik gaat namelijk over in het microgolf-bereik. Wees niet bang: de magnetron in je huis werkt met veel langere golflengtes. Je wordt er dus niet “gaar” van.

FIR ioniseert op het elektromagnetische spectrum. Dit betekent dat moleculen en atomen in je lichaam omgezet worden in ionen.

Klinkt goed. En eng. En vooral: wat bedoelen ze er mee? Ten eerste is ionisatie iets wat continu plaatsvindt in je lichaam. Het opnemen van calcium in je bloed (vanuit je botten), de meeste spijsverteringsprocessen en het onder controle houden van homeostase in zijn algemeenheid wordt voor een belangrijk deel geregeld door ionisatie. Niet door straling van licht, uiteraard, maar door chemische processen in het elektrolyt wat je bloedplasma is.

Bij ionisatie wordt er een elektron toegevoegd of onttrokken. De vraag wat ze er mee willen zeggen is onbeantwoord. Maar het is vooral onzin…

Ioniserende straling bevindt zich in de zéér korte golven. Ze zijn het bekendst als “radioactieve straling”. Los van het feit dat UV, zichtbaar licht en IR geen ioniserende golflengtes zijn, is ook de benodigde energie veel te laag.

FIR zet positief geladen deeltjes, die zorgen voor pijn, om in neutrale of negatieve ionen. Minder pijn dus. Ook zet FIR je haarvaten uit en verbetert daarmee je bloedcirculatie. De stroom van zuurstof en voedingstoffen in je lichaam neemt hierdoor toe en zo worden opgehoopt afval en gifstoffen beter afgevoerd. Als resultaat heb je een rustgevend gevoel terwijl je spieren en gewrichten ontspannen.

Pijn wordt niet veroorzaakt door positief geladen deeltjes. Positief geladen deeltjes, ofwel cationen, zijn onder andere calcium, zout, magnesium en velen meer. Deze verliezen een elektron (en worden dus positief geladen) om zich te binden aan een ander atoom of molecuul. Dat is een wezenlijke functie en veroorzaakt geen pijn. Het is zelfs noodzakelijk voor celfuncties…

Dat het je haarvaten uitzet en de bloedcirculatie verbetert is niet per se hetzelfde. Haarvaten zijn doorgaans gesloten omdat je lichaam dit wil. Het is een methode om de bloeddruk te reguleren. Het openzetten van de haarvaten resulteert in een verlaagde bloeddruk en moet dus per definitie ook andere reacties geven. Het zou er ook voor zorgen dat je veel warmte verliest. Dat is namelijk de primaire functie van de haarvaten in de huid: open gaan als je het warm krijgt, zodat er warmte verloren raakt vóórdat je begint te zweten. De meeste afvalproducten in je lichaam hopen zich overigens op in spieren en lymfes, en niet in de haarvaten.
Ook krijg je niet meer zuurstof en voedingsstoffen in je lichaam. De hoeveelheid zuurstof wordt gereguleerd door je longen (hoeveelheid) & hart (stroomsnelheid) en bloedvaten (waar mág het heen. Na een maaltijd naar je darmen, bij het sporten naar de gebruikte spieren).
De hoeveelheid voedingsstoffen wordt gereguleerd door je spijsverteringskanaal en hormonen& eiwitten zoals insuline en tientallen anderen. Daar gaat dat kussen niets aan veranderen.

Conclusie over Stoov

Ik kan me goed voorstellen dat het zeer comfortabel is om een warm kussen op de bank te hebben. Of de verwarming daarmee lager kan, is een andere vraag. De gezondheidsclaims lijken me, met al mijn gebrekkige kennis (die niet zó gebrekkig is) totale nonsens.

Of ik het als cadeau zal kopen voor vrouwlief weet ik nog niet. De gezondheidsclaims van ieder bedrijf die niet minimaal de onderzoeken (peer-reviewed in goede journals) kan publiceren en niet minimaal een arts in dienst heeft, neem ik nooit serieus. Dus daar zou ik normaliter niet naar kijken. De onzinnige claims maken me verder wel sceptisch…

Essentiële lifehacks voor jonge gezinnen

Vroeger, in de tijd dat ik klein was, bestond de term “lifehack” nog niet. Het is natuurlijk ook baarlijke nonsens. Het zijn tips. Maar, ik ben een millenial en wordt dus geacht mee te doen met mijn woordkeuze. Lifehacks dus! En met de komst van de nieuwe keuken, heb ik een aantal lifehacks gevonden.

Lifehack 1: Een Quooker. Of een andere kokend waterkraan. Dit is ideaal: er komt kokend water uit de kraan en je kunt dus véél sneller koken omdat je niet hoeft te wachten tot je pan op het vuur kookt. Ook ideaal voor het vullen van babyflesjes (met een bodempje, uiteraard de rest koud) en het afwassen van diezelfde flesjes (wel koud water bijdoen, want het is kokend water…

Lifehack 2: Koken op inductie & met de oven. Met inductie is alles veel sneller aan de kook. En een oven kun je goed timen. Ik doe vaak maaltijden in de oven voordat ik de meiden ophaal bij het kinderdagverblijf. Als ik terugkom is het eten klaar!

Lifehack 3: De avond vantevoren de ontbijttafel dekken. In Huize Geldsnor is samen eten vrijwel heilig. We eten eigenlijk altijd samen, alleen doordeweeks komt Lieftallige Echtgenote wel eens om 18:30 of later thuis. Daar laat ik de kinderen niet op wachten. Maar het ontbijt lukt altijd. Dus zetten we vantevoren de koffie klaar, brood op tafel en de borden & bekers. De spullen uit de koelkast zijn uiteraard “last minute”.

Lifehack 4: Boterhammen vooraf smeren met boter. Toegegeven, dit doen we zelden. Maar als we weten dat de ochtend krap gaat worden (bijvoorbeeld omdat ik op reis ben), dan smeren we de boterhammen vantevoren en gaan in een trommeltje. De volgende ochtend hoeven de kids alleen te kiezen wat ze er op willen en dat krijgen ze dan vers.

Lifehack 5: Het brood een dag vantevoren alvast uit de vriezer halen. Gewoon handig!

(uiteraard is dit bericht met een knipoog geschreven. Relax! Vanmiddag komt Sinterklaas aan. Da’s ook leuk!)

De was buiten hangen in de kou: heeft dat zin?

Zo zoetjes aan is het alweer bijna midden-november. Nog 30 dagen tot de kortste dag, en daarmee dus al behoorlijk kort dag. Doordat het korter licht is en er dus minder zonlicht de aarde bereikt, wordt het kouder. Dit wordt nog enigszins gedempt door de nabijheid van de zee en de overwegende (zuid)westelijke stroming. Maar het valt niet te ontkennen: november is een maand die moeilijk als “zacht” te bestempelen valt. Gemiddeld is het in november een graadje of 7 (10-11 overdag, 3-4 ’s nachts met uitschieters naar boven en naar onder). In de meeste huizen is het niet meer warm te krijgen zonder verwarming.

Met de korte dagen en de lagere temperaturen komt er ook meer vocht in de lucht. Doordat de temperatuur lager is, is de gemiddelde luchtvochtigheid hoger buiten. Binnen is de luchtvochtigheid daarentegen weer stukken lager dan in de zomer. Dit komt omdat de vochtige, maar koude lucht van buiten wordt verwarmd en daarbij uitdroogt. Het is immers relatieve luchtvochtigheid en het relatieve slaat hier op “verzadiging van de lucht”. Warmere lucht is minder snel verzadigd en is dus droger bij dezelfde absolute hoeveelheid vocht.

Hieruit valt af te leiden dat het wasgoed binnen prima droogt: het vocht verdampt simpelweg in de warme binnenlucht. Maar buiten droogt het wasgoed aanzienlijk minder goed. En dat bracht mij tot de vraag:

Heeft het zin om in de herfst en winter de was buiten te hangen?

Dit is geen makkelijke vraag om te beantwoorden. Een aantal scenario’s kunnen we kort over zijn: het heeft géén zin om de was buiten te hangen als het regent. En ook niet als het mistig is.

Maar wat nu als het droog en zonnig is? Dat verandert de zaak!
Momenteel is de relatieve luchtvochtigheid hier buiten ongeveer 80%. Dit betekent dat er een verdampingspotentieel is: er kan nog vocht opgenomen worden in de atmosfeer voordat deze verzadigd is. Door de lage temperatuur gaat dit niet zo snel. Actueel is het 9.9C buiten, de zon schijnt hier volop en de wind is zeer zwak (2bft uit het ZW). De wind is een belangrijke factor, omdat deze de vochtige lucht afvoert.

Wat gebeurt er nu met een stuk wasgoed als je het buiten hangt?
1. De zon warmt het wasgoed op. Dit is afhankelijk van de kleur.
2. Er vindt verdamping plaats. Het vochtige wasgoed raakt zijn vocht kwijt. Hierdoor koelt het kledingstuk overigens ook weer af, want verdamping onttrekt warmte.
3. De lucht raakt direct rondom de was verzadigd met vocht.
4. Eventuele wind (of convectieve luchtstromen door warmte) voert de vochtige lucht af en voert drogere lucht aan.

Om een en ander te kwantificeren heb ik net de was buiten gehangen en een groot stuk wasgoed gewogen: een dekbedovertrek. Het dekbedovertrek is 2-persoons, donkergroen en weegt direct uit de wasmachine 2160 gram. Dit is nadat er gecentrifugeerd is op 1400 toeren.

Dit stuk heb ik dus buiten gehangen, aan een wasmolen. Dit heb ik gedaan op 10 november om 12:20 uur.

Belangrijk: haal de was op tijd binnen

Het belangrijkste vandaag gaat zijn om de was op tijd binnen te halen. Zodra de lucht verzadigd is zal er geen verdamping meer plaatsvinden. Maar nog iets: katoen is van nature hydrofiel. Ofwel: het houdt vocht goed vast. Katoen kan tot 25 maal zijn eigen gewicht aan water opnemen. Dit in tegenstelling tot nylon, wat slechts 10x zijn eigen gewicht aan water kan bevatten. Hierdoor komt het droger uit de wasmachine, maar is het ook een belangrijke stof voor sportkleding. En zijn handdoeken doorgaans van katoen en drogen die ultra-sporthanddoekjes je nauwelijks af. Dit terzijde (zijde is overigens stukken minder hydrofiel).

Op het moment dat het ’s avonds vochtiger wordt zal het katoen dat buitenhangt en al droog is, mogelijk opnieuw water opnemen uit de atmosfeer. Dit is de klamme stof die je dan voelt. Op tijd naar binnen dus, vóórdat de atmosfeer verzadigd is.

Het resultaat

Na 30 minuten buiten hangen woog het dekbedovertrek 2000 gram. Dat vind ik spectaculair: je voelt het verschil in vocht nog helemaal niet, maar er is maar liefst 160 gram water verdampt uit dit stuk stof. In een half uur, in november!

Na 2 uur buiten hangen woog het dekbedovertrek 1720 gram. Dat is een nog eens 280 gram vocht dat verdampt is in anderhalf uur.

Na 3 uur buiten woog het nog 1680 gram. Geen spectaculair verschil meer dus in dit uur en het is dan ook niet te verwachten dat het nog veel droger zal gaan worden in de komende uren. Na 3 uur (het is nu ook half vier ’s middags bijna) haal ik de was er dus af.

Uiteraard is dit ook te plotten in een grafiekje:

Conclusie: Heeft het zin om het wasgoed buiten te hangen?

Mits het buiten droog genoeg is, heeft het zeker zin om het wasgoed buiten te hangen en daarna eventueel in de droger te stoppen. Zie de resultaten uit het vorige paragraaf. Na 3 uur was er 22% van het oorspronkelijke gewicht aan vocht verloren. Ook al was het daarna nog flink vochtig, is er toch een aanzienlijk deel verdampt.
Ik heb het beddegoed alsnog in de droger gedaan, maar het is een “slimme droger”. Deze voelt de vochtigheid van de was en stopt als het droog genoeg is. Hierdoor is er uiteindelijk toch minder energie verbruikt om de was te drogen, terwijl het mij weinig moeite heeft gekost. Tenzij je het buitenhangen van grote stukken wasgoed veel werk vind.

Hoeveel energie dit bespaart heeft? Best wel veel. Water heeft een verdampingswarmte van 2256 kj per kg. Dat betekent dat er 2256 kilojoule energie nodig is om 1 kg te laten verdampen, ofwel 2,256kj per gram.

1 (één) kwh bevat 3600 kilojoule energie en is dus goed voor het verdampen van 1596 gram water. Ter vergelijking: om dezelfde hoeveelheid water aan het koken te krijgen heb je 535 kj nodig. Ofwel 150Wh. Dit kun je gevoelsmatig terugrekenen: een liter waterkoken in een waterkoker zal ongeveer 4 minuten kosten (afhankelijk van het vermogen, uiteraard). Klopt aardig!

Omdat de verdampingswarmte véél groter is dan de benodigde energie om water op te warmen is dit ook de reden waarom een droger véél meer energie gebruikt dan een wasmachine. En dat terwijl de wasmachine veel meer water verwarmd dan dat de droger moet drogen.

Mijn beddegoed is 480 gram gedroogd in een paar uur tijd. Dit betreft alleen het dekbedovertrek. Maar ik was natuurlijk niet alleen het dekbedovertrek maar ook de molton, hoeslaken, kussenslopen en het beddegoed van oudste zoon. Dit hing allemaal buiten. Ons dekbedovertrek is wel het grootste stuk. Het totale wasgoed woog 5640g toen het van de waslijn kwam. Hiervan was 29,8% het dekbedovertrek.

In totaal is er dus 1610 gram water verdampt (immers, 480 gram is 29,8% en we gaan uit van gelijkmatige verdamping), wat betekent dat we ongeveer 1 kWh thermische energie hebben bespaard. Ik zeg bewust thermische energie, want onze droger is een warmtepompdroger. Deze heeft een zogenaamde COP die rond de 4 ligt, ofwel er wordt per kwh elektrische energie 4 maal de hoeveelheid thermische energie opgewekt.

De besparing in elektrische energie is derhalve 0,25kwh. Niet spectaculair, slechts een paar cent of ongeveer 100 gram CO2. Maar het heeft me vrijwel nul moeite gekost, behalve een beetje ophangen.

Eerlijk gezegd is er véél meer water verdampt dan ik verwacht had. In de toekomst zal ik derhalve vaker de was eerst een paar uur buiten hangen (als ik de tijd heb en het droog is) voordat ik het in de droger doe (of verder binnen ophang). Nadat het uit de droger kwam woog de was 4800 gram, dus er is nog 840 gram door de droger er uit gehaald.

Noot: de enige was die hier uberhaupt de droger ingaat is het beddengoed en ondergoed. Alle overige kleding gaat aan de waslijn. Maar ook hiervoor geldt dat eerst een paar uur buiten hangen dus betekent dat er heel wat litertjes water buiten verdampen en niet in de woning terecht komen.