De dood: wat is de invloed op je financiën?

Vergeef me deze wat macabere titel. En tegenstrijdig, tegelijkertijd. Immers, als je zelf bent overleden, heb je niet zoveel meer aan je financiën. En nee, er is niemand overleden die ik ken. Maar het is wél belangrijk om over na te denken: wat gebeurt er als ik zou sterven?

Uiteraard heb ik alles vastgelegd in testamenten. Leuk en aardig dát het geregeld is. En ook wát er geregeld is. Alleen is dat een zogenaamde “kwalitatieve omschrijving”. Het beantwoord dus niet meer dan de vraag wat er geregeld is. Niet wat de invloed daarvan is.

Wat is er allemaal geregeld, als ik overlijd?

In ons testament staat dat alle bezittingen en schulden overgaan op de langstlevende van ons: in dit geval mijn Lieftallige Echtgenote. Als zij ook overlijdt, vervalt alles aan de kinderen. Het voogdijschap gaat naar onze Beste Vriendin, tevens woonachtig in hetzelfde dorp. De financiële bewindvoering gaat in eerste instantie naar Schoonmoeder, alvorens naar Schoonvader, Vader en Moeder zal gaan (allen in volgorde van eventuele aanwezigheid op deze aardbol).
Als we met z’n allen ten onder gaan, dan vervalt onze hele erfenis aan ouders (mits aanwezig), en anders aan de broertjes van Lieftallige Echtgenote. Mijn broer en zussen zijn zeer nadrukkelijk uitgesloten van enige erfenis.

Voor de rest van dit blogpostje gaan we uit van de situatie dat ik overlijd. De rest van de scenario’s blijft achterwege tenzij anders genoemd.
Los van het testament, zal ook mijn arbeidsovereenkomst komen te vervallen, alsmede het recht op de lease-auto. Tevens zal in principe onze private-lease auto geretourneerd moeten worden.
Maar, we hebben ook een overlijdensrisico-verzekering. Rare naam, het risico op overlijden is immers 100%. Maar het zal wel het overlijdensrisico op een bepaald moment zijn. De overlijdensrisico-verzekering is belangrijk: die is alleen van toepassing op mijn overlijden. Als mijn Lieftallige Echtgenote overlijdt heb ik botte pech: ik kan de lasten in mijn eentje eenvoudig opbrengen. Andersom niet per se.

Kwantitatief: wat zou het allemaal inhouden?

De hypotheek van Huize Geldsnor is 48% aflossingsvrij en 52% annuïtair. Die verhouding wordt natuurlijk steeds iets anders. Momenteel bedraagt de schuld minder dan 400.000 EUR.
Mijn overlijdensrisicoverzekering is hypotheek gerelateerd en dekt 375.000 EUR. Met andere woorden: als ik overlijd keert deze verzekering maximaal 375.000 EUR ten behoeve van de aflossing van de hypotheek. Ergo: Lieftallige Echtgenote blijft achter met een vrijwel afbetaalde woning.

Natuurlijk hebben we ook nog het geval “nabestaandenpensioen”. Als ik zou overlijden krijgt zowel echtgenote als ieder van de kinderen jaarlijks een bedrag.

Voor Lieftallige Echtgenote is dit: 37.000 EUR per jaar (tot ze pensioengerechtigde leeftijd bereikt, daarna 21.000 EUR).
Voor de kinderen: 4105 EUR per jaar, per kind tot ze 18 zijn.

Beide bedragen zijn van toepassing voor zo lang ik werk. Als ik niet meer werk voor mijn werkgever, dan wordt het aanzienlijk minder. Dat is een risico om rekening mee te houden: ontslag nemen zonder reeds een goed lopend bedrijf of andere baan te hebben is zeer risicovol. Mijn nabestaandenpensioen is namelijk opgebouwd op basis van risico: als ik wissel vervalt het (en moet je dus zorgen dat je een equivalent opbouwt).

Een uitvaartverzekering heb ik niet. Vrouwlief ook niet. We hebben voldoende achter de hand om dit zelf te betalen, of eventuele achterblijvers dit te laten betalen.

Wel heb ik nog een persoonlijke schuld: de studieschuld. Die betalen we uiteraard zo traag mogelijk af: de rente is 0.0% en voor onze hypotheek is het volstrekt irrelevant. Het zou wel een positieve cashflow opleveren. Maar dan moet ik wel eerst die 10.500 EUR neerleggen, en daar kunnen we nuttiger dingen mee doen. Dus zo lang die rente op 0 staat (of onder de 2%), dan hou ik de studieschuld zo lang mogelijk vast. Het is tevens een mooi stukje “ballast” in Box 3: ons eigen vermogen wordt er lager van. Het lijkt me de meest ideale schuld die je kunt bedenken.
Maar goed: stel ik overlijd. Watskeburt met de studieschuld? Die vervalt. Die wordt niet verhaald op partners of andere erfgenamen.

Conclusie: goed geregeld

Uiteraard hoop ik dat mijn nabestaanden hier nooit over na hoeven te denken. Er is dan al genoeg geregel en, naar ik aanneem, enig verdriet. Maar ik ben blij dat ze de financiële vrijheid hebben om dan geen hypotheek meer te hebben.

Ze bespaart per maand:
1130 EUR op de hypotheek
13,86 EUR op de overlijdensrisico-verzekering (immers, een dode hoeft geen premie te betalen)
150 EUR op “mijn zakgeld”
89,25 EUR op mijn ziektekostenverzekering
200 EUR aan eten
665 EUR aan de auto (maar moet er wel ergens 1 van terug zien te halen).
Totaal: 2248,11 EUR

Qua inkomsten gaat ze er natuurlijk wel op achteruit.
Ten eerste vervalt mijn inkomen (wat op fulltime basis zo’n 4800 EUR netto per maand is). Dit zakt naar 3000 EUR bruto per maand. Omdat dit inkomsten zijn, wordt het bij haar inkomen opgeteld en valt ze in de hoogste belastingcategorie. Ze houdt er dus maar 2000 EUR van over.
Ten tweede: omdat ik er niet meer zou zijn, vervalt de inkomensafhankelijk combinatiekorting. Hoge inkomens op 1 persoon worden zwaarder belast dan 2 gelijke inkomens.

Al met al zal het geen vetpot zijn, maar komen ze er toch nog begenadigd vanaf. Zeker als je bedenkt dat de kinderen ook nog eens 12.000 EUR per jaar hebben om stuk te slaan…

Tot zover dit lugubere begin van het weekend.

Is 639€ duur voor levenslange herinneringen?

Afgelopen weekend zijn wij, de familie Snor, naar de Efteling geweest. Inclusief hotelovernachting en twee dagen toegang tot het park.

De kosten? 639€, bestaande uit 405€ voor hotel en park, 85€ voor het hondenpension, en de rest aan eten en drinken ter plaatse. 150€ dus voor 2x lunchen en 2x avondeten. Al met al heel veel geld. Oorspronkelijk zouden we deze week met de caravan op vakantie gaan, maar vanwege de plaatsing van de keuken doen we dit niet.

De vraag is nu: is dit duur? Op het eerste gezicht zou ik zeker concluderen dat we knettergek zijn. Het past nauwelijks bij de fire gedachte. Maar anderzijds: het zijn herinneringen voor het leven, zeker voor de oudste (bijna 6) en mogelijk voor mijn dochter (3).

In dat kader geplaatst is het niet zo duur. Dit vergeten ze niet meer, en wij ook niet. Het is ook een relatief duurzame bezigheid: het is consumptie van een service, er is geen product voor gemaakt (los van het eten).

Een andere vraag is ook: is het eerlijk om een 2daagse activiteit te vergelijken met bijvoorbeeld een week vakantie? Dat had mogelijk net zoveel geld gekost, maar was wellicht goedkoper ervaren omdat de vakantie langer duurt. Maar is dat het juiste criterium? En als dat het juiste criterium is, hoe kijk je dan aan tegen uit eten gaan en concerten?

In ieder geval hebben wij collectief genoten!

Fietsvakantie: veel lol voor weinig geld

Vroeger gingen wij altijd kamperen met het hele gezin. Écht kamperen, in een tent. Later in een vouwwagen. Ik heb hier fantastische herinneringen aan. Het heerlijke buiten zijn, altijd frisse lucht en het geluid van wind en regen op de tent: heerlijk. Het makkelijk vrienden maken op de camping, de wereld om je heen ontdekken. Voelen dat je leeft.

Dit hebben wij later als volwassenen voortgezet: vakantie is kamperen, bij voorkeur in een tent. De kleine ongemakken hebben hun charme en horen bij de ervaring. Een beetje weinig ruimte om om te kleden. De zoektocht naar de kleding, soms wat klammige kou of een hete tent. Afgewisseld met een wit wijntje voor de tent, boekje lezen en flinke trektochten maken in de bergen.

Deze ervaringen wil ik meegeven aan de kinderen. Om praktische redenen verblijven we dit jaar in een huisje op Landal (3000 EUR voor 2 weken…) in Nederland. Maar volgend jaar gaan we zeker weer kamperen. Hotels vind ik afschuwelijk: voor mijn werk verblijf ik veel te vaak in hotels. Veel te veel herrie, andere mensen die ik niet wil zien of horen, ontbijtzalen en verplicht uit eten. Gruwel, hel, werk. Ook een vakantieappartement grenst behoorlijk aan mijn beeld van het einde. Ik wil niet onder hetzelfde dak zitten als andere mensen. Gek misschien, in een tent of caravan hoor je immers veel meer van anderen. Maar het gevoel is anders.

Afgelopen week ben ik met de 2 oudste kinderen (2 en 5) op fietsvakantie geweest – Lieftallige Echtgenote & Baby bleven thuis. Ik heb een bakfiets met een aanhangfiets en daar hebben wij alle spullen geknoopt. Een tent, stoeltjes, benzinebrander, luchtbed, slaapzakken, wat te eten & snoepen, kleren. Het totaalgewicht was voor 3 personen, de fiets etc. meer dan 200kg. Zonder elektrische ondersteuning zijn we op pad geweest in onze omgeving: 3x 20km. Qua afstand stelde het natuurlijk niets voor, maar toch voelde ik mijn benen behoorlijk zondagavond: inclusief een frietje halen bij de snackbar in het dorp had ik 28km met de bakfiets in de benen. Aan het aantal verbrande caloriën te zien stond dit gelijk aan meer dan 100km op de racefiets. En dat met flinke tegenwind.

Maar goed, aangekomen op de camping, tentje opgezet en luchtbed opgeblazen. De kinderen hebben de hele dag gespeeld en zijn ontzettend moe in slaap gevallen. De volgende dag door, naar de volgende camping. En dinsdagochtend heb ik de kinderen op laten halen (het was geen weer voor kinderen op de fiets, stormachtige wind & regen) en ben ik teruggefietst (dat was al het plan, 3 dagen / 2 nachten).

Dit alles was voor hen een onvergetelijke ervaring en het begin van meer “avonturen”. Ze hebben genoten en we gaan dit zeker vaker doen. Hopelijk dan met beter weer!
De kosten? 15 EUR per nacht op de camping. Eten bij de snackbar was 15 EUR en de rest hebben we bij de supermarkt gehaald (en zijn dus geen “extra” kosten). Behoorlijk goedkoop!

De fiets & aanhangfiets. Achter de zwarte blokken zitten mijn kinderen.

Nachtmerrie van iedere ouder: dochter van de trap gevallen

Het leven hangt aan elkaar vast van clichés. Met de goede reden dat clichés vaak kloppen – vergeef me dit cliché. Op het moment dat je vader (of moeder) wordt krijg je er een heel setje nieuwe clichés bij. Eén van die clichés is dat je van ieder kind evenveel houdt, maar alleen anders. Dit kon ik me niet voorstellen, voordat ik kinderen kreeg. Ik dacht dat het prietpraat was van mijn ouders, politiek correct geneuzel. Nu heb ik er 3 en kan ik bevestigen dat dit werkelijk zo is. Dat maakt Sophie’s Choice ook zo verschrikkelijk.

Andere clichés zijn “kleine kinderen, kleine zorgen. Grote kinderen grote zorgen” (daar moet ik nog meer ervaring mee krijgen: de oudste is pas 5,5) en “De pijn van je kinderen doet meer pijn dan je eigen pijn”.

Die laatste kan ik ten volste bevestigen. Al jaren, want kinderen hebben vaker pijn. Ik bedoel dan geen dingetjes als een geschaafde knie. Niet zeuren, niet aanstellen, kusje erop en gaan. Maar de kinderen zijn natuurlijk wel eens ziek geweest en kunnen niet zo goed aangeven waar het pijn doet.

Maar afgelopen maandagmiddag gebeurde “het”. Mijn grootste angst. Je bent zó voorzichtig, maar (let op, cliché!) een ongeluk zit in een verrekes klein hoekje. We hebben een kelderkast in de keuken. 4 tredes naar beneden. Geïnspireerd door blogger Opnieuw Begonnen was ik op zoek naar de piepers om lekker verse ovenfriet te maken. De kelderdeur was noodzakelijkerwijs open (want anders kan ik er niet) en ik hoor achter me rommeldebommeldestommel. Ik draai me om, als door de bliksem getroffen. Met een enorme vloek (en je moet weten, ik vloek echt zelden. Zelfs een klap op mijn vinger met een hamer brengt me nog niet bij de lichaamsdelen) geef ik uiting aan mijn angst. Ik zie in een slowmotion mijn dochter de laatste tree raken, of net niet. Dat weet ik niet. Ze is met haar loopfietsje de hoek om gecrossd en het keldertrapje afgedonderd. Mijn armen schieten in een reflex naar haar benen. Die zijn namelijk het dichtste bij. Ik trek haar omhoog. Volgens mij heeft ze de vloer niet geraakt met haar hoofd.

Mijn hartslag zit in mijn keel. Maar de knop gaat snel om. Ik ben in een ver verleden getraind voor noodsituaties. Ik verman mezelf, trek haar tegen me aan. Ze begon gelukkig al direct heel erg hard te huilen. Mijn beperkte medische kennis geeft aan dat dit een buitengewoon positief signaal is. Ze grijpt naar haar arm, maar het boeit me nog niet zo op dat moment. Ademhaling, check (huilen zonder ademhaling is niet mogelijk). Bloedsomloop in orde. Geen verlies van bewustzijn geweest. Top. Op naar de minder vitale functies. Er is geen bloed te zien: geen uitwendige verwondingen. Geen vreemde standen van lichaamsdelen: geen ernstige inwendige verwondingen. De klap was te klein om inwendige bloedingen te veroorzaken groter dan een blauwe plek.

Oké. Meest getroffen lichaamsdeel: rechterarm en schouder. Alle botjes zitten waar ze horen. De gewrichten werken. Mooi. Lang leve K3, we kunnen gewoon de liedjes meedoen en op een speelse manier alles checken.
Een uurtje later geeft ze aan dat ze pijn heeft aan haar arm. Ik bel toch de huisarts, want haarscheurtjes kan ik niet zien. Hoezeer mijn zoon me ook een superheld vind, ik heb geen röntgenogen. Ik heb 2 dingen ook niet gedaan: niet getrokken aan de handjes en niet geduwd.

Huisarts gebeld: ik kon meteen terecht. Shit! Ik bedoel, top! Maar wel een logistieke uitdaging. Ik was de enige volwassene in huis en moest dus met 3 kinderen naar de huisarts, waarvan er 1 pijn heeft, de ander een flesje moest en nouja, mijn zoon had geen zin. Die had ik vrij snel “gesensibiliseerd”, om maar een modewoord te gebruiken.

Lang verhaal: het is goedgekomen. Ze heeft niets gebroken of gekneusd, zelfs geen blauwe plekken. Ik ben me absoluut rot geschrokken. Op het moment dat ik wist dat het goed was kon ik de emoties pas toelaten. Totaal irrationeel: want je weet dan al dat het goed is. Maar ik was zó geschrokken dat het er echt nog wel even inzat. Ik kon even niet praten zonder emotioneel te worden. Maar gelukkig is alles dus helemaal prima.

Wát een slechte ouders zijn wij!

Wij zijn echt monumentale prutsers in het ouderschap op sommige gebieden. Uiteraard bieden we de kinderen een warm nest, eten, drinken, liefde, gezelschap en leuke dingen om te doen. Maar op sommige gebieden zijn we zo georganiseerd als Hugo De Jonge met z’n aanpak van de coronacrisis: het is niet best!

Vorig jaar, de vrijdag dat de zomervakantie begon, werden we gebeld door de school. Zoon stond te wachten (gelukkig met een vriendin van ons), of we wel wisten dat de school om 12 uur uit was. Nee, dat wisten wij zeker niet…Stond in Ouderportaal. Tsja. Gemist, dus.

Zo hebben we vaker iets gemist: laatst nog stond ik op Goede Vrijdag op het schoolplein met Zoon, en hadden we volledig gemist dat het een studiedag was en de school dicht was. Maar ook hadden we een keertje een speciale schoollunch gemist, een lunch waarbij ze iets “lekkers” mee mochten nemen. Gelukkig had hij een plakje ontbijtkoek mee, was zijn eigen commentaar.

Onlangs ook een foutje gemaakt met de meivakantie. Ik heb ouderschapsverlof, maar het blijkt dat het geen vakantie is in de week van Koningsdag. Tsjonge. Totaal gemist. Kon ik de boel weer verzetten. Maar nog veel erger? We zijn er dit weekend achter gekomen dat we onze zomervakantie verkeerd geboekt hebben! Wij hadden de vakantie geboekt op basis van de schoolvakantiedata van de regio Zuid. Maar, wij wonen in de omgeving van Nijmegen. En Nijmegen heeft van oudsher een ander vakantieregime vanwege de Vierdaagse, ook al gaat die dit jaar niet door. Resultaat: onze zoon heeft geen vakantie tijdens onze vakantie en we hebben dus 1 week vakantie geannuleerd…

En we weten het. Ik weet het. We hebben een agenda. Een kalender. We schrijven het doorgaans ook gewoon op. Maar letten er niet altijd op. Prutsers!

SVB kan weer gaan rekenen want BSO gaat open

De Sociale VerzekeringsBank (SVB) kan weer gaan rekenen want de BuitenSchoolse Opvang (BSO) gaat weer open!
“Vanwege het coronavirus was de kinderopvang in Nederland van 16 december 2020 tot en met 7 februari 2021 gesloten. De buitenschoolse opvang (BSO) is tot en met 18 april 2021 gesloten. “ (SVB)

De kinderopvang was lange tijd gesloten vanwege de coronacrisis, maar ook de BSO was gesloten. Uitzondering zijn kinderen van vitale beroepen. In principe mochten mijn kinderen dus naar de opvang, maar wij hebben het zo georganiseerd dat dit niet nodig is. De overheid heeft gevraagd om contracten niet op te zeggen, want dan zouden deze organisaties massaal failliet gaan en die heb je niet 1-2-3 weer opgestart.

Enfin, we hebben onze opvangcontracten dus niet aangepast en de rekening doorbetaald. De overheid betaalt deze rekening. Gedeeltelijk krijg je toeslag, het andere deel is “eigen bijdrage”. In ons geval is die eigen bijdrage een dikke 700 EUR per maand. En die krijgen we dus terug! In de eerste lockdown was dit goed voor 1250 EUR voor ons gezin. In dit geval? Moeilijk te bepalen.

Van 16 december tot 7 februari was alles dicht, ook de kinderopvang. Dat is 7,5 week. Een korte rekensom leert mij dat onze jaarlijkse eigen bijdrage ongeveer 8400 EUR is. 7,5 week is daarmee 1211 EUR. De BSO is nog eens 2 maanden langer dicht gebleven, maar dat is vrijwel letterlijk tientjeswerk. Onze zoon gaat namelijk maar 1 dag per week en de kosten zijn 200 EUR per maand. Daarvan krijgen we, omdat dit als “tweede kind” telt een vrij groot deel terug via de kinderopvangtoeslag. Op basis van ons verzamelinkomen (bruto) ongeveer 80% (voor het eerste kind 33.3%). 80% wil zeggen dat de vergoeding voor de BSO nog 20% per maand is, ofwel 40 EUR per maand.

40 EUR per maand vanaf 7 februari t/m 18 april is nog eens 10 weken. Ik bespaar je de rekensom, maar het is ongeveer 90 EUR. Al met al kunnen we dus nog ~1211 EUR + 90 EUR tegemoet zien: 1300 EUR.
Uiteraard is dit een sigaar uit eigen doos, immers de rekeningen over die periode hebben we gewoon betaald en bedragen een veelvoud hiervan. Maar het is natuurlijk toch ook gewoon een financiële meevaller.
Wanneer ze dit gaan betalen? Ik verwacht ergens in juni, op zijn vroegst. Want eerder heeft de SVB aangegeven pas over te gaan tot het uitwerken wanneer de BSO weer open zou gaan.

Luiers: wat kosten & wat is een goede aanbieding?

Luiers zijn duur. Als vader van 3 kinderen die allemaal nog in de luiers zitten kan ik hier volop over meepraten. En uiteraard heb ik uitgerekend hoeveel ze kosten. Mijn zoon heeft alleen nog een luier ’s nachts, mijn dochter van 2 zit inmiddels in maat 5 en de jongste zit in maat 1.

Bij luiers zijn 2 dingen relevant: de prijs per stuk en of ze prettig zijn. Zo gebruiken we voor de oudste 2 in de nacht altijd luierbroekjes: die kunnen ze namelijk zelf aantrekken en sluiten net iets beter. Ook de pasvorm is van toepassing (en slaat dus op “zijn ze prettig”). Zo zitten sommige luiers gewoon niet zo goed bij jongetjes omdat, laten we zeggen, de standaarddeviatie van de exacte plaslocatie radicaal anders is dan meisjes.

Pampers lekken minder door (is onze ervaring) bij jongetjes dan andere merken. Overdag is dat niet zo’n probleem omdat de luier vaker verschoond wordt dan dat ze vol zitten. De opvangcapaciteit is namelijk zelden het probleem, maar als er in geplast is wil je ze toch een schone aan doen.

Bij de allerkleinsten geldt dat je de luiers wel heel vaak verwisseld: onze ervaring is 8-12 keer per dag. Soms iets minder vaak, soms 3x in 5 minuten.

Het gaat dus om de prijs per stuk

Vrijwel alle merken hanteren dezelfde prijs per verpakking; alleen zitten er meer of minder in. Er is dus maar 1 objectieve manier om luiers (en dus aanbiedingen) te vergelijken en dat is per stuk. Wij rekenen altijd alle luiers terug naar prijs per stuk, tot 4 cijfers achter de komma (maar dan wel gerekend in EUR). 10,86 cent bijvoorbeeld ofwel 0,1086 EUR. Bij groter verbruik telt dat ook mee.
Maar staar je niet uitsluitend blind op de stuksprijs! Luier 0 bijvoorbeeld is irrelevant qua kosten. Wát? Irrelevante kosten. Snorretje toch, wat zeg je nu? Jep. Irrelevant. Totaal onbelangrijk. Niet interessant. Who cares! Je gebruikt hooguit 1 pak van maat 0 voordat je door hebt dat je al vrij snel over kunt stappen naar maat 1. Hierop zijn uitzonderingen, want er zijn kinderen die heel lang klein zijn en in couveuses liggen en dergelijke. Maar maat 1 begint vanaf 2kg…Vanaf 3kg zitten ze “goed”. Of een maatje 0 nu dus 10 cent of 15 cent kost, maakt het verschil niet.

Maar maat 3,4 en 5 dragen ze maanden, zo niet jaren. Maat 5 bijvoorbeeld is van 9 tot 15kg. En daar doen ze ~ een jaar over, misschien zelfs meer. Dan zijn aanbiedingen opeens relevant. Want zowel het verbruik per dag is nog hoog, alsmede de tijdsduur die ze met dezelfde maat doen. Je loopt dus niet het risico dat ze er opeens uitgegroeid zijn en de luiers niet meer passen.

De prijzen variëren enorm. Maar je wilt weten wat een goede aanbieding is. Daarom heb ik een heel eenvoudig grafiekje gemaakt. Op de verticale as de kosten per stuk en op de horizontale as de maat. Ik heb dit relatief eenvoudig gehouden: je hebt ook nog 4+, 4 Maxi, 5+ etc.

Ook zijn dit alleen de “normale” luiers. Geen broekjes, bijvoorbeeld. En let op: het is voor de grootst mogelijke verpakking. Je koopt luiers (als je slim bent) nooit per pak, maar altijd als grootverbruiker. Het verschil in maat 4 bij Zwitsal luiers is 61% tussen een losse verpakking en een maandbox. In een maandbox zitten er 186.

Zoals je hier boven ziet zijn de luiers van Kruidvat veruit het goedkoopst. En die van Pampers veruit het duurst. De luiers worden vrijwel allemaal duurder als ze groter worden, wat logisch is omdat de factor “materiaal” toeneemt en de dominate factor is. Kruidvat is het goedkoopst, maar het verschil is relatief klein. Omdat luiers vaak in de aanbieding zijn kan het zeker voorkomen dat de luiers van Etos of Zwitsal goedkoper zijn. Zo kopen wij vaak Zwitsal in de aanbieding, via Bol.com. Ze zijn dan namelijk per stuk goedkoper, én we zijn aandeelhouder van zowel Unilever (Zwitsal) als Ahold-Delhaize (bol.com).

Luiers: kosten per maand

De kosten per maand zijn natuurlijk uiteenlopend. Met behulp van bovenstaande grafiek heb ik de doorgaans goedkoopste (Kruidvat) luiers vergeleken met de duurste (Pampers) en dit vermenigvuldigt met het aantal luiers per dag (indicatief) dat je gebruikt en het aantal dagen per maand (uitgaande van 30 dagen in een maand)

Waar het eerst om een centenkwestie lijkt te gaan, wordt het nu plotseling relevant. Je snapt dat wij hier vrij kien op zijn! Onze kosten per maand bedragen ongeveer 66 EUR. Zouden we uitsluitend Pampers gebruiken, dan komen we op 126 EUR per maand. 50 EUR verschil, of 600 EUR per jaar. Autsj!

Rente-op-rente: miljonairskinderen

Er wordt gezegd dat Einstein gezegd zou hebben dat “samengestelde rente het 8ste wereldwonder is”. Het lijkt buitengewoon onwaarschijnlijk dat hij dit gezegd zou hebben, want het is simpelweg een exponentiële mathematische functie die net zo wonderbaarlijk is als enig ander mathematisch fenomeen.

Maar dat neemt niet weg dat het bijzonder interessant is. In Huize Geldsnor hebben wij 3 kinderen, en we hebben natuurlijk financiële afspraken voor hen / met hen (maar dat weten ze nog niet, daar zijn ze te jong voor). Zo zijn wij voornemens om voor de kinderen hun studie te betalen. Middels een studiebeurs-principe: zij lenen het geld van ons en bij afstuderen krijgen ze dit als gift.

Ook voor bijbaantjes en dergelijke hebben wij afgesproken dat ze 1/3e deel vrij mogen besteden, 1/3 moeten sparen en 1/3 moeten beleggen. Dit maakt ze hopelijk vroeg wegwijs met geld. Voorschieten van dingen doen we niet: je spaart er voor en koopt het dan. Je gaat geen lening (voorschieten = lening!) aan, ook niet bij je ouders (behalve dus voor de studie).

Maar we beleggen en sparen ook, tot hun 18e. Ieder maand 10 EUR. Dit houdt in dat als ze 18 zijn er 2160 EUR gespaard is. De minimale rente laat ik even buiten beschouwing. Eventueel spaargeld van bijbaantjes en dergelijke komt daar uiteraard nog bij.
Maar we beleggen ook voor ze. Iedere maand 15 EUR. Dat lijkt niet veel. Dat is zelfs niet veel. Maar ik heb onlangs de grafiek eens doorgetrokken tot hun 65e. Dit is uiteraard een excel-sheet, waar ik waardes kan veranderen. De impact van het rendement is enorm, maar het sheet werkt met 10%. Vrij fors, maar wel het gemiddelde sinds 1926 (zonder rekening te houden met kosten en vermogensbelasting overigens).

En wat blijkt? Ze zijn goed op weg om miljonair te worden tegen de tijd dat ze 65 zijn. En dat met 18 jaar lang inleg van 15 EUR per maand:

Maandelijks rendement op de secundaire Y-as, vermogen op primaire Y-as.

Neem nu mijn oudste dochter: op haar 18e zal de maandelijkse inleg groeien met 79 EUR. Vanaf dat moment is zij natuurlijk de baas over dit geld. En ik hoop dat onze opvoeding ze er dan van weerhoudt om het meteen op te maken: de waarde is namelijk “slechts” 9625 EUR op dat moment. Tegen de tijd dat ze 25 is, is de waarde opgelopen tot bijna 20.000 EUR en het maandelijks rendement 159 EUR.

Flashforward naar haar 40e: op dat moment is de waarde reeds 86.000 EUR en het maandelijks rendement een toch aanzienlijke 711 EUR. Vanaf haar 45e overstijgt het maandelijks rendement reeds de (bruto) AOW uitkering (van 2021).

Op deze manier (mits ze er van afblijven) kan onze bescheiden bijdrage nu een behoorlijke bijdrage leveren aan een financieel onafhankelijke toekomst op jonge leeftijd. Dit geeft ze hopelijk meer vrijheid om hun dromen na te jagen, te genieten van het leven en keuzes te maken waar ze gelukkig van worden. Het idee dat ze later geld achter de hand hebben om te voorzien in basisbehoeftes, lijkt mij heel bevrijdend. Zal het rendement werkelijk 10% zijn? Geen idee. Sommige jaren meer, sommige jaren minder. Maar ze zullen ook zelf geld inleggen op het moment dat er bijbaantjes gaan komen. En ik ga ze leren rekenen…

In ieder geval vond ik het een leuke berekening zo op de vroege donderdagochtend.

Groot gezin draaiende houden: efficiency is the name of the game!

Tropenjaren. Zo worden de jaren met jonge kinderen wel eens genoemd, als verwijzing naar de oude regeling in militaire dienst dat jaren in de tropen dubbel tellen tav. je pensioen. Sinds een aantal weken ben ik vader van 3 kinderen en ik kan me er alles bij voorstellen. Onze kinderen zijn 5, 2 en 5 weken. Intensief, dat is het. Heel intensief. Maar niet zwaar: alles gaat goed, we hebben weinig zorgen en zijn relatief veel thuis. Mijn vrouw dankzij zwangerschapsverlof en ik dankzij corona.

Maar het is nogal een planning, die niet altijd voorspelbaar is. Meestal wordt onze jongste dochter wakker tussen 6 en 7 en krijgt dan borstvoeding. 1 man down (of eigenlijk woman, uiteraard). Lieftallige Echtgenote zorgt voor haar. Ik haal de kinderen uit bed en help ze aankleden. Meestal is het dan rond half acht. Zoon moet naar school, dochter 2 dagen naar de kinderopvang en 1 dag naar opa en oma. De andere dagen is ze thuis. Om 8:22 de deur uit om op tijd bij school te zijn, teruglopen en dochter naar kinderopvang. Dan werken en later koken. Jongste dochter meldt zich op onregelmatige tijdstippen.

Vanaf deze zaterdag komt daar zwemles (gelukkig!) weer bij, maar we zijn ook nog bezig met een verbouwing die ik zelf uitvoer. En gezien de zwemles in de ochtend is en oudste dochter nog slaapt na de lunch, komt er van klussen niet veel.

Efficiency dus!

Noodgedwongen pakken we de dingen zo slim mogelijk aan, ook met het oog op de nabije toekomst waarbij mijn vrouw weer 3 dagen zal werken op 80km afstand van onze woning. Dit betekent concreet het volgende:

  1. Zorgen dat alle spullen voor het ontbijt de avond tevoren klaar staan
  2. Rugzakjes klaarzetten met daarin de nodige spullen
  3. Checken of er nog brood uit de vriezer moet en de broodbakjes ed. schoon zijn
  4. Als er in de ochtend of begin van de middag tijd is, vast koken wat er gekookt kan worden. Je weet nooit of je er in de middag aan toekomt.
  5. Vooruit-koken: we koken vrijwel altijd voor 2 dagen. Dit wordt steeds moeilijker met het groter worden van het gezin, want ze eten nogal wat…
  6. Boodschappen worden besteld: elke dinsdag komt het wagentje van AH onze wekelijkse boodschappen brengen.
  7. Luiers worden besteld, maar meestal twee-maandelijks (als er aanbiedingen zijn, vooral!)
  8. Op vrijdagochtend brood halen bij de bakker in het dorp, wat elke week voor ons klaar ligt.
  9. Zaterdagochtend naar de boerenwinkel, vóór de zwemles.
  10. Honden aan het eind van de middag uitlaten als er tijd is. Anders moeten ze wachten tot de kinderen in bed liggen. Idem in de ochtend: ik laat ze uit terwijl de kinderen zich aankleden.
  11. Dochter is rustig en kinderen liggen in bed? Check! Snor kan gaan sporten in de schuur. App maar als je me nodig hebt!

Bovenstaande is een flink contrast met “vroeger”. Toen kwamen we thuis van het werk en bedachten we wat we zouden gaan eten. Soms nog langs de supermarkt om de nodige spullen te halen. Samen koken, maar ook samen de honden uitlaten. Regelmatig aten we pas rond 19 uur of zelfs 19:30. Maakte niets uit: er waren geen kinderen, geen bedtijden. Geen verplichtingen. Sporten kon altijd, geen noodzaak tot planning. Nog een klusje in huis? Geen probleem om tot 23 uur door te klussen (of later). Niemand wordt er wakker van (wonen immers vrijstaand).

Met de jaren zal er iets meer flexibiliteit in ons gezinsschema komen omdat de kinderen meer zelf kunnen. Maar ook meer afspraken: sporten van de kinderen, meer zwemles, afspreken met vriendjes, etc. Het hebben van kinderen is intensief, maar ook intens. Intens gelukkig, intens veel liefde en een intens gevoel van verantwoordelijkheid. De wereld draait met name om hun. De positie van mijn Lieftallige Echtgenote is teruggevallen naar nummer 4. Ondanks dat mijn liefde voor haar alleen maar gegroeid is.

De Eetbare Tuin

Huize Geldsnor is omgeven door een vrij ruime tuin. De vorige bewoners hadden niet zo heel veel planten er in staan, voornamelijk een verwaarloosd gazon. Verwaarloosde gazonnen bestaan echter uit gezond gras, dus afgezien van zeer regelmatig maaien en een keertje bemesten hebben we daar niets aan gedaan.

Maar we hebben wel een hoop planten toegevoegd, waaronder eetbare planten. Dit dient meerdere doelen. In de eerste plaats is het educatief. We hebben 3 kinderen en ik vind het heel belangrijk dat zij weten waar eten vandaan komt. Dat is dus niet uit een supermarkt, maar indien mogelijk direct vanuit de tuin en van de boerderijwinkel. Gelukkig wonen we op het platteland (en dat is een zeer bewuste keuze).

Ten tweede is het goed voor de dieren in de tuin: bijen, vlinders, hommels, allerhande andere insecten. Daarmee ook vogels (want die houden vaak van insecten), roofvogels (want een sperwer lust wel een vogeltje) en zaadetende vogels. Het is dan ook de hoop dat met het groter worden van de planten dit goed toeneemt. Nu wonen wij hier pas 1,5 jaar en is de aanplant dus nog vrij “vers”.

Het derde doel is simpelweg om er van te eten. Deze blogpost bestaat uit 2 delen (deel 2 komt nog): welke planten staan er in de tuin (en wat kostte dat) (deel 1) en wat levert het op aan eten: aantal caloriën per jaar & euro’s(deel 2).

De planten in de tuin

We hebben vaste planten en zaadjes voor in de moestuin. De vaste planten heb ik dankzij de lockdown online gekocht. Sommige planten zoals de olijfbomen, vijg en kruiden hadden we al en hebben we meeverhuisd vanuit de vorige tuin/woning. Ik heb ook nog 1 mango & 2 sinaasappelboompjes, maar die gaan nooit vruchten opleveren. De olijven wel, al rijpen ze nog niet goed door. Maar omdat er vruchtjes aan komen is het toch educatief.

PlantAantalKostenTotaal
Kiwi26,3112,62
Blauwe bes26,613,2
Framboos 116,956,95
Framboos 216,256,25
Druif19,959,95
Elstar, halfstam119,7519,75
Summerred, halfstam129,6629,66
Salie200
Tijm100
Rozemarijn100
Vijg100
Olijfboom500

Ook hebben we een aantal moestuinplantjes, te weten: komkommer, courgette, paprika, tomaten, sperziebonen, boerenkool, spitskool, bloemkool en prei. We hebben dit zo uitgezaaid (dus een deel nog niet gezaaid) dat er een zo lang mogelijke oogstperiode is. Vooral richting het najaar en de winter: boerenkool en prei kunnen immers lang op het land blijven staan. Spitskool en bloemkool zijn wat lastiger te laten staan en we zullen dus vrij veel kool eten in het najaar :-). Al die zaadjes bij elkaar kostten 16 EUR.

Achter in de tuin hebben we een stukje wat wij “de oven” noemen: open naar het zuiden, maar omsloten door muren op het noorden, oosten en westen. Een tamelijk warm plekje in de tuin dus. Dit was een rommelhoekje, maar inmiddels is het een mooi stukje moestuin geworden. Ik ben benieuwd naar de oogst verderop in dit jaar!