Geldsnor heeft subsidie aangevraagd

Je leest het goed: ik heb subsidie aangevraagd! Waarvoor precies, hoor ik je denken dwars door het glasvezel heen. Nou, dat zal ik eens uit de doeken doen.

Het afkoppelen van de hemelwaterafvoer op het riool, om exact te zijn. Van zowel de woning als de vrijstaande garage. Het tuinhuis ontwaterde reeds op de wadi. Maar daar kan meer water bij.

Daarmee hoop ik mijn steentje bij te dragen aan de grondwaterstand. Onze daken zijn (horizontaal gemeten) 80 en 34 vierkante meter. Samen dus 114 vierkante meter. In mijn regio valt 800 mm neerslag per jaar en een eenvoudige rekensom zegt dat dit daarmee ongeveer 80.000 liter water extra oplevert in de bodem.

Aan de zuidzijde komt dit in de bestaande wadi terecht. Aan de noordzijde moet ik nog even puzzelen. De garage zal het water in de moestuin storten.

Los van de grondwaterstand maakt het ons ook minder gevoelig voor stortbuien. De totale subsidie is 800 euro.

Wat kostte de vakantie – en wat was de uitstoot(2022)

Geldsnor is op vakantie geweest in de zomer. Láng op vakantie geweest, in de zomer. Maar liefst 4 weken. Heerlijk, maar eerlijk gezegd waren we ook blij toen het weer over was.
Geldsnor is het type dat het liefst ontberingen lijdt – althans, want anderen als ontberingen zien. Als ik dat zelf zo zou zien, zijn het geen ontberingen. Slapen in een tent, op een luchtbedje en al mijn zutzooi meenemen in een rugzak, die je eerst op een fietskarretje achter je aan had. Dát is voor mij vakantie.

Helaas stuit dit op een bizar lage WAF. En moeten er concessies gedaan worden. De jongste is inmiddels 18 maanden oud en de oudste zo goed als 7. Vorig jaar zijn we nog gedeeltelijk in een vakantiehuisje geweest, en gedeeltelijk met de caravan. Deze zomer zijn we volledig met de caravan geweest, alle weken lang.

Maar wat kostte het nu eigenlijk?

Eerder had ik al bericht over de verwachtte kosten voor de vakanties dit jaar. Dit liep op tot ruim 5600 EUR. De grootste posten waren in de verwachting brandstof (1100 EUR), campings (1400 EUR), hondenpension (1560 EUR) en “leuke dingen doen” (1200 EUR).

Nu hadden we al wat “meevallers“. De campings waren iets goedkoper, en 1 hond was al overleden. Dat is geen meevaller uiteraard, maar scheelde wel de helft aan pensionkosten. Er bleef nog 780 EUR aan verwachtte kosten over.

De realiteit is volstrekt anders geworden. Voordat we in de details duiken, even een herinnering aan onze gezinsopbouw en vakantie: caravan, eigen auto. 3 kinderen, 2 volwassen. De kosten voor eten, drinken, horeca, brandstof, hondenpension en uiteraard de camping vallen allemaal onder “vakantie”.

De totale kosten zijn “slechts” 4123 EUR geweest. Veel geld? Ontegenzeggelijk veel geld. Maar wel voor 4 weken!
De kosten in de supermarkt waren 538 EUR, de campings kostten 1208 EUR. Ongeveer 300 EUR per week dus, bijna 43 EUR per nacht. De brandstofkosten? 586 EUR voor 3.300km, bijna 18ct per km. 288,66 liter hebben we verbruikt…Ofwel 1:11.5, wat me als verbruik niet echt tegenvalt met een grote caravan achter de auto en beperkte oplaadmogelijkheden.

CO2-uitstoot van de vakantie

Eerder dit jaar heb ik een blogpost gemaakt die het een en ander aan stof deed opwaaien. Namelijk de CO2-uitstoot van vakanties en of vliegen dan beter of slechter is. Uiteraard hangt dit af van de uitgangssituatie en waar die mee vergeleken wordt.

Maar onze CO2-uitstoot is vrij eenvoudig te berekenen: we hebben met 288,66 liter brandstof onze vakantie gevierd. Dat is ~870kg CO2.
Ook hebben we een kleine 4kg butaangas verbruikt, wat een kleine 12kg CO2 oplevert.
Anderzijds is het elektriciteitsverbruik op de camping te verwaarlozen. Zelfs met de beste wil ter wereld kwam ik niet boven de 0.3kwh per dag uit, 9kwh voor een maand.
Maar de eerlijke rekensom is ook dat we natuurlijk thuis niets hebben verbruikt, wat we anders wel hadden gedaan. In die periode hebben we 1275kWh netto teruggeleverd. Een “normale” teruglevering en een vergelijkbaar zonnige periode is ongeveer 350kWh. Het verschil is dus 925kWh. Tegen de gemiddelde CO2-intensiteit van “de grid” is dit goed voor ongeveer 277kg CO2-compensatie.

In totaal heeft onze vakantie dus ongeveer 600kg extra CO2 opgeleverd.

Volgend jaar

Volgend jaar is het voornemen om minder ver en minder lang op vakantie te gaan. Maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik nog geen idee heb. Er komen hele spannende tijden aan, waar ook de energierekening van Huize Geldsnor zal exploderen. Dit is een verschil van misschien wel 4000 EUR op jaarbasis – precies de vakantiekosten. Natuurlijk houden we iedere maand geld over – maar het zijn onzekere tijden en de hand gaat vér op de knip. Het enige waar we nog geld aan uitgeven zijn de noodzakelijkheden en het vervangen van een aantal lampen waar nu nog geen LED in zit maar die wel veel aan zijn.

Geldsnor is treurig

Afgelopen weken zijn we op vakantie geweest. Niet in Oekiewoekiestan, maar in Frankrijk. Het was een fijne vakantie, en het was weer klaar.

Ik ben de hond op gaan halen uit het hondenpension. Niet de beste ervaring. Ons “vaste” pension had geen plaats meer, en dus hebben we in de meivakantie al een proefsessie gehad bij een nieuw pension, en nu in de zomervakantie een langer verblijf.
Samen met mijn dochten ging ik hem ophalen. Een vriendelijk goedemorgen, het boekje er bij en uiteindelijk kwam er iemand (na 10 minuten) om d’n hond op te halen uit het verblijf. Het duurde en het duurde maar, dat ophalen. Uiteindelijk moest de jongen terugkomen, toegeven dat hij niet wist welke hond het precies betrof en dat hij chipnummers uit moest gaan lezen (en dus het chipnummer uit het boekje moest hebben).

Enfin, uiteindelijk kregen we Hond terug. Vrolijk, verder goed verzorgd en dus erg blij om ons te zien. Bij het in de auto tillen (hij is stokoud) viel me echter op dat hij een hotspot had. Dat is een soort wondje, wat honden wel vaker hebben bij warm weer. Ik had graag gezien dat ze mij er over gebeld hadden. Maar dat hebben ze niet gedaan.

Uiteindelijk is het een geluk bij een ongeluk geweest. Bij het controleren van de hotspot (of deze goed aan het genezen was), gaf hij aan dat hij pijn had. Een zachte piep bij het aanraken.
’s Avonds laat lag hij aan mijn voeten (fijn bij 30C!), en zag ik een beetje bloed uit zijn bek lopen. Het was niet de hotspot. Zijn gezwel, waar hij in mei al aan geopereerd was, is terug.

Zaterdag zijn we naar de dierenarts geweest. Inoperabel, de hele kaak zat vol en het zou zo teruggroeien. Gezien het feit dat hij de vorige keer ook 2 dagen nodig heeft gehad om uit de narcose wakker te worden, leek het ons sowieso niet het beste om hem te opereren. Wat doe je een hond van 13 dan nog aan?
Hij heeft pijnstillers gekregen, zodat hij wel kan eten. Tabletjes. Dat is altijd al een enorme worsteling geweest. Hij is mondacrobaat, krijgt alles er uit (en in) wat hij wel of niet wil. Het is dus zaak zijn mond open te maken, en het pilletje ver genoeg achter zijn tong te krijgen. Dan is er geen andere mogelijkheid voor hem dan het door te slikken.

Na 13 jaar ben ik hier een meester in, om dit zo rustig mogelijk en met zo weinig mogelijk stress voor hem te doen. Kun je je voorstellen dat het niet prettig is voor een hond om je bek open te moeten doen, als je een gezwel op je kaak hebt?

Gister heeft hij mij gebeten bij het open maken van de bek. Uit een reflex, niet uit agressie. Het deed wel pijn en gelukkig waren het zijn keizen en niet de snijtanden. Hij stopte direct – maar het betekende wel einde aan de pijnstilling. Het middel is erger dan de kwaal. Maar het heeft een belangrijke implicatie: pijn.

Vanochtend gaf ik hem eten. Hij nam 2 happen en liep weg. Dat is uitzonderlijk. Uiteindelijk heeft hij de bak nog wel leeggegeten. Maar het einde is er. Dit kunnen we niet over het weekend heentillen om “te kijken hoe het gaat”. Er is geen perspectief en dierenartsen zijn in het weekend een stuk lastiger te bereiken dan mensenartsen, is onze ervaring.

Morgenmiddag wordt hij ingeslapen, na een lang en actief leven.

Ik zal je missen.

De Deugdmensch: vliegen of met de caravan

In een reactie op een eerder bericht had iemand het over “deugdmenschen”. Een in mijn ogen vreselijke term, doorgaans gebezigd aan de wappie-kant van het spectrum en nog net binnen mijn tolerantiegrens van mijn absolute en totale censuur. Ik ga er vanuit dat ieder mens probeert te deugen. Hooguit hebben mensen een ander idee van deugen dan de volgende persoon.

Anyway, terug naar het topic: vliegen of met de caravan. Iemand gaf immers aan dat “die deugdmenschen die vliegen zo haten nu allemaal met de hipster-caravan op vakantie gaan”. En dat dit wel eens vervuilender kon zijn dan het vliegen. Volstrekt niet gelezen dat het betreffende bericht ging over de korte afstanden waar prima alternatieven voor zijn, juist zodat “normale” vakantievluchten doorgang kunnen vinden.

Wat is beter: vliegen of met de caravan?

Voorop gesteld: niet gaan is altijd de milieuvriendelijker keuze. En dichterbij gaan is de volgende goede keuze. Alles daarna hangt af van de aannames die je doet.

In de betreffende reactie werd gesproken over een vlucht met 200 passagiers. Dit betekent automatisch een Airbus A321 (of Boeing-equivalent). De A320 is te klein (max. 180 passagiers).
Vervolgens hangt het af van de mix van passagiers. Ik heb hiervoor 2 berekeningen gemaakt:

Berekening 1: 80 koppeltjes & 10 gezinnen

In de eerste berekening ga ik uit van 80 koppeltjes (dus 160 personen) en 10 gezinnen met 2 kinderen (40 personen). De som is uiteraard 200. Zij vliegen naar Nice.
Deze wonen gemiddeld in Utrecht, 56km van Schiphol. Die afstand leggen zij af met de auto, heen en terug dus 112km. De auto verbruikt 5.8 L per 100km. In totaal betekent dit 90 ritten van 112 km, ofwel 10.080km en dus 584,64 liter benzine. Met een emissiefactor van E10 van 2.784 kg/ltr, kom je op 1627kg CO2.

De vlucht zelf is in rechte lijn 978km. Inclusief wat bochten voor het landen en opstijgen ligt dit ruim over de 1000km. Er wordt ook getaxiet. In totaal verbruikt de vlucht enkele reis conservatief geschat ongeveer 5000 liter kerosine. Je moet ook terug, dus in totaal ben je 10.000 liter kwijt. De emissiefactor is 3,16 dus in totaal 31.600 kg.

Na aankomst moet je nog ergens heen, er vanuitgaande dat de gemiddelde bestemming niet het vliegveld van Nice is. Ik ben daar een paar keer geweest en het vliegveld van Nice is niet nice als vakantiebestemming.
Gemiddeld zal men 20km van het vliegveld afzitten, in deze berekening. Met 90 ritten is dit retour 3600km en dus 209kg CO2.
De totale som is nu 33.436kg CO2, ofwel 167kg per persoon.

Nu met de auto met caravan. Ik ga uit van een gemiddeld brandstofverbruik van 9 liter op 100km. De afstand is 1340km van Utrecht naar Nice via de péage.
Met 90 ritten betekent dit in totaal 241.200km waarvoor je 21708 liter benzine nodig hebt. Maal 2,784 kom je op 60435kg CO2.

Met andere woorden: obv. deze aannames is het milieutechnisch gezien voordeliger om te vliegen dan met de caravan te gaan.

Berekening 2: 20 koppeltjes en 40 gezinnen

Al het voorgaande is gelijk qua afstanden en emissiefactoren. Echter, we veranderen nu de berekening naar 20 koppeltjes en 40 gezinnen. Nog steeds 200 personen, maar minder ritten. Gezinnen zijn nu eenmaal (per capita) minder energie-intensief.
De afstanden en emissies om op het vliegveld te komen bedragen nu 6720km en 1085kg CO2.
De vlucht zelf is niet veranderd. De ritten vanaf het vliegveld naar de eindbestemming wel: dat zijn er 60 ipv 90 en dus is het nog maar 2400km en 139kg CO2.
Het totaal is nu 32.824kg.

Er zijn in de vergelijking natuurlijk ook minder ritten met de caravan nodig: 160.800 km, met 14472 liter.
Totale emissie: 40.290kg.

Het is dus beter om te vliegen dan te rijden?

Los van de lokale geluidsoverlast is het CO2-technisch beter om te vliegen dan te rijden, blijkt uit bovenstaande berekening. Maar hier gaat wel het een en ander mank. De gemiddelde Nederlander rijdt eerder naar de Provence of Drome dan naar de Cote d’Azur zélf. Als de rit nog “maar” 1100km is ipv. 1340, dan is het reeds gelijk aan vliegen naar de Cote d’Azur.
Vervolgens is het verblijven in een caravan (laat staan een tent) aanzienlijk minder energie-intensief dan in een (doorgaans ge-airco’t) appartement aan het strand.

Ook zal niet iedereen die nu in het vliegtuig zit de keuze hebben gemaakt voor een rit met hipster-caravan. Een aantal zal met een tent gaan. En dat scheelt al de helft aan brandstof verbruik. Als slechts 5 koppeltjes met een tent gaan ipv. een caravan, dan scheelt dit reeds 3.3% aan volledige emissie.

Met een mix van mensen die gemiddeld 1100km van Utrecht afzitten waarvan een enkeling met een tent gaat (al dan niet gehuurd op een Glamping), is het reeds 2% gunstiger dan het vliegtuig.

Zodra je verder weg gaat (Spanje, Kroatië, Griekenland), dan “wint” het vliegtuig heel snel.

Overigens reken ik overal met CO2 emissies omdat NOx niet te volgen is. Vooral niet van de luchtvaart, die vrijwel overal buitengehouden wordt.
Ik heb zelf geen hekel aan vliegen. Sterker nog, de kans is groot dat mijn Frequent Flyer status hoger is dan die van jou. Maar voor de korte afstand zijn er legio alternatieven voor de zakenreiziger en weekendjes-weg, waarbij je de “hardwerkende Nederlander” niet hoeft te laten lijden onder ons, de “Deugdmenschen”.

Vogelrijkdom

Zoals de vaste lezers wel weten, ben ik nogal een natuurnerd. Ik hou er van: veel verschillende planten, eten uit de eigen tuin en veel verschillend leven in de tuin.

Enkele jaren geleden kochten we dit huis en het was eigenlijk een soort van dorre woestijn. Er stond één grote boom, kaalgevreten buxus en een gazon. Dat was de plantenrijkdom hier in de tuin. In de eerste maanden zagen we dan ook niet veel beestjes: er was weinig interessants te vinden.

Al snel hebben we de tuin een beetje aangepakt. Het was namelijk nog zomer, en we wilden vast iets aan planten hebben voordat we de herst in gingen. Grote borders zijn gemaakt, de dode heggen zijn weggehaald en we hebben veel planten uit de oude tuin meegenomen.

Inmiddels groeit er (enorme) rozemarijn, tijm, salie, acanthus, hortensia’s, vuurpijlen, bieslook, look-zonder-look, hibiscus, rododendrons, vlinderstruiken, skimea, olijfbomen, druiven, frambozen, kiwi’s, aardbeien, judasbomen, dropplant, meisjesogen en nog veel en veel meer.

Dit heeft een énorm effect. Onze tuin staat volop in het leven. Egels, padden, verschillende soorten hommels en bijen, vleermuizen en natuurlijk vogels.

En ik ben dol op vogels. Het begon met wat koolmeesjes en musjes, later een mereltje.
Inmiddels hebben we heel veel regelmatige gasten: kauwtjes, eksters, houtduif, tortelduif, koolmees, pimpelmees, Grote Bonte Specht, sperwer (ok, niet regelmatig), merels, huismus, heggenmus, roodborstje en sinds dit jaar ook groenlingen en witte kwikstaart. En ook mijn favoriete vogel: de Gaai.
15 soorten dus, die elkaar soms fel bevechten. De kauwtjes en eksters houden elkaar vaak bezig, en soms zijn ze allemaal opeens weg door een langsvliegende sperwer. Ook vliegen er vrijwel dagelijks ooievaars over ons huis en horen we regelmatig de roep van buizerds. Fantastisch!

De tuin wordt dan ook steeds vogelvriendelijker. De struiken worden groter en de ondergroei wilder. Dat wil zeggen: de borders worden volgestrooid met blad, waar veel insecten in zitten. En dat levert weer veel voedsel op. Ik denk dat de vogels onze tuin ook prettig vinden: er is hier geen kat te bekennen. De hond is vaak buiten en geeft niets om vogeltjes. Maar doet nog net zijn ogen open voor een kat. En ook de achterburen hebben een hond. En dus geen katten in de tuin.

Waarom ik vogels zo leuk vind? Geen idee. Gister zag ik 2 kwikstaartjes met elkaar bakkeleien. Het is fascinerend. Vogels eten enorme hoeveelheden insecten op, en voorkomen daarmee plaagdieren. Maar ook eten ze veel onkruidzaadjes. De musjes gaan vaak in het zand liggen en nemen een “zandbad”. Schattig!

Wat heb jij hier aan? He-le-maal niets. Sorry!

Klushuis-koopgids: kijk er doorheen!

De guilty pleasures hier zijn weer volop “aan”: ‘kopen zonder kijken’ én ‘voor hetzelfde geld’ zijn weer op tv. Ideaal voor de Geldsnor om zich te verwonderen over de wondere wereld van de mensen die meedoen.

Gemene deler bij alle Kopen zonder Kijken-deelnemers: ze hebben allemaal 2 linkerhanden. Daar word ik altijd een beetje allergisch van, want in mijn optiek is dat een keuze. Als je nooit een hamer oppakt zul je niet leren timmeren. Als je elektriciteit spannend vind, dan is een stopcontact plaatsen al een heel karwei en als je zelfs laminaat leggen al verbouwen vind. Tsja, dan wordt het lastig.

Bij “voor hetzelfde geld” is het net iets anders: hier zitten mensen tussen die doorgaans in de grote stad wonen en buiten de stad gaan wonen. Meestal met een volledig waanzinnig wereldbeeld: zo kun je een vrachtwagenchauffeur hebben uit Almere, die met zijn vriendin gaat kijken naar een woning in Groningen, Friesland en Drenthe. En vasthoudt aan per se in Almere willen blijven werken. Lieve mensen, uit ervaring kan ik je vertellen: het is niet te doen om elke dag 4 uur in de auto te zitten voor woon-werkverkeer. Nog los van de kosten. Met 260km per dag kost je dit ongeveer 15.000 EUR per jaar. Dat is méér dan je hypotheek op een huis van 4 ton, waar nog alles aan gedaan moet worden.

Maar goed. Ik kijk dus altijd met verbazing, en daarom is het zo leuk. Wat valt mij op, als doorgewinterd klusser? Dat dus de meeste mensen linkerhanden hebben (en rechtshandig zijn). En dat ze daardoor volledig de weg kwijt raken door hoe een huis er uitziet.

Daarom heb ik wat dingen op een rij gezet waar je naar moet kijken als je een huis koopt en niet van moet schrikken. En een categorie met dingen waar je wél goed naar moet kijken maar dan weer nauwelijks opvalt.

Waar moet je doorheen kijken?

Meestal zijn het cosmetische dingen. Waarom moet je hier doorheen kijken? Omdat hier de uren niet in gaan zitten. Slopen van dingen is eenvoudig, maar ook het aanbrengen van wandjes is tamelijk eenvoudig met de hulp van youtube filmpjes. Zo heb je voor een gipsplafondje, een scheidingswandje of een Ytong-bouwwerkje echt geen externe hulp nodig. Het wordt anders als er sprake is van veiligheidssituaties. Zo werk ik nóóit aan gasleidingen, en ook niet aan elektriciteit in de meterkast. Alles buiten de meterkast wél. Maar dat komt in het volgende hoofdstuk.

Schrootjes, om daar maar eens mee te beginnen. Het is, laten we zeggen, smaakgevoelig. Maar er gaan echt nauwelijks kosten in zitten. Het verwijderen van de schrootjes kost je een halve dag en je hebt niet meer nodig dan een koevoet en een klauwhamer. Rechterhanden heb je er niet voor nodig, hooguit een stofbril en werkhandschoenen. En eventueel een bouwcontainer om het af te voeren.

Muren doorbreken. Nog zoiets. Mensen vinden dit vaak heel spannend. Dat kan het bij een dragende muur ook zijn. Laat bij een dragende muur een constructieberekening maken (als je dit niet zelf kunt). En bestel dan je draagbalk. Knappe balk die méér dan een paar honderd euro kost. Het uitbreken van de muur kost je met een gehuurd apparaat een paar tientjes en de stempels om het plafond tijdelijk te ondersteunen een paar euro per dag.

Isoleren van het dak en vloer. Een vreselijk rotwerkje, maar het zijn vooral uren die je kwijt bent. Het materiaal is goedkoop, het werk op zichzelf relatief eenvoudig. Maar niet veel mensen vinden kruipruimtes of zolders prettige verblijfsplaatsen, en daarom zijn de tarieven vrij hoog. En daar kun jij dus makkelijk besparen.

CV-ketels. Nee, die ga je NIET zelf vervangen! Maar een nieuwe CV-ketel kost je minder dan 2000 EUR inclusief installatie. Dat is dus geen overweging bij het al dan niet kopen van een nieuw huis á 400.000 EUR. Hetzelfde geldt voor het aanleggen van vloerverwarming: het infrezen van vloerverwarming kost je misschien 3.000 EUR, inclusief de slangen en de pomp. Hoe kom ik hierbij? Enkele jaren geleden kostte het mij 2500 EUR, voor een oppervlakte van 90m2 (benedenverdieping). Kan ik dit zelf? Nope! Maar het is geen reden om je droomhuis te laten schieten!

Asbest. Voor veel mensen héél spannend, maar het is goed te (laten) verwijderen. Afhankelijk van waar het zit overigens. Maar meer dan een paar duizend EUR ben je meestal niet kwijt. En als je toch al het dak moest isoleren, valt het goed mee.

Stucwerk. Niet mooi, die gegranolde muren. Maar bekijk het holistisch: de kans is in een huis met ouder stucwerk bijna 100% dat je van alles gaat doen met je muren. Muren weghalen, tussenwanden plaatsen, elektra infrezen, nieuwe centraldozen etc: een stucadoor heb je toch nodig. Of het oude nu mooi is of niet, doet er totaal niet toe.

Keukens & badkamers : of die keuken nu 10 jaar oud is of 20 jaar oud of 30 jaar oud…Als het je smaak niet is, wil je het er uit hebben. Liever heb je zelfs een hele oude keuken, die je zonder “schuldgevoel” er uit kunt slopen. Anders val je in de valkuil dat je “de keuken/badkamer nog prima vindt” en dit later nog wel doet. En dan is het duurder, ingewikkelder en irritant omdat je er ook woont.

Waar moet je niet doorheen kijken?

Het eerste wat je doet als je een woning bekijkt is de meterkast bekijken. Ok? Onthouden? Yes! Wat is belangrijk? Je wilt een 3-fase aansluiting (3x 25A), 1 aardlekschakelaar per 4 verbruiksgroepen en geen keramische stoppen. Als je wel keramische stoppen hebt betekent dit dat je de gehele meterkast laat vervangen. Dat kun je niet zelf, dat wil je niet zelf en dat mag je niet zelf.

Vervolgens kijk je naar de gasmeter en de watermeter. Zijn deze recentelijk vernieuwd? Indien niet, dan is dit geen probleem. Maar vooral bij de watermeter even kijken of deze niet lekt (dat gebeurt wel eens aan de randen) en hoeveel capaciteit deze heeft. Om het zo te stellen: een regendouche heeft weinig zin in je badkamer als er niet voldoende waterdruk is! Niet direct een probleem, maar bij een eventuele aankoop wil je het weten voordat je de badkamer verbouwd en de regendouche selecteert.

Dan ga je kijken naar de elektra in het huis. Opbouw stopcontacten betekent véél werk, want ik acht de kans groot dat je het stopcontact ingebouwd wilt hebben. Bekijk ook of er al sprake is van randaarde: dat zijn die metalen pennetjes in het stopcontact. Die zorgen dat bij een lekstroom de aardlekschakelaar wordt geactiveerd. Da’s veilig: dan vliegt die hele groep (alle 4) er uit die beveiligd worden door deze aardlekschakelaar. Geen randaarde betekent héél véél extra werk. Want als je het huis opnieuw gaat opbouwen met alle moderne dingetjes, dan wil je gewoon een geaard stopcontact. Overal, altijd, zonder uitzondering.

In een huis zónder randaarde moet je eigenlijk meteen het volgende bedenken: alle plekken van stopcontacten zijn zinloos en dus flexibel. Je bent volledig vrij. Want je zult alles er uit (willen) halen en óveral nieuwe stopcontacten plaatsen. Hiervoor ga je frezen en hakken in de muren (dat kost weinig), en nieuwe PVC-buizen leggen waar dit noodzakelijk is. Dit kan op meer plekken zijn dan je denkt: de oude stopcontacten hadden immers één draad minder (want geen aarde), dus het is niet gezegd dat jij de 5 draden er doorheen getrokken krijgt, waar er eerst maar 4 liepen.

Iedereen die bovenstaande meteen begrijpt, hoefde dit al niet te lezen, want jij weet waarom er (soms) 5 draden in zitten, en niet 2 of 3. Voor iedereen die dit niet weet: vraag het in de comments ;-).

Zoals je ziet is bovenstaande heel veel werk. En heel veel werk waar je niet voor geleerd hoeft te hebben: gleuven frezen op de juiste inbouwhoogtes en gaten boren op de juiste plekken is geen specialistisch werk. Het trekken van het draad ook niet per se. Ik doe dat mééstal zelf, maar niet altijd. Sowieso is draden trekken een klusje voor 2 personen: lange draden die door buizen moeten met veel bochten vereist enorm veel kracht en je wilt de draad dus goed invoeren en duwen.

Wat je nodig hebt? Een buigveer (om de PVC-buizen te buigen in bochten), een low-friction pvc buis (geloof me: dit wíl je!) en low-friction draad. Met de juiste kleuren uiteraard. En natuurlijk lasdozen voor in de centraaldoos. Deze zet je er áltijd op, ook al is de draad niet aangesloten in de meterkast. En kleurtje bij kleurtje, dus je stopt geen blauwe en bruine draad in dezelfde lasdoos. Dit bespaard je simpelweg heel veel uren van de elektricien, die je wel laat komen om de aansluitingen in de meterkast te maken, en waarmee je vooraf overleg hebt gehad “welke-groep-waar-komt”. Dan weet hij/zij hoe deze het best over de 3 fasen verdeeld kan worden in de meterkast. Enfin, hier laat ik het bij, want het is geen klusforum.

Verder wil je nog kijken naar eventuele funderingsproblemen. Die zul je als leek (of zelfs als expert) niet altijd kunnen zien, maar scheuren in de muren zijn een duidelijk signaal. Dit zijn dure problemen om op te lossen en heel moeilijk in te schatten vooraf (qua kosten).

Idem dito voor vocht. Schimmel in de badkamer is niet zo’n probleem op het plafond. Kwestie van beter ventileren. Maar vochtig behang en muren duidt op andere problemen, zoals vochtdoorslag uit de muren of het dak.

Voorts kijk je naar de kozijnen en het glas. Is het glas ouder dan 20-25 jaar (productiedatum staat in de aluminiumrand tussen de 2 ruiten)…Dan is het aan vervanging toe. Laat je niets wijsmaken door een makelaar die aangeeft dat het nog uitstekend functioneert en dát het dubbelglas is.

Verder wil je weten hoe het in de verf staat, in diverse gradaties: net geverfd – poosje geleden geverfd – oud, met eerst scheurtjes/lijntjes – oud, met eerste rotte plekken – totaal verrot.
Alles vanaf het tweede niveau betekent dat je moet overwegen of het niet vervangen moet worden. In combinatie met enkel glas: altijd vervangen en direct voor triple-glas gaan. De meerkosten zijn relatief minimaal tov. HR++ glas, en anders ben je weer 20 jaar verder. Stelregel: één kozijn vervangen kost je ~2000 EUR. Dat is redelijk ongeacht de grootte, want het glas zelf kost vrijwel niets. Als stelregel is het heel aardig. Een voordeur kost je 2000-4000 EUR, een nieuw dakraam 1000 EUR of 3500 voor een studio-dakraam.

Het dak. Een nieuw pannendak is minder spannend dan de meeste mensen denken (denk aan 10.000 EUR of aanzienlijk minder als je het zelf kunt). Maar dat is wel afhankelijk van de staat. Rotte draagbalken maken het een specialistenklus. En ook zonder rotte draagbalken is het een karwei wat je liever overlaat aan ervaren mensen. Zij hebben valbescherming en werken 3-10x zo snel als jij, met meer zekerheid. Maar als het dak er tóch afmoet: isoleer het meteen volledig en goed. En bedenk dan dat je eventueel met de buren moet overleggen.

Brengt me meteen bij de buren: bedenk vooral goed of je daar naast wilt wonen. Moeilijk in te schatten en vooral een kwestie van smaak. Persoonlijk zou ik geen huis kopen naast iemand met een “sportieve auto” (herrie), een bordje “hier waakt X” of iemand met een Monuta-tuintje, Yarden-monument of Dela-sfeer. Bekijk ook goed je parkeermogelijkheden en bagataliseer dit niet. Als je een caravan hebt en deze niet kort bij huis kwijt wilt, dan is dat stomweg vervelend. Praat dit niet goed door “het is maar 1x per jaar” te roepen. Want je ergert je 2x per jaar het schompes (je komt ook terug, weet je wel?).

Nog iets: houdt rekening met je energierekening. Een duurder huis lijkt wellicht duurder, maar als dit beter geïsoleerd is (ook in “finale toestand”, een jaren ’30 woning zal nooit 2022-isolatie hebben) kan het toch goedkoper zijn. Houdt hierbij ook rekening met de ligging van het dak of de daken: alles van Oost naar west richting zuid is gunstig. Maar ook NW en NO zijn tegenwoordig prima. Zuiver noord is volstrekt ongeschikt voor zonnepanelen.

De beste tip, al zeg ik het zelf: bekijk het huis primair op de plattegrond, voordat je gaat bezichtigen. Bekijk hoe licht het is, en wat de ruimtes doen met dat licht gedurende de dag. Teken je meubels in, looppaden etc. Voelt dit goed en ruim genoeg? Ga dán pas bezichtigen, met bovenstaande in je hoofd.

Maar laat je niet afschrikken of overweldigen door cosmetische problemen of uitwassen. Die zeggen niets over het onderliggende geheel en wat je er aan moet doen. Een stucadoor heeft voor een paar duizend euro je hele huis prachtig gestuuct – maar het is niet meer dan make-up. Het licht de mooiste dingen uit, beschermd tegen interne elementen en verbloemt het lelijke. Dat kun je altijd nog doen – nadat je alle leidingen hebt ingefreesd en alles een plekje hebt gegeven.

Ow, en mag ik nog één tip geven? Hou op met die visgraat-vloeren en zwart-stalen kozijnen. Dat is een trend van de laatste jaren, maar zal later net zo gedateerd ogen als de huidige schrootjes, of zwart-met-appeltjes-groene badkamer.

Prijsverhogingen sigaretten: lager dan huidige inflatie

Het is 1 juni als ik dit typ. En vandaag (1 juni dus) is de dag dat aangekondigd wordt dat een pakje sigaretten in 2040 maar liefst 47 EUR moet gaan kosten. Dat lijkt een forse stijging: vandaag de dag kost een pakje sigaretten 8.20 EUR voor een standaardverpakking.

Een en ander heeft natuurlijk het doel om roken te ontmoedigen. Zo simpel werkt het natuurlijk niet: rokers zijn verslaafd en zullen gewoon sigaretten blijven kopen. Wellicht is het wel effectief voor de nieuwe generatie: het voorkomt dat jongeren er geld voor hebben. En tegelijkertijd maakt dit het wellicht tot statussymbool: kijk eens hoe rijk ík ben?! Ik kan roken!

Anyway: de prijsverhoging is helemaal niet zo schokkend. Als je vanaf nu de prijs ieder jaar met 10% verhoogd kom je uit op 45.59 EUR in 2040. Dat is lager dan de huidige inflatie met 10.2%.

In historisch perspectief valt het zeker mee: in 1985 kostte een pakje sigaretten 1.88 EUR (omgerekend uiteraard), in 1995 2.3 EUR. Dat was een gemiddelde stijging van 2 procent per jaar (met enkele jaren geen enkele stijging). Na 1995 bedroeg de prijsstijging gemiddeld 9 procent per jaar. In de jaren na 2000 (toen een pakje 3.21 EUR kostte) was de prijsstijging meer dan 11 procent per jaar.

Tussen 2005 en 2010 was de prijsstijging per jaar “slechts 3.7%”, gevolgd door tien jaar lang Rutte-beleid met slechts 1.8% stijging per jaar…Pas in 2020 is er een inhaalslag gemaakt: de prijs voor sigaretten steeg met 14% tot 8.20 EUR (en is in 2022 gelijk gebleven).

Als we vanaf het jaar 2000 de algemene inflatie hadden toegepast op sigaretten (excel geeft nu een cirkelredenering: sigaretten zijn uiteraard onderdeel van de algemene inflatie, maar kniesoor die daar op let)…Dan had een pakje sigaretten nu reeds 8.67 EUR gekost. Bijna 6% méér dan het huidige prijsniveau.

Als we de prijsstijgingen van het begin van de eeuw hadden genomen (de genoemde ruim 11%), dan had een pakje reeds 29 EUR gekost. Nouja, 28.95 om exact te zijn.

Moraal van het verhaal: een bedrag in de toekomst noemen LIJKT heel spectaculair maar is dat niet per se.

The Biggest Little Farm

Geldsnor is niet zo’n televisiekijker en als ik niet gratis een Netflix account zou delen (dwz., in ruil voor iets van ons), dan zou ik zéker niet Netflixen. Maar, dat hebben we dus wel.

En gister heb ik iets gekeken, waar mijn hart wel sneller van ging kloppen. The Biggest Little Farm. Het gaat over een stelletje wat vanuit LA besluit een boerderij te kopen, en hier biologisch te gaan boeren. Enorm inspirerend, moet ik toegeven. Zonder spoilers te geven: ze vinden een stuk dode grond (een oude boomgaard) en gaan hier met hard werken, veel moed en (te verwachten) tegenslagen aan de slag.

Voor alles wat ze doen, biedt de natuur uiteindelijk een oplossing. Ik vond het prachtig. Enorme droogte was vervelend, maar voor hen geen ramp. En toen de grote regenbuien kwamen (428mm neerslag in een paar dagen) spoelde bij alle buren de bovenlaag weg – maar dankzij hun keuzes niet en werd het water opgevangen.

Doet me denken aan de tegeltuintjes hier om mij heen (al valt het hier in de buurt mee, er zijn maar weinig mensen die een tuin van een paar honderd vierkante meter volledig betegelen). Het doet me ook denken aan ons eigen tuin. De vorige eigenaren hebben overal te pas en te onpas gif gebruikt. Wij doen dit pertinent niet, nergens, nooit, zonder uitzondering. En wat blijkt? Ook op kleine schaal werkt het.

De vogels zijn hier druk doende met het “opruimen” van allerlei insecten, regenwormen en rupsen. Ook de padden dragen hun steentje bij, samen met egels en spitsmuizen om de slakkenpopulatie onder controle te houden.

Een sperwer vliegt af en toe door de tuin, op zoek naar vogeltjes om te eten (wat ook wel eens lukt) en ’s avonds vliegen de vleermuisjes rond om het overschot aan muggen en motten op te eten.

Des te langer wij hier wonen, des te meer “natuur” wij krijgen op onze “postzegel”.
Goed, terug naar de grootste kleine boerderij: ze hebben meer dan 10 jaar gefilmd. En de transformatie is prachtig. Diepe bewondering, en heimelijke jaloezie, maakten zich van mij meester. Een kleine (grote) Netflix-tip dus!

Het Paasweekeinde

Het feestseizoen is weer begonnen. Nu begint dat hier in het zuiden natuurlijk eigenlijk al met carnaval. Of met kerst? Anyway: het is Pasen dit weekend. En daar hou ik wel van. Niet omdat ik ook maar íets heb met de Bijbel, of religie, of iets wat er op lijkt. Maar ik ben wel altijd naar een Protestants-Christelijke basisschool gegaan.

Zodoende heb ik heel veel (positieve) herinneringen aan het Paasfeest. Voor mij markeert Pasen het begin van de lente. De appelbomen bloeien, en zelfs de peer heeft nog wat bloesem die de vorst heeft overleefd! Alle andere dingen lopen ook uit en dankzij het aanstaande offerfeest zijn er ook overal lammetjes in de wei te vinden (wacht…Je dacht toch niet dat het lammetjes-seizoen met de lente te maken heeft? Let maar op hoeveel minder er zijn ná de Ramadan!).

Vandaag is zoonlief vrij, maar ik ben “gewoon” aan het werk. Vrouwlief is wel vrij (zoals altijd op vrijdag) en Oudste Dochter is wel naar de peuterspeelzaal. Morgen zwemles (hij gaat door voor “C”), en zondag naar mijn zus.

Mijn zus woont >200km verderop en heb ik afgelopen jaren vrijwel niet gezien. 400km op & neer is wel veel, maar gelukkig heb ik een auto van de zaak en kost het me niets. Da’s een voordeeltje van bijna 100 EUR. Best behoorlijk.
Vrouwlief en jongste dochter gaan niet mee: één van haar kinderen heeft Rode Hond. Of de vijfde/zesde/weet ik veel wat voor kinderziekte. Daar gaan we mijn dochter nu even niet aan blootstellen, want ik moet ook bijna op reis voor het werk. En dan zit ze alleen met de kinderen – en als we een beetje kunnen voorkomen dat er één ziek is, dan is dat wellicht verstandig…

Maandag lekker eten bij de schoonouders. Tenminste, dat hoop ik. Het lekkere, bedoel ik dan.

Ik wens U allen een Gezegend Pasen. Of een vrolijke Schrans-vierdaagse. Of veel plezier bij de Ikea.

Caravan staat weer voor de deur

Gister heb ik de caravan opgehaald bij de caravanstalling. Het is tenslotte weer voorjaar en we hopen er regelmatig gebruik van te kunnen maken. En dat is in ieder geval makkelijker als de caravan hier voor de deur staat.

Maar ook als we er niet mee weggaan is het fijn om ‘m hier te hebben. Vrouwlief wil de caravan “pimpen” met mooiere gordijntjes en kussen(hoezen) naaien. Ik ben zelf vooral aan het kijken naar mogelijkheden om elektrisch te verwarmen (ipv. op gas) en eventueel een zonnepaneel mee te kunnen nemen om een boordaccu te laden. Aan de andere kant heeft dit een zeer lage prioriteit: we gaan dit jaar vooral in de zomer op vakantie!

En ondanks het feit dat de zomervakantie ons naar de bergen brengt, hoop ik dat we geen verwarming nodig hebben. Het is dus vooral een theoretisch projectje. Wel moet de caravan een beurt hebben, over een paar weekjes.

Het fijnste aan de caravan op de oprit zijn de geurtjes: zodra je de deur of de disselbak open doet, ruikt het naar vakantie. Heerlijk! Nog een paar maandjes, en dan gaat de Familie Snor een maand lang op vakantie!