Energiecrisis & de impact op koopkracht en de economie

Geldsnor!

Het kan een ieder niet ontgaan zijn: we zitten in de diepste energiecrisis sinds de jaren ’70. Nu ben ik een stukje jonger dan dat, maar ik denk zelfs dat we in de diepste energiecrisis zitten sinds de Middeleeuwen. Of ooit. Daar merken we allemaal iets van, en daar vinden we allemaal iets van. Daar ga ik het verder niet over hebben: het is uiterst complex, complexer dan politici en populistici je op Twitter willen laten geloven.

De belangrijkste oorzaak is de verslaving van onze maatschappij aan energieconsumptie. Die is, vanuit huidig economisch perspectief, onmisbaar en onze hele maatschappij is hierop ingesteld. Energie is altijd relatief goedkoop geweest.

Hoe goedkoop? Onze energierekening is 4x lager dan onze hypotheek – en daar zit de categorie “transport” voor ons bij in! Ik hou hierbij even géén rekening met teruglevering en saldering, anders is het defacto slechts 50 EUR per maand.

Maar nu gaan die prijzen onherroepelijk (en onherstelbaar) omhoog. En dat heeft zijn impact, en daar gaat deze blogpost verder over.

Economie 101: wat is de economie en hoe meten we de grootte

In deze blogpost gebruik ik een simpel model voor “economie”. De economie van Nederland is de optelsom van een aantal simpele posten: Consumentenbestedingen + Bedrijfsuitgaven + overheidsuitgaven + netto export.

Consumentenbestedingen zijn simpel: alles wat u en ik uitgeven in de winkels bij andere bedrijven. De bedrijven kopen hiervoor spullen en huren mensen in etcetera. En zo heb je de bedrijfsuitgaven.
De overheidsuitgaven zijn idem dito, maar let op: het betreft alleen overheidsbestedingen in het economisch verkeer. Uitbetalingen van toeslagen en dergelijke zijn géén overheidsbestedingen in het economische verkeer. Dit komt terecht bij consumenten, en ZIJ besteden dat geld. Het heeft dus wel een modererend effect (via de koopkracht). Omgekeerd geldt hetzelfde voor belastingen. Betaalde belasting voegt niets toe aan de grootte van de economie, maar heeft wel invloed op koopkracht.

De netto export is eigenlijk ook een eenvoudig begrip: als je meer uitvoert dan invoert in een land, dan vloeit er geld naar de rekening van Nederland. Als je meer importeert dan exporteert, dan vloeit er geld het land uit.

Simpele economie: een klein voorbeeldje

Nu nemen we het landje Oekiewoekiestan. Deze heeft een economie die we stellen op 100.
Deze wordt gevormd door:
Overheidsuitgaven: 10
Bedrijfsinvesteringen/uitgaven: 40
Consumentenbestedingen: 40
Netto-export: 10

De consumenten geven graag geld uit. En ze worden betaald. Jantje krijgt van Oekiewoekie Kabel, zijn werkgever, maandelijks 1000 EUR. Het leven is goed: hij spendeert alles, want van FIRE heeft hij nog nooit gehoord. Hij spendeert maandelijks 100 EUR bij de plaatstelijke bakker, die vervolgens zijn personeel betaald en spullen koopt. Op deze manier wordt de economische activiteit als het ware aangezwengeld.

De 100 EUR levert namelijk een enorme impact op in de economie: Jantje geeft 100 EUR uit, de bakker maakt wat winst (en geeft dit weer uit) en koopt andere spullen. Een veelvoud van die 100 EUR circuleert nu door die economie, ook omdat de bakker weer spulletjes koopt bij Oekiewoekie Kabel. En de cirkel is rond.

Oekiewoekie Kabel verkoopt ook producten aan het buitenland, en levert daarmee een bijdrage aan de export.

Stijgende prijzen: een probleem van koopkracht, maar niet van de economie

Nu gaat echter de energieprijs omhoog. De bakker vraagt 120 EUR voor het brood en niet langer 100. Jantje geeft 20 EUR meer uit, aan hetzelfde brood. Dit betekent automatisch dat Jantje 20 EUR elders NIET uit kan geven. Zijn economische bijdrage is 1000 gebleven. Wellicht geeft hij die 20 EUR wel uit, en teert hij in op spaargeld. De economische bijdrage is nu gegroeid naar 1020.
Hoesanna-stemming en euforie bij werkgevers, overheid en Statistiek-bureau’s: de economie is gegroeid! Er is méér geld uitgegeven, dús is de economie gegroeid. Ook zal de marge gestegen zijn van de bakker, en er zal méér BTW betaald zijn aan de overheid over de grotere uitgave.

Maar ondertussen schuilt er een gevaar. De activiteiten nemen nog niet snel af, maar ergens gaat de rek er uit. Misschien niet bij Jantje, maar bij Pietje. Ze worden wat nerveus en angstig over de stijgende prijzen. Ze gaan minder producten kopen. Dat leidt nog niet tot een economische vertraging zoals gemeten aan de hand van de economische omvang. Maar wel tot minder productie, want er wordt minder gekocht (in volume).

In eerste instantie zijn ook aandeelhouders blij. De prijsstijgingen leiden nog niet tot minder verkopen, en als het dit wel doet zijn in ieder geval de marges toegenomen. Tot je onder een break-evenpoint komt en winsten snel teruglopen. Vooral bij bedrijven met hoge “fixed costs” en grote toegevoegde waarde is dit een zeer scherpe lijn.

Onder de bevolking groeit onvrede. We betalen ons blauw, aan eerste levensbehoeften als huizen, voedsel en energie. Bedrijven maken veel winst, en de overheid heeft oplopende inkomsten. Dankzij personeelstekorten overal lopen de salarissen ook op; met als extra stok de stijgende prijzen.
Kleine voetnoot: inflatie komt door een “teveel” aan geld in een economie en is niet op te lossen met extra geld. Dit terzijde

Nu naar de energie-kant en export

Energie is een notoir prijs-inelastisch product. Dat wil zeggen dat de vraag naar energie nauwelijks beïnvloed wordt door de prijs die je er voor betaald. Men gaat niet langzamer rijden als de benzine 2.20 kost of 1.80. Een aantal ritjes wordt geschrapt, maar de hoofdmoot gaat door. Idem dito voor gas en elektriciteit. Ja, de vraag neemt af, maar slechts met enkele procenten bij een verdubbeling.

Vergelijk dit nu met Jantje. De bakker heeft zijn prijs verhoogd naar 120. Maar ondertussen is de energierekening van Jantje gestegen van 100 naar 300. Zijn “squeeze” is nu dus 220 EUR (namelijk 200 + 20 EUR). Dit is een VERGROTING van de economische activiteit, maar brengt ondertussen wel Jantje in de problemen. Want zijn 1000 EUR is niet gestegen.

Pakken we de economie van Oekiewoekistan er weer bij, die is gegroeid!
Overheidsuitgaven: 12 (+20%)
Bedrijfsuitgaven: 48 (+20%)
Consumentenuitgaven: 48,8 (+22%)
Export: 5
De grootte van de economie is nu 113,8. Een economische groei van 13,8% Wat hebben we het goed.

Maar wacht. Wat gaat hier mis? Is het je opgevallen? De export is gehalveerd.
Het grootste deel van de gestegen uitgaven betreft geld wat is onttrokken aan de economie. Maar die was toch gegroeid?
Niet echt. Oekiewoekiestan is een netto-importeur van energie. De gestegen prijzen worden weliswaar betaald door de consumenten aan Oekiewoekiestaanse bedrijven, maar zij kopen hun grondstoffen in het buitenland. De eurootjes van Jan belanden (na een “gezonde” afroming) in het buurland Wappiestan.

Echter, om dit te kunnen betalen hebben bedrijven en consumenten een beroep moeten doen op hun spaargeld. Als de situatie iets verder gaat, of de angst iets groter wordt, dan stopt men simpelweg met kopen. Grote uitgaven worden uitgesteld. Er heerst onzekerheid.

En weet je nog van het begin? Geld circuleert in een gesloten systeem. Het groeit niet, het krimpt niet. Het gaat van hand tot hand. Het vermenigvuldigt in zekere zin dóór deze circulatie. Maar als het stopt met vloeien, dan stopt het overal.

Als nu de consumentenbestedingen in Oekiewoekiestan krimpen, dan zijn er minder handjes nodig om de producten te maken. En met minder handjes om ze te maken, zijn er minder uitgaven aan personeelskosten. Waardoor minder mensen producten kopen, en er minder handjes nodig zijn.

In dezelfde tijd blijft het lek bestaan: het lek van welvaart, als gemeten in euro’s, wat naar Wappiestan is gevloeid. In Wappiestan zijn ze blij! Ze bedenken allerlei prestige-objecten bouwen, terwijl ze relatief goedkoop producten uit Oekiewoekiestan kopen: de bedrijven daar zijn al lang blij dat ze hun producten érgens kunnen verkopen, want hun eigen consumenten hebben er geen centen voor.

Snor

De Geldsnor, kortweg "De Snor", is een blogger die zich ergens in het midden van zijn 30-ers bevindt. Getrouwd, meerdere kinderen, werkzaam in een boven-modale functie ontdekte hij in oktober van 2019 Het Begrip: Mr. Money Mustache. Nadat hij ALLES gelezen heeft wat MMM gepost heeft, kwam het idee om zelf te bloggen: wat is er in Nederland bereikbaar, in hoeverre wijkt onze positie af van de Amerikaanse mogelijkheden? En wat schetste zijn verbazing: ondanks het feit dat MMM een begrip is, een legende, 1 van de Grote Grondleggers van FIRE, was de website "Geldsnor.nl" nog beschikbaar. Deze naam is een geuzentitel, een eerbetoon zo u blieft.

2 gedachten over “Energiecrisis & de impact op koopkracht en de economie”

  1. Haha, hoe verzin je het met Oekiewoekiestan en Wappiestan. Je hebt wel mooi verwoord hoe de komende jaren eruit gaan zien als er niet snel iets verandert: hand op de knip bij de burger en daarmee uiteindelijk (onderliggende) krimp van de economie.

  2. Wauw, je hebt het economie verkeer fantastisch begrijpelijk gemaakt voor Jan met de Pet (ik in dit geval). Vertaal Oekiewoekiestan naar Europa en Wappiestan naar China en het Midden Oosten en je krijgt een idee waar we met zijn allen naar toe gaan.

Reacties zijn gesloten.