Is inflatie de redding van de planeet?

Geldsnor!

Akkoord…Een nogal dramatische kop. Maar met een reden. Zoals de vaste lezers weten blog ik vaker over energie dan over geld. De reden hiervoor is simpel, maar meervoudig. Ten eerste geloof ik dat financiële vrijheid op de lange termijn gepaard gaat met energie-vrijheid. Onafhankelijkheid is een ander streven, maar nog wat lastiger te bewerkstelligen. Ten tweede: ons (wereldwijd) energieverbruik is een symptoom voor ons slechte rentmeesterschap van deze planeet en een symptoom van hoezeer we op de pof leven. Niet alleen financieel, maar ook op het gebied van grondstoffen en energie. Ten derde: het zuinig omgaan met energie scheelt gewoon veel geld. En ten vierde: het is een niche in financieel-bloggers-land die nog niet gevuld was en waar, zonder al te arrogant te zijn, ik nu eenmaal heel veel vanaf weet.

Enfin: een ander paradepaardje is inflatie. Ik heb er al veel over geschreven. Onder andere dat het een maatstaf is voor een populatie, maar niet voor het individu. Maar er is een ander interessant aspect aan inflatie: het drukt de consumptie!

De traditionele leer omtrent inflatie en deflatie is anders. Namelijk: deflatie, het fenomeen dat geld meer waard wordt, is slecht voor de economie. Het aankopen van producten wordt dan namelijk uitgesteld.

Inflatie daarentegen zou een aanjager zijn van de economie; je geld wordt minder waard en dus kun je het beter nu kopen dan volgend jaar. Dit in een notendop.

De praktijk is weerbarstiger. Deflationaire krachten hebben doorgaans vrij weinig invloed op het koopgedrag. Het bewijs hiervoor? Alle elektronica die je kunt kopen. Die wordt namelijk jaarlijks goedkoper. Niet per se in euro’s, maar wel in euro’s per eenheid van prestatie. Niet voor de hand liggend? Ok. Bedenk dit: jouw smartphone heeft een aantal keer meer rekenkracht dan alle computers waarmee de maanlanding werd gestuurd. En is aanzienlijk goedkoper.

Maar er is een limiet aan inflatie

Inflatie is echter een bijzonder iets. Ten eerste is dit het gevolg van het feit dat er geld bestaat: geld is niet bederfelijk en kun je volgend jaar ook uitgeven. Dat is anders dan “vroeger”, toen je het eten en andere ruilmiddelen niet (zo lang) kon bewaren.

Maar, daarmee is ook vraag en aanbod verstoord. Verstoord is niet direct negatief: de markt waar je spullen kunt verkopen is veel groter geworden. Mede dankzij snel transport kun je beschikken over elektronica die in China is gemaakt, waar we eten kopen uit Afrika of Brazilië etcetera. Er zijn meer concurrenten beschikbaar voor je centen. Zowel aan de aanbod- als afnamekant van de vergelijking.

Sommige producten hebben nauwelijks last van inflatie. Dat wil zeggen: ongeacht wat het kost, eten moeten we toch. Maar, beste mensen: alleen voedsel is grotendeels “prijsinelastisch” én zijn wederkerend. Boodschappen doe je regelmatig (want het eten is slecht te bewaren).

Alle andere producten zijn wel degelijk zeer gevoelig voor inflationaire krachten: het duurder worden van de producten leidt niet tot het nú kopen er van. Althans: niet wanneer de kosten voor voedsel en andere eerste levensbehoeften stijgen in een tempo wat met de loonsverhogingen niet valt bij te benen.

Je koopt die nieuwe televisie dus niet nu. En die nieuwe telefoon en auto ook niet: je gaat langer door met wat je hebt. En vooral bij snel stijgende inflatie telt dit zwaar mee.

Ik illustreer dit met onderstaande grafiek, genomen van een twitter-account (de originele bron staat er in).

Zoals je ziet lijken de winkelverkopen (in dit geval VS) zeer snel te groeien. Goed nieuws! Met stijgende verkoop is er ook sprake van meer winst. Toch? Nee. Want gecorrigeerd voor inflatie wordt er simpelweg veel mínder verkocht. Minder eenheden voor een hogere prijs. Deze hogere prijzen zijn het gevolg van de verstoringen in de aanvoerketen, oplopende energieprijzen en in toenemende mate het oplopen van loonkosten. Daar waar de eerste 2 factoren nog wel gecorrigeerd kunnen worden, gaan lonen nooit meer omlaag. Maar dit terzijde.

De hogere prijzen dekken dus met name de gestegen kosten. De “dekkingsbijdrage” zal echter rapido afnemen. Een voorbeeld:

Pietje verkoopt 1000 artikelen, die hij inkoopt voor 6 EUR per stuk. Hij verkoopt ze voor een tientje (bruto marge: 40%).
Omzet: 1.000 * 10 = 10.000 EUR
Inkoopkosten: 6.000 EUR
Brutowinst: 4.000 EUR

Pietje heeft vaste lasten: personeelskosten a 2000 EUR per maand en huur van 1000 EUR. De nettowinst is derhalve 1.000 EUR.

Nu gaat de prijs voor Pietje omhoog: hij koopt zijn producten in voor 8 EUR. Hij heeft 2 opties: de marge gelijk houden, of de verkoopprijs gelijk houden.
Stel: hij verkoopt ze voor 13.30 EUR (brutomarge: 40%).
Omzet: 670*13,30 = 8.911 EUR
Inkoopkosten: 8.000 EUR
Brutowinst: 911 EUR
De personeelskosten zijn echter ook zojuist met 5% gestegen naar 2100 EUR en de huur idem dito naar 1050. De nettowinst is nu een verlies van 2009 EUR.
Immers, zoals in de werkelijke wereld vaak het geval is: Pietje had een contract (of een gewoonte) waarbij hij simpelweg net zoveel eenheden afnam. En met 330 stuks voorraad blijft zitten.
Dit is gerekend met een 1:1 prijselasticiteit (iso-elastisch). De vraag neemt net zo ver af als de prijs verhoogd wordt.

Enfin, lang verhaal kort: zijn omzet lijkt nauwelijks te dalen. Maar onderliggend wordt er aanzienlijk minder verkocht en is er geen “dekkingsbijdrage” over voor zijn pand en personeel.

Significantie van vraaguitval

Deze vraaguitval is zeer relevant. Immers; het zegt iets over de gezondheid van het bedrijf. Kijk verder dan alleen de omzet in absolute termen, maar vooral met hoeveel eenheden deze gestegen of gedaald is. Vooral in sectoren waar veel “hard assets” nodig zijn. Deze hebben een minimaal vereiste dekkingsbijdrage. Daarboven stijgen de winsten explosief. Daaronder imploderen ze: reorganisaties zijn dan het gevolg.

Maar, op de grote schaal is dit wellicht alleen maar goed voor de wereld. We consumeren teveel en te vaak. Dus hoewel de vraaguitval voor bedrijven desastreus zal zijn, is het voor het voortbestaan van de wereld en de schifting van goede & slechte bedrijfsvoering gunstig.

(Mocht je twijfelen aan mijn verwachting: hou me er over een jaar maar aan. Tenslotte had ik ook de stijgende hypotheekrente voorzien & de sterk oplopende inflatie).

Snor

De Geldsnor, kortweg "De Snor", is een blogger die zich ergens in het midden van zijn 30-ers bevindt. Getrouwd, meerdere kinderen, werkzaam in een boven-modale functie ontdekte hij in oktober van 2019 Het Begrip: Mr. Money Mustache. Nadat hij ALLES gelezen heeft wat MMM gepost heeft, kwam het idee om zelf te bloggen: wat is er in Nederland bereikbaar, in hoeverre wijkt onze positie af van de Amerikaanse mogelijkheden? En wat schetste zijn verbazing: ondanks het feit dat MMM een begrip is, een legende, 1 van de Grote Grondleggers van FIRE, was de website "Geldsnor.nl" nog beschikbaar. Deze naam is een geuzentitel, een eerbetoon zo u blieft.

3 gedachten over “Is inflatie de redding van de planeet?”

  1. Leuk artikel! Ik weet niet of ik overal mee eens ben:
    “deflatie in elektronica veroorzaakt geen uitgesteld koopgedrag”: de vraag is of hier sprake is van deflatie. Elke volgende Iphone is welicht 3 keer zo snel, maar ook 2 keer zo duur. Blijkbaar willen mensen zo snel mogelijk die 3 keer meer snelheid, dus gaan ze voor de winkel liggen.
    Het probleem is dat we weinig voorbeelden hebben van deflatie. Het enige duidelijke inflatie die ik kan herinneren is prijsdaling in coronatijd: je kon op je klompen aanvoelen dat koersen gingen zakken en dat er een overschot aan olie was, dus mensen stelden hun aankoop uit.

    Bij inflatie is het effect ook wel degelijk aanwezig. Ik ken veel mensen die bouwmaterialen in voren hebben gekocht, en die extra veel tanken, want de prijzen gaan voorlopig niet zakken. Mensen stellen hun luxe-aankopen uit omdat de economie onzeker is, maar dat is een ander verhaal dan inflatie.

    1. Inzichten delen maakt ons slimmer :-).
      Het gaat niet alleen om de nieuwe iPhone, maar ook dat de bestaande iPhone goedkoper wordt. Wellicht is een iphone, met hun sterke pricing power, niet het beste voorbeeld. Kijk beter naar de Display-industrie. Dankzij het online komen van Gen10 LCD-fabs vliegen de kosten naar beneden. Hierdoor komen Gen8-fabs stil te staan, die vervolgens wél hun productiecapaciteit willen vullen. Dit soort fenomenen (je ziet het ook in de chip-industrie) zorgen voor een “race naar de bodem”.

      Brandstof en voedsel zijn typisch dingen die niet onderhevig zijn aan prijselasticiteit. Hooguit maken mensen een ándere keuze (minder A-merken), maar in dezelfde hoeveelheden. Afgezien van tijdelijk hamstergedrag uiteraard.
      Zouden mensen hun luxe-aankopen uitstellen omdat de economie onzeker is, of omdat er geen geld meer over is voor dit soort producten? Dan doel ik niet op de Rolex’en en Oligarchen-jachten. Maar dure restaurants, wijn, brood van de bakker, vlees van de slager?

      Interessante materie. Feit blijft: het aantal verkochte eenheden gaat (blijkens de bron) omlaag. Terwijl de omzet (dankzij gestegen prijzen) omhoog gaat. Netto wordt er dus minder geproduceerd, en dat is goed voor de wereld. Tegelijkertijd komen de kosten voor producten steeds dichter in de buurt te liggen van de werkelijke kosten. In eerste instantie zal dit de winsten (lijken te) spekken. Maar al snel zul je zien dat de winstgevendheid snel achteruit holt. Vooral als je géén pricing power hebt.

      Overigens is dat laatste wel een belangrijk punt: sommige producten zullen wellicht júist een statussymbool zijn. Welke producten dat zijn, daar zit de crux. Want die zijn “veilig”. iPhones en Coca-Cola zitten voorlopig aan de goede kant. Maar als de reële economie krimpt, zullen zij dan nog veilig zijn?
      (wie het weet mag het zeggen…)

  2. Interessante gedachtegang Snor. Ik weet dat er een paar jaar geleden (2016 na enig googelen) een lichte deflatie was in Nederland. De politiek was al in paniek omdat ze serieus dachten dat mensen hun aankopen zoals een nieuwe auto of televisie zouden gaan uitstellen. Want volgend jaar zou het immers 0,3% goedkoper zijn.

    Ik geloof niet dat de psychologie van de mens echt een jaar gaat wachten of een object 0,3% goedkoper is. De mens koopt iets nieuws omdat het nodig is of omdat de mens het wil. Een deflatie van 0,3% gaat niet de auto industrie tot stilstand brengen. Een auto van €30.000 is dan €100 goedkoper, woohoo!

    Andersom zal dit voor de inflatie ook niet echt een aanjager zijn. Prettig zou ik het zeker vinden als productie weer terug gaat naar Europa en alle goedkope zooi uit Azië daar kan blijven. Ik vermoed dat zelfs de armere huishoudens daar baat bij hebben. Als voorbeeld: Wil je elke keer naar de Primark om goedkoop in te kopen, of koop je je shirt bij de Hema en laat je deze vervolgens repareren? Het laatste lijkt mij vele malen duurzamer.

    Een krimp in de economie lijkt mij zelfs wenselijk, een economie kan niet oneindig blijven groeien als de vraag stagneert. Neem ook China als voorbeeld. Projectontwikkelaars bouwen, bouwen, bouwen, maar niemand wil meer wonen in de nieuwe woningen. De mensen zijn gewoon “op”.

Reacties zijn gesloten.