Vanwege onvoorziene omstandigheden ben ik op dit moment op kantoor. Mijn échte kantoor, als in “in de grote stad, aan het werk”. Ik type dit bericht wérkelijk rond 21 uur ’s avonds.
Mijn kantoor is op de bovenste verdieping in een grote stad, ik denk zelfs de grootste buiten de Randstad. In ieder geval de gekste. Terwijl ik hier heel keurig zit te werken in verband met mijn onvoorziene omstandigheden, gaan er in de stad regelmatig stukken vuurwerk de lucht in. Grote potten, dikke knallen: het lijken wel ThuFla’s, wel bekend voor diegenen die in dienst zijn geweest zoals ik. Tsjonge, en het is pas 29 december.
Wat een gezelligheid jongens, dat vuurwerk! Echt fantastisch! Nu ben ik hierin enigzins hypocriet, of door schade en schande wijs geworden. Ik heb in de puberteit en de eerste volwassen jaren duizenden (letterlijk) guldens en euro’s uitgegeven aan vuurwerk. Het kon niet gek genoeg.
Totdat ik in dienst ging. Ik heb daar meer geknald dan me lief is – en hoewel het mij persoonlijk goed is vergaan, kan ik dit niet van al mijn groeps genoten & collega’s zeggen. Nadat ik uit dienst ben gekomen (en nog steeds niet wist wat ik wilde worden, maar dat weet ik nu nog niet), heb ik nooit meer vuurwerk afgestoken. Niets haalt het bij een handgranaat, of het vuur van “mijn minimi”, of zelfs van de Diemaco.
Nog altijd brengt zwaar vuurwerk heel wat herinneringen terug. En ik kan me zomaar voorstellen dat dit voor de gemiddelde oorlogsvluchteling hetzelfde is – maar dan met veel heftiger herinneringen.
Gelukkig Nieuwjaar, alvast!