PHEV of de EV: wanneer pak ik welke?

In Huize Geldsnor hebben we de beschikking over een PHEV en een volledig elektrische auto. Beiden zijn leaseauto’s, waarbij de vaste kosten dus elke maand betaald worden. Welke auto we gebruiken hangt dan ook primair af van de kosten die er gemaakt worden per kilometer.

Beide auto’s hebben een contract voor 30.000km per jaar. Met de PHEV zitten we hier vér onder, en voor de elektrische auto zitten we hier een stuk boven. Dit maakt de rekensom complex. Immers, de gebruikskosten hangen af van:
1. De brandstofprijs en de elektriciteitsprijs
2. Het verbruik van de auto’s zelf
3. De variabele kosten per kilometer

De brandstofprijs spreekt voor zich; dit zijn de kosten per liter. Deze fluctueren, maar bij lange na niet zo sterk als van de elektrische auto. De elektriciteitsprijs wijzigt voor ons namelijk ieder uur.

Het verbruik hangt af van de weersomstandigheden, drukte op de weg en natuurlijk ons eigen gedrag.
Vooral bij de elektrische auto hangt het af van het weer: als het kouder is, is er meer warmte nodig om het interieur warm te krijgen.

Deze komt uit de accu waarmee de auto wordt aangedreven. Maar ook de elektrische weerstand loopt op bij lagere temperaturen, waardoor het rij-verbruik hoger ligt. Waar we in de zomer gemakkelijk 15kwh per 100km verbruiken, loopt dit bij lagere temperaturen op tot 18kwh per 100km. Hier mag je nog 10% bij optellen als laadverlies: het opladen van de auto gaat niet met 100% efficiency. Je hebt een omzetting van wisselstroom (AC) naar gelijkstroom (DC) die plaatsvindt in de boordlader van de auto. Dit levert per definitie verlies op. Maar ook de verschillende weerstanden in de auto en laadkabel leveren verlies op. Dit verlies is óók weersafhankelijk én afhankelijk van de laadsnelheid. Bij een grotere laadsnelheid is er relatief minder verlies.

Bij de PHEV maakt het een minder groot verschil; de auto wordt verwarmd als bij een conventionele brandstofauto. Namelijk met de restwarmte van de verbrandingsmotor. Als er geen warmtevraag in het interieur is, wordt deze hitte via de radiateur afgevoerd. Als er wél warmtevraag is, wordt dit via de radiateur van het interieur naar binnen geblazen. De motor hoeft er niet harder voor te werken en er is dus geen extra verbruik vanwege die reden.

Bij de PHEV hangt het vooral af van de voet: hoe snel rij je? Lagere snelheden leiden tot een lager verbruik. Ik heb al eerder vastgesteld dat het verbruik van de PHEV op 4.7 liter per 100km ligt, als de accu leeg is.

De variabele kosten zijn simpel. Omdat het leaseauto’s betreft, hoef je alleen de meer- danwel minderprijs per kilometer mee te rekenen.
Bij de elektrische auto zitten we bóven het aantal contractkilometers en betreft het dus de meerprijs: 8,3ct per km.
Bij de PHEV zitten we er ruimschoots onder. Hier gaat het dus om de minderprijs per kilometer: 5,6ct per km.

Korte ritjes versus lange ritten

Bij korte ritten is het evident: beide auto’s rijden dan volelektrisch en de keuze is dan simpelweg de PHEV. Het verbruik per kilometer is nagenoeg identiek, dus de verbruikskosten per kilometer geven de doorslag. 2,7ct per km verschil dus. Nu hoor ik je haast denken: da’s niks, daar wil ik niet over nadenken.
Maar op 100km is dat al bijna 1 drankje verschil bij het eten in een restaurant!

Maar we maken ook langere trips. Zoals naar het werk van vrouwlief. Zij rijdt ongeveer 170km per dag, waarvan 40km elektrisch (als ze de PHEV zou nemen) en 130km met de brandstofmotor. Dit maakt de rekensom nóg complexer.

Maar we doen een dappere poging.
De kosten voor de elektrische auto bedragen: 170 maal 20kwh/100km. Dat is 34kWh.
Met de PHEV verbruikt ze 8kWh en dan nog 130km maal 4,7 liter per 100km. Dat is 6,11 liter benzine.

Als we de stroomprijs op 25ct per kWh stellen, dan hebben we de volgende kosten:
EV: 0,25* 34 = 8,5 EUR + 170*0,083 (voor de kilometers) = 22,61 EUR
PHEV: 8* 0,25 = 2 EUR + 130*4,7/100 * 1,80 (brandstofprijs/liter) + 170*0,056 (voor de km’s)= 22,518 EUR

Wauw. Geheel toevallig liggen deze kosten vrijwel exact gelijk!

Maar dat is natuurlijk niet altijd zo. Wat als we zuiniger rijden, of de brandstofprijs weer oploopt of terugloopt? In onderstaande grafiek heb ik een aantal lijntjes geplot.
De groene lijn is een constante lijn; hier heb ik simpelweg het verbruik van de elektrische auto & de kosten per kWh gelijk gehouden (20kWh/100km @25ct per kWh).
De andere lijntjes zijn de kosten per kilometer, bij de respectievelijke brandstofprijzen. De blauwe lijn vertegenwoordigt het verbruik bij 4.7L/100km, de rode (of is het oranje?) bij 4.3 en de gele als ik ga “hypermilen” ofwel zeer zuinig ben. De grafiek gaat, anders dan bij bovenstaand voorbeeld, uit van een lege accu van de PHEV. Na 40km (ongeveer) geldt onderstaande.
Opvallende is dat bij een verbruik van 4.7L/100km de elektrische auto zelfs bij de voor ons hoge elektriciteitsprijs van 25ct deze duurder is: zelfs wanneer de brandstofkosten teruglopen tot 1,65 per liter.
Maar als we echt zuinig gaan rijden is de PHEV voordeliger tot een prijs van 1,90 EUR per liter. Gezien ik gister getankt heb voor 1,779 is het dus geen gekke keuze om benzine te rijden.

Maar zoals gezegd: de 25ct is een voor ons zéér hoge prijs. Althans, als we thuis laden. Publiek laden kost al snel 45ct per kWh en snelladen tegen de 80ct. Dat hoef ik dus niet eens te plotten: dat is altijd duurder.

En het tóch plotten he!

Zelf laden we doorgaans tegen tarieven (inclusief ODE, energiebelasting en BTW) van 16ct per kWh.
Dat maakt een aanzienlijk verschil: er is dan geen scenario wat plausibel is waardoor elektrisch rijden duurder is dan op brandstof. Of vice versa.

Gelukkig hebben we geen contract meer met Greenchoice of één van de andere ouderwetse energiebedrijven. Daar zou het elektriciteitstarief altijd rond de 85ct per kWh liggen. En gezien ons verbruik ruimschoots boven onze eigen productie ligt, en ook boven het prijsplafond, zou dát wel het tarief zijn om mee te rekenen.

Bovenstaande belicht uitsluitend de verschillende scenario’s vanuit een kostenperspectief. Het houdt geen rekening met milieu-aspecten. Dan wint de elektrische auto altijd. Dat is dan ook de primaire keuze voor ons vervoer. Maar nu in ieder geval “fact-based”.

Geldsnor laat zich aanvullend verzekeren

Eerder deze week schreef ik over mijn aanstaande vasectomie, ofwel sterilisatie.
Ik werd er op gewezen dat dit wellicht zou vallen onder een verzekering. Nu is het zo dat het niet verzekerd is in de basisverzekering. Maar wellicht wel aanvullend.

Dus ik ben de verzekeringsvoorwaarden voor het aanvullende pakket ingedoken en waarempel! Het is verzekerd als ik kies voor uitgebreide dekking.
De aanvullende kosten bedragen 36.95 EUR per maand. Voor een periode van 12 maanden is dit dus 442,20 EUR, ongeveer net zo duur als wat de ingreep überhaupt kost.

Maar: er zit natuurlijk nog meer in het aanvullende pakket. Zoals de tandartskosten. Ik ga 2x per jaar naar de tandarts voor de periodieke controle. Die betaal ik altijd uit eigen zak – maar worden in dit aanvullende pakket wel degelijk vergoedt.

Idem dito voor mijn bril, al is dit maar een paar tientjes per jaar: 100 EUR per 3 jaar. De grap is dat ik volgend jaar inderdaad een nieuwe bril nodig heb.

Met andere woorden: dit bizarre systeem leidt er toe dat ik mij nu aanvullend ga verzekeren, voor kosten die geen risico zijn, maar een keuze. Bijzonder…Maar ik heb het wel gedaan. Ik ga 442,20 EUR per jaar extra betalen, om uiteindelijk goedkoper uit te zijn.

Zakenreis Geldsnor stijl: perfect voor een nachtje

Al eerder schreef ik over mijn zakenreis, en die is nu in volle gang. Vanochtend ben ik weggereden, en nu aangekomen na een lange rit. 950km, maar dan heb je ook wat.

Ik heb een overnachting geboekt volgens de Geldsnorstijl. Een bungalowtje op een camping op 1300m hoogte. Met wat sneeuwresten, heerlijk!

Het huisje heeft niets, maar ik heb ook niet veel nodig. Het is warm en droog, er staat een bed. Prima dus! Morgenochtend maar eens een rondje lopen door de bergen en even de Matterhorn bekijken vanaf de zuidzijde.

Minpuntje: er is geen restaurant in de buurt, dus het worden kruidnoten als avondeten. Met een krentenbol

Verwarming wel of niet lager ’s nachts: laten we het eens uitrekenen!

Dit bericht is een ge-update uitvoering van de oorspronkelijke post van november 2021.

Gister las ik een artikeltje op de site van het RTL Nieuws: Fabel of feit: ’s nachts de verwarming uitzetten kost meer energie. Een hoopgevende titel, speciaal voor mij gemaakt. Immers, het doet al heel lang de ronde dat je beter niet de verwarming uit kunt zetten ’s nachts (of juist wel) om energie te besparen.

Nu dacht ik: ze zullen het wel uitleggen. En nog goed ook. Maar nee, het bleef weer bij half-bakken-werk: Het hangt af van de situatie, hoe goed je huis geïsoleerd is, etc. Wel nu: Dat is pas een fabel.

Zo wordt er gezegd dat je bij beter geïsoleerde huizen de woning beter slechts 2 graden kunt laten afkoelen en slechter geïsoleerde woningen met 5-7 graden. Dit is natuurlijk, je voelt het al, je reinste quatsch. Mooi Duits woord voor onzin en minder grof dan bullshit. Ook al is het dat óók.
Immers, ongeacht of je woning goed of niet goed geïsoleerd is, kun je de thermostaat rustig 5-7 graden terug zetten. Bij een goed geïsoleerde woning zál de temperatuur nauwelijks terugzakken en bij een slechter geïsoleerde woning wel.

Hetzelfde geldt bij vloerverwarming: deze kan ’s nachts gerust iets afkoelen. Dan warmt-ie in de ochtend weer op. Geen probleem. Waar het om gaat is dat het verwarmen in een traag tempo gaat: traag genoeg om in het laagste bereik van de CV-ketel te opereren. Dan maakt de ketel maximaal gebruik van de condensatie-warmte van de rookgassen die het retourwater opnieuw opwarmen. En dat, beste lezers, is het principe van de HR (hoogrendement) ketel. En ook de reden waarom witte rook bij een woning betekent dat de CV-ketel véél te hard werkt. Een goed afgesteld verwarmingssysteem geeft géén rook/stoom behalve bij het douchen/warme tapwater.

Rekenen dus: hoeveel energie gaat er verloren

Het artikel van RTL is op een aantal gebieden wel aardig. Zo leggen ze prima uit dat energie altijd verloren gaat: ook als je ’s nachts de ruimte warm houdt. Het is dus onmogelijk om energie te besparen door de woning wárm te houden. Sterker nog: het warmteverlies is groter. Hoeveel groter? We rekenen het uit!

Iedere woning heeft muren en ramen. Voor de rekenvoorbeelden gebruik ik mijn eigen woning.

Onze woning is gebouwd in 1996 en heeft een spouw van 10cm. Onze woning heeft daarmee een U-waarde van ongeveer 0.4. Dit betekent dat iedere vierkante meter een warmteverlies heeft van 0.4W, per graad temperatuurverschil tussen binnen & buiten. De oppervlakte van mijn muren is 86m2, minus 20.36m2 ramen. Netto dus 65,64m2.

Ons huis is verder gebouwd als zgn. 1.5 woonlaag. Dit betekent dat op de verdiepingsvloer reeds het schuine dak begint. Dit zorgt voor een enorm dakoppervlak. Deze heeft eveneens een U-waarde van 0.4. Ik reken echter met 0.6, omdat er bij schuine oppervlaktes anders gerekend moet worden. Ons dak heeft een oppervlakte van 140m2.

De ramen zijn zoals gezegd 20.36m2 en hebben een U-waarde van 3.

We rekenen met een binnentemperatuur van 18C. Beneden is deze iets hoger, boven lager. Maar we houden het makkelijk. Het warmteverlies is als volgt:
65,64* 0.4 +140*0.6+20.36*3= 228W/m2/K. Dit wil zeggen dat er per graad temperatuurverschil met buiten, de woning 228W energie verliest. In een uur is dit dus 228Wh.

Bij een buitentemperatuur van 0 graden is dit dus 18 maal zoveel (immers, de binnentemperatuur was 18C): 4104Wh ofwel 4.1kWh. Per uur. Om dit rekenvoorbeeld eenvoudig te houden, gaan we er even vanuit dat dit de gemiddelde temperatuur is van 17h (zonsondergang in deze tijd van het jaar, grofweg) tot 8:30. Dit is een periode van 15.5 uur.

Hoeveel warmteverlies betekent dit? Uiteraard 15.5* 4104: 63,6kWh. Gezien de meeste mensen op gas stoken, moeten we dit even terugrekenen naar gasverbruik. 1kWh bevat 3.6 megajoule aan energie, en 1m3 gas bevat 35,19 megajoule. Dit levert een gasverbruik op over deze periode van 6,5m3.

Nu laten we de binnentemperatuur zakken met 3 graden. Nu is de rekensom: energieverlies per uur * temperatuurverschil * aantal uur = 228*15*15.5= 53kWh. Dat is 5,4m3 gas.

U heeft zojuist 1.1m3 gas bespaard in één nacht.

U begrijpt ook dat deze rekensom vereenvoudigt is ten opzichte van de werkelijkheid. Zo is wind een dominante factor bij warmteverlies, maar dit laat ik buiten beschouwing.
Bovenstaande verandert echter níet per type woning of isolatie. Het enige wat verandert is de eerste parameter: het energieverlies per uur.

Stelt u zich eens voor dat u in een woning woont, met dezelfde oppervlaktes. De spouwmuren zijn nu niet geïsoleerd en hebben een U-waarde van 2,63. Er is gedeeltelijk enkel glas aanwezig. Gemiddeld brengt dit de ramen op een U-waarde van 4,5. Het dak heeft volgens het toen geldende bouwbesluit een U-waarde van 1,16.
Dit geeft het volgende verlies 65,64*2,63 +140*1,16+20.36*4,5 = 426W/m2/K. Oef! 86% méér warmteverlies.
Nu verliest u ’s nachts 426*18*15,5 = 118,85 kWh = 12,16m3 gas per nacht.
De verwarming terugzetten naar 15 graden ipv. 18 graden reduceert dit verlies tot 10,13m3 per nacht.

De winst die te behalen valt is dus wel kleiner, naarmate de woning beter geïsoleerd is.

Waarom dus wel terugzetten en wanneer niet?

Zoals gezegd moet een ketel het werk kunnen doen zonder hard te hoeven werken. Dan worden de rookgassen maximaal gebruikt om het retourwater te verwarmen. Dit betekent dat de ketel niet ingesteld moet staan op een temperatuur van 80°C, maar bijvoorbeeld 60 of 65 (of bij ons, met vloerverwarming, 35°C).
Deze condensatiewarmte levert maximaal 11% rendement op. Dat betekent dus een verbruik van 11% minder. (noot: op zich maakt de stooktemperatuur weinig uit voor het rendement MITS de retourtemperatuur van het water voldoende laag is. Met waterzijdig inregelen kun je zorgen dat water minder snel door de radiatoren stroomt en gelijkmatiger, waardoor ze meer warmte afgeven en het retourwater kouder is. Dit retourwater moet zo koud als mogelijk zijn maar zeker onder de 57C! De ketel lager zetten is in die zin een “quick & dirty fix” om dit voor elkaar te krijgen)

Dit is een interessant gegeven. Immers, stel u voor dat er ’s morgens wel een flinke peut gas verstookt moet worden om de woning op temperatuur te krijgen. Volop witte rook uit de schoorsteen, maar wel lekker snel warm. Dat kan dus voordelig zijn, mits u ’s nachts meer dan 11% bespaard hebt. In bovenstaand rekenvoorbeeld is te zien dat er 1,1m3 gas bespaard wordt door wél nachtverlaging toe te passen. Dat is bijna 17%.

Dus zelfs als u niets wilt inleveren op comfort, is het zeer prima om de nachtverlaging toe te passen.

De meeste artikelen gaan ergens de mist in wanneer het gaat om thermische energie (energieverbruik) en comfort. Sommige mensen zullen het oncomfortabel vinden om in de ochtend met een koelere woning wakker te worden. Vergeet dan dus bovenstaande niet: gewoon alles zo instellen dat het weer warm is als je beneden komt. De plantjes hoeven het niet warm te hebben!

De droger is gerepareerd

Onze wasdroger was kapot. Die deed het simpelweg niet meer. Dat wil zeggen: het element (de warmtepomp) werd weliswaar warm, maar het vocht werd niet afgevoerd.
Dat is problematisch bij een droger, want als het vocht niet afgevoerd wordt is het natuurlijk nog steeds vochtig. Of zeiknat.

Dus hebben we de reparatiediensten getracht te contacteren. Een lokale witgoedreparateur, die nooit de telefoon opnam. Zelfs de AEG-service verlening (die zo achterlijk duur was dat ik het liever oneindig op zou blijven hangen) en de lokale Expert-winkel.

Nul op rekest. Nothing. Noppes. Niente. Nada. De rien. Helemaal niets. Geen mens die de moeite neemt de telefoon op te nemen, terug te bellen, op mails te reageren, contactformulieren te verwerken of zelfs de live chat te beantwoorden. Niets!

Het resultaat was dat we maandenlang een kapotte droger hebben (maar ik vind het heerlijk om de was op te hangen). Tot het magische moment kwam.

Lieftallige Echtgenote pakte de telefoon!

Lieftallige Echtgenote was de harde handdoeken zat, en het ophangen van alle sokken. Dus ze pakte de telefoon van de lokale witgoedreparateur. Ze kreeg de voicemail. Ze sprak de voicemail in, enigzins moedeloos.

En paf! Binnen 10 minuten ging de telefoon, en een dag later stond meneer op de stoep. Noem het toeval, noem het #metoo. Maar hij was er!

Het was hilarisch. En confronterend. Kijk, het is niet zo dat ons huis smetteloos is. We hebben geen schoonmaakhulp, en wel drie kinderen en een vrij druk bestaan. Het was me een partijtje vies onder het apparaat! Niet te doen.

Anyway; hij kwam binnen met een kist gereedschap. En begon natuurlijk meteen te blaten over de superioriteit van bepaalde Duitse merken, die wij niet hadden. Daar kan hij best gelijk in hebben, maar daar ben je hier niet voor vriend.
Enfin, we hebben hem zijn gang laten gaan. En hij zag het al snel. Het filter was vies. Serieus?

Ja, blijkbaar. In een warmtepomp-droger zitten filters. Op andere ook overigens. Maar deze filters vangen de pluisjes op, zodat deze niet op de heat sinks van de warmtepomp komt.
Want zo werkt het: de warmtepomp in de machine verwarmt de lucht. Deze blaast hij door de trommel, en wordt via het filter over “heat sinks” geblazen. Deze zorgen er voor dat de lucht afkoelt en dus condenseert. Daardoor wordt het vocht uit de lucht gehaald. De lucht wordt steeds droger, totdat een sensor bepaald dat deze droog genoeg is.

Als het pluizenfilter verstopt zit, dan is er geen circulatie meer en houdt het vrij snel op. Althans, er is geen sensor die dit kan zien, dus het houdt niet op. Het gaat eeuwig door en verspilt bakken met energie.
Dit filter maken wij wel degelijk schoon na iedere droogbeurt. Want de pluisjes vallen nogal op.
Maar het filter moet schijnbaar ook wekelijks worden uitgespoeld. Althans, volgens hem; want het staat met geen letter in ons instructieboekje!

Vervolgens ging de beste man kijken of het warmtepomp-deel het nog deed. Met een trucje liet hij de machine draaien met de deur open. Daardoor begint de pomp te blazen (of te pompen, dat hangt er vanaf aan welke kant je staat). En er kwamen bákken vol met pluisjes uit het warmtepomp deel.

Het leek net kerst. Kerst uit een boekje van een Russische chemische stad, het lag overal vol met grijze pluisjes. Heerlijk! Hij draaide zich om en zag er uit als een boef uit de film. Alleen de pek ontbrak, de veren waren overal. Fantastisch. We hebben met een zeer grote lach op ons gezicht de 50 EUR afgerekend die hij vroeg.

Momenteel draait de wasdroger, om te testen of dit inderdaad het euvel was. Als dit niet het euvel is, dan zit het ergens waar hij niet bij kan en het volgens hem niet meer de moeite is om het te laten repareren. Dan doe ik het zelf wel, want dan kan er niets méér aan kapot gaan.

Geldsnor op Kierenjacht

In het afgelopen weekend was het voor het eerst wat frisser. Met een doorstaande oosten-noordoosten wind werd er een aardige bak kou over de Lage Landen uitgestort. En dat was hier wel te merken!
Ons huis is namelijk voorzien van ventilatieroosters “oude stijl”. Vreselijk lelijke ondingen, maar minder lelijk dan het gapende gat in de muur. Ondanks dat de ventilatieroosters afsluitbaar zijn, is het toch altijd de zwakste schakel in de geïsoleerde schil. Hoe zwak? Welnu: er ontstond spontaan condens op het rooster wat aan de windkant gelegen is.

Maar al eerder ging ik op kierenjacht. En die kennis deel ik graag. Wat heb je nodig voor kierenjacht, en hoe maak je de kieren dicht? En waarom?

Kieren maak je dicht om controle te krijgen

Kierendichten heeft alles te maken met controle. Controle over de lucht die binnenkomt. Kieren zijn niet-intentioneel, ofwel “toeval”. Ze laten koude lucht binnen en warme lucht naar buiten. In veel gevallen valt het nauwelijks op, in sommige gevallen is het evident. Die laatste categorie hebben mensen doorgaans wel snel op het oog. De eerste categorie niet, want het valt minder op.

Maar het is niet altijd zo dat een kier “verse lucht” oplevert. In sommige gevallen is het ventilatie, in andere gevallen is het tocht.
Het verschil tussen ventilatie en tocht is vrij simpel: tochten doet het door dezelfde lucht in beweging te zetten. Ventilatie is de aanvoer (en afvoer) van lucht naar en van buiten.
In een hermetisch afgesloten ruimte kan het bijvoorbeeld prima tochten: Als je in een volledig luchtdichte doos aan 1 kant verwarming plaatst en aan de overliggende zijde een glazen plaat, dan ontstaat er een luchtstroom.
Die luchtstroom voelt koud. Er is voor deze configuratie geen aanvoer van verse lucht nodig om tocht te laten ontstaan. Let op dat je met open vuur wel héél veel ventilatie nodig hebt om voldoende verse lucht aan te voeren.

Ventilatie zorgt voor de aanvoer van verse lucht en de afvoer van niet-zo-verse-lucht. De aangevoerde lucht komt van buiten en is in de winterperiode kouder. Door het opwarmen droogt deze uit. Mensen en de huishoudelijke processen zorgen voor vocht en CO2 en allerlei ziektekiemen, en dit wordt weer afgevoerd. Als dit snel genoeg gaat, of eigenlijk te snel, dan wordt dit ervaren als tocht.

Maar niet alle bewegende lucht (tocht) is ventilatie. Er kan via allerlei kieren in de muren en vloeren een verbinding zijn met bijvoorbeeld de kruimpruimte. Dit zijn kieren die je kwijt wilt: ze leveren kou, maar geen verse lucht. Je hebt hier helemaal niets aan!

Een andere mogelijkheid is dat de kieren in dermate grote getale aanwezig zijn, dat er een overschot aan verse lucht is. Deze moet verwarmd worden en zorgt voor erg droge lucht en woningen. Te droge lucht is niet gezond, ivm. uitdroging van de slijmvliezen (heb ik me ooit eens laten vertellen, niet mijn vakgebied). Maar het kost dan ook meer geld dan noodzakelijk om te verwarmen!

Kierenjacht dus!

En daarom ga je op kierenjacht. Dit kan op verschillende manieren. De “echte goede” is met een blowerdoor en een heleboel discorook. Maar dat is niet per se voor iedereen haalbaar.

Begin eerst eens met de hand. De meest kierrijke plaatsen zijn te vinden rondom aansluitingen: vensterbanken, kozijnen en ramen. Vensterbanken lekken vaak lucht aan de binnenkant. Dit is pure tocht, althans als de spouwmuur geïsoleerd is. Dit wil je dicht hebben.

Andere kierrijke plaatsen in huis zijn te vinden rondom de dakaansluiting. Hoeveel liefde ik ook heb voor de bouw: de aansluiting van het dak, met name op zolder, met de gevel is vaak zo lek als een mandje. Dit kun je al hóren op zolder. Zo ook mijn eigen zolder: daar is het rumoeriger dan 1 verdieping lager. En dat terwijl dit hetzelfde dak is (reeds op onze eerste verdieping hebben wij schuine wanden). De aansluiting met de gevel is gewoon slechter afgewerkt.

Een laatste plek waar veel kieren te vinden zijn, als “kier” het juiste woord is, zijn afvoeren naar buiten. Dak- en geveldoorvoeren met name. Het komt niet zelden voor dat er een te groot gat is geboord voor de rookgasafvoer van een CV-ketel bijvoorbeeld.

Als je klaar bent met alles visueel en met de hand te controleren, en uiteraard na het afsluiten, ga je verder met een simpele methode: kaarsjes. Jep, kaarsjes. Buitengewoon ongeschikt om de woning mee te verwarmen, maar een uitstekende verklikker van luchtstromen.

Als je de kier gevonden hebt, maak je deze dicht

Klinkt logisch. En is het ook. Kieren die je vindt maak je dicht. In eerste instantie vooral de kieren die lucht lekken naar onverwarmde ruimtes. Die zorgen wél voor tocht in de warme ruimtes, maar niet voor aanvoer van verse lucht. De vensterbanken zijn dus als eerste aan de beurt.

Je kunt deze dichtkitten met acrylaatkit. Let op: acrylaatkit. Dit is overschilderbaar. En dat is handig.

Na de vensterbanken pak je de kozijnen aan. Kieren langs de binnenzijde kit je af. Deze lekken waarschijnlijk naar de spouwmuur. Kieren waar je daglicht doorheen ziet, laat je nog even zitten. De kans is vrij groot dat je hier grotere maatregelen moet nemen, zoals het vervangen van het kozijn. Afsluiten met PUR is ook een mogelijkheid.

Kieren in deur & raamopeningen sluit je af met tochtstrips. Besteedt bijzondere aandacht aan tuindeuren. Daar heb ik zelf recentelijk, nota bene in Huize Geldsnor, een tweetal kieren van 1cm gevonden. Over een breedte van 145cm!!! Niet gek dat het daar koud was. Er zijn veel verschillende tochtstrips. Schuimrubber-tochtstrips die je ín de openinge stopt, borstels die je onder deuren maakt en rubberenstrips.

Kijk goed wat je nodig hebt. Het merk doet er niet toe. Als de luchtstroom maar gebroken wordt.
Tenslotte kun je nog heel simpel de luchtstroom tussen ruimtes beperken, mits er een deur zit. Uiteraard hou je de deur gesloten, maar er zit doorgaans ook nog een (flinke) kier onder. Deze kun je met tochtborstels onderbreken, of met een tochtrol (ook uitstekend te koop van stof, bij de Action voor 6 EUR). Let op: een tochtrol. Geen tochttrol. Die laatste is de persoon die altijd de buitendeur open laat staan.

Maar hou rekening met je ventilatie!

Ook al kost het niet méér energie om vochtige lucht te verwarmen dan droge lucht, je moet toch rekening houden met je ventilatie. Als je woning tot nu toe altijd geventileerd werd door ongecontroleerd kiergebruik, dan gaat de vochtbalans veranderen. Open dus ventilatieroosters of kleine raampjes.

Als je nog “verticale ventilatie” hebt, dus opstaande ventilatie zonder mechanische werking (motor), hou er dan rekening mee dat er in een onverwarmde of minder verwarmde woning nauwelijks gelegenheid bestaat om verticaal te ventileren. Er is te weinig temperatuurverschil om hier dan nog op te vertrouwen.

Eén van de manieren om hier rekening mee te houden is door een plattegrond te maken van de woning, per verdieping. En een dwarsdoorsnede.

Op de plattegrond geef je aan waar de ventilatie-openingen zitten en eventuele mechanische afvoer.
Hieronder zie je de plattegrond van mijn benedenverdieping. De blauwe vierkantjes zijn de ventilatierooster. De blauwe rondjes andere ventilatiepunten.

Je hebt per persoon ongeveer 30m3 verse lucht per uur nodig. Niet zozeer voor de zuurstof, stikken zul je niet in huis. Maar wel voor het vocht en andere ongezondheden. Op zich voldoet mijn woonkamer daar ruimschoots aan.
Ik kan hetzelfde maken voor boven.

En uiteraard ook voor de zolderverdieping. Op de zolderverdieping is geen ventilatie aanwezig – anders dan in de dakramen die in ventilatiestand staan (paarse vierkantjes). Aan de linkerkant mijn kantoor, aan de rechterkant slaapkamer van zoonlief. Op het dak van de zolder zit wel de dakdoorvoer voor de mechanische ventilatie van de badkamer overigens.

Verticaal ziet het plaatje er dan ongeveer zo uit:

Zoals je ziet laat ik de ramen, inclusief de dakramen, buiten beschouwing. De moraal van het verhaal: met dergelijk simpele tekeningetjes (ik maakte ze gewoon in paint), die niet op schaal hoeven te zijn, kun je in kaart brengen of je voldoende ventileert. Door het afsluiten van kieren zal je minder lucht naar binnen halen – zorg dat het genoeg blijft!

Taboedoorbrekend: sterilisatie ofwel “de knip”

Dit onderwerp is er eentje die ik niet vaak tegenkom. En zeker niet op blogs zoals de mijne. Maar daarom misschien wel des te belangrijker: anticonceptie en de mogelijkheden daartoe.
Wij beschouwen Familie Geldsnor als compleet. Geldsnor, Lieftallige Echtgenote, Zoon, Oudste Dochter en Jongste Dochter vormen een gelukkig gezin van 5 personen. We zijn allemaal kerngezond; geen allergiën anders dan hooikoorts. Allemaal nog nooit een bot gebroken, geen aangeboren condities die ons verhinderen om wat dan ook te doen.

En we (Lieftallig Echtgenote en ik) hebben een zeer sterke overtuiging dat het hiermee klaar is. Niet alleen uit praktische overwegingen: tenslotte passen 4 kinderen niet meer in een normale auto en komen we slaapkamers tekort als ze allemaal een eigen kamer zouden moeten hebben.

Maar vooral qua gevoel: het is vol. We willen voor geen goud opnieuw beginnen aan de luiers, aan de “fases” en het “zullen wel tandjes zijn”. Genoeg is genoeg.

En eerlijk gezegd is het best spannend om daar over te schrijven!

Het is een onderwerp wat je niet vaak tegenkomt, zoals ik al zei. En wellicht wil je het helemaal niet lezen; even goede vrienden. En ondanks dat vrijwel niemand weet wie ik ben, is het toch een soort van intiem.
Het gaat immers over ons seksleven. Nouja, niet zozeer daar over op zich (al kan ik boeken vol schrijven ;-)), maar vooral over het voorkomen van zwangerschap.

De methodes zullen bekend zijn bij de volwassen lezers: algemene onthouding, specifieke onthouding, condooms, pil, spiraaltjes en sterilisatie.
Algemene en specifieke onthouding zien we niet zitten. Dat lijkt me denk ik heel gezond:-).
Condooms vinden we te duur: condooms kosten toch al snel 35ct per stuk. Toch een paar tientjes per jaar (haha, dat mocht je wíllen vriend).
De pil en het spiraaltje hebben andere nadelen: hormonen. Vrouwlief heeft van beiden best wel veel last gehad. De laatste is nu in gebruik, maar daar wil ze vanaf.
En dan blijven er niet veel opties over. Sterilisatie. Van mij, of van haar.

Daarmee zit je op het punt: waarom zou zij alles aan haar lief moeten ondergaan? Waarom zou anticonceptie een vrouwelijke verantwoordelijkheid zijn?
Ik ben dus aan de beurt. En eerlijk gezegd zie ik daar tegenop als een huis. Waarom? Dat is niet moeilijk uit te leggen. In mijn puberteit heb ik meerdere malen een bijbalontsteking gehad, waar zelfs operaties op gevolgd zijn. Dat vond ik niet tof.

De eerste keer was op een avond. Mijn ouders waren niet thuis. Het deed vreselijke pijn. Ik heb snel mijn ouders gebeld, en ben direct in een warm bad gaan zitten. Toen kón dat nog, want er was geen energiecrisis. Het ging over, en een bezoek aan de huisarts deed dan ook weinig wonderen.

De tweede keer was toen ik in militaire dienst zat. Bijzonder genant; ik zat bij een eenheid-met-specifieke-baret-kleur, en dus vol “stoere mannen”. God, wat werden zij klein en beteuterd toen ze mij over de grond zagen kronkelen. Nog steeds erg blij met hun reactie overigens. Ik werd al snel door mijn buddy en een ander B-lid naar de arts gebracht, op een een door hen geïmproviseerde brancard. De arts had snel door dat het géén oefening was, want het leek wel een skippybal. Enfin; de arts was wel een vrouw en ik was 18 :-). Ze was nog bloedmooi ook! Verdere details laat ik achterwege.

De laatste keer was enkele maanden later, en heeft geleid tot een spoedoperatie. Eerst hadden we de verkeerde ingang van het ziekenhuis, en moesten we naar de volgende deur. Ik heb met moeite die deur gehaald, onderwijl een spoor van spuug achterlatend van de ene deur tot de andere deur. Daar ben ik buiten westen geraakt (door de pijn), en werd ik enkele uren later wakker. Het was “met een touwtje vastgezet”, zodat de zaadbal niet langer om de zaadleider kon draaien.

Maar nu is het punt dat deze operatie het wel moeilijker maakt om de sterilisatie uit te voeren. Vermannen en doorbijten dus maar even. En navragen of het onder algehele narcose zou kunnen. Anyway: het gaat meer dan 400 EUR kosten en nog enkele maanden duren voordat ik terecht kan.
Voor 400 EUR kan ik overigens zo lang condooms kopen tot ver na de overgang van mijn vrouw. Dus daar hoef je het niet voor te doen. Om er toch maar een financiële twist aan te geven…

Energieverbruik bij het koken beperken: het effect van de deksel

We zitten in het midden van een energiecrisis, en nog een aantal andere crisissen er bij. Dat kan niemand ontgaan zijn. Op het internet doen allerlei tips & tricks de ronde om energie te besparen. Bij het douchen, bij het verwarmen en natuurlijk bij het koken. Veel van deze adviezen zijn als je ze leest, klakkeloos overgenomen van andere bronnen, zonder enige toevoeging, controle of kritiek. Daar hou ik niet zo van.

In naam der wetenschap, Nederland en mezelf, heb ik een experiment uitgevoerd. Eén van de tips die zo her en der gegeven wordt is het koken met de deksel op de pan. Heeft dat zin, waarom dan en hoeveel zin heeft het dan?

De opzet van het experiment is heel simpel. Ik heb 2 pannen gepakt en deze op mijn Bora-kookplaat een de kook gebracht. Ik heb geen kookplaatafzuiging toegepast. De ene pan is klein, de ander is middelgroot. In de kleine pan heb ik 100 gram water aan de kook gebracht mét deksel en zónder deksel.

In de grotere pan heb ik 1000g water aan de kook gebracht, wederom met en zonder deksel. Het aan de kook brengen heb ik gedaan op stand 9, in alle gevallen op dezelfde pit. Het water had bij benadering dezelfde aanvangstemperatuur. De pannen zijn tussentijds afgekoeld, om snellere kooktijden te voorkomen en dus de metingen te verpesten.

Nadat het water aan de kook is geraakt heb ik de kookplaat op standje 4 gezet. Daarmee blijft het water nét aan de kook. Ik heb de pannen 2 minuten op deze stand laten staan. De omgevingstemperatuur was bij benadering 16C en de luchtvochtigheid 62%. Voor de volledigheid: de actuele luchtdruk is 988hpa. Dit is relevant omdat water bij een lagere luchtdruk eerder kookt (en dus niet bij 100C). Toegegeven: dit effect is volledig verwaarloosbaar bij dit verschil.

Met de deksel op de pan koken bespaart energie

Om met de conclusie in huis te vallen: het is inderdaad gunstig om te koken met de deksel op de pan.
Voor de kooksnelheid maakt het niets uit: met 100g water in de kleine pan kostte het mij 37 seconden om het water aan de kook te krijgen. Met 1000g water in de grotere pan kostte het net iets meer dan 3 minuten. Dit is niet lineair, omdat de pan niet even groot is. Een pan met grotere diameter kan meer vermogen van de kookplaat opnemen. De gebruikte energie is wel lineair; het opgenomen vermogen is per definitie 10x zo groot als bij 100 gram.

Je hebt in alle gevallen 4.19kJ per kg nodig om het water 1 graad op te warmen. Voor 100 gram water is er dus 0,419kJ nodig per graad verwarming. Als het water met 15C uit de kraan kwam is er dus 85x 0,419kJ = 35,6kJ energie nodig. 3600kJ is 1 kWh, ofwel 1000wh. Er is dus 10wh nodig om 100 gram water aan de kook te brengen. En 100wh (of 0,1kWh) voor de 1000 gram.

Echter, de crux zit ‘m in het energieverbruik tijdens het koken!
Met de deksel op de pan heb je namelijk minder energie nodig om het water aan de kook te houden. Want wat gebeurt er als water kookt? Dan ontstaat waterdamp. Vóórdat het kookt ook, maar dat is verwaarloosbaar. Het verdampende water onttrekt warmte aan het water. Dankzij dit fenomeen kan water (bij normale luchtdruk) nooit warmer worden dan 100C. Meer warmte toevoegen laat water wel harder koken (er verdampt meer water), maar doet de temperatuur niet stijgen.

Hoe groot is dit verschil? Groot!
Zonder deksel verdampt maar liefst 13 gram water uit de pan van 100 gram, in slechts 2 minuten. Dat is dus 13%. Bij de grotere pan van 1 liter is het totaal verlies vergelijkbaar; ook ongeveer 13 gram (maar dan dus nog slechts 1.3%).
Dit is te verklaren door het feit dat de kleinere pan een relatief grote verdampingsoppervlakte heeft. Hij is weliswaar kleiner, maar toch komt een relatief groter deel van de pan in aanraking met de lucht. Immers, de hoeveelheid water scheelt een factor 10, terwijl de oppervlakte slechts 38% groter is.

Met de deksel op de pannen is het verschil iets anders. De oppervlakte van de pan doet er minder toe; het water blijft immers binnen de pan. Hierdoor wordt de verdamping onderbroken en geen warmte onttrokken aan het water. Althans, fors minder. Respectievelijk 3 gram en 4 gram. 3 procent en 0,04%!

Het kookproces is verder lineair: er blijft per tijdseenheid net zoveel water verdampen, mits de toegevoegde energie gelijk blijft.. Nu kunnen we uitrekenen wat het scheelt!

Koken met de deksel op de pan: wat scheelt het nu?

Om dit te benaderen gaan we uit van het koken met de grote pan. 1 liter water of 10 liter water maakt niet uit voor de hoeveelheid energie om het water aan de kook te houden: dit wordt met name bepaald door de verdampingssnelheid. Zo lang de oppervlakte gelijk blijft, zal de hoeveelheid waterdamp ook quasi gelijk blijven.

Het verschil is ongeveer 9 gram water per 2 minuten (immers, 13 – 4). Dat is 4,5 gram per minuut of 270 gram per uur. We zijn nu niet langer geïnteresseerd in de warmtecapaciteit van het water; alleen in die van de verdampingswarmte.

Bij het verdampen wordt er 2260kJ/kg warmte onttrokken aan de kokende massa. Om het water aan de kook te houden, moet díe warmte toegevoegd worden. Dat is voor een uur dus 0,27*2260 = 610kJ.

Eerder stelde ik 3600kJ al gelijk aan 1kWh. 610kJ is dus 167wh.
Het scheelt dus, bij een pan met een omtrek van 20cm, 167wh om het water een uur aan de kook te houden met deksel. Zonder deksel kost het dus 167wh méér. In het zelfde uur scheelt het je ook 270 gram aan waterdamp in je woning.

Let wel: dit gaat uit van 100 procent efficiëntie. Het werkelijke verschil zal groter zijn, want er is geen sprake van 100% efficiëntie, maar dat laat ik even buiten beschouwing.

Als je elke dag 1 uur kookt (of met 2 pannen een half uur, etc), scheelt het op jaarbasis 61kWh. Ons huishouden verbruikt bij benadering 690kWh per jaar om te koken. 61kWh is dus bijna 9%!

Gratis plantjes van vrienden & een boom van de gemeente

De meeste van onze vrienden wonen bij ons in de buurt. In een straal van enkele kilometers zijn ze vrijwel allemaal te vinden, met dus een paar uitzonderingen. Ook hebben we allemaal een tuin; appartementen bestaan er eigenlijk niet in dorpjes zoals de onze en een tuin is dan ook de norm.

Ook heb ik geen vrienden met Monuta-tuintjes of kunstgras. Mocht er iemand toch overgaan op het laatste: ik zal je smakelijk in je gezicht uitlachen. Met liefde. En mocht de barbeque omvallen: sorry :-).
Maar goed; we hebben dus allemaal tuinen, sommigen uiteraard ruimer dan anderen maar de meesten toch wel een paar honderd vierkante meter. Wij zitten tegen de 600m2 aan – en zijn zuinig.
Ik heb al vaker geschreven over de tuin: we hebben een wadi, een moestuin, plantenrijke borders en een grote oprit.

Er staan 7 bomen in de tuin, al is dat erg letterlijk genomen. De 3 bolcatalpa’s in de voortuin zijn van een redelijk formaat. Maar de appelboompjes (2) en een peer zijn betrekkelijk klein. Ook de judasbomen in de achtertuin zijn nog niet zo dik en bladerrijk (al worden ze ook nooit dichtbebladerd).

Iedere boom heeft functies. Zo geven de catalpa’s in de voortuin (de 3 grootste bolletjes) schaduw aan de slaapkamers van de meisjes die aan de voorkant van het huis slapen. In de winter leveren ze geen schaduw meer op, want dan gaat de zon verder naar het zuiden op. Ook geven de catalpa’s nestgelegenheid aan vogels.
De fruitboompjes, de andere 3 bolletjes in de voortuin, leveren schaduw op voor de benedenverdieping in de zomer. In de winter zijn ze kaal. Deze boompjes leveren natuurlijk ook fruit op, en bloemen voor de bijen (en wat afgevallen fruit voor dieren).

Verder staat er aan de zuidzijde een grote heg (2m diep, 3,5m hoog, 5m breed). Wederom nestgelegenheid. De wadi’s (in blauw) leveren een afwisselende habitat op, die volledig begroeid is en regelmatig onder water staat, maar nooit voor langere tijd. In de achtertuin, in vaag rood, zijn de borders. Volop bloemen hier: hortensia’s, maar ook zinvolle planten als rozemarijn, tijm, salie, acanthus, bieslook, hibiscus en vlinderstruiken. Aan de achterzijde van de tuin, op het plaatje “boven” de trampoline (dat ronde ding) staan de olijfbomen (volle grond). De erfgrens met de achterburen is een beukenhaag van 250cm hoog. Achter de garage (dat losstaande blok) is de moestuin.

Anyway: vrienden van ons waren bezig met de tuin opnieuw aanleggen. Of eigenlijk “aanleggen”, want dat hadden ze nog niet gedaan. En wij zijn ook nog steeds bezig met het opnieuw aanleggen van de tuin: nieuwe beukenhaag in de voortuin, de nog te graven wadi’s en sowieso altijd nieuwe planten.
Want: ik hou wel van planten, maar niet van planten kopen. De meeste planten hier zijn afdankertjes van mijn schoonouders, stekjes van mijn ouders of schoonouders, en gesplitste planten van ons zelf. Zo staat er in de voortuin een breed arsenaal aan stekjes uit de achtertuin.
Onze vrienden hadden echter wel veel planten gekocht: teveel zelfs. En het teveel hebben wij gekregen. Dank u! Nu kunnen we de boel nog voller laten groeien. Immers, een volle tuin is een groene tuin en heeft minder onderhoud nodig (lees: onkruid plukken).

Tenslotte is onze gemeente goed bezig met het vergroenen van de gemeente. Ze hebben een grote ambitie tot het aanplanten van bomen, en iedere inwoner van onze gemeente kan gratis een boom krijgen. Die van ons kunnen we ophalen vanaf nu tot ergens in februari. Eerst moet ik de rest van de tuin nog gereed maken en de hemelwaterafvoer afkoppelen, voordat ik een nieuwe boom plant.

Maar ik hou van bomen. Het liefst had ik er nog veel meer gehad, maar vrouwlief wilde ook wat gras (welke we maaien met een robotmaaier). En eerlijk gezegd zijn de kinderen daar ook wel blij mee: het voetbalt lekkerder op een grasveld dan in een bos.

De Zorgverzekeringendans

Het is weer tijd voor de jaarlijkse zorgverzekeringendans! Met dank aan de overheid, die bedacht heeft dat de zorg een commercieel product moet zijn, hebben we al járen te maken met een 8 weken durende reclamecampagne van bedrijven die grosso-modo allemaal hetzelfde aanbieden.

Want zeg nu zelf: een zorgverzekeraar doet eigenlijk helemaal niets nuttigs voor zijn geld, behalve het verzorgen van liquiditeit voor jou, als verzekerde. Het voorkomt het schuiven van geld van jou, naar een zorgverlener. Dat is op zich een nuttige functie, maar niet iets wat in mijn ogen een commercieel doel dient.

Immers, het product is de zorg zélf. Het is van de zotten dat een hersenoperatie uitgevoerd door Prof.Dr.Claassens in het RadboudUMC (ik bedenk deze naam ter plekke, mocht hij of zij echt bestaan: dan is dat toeval!) via VGZ meer zou kosten dan via FBTO. Het is ook van de zotten dat we (en dat doen verzekeraars!) allerlei “productie en efficiency-doelstellingen” op gaan leggen. Oké, efficiency is wel prima. Maar ook weer niet: vanuit operations management leert iedere operations manager dat sommige sectoren bij uitstek gediend zijn bij grote overcapaciteit. Politie, brandweer en…ziekenhuizen!

Enfin, dat is natuurlijk maar een deel van de zorg. We hebben ook huisartsen (met 10 minuten per patiënt: hoe volledig was jouw anamnese?), en heel veel andere dingen. We zijn collectief vergeten wat een “commercieel product” is.

Politici, en blijkbaar een hele trits ambtenaren die advies hadden moeten uitbrengen, denken vanuit hun wereldvreemde toren dat de vrije markt “het beste product voor de laagste prijs” oplevert.
Forgive my French, maar dat is gelul. De vrije markt levert ALTIJD het sléchtste product voor de hóógste prijs. Zo werkt de markt. De hoogste prijs is de prijs waarboven “men er niet meer mee wegkomt” en een beter product vereist.
Die misser, is een dure. Want het houdt een heel apparaat in stand. Niet alleen de zorg, maar ook de miljoenen per jaar die (in mijn ogen) dus onnodig gespendeerd worden aan reclames. De duizenden (miljoenen!) onderhandelingen die voor duizenden verschillende verzekeringen (uiteindelijk een handjevol verzekeraars) met duizenden verschillende zorgaanbieders gevoerd moeten worden.

De onnodige verplaatsingen, omdat een stukje zorg niet bij jouw ziekenhuis uitgevoerd wordt, maar wél in Heerlen of Zwolle. Terwijl een andere verzekering, van dezelfde verzekeraar, dit wél aanbood. Geen touw aan vast te knopen.

Maar ach: ik ben weer eens overgestapt. Mijn merkentrouwheid is volledig en absoluut nul bij zorgverzekeringen. Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik ieder jaar opnieuw moet kijken bij wie ik überhaupt verzekerd was. Ik heb er namelijk nog nooit gebruik van hoeven maken.

Nieuw dit jaar is dat ook Vrouwlief over gaat stappen. Haar verzekering ging nu over de 150 EUR heen.
Blijf ik bij mijn eigen credo: er zijn maar weinig beroepsgroepen die eindigen op “aars” die iets bijdragen in de maatschappij.

(verzekeraars, makelaars, handelaars, bemiddelaars, bedelaars, dansleraars. Eén van de weinige uitzonderingen zijn de metselaars. Over de knuffelaars twijfel ik nog.)