Wat kost een koude winter?

Al tientallen jaren hebben we geen echt koude winter meer gehad. Nee, lieve mensen, ook eerder deze eeuw niet. Overigens zijn er diverse klassificaties voor een koude winter: je kunt kiezen voor het Hellmann-getal, het vorstgetal of de gemiddelde temperatuur.
Het Hellmann-getal is de som van de negatieve daggemiddelden met weglating van het min-teken. Dus een gemiddelde temperatuur van -4 op een dag levert een Hellmann-bijdrage van 4 punten op.

Voor het vorstgetal is het simpeler: het is de optelsom van alle negatieve temperaturen, zowel maximum als minimumtemperatuur. Een minimum van -6 en een maximum van +3 levert zodoende 6 punten op. Als het maximum -2 was, zouden het er 8 zijn. Het vorstgetal wordt gemeten van november t/m maart, evenals het Hellmanngetal.

Enfin, de waardes deze eeuw tot nu toe:

Gem. Temp. (C)HellmannVorstgetal
20206.40.15.7
20195.212.117.3
20183.834.144.4
20173.736.051.7
20166.49.621.5
20154.17.819.1
20146.00.02.9
20132.973.298.3
20124.188.498.2
20112.280.6103.1
20101.194.7119.2
20092.156.570.7
20085.120.328.1
20076.64.88.2
20062.831.552.3
20053.732.451.6
20044.116.332.7
20032.480.1100.3
20024.721.640.2
20014.027.738.6
20005.03.613.7

Volgens diverse media en mijn schoonmoeder waren de winters van 2010-2011-2012 “streng” of koud. Welnu…Ik wil hier wel een plaatje van plotten.

Allereerst een plaatje van de gehaalde Hellmann- en vorstgetallen vanaf het jaar 2000 t/m 2020. Dit heb ik afgezet tegen de gemiddeldes van de periode 1902-2020 en alles is geldig voor De Bilt. Het koudere cluster van winters tussen 2009 en 2013 valt wel op, maar komt zoals je ziet nauwelijks uit boven het gemiddelde van de afgelopen ruim 100 jaar.

Om dit te illustreren heb ik hetzelfde plaatje gemaakt, maar nu met als aparte lijn het gemiddelde van de 10 koudste winters sinds 1902:

Wellicht plaatst dit de “Strenge winters” van 2009-2013 wat in perspectief…

Hellmann & vorstgetal doen er niet toe

Dat gezegd hebbende: het Hellmanngetal en het vorstgetal doen niet ter zake. We stoken niet tegen een paar vorstperiodes of dagen, maar een hele winter lang. Het is dus veel relevanter om te weten wat de gemiddelde temperatuur doet in een winter.

De koudste winters scoren ruim negatief. Het gemiddelde sinds 1902 is 2.9C. Het gemiddelde sinds 2000 is ruim 4.1C! Het KNMI werkt echter met klimaatperiodes van 30 jaar en de norm van 1991-2020 was 3.9C.

Goed. Wat hebben we hier nu aan? We hebben een stukje historisch perspectief: deze eeuw heeft volgens geen enkele maatstaf een strenge winter gehad, slechts enkele normale en één winter die kouder was dan normaal (maar dat is niet hetzelfde als streng): 2010.

Om te bepalen wat een strenge winter kost, ga ik uit van het gemiddelde van de koudste 10 winters sinds 1902. Die winters waren gemiddeld -1.15C. De koudste uit de top10 is 1963 (-3), de nummer 10 is 1956 met +0.2C.

Verder hebben we het begrip “graaddagen” nodig. Dit is de temperatuur waaronder men normaliter begint te stoken. In dit geval neem ik 18C als uitgangspunt. Met een gemiddelde temperatuur van -1.15C zou onze “strenge winter” dus 19.15 graaddagen tellen.

Ook heb ik de 10 zachtste winters uitgerekend. Deze komen op gemiddeld 5.83 graden binnen. Dit heeft een flinke uitwerking op het aantal graaddagen. In een zachte winter kom je op ongeveer 1100 graaddagen, in een strenge winter op 1723. Een verschil van 56%. Fors!

Maar uiteraard hangt het gasverbruik af van de mate van isolatie, grootte van de woning en het gebruik van de woning af. Ik heb daarom 3 scenario’s. Een huis met goede isolatie en daarmee een verbruik van 0.2m3 gas per graaddag, matig met 0.4 en slecht met 0.6m3/graaddag.
En dan krijg je onderstaande grafiek:

Dat is het verbruik in m3 gas per winter. Dit heeft natuurlijk een flinke financiële consequentie. In een goed geïsoleerde woning kost een koude winter verhoudingsgewijs hetzelfde als in een slecht geïsoleerde woning. Het verschil in temperatuur is gelijk.

In absolute bedragen is het echter een héél ander verhaal. In een goed geïsoleerde woning kost een koude winter ongeveer 93 EUR meer dan een zachte winter. In een slecht geïsoleerde woning loopt dit verschil op tot bijna 300 EUR.

Eerlijk gezegd wringt daar ook de schoen. Alle nieuwbouwwoningen zijn goed geïsoleerd, maar ook oudere koopwoningen zijn vaak redelijk tot goed geïsoleerd. Mijn eigen woning “scoort” rond tussen de 0,124 in oktober en 0,24 in januari. Waar dat verschil vandaan komt leg ik nog wel eens uit in een ander blogpost.

Maar een oudere huurwoning, doorgaans bewoond door mensen die het minder breed hebben én zelf niet verantwoordelijk zijn voor de isolatie, zitten klem. Door uit te vergroten en de vergelijking te makken tussen een strenge winter en de zachtste winters, wordt dit duidelijker. Het gaat hier om potentieel 100 EUR per maand. En bedenk dat bovenstaande alleen van toepassing is van 1 december t/m 28 (29) februari, maar dat het stookseizoen loopt van oktober tot april.

Moraal van het verhaal

Het gros van de mensen heeft geen idee van zijn energieverbruik. Het voorschot is veelal gebaseerd op het verbruik van het vorige jaar, terwijl het werkelijke verbruik hier nauwelijks enige correlatie mee heeft. Immers is het verbruik niet alleen bepaald door je eigen gedrag (trui aan, verwarming lager, etc.) maar in zeer belangrijke mate door passieve mogelijkheden (isolatie) en het weer. In een warmer klimaat (dat ontkennen is waanzin) zal de gemiddelde rekening omlaag gaan, maar zal een koude uitschieter des te harder aankomen. In een zachte winter vallen de verschillen in kosten nog mee, maar in een koude winter worden deze exorbitant groot.

Voor mezelf: ik heb er zéker 100 EUR voor over om nog eens een echt strenge winter mee te maken. Bring it on!